De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

[Dit is het vijfde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

839 SE. ≡ okt.527/sept.528

Justinianus regeerde vanaf het jaar 839 alleen over het Romeinse Rijk.
In dit jaar, op 29 oktober, vond er een aardbeving plaats, waarbij sommige plaatsen in de buurt van Antiochië werden verwoest. Bij deze aardbeving stortte Laodikeia in Syrië in. Deze aardbeving vond plaats op vrijdag om elf uur ’s ochtends.

Commentaar
Mogelijk is dit een doublure met de aardbeving in Antiochië die in het vorige blogje werd genoemd.

840 SE. ≡ okt.528/sept.529

En in het jaar 840 verscheen er een leider …….
……
In deze tijd kwam het bevel van de keizer aan alle heidenen die onder het bewind van de Romeinen stonden ……
……
Wat betreft Rome en Italië, toen de barbaren die in het verleden … een grote strijd leverden en daarna … werden ze sterk en hielden ze …… en het gebied kwam weer onder het bestuur van de Romeinen.

Commentaar
Dit is allemaal wat lacuneus, maar er gebeurt veel. Het woord dat als “leider” wordt weergeven in deze Nederlandse vertaling van een recente Engelse vertaling van de middeleeuwse Arabische vertaling van het Aramese origineel, keert straks terug en verwijst naar een Arabier. Het is Al-Harith ibn Jabalah, die in 529 door keizer Justinianus werd aangesteld als “koning van alle Arabieren”. Hij moest met zijn Ghasanidische Arabieren de oostelijke provincies beschermen tegen Al-Mundhir III ibn al-Numan, de leider van de Lakhmidische Arabieren, die streden voor de Perzische Sassaniden. Al-Harith was wel christelijk, maar verleende steun aan de monofysieten.

Het hoofdkwartier van Al-Harith ibn Jabalah in Resafa

Het bevel aan de heidenen lijkt te verwijzen naar de maatregelen die Justinianus nam tegen niet-christelijke geloofspraktijken, zoals de sluiting van de Academie in Athene.

De laatste passage verwijst naar Belisarius’ campagne tegen de Vandalen in Karthago en de Ostrogoten in Italië. Beide gebieden maakten na 536 weer deel uit van het keizerrijk.

In de winter van 535/536 (847 volgens de Seleukidische Era) barstte ergens op het noordelijk halfrond een vulkaan uit. Auteurs als Prokopios en Cassiodorus verwijzen naar het gebrek aan licht en ook de auteur van de Maronitische Wereldkroniek weet ervan. Hij vermeldt even verderop, onder het jaar 853 SE, ook de uitbraak van de Justiniaanse Epidemie, die is te identificeren met de Pest.

847 SE. ≡ okt.535/sept.536

…… het licht was zwak, zodat velen vanwege de ernst van deze gebeurtenis …… In de zomer van dat jaar was zicht onmogelijk.
……
… het land van Syrië en Palestina.
……
…… dat op Theodoros en op degenen die met hem waren rustte, en vanwege hen ontstonden niet geringe kerkelijke twisten.

Commentaar
Het laatste verwijst naar de Driekapittelstrijd. In een poging de monofysieten weer voor de staatskerk te winnen en zo de kerkelijke eenheid te herstellen, veroordeelde Justinianus het oeuvre van enkele eerdere theologen. De poging had weinig succes.

853 SE. ≡ okt.541/sept.542

In het jaar 853 was er een epidemie die “algemeen” werd genoemd. Ze arriveerde eerst vanuit het binnenland, en verspreidde zich naar het westen en oosten, en ook naar het noorden, en ze bleef zich gedurende een periode van drie jaar verspreiden. Ondertussen was de oorlog met de Perzen nog steeds aan de gang.

In het eerste jaar van die strijd, terwijl de leider van de Arabieren in het land van de Romeinen was, was op 19 november een groot wonderbaarlijk teken gezien, vergelijkbaar met een zwaard in de hemel,noot Een allusie aan Jeremia 34, waarin honger en epidemie in één adem worden genoemd met het zwaard. en het was de hele winter zichtbaar gebleven, en de verschijning was van west naar oost gegaan, en was blijven draaien en veranderen in alle richtingen, vergelijkbaar met de epidemie die erop volgde.

Het was duidelijk dat het verwees naar de gebeurtenissen die aan dit teken voorafgingen, met de ontberingen gedurende de periode van epidemie en strijd, en als zodanig was ook de ommekeer daarvan.

Commentaar
Dit lijkt te verwijzen naar de komeet die bekendstaat als C/539W1, maar het is een terugverwijzing naar het eerste jaar van het conflict, naar de winter van 539/540. De komeet is uit diverse bronnen bekend en de meteorenzwerm die wij rond 3 en 4 januari zien, de Boötiden, is een erfenis van deze komeet.

Decoratie van een kerk uit Edessa (Archeologisch museum, Sanli Urfa)

855 SE. ≡ okt.543/sept.544

Tijdens de strijd in het jaar 855 belegerde de koning van de Perzen de stad Edessa in Mesopotamië, die door de rechterhand van God werd beschermd.

863 SE. ≡ okt.551/sept.552

Ook in het jaar 863 was er een epidemie onder de runderen en waren de mensen in rouw. Er was in het bekende verleden nooit iets dergelijks geweest, noch in oude tijden, noch in de recente jaren, en het leek op de pest die onder de mensen rondging en het land overspoelde.

In deze tijd en in deze jaren heerste er onrust in de steden en raakten alle mensen bezorgd, zowel de … als de leiders. Het was niet meer zoals vroeger, toen een stad enkele dagen in rep en roer verkeerde maar er uiteindelijk wel overeenstemming werd bereikt. Het hele land van de Romeinen verkeerde nu aan alle kanten in rep en roer. Grote angst en schade maakte zich van velen meester, want de rampen die de steden troffen die ooit in staat waren geweest vijanden af te weren, namen niet af.

Commentaar
Er is hier geen lacune. Dit zou wel de plek zijn geweest om het Tweede Concilie van Constantinopel te vermelden, waar Justinianus de bisschoppen dwong zijn standpunt in de Driekapittelstrijd over te nemen.

Een achttiende-eeuwse weergave van het Tweede Concilie van Constantinopel (553).

865 SE. ≡ okt.553/sept.554

En in het jaar 865 was er een aardbeving op vrijdag 31 juli om elf uur ’s ochtends, en na zeven dagen was er opnieuw een aardbeving, en het waren twee grote aardbevingen, en steden aan de kust van de zee stortten in en veel dorpen in de buurt stortten in tijdens deze twee grote aardbevingen. Ook op andere plaatsen in steden en dorpen vielen er gewonden als gevolg van deze twee aardbevingen. Vanaf de eerste dag van de aardbeving bleef de aarde voortdurend in beweging, en de bewegingen en intensiteit ervan kalmeerden niet, en het bleef vele dagen lang zo lichtjes beven.

Commentaar

In de jaren tussen 550 en 555 zijn diverse grote aardschokken bekend; mogelijk verwijst de samensteller van de Maronitische Wereldkroniek naar de aardbeving die ook door de zesde-eeuwse auteurs Johannes Malalas en Agathias wordt vermeld. Die zou hebben plaatsgevonden op 15 augustus. Omdat er diverse schokken waren, hoeft de uiteenlopende datum geen probleem te zijn. 31 juli was overigens geen vrijdag, en de hieronder genoemde 13 juni was een donderdag.

In dit jaar, op zaterdag 13 juni, vocht Al-Mundhir, de koning van de Arabieren … (?) tegen de Romeinen.

Commentaar
Verwijzing naar de slag bij Yawm Halima in juni 554. De pro-Byzantijnse leider van de Ghassaniden, Al-Harith ibn Jabalah, versloeg Al-Mundhir, de leider van de pro-Perzische Lakhmidische Arabieren. Laatstgenoemde kwam om het leven.

En al deze ellende in de wereld vond plaats in hun tijd. Daarop volgde onrust in de kerk, evenals de grote verwarring en scheuring die plaatsvond in de kloosters en die begon in de dagen van Anastasius en almaar voort duurde. Onze tijd is inderdaad de ergste, want de moeilijkheden volgen elkaar op zoals de dagen van het jaar.

Commentaar
Dit verwijst opnieuw naar de discussies tussen de aanhangers van de staatskerk en de monofysieten in de oostelijke provincies. Justinianus had tijdens het Tweede Concilie van Constantinopel de aanwezigen gedwongen het keizerlijke standpunt in de Driekapittelstrijd over te nemen. De problemen ten tijde van keizer Anastasius I zijn vermeld onder het jaar 823 SE.

Hieronder is sprake van een profetie van Daniël; bedoeld is Daniël 9, waarin de geschiedenis van de mensheid wordt gepresenteerd als een verzameling van periodes van zeven jaar. De ‘Ajamieten zijn in de onderstaande passage Babyloniërs.

In deze tijd werden ook de Joden – de vijanden van het kruis – bang, omdat zij de jaarweken die door de profeet Daniël worden genoemd tellen vanaf het moment waarop Titus Jeruzalem verwoestte. Het aantal van zeventig jaarweken, 490 jaar dus, zou immers worden voltooid in het jaar 870 sinds het begin van de Griekse jaartelling. Toen een heilige engel sprak van de eerste verwoesting, had hij het weliswaar over de verwoesting door de ‘Ajamieten, maar in hun domheid schreven de Joden dit toe aan die latere verwoesting, die door de Romeinen. Toen de tijd die zij verwachtten naderde en zelfs aanbrak, en niets van wat zij vermoeden ook werkelijk gebeurde, begonnen zij hun valse verwachting te minachten en te veronachtzamen.

867 SE. ≡ okt.555/sept.556

In het jaar 867 legden de inwoners van de stad Constantinopel de keizer …… Justinianus.
……
…… al zijn slaven en gingen naar de bijeenkomst. Toen alle mensen bijeen waren, stuurde Belisarius zijn slaven en stak de Grote Kerk in brand. Toen het gerucht zich in de stad verspreidde, haastten alle mensen zich naar de kerk en lieten de nieuwe keizer achter die ze hadden aangesteld. Daarop versloeg Belisarius Hypatius en doodde hem
……
…… die hij Sofia noemde.

Commentaar
Dit ziet eruit als een flashback. Er gebeurde iets wat niet helemaal duidelijk is en dat de chroniqueur doet besluiten te vertellen over het Nika-oproer in januari 532, waarbij generaal Belisarius een door het volk van Constantinopel tot keizer uitgeroepen Hypatius uit de weg ruimde. De slotopmerking kan alleen verwijzen naar het instorten van de Hagia Sofia in 558 na Chr.

875 SE. ≡ okt.563/sept.564

In het jaar 875, …… de Paulisten. Hij zei altijd dat … niet in zijn innerlijk voelde en onveranderlijk was, net als die … – degenen van Julianus. Wat de bisschoppen betreft, zij maakten zijn … en vroegen de keizer daarover. Toen hij dat niet accepteerde …… stuurde hij hem naar hen toe en smeekte hen om hem antwoord te geven.

Commentaar
Ik vermoed dat dit een verwijzing is naar de aanhangers van een monofysitische leider Paulus, maar ik weet niet welke.

Justinianus (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Toen heel het oosten in deze toestand verkeerde, stierf keizer Justinianus in zijn negenendertigste regeringsjaar. Toen regeerde Justinus II, zijn neef. Hij maakte een einde aan deze smerige onrust.

Keizer Justinianus voerde zijn voornemens uit … de waardigheid van het recht, maar hij overtrof alle voorafgaande keizers door zijn grote deugden, en hij verwierf extra grandeur door zijn eigen karakter, door een brede, stralende ambitie en door overvloedige genade. Ook stichtte hij grote kerken en sterke kastelen in de steden in zijn rijk. Hij had groot respect voor het christendom en bracht vele volkeren tot het geloof in Christus. Hij was erop gebrand de kerkscheuring te beëindigen en spande zich in om iedereen te verzoenen en tot eendracht te brengen. Met al zijn correcte manieren die voor iedereen … waren en alle orde was hij …. Hij disciplineerde zijn … in de ijver van de vroomheid jegens God. Door kerkelijke leerstellingen werd hij door velen … aangestoken.

Als iemand nadenkt over de beste vergelijking tussen wat er vóór hem was en wat er na hem was, dan zal hij constateren dat Justinianus de grootste vroomheid en gerechtigheid van het voortreffelijke christendom bezat, niet alleen die van het keizerschap, maar ook die van de glorieuze kerk. Ik heb het over buitensporige kennis en begrip, en de gave om van tevoren te weten wat er gaat gebeuren, en de kracht om wonderen te verrichten. En ik heb het verder over het gebruik van genegenheid, en de ijver van de vroomheid jegens God die in alle vormen en alle mate de gelovigen in vuur en vlam zette.

Deze deugden verspreidden zich vanouds onder de kinderen van de kerk, en in de dagen van Constantijn, de zegevierende keizer, werden ze buitengewoon sterk en daarna verspreidden ze zich verder. Tot het einde van de heerschappij van Justinianus zette de verbreiding van de straal van rechtschapenheid zich voort. Maar sindsdien begon het beetje bij beetje af te nemen, het nam met de dag af, en … werd zwak …. Maar glorie zij aan de enige Kenner, die alles tot het einde van de tijd overziet.

[Wordt morgen vervolgd]

#aardbeving #AdrianPirtea #Agathias #AlHarithIbnJabalah #AlMundhirIIIIbnAlNuman #AlexHourani #AnastasiusI #Antiochië #Belisarius #bronnenuitgave #Cassiodorus #Constantinopel #Daniël #Driekapittelstrijd #Ghassaniden #JohannesMalalas #JustiniaanseEpidemie #Justinianus #JustinusII #komeet #Lakhmiden #Laodikeia #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #NikaOproer #Ostrogoten #Prokopios #SeleukidischeEra #TweedeConcilieVanConstantinopel #Vandalen #vulkaan

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Theodosius tussen zijn medekeizers Valentianus II en Arcadius (meer; Archeologisch Museum, Mérida)

Feit is: een grote groep migranten zonder land stond nu in een imperium zonder leger. Valens’ opvolger Theodosius nam de migranten dus maar in dienst. Onder leiding van Alarik speelde dit leger, dat wel wordt aangeduid als de Visigoten (“wijze Goten”), nog een belangrijke rol bij de verdediging van Syrië en de campagne waarmee Theodosius zijn gezag uitbreidde naar de westelijke provincies. Het leger zou in 410 Rome plunderen en uiteindelijk dienen als strategische reserve voor Gallië.

De Hunnen

Ik noemde de Hunnen. In het eerste derde van de vijfde eeuw dienden ze als Romeinse bondgenoten en kregen ze het recht zich te vestigen aan de Midden-Donau. Zeg maar in Hongarije. Van bondgenoten werden het echter vijanden, die bijvoorbeeld Belgrado en Viminacium plunderden, en over de Via Diagonalis dwars door Thracië oprukten naar Constantinopel. Keizer Theodosius II, die zijn graanleverancier tot elke prijs moest behouden, kocht de Hunnen in 443 af, maar in 447 waren ze terug in Thracië en in 449 stemde de keizer in met nieuwe afkoopsommen. Nu wendde de Hunse leider Attila zich naar het westen, waar hij op de Catalaunische Velden werd verslagen door een coalitie van Visigoten, Franken en anderen.

De schrik zat er goed in en de keizers in Constantinopel versterkten de grens. Achter de reeks forten langs de Beneden-Donau kwam een tweede linie, die liep door het Balkangebergte. Om de kustweg langs de Zwarte Zee te verdedigen, werd bijvoorbeeld een muur gebouwd die zich vijftig kilometer landinwaarts uitstrekte, zodat een omtrekkende beweging niet mogelijk was.

Resten van een Byzantijnse kerk in Nesebar

Keizer Anastasius (r.491-518) zou in 503 een soortgelijke muur bouwen over het schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara, zeventig kilometer ten westen van Constantinopel. Later zou keizer Justinianus (r. 527-565) allerlei steden voorzien van stadsmuren; de geschiedschrijver Prokopios wijdde er niet minder dan vijf boekrollen aan, De bouwwerken. Een flink deel van de vierde boekrol gaat over het diocees Thracië.

Volksverhuizingen, deel twee

Alle versterkingen mochten niet baten toen de Avaren aankwamen. Ik heb vaker over hen geschreven. Ze arriveerden rond 563 vanuit het verre oosten – hiervoor is inmiddels DNA-bewijs – en ze waren extreem succesvol. In 582 namen ze de belangrijke stad Sirmium in, even ten noorden van Belgrado, en ze vestigden een machtige staat in Midden-Europa, die enorme schattingen eiste van de buurvolken. We weten er weinig van, aangezien ze ongeletterd waren en dus niet zelf schreven; archeologisch zijn ze moeilijk te vinden, omdat de bestaande Centraal-Europese volken hun levenswijze konden voortzetten. Goudschatten als de Sânnicolau Mare-schat bewijzen echter dat de keizers in Constantinopel fors betaalden.

Het voornaamste gevolg van deze invasie was dat er geen landweg vanuit Constantinopel en Thracië naar de westelijke gebieden was: Oost- en West-Europa, al gescheiden door de Griekse en Latijnse taal, gingen verder uit elkaar. Later zou ook het christendom in tweeën uiteenvallen.

Het paleis van een Slavische bestuurder in Silistra

De Avaren dreven de Byzantijnen, zoals we de bewoners van de Oost-Romeinse rompstaat gewoonlijk noemen, terug naar de Thracische havensteden, zoals Varna en Nesebar in het oosten en Thessaloniki in het zuiden. De gebieden buiten het keizerlijke gezag zijn niet zo goed bekend, maar we lezen steeds vaker over Slavische soldaten die als infanterie meetrekken met de Avaarse cavalerie. We lezen ook over de eerste Bulgaren. Het gaat in alle gevallen om een gemengde bevolking, waarin de oude Romeinen en verschillende groepen migranten samenkwamen. Hoe groot die groepen migranten waren, is niet te zeggen, maar de etnische kaart werd in de zevende eeuw opnieuw getekend.

Ik ga afronden met een laatste constatering: door de opkomst van de islam, ook in de zevende eeuw, verloor het Byzantijnse Rijk Egypte. Voortaan was Thracië een nóg belangrijkere leverancier, en het keizerlijk beleid was dan ook gericht op de herovering van de verloren gebieden.

#Alarik #AnastasiusI #Attila #Avaren #Balkangebergte #Bulgaren #CatalaunischeVelden #Constantinopel #Goten #GroteVolksverhuizingen #Hunnen #Justinianus #Nesebar #Prokopios #SânnicolauMareSchat #Sirmium #slagBijAdrianopel #Tervingi #TheodosiusI #TheodosiusII #Thracië #Valens #ViaDiagonalis #Visigoten

De Maghreb in de Late Oudheid (1)

Latijnse ostrakon uit Timgad, waarin iemand met een Berbernaam een transactie dateert aan de hand van een Vandaalse koning

Toen Augustinus in 430 in Hippo Regius overleed, belegerden de Vandalen zijn stad, die ze kort daarna bezetten. Karthago volgde in 439. Onder leiding van Geiserik stichtten de Vandalen een eigen koninkrijk binnen de grenzen van het aloude Romeinse imperium. De tijden waren aan het veranderen.

Eén van de redenen waardoor het zo ver had kunnen komen, is dat het keizerlijk hof in Ravenna en Constantinopel lang weinig belangstelling had gehad voor de Maghreb. De Duitse oudhistoricus Mischa Meier typeert het als een proces van terugtrekking.

De tijden mochten dan veranderen, veel dingen bleven hetzelfde. Er waren steden, men produceerde olijfolie, men bouwde kerken, men schreef Latijn en men werkte samen met de nomaden. Die waren er – en dat al eeuwenlang – in allerlei soorten. Sommigen bewogen over betrekkelijk korte afstanden tussen winter- en zomerweiden, waar ze winter- en zomerdorpen hadden. Toearegs bewogen over enorme afstanden en handelden met de Sao-cultuur. Weer anderen wisselden een bestaan als sedentaire landbouwers af met nomadische veeteelt. Hun relatie met de Romeinse overheid was al even variabel: nu eens erkenden ze het gezag van de keizer en regelmatig dienden ze als grenstroepen, dan weer onttrokken ze zich aan de keizerlijke regering.

Berbers

In dat laatste geval noemden de Romeinen hen “barbaren”, waarvan ons woord “Berbers” is afgeleid. Zelf duidden en duiden ze zich aan met andere namen. Ze spraken en spreken verschillende talen, die noch bij de Indo-Europese taalfamilie behoren (zoals het Latijn), noch bij de Semitische talen (zoals het Fenicisch en het Arabisch). Wat ze deelden, is vooral een levenswijze, die complementair was aan de Romeinse stedelijke levenswijze.

Nu de Romeinse overheid zich terugtrok en de Vandalen de macht overnamen, lezen we voor het eerst over werkelijk autonome groepen Berbers. Volgens Prokopios gebeurde dat pas na de dood van de Vandaalse koning Hunerik (r.477-484), maar vrijwel zeker was dit proces al eerder gaande en verwijst de Byzantijnse geschiedschrijver naar het moment waarop er gewelddadige conflicten kwamen tussen het Vandaalse koninkrijk en de Berbers.

Berber-koningen

Ik aarzel of ik moet spreken van een Berber-staat, of Berber-staatjes, of dat ik het woord “staat” moet vervangen door “stam” of “stamfederatie”. Zoals zo vaak weten we het niet goed. Twee Berber-leiders, een zekere Masties en een zekere Masuna, hebben echter Latijnse inscripties nagelaten. Daarin duiden ze hun onderdanen niet aan als barbaren of Berbers, maar met de oeroude naam Mauri.

De eerste is het grafschrift van Masties, gevonden in de Aurès in het noordoosten van Algerije en ondateerbaar, en identificeert hem met de Romeinse titels dux en imperator. Hij schrijft:

Aan de geesten van de overledenen.
Ik, Masties, dux gedurende zevenenzestig jaar, imperator gedurende tien jaar, ☩ heb nooit verraad gepleegd, noch het vertrouwen geschonden, noch bij de Romeinen, noch bij de Mauri, en ik ben in oorlog en vrede gehoorzaam geweest. God heeft mij vanwege mijn gedrag Zijn genade geschonken.
Ik, Vartaia, heb samen met mijn broers dit monument opgericht, waarvoor ik honderd solidi heb betaald.noot EDCS-15500070.

We weten niet goed wat de Romeinse titels hier betekenen. Dux kan een Romeinse militaire term zijn, maar ook de aanduiding van een Berber-stamhoofd, terwijl imperator kan verwijzen naar vrijwel elke militaire gezagdrager. Het is echter duidelijk dat de man zich niet presenteert als onderdaan van de Vandalen, wat ook wordt bevestigd door een terloopse opmerking van Prokopios, die schrijft dat de Berbers Timgad hadden verwoest om te verhinderen dat de Vandalen ooit hun kant op zouden komen.noot Prokopios, Oorlogen 4.13.26. Dat Masties christen is, spreekt ruim een eeuw na de regering van Constantijn voor elke gezagdrager vanzelf.

Wie in deze inscriptie de Romeinen zijn, is onduidelijk: het kan gaan om onderdanen van Masties of de keizer in Ravenna. De tweede inscriptie, die van Masuna, helpt ons echter bij het vinden van een mogelijke interpretatie. Deze tekst is gevonden in Altava in het noordwesten van Algerije,noot EDCS-25601625. en bewijst dat Masuna rond 508 magistraten kon aanwijzen en zich beschouwde als een Romeinse gezaghebber. Hij identificeert zichzelf als rex gentium Maurorum et Romanorum, “koning van de Mauri en Romeinen”, en dat betekent dat we te maken hebben twee groepen onderdanen. “Romeinen” zal in beide inscripties verwijzen naar geromaniseerde stedelingen. En beide mannen regeerden dus over én Romeinse stedelingen én Mauri.

Jidars

Wat we, ondanks alle onduidelijkheid, kunnen weten is dat er rond 500 na Chr. post-Romeinse machthebbers waren met Berber-namen, die zich onafhankelijk hadden gemaakt van de Vandalen en zich presenteerden als loyaal aan de Romeinen. Ze gebruikten vergelijkbare militaire en bestuurlijke titels, deelden in de christelijke religie, schreven Latijn – kortom, ze bleven binnen de Romeinse wereld.

Dat zulke leiders niet (of niet alleen) met kuddes heen en weer trokken, maar (tevens) sedentair waren, blijkt uit de zogeheten jidars, monumentale grafmonumenten uit de Late Oudheid, die zijn gevonden in het noordwesten van Algerije. Het gaat vrijwel zeker om koninklijke mausolea en ze veronderstellen een sedentaire bevolking.

En tot slot: in 533 arriveerde de Byzantijnse generaal Belisarius in het huidige Tunesië, en onderwierp de Vandalen. Korte tijd later sloot hij een alliantie met een Berber-leider die door Prokopios Massonas wordt genoemd. We weten niet of dit dezelfde is als de zojuist genoemde Masuna, maar het bevestigt dat de Berbers rond Altava in het noordwesten van Algerije een mogendheid waren om rekening mee te houden.

[Dit is het eerste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb en dit blogje wordt zo meteen dus vervolgd.]

PS

Op deze blog zijn ruim 57.000 reacties geplaatst en 99,9% daarvan was ter zake of prettige malligheid. Eergisteren heb ik voor de derde keer in veertien jaar iemand een blok moeten geven. Ten overvloede herinner ik aan onze fascinerende huisregels.

#Algerije #Altava #Aurès #Belisarius #Berbers #Berbertalen #Geiserik #Hunerik #jidar #Massonas #Masties #Masuna #Mauri #MischaMeier #nomadisme #Prokopios #SaoCultuur #Timgad #Toeareg #Tunesië #Vandalen

De Hagia Sofia

De Hagia Sofia

Mijn zakenpartner reist bovengemiddeld veel en is niet snel ergens van onder de indruk, maar in Istanbul, in de Hagia Sofia, viel hij even stil. En ik snap hem helemaal. De kerk van de Heilige Wijsheid is ook voor mij een van de allermooiste monumenten uit de Oudheid. De Heilige Wijsheid in kwestie is overigens een andere aanduiding voor het Woord van God ofwel Christus.

De belangrijkste kerk van Constantinopel, want daarover hebben we het, stond op een boogscheut van een ouder christelijk heiligdom, de Kerk van de Goddelijke Vrede ofwel de Heilige Eirene. In de tekst die bekendstaat als de Notitia Urbis Constaninopoliana heten ze “de oude kerk” en de “nieuwe kerk”.

De kerk van Constantijn

De Hagia Sofia is voor het eerst gebouwd door keizer Constantijn de Grote (r.306-337), maar pas door zijn zoon Constantius II voltooid: in 360 om precies te zijn. Hoewel de patriarch van Constantinopel voorging in deze kerk, was ze toen waarschijnlijk nog niet de belangrijkste gebedsplaats van de stad, want toen keizer Theodosius I in 381 de bisschoppen uitnodigde voor het Eerste Concilie van Constantinopel, vergaderden de heren in de Hagia Eirene.

De Hagia Sofia

Enkele jaren later, in 399, stond de Hagia Sofia wel in het centrum van alle aandacht. Patriarch Johannes Chrysostomos bood toen asiel aan aan Eutropius, de in ongenade gevallen rechterhand van keizer Arcadius (r.395-408). Dit was maar één incident in een langer durend steekspel tussen de patriarch en keizerin Eudoxia I, die er enkele jaren later in slaagde haar rivaal verbannen te krijgen. Dat leidde weer tot rellen, tot de terugroeping van Johannes, en tot een nieuw incident toen de keizerin vlakbij de Hagia Sofia een zilveren standbeeld kreeg.

De patriarch protesteerde, kreeg opnieuw bevel zijn protesten elders te ventileren (namelijk in Armenië) en vertrok. Maar het was evident dat God stond aan zijn zijde, want nog die nacht brandde de Hagia Sofia af, alsof de Goddelijke Wijsheid met hem mee ging en niets van de keizerin moest weten. Toen zij enkele weken later overleed, begreep iedereen wie het recht aan zijn zijde had gehad. De kerk moest als de wiedeweerga worden herbouwd en dat werd de taak van Arcadius’ zoon Theodosius II (r.408-450).

Resten van de kerk van Theodosius II

De kerk van Theodosius

De tweede Hagia Sofia werd in 415 ingewijd. Bij de noordwestelijke ingang van de Hagia Sofia zijn in de tuin nog wat overblijfselen van deze kerk zichtbaar. Zie de foto hierboven. Archeologen menen dat de kerk van Theodosius min of meer dezelfde vorm heeft gehad had als de derde Hagia Sofia, die nodig werd toen Theodosius’ kerk was afgebrand tijdens net Nika-oproer van 532.

De eerste kerk van Justinianus

De eerste steen van de derde Hagia Sofia werd gelegd op 23 februari, slechts eenenveertig dagen nadat Theodosius’ kerk was geplunderd en vernietigd. Het bewijst het enorme belang dat keizer Justinianus (r.527-565) hechtte aan de kerk. De architecten waren Isidoros van Milete en Anthemios van Tralleis. (De laatste is de man die het sprookje van Archimedes’ brandspiegels in de wereld heeft geholpen.)

Het interieur van de Hagia Sofia

Ze hadden eerder al de charmante kerk van Sergios en Bakchos gebouwd en gebruikten dit ontwerp opnieuw, zij het op grotere schaal en met een ander soort koepel. De derde Hagia Sofia was al na minder dan zes jaar voltooid en werd ingewijd op 26 december 537. Toen Justinianus de kerk binnenging, merkte hij bescheiden op dat hij koning Salomo had overtroffen. De Byzantijnse auteur Prokopios beschrijft deze kerk in detail aan het begin van zijn boek over de Gebouwen van Justinianus.

Een interessant detail uit deze tijd is de muur van het Concilie, te vinden op de eerste verdieping. In 553 kwamen hier de bisschoppen van het Tweede Concilie van Constantinopel samen om de “drie kapitels” te bespreken, een van de vele pogingen om de monofysieten terug te winnen voor de officiële kerk.

Kapiteel met het monogram van Justinianus

De tweede kerk van Justinianus

In datzelfde jaar, 553 dus, werd Constantinopel getroffen door een aardbeving. Vier jaar later opnieuw. Niet vreemd: dit deel van Turkije is een van de seismisch meest actieve zones ter wereld, zoals u zich wellicht herinnert. Als gevolg van de schokken werd de koepel onstabiel en hij stortte in 558 in. Een nieuwe architect, een neef van Isidoros van Milete die ook Isidoros heette, vond de oplossing en maakte de nieuwe koepel nog hoger. De krachten werden daardoor meer verticaal gericht, wat inderdaad leidde tot een stabielere constructie. Isidoros voegde wel twee paar steunberen toe en daarmee was de kerk definitief voltooid. Ze werd in 563 weer in gebruik genomen en is sindsdien niet meer grondig verbouwd. De Byzantijnen hadden de perfecte vorm gevonden.

De Hagia Sofia met steunberen en minaret

Architectuur

De kerk is ongeveer vijfenzeventig meter lang en zeventig meter breed en is zó aangelegd dat de zuidoostelijke apsis wijst naar de plaats waar de zon opkomt ten tijde van de winterzonnewende: een herinnering dat Christus het licht van de wereld is. De Hagia Sofia heeft drie schepen, gescheiden door de pijlers waarop de koepel rust. De schepen in het noordoosten en het zuidwesten hebben twee verdiepingen en kerkgangers konden de mis ook vanuit de galerijen bijwonen. Het middenschip is in het zuidoosten en in het noordwesten verlengd met drie apsissen.

Verschillende zuilen zijn afkomstig uit een zonnetempel, maar het is onduidelijk of dat die in Rome of Baalbek is geweest. In elk geval was het recyclen van materiaal uit heidense tempels een manier om de machteloosheid der afgoden & triomf van het christendom te onderstrepen.

De plafondmozaïeken van de Hagia Sofia, noordwest is boven (klik=groot)

De Kerk van de Goddelijke Wijsheid is beroemd om zijn marmeren zuilen – met prachtige kapitelen – en mozaïeken. De meeste zijn middeleeuws, maar op sommige plaatsen is de originele decoratie nog steeds te zien. Die is bedoeld om te spiegelen. Zwart en goud zijn de dominante kleuren en het is makkelijk om in te stemmen met Prokopios’ oordeel dat

men zou kunnen zeggen dat het interieur niet van buitenaf wordt verlicht door de zon, maar dat het licht van binnen straalt. In zo’n overvloed aan licht baadt dit heiligdom.

De kerk is in 1204 geplunderd door de ridders van de Vierde Kruistocht. De Kroniek van Novgorod beschrijft wat verloren ging: een met zilver beslagen preekstoel, de troon van de patriarch, kruisen, iconen, zilveren lampen en evangeliën. De Kruisridders-operatie werd geleid door Enrico Dandolo, de doge van Venetië, die niet veel later overleed. Een inscriptie op de eerste verdieping van het zuidwestelijke schip geeft aan waar zijn graf was.

Het graf van Dandolo in de Hagia Sofia

Ottomaanse architecten hebben de steunberen van de kerk nog versterkt. Als de Turkse moskeeën en badhuizen eleganter ogen, is dat omdat de bouwmeesters hebben geleerd van de Hagia Sofia.

#AnthemiosVanTralleis #apsis #Arcadius #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #ConstantiusII #EersteConcilieVanConstantinopel #EnricoDandolo #EudoxiaI #EutropiusHoveling_ #HagiaSofia #IsidorosVanMileteJr #IsidorosVanMileteSr #Istanbul #JohannesChrysostomos #Justinianus #koepelbouw #KroniekVanNovgorod #NikaOproer #Prokopios #TheodosiusI #TheodosiusII #Turkije #TweedeConcilieVanConstantinopel #VierdeKruistocht #winterzonnewende #woordVanGod

Nog eenmaal werelderfgoed: Istanbul - Mainzer Beobachter

In mijn reeks over het werelderfgoed in Turkije mag Istanbul niet ontbreken: het antieke Constantinopel is nog verbazingwekkend aanwezig.

Mainzer Beobachter