Vragen rond de jaarwisseling (2)

De niet zo grote volksverhuizingen

Twee weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze beantwoorden. Nadat we gisteren het “klassieke” deel van de oude wereld hebben bekeken, nu de fascinerende Late Oudheid.

Maar wat kunnen we nu echt weten van de laatantieke migraties?

We weten dat de vijfde eeuw gewelddadig is geweest, maar of dit kwam door grootschalige migratie, is niet helemaal duidelijk. Dat de bronnen erover schrijven, wil alleen maar zeggen dat de auteurs er belang in stelden, maar we lezen inmiddels wel dieper en herkennen beter wat ze niet zeggen. Veel van wat oudhistorici als migranten hebben getypeerd, waren feitelijk opstandige Romeinse legeronderdelen. Alarik was geen barbaar die de vijandelijke hoofdstad plunderde, maar een Romeinse officier met politieke eisen in de richting van zijn superieur.

Het veel-gereproduceerde landkaartje hierboven is misleidend. Het toont wél de buitenlandse volken die op het Romeinse Rijk lijken te zijn afgekomen, over een periode van drie eeuwen, alsof dat gelijktijdig was. Dat is dus suggestief. En het verbergt de migratie uit het Romeinse Rijk weg, hoewel christelijke minderheden naar het oosten zijn getrokken.

En er is nog iets. We kunnen met moderne bioarcheologische technieken vaststellen dat er in de Late Oudheid bevolkingsverplaatsingen zijn geweest. Dat wordt dan veelal uitgelegd als zie-je-wel-dat-er-grote-volksverhuizingen-waren. Maar hoe groot waren eerdere migraties? We kunnen dat niet meten omdat mensen toen werden gecremeerd, en er geen materiaal resteert voor chemische analyse.

Advies: lees dit boek. Het is echt goed.

Justinianus (Bode-Museum, Berlijn)

Klopt het dat het beleid van keizer Justinianus, die in het westen grote gebieden wist te heroveren, destructief is geweest voor het West-Romeins staatsapparaat?

Dit vind ik een moeilijke vraag. Het Romeinse staatsapparaat is in de loop van de vijfde eeuw al voor een deel ingestort maar – als ik een oxymoron mag gebruiken – beschaafde barbaarse koningen garandeerden ook continuïteit, die in Ostrogotisch Italië en Visigotisch Iberië aanzienlijk was. Nadat Justinianus de Maghreb en Italië had heroverd, kwamen daar bestuurders met de aloude bestuurlijke functies. Voor zover er een breuk was geweest na de verdwijning van het keizerlijk hof in Italië (476), werd die minimaal ten dele hersteld.

De zesde eeuw bood wel het akelige schouwtoneel van de grote kladderadatsch: terwijl het klimaat verslechterde, was er eerst een enorme vulkaanuitbarsting, vervolgens hongersnood en ten slotte een uitbraak van de pest. De antieke cultuur en dus ook de laat-Romeinse instituties kwamen ten einde. Maar daar kon keizer Justinianus weinig aan doen.

Visigotische decoratie uit Mérida

Wat mij opviel is dat je in Visigotische (en eerdere?) kunst de abstracte vlakverdelingen al ziet die de latere islamitische kunst kenmerkt. Hoe verhouden die twee zich?

Het antwoord weet ik niet, maar het toeval wil dat ik medio januari naar Spanje afreis, waar ik twee weken hoop rond te trekken. Daarbij staat het Visigotische Museum in Toledo op het programma, én enkele steden waar Arabische architecten hebben gewerkt. Kortom: het antwoord volgt.

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Ik ben benieuwd wat u vindt van het standpunt van Albert Delahaye dat Dorestad niet bij Wijk bij Duurstede heeft gelegen. 

De ideeën van Albert Delahaye, dat oudheidkundigen de topografie van de Romeinse Lage Landen verkeerd hadden (en dat Dorestad niet Wijk bij Duurstede is), deden in in de jaren vijftig en zestig nogal wat stof opwaaien, mede doordat er destijds minder archeologisch materiaal was. Hij had redelijk wat aanhang. De data-explosie die volgde op de ondertekening van de Conventie van Malta heeft zó veel nieuwe vondsten opgeleverd, dat Delahayes opvattingen zelfs door zijn sympathisanten inmiddels worden beschouwd als te radicaal.

Ik heb me er nooit in willen verdiepen, omdat ik vermoed dat andere onderwerpen me in de beschikbare tijd méér inzicht opleveren. Dat is een vooroordeel, inderdaad, maar ik denk dat ik er goed aan deed. Ik verantwoord me hier.

[In het nieuwe jaar meer]

(Gevelsteen, Nadorststeeg, Amsterdam)

PS

Vandaag is de laatste dag van het jaar. Ik wens u een mooie jaarwisseling. En mocht u een financieel goed jaar achter de rug hebben en wat geld kunnen missen: overweeg eens een donatie aan de Stichting Leergeld, aan Cordaid of aan Reporters Without Borders.

#Alarik #AlbertDelahaye #Dorestad #Justinianus #RijkVanToledo #vragenRondDeJaarwisseling

Een dag of tien geleden is in Wijk bij Duurstede Museum #Dorestad heropend, gewijd aan een zeer belangrijk maar weggemoffeld stukje geschiedenis van Nederland.

https://mainzerbeobachter.com/2025/12/22/museum-dorestad-heropend-1/

Museum Dorestad heropend (3)

Museum Dorestad

[Derde deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

Museum Dorestad

De bezoeker zal eerst naar de bovenverdieping klimmen, waar de eerste zaal is gewijd aan de voorgeschiedenis. Naar mijn smaak had daar iets meer aandacht mogen zijn voor de IJzertijd, want de naam “Dorestad” is Keltischduron betekent zoiets als versterking. Het museum begint nu met de Romeinse aanwezigheid bij de splitsing van Rijn en Lek.

De tweede zaal is ingericht als schip. De bezoeker kan meevaren en een film zien over een historische gebeurtenis: een mevrouw Katla heeft ooit van haar moeder opdracht gekregen om aalmoezen te gaan verdelen in Dorestad, en we weten dat ze een lange zeereis heeft gemaakt om daar te komen. Het filmpje toont hoe die reis gegaan kan zijn, hoe Dorestad eruit zag, welke handel er plaatsvond (zoals in slaven) en hoe men er ook feest kon vieren. Heel slim heeft het museum ervoor gekozen er een tekenfilm van te maken; met de computer gegenereerde beelden ogen realistischer, maar ze verouderen snel. Het Katla-filmpje kan nog wel even mee.

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=u_LKJixi-U0?version=3&rel=1&showsearch=0&showinfo=1&iv_load_policy=1&fs=1&hl=nl-NL&autohide=2&start=41&wmode=transparent&w=640&h=360]

De derde, grote zaal toont de vondsten. Het pronkstuk is een enorme, met veel zorg gemaakte maquette van de oude stad. Eerlijk is eerlijk: de archeologische vondsten zelf zijn niet van het kaliber dat u verwacht in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden of de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Maar ze zijn interessant genoeg.

Interessant is bijvoorbeeld de documentatie van het internationale handelsnetwerk. Het gevonden aardewerk documenteert contacten van Scandinavië tot Italië en van Ierland tot Polen. Een schelp komt zelfs helemaal van de Indische Oceaan. Er is een vitrine met zwaarden, keurig voorzien van uitleg  van de diverse blanke wapens: een achtste-eeuwse langsax, een rijk versierde negende-eeuwse spatha, een kling met pareerstang, een kling met angel.

Een geestige, van twee kanten te bekijken tekening illustreert twee visies op de Vikingen: van de ene kant bezien zie je het cliché van de plunderaar met de runderhoorns op z’n helm, een strijdbijl en een cape; van de andere kant zie je een wetenschappelijke reconstructie met een eenvoudige kap, een hakbijl en een simpele mantel.

De opening

Museum Dorestad is op 12 december heropend, net op tijd voor de kerstvakantie en voor het honderdjarig bestaan. Maar zoals het gaat met nieuwe musea: het is nog nét niet helemaal klaar. Althans niet toen ik het een paar dagen later bezocht. Bij de vitrine met geïmporteerde stukken ontbreekt het bordje met uitleg; een helm die nu nog is te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, moet nog naar Wijk bij Duurstede worden overgebracht.

Een beetje triest is overigens dat de heropening niet het decorum had dat je bij een weliswaar kleine maar belangrijke culturele instelling verwacht. Eigenlijk had de bekendste historicus van Nederland, Willem-Alexander van Oranje-Nassau, aanwezig moeten zijn. Ik schrijf dit zonder ironie. Als geschoold geschiedkundige was hij in de positie doordachte opmerkingen te maken over presentisme, beleefbaarheid en de relatie tussen vaderlands en Europees verleden. Maar de koning was er niet. Zelfs de burgemeester van Wijk bij Duurstede was afwezig, omdat het college van B&W onlangs is afgetreden. Maar Museum Dorestad is weer open, dat is het voornaamste, en het is een bezoekje waard.

PS

Niet helemaal Dorestad, zelfs niet Frankisch, maar wel Germaans: Olivier van Renswoude heeft het gedicht Beowulf in het Nederlands vertaald. Zijns inziens zou eigenlijk iedereen vertrouwd met het gedicht moeten zijn, dat zich immers afspeelt in de wereld die ook die van Friezen en Franken was. Wie het niet leest, doet zichzelf tekort – en trouwens, de vertaling is gewoon te vinden op het wereldwijde web.

[Ik publiceerde dit stuk afgelopen zaterdag al op VersTwee.]

#Beowulf #Dorestad #Franken #Friezen #MuseumDorestad #OlivierVanRenswoude #presentisme #WijkBijDuurstede #WillemAlexander

Museum Dorestad heropend (2)

Munt uit Dorestad (Teylersmuseum, Haarlem)

[Tweede deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

En de Germanen dan?

Hier zijn echter vraagtekens te plaatsen. Al vanaf de vroege zestiende eeuw staan in het Nederlandse geschiedbeeld de Germanen centraal. Het hertogdom Gelre, al snel gevolgd door de Republiek, identificeerde zich met de Bataven; de bewoners van de noordelijke gewesten noemen zich nog altijd Friezen; een krant uit Twente noemt zich Tubantia; tal van gemeentes beschikken over Chamavenstraten, Frankenwegen of Saksenlanen; er is een ware industrie van Batavia’s, Batavi Droogstoppels, Batavus-fietsen en Batavier-bieren.

Vreemd is deze identificatie met het Germaanse verleden niet: het Nederlands stamt immers af van het Frankisch, het christendom kwam hier aan in de Frankische tijd, de oudste laag van onze literatuur stamt uit die tijd en de Rotterdamse havens gaan via Dordrecht terug op – daar zijn we! – het Frankische Dorestad. Nederland wortelt in een Germaans verleden, maar dat verleden heeft een dubbele handicap, namelijk dat het enerzijds moeilijk beleefbaar valt te maken (wie van u bezocht Erve Eme in Zutphen?) en anderzijds nogal unzeitgemäβ is in het zich verenigende Europa.

Mede door de canonisering van de limes is Nederland zijn Germaanse verleden kwijt aan het raken. De Commissie Van Oostrom had ook de Bataafse Opstand kunnen kiezen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben lid van een pro-Europese partij en waardeer geschiedschrijving vanuit een bovennationaal perspectief. Dat maakt me echter niet blind voor het feit dat Nederland een pan-Europees verleden prioriteit heeft gegeven boven een vaderlands verleden, zonder dat er sprake was van excess empirical content. Deze jargonterm wil zeggen dat een nieuw geschiedbeeld een betere verklaring biedt omdat het relevante data beter met elkaar verbindt. Ik heb daarom wat aarzelingen bij de canonisering van de limes.

Die aarzelingen hoeft u niet met me te delen, maar het feit blijft dat de Germanen uit ons verleden zijn verdwenen. Een tikje verontrustend is dat wel. Historische feiten kunnen mensen van alle generaties en alle windstreken verbinden: ongeacht of u een gepensioneerde bent uit Venlo of een Generatie Z-er uit Alkmaar, Bonifatius is in 754 om het leven gebracht bij de Boorne. Door iets dat we traditioneel centraal stelden, te vervangen door iets dat momenteel in de mode is, delen generaties niet meer hetzelfde verleden.

Daarom is de heropening van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede mijns inziens belangrijk. Nederland krijgt een deel van zijn aloude verleden terug.

Dorestad

Dorestad is al bekend sinds de negentiende eeuw, toen mensen die op zoek waren naar botten (om beenderlijm van te maken), de grafvelden doorzochten. Ze vonden ook aardewerk en mantelspelden, die belandden in de collecties van plaatselijke verzamelaars. Er kwamen professionele opgravingen, men concludeerde dat hier een Frankisch fort was geweest en in 1926 werd het museum opgericht.

In de naoorlogse jaren wilde Wijk bij Duurstede uitbreiden, maar onderzoekers uit Wageningen attendeerden op grote concentraties fosfaat, die duidden op menselijke aanwezigheid, zodat er eerst oudheidkundig bodemonderzoek moest worden gedaan. Onder leiding van archeoloog Wim van Es werd ruim tachtig hectare onderzocht, wat Dorestad maakte tot een van de grotere opgravingen in Europa. Het hele Kromme Rijn-gebied werd in de analyse meegenomen.

Het stroomgebied van die rivier was vruchtbaar en is altijd bewoond geweest, maar eeuwenlang ging dat om gehuchten van twee of drie boerderijen. Daar tussenin, aan de splitsing van de Rijn en Lek, bleek dus een complete stad te liggen, die bloeide van de zevende tot en met de negende eeuw. Via de Rijn was Dorestad verbonden met Centraal-Europa, via de Lek en Kromme Rijn met de Britse eilanden, via de Vecht met Scandinavië, via de Zoel en Maas met Gallië. Dorestad kon niet anders zijn dan een handelscentrum. En niet zomaar een handelscentrum: het was veel groter dan andere handelssteden als Birka, Haithabu, York, Londen, Dinant, Quentowic. Een beroemde zevende-eeuwse mantelspeld, momenteel in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, illustreert de rijkdom.

Een geschiedenis van Dorestad

Het museum is acht jaar geleden gesloten maar vorige week heropend op een nieuwe locatie, in het oude raadhuis, boven het VVV-kantoor. Het is niet groot. In drie kwartier kun je alles hebben gezien. Maar het documenteert een weggemoffeld maar belangrijk deel van het Nederlandse verleden.

Dorestad lag tussen twee taalgebieden in: in het noorden sprak men Fries en heersten Friese vorsten met namen als Aldgisl en Radbod, in het zuiden heersten de Franken, wier taal sterk lijkt op de onze. In 689 veroverde de Frankische oorlogsleider Pippijn van Herstal het handelscentrum. Radbod week uit maar huwelijkte later zijn dochter uit aan de zoon van Pippijn, en zou de grootvader van een Frankische heerser zijn geweest als die laatste een burgeroorlog zou hebben gewonnen. Radbod intervenieerde zelfs: hij rukte op naar Keulen, maar werd uiteindelijk verslagen en de nieuwe Frankische leider, Karel Martel, onderwierp de Friese koning.

Dorestad was nu definitief Frankisch en werd een verplichte tolhaven. De stad werd rijker en rijker, en kreeg dankzij bisschop Bonifatius zelfs enkele privileges, zoals een vrijstelling van belasting en koninklijke rechtspraak. Het staat vast dat via Dorestad veel zilver binnenkwam. Dat was een destijds in Europa zeldzaam metaal, en uit chemische analyses weten we dat het afkomstig is geweest uit het verre Khorasan (in het noordoosten van Iran), en door Noormannen over de Wolga en Oostzee is aangevoerd. Vanaf de regering van Karel de Grote circuleerde weer enig muntgeld in West-Europa – het begin van een nieuw type, gemonetariseerde economie.

Rond het midden van de negende eeuw ontstonden conflicten tussen de kleinzonen van Karel de Grote, waarbij de diverse strijdende partijen er niet voor terugdeinsden om Noormannen te verzoeken hun tegenstanders aan te vallen. Dorestad doorstond enkele plunderingen maar werd als belangrijkste haven in het Rijnland vervangen door Tiel, Dordrecht en uiteindelijk Rotterdam. Kortom: een interessante geschiedenis!

[Wordt over een half uur afgerond, maar als u zo lang niet wil wachten, kunt u het stuk hier al helemaal lezen, want ik publiceerde het afgelopen zaterdag al op VersTwee.]

#Bonifatius #CommissieVanOostrom #Dorestad #ErveEme #excessEmpiricalContent #Franken #Friezen #Haithabu #KarelDeGrote #KarelMartel #monetarisering #MuseumDorestad #Noormannen #PippijnVanHerstal #Radboud #RomeinseLimes #WijkBijDuurstede #WimVanEs #zilver

Museum Dorestad heropend (1)

Maquette van Dorestad (Museum Dorestad, Wijk bij Duurstede)

Het probleem met het verleden is het heden. Onze belangstelling verschuift. Momenteel staan klimaat en onvrije arbeid in de belangstelling, hiervóór was vrouwengeschiedenis populair en in de jaren zeventig stonden wereldgeschiedenis en globalisering centraal. Elke generatie heeft nieuwe zorgen, elke generatie stelt nieuwe vragen, elke generatie herschrijft geschiedenisboeken. De aangepaste canons zijn een voorbeeld. Dit is de dagdagelijkse geschiedvorsing.

Presentisme

Tegelijk – en dit is wezenlijker – verandert ons denken over de relaties tussen verleden, heden en toekomst. Hierover heeft de Franse historicus François Hartog behartenswaardige dingen geschreven. Ooit meenden we dat we in het heden lessen konden leren van het verleden, waardoor we beter voorbereid zouden zijn op de toekomst. Als het gaat om de tijd voor pakweg het jaar 1000, is dit echter kentheoretisch onmogelijk, aangezien we onvoldoende informatie hebben. Je kunt bezwaarlijk onrobuuste data gebruiken om een samenleving tjokvol robuuste data te adviseren.

In de negentiende eeuw ontstond een tweede visie op de verhouding tussen toen, nu en straks: utopisme. Het verleden en heden werden onderschikt gemaakt aan de toekomst. Ik hoef niet uit te leggen hoe het heden eruit ziet in een samenleving die zich richt op een communistisch of fascistisch ideaal. Evenmin hoef ik uit te leggen hoe de bestudering van het verleden daardoor wordt ingeperkt.

Onze eenentwintigste eeuw ziet naast deze twee soorten relatie tussen verleden, heden en toekomst een derde soort, die Hartog aanduidt als presentisme. Momenteel zijn verleden noch toekomst maatgevend; alles draait om toepasbaarheid in het heden. Het verleden is belangrijk als we er meteen iets mee kunnen. Denk aan de archeologie, die financieel is ingekaderd in de ruimtelijke ordening, denk aan herdenkingen, aan historische excuses en denk – opnieuw – aan aangepaste canons, historisch of literair of anders.

Beleefbaarheid

U heeft de kop van dit blogje gezien en vraagt zich inmiddels af wat deze lange inleiding te maken met het vorige week heropende Museum Dorestad, dat is gewijd aan een van de belangrijkste opgravingen in Europa. Voor ik daarover meer vertel, zult u me echter een tweede inleiding moeten toestaan.

Een van de uitingen van presentisme is de nadruk op de beleefbaarheid van de geschiedenis: de ervaring van het verleden op dit eigenste moment, zoals in een toegankelijk gemaakt kasteel, zoals door re-enactors die in uniform uitleg geven, zoals in workshops historisch koken. In beleidsnota’s lezen we over “erfgoedtoerisme” en “erfgoedparticipatie” als strategieën om te voldoen aan de behoefte aan contact met het verleden.

Er is niets mis met beleefbaarheid, al wil het nog weleens leiden tot nep-verleden, zoals het nagebouwde Romeinse fort in Leiden. Presentisme heeft hier voorrang gekregen boven de confrontatie met een verleden dat wezenlijk anders was, dat schuurt met het heden en dat, voor wie er de dialoog mee aan gaat, helpt om het plaats- en tijdgebondene te zien van eigentijdse ideeën.

Ik noemde het nagebouwde fort omdat het Romeinse verleden vrij eenvoudig beleefbaar valt te maken. De Romeinen bouwden stevig, monumentaal, groot. In Archeon is bijvoorbeeld een herberg nagebouwd die het uitstekend doet als moderne horecagelegenheid; in Xanten documenteren reconstructies zelfs een complete stad. Een ander voordeel van het Romeinse verleden is dat de bouwvormen sinds de Renaissance opnieuw zijn gebruikt en daardoor voor iedereen herkenbaar zijn. Het Romeinse verleden sluit tot slot goed aan bij de hedendaagse groei van een pan-Europese identiteit. Er zijn Romeinse resten in eenentwintig van de zevenentwintig lidstaten van de Europese Unie; de Romeinse rijksgrens (limes) slingert door tien EU-landen. De Commissie Van Oostrom heeft de Romeinse limes in 2007 gecanoniseerd en die keuze overleefde in 2020 de Herzieningscommissie Kennedy.

[Wordt vervolgd]

#Archeon #canon #CommissieKennedy #CommissieVanOostrom #Dorestad #FrançoisHartog #MuseumDorestad #presentisme #reEnactment #RomeinseLimes #WijkBijDuurstede #Xanten

Ik vind #VersTwee een erg sympathiek initiatief, want we hebben een goed algemeen cultuurplatform nodig, dus ik ben blij een bijdrage te hebben mogen leveren over de heropening van Museum #Dorestad.

Jammer dat de koning niet is uitgenodigd om het lintje door te knippen, want hij zou vanuit zijn geschiedenisopleiding zinvolle dingen hebben kunnen zeggen.

https://verstwee.nl/jona-lendering/nederland-krijgt-deel-van-zijn-aloude-verleden-terug-museum-dorestad-heropend/

Nederland krijgt deel van aloude verleden terug: Museum Dorestad heropend - Vers Twee - Literatuur, popmuziek, beeldende kunst

Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede is Jona Lendering dierbaar. Nu het na acht jaar is heropend, ging hij dan ook meteen kijken, want ‘het documenteert een weggemoffeld maar belangrijk deel van het Nederlandse verleden.’ Alleen, waar was de koning? door Jona Lendering Het probleem met het verleden is het heden. Onze belangstelling verschuift. Momenteel …

Vers Twee - Literatuur, popmuziek, beeldende kunst

Van de gemeente moet je het als museum maar hebben. Museum #Dorestad is heropend en ontvangt gewoon publiek.

https://www.museumdorestad.nl/plan-je-bezoek/plan-je-bezoek

Het #Museum #Dorestad opent op 13 december zijn deuren in het stadhuis op de Markt in Wijk bij Duurstede na een jarenlang verbouwingsdrama. Pronkstuk is een maquette van het #vroegmiddeleeuwse handelscentrum.
https://www.ad.nl/wijk-bij-duurstede/legendarische-wereldhaven-dorestad-komt-tot-leven-door-reusachtige-maquette-eindelijk~a32bad4e0/
Legendarische wereldhaven Dorestad komt tot leven door reusachtige maquette: ‘Eindelijk’

De legendarische handelsplaats Dorestad uit de achtste en negende eeuw echt beleven? Dat kan in Museum Dorestad dat op 13 december na een jarenlange lijdensweg opengaat in het stadhuis op de Markt in Wijk bij Duurstede.

AD.nl

Faits divers (43): alles dubbel

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

Alweer een aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: twee keer museumnieuws, twee keer leuk onderzoek, twee leuke websites, twee reizen en twee boeken.

Tweemaal museumnieuws

Het jaar is nog niet ten einde, maar ik denk niet dat we nog beter museumnieuws gaan krijgen dan dit: op zaterdag 13 december heropent Museum Dorestad (in Wijk bij Duurstede) zijn deuren. Ik ben al eens een kijkje wezen nemen. Uiteraard kan een klein museum in een niet al te rijke gemeente zich niet meten met het Louvre of het Vaticaan, maar dat laat onverlet dat het verleden van Dorestad voor Nederland belangrijk is. Hier vinden we immers de eerste echte sporen van een traditie die we onze eigen geschiedenis kunnen noemen.

Ik kan, ja moet, hierbij slagen om de arm maken: wie definieert het eigene? En ja, er zijn natuurlijk eerdere vondsten. Maar je kunt het ook anders bekijken: een eenentwintigste-eeuwse Nederlander die naar Dorestad zou kunnen reizen, zou hier de taal, religie en literatuur sneller herkennen dan in pakweg Romeins Utrecht. In die zin is dit “ons” verleden. Gaat dat zien.

Ander museumnieuws: de reizende Egypte-tentoonstelling van het Rijksmuseum van Oudheden is terug in Leiden. Ik ben er nog niet geweest – ik kan niet zo veel voor u werken als ik zou willen omdat ik eerst geld moet verdienen – maar het zal vast piekfijn in orde zijn.

Twee keer leuk onderzoek

Er is één oudheidkunde maar in meerdere disciplines. Interdisciplinariteit (begrip van elkaars methoden) is voor hedendaagse onderzoekers nogal eens wat te hoog gegrepen, terwijl multidisciplinariteit (elkaars conclusies lezen) doorgaans slechts een vinkje is bij een subsidieaanvraag. Toch is de ambitie tot samenwerking nog springlevend en dat levert leuke resultaten op, beide met betrekking tot de Bronstijd.

Het eerste betreft Tarhuntassa, een belangrijke Hittitische stad die ergens in het zuiden van het huidige Turkije moet hebben gelegen. Toen het Hittitische Rijk rond 1200 v.Chr. desintegreerde, werd Tarhuntassa de hoofdstad van een van de opvolgerrijken. De archeoblabla rept natuurlijk van “mysterious” en “long lost”, maar desondanks is dit interessant.

Tot nu toe was de speurtocht vooral gebaseerd op teksten, maar nu komt daar het laboratoriumonderzoek bij van de klei waarvan de vanuit Tarhuntassa verstuurde (kleitablet)brieven zijn vervaardigd. Uiteindelijk zullen ook wel LIDAR-beelden worden gebruikt. Het persbericht is een oninteressante litanie van oninteressante wetenschappernamen en oninteressante bedankjes, maar het onderzoek is dus wel interessant. De moeite van het in de gaten houden waard.

Het tweede leuke onderzoek is dat naar de fall out van de Thera, een vulkaan in de Egeïsche Zee die ergens op de grens van Midden- en Late Bronstijd ontplofte en een oeroude stad bedekte. Het uitgebraakte puin is op diverse plaatsen gevonden en er is wel geclaimd dat deze explosie sporen naliet in jaarringen en ijslaagjes. Dat is overigens ook weer tegengesproken: die sporen zouden behoren bij een andere vulkaanuitbarsting. Ik heb weleens over de problematiek geschreven.

Is de match tussen Thera en de jaarringen/ijslaagjes al omstreden, het wordt helemaal complex als we kijken naar de relatie met Egypte, waar puimsteen is gevonden dat aan deze uitbarsting wordt toegeschreven. Dat lijkt nu ouder te zijn dan werd gedacht. Ik kan niet beoordelen of de kwestie nu voorgoed uit de wereld is geholpen, maar het is fijn te zien dat diverse soorten onderzoek samenkomen.

Twee websites

Ik schrijf hier meestal over de oude wereld, maar dat maakt me niet blind voor andere onderwerpen. Ik vestig uw aandacht graag op de site over de Nederlandse geschiedenis die de Amerikaanse webmaster Bill Thayer onderhoudt. Als die naam een belletje doet rinkelen, dan klopt dat, want hij is ook de man die LacusCurtius maakte. In zijn website over Nederlandse geschiedenis is van alles te vinden, zoals teksten over de Nederlandse kolonie rond het huidige New York en – sinds kort – Clinton Weslagers Dutch Explorers, Traders and Settlers in the Delaware Valley 1609‑1664.

Ook vraag ik uw aandacht voor Vers Twee. Dat is de website van Theo Hakkert, die tot nog niet zo lang geleden columnist was in Tubantia. Vers Twee was eerst zijn persoonlijke blog, inmiddels bouwt hij de site uit tot het brede culturele online-platform dat we al zo lang nodig hebben. Een van de auteurs die er al publiceerde, is classicus Piet Gerbrandy, die vertelde over de recente uitgave van de brieven van Cicero.

(U hoeft niet verder te lezen.
De rest van deze Faits Divers is reclame.)

(Reclame) Twee reizen

Omdat ik, zoals gezegd, niet zoveel kan werken als ik zou willen, maar eerst geld moet verdienen, organiseer ik in het voorjaar twee reizen. De ene is naar Bulgarije en Roemenië en concentreert zich op de Thraciërs, Romeinen en het middeleeuwse verleden. Als u belangstelling hebt, kunt u uw naam hier opgeven en dan krijgt u informatie toegestuurd. De andere reis voert langs Keltische (en nog wat andere) locaties in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk. Als u uw naam daar achterlaat, krijgt u informatie.

(Reclame) Twee boeken over Libanon

Ik schreef twee boeken over Libanon: het ene maakte ik met Hein van Dolen en ging over Filon van Byblos, en u bestelt het daar; het andere is een algemene geschiedenis en u bestelt het daar. Maar wat ik vooral leuk vind, is dat Hein en ik op donderdag 20 november een presentatie over die boeken verzorgen in Boekhandel Van Rossum aan de Beethovenstraat 30-32 in Amsterdam (tramlijn 5, halte Gerrit v/d Veenstraat). Het wordt een leuke bijeenkomst en aanmelden is aangeraden.

#BillThayer #Dorestad #FaitsDivers #Hittieten #interdisciplinariteit #multidisciplinariteit #Tarhuntassa #Thera #VersTwee #website

Dit najaar gaat in Wijk bij Duurstede het vernieuwde Museum Dorestad open. Dat werd tijd ook; #Dorestad is immers, zonder veel overdrijving, de plek waar de economische geschiedenis van Nederland is begonnen.

https://mainzerbeobachter.com/2025/07/14/museum-dorestad/