Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Theodosius tussen zijn medekeizers Valentianus II en Arcadius (meer; Archeologisch Museum, Mérida)

Feit is: een grote groep migranten zonder land stond nu in een imperium zonder leger. Valens’ opvolger Theodosius nam de migranten dus maar in dienst. Onder leiding van Alarik speelde dit leger, dat wel wordt aangeduid als de Visigoten (“wijze Goten”), nog een belangrijke rol bij de verdediging van Syrië en de campagne waarmee Theodosius zijn gezag uitbreidde naar de westelijke provincies. Het leger zou in 410 Rome plunderen en uiteindelijk dienen als strategische reserve voor Gallië.

De Hunnen

Ik noemde de Hunnen. In het eerste derde van de vijfde eeuw dienden ze als Romeinse bondgenoten en kregen ze het recht zich te vestigen aan de Midden-Donau. Zeg maar in Hongarije. Van bondgenoten werden het echter vijanden, die bijvoorbeeld Belgrado en Viminacium plunderden, en over de Via Diagonalis dwars door Thracië oprukten naar Constantinopel. Keizer Theodosius II, die zijn graanleverancier tot elke prijs moest behouden, kocht de Hunnen in 443 af, maar in 447 waren ze terug in Thracië en in 449 stemde de keizer in met nieuwe afkoopsommen. Nu wendde de Hunse leider Attila zich naar het westen, waar hij op de Catalaunische Velden werd verslagen door een coalitie van Visigoten, Franken en anderen.

De schrik zat er goed in en de keizers in Constantinopel versterkten de grens. Achter de reeks forten langs de Beneden-Donau kwam een tweede linie, die liep door het Balkangebergte. Om de kustweg langs de Zwarte Zee te verdedigen, werd bijvoorbeeld een muur gebouwd die zich vijftig kilometer landinwaarts uitstrekte, zodat een omtrekkende beweging niet mogelijk was.

Resten van een Byzantijnse kerk in Nesebar

Keizer Anastasius (r.491-518) zou in 503 een soortgelijke muur bouwen over het schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara, zeventig kilometer ten westen van Constantinopel. Later zou keizer Justinianus (r. 527-565) allerlei steden voorzien van stadsmuren; de geschiedschrijver Prokopios wijdde er niet minder dan vijf boekrollen aan, De bouwwerken. Een flink deel van de vierde boekrol gaat over het diocees Thracië.

Volksverhuizingen, deel twee

Alle versterkingen mochten niet baten toen de Avaren aankwamen. Ik heb vaker over hen geschreven. Ze arriveerden rond 563 vanuit het verre oosten – hiervoor is inmiddels DNA-bewijs – en ze waren extreem succesvol. In 582 namen ze de belangrijke stad Sirmium in, even ten noorden van Belgrado, en ze vestigden een machtige staat in Midden-Europa, die enorme schattingen eiste van de buurvolken. We weten er weinig van, aangezien ze ongeletterd waren en dus niet zelf schreven; archeologisch zijn ze moeilijk te vinden, omdat de bestaande Centraal-Europese volken hun levenswijze konden voortzetten. Goudschatten als de Sânnicolau Mare-schat bewijzen echter dat de keizers in Constantinopel fors betaalden.

Het voornaamste gevolg van deze invasie was dat er geen landweg vanuit Constantinopel en Thracië naar de westelijke gebieden was: Oost- en West-Europa, al gescheiden door de Griekse en Latijnse taal, gingen verder uit elkaar. Later zou ook het christendom in tweeën uiteenvallen.

Het paleis van een Slavische bestuurder in Silistra

De Avaren dreven de Byzantijnen, zoals we de bewoners van de Oost-Romeinse rompstaat gewoonlijk noemen, terug naar de Thracische havensteden, zoals Varna en Nesebar in het oosten en Thessaloniki in het zuiden. De gebieden buiten het keizerlijke gezag zijn niet zo goed bekend, maar we lezen steeds vaker over Slavische soldaten die als infanterie meetrekken met de Avaarse cavalerie. We lezen ook over de eerste Bulgaren. Het gaat in alle gevallen om een gemengde bevolking, waarin de oude Romeinen en verschillende groepen migranten samenkwamen. Hoe groot die groepen migranten waren, is niet te zeggen, maar de etnische kaart werd in de zevende eeuw opnieuw getekend.

Ik ga afronden met een laatste constatering: door de opkomst van de islam, ook in de zevende eeuw, verloor het Byzantijnse Rijk Egypte. Voortaan was Thracië een nóg belangrijkere leverancier, en het keizerlijk beleid was dan ook gericht op de herovering van de verloren gebieden.

#Alarik #AnastasiusI #Attila #Avaren #Balkangebergte #Bulgaren #CatalaunischeVelden #Constantinopel #Goten #GroteVolksverhuizingen #Hunnen #Justinianus #Nesebar #Prokopios #SânnicolauMareSchat #Sirmium #slagBijAdrianopel #Tervingi #TheodosiusI #TheodosiusII #Thracië #Valens #ViaDiagonalis #Visigoten

Vragen rond de jaarwisseling (2)

De niet zo grote volksverhuizingen

Twee weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze beantwoorden. Nadat we gisteren het “klassieke” deel van de oude wereld hebben bekeken, nu de fascinerende Late Oudheid.

Maar wat kunnen we nu echt weten van de laatantieke migraties?

We weten dat de vijfde eeuw gewelddadig is geweest, maar of dit kwam door grootschalige migratie, is niet helemaal duidelijk. Dat de bronnen erover schrijven, wil alleen maar zeggen dat de auteurs er belang in stelden, maar we lezen inmiddels wel dieper en herkennen beter wat ze niet zeggen. Veel van wat oudhistorici als migranten hebben getypeerd, waren feitelijk opstandige Romeinse legeronderdelen. Alarik was geen barbaar die de vijandelijke hoofdstad plunderde, maar een Romeinse officier met politieke eisen in de richting van zijn superieur.

Het veel-gereproduceerde landkaartje hierboven is misleidend. Het toont wél de buitenlandse volken die op het Romeinse Rijk lijken te zijn afgekomen, over een periode van drie eeuwen, alsof dat gelijktijdig was. Dat is dus suggestief. En het verbergt de migratie uit het Romeinse Rijk weg, hoewel christelijke minderheden naar het oosten zijn getrokken.

En er is nog iets. We kunnen met moderne bioarcheologische technieken vaststellen dat er in de Late Oudheid bevolkingsverplaatsingen zijn geweest. Dat wordt dan veelal uitgelegd als zie-je-wel-dat-er-grote-volksverhuizingen-waren. Maar hoe groot waren eerdere migraties? We kunnen dat niet meten omdat mensen toen werden gecremeerd, en er geen materiaal resteert voor chemische analyse.

Advies: lees dit boek. Het is echt goed.

Justinianus (Bode-Museum, Berlijn)

Klopt het dat het beleid van keizer Justinianus, die in het westen grote gebieden wist te heroveren, destructief is geweest voor het West-Romeins staatsapparaat?

Dit vind ik een moeilijke vraag. Het Romeinse staatsapparaat is in de loop van de vijfde eeuw al voor een deel ingestort maar – als ik een oxymoron mag gebruiken – beschaafde barbaarse koningen garandeerden ook continuïteit, die in Ostrogotisch Italië en Visigotisch Iberië aanzienlijk was. Nadat Justinianus de Maghreb en Italië had heroverd, kwamen daar bestuurders met de aloude bestuurlijke functies. Voor zover er een breuk was geweest na de verdwijning van het keizerlijk hof in Italië (476), werd die minimaal ten dele hersteld.

De zesde eeuw bood wel het akelige schouwtoneel van de grote kladderadatsch: terwijl het klimaat verslechterde, was er eerst een enorme vulkaanuitbarsting, vervolgens hongersnood en ten slotte een uitbraak van de pest. De antieke cultuur en dus ook de laat-Romeinse instituties kwamen ten einde. Maar daar kon keizer Justinianus weinig aan doen.

Visigotische decoratie uit Mérida

Wat mij opviel is dat je in Visigotische (en eerdere?) kunst de abstracte vlakverdelingen al ziet die de latere islamitische kunst kenmerkt. Hoe verhouden die twee zich?

Het antwoord weet ik niet, maar het toeval wil dat ik medio januari naar Spanje afreis, waar ik twee weken hoop rond te trekken. Daarbij staat het Visigotische Museum in Toledo op het programma, én enkele steden waar Arabische architecten hebben gewerkt. Kortom: het antwoord volgt.

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Ik ben benieuwd wat u vindt van het standpunt van Albert Delahaye dat Dorestad niet bij Wijk bij Duurstede heeft gelegen. 

De ideeën van Albert Delahaye, dat oudheidkundigen de topografie van de Romeinse Lage Landen verkeerd hadden (en dat Dorestad niet Wijk bij Duurstede is), deden in in de jaren vijftig en zestig nogal wat stof opwaaien, mede doordat er destijds minder archeologisch materiaal was. Hij had redelijk wat aanhang. De data-explosie die volgde op de ondertekening van de Conventie van Malta heeft zó veel nieuwe vondsten opgeleverd, dat Delahayes opvattingen zelfs door zijn sympathisanten inmiddels worden beschouwd als te radicaal.

Ik heb me er nooit in willen verdiepen, omdat ik vermoed dat andere onderwerpen me in de beschikbare tijd méér inzicht opleveren. Dat is een vooroordeel, inderdaad, maar ik denk dat ik er goed aan deed. Ik verantwoord me hier.

[In het nieuwe jaar meer]

(Gevelsteen, Nadorststeeg, Amsterdam)

PS

Vandaag is de laatste dag van het jaar. Ik wens u een mooie jaarwisseling. En mocht u een financieel goed jaar achter de rug hebben en wat geld kunnen missen: overweeg eens een donatie aan de Stichting Leergeld, aan Cordaid of aan Reporters Without Borders.

#Alarik #AlbertDelahaye #Dorestad #Justinianus #RijkVanToledo #vragenRondDeJaarwisseling

**[Cập nhật về lưu trữ đối tượng S3 mở nguồn]**
MinIO không còn mở nguồn, RustFS bị nghi ngờ có phản hồi giả. Alarik (mở nguồn hoàn toàn) xuất hiện như lựa chọn mới. Hiện có ít giải pháp S3 phù hợp miễn phí – bạn đang chuyển đổi sang dịch vụ nào? Vì sao?

#MãNguồnMở #LưuTrữĐámMây #MinIO #RustFS #SaoChépS3 #Alarik #OpenSource #CloudStorage #VietnameseDev #TechTrends

https://www.reddit.com/r/opensource/comments/1pk3pz1/minio_is_dead_but_there_is_a_new_one/

De Visigoten

Een altaarsteun uit Córdoba (Archeologisch museum, Córdoba)

Een kleine twee weken geleden maakten archeologen van de Amsterdamse Vrije Universiteit bekend dat er bij Lienden gouden munten waren gevonden die nieuw licht wierpen op de wijze waarop de Frankische koning Childerik de macht in het noordwesten van het Romeinse Rijk had kunnen overnemen. De Romeinse keizer Majorianus had – vermoedelijk over de twee schijven van generaal Aegidius en een Frankische heerser als Childerik – rond het jaar 460 goud betaald om een Frankisch leger voor zich te winnen en daarmee de Romeinse macht in Gallië te herstellen. Ik beschreef hier en daar hoe het latere Frankische koninkrijk is gegroeid uit het netwerk dat de Romeinen bij die gelegenheid met hun goud versterkten.

De Frankische staat is dus te beschouwen als voortgekomen uit het Romeinse Rijk. Net als het Byzantijnse Rijk. Net zoals de continuering van de Romeinse cultuur in de halfwoestijn van Libië waarover ik al eens schreef. En net als het koninkrijk dat een van oorsprong Visigotische groepering stichtte op het Iberische Schiereiland. Het verhaal van deze groep is soms parallel en soms tegengesteld aan dat van de Franken.

Het begint met verschillende groepen die in de jaren zeventig van de vierde eeuw over de Beneden-Donau kwamen, op zoek naar landbouwgronden. Niet heel anders dus dan de Franken in onze contreien, maar met één verschil: waar de Franken in 358 werden verslagen – dat beweerden de Romeinen althans – slaagde de Germaanse leider Fritigern er twintig jaar later in de Romeinse keizer te verslaan in de Slag bij Adrianopel. In de jaren daarna verwierven de migranten land, maar ze bleven ook als groep bij elkaar, met eigen leiders die we, anders dan bij de Franken, met naam en toenaam kennen: Fritigern (r.376-380), Alarik (r.395-410), Athaulf (r.410-415), Theodorik I (r.418-451), Theodorik II (r.453-466), Eurik (r.466-484)…

Mantelspeld (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

Van tijd tot tijd trokken de migranten verder, op zoek naar beter land. Wat een rommelige coalitie was geweest, raakte zo steeds beter georganiseerd, onder leiders die echte koningen waren. Ondertussen sloten weggelopen slaven en gedeserteerde soldaten zich aan bij de groep, die vanaf de vroege vijfde eeuw bekendstaat als Visigoten. Taalkundigen zijn het erover oneens of dat “beste Goten” of  “wijze Goten” betekent, maar het betekent in elk geval geen “Westelijke Goten”. Het heterogene karakter van de groep maakt dat ze archeologisch nauwelijks zichtbaar zijn, zodat we hun omzwervingen vooral kennen uit geschreven bronnen. Dit is anders dan de Franken, die hun gewassen en hun boerderijtypen meenamen over de Rijn en archeologisch wel zijn aan te wijzen.

Om hun eis – land! – kracht bij te zetten, gaf de Visigotische koning Alarik in 410 bevel Rome te plunderen. Tot de buit behoorde de Tafel met de Toonbroden, die de Romeinen ooit hadden meegenomen uit Jeruzalem. Uiteindelijk kregen de Visigoten definitief hun land toegewezen, en wel in Aquitanië, waar veel landerijen leeg stonden. Hun hoofdstad was Toulouse. Dát is dan weer wél hetzelfde als bij de Franken: bij de landname – het germanisme is wel gepast – vestigden beide groepen zich in vaak verlaten gebieden.

Een andere overeenkomst tussen de Franken en het Rijk van Toulouse van de Visigoten: toen ze eenmaal land hadden, vochten ze mee met de Romeinen. Het leger waarmee Rome in 451 Attila en zijn Hunnen versloeg, kende ook Frankische en Visigotische contingenten. Enkele jaren later intervenieerden de Visigoten namens keizer Avitus op het Iberische Schiereiland, waar de Sueben (een andere groep van oorsprong Germaanse migranten) onrustig waren.

Medaillon van een heilige (Neues Museum, Berlijn)

Nog een overeenkomst: de zelfromanisering. Net als de Franken gingen ook de Visigoten Latijn spreken. Ze werden ook christelijk: de Germaanse voorouders van de Visigoten hadden zich al bekeerd vóór ze de Donau overstaken, de Franken deden het vermoedelijk na de desintegratie van het Romeinse staatsapparaat in het westen, terwijl de Sueben rond 445 het Niceense credo aanvaardden. (Dat de Franken, zoals vaak wordt beweerd, de eersten waren die deze variant van het christendom aanhingen, is gewoon onwaar.)

Een verschil tussen de Franken en de Visigoten is dan weer dat Rome met de eersten wilde samenwerken maar de laatsten als al te eigenzinnig begon te beschouwen. De Visigoten kregen namelijk steeds meer belangstelling voor de havensteden ten zuidoosten van Aquitanië, in de omgeving van Narbonne. Terwijl Majorianus rond 460 probeerde de Franken te paaien, probeerde hij de Visigoten terug te dringen naar Aquitanië. Later, in 468, zou keizer Anthemius de Visigoten zelfs aanvallen. Toen dat mislukte, achtte de Visigotische koning Eurik zich niet meer gehouden aan welk verdrag met Rome dan ook: hij trok over de Pyreneeën en bezette grote delen van Spanje.

Hiermee viel Romes laatste invloed buiten Italië definitief weg. Terwijl het met goudbetalingen aan het netwerk van Childerik had bijgedragen aan de versterking van het centraal gezag onder de Franken, was dat centrale gezag bij de Visigoten gegroeid doordat de leiders soms in conflict waren met Rome: in Adrianopel, door de hoofdstad te plunderen en door een aanval te overleven. Het resultaat was echter hetzelfde: de Visigotische en Frankische leiders konden alleen besturen door Romeinse praktijken voort te zetten.

Van de Visigoten kennen we diverse rechtsoptekeningen, zoals die van koning Eurik, de Codex Euricianus. Zijn opvolgers zouden verder gaan met het uitvaardigen en codificeren van de wetten. De Franken waren daar wat later mee – of beter: vroege vormen van rechtsoptekening kennen we niet – maar deden eveneens hun best de Romeinse wetten te continueren. Een vergelijkbare parallel is de relatie tot de kerk: zoals de Franken synodes organiseerden in Orleans, zo deden de Visigoten het in Toledo.

Gebedsnis (Archeologisch museum, Mérida)

Gestaag groeiden zo twee sterke, geromaniseerde staten. Soms werkten ze samen, soms waren ze in conflict: kort na 500 verdreven de Franken de Visigoten uit Aquitanië, wat overigens niet wil zeggen dat er een grootscheepse migratie plaatsvond. Aquitaanse landgoederen wisselden van eigenaar en de oude grootgrondbezitters vestigden zich op de landgoederen die hun families inmiddels alweer enige tijd bezaten in Spanje. Het eindresultaat was dat de twee staten een natuurlijke grens hadden: de Pyreneeën.

Wat opvalt uit de rechtsoptekeningen is hoe sterk het Rijk van Toledo – om een betere naam te gebruiken dan “het Visigotische rijk” – was geconcentreerd op de koning en het hof. Dat was ook de reden waardoor het uiteindelijk ten onder ging: in 711 was één veldslag, waarbij koning Roderik sneuvelde in een poging zijn laat-Romeinse staat te verdedigen tegen Arabische aanvallers, voldoende om het Rijk van Toledo ten onder te doen gaan. Zonder koning was er nu geen gezag meer en de Arabieren konden Toledo zonder slag of stoot overnemen. Tot de buit die ze op transport naar Damascus zetten, behoorde de Tafel met de Toonbroden.

Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

Zelfde tijdvak


Possidius’ Augustinus

januari 23, 2017
Interpolationenforschung

maart 9, 2020
Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (2)

mei 22, 2025 Deel dit: #Aegidius #Alarik #AlarikII #Anthemius #Athaulf #Avitus #Childerik #CodexEuricianus #Eurik #Franken #Fritigern #Goten #Majorianus #RijkVanToledo #RijkVanToulouse #Sueben #SynodesVanToledo #TafelMetDeToonbroden #TheodorikI #TheodorikII #Toulouse #Visigoten