Het joodse tweegodendom

Als een Perzische koning een vizier had en als een Romeinse keizer een praetoriaanse prefect had, dan was het alleen maar logisch dat God zelf eveneens beschikte over een rechterhand. Het antieke jodendom kende dus een tweede, jongere of lagere godheid. Dat denkbeeld past niet goed bij het moderne idee dat de joden monotheïsten waren, maar het tweegodendom is goed gedocumenteerd: in het land van Israël en daarbuiten, bij diverse joodse stromingen, vanaf de tweede eeuw v.Chr. tot in de Vroege Middeleeuwen. Tweegodendom was destijds zeker niet verwaarloosbaar.

Over dit onderwerp publiceerde de Duitse godsdiensthistoricus Peter Schäfer in 2017 Zwei Götter im Himmel. Ik las vorige maand de drie jaar later verschenen Engelse vertaling, Two Gods in Heaven, waarin hij ook ingaat op kritiek op het oorspronkelijke boek. Schäfer biedt een overzicht van het tweegodendom, waarbij hij zich beperkt tot de joodse receptie vanaf het Bijbelboek Daniël tot en met de laatantieke mystiek en de Babylonische Talmoed. De christelijke receptie, dat Jezus van Nazaret die tweede godheid was, behandelt hij slechts zijdelings.

Wie is de Mensenzoon?

De cruciale passage is te vinden in Daniël, die in een visioen eerst allerlei vreemde dieren ziet en daarna ziet

dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. Een rivier van vuur welde op en stroomde voor Hem uit. Duizend maal duizenden dienden Hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor Hem.

Dit is God zelf. Er volgt een beschrijving van de beoordeling en dood van een van de dieren.

In mijn nachtelijk visioen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor Hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij, die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan. noot Daniël 7.9-14; NBV21.

Over de identiteit van deze Mensenzoon, die naast God zetelt, wordt al eeuwen gediscussieerd. Schäfer meent dat het de engel Michaël is, de vertegenwoordiger van het joodse volk, maar er zijn ook andere mogelijkheden. In de Dode-Zee-rollen wordt deze Mensenzoon voorzien van meer goddelijke attributen, het duidelijkst in de Zelfverheerlijkingshymne, waarin een mens wordt verheven naar de hemel en troont boven de engelen. In een andere tekst wordt de Mensenzoon voorzien van eretitels als “zoon van God” en “zoon van de allerhoogste”. In de henochitische literatuur ontdekt Henoch, de spreekwoordelijke visionair uit de joodse letteren, dat hij zelf de Mensenzoon is die het Laatste Oordeel zal vellen.

Ook behandelt Schäfer hoe in de wijsheidsliteratuur (Spreuken, Jezus Sirach, Wijsheid) de wijsheid gepersonifieerd kon worden als een kind van God en dat dit verder gepreciseerd kon worden als de Wet van Mozes of de logos, d.w.z. de scheppende kracht van God. In teksten als het Gebed van Jozef wordt dit weer gelijkgesteld aan de aartsvader Jakob, die dan weer de engel Israël is, en ontstaan vóór de schepping.

Jezus als tweede god

Dat er vroeg of laat een groep joden zou zijn die een charismatische wijsheidsleraar zou identificeren met de tweede godheid, lag eigenlijk voor de hand. De Zelfverheerlijkingshymne is ook wel zo gelezen: de Leraar der Gerechtigheid zou al zijn gelijkgesteld aan de tweede godheid, of een zeer hoge engel, of de Mensenzoon, of hoe we het ook mogen noemen. Dat de Qumran-sekte zijn stichter zo eerde, is echter niet zeker.

Dat (een deel van) de volgelingen van Jezus hun leraar beschouwden als goddelijk, staat daarentegen niet ter discussie. Ik zie geen enkele reden om te betwijfelen dat de vroege christenen Jezus beschouwden als die tweede god. Op zeker moment breidden ze dit uit met de derde persoon van de Drie-eenheid, de Heilige Geest.

Metatron

Schäfer laat deze stof rusten. Het is immers al veel vaker verteld (en ik heb er ook al over geblogd). Hij vervolgt met de joodse mystiek en de rabbijnse literatuur. Het boeiende is dat de Mensenzoon en de Zoon van God als tweede godheid volkomen ontbreken in de literatuur uit het land van Israël; Schäfer behandelt één mogelijke uitzondering en toont aan dat er niet staat wat er wel in gelezen is geweest. De verklaring voor deze afwezigheid is simpel: nu de christenen Jezus interpreteerden als een god, konden de rabbijnen er niets meer mee.

Dat lag anders in Babylonië, waar de joden minder concurrentie hadden van de christenen. Oude tradities werden hier voortgezet. De literatuur bevat scherpe veroordelingen van de leer dat er twee machten in de hemel waren, wat bewijst dat tweegodendom dus weerlegd moest worden – en dus een serieuze rol speelde. In deze hoofdstukken noemt Schäfer ook het fascinerende personage van Metatron, Gods troongenoot, die door de rabbijnen wordt gereduceerd tot een engel, hoewel hij dat vermoedelijk niet was voor degenen tegen wie ze polemiseerden.

3 Henoch stelt de godgemaakte Metatron gelijk aan de mens Henoch. Ook de naam Kleine JHWH is hier relevant. Schäfer dateert deze tekst heel laat; ik weet niet zeker of dat correct is, maar het doet niet veel ter zake.

Conclusies

Het boek eindigt met enkele voor de hand liggende conclusies: dat het antieke jodendom monotheïstisch zou zijn geweest, blijkt niet uit de bronnen; in de Middeleeuwen streefden joodse filosofen naar monotheïsme maar bleef het tweegodendom bestaan bij kabbalisten; pas in de negentiende eeuw werd monotheïsme de eenduidige norm; de eerste échte monotheïsten waren de moslims.  De overeenkomst tussen de joodse en christelijke opvattingen is dat er ruimte is voor een tweede god die tegelijk à la Henoch mens is, en het verschil is dat die menselijke natuur voor christenen cruciaal is om de redding van de mensen te bewerkstelligen, terwijl ze in de joodse traditie geen rol van betekenis speelt.

Wat ontbreekt aan het boek is een verklaring voor het ontstaan van het idee van een tweede godheid. Ik kan zelf alleen maar denken aan de opvattingen van Aristoteles: als de hoogste god zich richt op de hoogste activiteit, namelijk denken, en dan denkt aan het hoogste, namelijk zichzelf, speelt hij geen rol in de schepping, en moet er voor het dagelijks bestuur van de wereld een tweede godheid zijn. Dit is het enige dat ik kan verzinnen en ik weet niet of dit werkelijk zo is; Schäfer biedt geen betere verklaring en daarom is Two Gods in Heaven net niet helemaal bevredigend, maar wel boeiend.

#3Henoch #BabylonischeTalmoed #Daniël7 #DodeZeeRollen #Henoch #HenochitischeLiteratuur #KleineJahweh #LaatsteOordeel #LeraarDerGerechtigheid #Mensenzoon #Metatron #PeterSchäfer #tweegodendom #Zelfverheerlijkingshymne

De zevende hemel

De tien manichese hemels

Zoals gebruikelijk blog ik op zondag over de Grieks-Romeins-Joodse wereld van het Nieuwe Testament, en vandaag moet dat maar eens gaan over het wonderlijke idee dat er boven de aarde diverse hemels zijn. Zo schrijft de apostel Paulus in zijn Tweede Brief aan de Korintiërs:

Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man …   werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die geen mens kan en mag uitspreken.noot 2 Korintiërs 12.2-4; NBV21.

Omdat deze brief rond 56 is geschreven, hebben we te maken met een gebeurtenis aan het begin van de jaren veertig; de “volgeling van Christus” is vrijwel zeker Paulus zelf, zoals blijkt uit het vervolg.noot 2 Korintiërs 12.7-9. Dit soort omschrijvingen waren in de antieke literatuur niet ongebruikelijk, denk maar aan het gebruik van de derde persoon door Julius Caesar in zijn boek over de Gallische Oorlog. Dus dat is allemaal niet zo bijzonder.

Drie hemels

Dat is ook de formulering “tot in de derde hemel” niet. In het antieke wereldbeeld lag meteen boven de aarde de lucht, waarin de wolken dreven, en was daarboven nog een hogere hemel. Filosofen maakten onderscheid tussen het element lucht en het kosmische element ether. In de hogere hemel was alles volmaakt: de planeten waren perfect bolvormig, hun banen perfect cirkelvormig. De maan, met vlekken, vormde de grens. Daar onder bestond imperfectie en verandering. Boven de hoge hemel lag dan nog een tijdloze transcendente hemel. In zijn dialoog Faidros vertelt Plato dat de goden/planeten soms de kosmische reidans (de omwenteling van de planeten om de zon) achter zich laten en door een gat in de hoge hemel naar buiten gaan en de wereld van de ideeën aanschouwen.noot Plato, Faidros 247. Het Pantheon in Rome is een illustratie van dit wereldbeeld.

Kortom, minimaal drie hemels: de atmosfeer, de hoge hemel en de transcendente hemel. Ook in de Henochitische literatuur vinden we deze verdeling. In het Boek der Wachters lezen we hoe Henoch door de wind wordt opgenomen naar een hemels paleis en dat hij daarvandaan nog wat hoger komt, in een nog mooier paleis, waarin hij God aanschouwt.noot 1 Henoch 14. Deze tekst dateert uit de derde eeuw v.Chr.

De zevende hemel

In jongere teksten wordt het aantal hemels vergroot. Eind eerste eeuw kent de joodse apocalyptische tekst die bekendstaat als 4 Ezra er al zeven,noot 4 Ezra 7.92-98. en dat is ook volgens vroegchristelijke auteurs als Eirenaios van Lyon het aantal hemels. Volgens de derde-eeuwse gnostische tekst De oorsprong van de wereld maakte de schepper Yaldabaoth een hemel voor elk van zijn zeven kinderen.noot Oorsprong van de wereld 102. Ook de islam kent zeven hemels.noot Koran 41.12.

Dantes hemel heeft zelfs tien lagen, en tien is ook het aantal hemels dat de manicheeërs kenden, zoals het plaatje hierboven toont. Kortom, het idee van een meervoudige hemel was buitengewoon gangbaar – al was een mystieke hemelreis dat natuurlijk niet.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#4Ezra #BoekDerWachters #DanteAlighieri #DeOorsprongVanDeWereld #EirenaiosVanLyon #hemel #HenochitischeLiteratuur #manicheïsme #Paulus #Plato #transcendentaliteit #TweedeBriefAanDeKorintiërs #Yaldabaoth #zevendeHemel

Hoe schreven ze de Bijbel?

Ooit probeerde ik Ivanhoe te lezen. Al na een paar bladzijden ben ik gestopt, omdat de eindeloze beschrijvingen me tegenstonden. Walter Scott vermeldt zelfs de opening van de hals van een kledingstuk. Zulke ultragedetailleerde beschrijvingen laten te weinig over aan mijn verbeelding om me te boeien. De kale verhalen van de Bijbel liggen mij beter: er staat geen woord te veel in, zodat je je fantasie erop los kunt laten.

Dat betekent ook dat nogal wat onuitgelegd blijft. Een beroemd voorbeeld is Daniëls visioen van het Laatste Oordeel.noot Daniël 7. Hij heeft in zijn droomgezicht allerlei monsters uit de zee zien komen, en vervolgens staat er, zonder overbrugging, ineens laconiek “Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam.” Waarom die oude wijze meer dan één zetel nodig heeft, blijft onduidelijk en daarover is dan ook nogal wat rabbijnse discussie geweest. De auteur van Daniël lokt gedachtewisseling uit.

Wie zich bezighoudt met de wijze waarop mensen verhalen vertellen – het specialisme staat bekend als narratologie – kan dus constateren dat Scott spreekt tot de lezers, terwijl de Bijbelschrijvers spreken met de lezers. Maar er is natuurlijk meer te vertellen over de wijze waarop Bijbelteksten “werken”, en daarover gaat De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers van Klaas Smelik. Hij heeft over de joodse Bijbel gedoceerd in Amsterdam, Utrecht, Leuven en Gent, en je kunt om te beginnen blij zijn dat hij zijn onderwijsstof deelt, in plaats van die achter academische betaalmuren te verbergen. En verder kun je blij zijn dat het zo’n onderhoudend boek is geworden.

Verhaaltechnieken

Het grootste deel van het boek bestaat uit uitleg van de verhaaltechnieken, die overigens en vanzelfsprekend niet specifiek zijn voor de Bijbel. Dat iets tweemaal mislukt om de derde keer wel te lukken, zoals wanneer de opvarenden van de Ark van Noach vogels uitzenden om te ontdekken of er ergens land is,noot Genesis 8.6-11. kennen we bijvoorbeeld ook uit de Griekse literatuur, zoals uit het verslag van Herodotos van de staatsgreep van de Atheense alleenheerser Peisistratos. Het heet ook wel “de wet van drie”. De flashback komt niet alleen voor als de opvarenden in het schip van Jona al blijken te weten dat hij op de loop is voor God,noot Jona 1.10. maar komt ook voor in de Odyssee of – ik noem eens wat – Once Upon a Time in the West.

Een ander voorbeeld van een truc die niet alleen de samenstellers van de Bijbel benutten, is vertraging: het opvoeren van de spanning door de ontknoping uit te stellen. De spanning is ook te vergroten door vooruit te wijzen naar iets dat nog zal gebeuren, zonder daarvan voldoende prijs te geven. In dat laatste geval hebben antieke auteurs natuurlijk altijd de beschikking over profetieën, voorspellingen en orakels.

Smelik noemt ook het gebruik van de directe rede, motiefwoorden, poëzie, dubbele bodems, plotwendingen, open eindes, dromen, fabels. Het viel me op dat de opsomming ontbrak, hoewel antieke auteurs genieten van catalogi, variërend van catalogus van minnaars van Ištar in het Epos van Gilgameš via de Scheepscatalogus in de Ilias tot Lucanus’ overzicht van Egyptische gifslangen. In de Bijbel zijn de Grote Volkenlijst en het overzicht van Davids helden maar twee voorbeelden.noot Genesis 10; 2 Samuël 23.8-39.

Over de type-scene, standaardmomenten waarbij het er niet om gaat wát er gebeurt, maar om hóe het gebeurt, wil ik nog eens bloggen. De bijbelse voorbeelden zijn de roepingen van de profeten, meisjes bij waterputten en geboorteverhalen. Maar u kunt ook denken aan De generaal van Peter de Smet, die trouwens (net als de Bijbelschrijvers) van alles abstraheert dat voor de plot niet relevant is.

Verrassingen

De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers is een geslaagd boek. Dat komt deels door de verrassende materie. Smelik typeert twee apocriefe delen van Daniël (Susanna in bad en het beeld van Bel) als vroege detective-verhalen, en hij heeft gelijk.

Ik was ook verrast door de typering van de profeet Jona. Zoals bekend krijgt die opdracht aan te kondigen dat God Nineveh zal omkeren, en gaat hij op de loop. Dat doet hij niet omdat hij er geen zin in heeft, of denkt dat het profeetschap boven zijn krachten gaat, maar omdat hij het risico niet wil nemen dat de bewoners zich bekeren en hun welverdiende straf ontlopen. Dat was iets wat ik nooit eerder had bedacht.

Sommige inzichten presenteert Smelik meer terloops, zoals de opmerking dat de bijbelse God, anders dan zijn oosterse collega’s, alleen in grammaticaal opzicht mannelijk is, maar verder seksloos. Geen verhalen over overspel à la Griekse Zeus dus, ook geen hemelse harem zoals de Fenicische El.

De Bijbel herschreven

Ik schreef zojuist dat Scott tot de lezers spreekt en de Bijbel met de lezers. Die kunnen er ook anders over denken en zo ontstaan nieuwe verhalen. Smelik beëindigt zijn boek met het genre van de Rewritten Bible. Het beste voorbeeld is hoe het Bijbelboek Kronieken de stof van onder andere Samuël en Koningen herhaalt. Daarbij gaat de kronist behoorlijk ver: de opdracht die God aan koning David geeft om een volkstelling te houden, is in de navertelling afkomstig van Satan.noot 2 Samuël 24; 1 Kronieken 21. De fascinerende henochitische literatuur valt eveneens in dit genre, met aanvullingen bij Genesis die tonen waar latere generaties behoefte aan hadden. Smelik noemt tevens teksten als het Gebed van Manasse en het Genesis Apocryphon.

Juist op dit punt had ik méér willen lezen. Ik ben namelijk gefascineerd door de vrijheid de auteur Pseudo-Filon nam bij het verhaal dat bekendstaat als de aqedah. In Genesis is duidelijk dat God Abraham op de proef wil stellen en daarom opdraagt zijn enige zoon te offeren.noot Genesis 22. Het verhaal is dan ook vooral bekend geworden onder de naam “offer van Abraham”. Maar het gaat tevens over “het binden” (aqedah) van Isaak, die volgens Pseudo-Filon accepteert dat hij wordt geofferd als verzoening voor de zonden van de mensen. Deze uitleg documenteert hoe het christelijke idee van plaatsvervangend lijden wortelt in het jodendom, en het is ook een voorbeeld van de herschrijving van een canoniek Bijbelverhaal.

Dat mijn persoonlijke vraag onbeantwoord bleef, heeft aan mijn leesplezier verder geen afbreuk gedaan. De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers toont duidelijk hoe de Bijbelteksten “werken” en biedt terzijdes over bijvoorbeeld de wijze waarop je zo’n tekst vertalen moet of waarom je de pointe mist als je een wonderverhaal letterlijk neemt. Ik heb in dit blogje aangegeven dat dezelfde gereedschapskist wordt benut door klassieke auteurs, want ik hoop op een soortgelijk boek over de Griekse en Latijnse schrijvers. Het boek over de verhalenvertellers van de Bijbel ligt in elk geval vanaf vandaag in de boekhandel.

#1Koningen #1Samuël #2Koningen #2Samuël #aqedah #Daniël7 #EposVanGilgameš #Genesis #GenesisApocryphon #HenochitischeLiteratuur #Jona #KlaasSmelik #Kronieken #narratologie #Odyssee #PeterDeSmet #PseudoFilon #RewrittenBible #typeScène #vertraging #verzoeningTheologie_ #WalterScott #wetVanDrie #wonderverhaal

Overgeleverde teksten

Een kopiist voltooit zijn werk

De discussie ging over het doorgeven van antieke verhalen. Het ligt voor de hand dat die veranderden toen ze nog mondeling waren. U kent vast wel het kleuterschoolspelletje waarbij de kinderen in een kring zitten, het eerste kind het tweede kind iets in het oor fluistert dat die moet doorfluisteren aan het volgende kind, en dat als het bericht de kring rond is gegaan, er een totaal andere boodschap is. Doorgegeven verhalen veranderen bovendien ook als ze op schrift staan. Waren er, opperde een van de discussianten, niet ook aanpassingen gedaan aan de Bijbel?

Mondeling overgeleverde teksten

Eerst even iets over dat mondelinge doorgeven. Ik speelde net vals door het te vergelijken met dat kleuterspelletje. Men had destijds namelijk een manier om de informatie accuraat door te geven: poëzie. Alliteratie, ritme en rijm helpen goed om een korte boodschap intact te houden. De Latijnse bezweringsformule pastores pecuaque salva servassis, “herders en vee, bescherm ze”, gaat terug tot het Proto-Indo-Europees en is een millennium of drie mondeling doorgegeven. Daarbij zijn wat aanpassingen gedaan aan de taal, maar het allittererende zinnetje zelf bleef bewaard.

Een ander voorbeeld: als de plot maar goed is, gaat een verhaal ook lang mee. Dat denken we althans en het klinkt plausibel. Het sprookje van Sjaak en de Bonenstaak is met zekerheid oer-, oeroud (lees maar hier). Het probleem met deze redenering is echter dat we niet weten welke verhalen verloren zijn gegaan. Misschien hadden die wel een veel sterkere plot. En trouwens, wat is dat eigenlijk, een sterke plot? Kortom, mondelinge tradities zijn niet helemáál onbetrouwbaar, maar eigenlijk hebben we er niet voldoende vat op.

Geschreven overgeleverde teksten

Als informatie eenmaal op schrift staat, kunnen we wel zien hoe ze wordt doorgegeven. En inderdaad, er zijn aanpassingen. Omdat de discussie de Bijbel noemde, haal ik daar een voorbeeld uit:

De Heer zette David tegen het volk op met de woorden: “Ga in Israël en Juda een volkstelling houden.”noot 2 Samuël 24.1; NBV21.

David doet keurig wat hem wordt opgedragen en wordt vervolgens bestraft. Voor de auteur van dit verhaal was dat geen probleem: God is te groot voor de menselijke criteria voor goed en kwaad. Een paar eeuwen later was men daar anders over gaan denken. De auteur van Kronieken past het verhaal aan:

Satan keerde zich tegen Israël en zette David ertoe aan in Israël een volkstelling te houden.noot 1 Kronieken 21.1; NBV21.

Wie nog meer bewerking zoekt, kan Genesis leggen naast Kronieken naast de apocriefe Henochitische literatuur, het Genesis-apocryphon, en Jubileeën, het Boek der reuzen en het Boek van Noach. Ik meen dat het Emanuel Tov, een van de grote kenners van de Dode-Zee-rollen, was die voor dit genre de term “reworked scripture” bedacht. Het simpele punt is: dit was een voorindustriële samenleving, waarin informatie schaars was en hoog werd aangeslagen. Men vond het om die reden belangrijker mensen juist te informeren dan de bedoeling van de auteur correct weer te geven. Men voelde zich daarom vrij de tekst te verbeteren als de opsteller zich, naar de nieuwere inzichten, had vergist. Dat op die manier juist verkeerde informatie kon ontstaan, is ons probleem, niet het hunne.

Zo moeten we ook kijken naar – ik noem eens wat – de antieke wetenschappelijke uitgaven van de homerische poëzie. Niemand bekreunde zich om de dichter zelf, het ging erom een goed gedicht te maken. Ander voorbeeld: de codificatie van het Romeins Recht door keizer Justinianus, waarin alle geldbedragen mechanisch werden aangepast aan de in zijn tijd gangbare valuta.

Hoe erg is dit alles?

Voor ons is dit allemaal wat onhandig, want wij vinden het wel belangrijk te weten wat de precieze woorden van deze of gene auteur zijn. Als er van een bepaalde tekst maar één handschrift is, zullen we nooit weten of er mee is gerommeld. Daarvoor is immers vergelijkingsmateriaal nodig.

Toch zijn er een paar hoopvolle tekenen. Een daarvan is dat we van redelijk wat teksten middeleeuwse kopieën hebben én antieke papyri, en dan blijkt de wildgroei toch niet zo groot te zijn. Een schrijffoutje hier of daar, dat wel, maar als er een standaardtekst was, werd die redelijk nauwkeurig doorgegeven. Niettemin: het blijft een punt van aandacht.

#2Samuël #BoekDerReuzen #BoekVanNoach #DodeZeeRollen #EmanuelTov #GenesisApocryphon #HenochitischeLiteratuur #Homeros #Jubileeën #Justinianus #koningDavid #Kronieken #mondelingeLiteratuur #poëzie #ProtoIndoEuropees #ReworkedScripture #Satan #SjaakEnDeBonenstaak

Proto-Indo-Europees in de Breestraat - Mainzer Beobachter

Het Proto-Indo-Europees is de moeder van bijna alle Europese talen. De ontdekking is een enorme geesteswetenschappelijke triomf.

Mainzer Beobachter

De verwachte messias

Kindermoord te Betlehem (Codex Egberti)

Ik blogde twee weken geleden over de vlucht naar Egypte na de Kindermoord in Betlehem. Het hartverscheurende verhaal over de vermoorde baby’s en peuters veronderstelt dat koning Herodes wist dat er een kind geboren zou worden dat ooit als koning zou regeren over de Joden. Volgens de evangelist Matteüs vernam Herodes dat van de oosterse wijzen, die een wonderbaarlijke ster hadden gevolgd.noot Matteüs 2.2-3.

Omdat het schokkende verhaal een bovennatuurlijk teken bevat en bovendien aan elkaar hangt van de citaten uit de oudere joodse religieuze literatuur, kun je redeneren dat het allemaal is verzonnen. Misschien is dat ook wel zo. Van de andere kant: het uitmoorden van alle baby’s en peuters uit een klein stadje was niet beneden koning Herodes, die ook zijn eigen zoon uit de weg liet ruimen. Hij was volkomen scrupuleloos. De Kindermoord mag dan niet zijn vermeld in een andere bron, de gebeurtenis past verdraaid goed bij wat we weten over de paranoïde heerser.

De voorspelde messias

En er is nog iets. We weten dat er destijds voorspellingen circuleerden over het einde der tijden, messiassen, afstammelingen van David, herstel van Israël en meer eschatologisch fraais. Eén zo’n voorspelling is te vinden in de Henochitische literatuur, een destijds – vóór de joodse Bijbel in de tweede eeuw na Chr. werd samengesteld – belangrijk joods literair genre. De auteur schrijft dat het einde der tijden zal plaatsvinden in de zeventigste generatie na Henoch. Aangezien die zelf behoorde tot de zevende menselijke generatie, wisten joodse lezers dat de beslissende wending in de wereldgeschiedenis zou plaatsvinden in de zevenenzeventigste generatie. U mag in het evangelie van Lukas het aantal namen in de geslachtslijst van Jezus nalezen om te zien hoe de auteur het rekensommetje toepaste op de door hem gebiografeerde messias.noot Lukas 3.23-38.

Toen Herodes overleed – vermoedelijk in het najaar van 5 v.Chr., misschien in de eerste weken van 4 v.Chr. – waren er enkele opstanden. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus besteedt er veel aandacht aan, omdat deze opstanden in zijn analyse het begin vormden van een traditie van opstandigheid die uiteindelijk leidde tot het einde van het dagelijks offer in de tempel, de tempelcultus en de Verbondsrelatie tussen de joden en hun God. Als die rebellen de toon niet hadden gezet, aldus Josephus, zou iedereen netjes zijn blijven luisteren naar de Joodse leiders en had iedereen deel kunnen nemen aan de Pax Romana. (Voor het goede begrip: moderne historici delen deze analyse niet omdat de Romeinse annexatie het begin vormde van zo’n veertig jaar betrekkelijke rust.)

Flavius Josephus noemt een Judas, zoon van Hizkia, die opereerde rond Sepforis. Josephus noemt ook een Simon van Peraia, die zichzelf kroonde met een diadeem. Hij noemt Athronges, die als herder nogal leek op koning David. Het gevaarlijkst was Judas de Galileeër, de grondlegger van de sicariërs. Rationeel als Josephus is, en rationeel als hij het jodendom wil presenteren aan zijn heidense lezers, houdt hij zich op de vlakte voor wat betreft de eschatologische ideeën die circuleerden. Maar ze waren er. En koning Herodes moet dat hebben geweten.

De historische kern?

Wat ik zelf denk dat er is gebeurd: Herodes wist van de smeulende onrust, kende de profetieën over de messias en wist dat zijn dood de vonk in een kruitvat zou zijn. Hij regelde zijn opvolging zó als het hem het beste leek. Hij maakte een nieuw testament. Hij ruimde een zoon uit de weg die hij incompetent achtte. En hij gaf zijn Germaanse lijfwacht, wellicht Bataven, opdracht de baby’s en peuters in de Davidsstad Betlehem uit de weg te ruimen. Matteüs hoorde ervan en betrok het op zijn eigen messias. Hij sloeg de plank niet ver mis.

Zulke preventieve moorden waren in de oude wereld niet uniek. Kort voor zijn dood liet keizer Hadrianus enkele senatoren uit de weg ruimen die de troonsbestijging van Antoninus Pius zouden hebben kunnen belemmeren. Hadrianus deed dus gewoon alvast het vuile werk van Antoninus Pius. Misschien niet sympathiek, maar zo werkte het in de oude wereld.

In het geval van koning Herodes pakte het echter verkeerd uit. Bij zijn overlijden ontplofte het kruitvat. Er waren opstanden en uiteindelijk moest de gouverneur van Syrië, Publius Quinctilius Varus (die van de slag in het Teutoburgerwoud), met de legioenen interveniëren.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AntoninusPius #Athronges #diadeem #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #FlaviusJosephus #geslachtslijstVanJezus #Hadrianus #HenochitischeLiteratuur #HerodesDeGrote #JudasDeGalileeër #JudasZoonVanHizkia #KindermoordVanBetlehem #messias #NieuweTestament #sicariërs #SimonVanPeraia #SterVanBetlehem

1 Henoch voor beginners

De avonturen van de achttiende-eeuwse Schotse ontdekkingsreiziger James Bruce behoren tot de grote verhalen van de mensheid. Hij wilde weten waar de Nijl vandaan kwam. Hij ging dus op reis naar Alexandrië in het Ottomaanse Rijk, bezocht Jeddah in Arabië, stak over naar Afrika, won het vertrouwen van keizer Tekle Haymanot II van Ethiopië, verbleef twee jaar aan zijn hof, reisde in 1770 door naar de bron van de Blauwe Nijl, volgde die stroomafwaarts tot Khartoum, werd gearresteerd door de sultan van Sennar, ontsnapte, werd nog eens overvallen, en bereikte Aswan in het veilige Ottomaanse Rijk. Waarop hij terugkeerde naar de woestijn om de boeken terug te halen die hij bij de overval was verloren.

Edities en vertalingen

Zo kregen de West-Europese geleerden drie exemplaren van het Ethiopische Boek Henoch ofwel 1 Henoch. Een intellectuele schat, waarmee de Europese geleerden vervolgens niets deden. Pas in 1800 keek de Franse oriëntalist Silvestre de Sacy ernaar om. Hij zou enkele delen uit het Ge’ez hebben vertaald en hebben gepubliceerd in dit deel van het Magasin Encyclopédique, maar ik heb het niet gevonden. (Wat niet wegneemt dat het een feest is in dat soort oude wetenschappelijke tijdschriften te bladeren. De brede kennisliefde spat van elke bladzijde.) Pas in 1851 was er een wetenschappelijke editie. Duits, uiteraard.

We moesten nog een eeuw wachten tot we begrepen dat dit geen joods-christelijk allegaartje was, samengevoegd door een middeleeuwse Ethiopische verzamelaar van oud materiaal. Pas toen de Dode-Zee-rollen werden ontdekt, werd duidelijk dat het ging om oeroud joods materiaal, oorspronkelijk geschreven in het Aramees en later vertaald in het Ge’ez. Moderne edities gaan uit van het Aramees en de beste vertaling is deze van W.E. Nickelsburg. De vertaling van Charlesworth in The Old Testament Pseudepigrapha is verouderd en deze online-vertaling is dat helemaal, maar is wel een van de weinige die online beschikbaar is.

Wachters

Ik kan me voorstellen dat u liever eerst een inleiding leest. En dan is een blogje als het mijne of een Wikipedia-pagina niet voldoende. U wil meer en ik kan u het eerder dit jaar verschenen boekje van Phillip J. Long, The Book of Enoch for Beginners buitengewoon aanraden. Het is duidelijk ontstaan in de lespraktijk, is kristalhelder van opzet en biedt perfecte inleiding tot de toch redelijk obscure materie.

Simpel gezegd: sommige groepen joden voelden zich in de derde eeuw v.Chr. nogal gemarginaliseerd, waren verontrust over de meerderheid van hun land- en geloofsgenoten, waarmee het van kwaad tot erger ging. Het kon niet anders of God zou ingrijpen en het enige denkmodel dat men had om de naderende wereldondergang te typeren, was de Zondvloed. De zondigheid van de mensheid waardoor dat cataclysme was afgeroepen, hing samen met de verhalen over de Wachters. In de oude Levantijnse mythologie waren dit de eerst-geschapen wezens, waarvan sommige in opstand waren gekomen en bij de menselijke vrouwen kinderen hadden verwekt; dat waren de reuzen. Deze opstandige Wachters, aangevoerd door de Azazel waarover ik het al eens had, waren bestraft. De niet-opstandige Wachters waren de engelen, de aartsengelen, de viervleugelige cherubijnen, de zesvleugelige serafijnen en de wielvormige ofioniden. Het is druk daarboven.

In het Boek der Wachters, het oudste deel van 1 Henoch, lezen we een verslag over de val van de engelen en de Zondvloed. Anders gezegd: we leren wat de Bijbel veronderstelt. En de auteur van het Boek der Wachters vertelt het om zijn tijdgenoten te waarschuwen: ze zullen worden bestraft of beloond.

The Sixth Sense

In tijden van crisis voegden latere auteurs onderdelen aan het Boek der Wachters toe. Zo is er een deel dat duidt op de Makkabeeënopstand en zijn andere delen gelezen geweest als commentaar op de Romeinse overheersing.

Een van die aanvullingen staat bekend als de Gelijkenissen van Henoch, dateert van na 40 v.Chr. en bevat visioenachtige profetieën waarin Henoch een wezen aanschouwt dat hij op verschillende manieren aanduidt, zoals de Uitverkorene, de Gezalfde of de Mensenzoon. De gelijkstelling van de messias (gezalfde) aan de Mensenzoon is vertrouwd uit christelijke kringen, maar de Gelijkenissen van Henoch hebben een verrassing in petto die doet denken aan The Sixth Sense. (De vergelijking is van Long.) Helemaal aan het einde blijkt Henoch zélf deze Uitverkorene te zijn. De mystieke eenwording van de gelovige en het bovennatuurlijke.

De andere drie delen – een kalendertraktaat, droomgezichten en een soort testament – variëren op de al bekende thema’s. Ik laat ze verder wat ze zijn.

De goede docent

De vergelijking tussen de Gelijkenissen van Henoch en The Sixth Sense toont hoe Long zich inleeft in zijn studenten en zijn stof zó presenteert dat het voor hen werkt. Persoonlijk vond ik het feit dat hij élke paragraaf begon met een voorbeeld uit de moderne media een tikje voorspelbaar, maar het werkt wel.

The Book of Enoch for Beginners is een goed boek. Na wat inleidende opmerkingen over de ontdekking van deze tekst en een schets van de vijf onderdelen, vertelt Long kort na wat er zoal te lezen is in tweeëntwintig tekstsecties. Die vat Long samen en becommentarieert hij. Vaak ietwat schools (“let op deze drie dingen”) maar dat is niet erg. Er zijn wat kaders met toelichting op speciale thema’s en aan het einde is er leesadvies: 2 Henoch (de Slavische tekst) en 3 Henoch, ook bekend als het Boek der Hemelse Paleizen. Die laatste tekst is zeker het interessantst, want hierin wordt de mystieke eenwording – Henoch die ontdekt zelf de Uitverkorene te zijn – het meest uitgebreid beschreven.

Vergeten tekst

Niet iedereen waardeerde deze tekst. De Uitverkorene, die een soort Kleine JHWH was, werd door christenen beschouwd als hun Christus, die immers ook een messias was en een Mensenzoon. Ze voegden aan de Eerste en Tweede persoon van de Drie-eenheid een Heilige Geest toe en konden vervolgens niets meer met de Henochitische literatuur. Voor de rabbijnen gold iets soortgelijks: ze konden niets met een tekst die naast God een Uitverkorene erkende. De Tweemachtenleer was geen zuiver monotheïsme. En dus vergat iedereen de Henochitische literatuur.

Het was in Ethiopië, buiten het bereik van de Mediterrane bisschoppen en rabbijnen, dat de tekst werd bewaard en vertaald. En nu weten we: dit was dus een van de teksten die de canon niet haalde – en wat biedt 1 Henoch toch een schat aan informatie over de joodse wereld waarin het christendom en het rabbijnse jodendom zijn ontstaan.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#2Henoch #3Henoch #BoekDerWachters #hemel #Henoch #HenochitischeLiteratuur #JamesBruce #KleineJahweh #Makkabeeën #Makkabeeënopstand #PhillipJLong #Pseudepigrapha #RewrittenBible #SilvestreDeSacy #TekleHaymanotII #tweemachtenleer #wereldondergang