De Maronitische Wereldkroniek (2) Arcadius

Arcadius (Valkhofmuseum, Nijmegen)

[Dit is het tweede van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

706 SE. ≡ okt. 394/sept. 395

…… terwijl de keizer [Theodosius] met het Romeinse leger in de westelijke gebieden was en Eugenius zich … (?).

In de oostelijke gebieden van het Romeinse Rijk veroorzaakten de Hunnen onrust en staken … en Sofene en Mesopotamië over, waarna ze naar Galatië trokken. Deze ramp vond plaats in … in de tijd van Theodosius in zijn tweede regeringsjaar, dat was het jaar 706.

Theodosius regeerde zeventien jaar en enkele maanden, waarna de regering werd overgenomen door zijn zonen Arcadius en Honorius.

Commentaar
In september 394 had Theodosius I zijn rivaal Eugenius aan de rivier de Frigidus verslagen; met het leger bevond hij zich in Milaan. Daar overleed hij begin januari 395, na een regering van zeventien jaar minus twee dagen. Desondanks klopt de bewering dat hij zeventien jaar en enige maanden regeerde, want de samensteller neemt als Theodosius’ eerste jaar het hele jaar waarin zijn regeringsbegin viel, d.w.z. de periode van 1 oktober 377 tot en met 30 september 378. Zijn zeventiende jaar loopt dus tot en met 30 september 394, en daar voegde Theodosius dus nog wat maanden aan toe.

Ik vermoed dat de keizer wiens tweede regeringsjaar het was, feitelijk Honorius was. De leiders van de Hunse invasie van Anatolië waren Basich en Kursich.

693 SE. ≡ okt. 381/sept. 382

Arcadius regeerde sinds het jaar 693 en regeerde dertien jaar samen met zijn vader, waarna hij na de dood van zijn vader alleen regeerde. Zelf bestuurde hij het oosten en zijn broer het westen.
………
Tijdens het bewind van Arcadius was het bisdom van Johannes …… Ook Theodosius, de bisschop van …, daarna was er een bisschop ……
………
Toen Arcadius acht jaar na zijn vader had geregeerd, besteeg ook zijn zoon Theodosius II de troon. Hij was nog een kleine jongen …… Honorius was nog in leven en regeerde nog in de westelijke gebieden. Honorius regeerde achtentwintig jaar.

Commentaar
De keizer die achtentwintig jaar regeerde, kan alleen Arcadius zijn. De slecht bewaarde kerkelijke informatie zou kunnen verwijzen naar Johannes Chrysostomos, de patriarch van Constantinopel, en naar Theodotus van Antiochië, de patriarch van Antiochië.

[Wordt vervolgd]

#AdrianPirtea #AlexHourani #Arcadius #bronnenuitgave #Eugenius #Honorius #Hunnen #JohannesChrysostomos #MaronitischeWereldkroniek #TheodosiusI

Maron, een laatantieke kluizenaar

Een moderne afbeelding van Maron

Effe een stukje over de Late Oudheid, over de christelijke kluizenaar Maron. Hij is op afbeeldingen herkenbaar aan een zwarte habijt en een stola, en hij heeft meestal een staf in de hand, waardoor hij te identificeren is als abt. Hij zou zelf hebben opgekeken van die typering, want een abt staat aan het hoofd van een klooster, dus een gemeenschap van monniken. Maron was daarentegen een alleen levende kluizenaar.

Het was in zijn tijd, zo rond het jaar 400 na Chr., niet ongebruikelijk dat mensen in het lijden van Christus wilden delen door in eenzaamheid een sober leven te leiden, liefst in een ontoegankelijk gebied. Zo ook Maron, die leefde bij een verlaten heidense tempel in de buurt van de Syrische stad Kyrrhos. Dat zijn hele bezit bestond uit een leren tent, was voor die tijd opvallend sober: meestal leefden kluizenaars en monniken in grotten of simpele huisjes. Blijkbaar trok Marons nog radicalere versterving de aandacht, want hij had nogal wat volgelingen, die in de omgeving kwamen wonen. Die zullen Marons gezag hebben erkend en op zondag zijn samengekomen voor de eredienst, maar hadden verder weinig gemeenschappelijk. Helemaal alleen waren ze dus niet, een georganiseerd klooster waren ze evenmin; men noemt deze tussenvorm weleens een laura.

Het bovenstaande is eigenlijk alles wat we weten over Maron. Ik ontleen het aan de frustrerend korte biografische schets die een bisschop van datzelfde Kyrrhos, Theodoretos, een kwart eeuw na Marons dood opnam in een collectie monnikenlevens. Het zijn er in totaal dertig, en diverse gebiografeerden waren leerlingen van Maron.

Monnikenorde

Die leerlingen leefden niet altijd meer in tenten: een van hen, Jakobus de Eenzame, gaf zelfs dat comfort op en leefde in de open lucht. Domnica organiseerde een vrouwengemeenschap. Abraham trok naar het Libanongebergte en woonde in een grot bij Afqa, bij de bron van de rivier de Adonis. (Die heet sindsdien Nahr Ibrahim, “Abrahamrivier”.) Een andere volgeling van Maron die zich als kluizenaar vestigde in Libanon, was Simeon, die woonde in de Qadishavallei.

Kortom, Maron was de stichter van een religieuze beweging, en hoewel hij zelf een tent wel voldoende vond, schonk keizer Marcianus in 452 een groep vroege maronieten een oude vluchtburcht bij de bron van de rivier de Orontes. Het bouwsel was hoog in de rotsen uitgehouwen en het houdt het midden tussen een verzameling kunstmatige grotten en een klooster. De tiende-eeuwse Arabische auteur Al-Masudi (ik citeerde hem al eens) meende dat in dit aan Sint-Maron gewijde klooster wel driehonderd monniken woonden.

Het klooster bij de bron van de Orontes

Bronnen

Terug naar Maron zelf. Het is wonderlijk dat Theodoretos, die toch bisschop was in de stad waar Maron had geleefd, over zijn leerlingen vrij veel heeft te vertellen, maar over hun meester eigenlijk niets weet. De vier korte paragrafen waar het om draait, bieden allerlei stichtelijks, maar weinig inhoudelijks.

De gedachte komt dan al snel bij je op dat Maron misschien niet heeft bestaan. Dat is geen hyperscepsis. Anderhalve eeuw later leefde namelijk Johannes Maron, die voor de maronieten even belangrijk was. Daarover zo meteen meer. Het zou niet vreemd zijn als er een persoonsverwisseling is geweest – of beter, een persoonsverdubbeling. Maar zo is het toch niet. We beschikken namelijk over een in 407 geschreven briefje waarin de kerkleraar Johannes Chrysostomos hoffelijk informeert naar Marons gezondheid.

Gezagscrisis

In de vroege zevende eeuw veroverden de Sassanidische Perzen de Levant. De patriarch van Antiochië vluchtte naar Constantinopel. Hij had daarna feitelijk geen gezag meer in de oorlogszone. Dit maakte de maronitische kloosters belangrijker dan ze ooit eerder waren geweest, ook toen keizer Herakleios in 628 het Byzantijnse gezag herstelde. Zes jaar later arriveerden immers de Arabische veroveraars, die de door de eerdere oorlog uitgeputte regio in minder dan geen tijd onderwierpen.

Inmiddels hadden de maronieten – op dit moment dus feitelijk een kloosterorde met veel aanhang bij de bevolking – een ietwat ongebruikelijke geloofsopvatting: ze hingen het monotheletisme aan, een door Herakleios voorgesteld compromis om de diverse soorten christenen te herenigen. Het wilde zeggen dat Christus weliswaar twee naturen had gehad, maar slechts één wil. De theologen en bisschoppen van het Byzantijnse Rijk typeerden het op het Derde Concilie van Constantinopel (680/681) als onorthodox.

Het kerkje in Yanouh

Maar daar trokken de maronieten zich weinig van aan. Zij woonden al bijna een halve eeuw in het Kalifaat en hielden vast aan hun eigen opvattingen. Om dat te onderstrepen, wezen ze ook een eigen patriarch aan, de zojuist genoemde Johannes Maron. Hij resideerde in een klooster te Kfarhay bij het havenstadje Batroun. Later verplaatste de residentie zich naar een klooster bij Yanouh, hoog in de bergen.

Maronieten

De maronieten moesten zich eeuwenlang voortdurend te weer stellen tegen moslims én Byzantijnse christenen. En omdat de vijand van mijn vijand mijn vriend is, werden ze tijdens de Kruistochten de bondgenoot van de Kruisridders. Het verleden moest wel worden herschreven: de maronieten presenteerden zich voortaan als een buitenpost van het Latijnse christendom. En dat doen ze nog steeds.

Wat me brengt bij de dag van vandaag. Libanezen hebben op deze planeet de meeste vrije dagen, want de feestdagen van alle confessies zijn voor iedereen een vrije dag. En dat nemen ze serieus. Omdat Sint-Maron dit jaar valt op zondag (namelijk vandaag), zou er eigenlijk geen extra vrije dag zijn. Dus die is nu, zo begrijp ik, verplaatst naar aanstaande maandag.

#Afqa #AlMasudi #DerdeConcilieVanConstantinopel #JohannesChrysostomos #JohannesMaron #Kyrrhos #Marcianus #maronieten #Qadishavallei #SintMaron

De Hagia Sofia

De Hagia Sofia

Mijn zakenpartner reist bovengemiddeld veel en is niet snel ergens van onder de indruk, maar in Istanbul, in de Hagia Sofia, viel hij even stil. En ik snap hem helemaal. De kerk van de Heilige Wijsheid is ook voor mij een van de allermooiste monumenten uit de Oudheid. De Heilige Wijsheid in kwestie is overigens een andere aanduiding voor het Woord van God ofwel Christus.

De belangrijkste kerk van Constantinopel, want daarover hebben we het, stond op een boogscheut van een ouder christelijk heiligdom, de Kerk van de Goddelijke Vrede ofwel de Heilige Eirene. In de tekst die bekendstaat als de Notitia Urbis Constaninopoliana heten ze “de oude kerk” en de “nieuwe kerk”.

De kerk van Constantijn

De Hagia Sofia is voor het eerst gebouwd door keizer Constantijn de Grote (r.306-337), maar pas door zijn zoon Constantius II voltooid: in 360 om precies te zijn. Hoewel de patriarch van Constantinopel voorging in deze kerk, was ze toen waarschijnlijk nog niet de belangrijkste gebedsplaats van de stad, want toen keizer Theodosius I in 381 de bisschoppen uitnodigde voor het Eerste Concilie van Constantinopel, vergaderden de heren in de Hagia Eirene.

De Hagia Sofia

Enkele jaren later, in 399, stond de Hagia Sofia wel in het centrum van alle aandacht. Patriarch Johannes Chrysostomos bood toen asiel aan aan Eutropius, de in ongenade gevallen rechterhand van keizer Arcadius (r.395-408). Dit was maar één incident in een langer durend steekspel tussen de patriarch en keizerin Eudoxia I, die er enkele jaren later in slaagde haar rivaal verbannen te krijgen. Dat leidde weer tot rellen, tot de terugroeping van Johannes, en tot een nieuw incident toen de keizerin vlakbij de Hagia Sofia een zilveren standbeeld kreeg.

De patriarch protesteerde, kreeg opnieuw bevel zijn protesten elders te ventileren (namelijk in Armenië) en vertrok. Maar het was evident dat God stond aan zijn zijde, want nog die nacht brandde de Hagia Sofia af, alsof de Goddelijke Wijsheid met hem mee ging en niets van de keizerin moest weten. Toen zij enkele weken later overleed, begreep iedereen wie het recht aan zijn zijde had gehad. De kerk moest als de wiedeweerga worden herbouwd en dat werd de taak van Arcadius’ zoon Theodosius II (r.408-450).

Resten van de kerk van Theodosius II

De kerk van Theodosius

De tweede Hagia Sofia werd in 415 ingewijd. Bij de noordwestelijke ingang van de Hagia Sofia zijn in de tuin nog wat overblijfselen van deze kerk zichtbaar. Zie de foto hierboven. Archeologen menen dat de kerk van Theodosius min of meer dezelfde vorm heeft gehad had als de derde Hagia Sofia, die nodig werd toen Theodosius’ kerk was afgebrand tijdens net Nika-oproer van 532.

De eerste kerk van Justinianus

De eerste steen van de derde Hagia Sofia werd gelegd op 23 februari, slechts eenenveertig dagen nadat Theodosius’ kerk was geplunderd en vernietigd. Het bewijst het enorme belang dat keizer Justinianus (r.527-565) hechtte aan de kerk. De architecten waren Isidoros van Milete en Anthemios van Tralleis. (De laatste is de man die het sprookje van Archimedes’ brandspiegels in de wereld heeft geholpen.)

Het interieur van de Hagia Sofia

Ze hadden eerder al de charmante kerk van Sergios en Bakchos gebouwd en gebruikten dit ontwerp opnieuw, zij het op grotere schaal en met een ander soort koepel. De derde Hagia Sofia was al na minder dan zes jaar voltooid en werd ingewijd op 26 december 537. Toen Justinianus de kerk binnenging, merkte hij bescheiden op dat hij koning Salomo had overtroffen. De Byzantijnse auteur Prokopios beschrijft deze kerk in detail aan het begin van zijn boek over de Gebouwen van Justinianus.

Een interessant detail uit deze tijd is de muur van het Concilie, te vinden op de eerste verdieping. In 553 kwamen hier de bisschoppen van het Tweede Concilie van Constantinopel samen om de “drie kapitels” te bespreken, een van de vele pogingen om de monofysieten terug te winnen voor de officiële kerk.

Kapiteel met het monogram van Justinianus

De tweede kerk van Justinianus

In datzelfde jaar, 553 dus, werd Constantinopel getroffen door een aardbeving. Vier jaar later opnieuw. Niet vreemd: dit deel van Turkije is een van de seismisch meest actieve zones ter wereld, zoals u zich wellicht herinnert. Als gevolg van de schokken werd de koepel onstabiel en hij stortte in 558 in. Een nieuwe architect, een neef van Isidoros van Milete die ook Isidoros heette, vond de oplossing en maakte de nieuwe koepel nog hoger. De krachten werden daardoor meer verticaal gericht, wat inderdaad leidde tot een stabielere constructie. Isidoros voegde wel twee paar steunberen toe en daarmee was de kerk definitief voltooid. Ze werd in 563 weer in gebruik genomen en is sindsdien niet meer grondig verbouwd. De Byzantijnen hadden de perfecte vorm gevonden.

De Hagia Sofia met steunberen en minaret

Architectuur

De kerk is ongeveer vijfenzeventig meter lang en zeventig meter breed en is zó aangelegd dat de zuidoostelijke apsis wijst naar de plaats waar de zon opkomt ten tijde van de winterzonnewende: een herinnering dat Christus het licht van de wereld is. De Hagia Sofia heeft drie schepen, gescheiden door de pijlers waarop de koepel rust. De schepen in het noordoosten en het zuidwesten hebben twee verdiepingen en kerkgangers konden de mis ook vanuit de galerijen bijwonen. Het middenschip is in het zuidoosten en in het noordwesten verlengd met drie apsissen.

Verschillende zuilen zijn afkomstig uit een zonnetempel, maar het is onduidelijk of dat die in Rome of Baalbek is geweest. In elk geval was het recyclen van materiaal uit heidense tempels een manier om de machteloosheid der afgoden & triomf van het christendom te onderstrepen.

De plafondmozaïeken van de Hagia Sofia, noordwest is boven (klik=groot)

De Kerk van de Goddelijke Wijsheid is beroemd om zijn marmeren zuilen – met prachtige kapitelen – en mozaïeken. De meeste zijn middeleeuws, maar op sommige plaatsen is de originele decoratie nog steeds te zien. Die is bedoeld om te spiegelen. Zwart en goud zijn de dominante kleuren en het is makkelijk om in te stemmen met Prokopios’ oordeel dat

men zou kunnen zeggen dat het interieur niet van buitenaf wordt verlicht door de zon, maar dat het licht van binnen straalt. In zo’n overvloed aan licht baadt dit heiligdom.

De kerk is in 1204 geplunderd door de ridders van de Vierde Kruistocht. De Kroniek van Novgorod beschrijft wat verloren ging: een met zilver beslagen preekstoel, de troon van de patriarch, kruisen, iconen, zilveren lampen en evangeliën. De Kruisridders-operatie werd geleid door Enrico Dandolo, de doge van Venetië, die niet veel later overleed. Een inscriptie op de eerste verdieping van het zuidwestelijke schip geeft aan waar zijn graf was.

Het graf van Dandolo in de Hagia Sofia

Ottomaanse architecten hebben de steunberen van de kerk nog versterkt. Als de Turkse moskeeën en badhuizen eleganter ogen, is dat omdat de bouwmeesters hebben geleerd van de Hagia Sofia.

#AnthemiosVanTralleis #apsis #Arcadius #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #ConstantiusII #EersteConcilieVanConstantinopel #EnricoDandolo #EudoxiaI #EutropiusHoveling_ #HagiaSofia #IsidorosVanMileteJr #IsidorosVanMileteSr #Istanbul #JohannesChrysostomos #Justinianus #koepelbouw #KroniekVanNovgorod #NikaOproer #Prokopios #TheodosiusI #TheodosiusII #Turkije #TweedeConcilieVanConstantinopel #VierdeKruistocht #winterzonnewende #woordVanGod

Nog eenmaal werelderfgoed: Istanbul - Mainzer Beobachter

In mijn reeks over het werelderfgoed in Turkije mag Istanbul niet ontbreken: het antieke Constantinopel is nog verbazingwekkend aanwezig.

Mainzer Beobachter