Deze week neem ik u in tien blogjes mee door de onlangs ontdekte #MaronitischeWereldkroniek. Het vijfde blogje is gewijd aan de regering van #Justinianus.

Een aardbeving, een vulkaanuitbarsting, hongersnood, de pest-epidemie, diverse oorlogen, komeet C/539W1, religieuze discussies en het uitbesteden van de rijksverdediging aan de Arabieren: het is er dit keer allemaal.

https://mainzerbeobachter.com/2026/03/05/de-maronitische-wereldkroniek-5-justinianus/

De Maronitische Wereldkroniek (6) Catastrofe

Justinus II (Bode-Museum, Berlijn)

[Dit is het zesde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Dit deel, vrijwel zonder lacunes, beschrijft de implosie van het Byzantijnse gezag in de late zesde eeuw. Een inleiding tot deze kroniek, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

877 SE. ≡ okt.565/sept.566

In het jaar 877 regeerde Justinus II, een verwant van de eerste. Toen hij aantrad, betoonde hij zijn zorg voor de toestand van de kerken en schreef hij een orthodoxe geloofsbelijdenis. Die bijdrage stuurde hij naar alle provincies en hij beval dat allen die de kerk niet volgden, uit hun positie zouden worden ontheven.
Aan het begin van zijn regering was gedurende een jaar in het noorden iets te zien dat leek op een vuurkolom.

885 SE. ≡ okt.573/sept.574

In het jaar 885 kwam het conflict met de Perzen – dat met Adarmahan – tot uitbarsting. Hij overmeesterde Apameia, nam alle inwoners gevangen en deporteerde ze naar Perzië, stak de Grote Kerk in brand en verwoestte deze met alle monumenten in die stad. (Later herbouwde en renoveerde Jordanes, de plaatselijke bisschop, de kerk.) Ook andere plaatsen werden ingenomen door deze verwoestende rebel.
Op dezelfde manier richtten de leiders van de Avaren verwoestingen aan onder de Romeinen.

Commentaar
Keizer Justinus II zegde de betalingen aan de Sassaniden op waarmee zijn voorganger Justinianus rust had gekocht. Terwijl de Perzische koning Khusrau I de Onsterfelijke Ziel de grensstad Dara belegerde, stuurde hij zijn generaal Adarmahan naar het westen, waar deze in 573 Apameia innam. De invasie van de Avaren zou nog gevaarlijker blijken.

Volgens de kerkhistoricus Johannes van Efese ontwikkelde Justinus hierop een geestesziekte: hij kon onverwacht in paniek door het paleis rennen, huilde als een beest, beet zijn bedienden, verstopte zich onder zijn bed en probeerde zelfs eens uit het raam te springen.noot Johannes van Efeze, Kerkgeschiedenis 3.2-3. Het rijk werd hierna geregeerd door keizerin Sofia en Justinus’ latere opvolger, Tiberius II.

Tiberius II (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

En keizer Justinus werd ziek … en was niet meer te genezen, en hij gaf zijn dochter aan Tiberius en liet hem regeren. Zelf heeft hij dertien jaar geregeerd.

1 Tiberius ≡ okt.579/sept.580

In het eerste jaar van Tiberius begon ook de regering van Hormizd, zoon van Khusrau. Hij zou twaalf jaar regeren.

Commentaar
Justinus II overleed op 5 oktober 578, dus vijf dagen in het nieuwe jaar 890 volgens de Seleukidische Era. Het eerste regeringsjaar van Tiberius II begon dus op 1 oktober 579, hoewel hij officieel dus al bijna een jaar en officieus zelfs nog langer aan de macht was. Hormizd IV de Turk kwam inderdaad ruwweg tegelijk aan de macht.

Hormizd IV de Turk (Bode-Museum, Berlijn)

894 SE. ≡ 4 Tiberius ≡ okt.582/sept.583

Toen Tiberius vier jaar had geregeerd en zijn dood naderde, gaf hij zijn dochter aan Maurikios, de aanvoerder van zijn leger, en liet hij hem in zijn plaats regeren in het jaar 894.

Maurikios (Metropolitan Museum of Art, New York)

9 Maurikios ≡ okt.591/sept.592

Vanaf het negende regeringsjaar van Maurikios regeerde Khusrau, zoon van Hormizd, achtendertig jaar lang in Perzië.
In deze tijd debatteerden Anastasius, de Palestijnse patriarch van Antiochië, en Eulogius, de patriarch van Alexandrië, met elkaar omwille van de waarheid.

896 SE. ≡ 2 Maurikios ≡ okt.584/sept.585

In het jaar 896, het tweede jaar van Maurikios, was in het klooster van de gezegende Sint-Maron de grote en rechtvaardige Georgios de Oudere overleden. Deze man volgde de kerk en de verwierp de leer van haar tegenstanders.

Commentaar
Ik weet niet wie deze heilige is, maar het is een interessante passage omdat ze het klooster van Sint-Maron noemt. Ten tijde van de grote oorlogen tussen eerst de Byzantijnen en Perzen en daarna Byzantijnen en Arabieren werd dit het voornaamste religieuze centrum in Syrië, dat loyaal bleef aan de monotheletistische opvattingen van keizer Herakleios – ook toen die opvattingen in het Byzantijnse Rijk werden opgegeven. Bovenstaande passage is een van de aanwijzingen dat de chroniqueur een maroniet was.

Het klooster van Sint-Maron bij de bron van de Orontes

De in de volgende passage genoemde hulp die keizer Maurikios bood aan Khusrau II de Overwinnaar dateert uit 592.

Keizer Maurikios sloot een wapenstilstand met Khusrau, koning van de Perzen. Er was grote genegenheid tussen hen, want toen de Perzen tegen zijn vader Hormizd vochten, vluchtte hij en ging naar Maurikios, die hem met grote vreugde ontving en hem het leger van de Romeinen gaf, zodat hij de Perzen in de strijd versloeg en na zijn vader regeerde.
Maurikios sloot ook een wapenstilstand met de Avaren en sloot vrede met allen die hem omringden. Dankzij zijn inspanningen versterkte hij de positie van de Romeinen. Toch kwamen zij in opstand tegen hem en doodden hem in zijn twintigste regeringsjaar. Ze maakten Fokas in zijn plaats tot keizer.

Khusrau II de Overwinnaar (Taq-e Bostan)

Commentaar
De Avaren waren sinds 583/584 steeds verder opgerukt en hadden grote delen van het Balkan-schiereiland in handen. De Slavische volken worden genoemd als Avaarse bondgenoten. Toen een epidemie het leger van de Avaren trof, kon Maurikios hen afkopen (598). De oorlog ging nadien echter verder, met aanzienlijke Byzantijnse successen, zodat het in 602/603 mogelijk was dat Maurikios’ leger zou overwinteren in Slavisch gebied. De manschappen, ongelukkig met een zo afgelegen basis, kwamen in opstand, doodden Maurikios en maakten Fokas keizer.

Mardin

Toen koning Khusrau hoorde dat de Romeinen Maurikios hadden gedood, werd hij woedend en stond hij op om wraak op hen te nemen. Hij leidde zijn leger en bereikte de stad Dara, die tussen de twee rijken lag, begon de strijd en nam Dara in. Ook viel hij Mardin aan en veroverde het. Op dezelfde manier overweldigden de Perzen tijdens de acht jaar dat Fokas regeerde, het gebied binnen de Eufraat. Niet alleen de oostelijke gebieden werden door het zwaard geteisterd, ook de gebieden ten westen van de rivier bleven dus niet gespaard.
Om het triviale conflict tussen de Blauwen en de Groenen vochten de bewoners van de steden tegen elkaar. Zo vernietigden ze zichzelf met zwaarden die scherper waren dan de zwaarden van de vijanden.
Bonosus, de tiran en vijand van het goede, met een hoogmoed die alle anderen overtrof, doodde en vernietigde elke dag vele mensen.
……

Fokas (Staatliche Münzsammlung, München)

Commentaar
Terwijl het Byzantijnse Rijk de staatsgreep van Fokas beleefde, liepen de Perzen Syrië onder de voet, rukten de Avaren opnieuw op, en waren er stedelijke conflicten. De Blauwen en de Groenen waren de aanhangers van de teams in de paardenraces. Na een lacune in de kroniek – de eerste sinds de regering van Justinianus – lezen we over de wijze waarop het Byzantijnse Rijk werd gered. In Afrika bekleedden de twee broers Herakleios en Gregoras bestuursfuncties. Hun zonen Herakleios Jr en Niketas maakten een einde aan de regering van Fokas. Herakleios Jr was de nieuwe keizer.

Er waren ook in Afrika … de naam van een van de twee was Gregoras … Niketas, en de andere heette Herakleios … keizer Fokas… Zij trokken allebei op om de keizer te vermoorden en spraken af dat de een over zee zou gaan en de ander over land, en dat degene die als eerste de stad zou binnenkomen en de keizer zou doden, zou regeren. Dus ging Herakleios over zee en Niketas over land, en Herakleios was Niketas vóór, ging de stad binnen en doodde Fokas, nadat deze acht jaar had geregeerd, en begon zijn bewind. Hij doodde de goddeloze Bonosus door steniging.
……
Anastasius
……

[Wordt morgen vervolgd]

#AdrianPirtea #AlexHourani #Apameia #Avaren #bronnenuitgave #Dara #Fokas #Herakleios #HormizdIVDeTurk #JohannesVanEfese #Justinianus #JustinusII #KhusrauIDeOnsterfelijkeZiel #KhusrauIIDeOverwinnaar #Mardin #MaronitischeWereldkroniek #Maurikios #monotheletisme #Sassaniden #SeleukidischeEra #SintMaron #TiberiusII

De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

[Dit is het vijfde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

839 SE. ≡ okt.527/sept.528

Justinianus regeerde vanaf het jaar 839 alleen over het Romeinse Rijk.
In dit jaar, op 29 oktober, vond er een aardbeving plaats, waarbij sommige plaatsen in de buurt van Antiochië werden verwoest. Bij deze aardbeving stortte Laodikeia in Syrië in. Deze aardbeving vond plaats op vrijdag om elf uur ’s ochtends.

Commentaar
Mogelijk is dit een doublure met de aardbeving in Antiochië die in het vorige blogje werd genoemd.

840 SE. ≡ okt.528/sept.529

En in het jaar 840 verscheen er een leider …….
……
In deze tijd kwam het bevel van de keizer aan alle heidenen die onder het bewind van de Romeinen stonden ……
……
Wat betreft Rome en Italië, toen de barbaren die in het verleden … een grote strijd leverden en daarna … werden ze sterk en hielden ze …… en het gebied kwam weer onder het bestuur van de Romeinen.

Commentaar
Dit is allemaal wat lacuneus, maar er gebeurt veel. Het woord dat als “leider” wordt weergeven in deze Nederlandse vertaling van een recente Engelse vertaling van de middeleeuwse Arabische vertaling van het Aramese origineel, keert straks terug en verwijst naar een Arabier. Het is Al-Harith ibn Jabalah, die in 529 door keizer Justinianus werd aangesteld als “koning van alle Arabieren”. Hij moest met zijn Ghasanidische Arabieren de oostelijke provincies beschermen tegen Al-Mundhir III ibn al-Numan, de leider van de Lakhmidische Arabieren, die streden voor de Perzische Sassaniden. Al-Harith was wel christelijk, maar verleende steun aan de monofysieten.

Het hoofdkwartier van Al-Harith ibn Jabalah in Resafa

Het bevel aan de heidenen lijkt te verwijzen naar de maatregelen die Justinianus nam tegen niet-christelijke geloofspraktijken, zoals de sluiting van de Academie in Athene.

De laatste passage verwijst naar Belisarius’ campagne tegen de Vandalen in Karthago en de Ostrogoten in Italië. Beide gebieden maakten na 536 weer deel uit van het keizerrijk.

In de winter van 535/536 (847 volgens de Seleukidische Era) barstte ergens op het noordelijk halfrond een vulkaan uit. Auteurs als Prokopios en Cassiodorus verwijzen naar het gebrek aan licht en ook de auteur van de Maronitische Wereldkroniek weet ervan. Hij vermeldt even verderop, onder het jaar 853 SE, ook de uitbraak van de Justiniaanse Epidemie, die is te identificeren met de Pest.

847 SE. ≡ okt.535/sept.536

…… het licht was zwak, zodat velen vanwege de ernst van deze gebeurtenis …… In de zomer van dat jaar was zicht onmogelijk.
……
… het land van Syrië en Palestina.
……
…… dat op Theodoros en op degenen die met hem waren rustte, en vanwege hen ontstonden niet geringe kerkelijke twisten.

Commentaar
Het laatste verwijst naar de Driekapittelstrijd. In een poging de monofysieten weer voor de staatskerk te winnen en zo de kerkelijke eenheid te herstellen, veroordeelde Justinianus het oeuvre van enkele eerdere theologen. De poging had weinig succes.

853 SE. ≡ okt.541/sept.542

In het jaar 853 was er een epidemie die “algemeen” werd genoemd. Ze arriveerde eerst vanuit het binnenland, en verspreidde zich naar het westen en oosten, en ook naar het noorden, en ze bleef zich gedurende een periode van drie jaar verspreiden. Ondertussen was de oorlog met de Perzen nog steeds aan de gang.

In het eerste jaar van die strijd, terwijl de leider van de Arabieren in het land van de Romeinen was, was op 19 november een groot wonderbaarlijk teken gezien, vergelijkbaar met een zwaard in de hemel,noot Een allusie aan Jeremia 34, waarin honger en epidemie in één adem worden genoemd met het zwaard. en het was de hele winter zichtbaar gebleven, en de verschijning was van west naar oost gegaan, en was blijven draaien en veranderen in alle richtingen, vergelijkbaar met de epidemie die erop volgde.

Het was duidelijk dat het verwees naar de gebeurtenissen die aan dit teken voorafgingen, met de ontberingen gedurende de periode van epidemie en strijd, en als zodanig was ook de ommekeer daarvan.

Commentaar
Dit lijkt te verwijzen naar de komeet die bekendstaat als C/539W1, maar het is een terugverwijzing naar het eerste jaar van het conflict, naar de winter van 539/540. De komeet is uit diverse bronnen bekend en de meteorenzwerm die wij rond 3 en 4 januari zien, de Boötiden, is een erfenis van deze komeet.

Decoratie van een kerk uit Edessa (Archeologisch museum, Sanli Urfa)

855 SE. ≡ okt.543/sept.544

Tijdens de strijd in het jaar 855 belegerde de koning van de Perzen de stad Edessa in Mesopotamië, die door de rechterhand van God werd beschermd.

863 SE. ≡ okt.551/sept.552

Ook in het jaar 863 was er een epidemie onder de runderen en waren de mensen in rouw. Er was in het bekende verleden nooit iets dergelijks geweest, noch in oude tijden, noch in de recente jaren, en het leek op de pest die onder de mensen rondging en het land overspoelde.

In deze tijd en in deze jaren heerste er onrust in de steden en raakten alle mensen bezorgd, zowel de … als de leiders. Het was niet meer zoals vroeger, toen een stad enkele dagen in rep en roer verkeerde maar er uiteindelijk wel overeenstemming werd bereikt. Het hele land van de Romeinen verkeerde nu aan alle kanten in rep en roer. Grote angst en schade maakte zich van velen meester, want de rampen die de steden troffen die ooit in staat waren geweest vijanden af te weren, namen niet af.

Commentaar
Er is hier geen lacune. Dit zou wel de plek zijn geweest om het Tweede Concilie van Constantinopel te vermelden, waar Justinianus de bisschoppen dwong zijn standpunt in de Driekapittelstrijd over te nemen.

Een achttiende-eeuwse weergave van het Tweede Concilie van Constantinopel (553).

865 SE. ≡ okt.553/sept.554

En in het jaar 865 was er een aardbeving op vrijdag 31 juli om elf uur ’s ochtends, en na zeven dagen was er opnieuw een aardbeving, en het waren twee grote aardbevingen, en steden aan de kust van de zee stortten in en veel dorpen in de buurt stortten in tijdens deze twee grote aardbevingen. Ook op andere plaatsen in steden en dorpen vielen er gewonden als gevolg van deze twee aardbevingen. Vanaf de eerste dag van de aardbeving bleef de aarde voortdurend in beweging, en de bewegingen en intensiteit ervan kalmeerden niet, en het bleef vele dagen lang zo lichtjes beven.

Commentaar

In de jaren tussen 550 en 555 zijn diverse grote aardschokken bekend; mogelijk verwijst de samensteller van de Maronitische Wereldkroniek naar de aardbeving die ook door de zesde-eeuwse auteurs Johannes Malalas en Agathias wordt vermeld. Die zou hebben plaatsgevonden op 15 augustus. Omdat er diverse schokken waren, hoeft de uiteenlopende datum geen probleem te zijn. 31 juli was overigens geen vrijdag, en de hieronder genoemde 13 juni was een donderdag.

In dit jaar, op zaterdag 13 juni, vocht Al-Mundhir, de koning van de Arabieren … (?) tegen de Romeinen.

Commentaar
Verwijzing naar de slag bij Yawm Halima in juni 554. De pro-Byzantijnse leider van de Ghassaniden, Al-Harith ibn Jabalah, versloeg Al-Mundhir, de leider van de pro-Perzische Lakhmidische Arabieren. Laatstgenoemde kwam om het leven.

En al deze ellende in de wereld vond plaats in hun tijd. Daarop volgde onrust in de kerk, evenals de grote verwarring en scheuring die plaatsvond in de kloosters en die begon in de dagen van Anastasius en almaar voort duurde. Onze tijd is inderdaad de ergste, want de moeilijkheden volgen elkaar op zoals de dagen van het jaar.

Commentaar
Dit verwijst opnieuw naar de discussies tussen de aanhangers van de staatskerk en de monofysieten in de oostelijke provincies. Justinianus had tijdens het Tweede Concilie van Constantinopel de aanwezigen gedwongen het keizerlijke standpunt in de Driekapittelstrijd over te nemen. De problemen ten tijde van keizer Anastasius I zijn vermeld onder het jaar 823 SE.

Hieronder is sprake van een profetie van Daniël; bedoeld is Daniël 9, waarin de geschiedenis van de mensheid wordt gepresenteerd als een verzameling van periodes van zeven jaar. De ‘Ajamieten zijn in de onderstaande passage Babyloniërs.

In deze tijd werden ook de Joden – de vijanden van het kruis – bang, omdat zij de jaarweken die door de profeet Daniël worden genoemd tellen vanaf het moment waarop Titus Jeruzalem verwoestte. Het aantal van zeventig jaarweken, 490 jaar dus, zou immers worden voltooid in het jaar 870 sinds het begin van de Griekse jaartelling. Toen een heilige engel sprak van de eerste verwoesting, had hij het weliswaar over de verwoesting door de ‘Ajamieten, maar in hun domheid schreven de Joden dit toe aan die latere verwoesting, die door de Romeinen. Toen de tijd die zij verwachtten naderde en zelfs aanbrak, en niets van wat zij vermoeden ook werkelijk gebeurde, begonnen zij hun valse verwachting te minachten en te veronachtzamen.

867 SE. ≡ okt.555/sept.556

In het jaar 867 legden de inwoners van de stad Constantinopel de keizer …… Justinianus.
……
…… al zijn slaven en gingen naar de bijeenkomst. Toen alle mensen bijeen waren, stuurde Belisarius zijn slaven en stak de Grote Kerk in brand. Toen het gerucht zich in de stad verspreidde, haastten alle mensen zich naar de kerk en lieten de nieuwe keizer achter die ze hadden aangesteld. Daarop versloeg Belisarius Hypatius en doodde hem
……
…… die hij Sofia noemde.

Commentaar
Dit ziet eruit als een flashback. Er gebeurde iets wat niet helemaal duidelijk is en dat de chroniqueur doet besluiten te vertellen over het Nika-oproer in januari 532, waarbij generaal Belisarius een door het volk van Constantinopel tot keizer uitgeroepen Hypatius uit de weg ruimde. De slotopmerking kan alleen verwijzen naar het instorten van de Hagia Sofia in 558 na Chr.

875 SE. ≡ okt.563/sept.564

In het jaar 875, …… de Paulisten. Hij zei altijd dat … niet in zijn innerlijk voelde en onveranderlijk was, net als die … – degenen van Julianus. Wat de bisschoppen betreft, zij maakten zijn … en vroegen de keizer daarover. Toen hij dat niet accepteerde …… stuurde hij hem naar hen toe en smeekte hen om hem antwoord te geven.

Commentaar
Ik vermoed dat dit een verwijzing is naar de aanhangers van een monofysitische leider Paulus, maar ik weet niet welke.

Justinianus (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Toen heel het oosten in deze toestand verkeerde, stierf keizer Justinianus in zijn negenendertigste regeringsjaar. Toen regeerde Justinus II, zijn neef. Hij maakte een einde aan deze smerige onrust.

Keizer Justinianus voerde zijn voornemens uit … de waardigheid van het recht, maar hij overtrof alle voorafgaande keizers door zijn grote deugden, en hij verwierf extra grandeur door zijn eigen karakter, door een brede, stralende ambitie en door overvloedige genade. Ook stichtte hij grote kerken en sterke kastelen in de steden in zijn rijk. Hij had groot respect voor het christendom en bracht vele volkeren tot het geloof in Christus. Hij was erop gebrand de kerkscheuring te beëindigen en spande zich in om iedereen te verzoenen en tot eendracht te brengen. Met al zijn correcte manieren die voor iedereen … waren en alle orde was hij …. Hij disciplineerde zijn … in de ijver van de vroomheid jegens God. Door kerkelijke leerstellingen werd hij door velen … aangestoken.

Als iemand nadenkt over de beste vergelijking tussen wat er vóór hem was en wat er na hem was, dan zal hij constateren dat Justinianus de grootste vroomheid en gerechtigheid van het voortreffelijke christendom bezat, niet alleen die van het keizerschap, maar ook die van de glorieuze kerk. Ik heb het over buitensporige kennis en begrip, en de gave om van tevoren te weten wat er gaat gebeuren, en de kracht om wonderen te verrichten. En ik heb het verder over het gebruik van genegenheid, en de ijver van de vroomheid jegens God die in alle vormen en alle mate de gelovigen in vuur en vlam zette.

Deze deugden verspreidden zich vanouds onder de kinderen van de kerk, en in de dagen van Constantijn, de zegevierende keizer, werden ze buitengewoon sterk en daarna verspreidden ze zich verder. Tot het einde van de heerschappij van Justinianus zette de verbreiding van de straal van rechtschapenheid zich voort. Maar sindsdien begon het beetje bij beetje af te nemen, het nam met de dag af, en … werd zwak …. Maar glorie zij aan de enige Kenner, die alles tot het einde van de tijd overziet.

[Wordt morgen vervolgd]

#aardbeving #AdrianPirtea #Agathias #AlHarithIbnJabalah #AlMundhirIIIIbnAlNuman #AlexHourani #AnastasiusI #Antiochië #Belisarius #bronnenuitgave #Cassiodorus #Constantinopel #Daniël #Driekapittelstrijd #Ghassaniden #JohannesMalalas #JustiniaanseEpidemie #Justinianus #JustinusII #komeet #Lakhmiden #Laodikeia #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #NikaOproer #Ostrogoten #Prokopios #SeleukidischeEra #TweedeConcilieVanConstantinopel #Vandalen #vulkaan

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Theodosius tussen zijn medekeizers Valentianus II en Arcadius (meer; Archeologisch Museum, Mérida)

Feit is: een grote groep migranten zonder land stond nu in een imperium zonder leger. Valens’ opvolger Theodosius nam de migranten dus maar in dienst. Onder leiding van Alarik speelde dit leger, dat wel wordt aangeduid als de Visigoten (“wijze Goten”), nog een belangrijke rol bij de verdediging van Syrië en de campagne waarmee Theodosius zijn gezag uitbreidde naar de westelijke provincies. Het leger zou in 410 Rome plunderen en uiteindelijk dienen als strategische reserve voor Gallië.

De Hunnen

Ik noemde de Hunnen. In het eerste derde van de vijfde eeuw dienden ze als Romeinse bondgenoten en kregen ze het recht zich te vestigen aan de Midden-Donau. Zeg maar in Hongarije. Van bondgenoten werden het echter vijanden, die bijvoorbeeld Belgrado en Viminacium plunderden, en over de Via Diagonalis dwars door Thracië oprukten naar Constantinopel. Keizer Theodosius II, die zijn graanleverancier tot elke prijs moest behouden, kocht de Hunnen in 443 af, maar in 447 waren ze terug in Thracië en in 449 stemde de keizer in met nieuwe afkoopsommen. Nu wendde de Hunse leider Attila zich naar het westen, waar hij op de Catalaunische Velden werd verslagen door een coalitie van Visigoten, Franken en anderen.

De schrik zat er goed in en de keizers in Constantinopel versterkten de grens. Achter de reeks forten langs de Beneden-Donau kwam een tweede linie, die liep door het Balkangebergte. Om de kustweg langs de Zwarte Zee te verdedigen, werd bijvoorbeeld een muur gebouwd die zich vijftig kilometer landinwaarts uitstrekte, zodat een omtrekkende beweging niet mogelijk was.

Resten van een Byzantijnse kerk in Nesebar

Keizer Anastasius (r.491-518) zou in 503 een soortgelijke muur bouwen over het schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara, zeventig kilometer ten westen van Constantinopel. Later zou keizer Justinianus (r. 527-565) allerlei steden voorzien van stadsmuren; de geschiedschrijver Prokopios wijdde er niet minder dan vijf boekrollen aan, De bouwwerken. Een flink deel van de vierde boekrol gaat over het diocees Thracië.

Volksverhuizingen, deel twee

Alle versterkingen mochten niet baten toen de Avaren aankwamen. Ik heb vaker over hen geschreven. Ze arriveerden rond 563 vanuit het verre oosten – hiervoor is inmiddels DNA-bewijs – en ze waren extreem succesvol. In 582 namen ze de belangrijke stad Sirmium in, even ten noorden van Belgrado, en ze vestigden een machtige staat in Midden-Europa, die enorme schattingen eiste van de buurvolken. We weten er weinig van, aangezien ze ongeletterd waren en dus niet zelf schreven; archeologisch zijn ze moeilijk te vinden, omdat de bestaande Centraal-Europese volken hun levenswijze konden voortzetten. Goudschatten als de Sânnicolau Mare-schat bewijzen echter dat de keizers in Constantinopel fors betaalden.

Het voornaamste gevolg van deze invasie was dat er geen landweg vanuit Constantinopel en Thracië naar de westelijke gebieden was: Oost- en West-Europa, al gescheiden door de Griekse en Latijnse taal, gingen verder uit elkaar. Later zou ook het christendom in tweeën uiteenvallen.

Het paleis van een Slavische bestuurder in Silistra

De Avaren dreven de Byzantijnen, zoals we de bewoners van de Oost-Romeinse rompstaat gewoonlijk noemen, terug naar de Thracische havensteden, zoals Varna en Nesebar in het oosten en Thessaloniki in het zuiden. De gebieden buiten het keizerlijke gezag zijn niet zo goed bekend, maar we lezen steeds vaker over Slavische soldaten die als infanterie meetrekken met de Avaarse cavalerie. We lezen ook over de eerste Bulgaren. Het gaat in alle gevallen om een gemengde bevolking, waarin de oude Romeinen en verschillende groepen migranten samenkwamen. Hoe groot die groepen migranten waren, is niet te zeggen, maar de etnische kaart werd in de zevende eeuw opnieuw getekend.

Ik ga afronden met een laatste constatering: door de opkomst van de islam, ook in de zevende eeuw, verloor het Byzantijnse Rijk Egypte. Voortaan was Thracië een nóg belangrijkere leverancier, en het keizerlijk beleid was dan ook gericht op de herovering van de verloren gebieden.

#Alarik #AnastasiusI #Attila #Avaren #Balkangebergte #Bulgaren #CatalaunischeVelden #Constantinopel #Goten #GroteVolksverhuizingen #Hunnen #Justinianus #Nesebar #Prokopios #SânnicolauMareSchat #Sirmium #slagBijAdrianopel #Tervingi #TheodosiusI #TheodosiusII #Thracië #Valens #ViaDiagonalis #Visigoten
In #Jerash in #Jordanië hebben archeologen een massagraf onderzocht uit de tijd van de #Byzantijnse keizer #Justinianus. Dit heeft bewijs opgeleverd voor de #Pest van Justinianus, een pandemie die uitbrak in de periode 541-543 n.Chr. en uiteindelijk na meerdere golven tot ca. 700 n.Chr. aan zo’n 100 miljoen mensen het leven kostte. De onderzoekers konden de aanwezigheid van de #pestbacterie (Yersinia pestis) bewijzen en waar ze ongeveer vandaan kwamen. /1
https://scientias.nl/zeldzaam-hard-bewijs-voor-de-pest-van-justinianus-gevonden-in-jerash/
Zeldzaam hard bewijs voor de Pest van Justinianus gevonden in Jerash

Een team van onderzoekers heeft in de Jordaanse stad Jerash een massagraf onderzocht dat teruggaat tot de tijd van de Pest van Justinianus, ongeveer 1500

Scientias.nl

De opstand van Hermenegild (1)

Munt van Leovigild (Visigotisch Museum, Toledo)

U vreest wellicht een nieuwe aflevering in mijn narcistische winterfeuilleton, maar wees gerust: op maandag zijn musea en opgravingen gesloten, dus we deden het rustig aan, en ik vertel u over de opstand van Hermenegild. Dat was, alles bij elkaar, weinig anders dan een rimpeling in de grotendeels vergeten geschiedenis van het Rijk van Toledo, maar er was een interessant gevolg, dat ik aan het einde van het volgende blogje zal noemen. Los daarvan hebben we een Nibelungenachtig drama met twee ruziënde koninginnen en een gedoemde held.

Eerste bedrijf: ruziënde koninginnen

In 569 kwam in het Rijk van Toledo koning Leovigild aan de macht. Zijn doel was het verenigen van heel Iberië, wat betekende dat hij ambities had in het noordwesten, waar het Suebische koninkrijk lag, en in het zuidoosten, waar de Byzantijnen nog niet zo heel veel eerder enkele steden hadden ingenomen. Inderdaad zou Leovigild Córdoba heroveren. Er was hem verder veel gelegen aan vrede met de Franken in het noordoosten, waar de Merovingische koningen gelukkig verdeeld waren.

Koning Leovigild breidde zijn machtsbasis uit door te trouwen met de weduwe van een voorganger, Goiswintha, zodat hij niet alleen kon rekenen op de adel in de hoofdstad, maar ook op de rijksgroten rond de zuidelijke stad Sevilla. Uit een eerder huwelijk had Leovigild al twee zonen: Hermenegild en Reccared. Goiswintha had uit haar eerste huwelijk een dochter: Brunhilde, die inmiddels was getrouwd met Sigebert I, een van de Merovingische koningen. Zij hadden een dochter Ingundis, die trouwde met Hermenegild. Hier hebt u het in schema:

Diplomatieke huwelijken zijn per definitie bedoeld om de banden tussen twee staten aan te halen, en veronderstellen dat bruid en bruidegom hun eigen opvattingen ondergeschikt maken aan het staatsbelang. En daar bleek Ingundis temperamenteel niet toe geschikt: net als alle Franken volgde ze het Credo van Chalkedon, en dat bleef zo toen ze in 578 aankwam in Toledo, waar het hof sympathiseerde met het ariaanse christendom.

Met een beetje inschikkelijkheid valt zoiets wel op te lossen, maar toevallig was koningin Goiswintha, Ingundis’ grootmoeder en schoonmoeder, even oninschikkelijk ariaans. De twee vrouwen stonden lijnrecht tegenover elkaar en we lezen bij Gregorius van Tours dat Goiswintha de nieuwkomer zelfs fysiek lastigviel. Koning Leovigild, die het religieuze conflict oninteressant vond, zocht dus een manier om Ingundis en Goiswintha uit elkaar te houden.

Tweede bedrijf: Sevilla

De door Leovigild gevonden oplossing bestond eruit dat hij een eerdere promotie van Hermenegild veranderde in een wegpromotie. Hij had zijn zoon al eerder tot deelgenoot in de macht gemaakt, waarvoor de oud-Romeinse term consors imperii van stal was gehaald. Nu gaf Leovigild zijn kroonprins – eigenlijk: medekoning – de stad Sevilla als residentie. Zo was de katholieke koningin Ingundis hemelsbreed 400 kilometer verwijderd van de ariaanse koningin Goiswintha, kon kroonprins-koning Hermenegild bestuurlijke ervaring opdoen en was er ook een voorname gezagdrager die de door de Byzantijnen bezette gebieden in de gaten hield. Om duidelijk te maken dat er niets oneervols aan de hand was, kreeg Leovigilds jongere broer Reccared een soortgelijke benoeming in het noordoosten.

Het probleem leek opgelost, maar niet veel later ontving het hof in Toledo het bericht dat Hermenegild zich had bekeerd tot het katholicisme. We kunnen hier de invloed herkennen van zijn Frankische echtgenote, maar er is nog een speler die hier relevant is: bisschop Leander, een van de meest formidabele christelijke leiders van die tijd. Hoe Hermenegilds bekering precies is gegaan, weten we niet, maar het staat vast dat ze, zoals te doen gebruikelijk, niet werd gesymboliseerd door een nieuw doopsel, maar door zalving.

Leander, kathedraal van Sevilla

Het staat ook vast dat in Toledo de stoppen volledig doorsloegen: de bekering werd uitgelegd als opstand. We mogen aannemen dat dit zal hebben samengehangen met het feit dat lokale edelen in Sevilla zich aansloten bij hun pas aangekomen koning.

Derde bedrijf: Leovigild in actie

Leovigild had niet om deze crisis gevraagd en kon opnieuw op zoek naar een oplossing. Die vond hij door het arianisme wat aan te passen. Hij was geen religieuze scherpslijper. (Mogelijk had hij de problemen met Ingundis niet zien aankomen omdat hij meende dat ook andere royals de kerk beschouwden als bestuurlijk instrument, niet als voertuig van diepgevoelde overtuigingen.)

In 580 belegde Leovigild dus een ariaanse synode in Toledo, waar verschillende besluiten werden genomen. Zo werd het voor de aanhangers van het Credo van Chalkedon eenvoudiger gemaakt over te stappen naar het arianisme en werden enkele aspecten van de Chalkedonische rite overgenomen in de ariaanse eredienst. De meesterzet was dat de kerk van Toledo, die we misschien “ariaans light” kunnen noemen, zich voortaan ging aanduiden als “katholiek”. Dit was mogelijk omdat op instigatie van keizer Justinianus de kerk van Constantinopel inmiddels de zogeheten “drie kapittels” had aanvaard, wat door de westelijke bisschoppen werd beschouwd als ontrouw aan het Credo van Chalkedon. Leovigild en de zijnen profiteerden van de verwarring: zij claimden dat zij de ware katholieke, orthodoxe kerk waren.

De doop van Hermenegild (schilderij uit de Koninklijke Galerij, Madrid)

En daarmee hadden ze succes. De broer van de al genoemde bisschop Leander, Isidorus van Sevilla, typeerde Justinianus als ketter en we lezen over bisschoppen die nu partij kozen voor de Visigotische koning. Wie dat niet deed, moest rekening houden met inbeslagnames. Zo wisselde de kathedraal van Toledo van eigenaar. Kortom, door een combinatie van concessies en confiscaties had Leovigild zijn zoon potentiële steun ontzegd. Steun die hij blijkbaar aannemelijk achtte. We kunnen echter tevens concluderen dat Hermenegilds bekering al als gevolg had gehad dat zijn vader zijn religieuze beleid had aangepast in de richting van het Chalkedonische Credo.

[Wordt vervolgd]

#arianisme #Brunhilde #Credo #Driekapittelstrijd #Goiswintha #Hermenegild #Ingundis #IsidorusVanSevilla #Justinianus #katholicisme #LeanderVanSevilla #Leovigild #Reccared #RijkVanToledo #Sevilla #SigebertI #Toledo #zalving

Vragen rond de jaarwisseling (2)

De niet zo grote volksverhuizingen

Twee weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze beantwoorden. Nadat we gisteren het “klassieke” deel van de oude wereld hebben bekeken, nu de fascinerende Late Oudheid.

Maar wat kunnen we nu echt weten van de laatantieke migraties?

We weten dat de vijfde eeuw gewelddadig is geweest, maar of dit kwam door grootschalige migratie, is niet helemaal duidelijk. Dat de bronnen erover schrijven, wil alleen maar zeggen dat de auteurs er belang in stelden, maar we lezen inmiddels wel dieper en herkennen beter wat ze niet zeggen. Veel van wat oudhistorici als migranten hebben getypeerd, waren feitelijk opstandige Romeinse legeronderdelen. Alarik was geen barbaar die de vijandelijke hoofdstad plunderde, maar een Romeinse officier met politieke eisen in de richting van zijn superieur.

Het veel-gereproduceerde landkaartje hierboven is misleidend. Het toont wél de buitenlandse volken die op het Romeinse Rijk lijken te zijn afgekomen, over een periode van drie eeuwen, alsof dat gelijktijdig was. Dat is dus suggestief. En het verbergt de migratie uit het Romeinse Rijk weg, hoewel christelijke minderheden naar het oosten zijn getrokken.

En er is nog iets. We kunnen met moderne bioarcheologische technieken vaststellen dat er in de Late Oudheid bevolkingsverplaatsingen zijn geweest. Dat wordt dan veelal uitgelegd als zie-je-wel-dat-er-grote-volksverhuizingen-waren. Maar hoe groot waren eerdere migraties? We kunnen dat niet meten omdat mensen toen werden gecremeerd, en er geen materiaal resteert voor chemische analyse.

Advies: lees dit boek. Het is echt goed.

Justinianus (Bode-Museum, Berlijn)

Klopt het dat het beleid van keizer Justinianus, die in het westen grote gebieden wist te heroveren, destructief is geweest voor het West-Romeins staatsapparaat?

Dit vind ik een moeilijke vraag. Het Romeinse staatsapparaat is in de loop van de vijfde eeuw al voor een deel ingestort maar – als ik een oxymoron mag gebruiken – beschaafde barbaarse koningen garandeerden ook continuïteit, die in Ostrogotisch Italië en Visigotisch Iberië aanzienlijk was. Nadat Justinianus de Maghreb en Italië had heroverd, kwamen daar bestuurders met de aloude bestuurlijke functies. Voor zover er een breuk was geweest na de verdwijning van het keizerlijk hof in Italië (476), werd die minimaal ten dele hersteld.

De zesde eeuw bood wel het akelige schouwtoneel van de grote kladderadatsch: terwijl het klimaat verslechterde, was er eerst een enorme vulkaanuitbarsting, vervolgens hongersnood en ten slotte een uitbraak van de pest. De antieke cultuur en dus ook de laat-Romeinse instituties kwamen ten einde. Maar daar kon keizer Justinianus weinig aan doen.

Visigotische decoratie uit Mérida

Wat mij opviel is dat je in Visigotische (en eerdere?) kunst de abstracte vlakverdelingen al ziet die de latere islamitische kunst kenmerkt. Hoe verhouden die twee zich?

Het antwoord weet ik niet, maar het toeval wil dat ik medio januari naar Spanje afreis, waar ik twee weken hoop rond te trekken. Daarbij staat het Visigotische Museum in Toledo op het programma, én enkele steden waar Arabische architecten hebben gewerkt. Kortom: het antwoord volgt.

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Ik ben benieuwd wat u vindt van het standpunt van Albert Delahaye dat Dorestad niet bij Wijk bij Duurstede heeft gelegen. 

De ideeën van Albert Delahaye, dat oudheidkundigen de topografie van de Romeinse Lage Landen verkeerd hadden (en dat Dorestad niet Wijk bij Duurstede is), deden in in de jaren vijftig en zestig nogal wat stof opwaaien, mede doordat er destijds minder archeologisch materiaal was. Hij had redelijk wat aanhang. De data-explosie die volgde op de ondertekening van de Conventie van Malta heeft zó veel nieuwe vondsten opgeleverd, dat Delahayes opvattingen zelfs door zijn sympathisanten inmiddels worden beschouwd als te radicaal.

Ik heb me er nooit in willen verdiepen, omdat ik vermoed dat andere onderwerpen me in de beschikbare tijd méér inzicht opleveren. Dat is een vooroordeel, inderdaad, maar ik denk dat ik er goed aan deed. Ik verantwoord me hier.

[In het nieuwe jaar meer]

(Gevelsteen, Nadorststeeg, Amsterdam)

PS

Vandaag is de laatste dag van het jaar. Ik wens u een mooie jaarwisseling. En mocht u een financieel goed jaar achter de rug hebben en wat geld kunnen missen: overweeg eens een donatie aan de Stichting Leergeld, aan Cordaid of aan Reporters Without Borders.

#Alarik #AlbertDelahaye #Dorestad #Justinianus #RijkVanToledo #vragenRondDeJaarwisseling

Romeins Recht (3): Justinianus

Modern standbeeld voor Ulpianus (Tyrus)

In het eerste stukje legde ik uit dat het Romeins Recht uiteenlopende bronnen had en in het tweede stukje toonde ik hoe rechtsgeleerden steeds meer zochten naar systematiek. Rond het midden van de derde eeuw na Chr., toen het Romeinse Rijk door een crisis ging, kwam er een tijdelijk einde aan deze rechtspraktijk. Wat dit in feite betekende, is moeilijk te achterhalen, maar het is opvallend hoe weinig documentatie we hebben uit deze periode. Vermoedelijk dateren de eerste codices, privéverzamelingen voor deze of gene provincie, uit deze tijd. Het was pas keizer Constantijn die zich weer om het Romeins Recht bekommerde en enkele rechtsgeleerden aanwees wier adviezen voortaan rechtskracht hadden. Dit staat bekend als de Citeerwet maar feitelijk was het een constitutie of, zo u wil, een decreet.

De vierde en vijfde eeuw

De tweede helft van de vierde eeuw is wel getypeerd als een renaissance en inderdaad werden allerlei oude teksten gekopieerd. Dat gold ook voor rechtsgeleerde teksten: ze werden, soms als samenvatting en altijd met aanpassingen (bijvoorbeeld aan het vernieuwde muntstelsel), opnieuw gepubliceerd. Sommige compendia hebben we over, zoals de Sententiae (“adviezen”) van Julius Paulus van Emesa en de Epitome (“samenvatting”) van Ulpianus van Tyrus. Deze laatste was overigens juridisch adviseur geweest van de keizers Caracalla (r.211-217) en Severus Alexander (r.222-235). We hebben zijn werk dus over in een vierde-eeuwse vorm. Ongetwijfeld zijn die benut in de rechtsscholen, zoals de beroemde instelling in Beiroet, dat zich tot op de huidige dag presenteert als nutrix legum, “de voedster van de wetten”.

In de derde eeuw en vroege vierde eeuw was er nogal wat wildgroei geweest. De leraren van de rechtenfaculteit in Beiroet namen het voortouw bij de herordening van het corpus aan wetten, constituties, decreten en andere regels. Een zekere Cyrillus schreef een systematische uitleg van alle juridische definities en zijn opvolgers adviseerden de keizer in Constantinopel. Er waren ook invloeden vanuit het joden- en christendom, zoals te vinden in de Collatio Legum Mosaicarum et Romanarum, waarin de wetten van Mozes naast het Romeinse recht worden geplaatst.

Keizer Theodosius II (r. 408-450) begreep hun verlangen naar één, systematisch geordend stelsel en gaf opdracht tot een codex van alle keizerlijke constituties sinds de regering van Constantijn de Grote. Deze Codex Theodosianus, gepubliceerd in 438, is zeer invloedrijk geweest. Na de desintegratie van het Romeinse bestuur in West-Europa waren er speciale edities voor de opvolgerstaten in Gallië (het Breviarium Alaricianum en de Lex Romana Burgundionum), op het Iberische Schiereiland (de Lex Romana Wisigothorum en het ambitieuze Forum Iudicum) en Italië (Edictum Theodorici).

Justinianus

Het Romeinse Recht zal echter voor altijd verbonden zijn met keizer Justinianus, die in 527 aan de macht kwam en onmiddellijk opdracht gaf tot codificatie van het volledige rechtssysteem. Het Corpus Iuris vormt het hoogtepunt van een juridische traditie die een ruim millennium eerder was begonnen met de Wetten van de Twaalf Tafelen.

Een team van tien rechtsgeleerden onder leiding van Tribonianus moest “selecteren wat nuttig was” in de handboeken, monografieën en commentaren uit de tweede en derde eeuw, alsmede de recentere compendia. “Herhalingen en tegenstrijdigheden moesten worden vermeden”, “alles wat onvolledig, onnodig of verouderd was, moest worden gewist” en de teksten moesten indien nodig worden geactualiseerd.

Het Corpus Iuris bestaat uit vier delen. Het omvangrijkste deel staat bekend als de Digestae. In vijftig boeken, onderverdeeld in titels, hoofdstukken en paragrafen, wordt elk denkbaar onderwerp behandeld. Omdat Justinianus dit uitdrukkelijk had geëist, moesten de namen van de oorspronkelijke rechtsgeleerden worden genoteerd. Een moderne verwijzing naar “Ulp., D. 50.15.1. pr.” betekent dat een opinie van Ulpianus wordt bedoeld, te vinden in het vijftigste boek van de Digesten, titel vijftien, hoofdstuk één, in de proloog. In de betreffende passage valt te lezen dat verschillende steden in Syrië de rang van colonia combineerden met Italiaanse rechten, en dat Ulpianus’  geboorteplaats Tyrus er één van was, omdat het de nobelste stad van allemaal was, heel oud, zeer betrouwbaar in de naleving van verdragen en uiterst loyaal aan Rome. Dat deze lofzang behouden is gebleven, suggereert dat Tribonianus’ team niet alles heeft gewist wat niet nodig was.

Tegelijk met de Digesten verscheen het handboek Institutiones, dat gebaseerd was op het al genoemde handboek van Gaius. Op twee nieuwe publicaties volgde de Codex Justinianus, een uitgebreidere versie van de Codex Theodosianus met keizerlijke constituties. Constituties die na de publicatie van deze drie teksten zijn verschrenen, zijn opgenomen in de Novellae. Die zijn gepubliceerd in het Grieks.

Romeins Recht als historische bron

Samen staan deze vier teksten – Institutiones, Codex, Digestae, Novellae – bekend als het Corpus Iuris. Voor een historicus vormt het hierin beschreven Romeins Recht een ware goudmijn. Hier hebben we een grote hoeveelheid wetgeving, relevant voor de Late Oudheid, maar gebaseerd op oudere regelgeving, die we vaak kunnen reconstrueren.

Bovendien bieden de Digesten inzicht in kwesties die juridisch advies vereisten, zodat we veel vernemen over de dingen die er voor de Romeinen werkelijk toe deden. Af en toe herken je de persoonlijkheid van een juridisch expert. Het zegt veel over het gevoel voor humor van Julius Paulus dat hij, in zijn commentaar op een wet die overspel bestrafte met verbanning naar een eiland, adviseerde de veroordeelden te sturen naar twee verschillende eilanden.

Tot slot: een van de grote vragen is hoe de Digesten in slechts drie jaar tot stand hebben kunnen komen. De verklaring is vrijwel zeker dat er een oudere collectie is geweest in de rechtsschool van Beiroet. We moeten het materiaal daarom met enige voorzichtigheid benutten. De originele teksten zijn geschreven in Italië, de eerste collectie was relevant voor Beiroet en Justinianus voerde deze opnieuw voor de Romeinse wereld van de zesde eeuw. Ik zou de informatie uit de Digesten dus niet zomaar extrapoleren naar pakweg Romeins Nijmegen of Tongeren.

[Met dank aan Sidney Smeets]

#beiroet #breviariumAlaricianum #caracalla #codexJustinianus #codexTheodosianus #collatioLegumMosaicarumEtRomanarum #constantijnDeGrote #corpusIuris #edictumTheodorici #forumIudicum #juliusPaulus #justinianus #lexRomanaBurgundionum #lexRomanaWisigothorum #libanon #romeinsRecht #severusAlexander #theodosiusIi #tribonianus #tyrus #ulpianus

Overgeleverde teksten

Een kopiist voltooit zijn werk

De discussie ging over het doorgeven van antieke verhalen. Het ligt voor de hand dat die veranderden toen ze nog mondeling waren. U kent vast wel het kleuterschoolspelletje waarbij de kinderen in een kring zitten, het eerste kind het tweede kind iets in het oor fluistert dat die moet doorfluisteren aan het volgende kind, en dat als het bericht de kring rond is gegaan, er een totaal andere boodschap is. Doorgegeven verhalen veranderen bovendien ook als ze op schrift staan. Waren er, opperde een van de discussianten, niet ook aanpassingen gedaan aan de Bijbel?

Mondeling overgeleverde teksten

Eerst even iets over dat mondelinge doorgeven. Ik speelde net vals door het te vergelijken met dat kleuterspelletje. Men had destijds namelijk een manier om de informatie accuraat door te geven: poëzie. Alliteratie, ritme en rijm helpen goed om een korte boodschap intact te houden. De Latijnse bezweringsformule pastores pecuaque salva servassis, “herders en vee, bescherm ze”, gaat terug tot het Proto-Indo-Europees en is een millennium of drie mondeling doorgegeven. Daarbij zijn wat aanpassingen gedaan aan de taal, maar het allittererende zinnetje zelf bleef bewaard.

Een ander voorbeeld: als de plot maar goed is, gaat een verhaal ook lang mee. Dat denken we althans en het klinkt plausibel. Het sprookje van Sjaak en de Bonenstaak is met zekerheid oer-, oeroud (lees maar hier). Het probleem met deze redenering is echter dat we niet weten welke verhalen verloren zijn gegaan. Misschien hadden die wel een veel sterkere plot. En trouwens, wat is dat eigenlijk, een sterke plot? Kortom, mondelinge tradities zijn niet helemáál onbetrouwbaar, maar eigenlijk hebben we er niet voldoende vat op.

Geschreven overgeleverde teksten

Als informatie eenmaal op schrift staat, kunnen we wel zien hoe ze wordt doorgegeven. En inderdaad, er zijn aanpassingen. Omdat de discussie de Bijbel noemde, haal ik daar een voorbeeld uit:

De Heer zette David tegen het volk op met de woorden: “Ga in Israël en Juda een volkstelling houden.”noot 2 Samuël 24.1; NBV21.

David doet keurig wat hem wordt opgedragen en wordt vervolgens bestraft. Voor de auteur van dit verhaal was dat geen probleem: God is te groot voor de menselijke criteria voor goed en kwaad. Een paar eeuwen later was men daar anders over gaan denken. De auteur van Kronieken past het verhaal aan:

Satan keerde zich tegen Israël en zette David ertoe aan in Israël een volkstelling te houden.noot 1 Kronieken 21.1; NBV21.

Wie nog meer bewerking zoekt, kan Genesis leggen naast Kronieken naast de apocriefe Henochitische literatuur, het Genesis-apocryphon, en Jubileeën, het Boek der reuzen en het Boek van Noach. Ik meen dat het Emanuel Tov, een van de grote kenners van de Dode-Zee-rollen, was die voor dit genre de term “reworked scripture” bedacht. Het simpele punt is: dit was een voorindustriële samenleving, waarin informatie schaars was en hoog werd aangeslagen. Men vond het om die reden belangrijker mensen juist te informeren dan de bedoeling van de auteur correct weer te geven. Men voelde zich daarom vrij de tekst te verbeteren als de opsteller zich, naar de nieuwere inzichten, had vergist. Dat op die manier juist verkeerde informatie kon ontstaan, is ons probleem, niet het hunne.

Zo moeten we ook kijken naar – ik noem eens wat – de antieke wetenschappelijke uitgaven van de homerische poëzie. Niemand bekreunde zich om de dichter zelf, het ging erom een goed gedicht te maken. Ander voorbeeld: de codificatie van het Romeins Recht door keizer Justinianus, waarin alle geldbedragen mechanisch werden aangepast aan de in zijn tijd gangbare valuta.

Hoe erg is dit alles?

Voor ons is dit allemaal wat onhandig, want wij vinden het wel belangrijk te weten wat de precieze woorden van deze of gene auteur zijn. Als er van een bepaalde tekst maar één handschrift is, zullen we nooit weten of er mee is gerommeld. Daarvoor is immers vergelijkingsmateriaal nodig.

Toch zijn er een paar hoopvolle tekenen. Een daarvan is dat we van redelijk wat teksten middeleeuwse kopieën hebben én antieke papyri, en dan blijkt de wildgroei toch niet zo groot te zijn. Een schrijffoutje hier of daar, dat wel, maar als er een standaardtekst was, werd die redelijk nauwkeurig doorgegeven. Niettemin: het blijft een punt van aandacht.

#2Samuël #BoekDerReuzen #BoekVanNoach #DodeZeeRollen #EmanuelTov #GenesisApocryphon #HenochitischeLiteratuur #Homeros #Jubileeën #Justinianus #koningDavid #Kronieken #mondelingeLiteratuur #poëzie #ProtoIndoEuropees #ReworkedScripture #Satan #SjaakEnDeBonenstaak

Proto-Indo-Europees in de Breestraat - Mainzer Beobachter

Het Proto-Indo-Europees is de moeder van bijna alle Europese talen. De ontdekking is een enorme geesteswetenschappelijke triomf.

Mainzer Beobachter

De Hagia Sofia

De Hagia Sofia

Mijn zakenpartner reist bovengemiddeld veel en is niet snel ergens van onder de indruk, maar in Istanbul, in de Hagia Sofia, viel hij even stil. En ik snap hem helemaal. De kerk van de Heilige Wijsheid is ook voor mij een van de allermooiste monumenten uit de Oudheid. De Heilige Wijsheid in kwestie is overigens een andere aanduiding voor het Woord van God ofwel Christus.

De belangrijkste kerk van Constantinopel, want daarover hebben we het, stond op een boogscheut van een ouder christelijk heiligdom, de Kerk van de Goddelijke Vrede ofwel de Heilige Eirene. In de tekst die bekendstaat als de Notitia Urbis Constaninopoliana heten ze “de oude kerk” en de “nieuwe kerk”.

De kerk van Constantijn

De Hagia Sofia is voor het eerst gebouwd door keizer Constantijn de Grote (r.306-337), maar pas door zijn zoon Constantius II voltooid: in 360 om precies te zijn. Hoewel de patriarch van Constantinopel voorging in deze kerk, was ze toen waarschijnlijk nog niet de belangrijkste gebedsplaats van de stad, want toen keizer Theodosius I in 381 de bisschoppen uitnodigde voor het Eerste Concilie van Constantinopel, vergaderden de heren in de Hagia Eirene.

De Hagia Sofia

Enkele jaren later, in 399, stond de Hagia Sofia wel in het centrum van alle aandacht. Patriarch Johannes Chrysostomos bood toen asiel aan aan Eutropius, de in ongenade gevallen rechterhand van keizer Arcadius (r.395-408). Dit was maar één incident in een langer durend steekspel tussen de patriarch en keizerin Eudoxia I, die er enkele jaren later in slaagde haar rivaal verbannen te krijgen. Dat leidde weer tot rellen, tot de terugroeping van Johannes, en tot een nieuw incident toen de keizerin vlakbij de Hagia Sofia een zilveren standbeeld kreeg.

De patriarch protesteerde, kreeg opnieuw bevel zijn protesten elders te ventileren (namelijk in Armenië) en vertrok. Maar het was evident dat God stond aan zijn zijde, want nog die nacht brandde de Hagia Sofia af, alsof de Goddelijke Wijsheid met hem mee ging en niets van de keizerin moest weten. Toen zij enkele weken later overleed, begreep iedereen wie het recht aan zijn zijde had gehad. De kerk moest als de wiedeweerga worden herbouwd en dat werd de taak van Arcadius’ zoon Theodosius II (r.408-450).

Resten van de kerk van Theodosius II

De kerk van Theodosius

De tweede Hagia Sofia werd in 415 ingewijd. Bij de noordwestelijke ingang van de Hagia Sofia zijn in de tuin nog wat overblijfselen van deze kerk zichtbaar. Zie de foto hierboven. Archeologen menen dat de kerk van Theodosius min of meer dezelfde vorm heeft gehad had als de derde Hagia Sofia, die nodig werd toen Theodosius’ kerk was afgebrand tijdens net Nika-oproer van 532.

De eerste kerk van Justinianus

De eerste steen van de derde Hagia Sofia werd gelegd op 23 februari, slechts eenenveertig dagen nadat Theodosius’ kerk was geplunderd en vernietigd. Het bewijst het enorme belang dat keizer Justinianus (r.527-565) hechtte aan de kerk. De architecten waren Isidoros van Milete en Anthemios van Tralleis. (De laatste is de man die het sprookje van Archimedes’ brandspiegels in de wereld heeft geholpen.)

Het interieur van de Hagia Sofia

Ze hadden eerder al de charmante kerk van Sergios en Bakchos gebouwd en gebruikten dit ontwerp opnieuw, zij het op grotere schaal en met een ander soort koepel. De derde Hagia Sofia was al na minder dan zes jaar voltooid en werd ingewijd op 26 december 537. Toen Justinianus de kerk binnenging, merkte hij bescheiden op dat hij koning Salomo had overtroffen. De Byzantijnse auteur Prokopios beschrijft deze kerk in detail aan het begin van zijn boek over de Gebouwen van Justinianus.

Een interessant detail uit deze tijd is de muur van het Concilie, te vinden op de eerste verdieping. In 553 kwamen hier de bisschoppen van het Tweede Concilie van Constantinopel samen om de “drie kapitels” te bespreken, een van de vele pogingen om de monofysieten terug te winnen voor de officiële kerk.

Kapiteel met het monogram van Justinianus

De tweede kerk van Justinianus

In datzelfde jaar, 553 dus, werd Constantinopel getroffen door een aardbeving. Vier jaar later opnieuw. Niet vreemd: dit deel van Turkije is een van de seismisch meest actieve zones ter wereld, zoals u zich wellicht herinnert. Als gevolg van de schokken werd de koepel onstabiel en hij stortte in 558 in. Een nieuwe architect, een neef van Isidoros van Milete die ook Isidoros heette, vond de oplossing en maakte de nieuwe koepel nog hoger. De krachten werden daardoor meer verticaal gericht, wat inderdaad leidde tot een stabielere constructie. Isidoros voegde wel twee paar steunberen toe en daarmee was de kerk definitief voltooid. Ze werd in 563 weer in gebruik genomen en is sindsdien niet meer grondig verbouwd. De Byzantijnen hadden de perfecte vorm gevonden.

De Hagia Sofia met steunberen en minaret

Architectuur

De kerk is ongeveer vijfenzeventig meter lang en zeventig meter breed en is zó aangelegd dat de zuidoostelijke apsis wijst naar de plaats waar de zon opkomt ten tijde van de winterzonnewende: een herinnering dat Christus het licht van de wereld is. De Hagia Sofia heeft drie schepen, gescheiden door de pijlers waarop de koepel rust. De schepen in het noordoosten en het zuidwesten hebben twee verdiepingen en kerkgangers konden de mis ook vanuit de galerijen bijwonen. Het middenschip is in het zuidoosten en in het noordwesten verlengd met drie apsissen.

Verschillende zuilen zijn afkomstig uit een zonnetempel, maar het is onduidelijk of dat die in Rome of Baalbek is geweest. In elk geval was het recyclen van materiaal uit heidense tempels een manier om de machteloosheid der afgoden & triomf van het christendom te onderstrepen.

De plafondmozaïeken van de Hagia Sofia, noordwest is boven (klik=groot)

De Kerk van de Goddelijke Wijsheid is beroemd om zijn marmeren zuilen – met prachtige kapitelen – en mozaïeken. De meeste zijn middeleeuws, maar op sommige plaatsen is de originele decoratie nog steeds te zien. Die is bedoeld om te spiegelen. Zwart en goud zijn de dominante kleuren en het is makkelijk om in te stemmen met Prokopios’ oordeel dat

men zou kunnen zeggen dat het interieur niet van buitenaf wordt verlicht door de zon, maar dat het licht van binnen straalt. In zo’n overvloed aan licht baadt dit heiligdom.

De kerk is in 1204 geplunderd door de ridders van de Vierde Kruistocht. De Kroniek van Novgorod beschrijft wat verloren ging: een met zilver beslagen preekstoel, de troon van de patriarch, kruisen, iconen, zilveren lampen en evangeliën. De Kruisridders-operatie werd geleid door Enrico Dandolo, de doge van Venetië, die niet veel later overleed. Een inscriptie op de eerste verdieping van het zuidwestelijke schip geeft aan waar zijn graf was.

Het graf van Dandolo in de Hagia Sofia

Ottomaanse architecten hebben de steunberen van de kerk nog versterkt. Als de Turkse moskeeën en badhuizen eleganter ogen, is dat omdat de bouwmeesters hebben geleerd van de Hagia Sofia.

#AnthemiosVanTralleis #apsis #Arcadius #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #ConstantiusII #EersteConcilieVanConstantinopel #EnricoDandolo #EudoxiaI #EutropiusHoveling_ #HagiaSofia #IsidorosVanMileteJr #IsidorosVanMileteSr #Istanbul #JohannesChrysostomos #Justinianus #koepelbouw #KroniekVanNovgorod #NikaOproer #Prokopios #TheodosiusI #TheodosiusII #Turkije #TweedeConcilieVanConstantinopel #VierdeKruistocht #winterzonnewende #woordVanGod

Nog eenmaal werelderfgoed: Istanbul - Mainzer Beobachter

In mijn reeks over het werelderfgoed in Turkije mag Istanbul niet ontbreken: het antieke Constantinopel is nog verbazingwekkend aanwezig.

Mainzer Beobachter