De opstand van Hermenegild (2)

Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)

[Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]

Vierde bedrijf: Oorlog?

Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.

Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.

De vraag is pertinent of Hermenegild zelf vond dat hij in opstand was. Hij was al koning vóór hij naar Sevilla ging en hij rukte niet op naar de residentie, wat je van een rebel zou verwachten. Nu hij door Leovigild tot rebel was gemaakt, probeerde hij zich wel te verdedigen. Bisschop Leander reisde naar Constantinopel om daar Byzantijnse steun te vragen; hij ontmoette er de latere paus Gregorius I de Grote, met wie hij vriendschap sloot, maar kreeg geen troepen toegezegd, ook niet toen hij had geopperd dat een pro-Byzantijnse koning Hermenegild de stad Córdoba weer aan Byzantium zou overdragen.

Hermenegild was gedoemd. De enige die hem kon steunen was de Byzantijnse commandant in zuidelijk Spanje, maar Gregorius van Tours weet dat Leovigild deze man 30.000 goudstukken betaalde om zich buiten het conflict te houden. Toen Leovigilds leger aankwam bij Sevilla, trok Hermenegild zich terug naar Córdoba, waar hij onder onduidelijke omstandigheden werd gevangengenomen. We mogen de vraag stellen of dit kleinschalige conflict wel een oorlog was. In elk geval bracht Hermenegilds jongere broer Reccared hem naar Valencia en later naar Tarragona. Koningin Ingundis overleed onderweg, verdacht jong.

Vijfde bedrijf: Reccared

Op de avond voor Pasen 586, 13 april, kreeg de gevangen Hermenegild de gelegenheid naar de kerk te gaan, maar hij weigerde de ariaanse eredienst bij te wonen. Op koninklijk bevel werd hij uit de weg geruimd – en omdat Leovigild radeloos was na de dood van zijn zoon, is wel aangenomen dat de ariaanse koningin Goiswintha de opdracht heeft gegeven.

De ontroostbare Leovigild overleed een paar dagen later, om te worden opgevolgd door zijn zoon Reccared. Leander van Sevilla haastte zich naar Toledo, en na een gesprek met de bisschop trok Reccared de consequenties uit de voorafgaande gebeurtenissen: zijn broer en de zuidelijke adel waren al overgegaan tot het Chalkedonische Credo, zijn vader was een eind in die richting opgeschoven, dus zijn eigen bekering was geen grote stap. Een inscriptie in de kathedraal van Toledo, gedateerd 13 april 587 (dus exact een jaar na de executie van Hermenegild) documenteert dat de kerk weer van eigenaar wisselde.

Inscriptie van koning Reccared in de Kathedraal van Toledo

Op de Derde Synode van Toledo (in 589) sloegen voorzitter Leander van Sevilla, koning Reccared en de Chalkedonische bisschoppen spijkers met koppen. De komende eeuw zou het Rijk van Toledo katholiek zijn – en niet in de betekenis die Leovigild aan dat woord had gegeven.

Wat betekende dit?

De lezer van deze blogjes mag zich afvragen waarom ik zoveel ruimte besteed aan dit conflict, dat geen opstand was, niet met een echte oorlog ten einde kwam, en feitelijk een familieruzie was, zij het een familieruzie onder gekroonde hoofden. Het punt zit in de symboliek waarmee Leander vorm gaf aan Hermenegilds bekering: niet met een doopsel maar door middel van zalving.

Daarvoor was een antecedent, al moesten de betrokkenen er anderhalf millennium voor terug: de profeet Samuël had, toen koning Saul niet recht in de leer bleek, David tot koning gezalfd. Daarom zijn de woorden waarmee Hermenegild aangaf niet tegen zijn vader ten strijde te willen trekken zo belangrijk: ze duiden erop dat de parallellie ook door hem werd herkend. Het blijkt ook uit zijn munten, waarop hij aangeeft te regeren krachtens droit divin. Leovigild nam de claim van de weeromstuit over op enkele munten, iets wat hij nooit daarvoor had gedaan en nooit meer zou doen na de “opstand” van zijn zoon.

Hermenegild en Leander introduceerden een nieuwe legitimatie voor de monarchie. Waar Leovigild zich nog had gepresenteerd als behorend tot de oude Visigotische adel, maar al had ervaren dat dit eigenlijk niet goed werkte omdat er allerlei belangrijke niet-Visigotische rijksgroten waren, koos zijn zoon voor een nieuwe manier om de monarchie te rechtvaardigen. In de zin dat deze legitimatie religieus was, leek ze wat op de Byzantijnse: de keizer gold als gelijke van de apostelen, isapostolos. Het verschil is dat Hermenegild teruggreep op koning David.

Reccared had aan deze vorm van legitimatie geen behoefte. Zijn vader had hem immers al vóór de crisis met Ingundis tot koning gemaakt. Maar men herinnerde zich het nieuwe model. Toen in 633 koning Swinthila zijn zoon Sisebut tot medekoning wilde verheffen, was er protest van de rijksgroten, en daarop kwam Leanders broer en opvolger, bisschop Isidorus van Sevilla, naar Toledo om de prins tot koning te zalven. Op latere Synodes van Toledo werd de praktijk steeds verder uitgewerkt.

Ere-inscriptie voor Hermenegild (Sevilla, Puerta de Córdoba)

Eind zevende eeuw was zalving de normale praktijk in het Rijk van Toledo, en een halve eeuw later was het gebruik ook bekend in het Karolingische Frankenrijk. Het is sindsdien de wereld overgegaan.

Literatuur

R. Barroso Cabrera e.a., Hermenegildvs Rex: Prince, Usurper, and Martyr
A Critical Study on the Rebellion of St Hermenegild (578-585) (2025)

#arianisme #Credo #Goiswintha #GregoriusIDeGrote #GregoriusVanTours #Ingundis #IsidorusVanSevilla #katholicisme #koningDavid #LeanderVanSevilla #Leovigild #monarchie #Reccared #RijkVanToledo #Sevilla #Sisebut #Swinthila #SynodesVanToledo #zalving

De opstand van Hermenegild (1)

Munt van Leovigild (Visigotisch Museum, Toledo)

U vreest wellicht een nieuwe aflevering in mijn narcistische winterfeuilleton, maar wees gerust: op maandag zijn musea en opgravingen gesloten, dus we deden het rustig aan, en ik vertel u over de opstand van Hermenegild. Dat was, alles bij elkaar, weinig anders dan een rimpeling in de grotendeels vergeten geschiedenis van het Rijk van Toledo, maar er was een interessant gevolg, dat ik aan het einde van het volgende blogje zal noemen. Los daarvan hebben we een Nibelungenachtig drama met twee ruziënde koninginnen en een gedoemde held.

Eerste bedrijf: ruziënde koninginnen

In 569 kwam in het Rijk van Toledo koning Leovigild aan de macht. Zijn doel was het verenigen van heel Iberië, wat betekende dat hij ambities had in het noordwesten, waar het Suebische koninkrijk lag, en in het zuidoosten, waar de Byzantijnen nog niet zo heel veel eerder enkele steden hadden ingenomen. Inderdaad zou Leovigild Córdoba heroveren. Er was hem verder veel gelegen aan vrede met de Franken in het noordoosten, waar de Merovingische koningen gelukkig verdeeld waren.

Koning Leovigild breidde zijn machtsbasis uit door te trouwen met de weduwe van een voorganger, Goiswintha, zodat hij niet alleen kon rekenen op de adel in de hoofdstad, maar ook op de rijksgroten rond de zuidelijke stad Sevilla. Uit een eerder huwelijk had Leovigild al twee zonen: Hermenegild en Reccared. Goiswintha had uit haar eerste huwelijk een dochter: Brunhilde, die inmiddels was getrouwd met Sigebert I, een van de Merovingische koningen. Zij hadden een dochter Ingundis, die trouwde met Hermenegild. Hier hebt u het in schema:

Diplomatieke huwelijken zijn per definitie bedoeld om de banden tussen twee staten aan te halen, en veronderstellen dat bruid en bruidegom hun eigen opvattingen ondergeschikt maken aan het staatsbelang. En daar bleek Ingundis temperamenteel niet toe geschikt: net als alle Franken volgde ze het Credo van Chalkedon, en dat bleef zo toen ze in 578 aankwam in Toledo, waar het hof sympathiseerde met het ariaanse christendom.

Met een beetje inschikkelijkheid valt zoiets wel op te lossen, maar toevallig was koningin Goiswintha, Ingundis’ grootmoeder en schoonmoeder, even oninschikkelijk ariaans. De twee vrouwen stonden lijnrecht tegenover elkaar en we lezen bij Gregorius van Tours dat Goiswintha de nieuwkomer zelfs fysiek lastigviel. Koning Leovigild, die het religieuze conflict oninteressant vond, zocht dus een manier om Ingundis en Goiswintha uit elkaar te houden.

Tweede bedrijf: Sevilla

De door Leovigild gevonden oplossing bestond eruit dat hij een eerdere promotie van Hermenegild veranderde in een wegpromotie. Hij had zijn zoon al eerder tot deelgenoot in de macht gemaakt, waarvoor de oud-Romeinse term consors imperii van stal was gehaald. Nu gaf Leovigild zijn kroonprins – eigenlijk: medekoning – de stad Sevilla als residentie. Zo was de katholieke koningin Ingundis hemelsbreed 400 kilometer verwijderd van de ariaanse koningin Goiswintha, kon kroonprins-koning Hermenegild bestuurlijke ervaring opdoen en was er ook een voorname gezagdrager die de door de Byzantijnen bezette gebieden in de gaten hield. Om duidelijk te maken dat er niets oneervols aan de hand was, kreeg Leovigilds jongere broer Reccared een soortgelijke benoeming in het noordoosten.

Het probleem leek opgelost, maar niet veel later ontving het hof in Toledo het bericht dat Hermenegild zich had bekeerd tot het katholicisme. We kunnen hier de invloed herkennen van zijn Frankische echtgenote, maar er is nog een speler die hier relevant is: bisschop Leander, een van de meest formidabele christelijke leiders van die tijd. Hoe Hermenegilds bekering precies is gegaan, weten we niet, maar het staat vast dat ze, zoals te doen gebruikelijk, niet werd gesymboliseerd door een nieuw doopsel, maar door zalving.

Leander, kathedraal van Sevilla

Het staat ook vast dat in Toledo de stoppen volledig doorsloegen: de bekering werd uitgelegd als opstand. We mogen aannemen dat dit zal hebben samengehangen met het feit dat lokale edelen in Sevilla zich aansloten bij hun pas aangekomen koning.

Derde bedrijf: Leovigild in actie

Leovigild had niet om deze crisis gevraagd en kon opnieuw op zoek naar een oplossing. Die vond hij door het arianisme wat aan te passen. Hij was geen religieuze scherpslijper. (Mogelijk had hij de problemen met Ingundis niet zien aankomen omdat hij meende dat ook andere royals de kerk beschouwden als bestuurlijk instrument, niet als voertuig van diepgevoelde overtuigingen.)

In 580 belegde Leovigild dus een ariaanse synode in Toledo, waar verschillende besluiten werden genomen. Zo werd het voor de aanhangers van het Credo van Chalkedon eenvoudiger gemaakt over te stappen naar het arianisme en werden enkele aspecten van de Chalkedonische rite overgenomen in de ariaanse eredienst. De meesterzet was dat de kerk van Toledo, die we misschien “ariaans light” kunnen noemen, zich voortaan ging aanduiden als “katholiek”. Dit was mogelijk omdat op instigatie van keizer Justinianus de kerk van Constantinopel inmiddels de zogeheten “drie kapittels” had aanvaard, wat door de westelijke bisschoppen werd beschouwd als ontrouw aan het Credo van Chalkedon. Leovigild en de zijnen profiteerden van de verwarring: zij claimden dat zij de ware katholieke, orthodoxe kerk waren.

De doop van Hermenegild (schilderij uit de Koninklijke Galerij, Madrid)

En daarmee hadden ze succes. De broer van de al genoemde bisschop Leander, Isidorus van Sevilla, typeerde Justinianus als ketter en we lezen over bisschoppen die nu partij kozen voor de Visigotische koning. Wie dat niet deed, moest rekening houden met inbeslagnames. Zo wisselde de kathedraal van Toledo van eigenaar. Kortom, door een combinatie van concessies en confiscaties had Leovigild zijn zoon potentiële steun ontzegd. Steun die hij blijkbaar aannemelijk achtte. We kunnen echter tevens concluderen dat Hermenegilds bekering al als gevolg had gehad dat zijn vader zijn religieuze beleid had aangepast in de richting van het Chalkedonische Credo.

[Wordt vervolgd]

#arianisme #Brunhilde #Credo #Driekapittelstrijd #Goiswintha #Hermenegild #Ingundis #IsidorusVanSevilla #Justinianus #katholicisme #LeanderVanSevilla #Leovigild #Reccared #RijkVanToledo #Sevilla #SigebertI #Toledo #zalving

Toerist in Madrid (2)

De krant van vandaag

We stonden in de lift van het hotel, naar beneden, naar het ontbijt. Halverwege stopten we; twee mensen stapten in; en het gesprek ging meteen over het treinongeluk dat gisteravond heeft plaatsgevonden in de buurt van Córdoba. Uiteraard konden de vier toeristen in de lift niet méér zeggen dan dat het verschrikkelijk was, maar het zette de toon van de dag. De vlaggen hingen overal in Madrid halfstok, de kranten openden ermee, je hoorde mensen erover spreken.

Almudena

Wij zelf – ik herneem mijn narcistische winterfeuilleton – waren vooral lang aan het wandelen. Van ons hotel bij het Atocha-station naar de Puerta de Toledo en daarvandaan naar de Almudena-kathedraal. Dat is de oudste christelijke gebedsplaats, maar het is bepaald niet het mooiste gebouw van Madrid. Sterker nog, het representeert een katholicisme waar ik me heel erg ongemakkelijk bij voel. Vóór de kerk staat het beeld van een paus waarvan ik me de naam niet wens te herinneren, de deur is voorzien van een reliëf waarop de koning staat afgebeeld (zoals bekend is het woord van God opvallend vaak dat van de powers that be), binnen is een kapel gewijd aan Josemaria Escrivá en in de crypte is het graf van de dochter van Francisco Franco. Er was ook een beeld van Christus als dakloze, waar de bezoekers aan voorbij liepen.

Christus als dakloze

Even verderop is overigens een flinks stuk te zien van de Arabische stadsmuur. Het parkje was afgesloten maar ook daarbuiten waren bordjes met uitleg over het ontstaan van Majrit, wat zoiets betekent als “plek waar water is te vinden”. Dat Madrid en water iets met elkaar van doen hebben, blijkt ook wel uit het feit dat in het Retiropark een mooie noria staat: een door een trekdier aangedreven rad waarmee water wordt opgepompt.

Prado

We zijn vandaag ook in het Prado geweest, wat overigens is afgeleid van het Latijnse pratum, “weide”. In het Arabisch is het bardo, en zo hebben de gelijknamige musea in Tunis en Algiers met het Madrileense musea ook de naam gemeen. Het Spaanse museum heeft een fenomenale collectie oude meesters, en een beetje sculptuur. Ik was al eens eerder op zoek geweest naar de buste van de Griekse auteur Xenofon, maar had toen de pech dat de afdeling gesloten was. Dit keer was de afdeling open, maar er geldt een absoluut verbod op fotografie, dus ik kan u het portret niet tonen. Jammer, want het is een vrijwel uniek stuk. Er is wel een fantasieportret uit Afrodisias, maar het portret in Madrid is denkelijk wel accuraat.

De beeldhouwer lijkt te zijn vergeten dat Cervantes maar één arm had

Dat absolute fotoverbod is overigens voor één keer begrijpelijk. Door toeristen gemaakte foto’s zijn natuurlijk de beste manier om de culturele missie van een museum extra bereik te geven, maar in het Prado is voor fotografie eigenlijk net iets te weinig ruimte (of te veel bezoekers). Los daarvan wil je niet hebben dat mensen selfies staan te maken of TikTokdansjes doen voor pakweg de Tuin der Lusten. (Overigens zagen we wat Tiktokdansers voor de Almudena-kathedraal, en het moet gezegd dat de vijf ballerina’s het goed ingestudeerd hadden.) Het Prado biedt voor weinig geld wel een fantastische catalogus aan, waarvan we er meteen maar twee hebben meegenomen.

Wie in een schilderijenmuseum meer dan drie doeken bekijkt, beledigt natuurlijk de schilderkunst, maar we hebben het toch maar een wandeling gemaakt langs Fra Angelico, Rogier van der Weyden, Hans Memling, Albrecht Dürer, Jeroen Bosch (die hier El Bosco heet) en Diego Velázquez. Van Francisco Goya had ik bij mijn vorige bezoek drie doeken bekeken, en daar hebben we weinig aandacht aan besteed; aan El Greco des te meer. Er waren ook schilderijen van Rafaël, Rubens en Rembrandt, en nog een hele batterij kunstenaars wier naam niet met een R begint, maar de selectie die we konden bekijken, was al veel te veel.

Zonsondergang bij de tempel van Debod

Er was een expositie over Anton Raphael Mengs. Dat vind ik geen mooie schilder, maar wel een heel interessante. Toen ik onlangs een lang weekend doorbracht in Dresden, ben ik hem toch wel gaan waarderen. Eigenlijk had ik die expositie best willen bezoeken, maar na de selectie uit het aanbod waren we te moe om nog meer op te nemen.

Morgen: Toledo.

#AlmudenaKathedraal #AntonRaphaëlMengs #ElGreco #FranciscoFranco #JosemariaEscrivá #katholicisme #Madrid #Prado #Xenofon

Francisco Franco

Francisco Franco, dat was iemand uit mijn jeugd. In Apeldoorn, waar ik opgroeide, hingen posters met daarop een vrouw voor een garrote en het opschrift “Spanje. Adembenemend vakantieland”. Ik begreep niet goed waar dat op sloeg, maar mijn moeder legde uit dat in Spanje zwangere vrouwen ter dood waren veroordeeld. Uit het feit dat ik dit na een halve eeuw nog herinner, mag u afleiden dat ik er behoorlijk overstuur van was. Ik heb ter voorbereiding van dit blogje opgezocht wat er destijds speelde, en weet nu dat de internationale verontwaardiging waar ik in 1975 een glimp van heb opgevangen, ertoe leidde dat de doodstraf van de vrouwen niet is voltrokken en dat vijf anderen zijn doodgeschoten – meer details hier.

Franco, dat was verder de grap van Chevy Chase dat generalísimo Francisco Franco nog steeds dood was. Maar uiteraard viel er niets te lachen in een land waar het überhaupt overwogen worden kon zwangere vrouwen te binden aan de wurgpaal. Een land waar een dictator aan de macht was gekomen met een strategie die erop neerkwam dat hij zijn tegenstanders niet versloeg maar uitroeide. Een dictator die zich eerst aandiende als falangist en vervolgens, toen de As-mogendheden waren verslagen, als rooms-katholiek. Een rooms-katholicisme dat zó reactionair was dat zowel de falangisten als het Vaticaan zich ervan distantieerden.

Franco, dat was de man die met een op autarkie gericht beleid zijn land economisch in de vernieling hielp, tot hij zich gedwongen zag het massatoerisme in Spanje toe te laten, waarna het land snel begon te moderniseren en tal van interne spanningen het systeem uiteindelijk deden barsten. Kortom: een huiveringwekkend maar interessant onderwerp. Ter voorbereiding van een vakantie in Spanje heb ik de onlangs verschenen biografie El generalísimo. Power, Violence, and the Quest for Greatness van de Britse journalist Giles Tremlett gelezen.

Ideologieloosheid

Het was schokkende lectuur, vooral het hoofdstuk over de snelle ontrechting van de Spaanse vrouwen. Wat me echter het meeste opviel was de wijze waarop een ambitieuze jonge officier kon veranderen in een dictator. Uiteraard speelden aan het begin van zijn carrière enkele persoonlijke eigenschappen een rol. In Marokko onderscheidde hij zich door doodsverachting en hardheid, of, anders geformuleerd, een onmenselijke meedogenloosheid. Verder het vermogen om onder grote stress het hoofd koel te houden, plus een te groot ego.

Zulke eigenschappen maken je echter nog niet tot leider van conservatief, nationalistisch Spanje, en zeker niet tot staatshoofd. Het wonderlijke is dat, terwijl Franco zelf geen blijk gaf van politieke aspiraties of ideologie, mensen naar hem gingen kijken alsof hij hun leider was. Het was niet Franco die de opstand tegen de Republiek voorbereidde, het was niet Franco die de falangistische beweging initieerde en het was evenmin Franco die de draai naar het fascisme initieerde. Franco keek steeds de kat uit de boom. Illustratief is zijn relatie tot de Falange: op zeker moment was dat een beweging zonder leider, en was hij een leider zonder partij – en dus vielen de puzzelstukjes ineen en nam hij de Falange over.

Wat weer wel zijn eigen keuze was, was de uitroeiing van zijn republikeinse tegenstanders. Hij maakte geen haast om de Burgeroorlog af te ronden. In tegendeel: hij deed het kalm aan omdat hij tegelijk bezig was een eenheidsstaat op te bouwen rond zijn eigen persoon. Wie niet met hem was, was tegen hem en werd gefusilleerd. Tienduizenden doden.

Hij bleef altijd een man van de negentiende eeuw, met een grondige afkeer van de moderniteit. Meer ideeën had hij niet. Zijn autoritaire bewind begon bloedig, veranderde in totalitarisme, vervolgde met repressie en eindigde in paranoia, zelfs naar de eigen familie. Er was al die tijd geen richtinggevende ideologie zoals de nationaalsocialistische rassenstrijd of de communistische klassenstrijd. Franco was vooral een reactionaire kameleon die eerst nationalistisch en imperialistisch was, vervolgens falangistisch, dan fascistisch, vervolgens katholiek, en uiteindelijk alleen francoïstisch.

Ideeënloze leiders

Waar doet dat aan denken? Inderdaad, aan de huidige president van Amerika. Ook hij is een leider die lange tijd geen natuurlijke achterban had, vervolgens ging samenwerken met extreem rechts en zich daaraan steeds verder aanpaste. Misschien zijn Franco en Trump twee mannen van hetzelfde type, de leider die z’n volgelingen volgt, misschien heeft Tremlett zijn Franco gemodelleerd op de actualiteit – ik kan dat niet beoordelen.

El generalísimo lijdt een beetje aan een journalistieke schrijfstijl: nogal wat hoofdstukken beginnen op dezelfde manier, met een nieuwsgierig makende scène waarin een nog naamloos persoon iets opmerkelijks doet, wat dan daarna wordt uitgelegd en zo de Ankeiler vormt voor de rest van het hoofdstuk. Tegen het einde wordt de biografie bovendien wat opsommerig. Het is alsof Tremlett het boek in haast heeft afgemaakt. Desondanks is El generalísimo even boeiend als huiveringwekkend.

Een aanrader? De naargeestige materie ligt zwaar op de maag, maar Tremlett houdt de aandacht 400 bladzijden lang vast, het is een belangrijk thema en het slothoofdstuk over Franco’s invloed op de halve eeuw na zijn dood verhelderde voor mij veel over het hedendaagse Spanje. Een aanrader dus, toch maar, ondanks het afschuwelijke onderwerp.

#DonaldTrump #FalangeSpanje #fascisme #FranciscoFranco #GilesTremlett #katholicisme #SpaanseBurgeroorlog #Spanje

Sint-Charbel

Sint-Charbel

De paus is op reis. Dat hoort sinds Johannes Paulus II tot de herderlijke core activities, dus veel nieuwswaarde heeft zo’n bezoek niet meer. Van de vorige paus zult u misschien hebben onthouden dat hij zich tijdens een van zijn reizen liet ontvallen dat het niet aan hem was over homoseksualiteit te oordelen zolang iemand van goede wil was, maar uit welk land hij toen terug kwam vliegen, zal u niet zijn bijgebleven.noot Ik moest het althans opzoeken. Het was Brazilië. Pauselijke reizen zijn geen nieuws meer.

Paus Leo XIV is nu in Turkije en doet daar wat je verwacht: een ontmoeting met het staatshoofd, waarschuwen voor de stukje bij beetje uitgevochten Derde Wereldoorlog, voorgaan in gebed, oproepen tot verzoening, handen schudden met geestelijken uit andere kerkgenootschappen. Die delen de geloofsbelijdenis die 1700 jaar geleden in Nikaia is opgesteld. Ik heb al eens verteld hoe keizer Constantijn de Grote daarmee de toenmalige kerk eenheid opdrong.

Maandagmiddag komt Leo XIV aan in Libanon. Hij schijnt dat land zelf te hebben toegevoegd aan het Turkse programma dat hij van zijn voorganger erfde. Ik verwacht dat de Nederlandse media aan het Libanese deel van de reis nog minder aandacht zullen besteden dan aan het Turkse. Het Turkse programma, met Nikaia als thema, valt journalistiek nog wel uit te leggen, maar Libanese christenen zijn ingewikkelder. Leg maar uit dat maronieten zijn begonnen als monotheletisten en dat ze tegelijk gelden als rooms-katholiek. Voor Nederlanders, merendeels seculier, is dat allemaal niet bijster interessant. Maar voor hen is het bezoek natuurlijk niet bedoeld. Het is vooral een opsteker voor de geteisterde Libanese bevolking: de wereld is hen niet vergeten.

De eerste dag bestaat uit de diplomatieke verplichtingen die een paus, zelf staatshoofd, nou eenmaal heeft. Op de derde dag draagt hij de mis op. Dat gebeurt op de plaats waar vijf jaar geleden die enorme explosie plaatsvond. De wereld is de slachtoffers niet vergeten, is de boodschap. Op de tweede dag, dinsdag, ontmoet de paus eerst katholieke geestelijken en later geestelijken van andere religies. Al met al geen programma vol verrassingen.

Sint-Charbel

Die tweede dag begint bij het graf van Sint-Charbel: een Libanese heilige die weinig Nederlanders zal aanspreken. Charbel Makhlouf is geboren in 1828 in een dorp in het Libanongebergte, waar hij de koeien moest hoeden, maar nogal eens dagenlang in een grot zat te bidden. Toen hij tweeëntwintig of drieëntwintig was, trad hij in bij de  baladieten, een op rooms-katholieke leest geschoolde maronitische monnikenorde, gesticht door patriarch Istifan al-Duwayhi. Het klooster waar Charbel een opvallend ascetisch bestaan leidde, Annaya, ligt twintig kilometer achter Byblos. Hij zou, nadat in 1860 de maronieten en druzen een bloedig conflict hadden uitgevochten, een bemiddelende rol hebben gespeeld.

Annaya

In de jaren zeventig van de negentiende eeuw ging Charbel apart wonen, als heremiet, bij een kapel die een kwartiertje verderop lag. Daar is hij op kerstavond 1898 overleden. De monniken die het lichaam naar de kloosterkerk droegen, moesten zich eerst een weg banen door de heftige sneeuwval, maar op de terugweg trok de bewolking op en was het plotseling een mooie, stille winternacht. Dat gold vanzelfsprekend als wonder.

En daar bleef het niet bij. De Libanezen schrijven allerlei genezingen toe aan Sint-Charbel, en ook andere wonderen. Het meest macabere verhaal is dat zijn lichaam bij vier inspecties – de laatste in 1965 – onaangetast bleek te zijn. Nog datzelfde jaar volgde een zaligverklaring. In 1976 bleek het lichaam toch vergaan, maar dat stond de heiligverklaring niet in de weg.

Wonderen

Een heiligverklaring is pas mogelijk na een erkend wonder. Dat bewijst, in het katholieke en maronitische denken, dat de heilige werkelijk bij God is en namens de gelovige een verzoek kan overbrengen. Dit klinkt simplistisch, en het is inderdaad een middeleeuwse visie, maar dat wil niet zeggen dat de kerk elke claim zomaar gelooft. Niemand wil immers dat een patiënt beweert genezen te zijn, stopt met het innemen van medicijnen en er vervolgens nog erger aan toe is dan voordien. In Lourdes moet iemand die claimt genezen te zijn, zich door een katholieke, een protestantse, een joodse of islamitische en een atheïstische arts laten onderzoeken, en zelfs als die allemaal constateren dat de patiënt op onverklaarbare wijze is genezen, is het bepaald geen uitgemaakte zaak dat de kerk erkent dat God heeft ingegrepen ten behoeve van de zieke. Voor zover ik weet is de canonisatie van Charbel volgens soortgelijke officiële regels verlopen.

Brieven aan Sint-Charbel

Veel Libanezen – en niet alleen christenen – hebben een enorm vertrouwen in Sint-Charbel, aan wie ze een veelvoud aan wonderen toeschrijven. Zo nu en dan worden ook verschijningen gerapporteerd; ik herinner me een berichtje uit 2015.

Dus dat is het: een opvallend ascetische monnik aan wie tal van wonderen worden toegeschreven. Ascese geldt in Noordwest-Europa niet werkelijk als deugd; je mag genieten. In wonderen geloven we niet: genezingen kunnen onverklaarbaar zijn, maar we vinden het hovaardig als een patiënt claimt dat God hem speciaal heeft uitverkoren voor een genezing. Ik ben in Annaya geweest en vanzelfsprekend respecteer ik de plek, maar ik kan niet ontkennen dat ik er geen klik mee heb. Sint-Charbel staat voor iets wat we in Nederland en België niet zijn. Maar juist dat maakt de Libanese heilige interessant.

#annaya #istifanAlDuwayhi #katholicisme #leoXiv #libanon #maronieten #paus #sintCharbel #turkije

Congres van het r.k. verbond de Jonge Werkman

https://peertube.beeldengeluid.nl/w/uBXEWujMNkyFwcraKmpPeJ

Congres van het r.k. verbond de Jonge Werkman

PeerTube

ONTHULLING VAN HET BELLETABLE STANDBEELD

https://peertube.beeldengeluid.nl/w/6oue5id5mfTfCFzR6ui9pd

ONTHULLING VAN HET BELLETABLE STANDBEELD

PeerTube
LIEVE VROUWE OMGANG

PeerTube

The Power and the Glory

Ik weet nooit goed wat te doen in een boekhandel. Voor al die boeken hebben mensen zich ingespannen: de schrijver, de meelezers, de redacteuren, de persklaarmaker, de vormgever, de drukker. Respect voor hun inzet en liefde zou je dwingen álles te lezen. Hier staat het puikje van onze beschaving. Mijn oplossing: neem in dubio iets mee van Graham Greene. Er zit weliswaar wat kwalitatief minder materiaal bij (laat Travels with my Aunt gerust staan), maar meestal is Greene aangename lectuur.

Zijn beste roman is The Power and the Glory (1940). Ik moest er onlangs aan denken omdat een recent album van Corto Maltese, De levenslijn (2024), speelt tegen dezelfde achtergrond: de Cristero-oorlog in Mexico. De overheid heeft in de jaren twintig een reeks anticlericale maatregelen genomen waardoor katholieke geestelijken hun leven niet zeker waren. Greene vertelt hoe een priester in het geheim rondzwerft door de zuidelijke deelstaat Tabasco, waar de maatregelen in volle heftigheid werden uitgevoerd, en langzaam maar zeker in een fuik geraakt. Zijn uitwegen worden een voor een afgesneden.

Whisky priest

Ondertussen worstelt de man met zijn tekortkomingen. Hij drinkt, hij heeft een kind verwekt, en als hij dat meisje ontmoet, voelt hij geen spijt – waar hij dan weer wél spijt van heeft. Bovendien schiet hij tekort in de pastorale zorg voor de straatarme boeren. De biecht afnemen lukt nog wel, maar door de drooglegging is er geen wijn te koop, terwijl hij die nodig heeft om de mis op te dragen. Whisky weet de priester dan weer wel te bemachtigen.

Hij wordt op de hielen gezeten door een onberispelijk handelende luitenant. Het is geen kwaaie man; hij stopt de priester zelfs wat leefgeld toe als hij hem, zonder te herkennen wie hij voor zich heeft, als dronken zwerver heeft gearresteerd en weer vrij laat. De luitenant is er echter wel van overtuigd dat de bestrijding van bijgeloof en irrationaliteit niet kan zonder afschrikwekkende voorbeelden. Hij zal uiteindelijk de priester tegen de muur zetten, maar de luitenant staat zijn slachtoffer ook toe een stervende bij te staan.

Dit is natuurlijk een van de troeven van het boek. Als de luitenant een schoft was, zou dit melodrama zijn geweest. Vergelijk het met Hamlet: zijn dilemma’s zouden ongeloofwaardig zijn als wij Claudius dronken op het podium zien. Maar Claudius is, van het eerste tot het laatste bedrijf, every inch a king en dat maakt Hamlets twijfel invoelbaar.

Katholicisme

The Power and the Glory is al vijfentachtig jaar oud en het katholicisme is dat van lang geleden. Ik neem aan dat niemand nog zal denken dat het sacrament ongeldig is als een geestelijke de mis opdraagt zonder wijn. Maar in het Mexico van de “whisky priest” was het dat wel. Dit oude katholicisme betekent tevens dat een stervende zijn nooit opgebiechte zonden mee zal moeten nemen naar het hiernamaals. Dat maakt het lot van de priester wel heel wreed. Weliswaar staat de luitenant hem toe te biechten, maar de afvallige priester die de biecht zou moeten afnemen, kan dit uiteindelijk niet doen.

Zonder vergeven te zijn, staat de veroordeelde voor het vuurpeloton. Hij is een martelaar voor het geloof, maar de man is in alles mislukt. Hij heeft gefaald als priester, hij heeft gefaald als vader, en hij heeft zelfs zijn eigen ziel niet kunnen redden. Ik ken weinig boeken waarin de schrijver zijn personage zo onbarmhartig te pakken nam.

Eigenlijk vind ik dat behoorlijk schokkend. Een boek hoeft voor mij niet per se goed af te lopen, maar er moet voor de slachtoffers enige hoop zijn, iets dat hun lijden betekenis geeft. In het gijzeldrama La casa de papel is er geen rechtvaardiging voor Ariadna, die in doodsangst een relatie begint met een van de gijzelnemers, en feitelijk wordt verkracht. Dat maakte voor mij de reeks met terugwerkende kracht weerzinwekkend.

Het zegt veel over de kwaliteit van The Power and the Glory dat ik zó geschokt was door het lot van de whisky priest, dat ik een priester ben gaan vragen hoe dit eigenlijk zat. Die kon me geruststellen. Als iemand als martelaar sterft, dan zijn z’n zonden vergeven, ook als ’ie niet kon biechten, en de priester van The Power and the Glory is iemand die het martelaarschap noch vermijdt noch opzoekt. Ik ga ervan uit dat Greene, die katholiek was, dit heeft geweten toen hij dit boek maakte; ik weet dat hij tijdens het schrijven van The Power and the Glory met een geestelijke correspondeerde.

Twee waarheden

Kortom: een schitterend boek, dat u zeker lezen moet. Maar misschien moet u de laatste bladzijden overslaan. Tot vlak voor het einde blijven twee waarheden naast elkaar bestaan, namelijk enerzijds dat de al te menselijke priester zijn energie en talent efficiënter had kunnen inzetten door naar een andere deelstaat te gaan waar hij langer in leven zou zijn gebleven en meer mensen had kunnen helpen, en anderzijds dat hij in een regio zonder hoop of kans op vergeving iets goeds heeft gebracht. De lezer die ik ben, waardeert een boek dat die twee waarheden naast elkaar laat bestaan, ongeveer zoals Greene in Monsignor Quixote (meer) het socialisme en het katholicisme gelijkwaardig presenteert.

The Power and the Glory eindigt met de aankomst van een andere priester, die de zielzorg meteen overneemt van z’n gefusilleerde voorganger. Als christen mag Greene natuurlijk aangeven dat de voorzienigheid aan het werk was en dat Gods zegen rustte op de whisky priest. Maar literair vind ik het eigenlijk jammer.

[Eerder gepubliceerd op de culturele website VersTwee.]

#CortoMaltese #CristeroOorlog #GrahamGreene #Hamlet #katholicisme #Mexico #MonsignorQuixote #priesterschap #ThePowerAndTheGlory

De sleutels van de hemel

Bij de bron van de Jordaan

Er was bizar veel aandacht voor het overlijden van paus Franciscus. Acht pagina’s in de Volkskrant. En alles wat werd geschreven, was voorspelbaar. Gespeculeer over nieuwe kandidaten. Een necrologie. Uitleg, veel uitleg, van Vaticaanse gebruiken en tradities. Het is immers makkelijke kopij: mannen in jurken met rare gewoontes, die de komende weken beleid gaan maken, vol goede bedoelingen en vol politieke manoeuvres. Het zijn net mensen, zelfs al bestaat het decor uit de grootste verzameling kunst ter wereld.

“Jij bent Petrus”

Aan al die bladvulling voeg ik in mijn reeks over het Nieuwe Testament nog eens een stukje toe over de scène waarin Jezus in Caesarea Filippi, bij de bronnen van de rivier de Jordaan, zijn leerlingen vraagt of ze weten wie hij is.

“U bent de messias, de zoon van de levende God,” antwoordde Simon Petrus.
Daarop zei Jezus tegen hem: “Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel. En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.”noot Matteüs 16.16-19; NBV21.

De opmerking over de sleutels en het verbinden in de hemel, ontbreekt in de parallelpassages in het evangelie van Marcus en het evangelie van Lukas.noot Marcus 8.29-30; Lukas 9.18-21. Dit is dus een zinnetje dat Matteüs invoegde. Waarop hij dat baseert, valt niet te weten.

Pauselijke claims

Wat we wel weten is dat de toevoeging een enorme lading kreeg toen het christendom een eigen organisatie begon te krijgen met aan het hoofd enkele patriarchen. De patriarch van het Westen – de paus, zeggen wij – claimde dat hij (via de bisschoppen die aan hem vooraf waren gegaan) stond op de schouders van Petrus, en dat hij daarom de sleutels van het koninkrijk bezat. Vandaar dat Matteüs’ woorden prominent zijn afgebeeld in de Sint-Pieter en dat het Vaticaanse wapen bestaat uit twee sleutels.

Het is maar de vraag of deze interpretatie klopt. Om te beginnen is niet zeker of Petrus in Rome is geweest. In de Handelingen van de apostelen zit hij in Antiochië in de gevangenis en wordt hij door een wonder bevrijd. Daarmee verdwijnt Petrus uit de geschiedenis. Verder is niet duidelijk wat bedoeld is met de door Jezus gestichte kerk; het Griekse woord ekklesia betekent zoiets als “vergadering”. Als we niet wisten dat er een wereldreligie ontstond, zouden we redeneren dat Petrus hier opdracht kreeg leiding te geven aan Jezus’ volgelingen.

Wat is een rots?

En dan is er nog de vraag wat bedoeld is met die rots. Je zou uit Matteüs’ tekst kunnen afleiden dat Simon al eerder Petros, “rots”, werd genoemd en dat Jezus een woordgrapje maakt en hem of zijn antwoord promoveert tot fundament van een toekomstig geloof. Je zou ook kunnen zeggen dat Simon de naam Petrus (kefa in het Aramees) van Jezus krijgt, waarbij je dan de hulphypothese moet accepteren dat de evangelisten die bijnaam ook gebruiken vóór die gebeurtenissen.

En tot slot: we staan hier aan de bronnen van de Jordaan. Dat is de rivier waar Jozua twaalf rotsen liet plaatsen als getuigen van de Joodse intocht in het Beloofde Land.noot Jozua 4.3. De oosterse kerken, die vanzelfsprekend niets te maken hebben met de claim van de patriarch van het Westen, geven de scène een andere uitleg. Petrus zal getuige zijn van gebeurtenissen die vergelijkbaar zijn met de intocht, namelijk het messiaanse herstel van Israël.

Kortom, het is allemaal zo eenduidig niet als de Vaticaan-watchers het u de komende dagen zullen presenteren.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #FranciscusPaus_ #hemel #katholicisme #NieuweTestament #paus #Petrus #sleutel