De Maronitische Wereldkroniek (3) Theodosius II

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

[Dit is het derde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

Commentaar
De chroniqueur beschouwt de regering van keizer Theodosius II (r.408-450) als een christelijke bloeitijd. Hij behandelt deze tijd als één geheel, zonder veel aandacht voor chronologie.

Tijdens het bewind van Theodosius de Jongere verkeerden de kerken van de Romeinen in een onaantastbare positie. Onder de Perzen was er echter sprake van ernstige vervolging van de christenen, en vele heiligen zijn daar gekroond met de bekende smarten van het geloof.

729 SE. ≡ okt. 417/sept. 418

In deze periode, in het jaar 729, op 16 juni, vond een zonsverduistering plaats en heerste overdag rond het achtste uur grote duisternis.

Commentaar
Deze zonsverduistering vond feitelijk plaats op 19 juli 418. Hierna volgt een lange lacune in de tekst van de Maronitische Wereldkroniek.

……
Kyrillos, bisschop van Alexandrië, en Theodoretos, bisschop van Kyrrhos, behoorden tot de Griekse leraren, en in de Syrische taal was er de zalige Isaak de Leraar, en sinds deze periode groeide …… begon af te nemen in de kerken.
Tijdens diens regering werden velen heilig met verschillende soorten van eredienst. Ook de zalige Simeon, die als eerste woonde op een pilaar, leefde in deze tijd.
Aan het einde van de regering van Theodosius was er onrust in de kerken vanwege illegale handelingen … te Constantinopel, en ook betreffende Eusebios … en Leo en Dioskouros, en die afschuwelijke daad die destijds in Efese werd gepleegd omwille van Eutyches.

Commentaar
De passage is niet helemaal duidelijk, maar de personages zijn bekend en het gaat zeker over de discussie over de zogeheten monofysieten, die – naar het oordeel van de keizerlijke kerk – de goddelijkheid van Christus te sterk benadrukten. Zij hadden in 449 onder voorzitterschap van Dioskouros het Tweede Concilie van Efese belegd, dat later niet zou worden erkend als orthodox. Twee jaar later organiseerde Marcianus, de opvolger van Theodosius, het Concilie van Chalkedon.

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Chalkedon (451).

In de tijd van deze ketterij stierf Theodosius, de vrome keizer, na een regering die eenenveertig jaar had geduurd.
Zijn al genoemde zus Pulcheria regeerde daarna samen met Marcianus, die na Theodosius op de troon kwam. Zij was ijverig om de … te herstellen, die immers van de gerechtigheid was afgedwaald, en keizer Marcianus riep door zijn ijver het concilie bijeen dat in Chalcedon bijeenkwam, en hij schafte de slechte daden van de synode van Dioskouros af.

762 SE. ≡ okt. 450/sept. 451

Het jaar waarin dit Concilie bijeenkwam was 762. Tot die periode was de kerk in groei en bloei, en ook de kloosters werden tot dan toe gebouwd en hersteld, vooral in Jeruzalem en omgeving, door de heilige Euthymios de Gezegende, en Theodosius en Saba, zijn twee discipelen.
Ook de zalige Maron richtte zijn klooster in, en de veiligheid van de kloosters en kerken nam overal toe, en ook de vreugde over de heerschappij van de Romeinen neigde naar … op glorie.

Commentaar
Dat Sint-Maron nog rond 450 na Chr. in leven was, komt voor mij als een verrassing. Voor de datering van zijn leven hadden we eigenlijk alleen een in 407 geschreven briefje waarin Johannes Chrysostomos naar Marons gezondheid informeert. Theodoretos wijdde een korte biografie aan Sint-Maron, waarin hij diens dood vermeldt. Deze tekst zou dan, als de informatie uit de Maronitische Wereldkroniek klopt, zeven of acht later moeten worden gedateerd: niet rond 444 maar rond 452.

We weten verder dat keizer Marcianus in 452 een klooster schonk aan Marons leerlingen. Dat komt nu iets minder onverwacht: blijkbaar was dit in reactie op een initiatief van de oude Maron zelf. Maar nogmaals: dan moet de auteur van de Maronitische Wereldkroniek wel toegang hebben gehad tot betrouwbare informatie.

Tot slot: na het hierboven gegeven citaat is een lacune. Daarin moet sprake zijn geweest van onlusten in de kerk van Alexandrië, want later komt de chroniqueur terug op het conflict tussen patriarch Proterios (r.451-457) en zijn rivaal Timotheos II.

[Wordt vervolgd]

#AdrianPirtea #AlexHourani #Alexandrië #bronnenuitgave #ConcilieVanChalkedon #Eutyches #KyrillosIVanAlexandrië #LeoIPaus #Marcianus #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #Proterios #Pulcheria #SimeonDeStyliet #SintMaron #SintSaba #Theodoretos #TheodosiusII #TimotheosII #zonsverduistering

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Theodosius tussen zijn medekeizers Valentianus II en Arcadius (meer; Archeologisch Museum, Mérida)

Feit is: een grote groep migranten zonder land stond nu in een imperium zonder leger. Valens’ opvolger Theodosius nam de migranten dus maar in dienst. Onder leiding van Alarik speelde dit leger, dat wel wordt aangeduid als de Visigoten (“wijze Goten”), nog een belangrijke rol bij de verdediging van Syrië en de campagne waarmee Theodosius zijn gezag uitbreidde naar de westelijke provincies. Het leger zou in 410 Rome plunderen en uiteindelijk dienen als strategische reserve voor Gallië.

De Hunnen

Ik noemde de Hunnen. In het eerste derde van de vijfde eeuw dienden ze als Romeinse bondgenoten en kregen ze het recht zich te vestigen aan de Midden-Donau. Zeg maar in Hongarije. Van bondgenoten werden het echter vijanden, die bijvoorbeeld Belgrado en Viminacium plunderden, en over de Via Diagonalis dwars door Thracië oprukten naar Constantinopel. Keizer Theodosius II, die zijn graanleverancier tot elke prijs moest behouden, kocht de Hunnen in 443 af, maar in 447 waren ze terug in Thracië en in 449 stemde de keizer in met nieuwe afkoopsommen. Nu wendde de Hunse leider Attila zich naar het westen, waar hij op de Catalaunische Velden werd verslagen door een coalitie van Visigoten, Franken en anderen.

De schrik zat er goed in en de keizers in Constantinopel versterkten de grens. Achter de reeks forten langs de Beneden-Donau kwam een tweede linie, die liep door het Balkangebergte. Om de kustweg langs de Zwarte Zee te verdedigen, werd bijvoorbeeld een muur gebouwd die zich vijftig kilometer landinwaarts uitstrekte, zodat een omtrekkende beweging niet mogelijk was.

Resten van een Byzantijnse kerk in Nesebar

Keizer Anastasius (r.491-518) zou in 503 een soortgelijke muur bouwen over het schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara, zeventig kilometer ten westen van Constantinopel. Later zou keizer Justinianus (r. 527-565) allerlei steden voorzien van stadsmuren; de geschiedschrijver Prokopios wijdde er niet minder dan vijf boekrollen aan, De bouwwerken. Een flink deel van de vierde boekrol gaat over het diocees Thracië.

Volksverhuizingen, deel twee

Alle versterkingen mochten niet baten toen de Avaren aankwamen. Ik heb vaker over hen geschreven. Ze arriveerden rond 563 vanuit het verre oosten – hiervoor is inmiddels DNA-bewijs – en ze waren extreem succesvol. In 582 namen ze de belangrijke stad Sirmium in, even ten noorden van Belgrado, en ze vestigden een machtige staat in Midden-Europa, die enorme schattingen eiste van de buurvolken. We weten er weinig van, aangezien ze ongeletterd waren en dus niet zelf schreven; archeologisch zijn ze moeilijk te vinden, omdat de bestaande Centraal-Europese volken hun levenswijze konden voortzetten. Goudschatten als de Sânnicolau Mare-schat bewijzen echter dat de keizers in Constantinopel fors betaalden.

Het voornaamste gevolg van deze invasie was dat er geen landweg vanuit Constantinopel en Thracië naar de westelijke gebieden was: Oost- en West-Europa, al gescheiden door de Griekse en Latijnse taal, gingen verder uit elkaar. Later zou ook het christendom in tweeën uiteenvallen.

Het paleis van een Slavische bestuurder in Silistra

De Avaren dreven de Byzantijnen, zoals we de bewoners van de Oost-Romeinse rompstaat gewoonlijk noemen, terug naar de Thracische havensteden, zoals Varna en Nesebar in het oosten en Thessaloniki in het zuiden. De gebieden buiten het keizerlijke gezag zijn niet zo goed bekend, maar we lezen steeds vaker over Slavische soldaten die als infanterie meetrekken met de Avaarse cavalerie. We lezen ook over de eerste Bulgaren. Het gaat in alle gevallen om een gemengde bevolking, waarin de oude Romeinen en verschillende groepen migranten samenkwamen. Hoe groot die groepen migranten waren, is niet te zeggen, maar de etnische kaart werd in de zevende eeuw opnieuw getekend.

Ik ga afronden met een laatste constatering: door de opkomst van de islam, ook in de zevende eeuw, verloor het Byzantijnse Rijk Egypte. Voortaan was Thracië een nóg belangrijkere leverancier, en het keizerlijk beleid was dan ook gericht op de herovering van de verloren gebieden.

#Alarik #AnastasiusI #Attila #Avaren #Balkangebergte #Bulgaren #CatalaunischeVelden #Constantinopel #Goten #GroteVolksverhuizingen #Hunnen #Justinianus #Nesebar #Prokopios #SânnicolauMareSchat #Sirmium #slagBijAdrianopel #Tervingi #TheodosiusI #TheodosiusII #Thracië #Valens #ViaDiagonalis #Visigoten
#TheodosiusII (better known for the #TheodosianWalls of Constantinople) issued a significant recension of #RomanLaw in the form of #CodexTheodosianus on #ThisDayInHistory in 438. This #Latin compilation of Christian-era rulings includes #Rome's first prohibition of homosexuality.

Romeins Recht (3): Justinianus

Modern standbeeld voor Ulpianus (Tyrus)

In het eerste stukje legde ik uit dat het Romeins Recht uiteenlopende bronnen had en in het tweede stukje toonde ik hoe rechtsgeleerden steeds meer zochten naar systematiek. Rond het midden van de derde eeuw na Chr., toen het Romeinse Rijk door een crisis ging, kwam er een tijdelijk einde aan deze rechtspraktijk. Wat dit in feite betekende, is moeilijk te achterhalen, maar het is opvallend hoe weinig documentatie we hebben uit deze periode. Vermoedelijk dateren de eerste codices, privéverzamelingen voor deze of gene provincie, uit deze tijd. Het was pas keizer Constantijn die zich weer om het Romeins Recht bekommerde en enkele rechtsgeleerden aanwees wier adviezen voortaan rechtskracht hadden. Dit staat bekend als de Citeerwet maar feitelijk was het een constitutie of, zo u wil, een decreet.

De vierde en vijfde eeuw

De tweede helft van de vierde eeuw is wel getypeerd als een renaissance en inderdaad werden allerlei oude teksten gekopieerd. Dat gold ook voor rechtsgeleerde teksten: ze werden, soms als samenvatting en altijd met aanpassingen (bijvoorbeeld aan het vernieuwde muntstelsel), opnieuw gepubliceerd. Sommige compendia hebben we over, zoals de Sententiae (“adviezen”) van Julius Paulus van Emesa en de Epitome (“samenvatting”) van Ulpianus van Tyrus. Deze laatste was overigens juridisch adviseur geweest van de keizers Caracalla (r.211-217) en Severus Alexander (r.222-235). We hebben zijn werk dus over in een vierde-eeuwse vorm. Ongetwijfeld zijn die benut in de rechtsscholen, zoals de beroemde instelling in Beiroet, dat zich tot op de huidige dag presenteert als nutrix legum, “de voedster van de wetten”.

In de derde eeuw en vroege vierde eeuw was er nogal wat wildgroei geweest. De leraren van de rechtenfaculteit in Beiroet namen het voortouw bij de herordening van het corpus aan wetten, constituties, decreten en andere regels. Een zekere Cyrillus schreef een systematische uitleg van alle juridische definities en zijn opvolgers adviseerden de keizer in Constantinopel. Er waren ook invloeden vanuit het joden- en christendom, zoals te vinden in de Collatio Legum Mosaicarum et Romanarum, waarin de wetten van Mozes naast het Romeinse recht worden geplaatst.

Keizer Theodosius II (r. 408-450) begreep hun verlangen naar één, systematisch geordend stelsel en gaf opdracht tot een codex van alle keizerlijke constituties sinds de regering van Constantijn de Grote. Deze Codex Theodosianus, gepubliceerd in 438, is zeer invloedrijk geweest. Na de desintegratie van het Romeinse bestuur in West-Europa waren er speciale edities voor de opvolgerstaten in Gallië (het Breviarium Alaricianum en de Lex Romana Burgundionum), op het Iberische Schiereiland (de Lex Romana Wisigothorum en het ambitieuze Forum Iudicum) en Italië (Edictum Theodorici).

Justinianus

Het Romeinse Recht zal echter voor altijd verbonden zijn met keizer Justinianus, die in 527 aan de macht kwam en onmiddellijk opdracht gaf tot codificatie van het volledige rechtssysteem. Het Corpus Iuris vormt het hoogtepunt van een juridische traditie die een ruim millennium eerder was begonnen met de Wetten van de Twaalf Tafelen.

Een team van tien rechtsgeleerden onder leiding van Tribonianus moest “selecteren wat nuttig was” in de handboeken, monografieën en commentaren uit de tweede en derde eeuw, alsmede de recentere compendia. “Herhalingen en tegenstrijdigheden moesten worden vermeden”, “alles wat onvolledig, onnodig of verouderd was, moest worden gewist” en de teksten moesten indien nodig worden geactualiseerd.

Het Corpus Iuris bestaat uit vier delen. Het omvangrijkste deel staat bekend als de Digestae. In vijftig boeken, onderverdeeld in titels, hoofdstukken en paragrafen, wordt elk denkbaar onderwerp behandeld. Omdat Justinianus dit uitdrukkelijk had geëist, moesten de namen van de oorspronkelijke rechtsgeleerden worden genoteerd. Een moderne verwijzing naar “Ulp., D. 50.15.1. pr.” betekent dat een opinie van Ulpianus wordt bedoeld, te vinden in het vijftigste boek van de Digesten, titel vijftien, hoofdstuk één, in de proloog. In de betreffende passage valt te lezen dat verschillende steden in Syrië de rang van colonia combineerden met Italiaanse rechten, en dat Ulpianus’  geboorteplaats Tyrus er één van was, omdat het de nobelste stad van allemaal was, heel oud, zeer betrouwbaar in de naleving van verdragen en uiterst loyaal aan Rome. Dat deze lofzang behouden is gebleven, suggereert dat Tribonianus’ team niet alles heeft gewist wat niet nodig was.

Tegelijk met de Digesten verscheen het handboek Institutiones, dat gebaseerd was op het al genoemde handboek van Gaius. Op twee nieuwe publicaties volgde de Codex Justinianus, een uitgebreidere versie van de Codex Theodosianus met keizerlijke constituties. Constituties die na de publicatie van deze drie teksten zijn verschrenen, zijn opgenomen in de Novellae. Die zijn gepubliceerd in het Grieks.

Romeins Recht als historische bron

Samen staan deze vier teksten – Institutiones, Codex, Digestae, Novellae – bekend als het Corpus Iuris. Voor een historicus vormt het hierin beschreven Romeins Recht een ware goudmijn. Hier hebben we een grote hoeveelheid wetgeving, relevant voor de Late Oudheid, maar gebaseerd op oudere regelgeving, die we vaak kunnen reconstrueren.

Bovendien bieden de Digesten inzicht in kwesties die juridisch advies vereisten, zodat we veel vernemen over de dingen die er voor de Romeinen werkelijk toe deden. Af en toe herken je de persoonlijkheid van een juridisch expert. Het zegt veel over het gevoel voor humor van Julius Paulus dat hij, in zijn commentaar op een wet die overspel bestrafte met verbanning naar een eiland, adviseerde de veroordeelden te sturen naar twee verschillende eilanden.

Tot slot: een van de grote vragen is hoe de Digesten in slechts drie jaar tot stand hebben kunnen komen. De verklaring is vrijwel zeker dat er een oudere collectie is geweest in de rechtsschool van Beiroet. We moeten het materiaal daarom met enige voorzichtigheid benutten. De originele teksten zijn geschreven in Italië, de eerste collectie was relevant voor Beiroet en Justinianus voerde deze opnieuw voor de Romeinse wereld van de zesde eeuw. Ik zou de informatie uit de Digesten dus niet zomaar extrapoleren naar pakweg Romeins Nijmegen of Tongeren.

[Met dank aan Sidney Smeets]

#beiroet #breviariumAlaricianum #caracalla #codexJustinianus #codexTheodosianus #collatioLegumMosaicarumEtRomanarum #constantijnDeGrote #corpusIuris #edictumTheodorici #forumIudicum #juliusPaulus #justinianus #lexRomanaBurgundionum #lexRomanaWisigothorum #libanon #romeinsRecht #severusAlexander #theodosiusIi #tribonianus #tyrus #ulpianus

De Zevenslapers van Efese

De Zevenslapers van Efese

In de winter van 249/250 gelastte de Romeinse keizer Decius al zijn onderdanen om te offeren aan hun voorouderlijke goden. Daar was alle reden toe, want er woedde een akelige, op ebola lijkende epidemie, en verder waren er de problemen die worden samengevat als de Crisis van de Derde Eeuw. Voor sommige groepen pakte Decius’ loyaliteitseis vervelend uit, want neopythagoreeërs, hermetici en neoplatonisten maakten bezwaar tegen het offeren. Op naam van de pythagorese filosoof Apollonios van Tyana is een briefje overgeleverd waarin hij expliciet zegt dat de grootste eer die men aan de goden kan bewijzen, eruit bestaat niet aan ze te offeren. Duidelijke taal.

Voor de vereerders van Christus was het makkelijker. De meesten hadden de nieuwe god toegevoegd aan hun pantheon. Van keizer Severus Alexander (r.222-235) is bekend dat hij dagelijks offerde aan Abraham, Christus, Orfeus en de zojuist genoemde Apollonios van Tyana. Voor sommige vereerders van Christus stonden echter principieel afwijzend tegenover Decius’ eis, en betaalden met hun bloed. Dionysius van Parijs (Saint-Denis) is een voorbeeld. Andere christenen maakten zich uit de voeten, zoals de bisschop van Karthago, Cyprianus.

De Zevenslapers

In Efese vluchtten zeven mannen naar een grot om daar te schuilen tot de dagen voorbij waren waarin hun stadsgenoten aan het offeren waren. Ze vielen in slaap, maar toen ze werden gewekt door iemand die de grot als stal wilde gaan gebruiken, waren bijna twee eeuwen verstreken: dat zou in 447 zijn geweest, tijdens de regering van keizer Theodosius II. Dat de wakker geworden mannen werkelijk vele decennia hadden geslapen, werd onweerlegbaar bewezen toen ze boodschappen wilden doen met verouderde munten. De grot wordt nog altijd aangewezen, maar ik heb die zelf alleen van een afstand kunnen fotograferen.

De grot van de Zevenslapers

Dit mooie verhaal werd driekwart eeuw later, dus aan het begin van de zesde eeuw, voor het eerst opgeschreven door de Syrische auteur Jacobus van Serugh. Op dat moment was er al een aan de Zevenslapers gewijde kerk. De dubbele bodem van de legende betreft natuurlijk de opstanding van de doden.

Verspreiding

Misschien was het wel omdat een belangrijk theologisch leerstuk aanschouwelijk werd gemaakt, misschien was het wel gewoon omdat mensen hielden van wonderbaarlijke verhalen, maar in elk geval verspreidde de legende van de Zevenslapers zich bliksemsnel. Na een halve eeuw was er al een versie in het Centraal-Aziatische Sogdisch, rond 575 vertaalde de Gallische bisschop Gregorius van Tours de legende in het Latijn (lees maar). Van westelijk China tot de Atlantische Oceaan: na een halve eeuw kende de hele antieke wereld de legende.

Via het Sogdisch kennen we ook Perzische, Kirgizische en Tataarse versies; via het Latijn kwamen Angelsaksische en Ierse versies tot stand; de Syrische tekst moet ten grondslag liggen aan de Armeense, Koptische en Ethiopische versies. De Byzantijnse versies kunnen teruggaan op een origineel dat een fractie ouder zou kunnen zijn dan de tekst van Jacobus van Serugh.

Tot slot noem ik de Arabische versies. De joden van Najran, in het zuiden van het huidige Saoedi-Arabië, kenden de legende, al meenden zij dat ze ging over drie van hun geloofsgenoten. Het verhaal is daarna opgenomen in de Koran en deze variant dateert dus van voor 632. Hierin lezen we dat sommige mensen het hebben over zeven slapers, over drie slapers, over vier slapers, over vijf slapers plus een hond, of zeven plus hond. God weet het natuurlijk precies, stelt de Koran de luisteraar gerust, maar voor ons is interessant dat er vóór 632 al zo’n wildgroei aan tradities was dat het vragen opriep.

Parallel

Nu we het toch hebben over de vroege islam: daar vinden we een andere verhaal dat zich razendsnel verspreidde, al is het een stuk minder breed gedocumenteerd. Dat betreft een roepingsverhaal over de profeet Mohammed dat ouder is dan de standaardbiografie van Ibn Ishaq, en dat mondeling moet zijn doorgegeven naar het westen. Met aanpassingen vinden we dit verhaal in de in 731 voltooide Kerkgeschiedenis van Beda de Eerbiedwaardige, die het toepast op de Angelsaksische dichter Caedmon. U leest er hier meer over.

Wat ik met dit blogje maar zeggen wil: verhalen konden zich razendsnel verspreiden.

#Angelsaksen #BedaVanJarrow #Caedmon #Decius #Efese #GregoriusVanTours #JacobusVanSerugh #legende #Najran #SeverusAlexander #SintCyprianus #SintDionysiusVanParijs #TheodosiusII #Zevenslapers

De Hagia Sofia

De Hagia Sofia

Mijn zakenpartner reist bovengemiddeld veel en is niet snel ergens van onder de indruk, maar in Istanbul, in de Hagia Sofia, viel hij even stil. En ik snap hem helemaal. De kerk van de Heilige Wijsheid is ook voor mij een van de allermooiste monumenten uit de Oudheid. De Heilige Wijsheid in kwestie is overigens een andere aanduiding voor het Woord van God ofwel Christus.

De belangrijkste kerk van Constantinopel, want daarover hebben we het, stond op een boogscheut van een ouder christelijk heiligdom, de Kerk van de Goddelijke Vrede ofwel de Heilige Eirene. In de tekst die bekendstaat als de Notitia Urbis Constaninopoliana heten ze “de oude kerk” en de “nieuwe kerk”.

De kerk van Constantijn

De Hagia Sofia is voor het eerst gebouwd door keizer Constantijn de Grote (r.306-337), maar pas door zijn zoon Constantius II voltooid: in 360 om precies te zijn. Hoewel de patriarch van Constantinopel voorging in deze kerk, was ze toen waarschijnlijk nog niet de belangrijkste gebedsplaats van de stad, want toen keizer Theodosius I in 381 de bisschoppen uitnodigde voor het Eerste Concilie van Constantinopel, vergaderden de heren in de Hagia Eirene.

De Hagia Sofia

Enkele jaren later, in 399, stond de Hagia Sofia wel in het centrum van alle aandacht. Patriarch Johannes Chrysostomos bood toen asiel aan aan Eutropius, de in ongenade gevallen rechterhand van keizer Arcadius (r.395-408). Dit was maar één incident in een langer durend steekspel tussen de patriarch en keizerin Eudoxia I, die er enkele jaren later in slaagde haar rivaal verbannen te krijgen. Dat leidde weer tot rellen, tot de terugroeping van Johannes, en tot een nieuw incident toen de keizerin vlakbij de Hagia Sofia een zilveren standbeeld kreeg.

De patriarch protesteerde, kreeg opnieuw bevel zijn protesten elders te ventileren (namelijk in Armenië) en vertrok. Maar het was evident dat God stond aan zijn zijde, want nog die nacht brandde de Hagia Sofia af, alsof de Goddelijke Wijsheid met hem mee ging en niets van de keizerin moest weten. Toen zij enkele weken later overleed, begreep iedereen wie het recht aan zijn zijde had gehad. De kerk moest als de wiedeweerga worden herbouwd en dat werd de taak van Arcadius’ zoon Theodosius II (r.408-450).

Resten van de kerk van Theodosius II

De kerk van Theodosius

De tweede Hagia Sofia werd in 415 ingewijd. Bij de noordwestelijke ingang van de Hagia Sofia zijn in de tuin nog wat overblijfselen van deze kerk zichtbaar. Zie de foto hierboven. Archeologen menen dat de kerk van Theodosius min of meer dezelfde vorm heeft gehad had als de derde Hagia Sofia, die nodig werd toen Theodosius’ kerk was afgebrand tijdens net Nika-oproer van 532.

De eerste kerk van Justinianus

De eerste steen van de derde Hagia Sofia werd gelegd op 23 februari, slechts eenenveertig dagen nadat Theodosius’ kerk was geplunderd en vernietigd. Het bewijst het enorme belang dat keizer Justinianus (r.527-565) hechtte aan de kerk. De architecten waren Isidoros van Milete en Anthemios van Tralleis. (De laatste is de man die het sprookje van Archimedes’ brandspiegels in de wereld heeft geholpen.)

Het interieur van de Hagia Sofia

Ze hadden eerder al de charmante kerk van Sergios en Bakchos gebouwd en gebruikten dit ontwerp opnieuw, zij het op grotere schaal en met een ander soort koepel. De derde Hagia Sofia was al na minder dan zes jaar voltooid en werd ingewijd op 26 december 537. Toen Justinianus de kerk binnenging, merkte hij bescheiden op dat hij koning Salomo had overtroffen. De Byzantijnse auteur Prokopios beschrijft deze kerk in detail aan het begin van zijn boek over de Gebouwen van Justinianus.

Een interessant detail uit deze tijd is de muur van het Concilie, te vinden op de eerste verdieping. In 553 kwamen hier de bisschoppen van het Tweede Concilie van Constantinopel samen om de “drie kapitels” te bespreken, een van de vele pogingen om de monofysieten terug te winnen voor de officiële kerk.

Kapiteel met het monogram van Justinianus

De tweede kerk van Justinianus

In datzelfde jaar, 553 dus, werd Constantinopel getroffen door een aardbeving. Vier jaar later opnieuw. Niet vreemd: dit deel van Turkije is een van de seismisch meest actieve zones ter wereld, zoals u zich wellicht herinnert. Als gevolg van de schokken werd de koepel onstabiel en hij stortte in 558 in. Een nieuwe architect, een neef van Isidoros van Milete die ook Isidoros heette, vond de oplossing en maakte de nieuwe koepel nog hoger. De krachten werden daardoor meer verticaal gericht, wat inderdaad leidde tot een stabielere constructie. Isidoros voegde wel twee paar steunberen toe en daarmee was de kerk definitief voltooid. Ze werd in 563 weer in gebruik genomen en is sindsdien niet meer grondig verbouwd. De Byzantijnen hadden de perfecte vorm gevonden.

De Hagia Sofia met steunberen en minaret

Architectuur

De kerk is ongeveer vijfenzeventig meter lang en zeventig meter breed en is zó aangelegd dat de zuidoostelijke apsis wijst naar de plaats waar de zon opkomt ten tijde van de winterzonnewende: een herinnering dat Christus het licht van de wereld is. De Hagia Sofia heeft drie schepen, gescheiden door de pijlers waarop de koepel rust. De schepen in het noordoosten en het zuidwesten hebben twee verdiepingen en kerkgangers konden de mis ook vanuit de galerijen bijwonen. Het middenschip is in het zuidoosten en in het noordwesten verlengd met drie apsissen.

Verschillende zuilen zijn afkomstig uit een zonnetempel, maar het is onduidelijk of dat die in Rome of Baalbek is geweest. In elk geval was het recyclen van materiaal uit heidense tempels een manier om de machteloosheid der afgoden & triomf van het christendom te onderstrepen.

De plafondmozaïeken van de Hagia Sofia, noordwest is boven (klik=groot)

De Kerk van de Goddelijke Wijsheid is beroemd om zijn marmeren zuilen – met prachtige kapitelen – en mozaïeken. De meeste zijn middeleeuws, maar op sommige plaatsen is de originele decoratie nog steeds te zien. Die is bedoeld om te spiegelen. Zwart en goud zijn de dominante kleuren en het is makkelijk om in te stemmen met Prokopios’ oordeel dat

men zou kunnen zeggen dat het interieur niet van buitenaf wordt verlicht door de zon, maar dat het licht van binnen straalt. In zo’n overvloed aan licht baadt dit heiligdom.

De kerk is in 1204 geplunderd door de ridders van de Vierde Kruistocht. De Kroniek van Novgorod beschrijft wat verloren ging: een met zilver beslagen preekstoel, de troon van de patriarch, kruisen, iconen, zilveren lampen en evangeliën. De Kruisridders-operatie werd geleid door Enrico Dandolo, de doge van Venetië, die niet veel later overleed. Een inscriptie op de eerste verdieping van het zuidwestelijke schip geeft aan waar zijn graf was.

Het graf van Dandolo in de Hagia Sofia

Ottomaanse architecten hebben de steunberen van de kerk nog versterkt. Als de Turkse moskeeën en badhuizen eleganter ogen, is dat omdat de bouwmeesters hebben geleerd van de Hagia Sofia.

#AnthemiosVanTralleis #apsis #Arcadius #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #ConstantiusII #EersteConcilieVanConstantinopel #EnricoDandolo #EudoxiaI #EutropiusHoveling_ #HagiaSofia #IsidorosVanMileteJr #IsidorosVanMileteSr #Istanbul #JohannesChrysostomos #Justinianus #koepelbouw #KroniekVanNovgorod #NikaOproer #Prokopios #TheodosiusI #TheodosiusII #Turkije #TweedeConcilieVanConstantinopel #VierdeKruistocht #winterzonnewende #woordVanGod

Nog eenmaal werelderfgoed: Istanbul - Mainzer Beobachter

In mijn reeks over het werelderfgoed in Turkije mag Istanbul niet ontbreken: het antieke Constantinopel is nog verbazingwekkend aanwezig.

Mainzer Beobachter