Vragen rond de jaarwisseling (2)

De niet zo grote volksverhuizingen

Twee weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze beantwoorden. Nadat we gisteren het “klassieke” deel van de oude wereld hebben bekeken, nu de fascinerende Late Oudheid.

Maar wat kunnen we nu echt weten van de laatantieke migraties?

We weten dat de vijfde eeuw gewelddadig is geweest, maar of dit kwam door grootschalige migratie, is niet helemaal duidelijk. Dat de bronnen erover schrijven, wil alleen maar zeggen dat de auteurs er belang in stelden, maar we lezen inmiddels wel dieper en herkennen beter wat ze niet zeggen. Veel van wat oudhistorici als migranten hebben getypeerd, waren feitelijk opstandige Romeinse legeronderdelen. Alarik was geen barbaar die de vijandelijke hoofdstad plunderde, maar een Romeinse officier met politieke eisen in de richting van zijn superieur.

Het veel-gereproduceerde landkaartje hierboven is misleidend. Het toont wél de buitenlandse volken die op het Romeinse Rijk lijken te zijn afgekomen, over een periode van drie eeuwen, alsof dat gelijktijdig was. Dat is dus suggestief. En het verbergt de migratie uit het Romeinse Rijk weg, hoewel christelijke minderheden naar het oosten zijn getrokken.

En er is nog iets. We kunnen met moderne bioarcheologische technieken vaststellen dat er in de Late Oudheid bevolkingsverplaatsingen zijn geweest. Dat wordt dan veelal uitgelegd als zie-je-wel-dat-er-grote-volksverhuizingen-waren. Maar hoe groot waren eerdere migraties? We kunnen dat niet meten omdat mensen toen werden gecremeerd, en er geen materiaal resteert voor chemische analyse.

Advies: lees dit boek. Het is echt goed.

Justinianus (Bode-Museum, Berlijn)

Klopt het dat het beleid van keizer Justinianus, die in het westen grote gebieden wist te heroveren, destructief is geweest voor het West-Romeins staatsapparaat?

Dit vind ik een moeilijke vraag. Het Romeinse staatsapparaat is in de loop van de vijfde eeuw al voor een deel ingestort maar – als ik een oxymoron mag gebruiken – beschaafde barbaarse koningen garandeerden ook continuïteit, die in Ostrogotisch Italië en Visigotisch Iberië aanzienlijk was. Nadat Justinianus de Maghreb en Italië had heroverd, kwamen daar bestuurders met de aloude bestuurlijke functies. Voor zover er een breuk was geweest na de verdwijning van het keizerlijk hof in Italië (476), werd die minimaal ten dele hersteld.

De zesde eeuw bood wel het akelige schouwtoneel van de grote kladderadatsch: terwijl het klimaat verslechterde, was er eerst een enorme vulkaanuitbarsting, vervolgens hongersnood en ten slotte een uitbraak van de pest. De antieke cultuur en dus ook de laat-Romeinse instituties kwamen ten einde. Maar daar kon keizer Justinianus weinig aan doen.

Visigotische decoratie uit Mérida

Wat mij opviel is dat je in Visigotische (en eerdere?) kunst de abstracte vlakverdelingen al ziet die de latere islamitische kunst kenmerkt. Hoe verhouden die twee zich?

Het antwoord weet ik niet, maar het toeval wil dat ik medio januari naar Spanje afreis, waar ik twee weken hoop rond te trekken. Daarbij staat het Visigotische Museum in Toledo op het programma, én enkele steden waar Arabische architecten hebben gewerkt. Kortom: het antwoord volgt.

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Ik ben benieuwd wat u vindt van het standpunt van Albert Delahaye dat Dorestad niet bij Wijk bij Duurstede heeft gelegen. 

De ideeën van Albert Delahaye, dat oudheidkundigen de topografie van de Romeinse Lage Landen verkeerd hadden (en dat Dorestad niet Wijk bij Duurstede is), deden in in de jaren vijftig en zestig nogal wat stof opwaaien, mede doordat er destijds minder archeologisch materiaal was. Hij had redelijk wat aanhang. De data-explosie die volgde op de ondertekening van de Conventie van Malta heeft zó veel nieuwe vondsten opgeleverd, dat Delahayes opvattingen zelfs door zijn sympathisanten inmiddels worden beschouwd als te radicaal.

Ik heb me er nooit in willen verdiepen, omdat ik vermoed dat andere onderwerpen me in de beschikbare tijd méér inzicht opleveren. Dat is een vooroordeel, inderdaad, maar ik denk dat ik er goed aan deed. Ik verantwoord me hier.

[In het nieuwe jaar meer]

(Gevelsteen, Nadorststeeg, Amsterdam)

PS

Vandaag is de laatste dag van het jaar. Ik wens u een mooie jaarwisseling. En mocht u een financieel goed jaar achter de rug hebben en wat geld kunnen missen: overweeg eens een donatie aan de Stichting Leergeld, aan Cordaid of aan Reporters Without Borders.

#Alarik #AlbertDelahaye #Dorestad #Justinianus #RijkVanToledo #vragenRondDeJaarwisseling

Tweemaal licht mijn hart op:
1. Het was lang geleden dat ik de naam nog was tegengekomen, maar de ideeën van geschiedenisrevisionist Albert Delahaye c.s. zijn nog steeds, eumeh, apart.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Albert_Delahaye

2. Ze zijn nog te vinden zonder waybackmachine, dit soort webpagina's!
https://www.noviomagus.info/visiedelahaye.htm

#Pseudogeschiedenis #AlbertDelahaye

Albert Delahaye - Wikipedia

Delahaye en zijn volgelingen (1)

De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Regelmatig sturen uitgevers me ongevraagd boeken toe met het verzoek ze op deze blog te bespreken. Soms doe ik het wel, soms doe ik het niet: het hangt af van de beschikbare tijd, onderwerp, belangstelling, auteur en die merkwaardige, subjectieve kwaliteit “of d’r een stukje in zit”. Dat ik niet eerder heb geschreven over de boeken van de Studiekring Eerste Millennium, die me meer dan eens zijn toegestuurd, heeft te maken met de eerste factor: tijd. Ik zal ze ook nu niet bespreken, maar er zit wel een stukje in en het is wel zo beleefd althans iets te schrijven als mensen je boeken cadeau doen.

In de tweede helft van de vorige eeuw trok Albert Delahaye (1915-1987) de aandacht met zijn theorie dat de Romeinen nooit, of maar heel kort, in de Lage Landen zouden zijn geweest. Dat dit nu wat merkwaardig klinkt, is omdat wij weet hebben van de archeologische dataexplosie die sindsdien heeft plaatsgevonden. Ook destijds was het idee niet verdedigbaar, maar het bewijsmateriaal was nog niet zo overdonderend rijk als tegenwoordig en Delahaye had zijn bewonderaars. Na zijn dood erkenden die dat de theorie onhoudbaar was, maar ze meenden ook dat er problemen waren met de wetenschappelijke reconstructie van de Romeinse topografie. Onder andere om die te bestuderen, richtten ze de genoemde studiekring op.

De reële problemen

Ik wil er geen enkele twijfel over laten bestaan dat er inderdaad problemen zijn. Nog vorig jaar heeft Jan Verhagen een overtuigend voorstel gedaan om de topografie van het Gelderse deel van de limes aan te passen. Plaatsen waarvan onderzoekers zeker meenden te weten waar ze lagen, bleken toch elders gezocht te moeten worden.[noot]

Het is met de antieke topografie als met de chronologie: het bewijsmateriaal schiet tekort en de puzzel is moeilijk oplosbaar. Op een bepaald moment hebben de wetenschappers besloten dat het beter was andere onderwerpen te onderzoeken, omdat daar meer winst te behalen viel. De puzzel raakte vergeten en nieuwe generaties studenten kenden de problemen niet langer. Er ontstonden onvermijdelijk schijnzekerheden.

De topografische problemen in de Lage Landen zijn echter niet heel groot en ik verwacht dat door nieuwe opgravingen in Nederland en België de laatste puzzels vroeg of laat wel zullen worden opgelost. Tot dat moment is er enige twijfel – over steeds minder en steeds kleinere onderwerpen, maar toch: er is meer reden tot twijfel dan je zou denken als je door bijvoorbeeld de Barrington Atlas bladert.

Het scheermes van Ockham

Tot zover kan ik dus meegaan met de Studiegroep Eerste Millennium. De aangedragen oplossingen zitten me echter niet lekker. In 2007 verscheen het boek De Peutingerkaart en de Lage Landen met verschillende artikelen over de Peutingerkaart, een middeleeuwse kopie van een Romeinse wegenkaart. Eén daarvan is die van Joep Rozemeyer, die meent dat de weg die vanuit Nijmegen naar de zee loopt, niet eindigt bij Katwijk, zoals doorgaans wordt aangenomen, maar bij Antwerpen. Wetenschappers hebben, zoals blijkt uit het artikel van Verhagen, inderdaad te snel plaatsnamen gekoppeld aan archeologische vindplaatsen, maar de limesweg naar Katwijk is goed gedocumenteerd. Je kunt natuurlijk aannemen dat er twee wegen zijn geweest, maar het is, om Ockham te parafraseren, geen goede methode je studieonderwerp zonder noodzaak te verdubbelen.

In zijn boek Kroniek van Trajectum – het is me inmiddels twee keer toegestuurd – neemt Rozemeyer zijn theorie over een weg naar Antwerpen als uitgangspunt om aan te tonen dat de plaats Trajectum, doorgaans geïdentificeerd met Utrecht, moet worden gezocht te Antwerpen. On n’a pas besoin de cette hypothèse: de traditionele identificaties zijn niet volmaakt maar voldoen genoeg.

[Wordt vervolgd]

Noot

Jan Verhagen, “De Gelderse Limes herzien. Een nieuwe identificatie van Romeinse plaatsnamen in Gelderland”, in: Archeobrief 17/3 (2013) 29-37.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


Irak kort (16): Een paleis van Saddam Hussein

november 12, 2021
Verdwenen Dresden

oktober 21, 2025
Yerevan

mei 25, 2019 Deel dit: #AlbertDelahaye #JanVerhagen #Peutingerkaart #plaatsnaam #ScheermesVanOckham #StudiekringEersteMillennium