Rex Sacrorum

In ancient Roman religion, the rex sacrorum (“king of the sacred things,” sometimes called rex sacrificulus) was a senatorial priesthood reserved for patricians. The rex sacrorum was based in the Regia.

During the Roman Republic, the rex sacrorum was chosen by the pontifex maximus (the chief high priest of the College of Pontiffs in ancient Rome) from a list of patricians (patricians were originally a group of ruling-class families in ancient Rome) submitted by the College of Pontiffs.

A further requirement was that he be born to parents married through the ritual of confarreatio. This was also the form of marriage he himself had to enter. His wife (the regina sacrorum) also performed religious duties specific to her role. Marriage was such a fundamental part of the priesthood that if the regina died, the rex had to resign. The rex sacrorum was above the pontifex maximus. Although he was more or less a powerless figurehead.

The rex sacrorum wore a toga, the undecorated soft “shoeboot” (calceus), & carried a ceremonial axe. As a priest of the archaic Roman religion, he sacrificed capite velato, with head covered.

The rex held a sacrifice on the Kalends of each month. Kalends is the 1st day of every month in the Roman Calendar. The word ‘calendar’ comes from this word. On the Nones (the Roman Calendar used by the Roman Kingdom & Roman Republic), he announced the dates of festivals for the month.

On March 24 & May 24, he held a sacrifice in the Comitium. The Comitium was the original open-air public meeting space of ancient Rome & had major religious & prophetic significance. In addition to these duties, the rex sacrorum seems to have functioned as the high priest of Janus.

In Rome, the priesthood was deliberately depoliticized. The rex sacrorum wasn’t elected. His inauguration was merely witnessed by a comitia calata, an assembly called for the purpose. The rex was barred from a political & military command. After the overthrow of the Roman kings, the office of rex sacrorum fulfilled at least some of the sacral duties of kingship, with the consuls assuming political power & military command, as well as some sacral functions.

As the wife of the rex sacrorum, the regina sacrorum (“queen of the sacred things”) was a high priestess who carried out ritual duties only she could perform. On the Kalends of every month, the regina presided at the sacrifice of a sow (porca) or female lamb (agna) to Juno. The reginas were equal to their male partners. These 2 priesthood were gender-balanced & had shared duties.

While performing her rituals, the regina wore a headdress called the arculum, formed from a garland of pomegranate twigs tied up with a white woolen thread. The rex & regina sacrorum were required to marry by the ritual of confarreatio, originally reserved for patricians. But after the Lex Canuleia of 445 BC, it’s possible that the regina could’ve been plebeian. Plebeians/plebs were the general body of the free Roman citizens who weren’t patricians.

The office of Rex Sacrorum wasn’t a highly coveted position among the patricians. Although the rex sacrorum was technically superior to the pontiffs, the rank conferred no real political gain. Because of this, there would be some years without a rex sacrorum at all.

By the time of Antony’s civil war, the office was entirely in disuse. But seems to have been revived later by Augustus, as there was mention of it during the empire until it was probably abolished by Theodosius I.

Make a one-time donation

Your contribution is appreciated.

Donate

Make a monthly donation

Your contribution is appreciated.

Donate monthly

Make a yearly donation

Your contribution is appreciated.

Donate yearly #445BC #Agna #AncientRome #Antony #Arculum #Augustus #Calceus #CapiteVelato #CollegeOfPontiffs #Comitium #Confarreatio #HighPriest #HighPriestess #Janus #Juno #Kalends #LexCanuleia #March24 #May24 #Nones #Patricians #Plebeian #Plebs #PontifexMaximus #Pontiffs #Porca #Regia #ReginaSacrorum #RexSacrificulus #RexSacrorum #RomanKingdom #RomanKings #RomanRepublic #Rome #SenatorialPriesthood #TheodosiusI #Toga

De Maronitische Wereldkroniek (2) Arcadius

Arcadius (Valkhofmuseum, Nijmegen)

[Dit is het tweede van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

706 SE. ≡ okt. 394/sept. 395

…… terwijl de keizer [Theodosius] met het Romeinse leger in de westelijke gebieden was en Eugenius zich … (?).

In de oostelijke gebieden van het Romeinse Rijk veroorzaakten de Hunnen onrust en staken … en Sofene en Mesopotamië over, waarna ze naar Galatië trokken. Deze ramp vond plaats in … in de tijd van Theodosius in zijn tweede regeringsjaar, dat was het jaar 706.

Theodosius regeerde zeventien jaar en enkele maanden, waarna de regering werd overgenomen door zijn zonen Arcadius en Honorius.

Commentaar
In september 394 had Theodosius I zijn rivaal Eugenius aan de rivier de Frigidus verslagen; met het leger bevond hij zich in Milaan. Daar overleed hij begin januari 395, na een regering van zeventien jaar minus twee dagen. Desondanks klopt de bewering dat hij zeventien jaar en enige maanden regeerde, want de samensteller neemt als Theodosius’ eerste jaar het hele jaar waarin zijn regeringsbegin viel, d.w.z. de periode van 1 oktober 377 tot en met 30 september 378. Zijn zeventiende jaar loopt dus tot en met 30 september 394, en daar voegde Theodosius dus nog wat maanden aan toe.

Ik vermoed dat de keizer wiens tweede regeringsjaar het was, feitelijk Honorius was. De leiders van de Hunse invasie van Anatolië waren Basich en Kursich.

693 SE. ≡ okt. 381/sept. 382

Arcadius regeerde sinds het jaar 693 en regeerde dertien jaar samen met zijn vader, waarna hij na de dood van zijn vader alleen regeerde. Zelf bestuurde hij het oosten en zijn broer het westen.
………
Tijdens het bewind van Arcadius was het bisdom van Johannes …… Ook Theodosius, de bisschop van …, daarna was er een bisschop ……
………
Toen Arcadius acht jaar na zijn vader had geregeerd, besteeg ook zijn zoon Theodosius II de troon. Hij was nog een kleine jongen …… Honorius was nog in leven en regeerde nog in de westelijke gebieden. Honorius regeerde achtentwintig jaar.

Commentaar
De keizer die achtentwintig jaar regeerde, kan alleen Arcadius zijn. De slecht bewaarde kerkelijke informatie zou kunnen verwijzen naar Johannes Chrysostomos, de patriarch van Constantinopel, en naar Theodotus van Antiochië, de patriarch van Antiochië.

[Wordt vervolgd]

#AdrianPirtea #AlexHourani #Arcadius #bronnenuitgave #Eugenius #Honorius #Hunnen #JohannesChrysostomos #MaronitischeWereldkroniek #TheodosiusI

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Theodosius tussen zijn medekeizers Valentianus II en Arcadius (meer; Archeologisch Museum, Mérida)

Feit is: een grote groep migranten zonder land stond nu in een imperium zonder leger. Valens’ opvolger Theodosius nam de migranten dus maar in dienst. Onder leiding van Alarik speelde dit leger, dat wel wordt aangeduid als de Visigoten (“wijze Goten”), nog een belangrijke rol bij de verdediging van Syrië en de campagne waarmee Theodosius zijn gezag uitbreidde naar de westelijke provincies. Het leger zou in 410 Rome plunderen en uiteindelijk dienen als strategische reserve voor Gallië.

De Hunnen

Ik noemde de Hunnen. In het eerste derde van de vijfde eeuw dienden ze als Romeinse bondgenoten en kregen ze het recht zich te vestigen aan de Midden-Donau. Zeg maar in Hongarije. Van bondgenoten werden het echter vijanden, die bijvoorbeeld Belgrado en Viminacium plunderden, en over de Via Diagonalis dwars door Thracië oprukten naar Constantinopel. Keizer Theodosius II, die zijn graanleverancier tot elke prijs moest behouden, kocht de Hunnen in 443 af, maar in 447 waren ze terug in Thracië en in 449 stemde de keizer in met nieuwe afkoopsommen. Nu wendde de Hunse leider Attila zich naar het westen, waar hij op de Catalaunische Velden werd verslagen door een coalitie van Visigoten, Franken en anderen.

De schrik zat er goed in en de keizers in Constantinopel versterkten de grens. Achter de reeks forten langs de Beneden-Donau kwam een tweede linie, die liep door het Balkangebergte. Om de kustweg langs de Zwarte Zee te verdedigen, werd bijvoorbeeld een muur gebouwd die zich vijftig kilometer landinwaarts uitstrekte, zodat een omtrekkende beweging niet mogelijk was.

Resten van een Byzantijnse kerk in Nesebar

Keizer Anastasius (r.491-518) zou in 503 een soortgelijke muur bouwen over het schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara, zeventig kilometer ten westen van Constantinopel. Later zou keizer Justinianus (r. 527-565) allerlei steden voorzien van stadsmuren; de geschiedschrijver Prokopios wijdde er niet minder dan vijf boekrollen aan, De bouwwerken. Een flink deel van de vierde boekrol gaat over het diocees Thracië.

Volksverhuizingen, deel twee

Alle versterkingen mochten niet baten toen de Avaren aankwamen. Ik heb vaker over hen geschreven. Ze arriveerden rond 563 vanuit het verre oosten – hiervoor is inmiddels DNA-bewijs – en ze waren extreem succesvol. In 582 namen ze de belangrijke stad Sirmium in, even ten noorden van Belgrado, en ze vestigden een machtige staat in Midden-Europa, die enorme schattingen eiste van de buurvolken. We weten er weinig van, aangezien ze ongeletterd waren en dus niet zelf schreven; archeologisch zijn ze moeilijk te vinden, omdat de bestaande Centraal-Europese volken hun levenswijze konden voortzetten. Goudschatten als de Sânnicolau Mare-schat bewijzen echter dat de keizers in Constantinopel fors betaalden.

Het voornaamste gevolg van deze invasie was dat er geen landweg vanuit Constantinopel en Thracië naar de westelijke gebieden was: Oost- en West-Europa, al gescheiden door de Griekse en Latijnse taal, gingen verder uit elkaar. Later zou ook het christendom in tweeën uiteenvallen.

Het paleis van een Slavische bestuurder in Silistra

De Avaren dreven de Byzantijnen, zoals we de bewoners van de Oost-Romeinse rompstaat gewoonlijk noemen, terug naar de Thracische havensteden, zoals Varna en Nesebar in het oosten en Thessaloniki in het zuiden. De gebieden buiten het keizerlijke gezag zijn niet zo goed bekend, maar we lezen steeds vaker over Slavische soldaten die als infanterie meetrekken met de Avaarse cavalerie. We lezen ook over de eerste Bulgaren. Het gaat in alle gevallen om een gemengde bevolking, waarin de oude Romeinen en verschillende groepen migranten samenkwamen. Hoe groot die groepen migranten waren, is niet te zeggen, maar de etnische kaart werd in de zevende eeuw opnieuw getekend.

Ik ga afronden met een laatste constatering: door de opkomst van de islam, ook in de zevende eeuw, verloor het Byzantijnse Rijk Egypte. Voortaan was Thracië een nóg belangrijkere leverancier, en het keizerlijk beleid was dan ook gericht op de herovering van de verloren gebieden.

#Alarik #AnastasiusI #Attila #Avaren #Balkangebergte #Bulgaren #CatalaunischeVelden #Constantinopel #Goten #GroteVolksverhuizingen #Hunnen #Justinianus #Nesebar #Prokopios #SânnicolauMareSchat #Sirmium #slagBijAdrianopel #Tervingi #TheodosiusI #TheodosiusII #Thracië #Valens #ViaDiagonalis #Visigoten

Saturnus Africanus (1)

Saturnus Africanus (Musée du Bardo, Tunis)

Je hoeft geen Latijn te kennen om te begrijpen dat “Saturnus Africanus” de godheid Saturnus is zoals die werd vereerd met Afrikaanse rituelen. Wie Tunesië, Algerije of Marokko bezoekt, kan niet om deze Romeinse godheid heen, al was het maar omdat hij staat vermeld in bijna 2500 gepubliceerde Latijnse inscripties, gevonden van Karthago in het oosten tot Volubilis in het westen. Vaak staat hij op die inscripties ook afgebeeld; er zijn verder honderden afbeeldingen zonder tekst. Ook zijn 200 cultusplaatsen bekend. Het bovenstaande reliëf was tien jaar geleden een van de pronkstukken op de Karthago-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden; als u het daar niet zag, zult ervoor Tunis moeten, naar het Bardo-museum.

Van boven naar beneden herkent u de god, gezeten op een troon, met een scepter en een snoeimes in de hand, met vóór hem het hoofd van óf zijn echtgenote Venus Caelestis óf de zon. Onder hem ziet u degene die deze stèle heeft opgericht. Hij staat op het punt een lam te offeren. De vlammen laaien al op van het altaar. Er zijn honderden van dit soort afbeeldingen. De baardige godheid draagt vaak een kleed over het hoofd en gaat niet zelden vergezeld van de goddelijke Tweelingen of de Zon en Maan.

Hammon, Ba’al, Kronos, Saturnus

De Maghrebijnse Saturnus is een meervoudige godheid. Voor zover te reconstrueren was er eerst een Fenicische godheid, meegenomen door de Fenicische kolonisten aan de kust, en gecombineerd met een lokale godheid die we niet kennen. Deze Ba’al Hammon werd de stadsgod van Karthago, en had Tanit als echtgenote. Of zij een Fenicische of een plaatselijke godin is, is onbekend. De Grieken stelden de Karthaagse Ba’al Hammon gelijk aan hun Kronos, wat opmerkelijk is, aangezien ze in Fenicië de god El gelijkstelden aan hun Kronos. Toen de Romeinen de Maghreb overnamen, stelden ze de lokale Hammon ≡ de Fenicische Ba’al ≡ de hellenistische Kronos gelijk aan hun Saturnus, en omdat de inscripties zijn gesteld in het Latijn, is hij onder die naam het beste bekend.

Tanit werd voortaan aangeduid als Venus Caelestis, “hemelgodin”, wat ook al wonderlijk is, omdat de hemelgod meestal mannelijk is. Bovendien wordt Tanit ook gelijkgesteld aan Juno.

Saturnus Africanus met de goddelijke Tweelingen (Archeologisch museum, Sétif)

Wiens syncretisme?

Wat dit alles betekent? In elk geval dat de Grieken en Romeinen de lokale ideeën niet zomaar naar hun hand konden zetten. Ze konden zelf dan wel denken dat de hemel mannelijk was, maar konden er in de Maghreb niet omheen dat men het daar anders zag. En in de klassieke teksten mocht Kronos dan de Griekse naam zijn van de oosterse El, in Africa was Kronos/Saturnus gelijk aan Ba’al Hammon. De Romeinen hadden het maar te accepteren.

Dat de gelijkstelling niet plaatsvond op Romeinse maar inheemse voorwaarden, wordt bevestigd door het feit dat er geen Saturnus-inscripties bekend zijn uit Tripolitana, hoewel die regio in het noordoosten van het huidige Libië wél behoorde tot de provincie Africa Proconsularis. Als de Romeinen het syncretisme hadden verzonnen, zou de godheid overal Saturnus hebben geheten, maar de bewoners van Tripolitana bepaalden anders. Hier vinden we dus de verering van Jupiter Ammon.

Saturnus Africanus had ook geen Italisch takenpakket. Daar was Saturnus een vrij onbeduidende graangod. In de Maghreb was Saturnus een schepper, zorgde voor regen, beschermde behalve het graan ook andere gewassen, regelde de vruchtbaarheid van de dieren en mensen, liet de zon en maan opkomen, was aanwezig op grafvelden, garandeerde een eeuwig leven en beschermde de koning (bijvoorbeeld Juba II) en de keizer. Ook de verstedelijking ressorteerde onder Saturnus. Wat we dus zien is niet de romanisering van een Maghrebijnse godheid, maar de maghrebisering van een Italische god.

Evengoed waren er Romeinse invloeden, zoals de afbeeldingen met guirlandes en de geleidelijke vervanging van cultusplaatsen in het open veld of op heuveltoppen door meer klassieke tempels. Tertullianus, een christelijke auteur die uit Africa stamde en er dus met z’n neus bovenop zat, kent een andere Romeinse invloed: hij vertelt dat de kinderoffers die ooit aan de oude god werden gebracht, ten tijde van keizer Tiberius waren verboden. Op afbeeldingen zien we dat in plaats van een kind een schaap werd geofferd.

Een heuveltop met een tempel van Saturnus Africanus (Thuburbo Maius)

Uiteindelijk maakte de verering van de Maghrebijnse Saturnus plaats voor de overal in de Romeinse wereld steeds populairdere Christus. De inscripties en afbeeldingen worden zeldzamer naarmate het christendom populairder wordt. De laatste precies dateerbare Saturnus-inscriptie is uit 272, maar er zijn nog afbeeldingen uit de vierde eeuw en munten uit de tijd van de tijd van Theodosius I (r.378-395). De tempel van Venus Caelestis in Karthago functioneerde nog in het eerste kwart van de vijfde eeuw.

[wordt vervolgd]

#AfricaProconsularis #Algerije #BaälHammon #El #inscriptie #JubaII #Karthago #Kronos #Marokko #MauretaniaCaesariensis #MauretaniaTingitana #mensenoffer #Numidië #RomeinseReligie #Saturnus #SaturnusAfricanus #schaap #syncretisme #Tanit #Tertullianus #TheodosiusI #Tiberius #Tunesië #TweelingenHalfgoden_ #VenusPlaneet_ #VenusCaelestis #Volubilis

De Hagia Sofia

De Hagia Sofia

Mijn zakenpartner reist bovengemiddeld veel en is niet snel ergens van onder de indruk, maar in Istanbul, in de Hagia Sofia, viel hij even stil. En ik snap hem helemaal. De kerk van de Heilige Wijsheid is ook voor mij een van de allermooiste monumenten uit de Oudheid. De Heilige Wijsheid in kwestie is overigens een andere aanduiding voor het Woord van God ofwel Christus.

De belangrijkste kerk van Constantinopel, want daarover hebben we het, stond op een boogscheut van een ouder christelijk heiligdom, de Kerk van de Goddelijke Vrede ofwel de Heilige Eirene. In de tekst die bekendstaat als de Notitia Urbis Constaninopoliana heten ze “de oude kerk” en de “nieuwe kerk”.

De kerk van Constantijn

De Hagia Sofia is voor het eerst gebouwd door keizer Constantijn de Grote (r.306-337), maar pas door zijn zoon Constantius II voltooid: in 360 om precies te zijn. Hoewel de patriarch van Constantinopel voorging in deze kerk, was ze toen waarschijnlijk nog niet de belangrijkste gebedsplaats van de stad, want toen keizer Theodosius I in 381 de bisschoppen uitnodigde voor het Eerste Concilie van Constantinopel, vergaderden de heren in de Hagia Eirene.

De Hagia Sofia

Enkele jaren later, in 399, stond de Hagia Sofia wel in het centrum van alle aandacht. Patriarch Johannes Chrysostomos bood toen asiel aan aan Eutropius, de in ongenade gevallen rechterhand van keizer Arcadius (r.395-408). Dit was maar één incident in een langer durend steekspel tussen de patriarch en keizerin Eudoxia I, die er enkele jaren later in slaagde haar rivaal verbannen te krijgen. Dat leidde weer tot rellen, tot de terugroeping van Johannes, en tot een nieuw incident toen de keizerin vlakbij de Hagia Sofia een zilveren standbeeld kreeg.

De patriarch protesteerde, kreeg opnieuw bevel zijn protesten elders te ventileren (namelijk in Armenië) en vertrok. Maar het was evident dat God stond aan zijn zijde, want nog die nacht brandde de Hagia Sofia af, alsof de Goddelijke Wijsheid met hem mee ging en niets van de keizerin moest weten. Toen zij enkele weken later overleed, begreep iedereen wie het recht aan zijn zijde had gehad. De kerk moest als de wiedeweerga worden herbouwd en dat werd de taak van Arcadius’ zoon Theodosius II (r.408-450).

Resten van de kerk van Theodosius II

De kerk van Theodosius

De tweede Hagia Sofia werd in 415 ingewijd. Bij de noordwestelijke ingang van de Hagia Sofia zijn in de tuin nog wat overblijfselen van deze kerk zichtbaar. Zie de foto hierboven. Archeologen menen dat de kerk van Theodosius min of meer dezelfde vorm heeft gehad had als de derde Hagia Sofia, die nodig werd toen Theodosius’ kerk was afgebrand tijdens net Nika-oproer van 532.

De eerste kerk van Justinianus

De eerste steen van de derde Hagia Sofia werd gelegd op 23 februari, slechts eenenveertig dagen nadat Theodosius’ kerk was geplunderd en vernietigd. Het bewijst het enorme belang dat keizer Justinianus (r.527-565) hechtte aan de kerk. De architecten waren Isidoros van Milete en Anthemios van Tralleis. (De laatste is de man die het sprookje van Archimedes’ brandspiegels in de wereld heeft geholpen.)

Het interieur van de Hagia Sofia

Ze hadden eerder al de charmante kerk van Sergios en Bakchos gebouwd en gebruikten dit ontwerp opnieuw, zij het op grotere schaal en met een ander soort koepel. De derde Hagia Sofia was al na minder dan zes jaar voltooid en werd ingewijd op 26 december 537. Toen Justinianus de kerk binnenging, merkte hij bescheiden op dat hij koning Salomo had overtroffen. De Byzantijnse auteur Prokopios beschrijft deze kerk in detail aan het begin van zijn boek over de Gebouwen van Justinianus.

Een interessant detail uit deze tijd is de muur van het Concilie, te vinden op de eerste verdieping. In 553 kwamen hier de bisschoppen van het Tweede Concilie van Constantinopel samen om de “drie kapitels” te bespreken, een van de vele pogingen om de monofysieten terug te winnen voor de officiële kerk.

Kapiteel met het monogram van Justinianus

De tweede kerk van Justinianus

In datzelfde jaar, 553 dus, werd Constantinopel getroffen door een aardbeving. Vier jaar later opnieuw. Niet vreemd: dit deel van Turkije is een van de seismisch meest actieve zones ter wereld, zoals u zich wellicht herinnert. Als gevolg van de schokken werd de koepel onstabiel en hij stortte in 558 in. Een nieuwe architect, een neef van Isidoros van Milete die ook Isidoros heette, vond de oplossing en maakte de nieuwe koepel nog hoger. De krachten werden daardoor meer verticaal gericht, wat inderdaad leidde tot een stabielere constructie. Isidoros voegde wel twee paar steunberen toe en daarmee was de kerk definitief voltooid. Ze werd in 563 weer in gebruik genomen en is sindsdien niet meer grondig verbouwd. De Byzantijnen hadden de perfecte vorm gevonden.

De Hagia Sofia met steunberen en minaret

Architectuur

De kerk is ongeveer vijfenzeventig meter lang en zeventig meter breed en is zó aangelegd dat de zuidoostelijke apsis wijst naar de plaats waar de zon opkomt ten tijde van de winterzonnewende: een herinnering dat Christus het licht van de wereld is. De Hagia Sofia heeft drie schepen, gescheiden door de pijlers waarop de koepel rust. De schepen in het noordoosten en het zuidwesten hebben twee verdiepingen en kerkgangers konden de mis ook vanuit de galerijen bijwonen. Het middenschip is in het zuidoosten en in het noordwesten verlengd met drie apsissen.

Verschillende zuilen zijn afkomstig uit een zonnetempel, maar het is onduidelijk of dat die in Rome of Baalbek is geweest. In elk geval was het recyclen van materiaal uit heidense tempels een manier om de machteloosheid der afgoden & triomf van het christendom te onderstrepen.

De plafondmozaïeken van de Hagia Sofia, noordwest is boven (klik=groot)

De Kerk van de Goddelijke Wijsheid is beroemd om zijn marmeren zuilen – met prachtige kapitelen – en mozaïeken. De meeste zijn middeleeuws, maar op sommige plaatsen is de originele decoratie nog steeds te zien. Die is bedoeld om te spiegelen. Zwart en goud zijn de dominante kleuren en het is makkelijk om in te stemmen met Prokopios’ oordeel dat

men zou kunnen zeggen dat het interieur niet van buitenaf wordt verlicht door de zon, maar dat het licht van binnen straalt. In zo’n overvloed aan licht baadt dit heiligdom.

De kerk is in 1204 geplunderd door de ridders van de Vierde Kruistocht. De Kroniek van Novgorod beschrijft wat verloren ging: een met zilver beslagen preekstoel, de troon van de patriarch, kruisen, iconen, zilveren lampen en evangeliën. De Kruisridders-operatie werd geleid door Enrico Dandolo, de doge van Venetië, die niet veel later overleed. Een inscriptie op de eerste verdieping van het zuidwestelijke schip geeft aan waar zijn graf was.

Het graf van Dandolo in de Hagia Sofia

Ottomaanse architecten hebben de steunberen van de kerk nog versterkt. Als de Turkse moskeeën en badhuizen eleganter ogen, is dat omdat de bouwmeesters hebben geleerd van de Hagia Sofia.

#AnthemiosVanTralleis #apsis #Arcadius #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #ConstantiusII #EersteConcilieVanConstantinopel #EnricoDandolo #EudoxiaI #EutropiusHoveling_ #HagiaSofia #IsidorosVanMileteJr #IsidorosVanMileteSr #Istanbul #JohannesChrysostomos #Justinianus #koepelbouw #KroniekVanNovgorod #NikaOproer #Prokopios #TheodosiusI #TheodosiusII #Turkije #TweedeConcilieVanConstantinopel #VierdeKruistocht #winterzonnewende #woordVanGod

Nog eenmaal werelderfgoed: Istanbul - Mainzer Beobachter

In mijn reeks over het werelderfgoed in Turkije mag Istanbul niet ontbreken: het antieke Constantinopel is nog verbazingwekkend aanwezig.

Mainzer Beobachter

Het missorium van Theodosius

Het missorium van Theodosius (Archeologisch Museum, Mérida)

Als er ooit een expositie komt over de Franken, dan zou die kunnen beginnen met het missorium van Theodosius I, het voorwerp dat u hierboven ziet. Het illustreert het meervoudige keizerschap in het Laat-Romeinse Rijk. De naam van het voorwerp is, zoals zo vaak, even ingeburgerd als onjuist: een missorium is een schaal om je handen te wassen, maar dit is een schijf. De doorsnede is 75 centimeter en het voorwerp weegt ruim vijftien kilo. Het is gemaakt van zilver, met een vergulde rand.

Een inscriptie op de rand, zeg maar van 9:00 tot 3:00, helpt de interpretatie op weg:

D(ominus) N(oster) Theodosius perpet(uus) aug(ustus) ob diem felicissimum X;

Onze heer Theodosius, altijd keizer, wegens zijn gelukkige 10e verjaardag (van zijn troonsbestijging)

Het is een relatiegeschenk geweest, door de keizer aan een rijksgrote overhandigd, net zoals de zilveren schaal van Licinius en Constantijn en de Leidse Constantijncamee. Omdat keizer Gratianus Theodosius als medeheerser aanwees op 19 januari 379, en omdat de Romeinen inclusief telden, is het voorwerp dus aan iemand geschonken op 19 januari 388. Die iemand zou best eens een verwant of familievriend van Theodosius kunnen zijn geweest, want de keizer stamde uit Spanje en de zilveren schijf is gevonden in de buurt van Mérida.

Iconografie

Er is veel te zien op het missorium van Theodosius. Middenin zit een door een nimbus omgeven keizer, die iets overhandigt aan iemand, die van links komt aanlopen en een knieval lijkt te maken. Hij neemt het voorwerp aan met zijn mantel over de handen geslagen, want het gold in de Late Oudheid als onbeleefd om iets met blote handen van de vorst aan te nemen. De vijf putti die op verschillende plekken rondfladderen en bloemen naar de keizer brengen, hebben hun handen eveneens bedekt.

Een van de putti

De keizerlijke troon – eigenlijk meer een sofa – staat in de centrale nis van een tempelachtig gebouw; dit is de voorkant van een paleis. In Split in Kroatië is werkelijk zo’n façade te zien (kijk maar). Aan weerszijden van de keizer zitten zijn medekeizers: links Valentianus II, rechts Arcadius. Helemaal links en rechts staan soldaten in paradetenue: geen helm, wel een torque. Het is voor ons prettig dat ze geen helm dragen, want zo kunnen we zien dat ze lang haar hebben. Ze hebben een Germaans kapsel, zoals in legerkringen gangbaar. Denk aan de Hariulf over wie ik eens eerder heb geblogd. Let overigens niet alleen op hun kapsels, maar ook op de weergave van de stiksels op hun kleding, de met spiralen beschilderde speren en de decoratie op de schilden.

Twee Germaanse lijfwachten

De dwarsbalk in de paleisfaçade en de horizontale bodem verdelen de afbeelding in drie zones. Het onderste derde toont Tellus, de godin van de aarde. Theodosius was officieel christelijk, en nog behoorlijk orthodox ook, en zal Tellus wel hebben beschouwd als een personificatie. Ze draagt een cornucopia (hoorn des overvloeds) en ze ligt er nogal wulps bij, wat grappig contrasteert met de statigheid van drie geportretteerde heersers.

De weergave van textiel

Textiel

Wat ik het mooiste vind, is de weergave van de textiel. Ik noemde de Germanen al, maar kijk ook eens naar de plooien en de voering van de jurk van Tellus; naar de geborduurde mouwen en de mantelplooien van de drie vorsten; naar de geborduurde vierkante, geblokte weefsels die ze op schoot hebben liggen; naar de stiksels op de sofakussens; en naar de orbiculus op het bovenkleed van de man die iets van de keizer aanneemt.

Ik neem aan dat ik zo een half uur kan kijken naar het missorium van Theodosius, maar het is nog nooit zo ver gekomen, want het is in Madrid en ik zie zo snel nog geen Franken-expositie in een Nederlands museum. De foto hierboven is van een replica uit het museum van Mérida.

[Dit was het 479e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Arcadius #cornucopia #Gratianus #Hariulf #hoornDesOvervloeds #Mérida #missorium #nis #RomeinseKleding #Tellus #TheodosiusI #ValentinianusII

De Franken van Nebisgast tot Elegast

Eindelijk, eindelijk, eindelijk: er is een nieuw boek over de Franken. Het heet De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen en is geschreven door de Vlaamse historicus Jeroen Wijnendaele. Niet dat er helemaal nooit iets wordt gepubliceerd over de mensen die ik gemakshalve even “onze voorouders” zal noemen. We hebben bijvoorbeeld het boek van Luit van der Tuuk. Maar de Franken, die lange tijd toch golden als het begin van de Nederlandse identiteit, hebben het de laatste twintig jaar publicitair moeten afleggen tegen de Romeinen. Een boek over de Franken is daarom welkom.

En niet uit nostalgie naar een traditioneler geschiedbeeld. De Late Oudheid is belangrijk en krijgt de laatste tijd eindelijk de aandacht die ze verdient. Recent onderzoek leidt tot nieuwe inzichten, zoals de muntschat die in 2017 is ontdekt bij Lienden: nog in 461 had Rome invloed in het Nederlandse rivierenlandschap. De Franken zijn echter niet alleen wetenschappelijk “hot”, ze zijn ook belangrijk. De ondertitel van Wijnendaeles boek mag dan klinken als goedkope hype, al in de inleiding is duidelijk waarom ze accuraat is: Clovis schiep in een versnipperd politiek landschap een West-Europese eenheid – en dat ideaal is sindsdien blijven bestaan. En van idealen kan vormende werking uitgaan. Kortom, een belangrijk boek.

Frankische schijffibula (Rheimisches Landesmuseum, Bonn)

Geen recensie

Nu ben ik bevooroordeeld, want ik was meelezer bij dit boek. Ik sta zelfs geciteerd op de achterflap. Maar in alle bescheidenheid denk ik dat het niet mijn vooringenomenheid is die me ertoe brengt u De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen aan te bevelen. U zult de komende tijd allerlei positieve besprekingen zien van auteurs die zeggen “eindelijk, eindelijk, eindelijk”.

Vooringenomen als ik ben, zal ik het boek niet recenseren. Maar ik kan wel iets vertellen over een mogelijk vervolg: wat zou het leuk zijn als er een mooie expositie kwam over de Franken. Er is heel veel materiaal te kiezen, en de laatste tentoonstellingen zijn óf alweer een tijdje geleden (“Verloren Grens”, eind jaren tachtig in Tongeren) óf kleiner dan het onderwerp verdient, zoals de Gouden Vrouwen die u nog één week in Rhenen kunt bezoeken. Het is gewoon hoog tijd voor een overzichtstentoonstelling “Van Nebisgast tot Elegast”.

Een verouderde reconstructie van een Frank (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De vierde eeuw

Als ik gastconservator was, zou ik beginnen met wat valse noties. Dus eerst bovenstaande, een eeuw oude reconstructie van een besnorde krijger met de verkeerde mantelspeld. Misschien toonde ik ook wat oude schoolboeken en de onderwijsposters die nog steeds worden vervaardigd omdat verouderd beeldmateriaal nou eenmaal rechtenvrij is.

Dan een zaal over de Late Oudheid. Het missorium van Theodosius is hier de eerste van twee blikvangers. Het illustreert het meerhoofdig keizerschap van de vierde eeuw. Aan een muur is een visualisatie van de bevolkingsneergang, ter verklaring van de afname van het aantal archeologische vindplaatsen en -vondsten. Ook is er iets te zien over klimaatreconstructie en het einde van het Romeinse Klimaatoptimum, om te tonen waardoor de Romeinse overheid minder middelen had. De tweede blikvanger is de Peelhelm, die toont dat het Romeinse leger, ondanks een afname van rekruten en materiële middelen, nog altijd functioneerde. Andere voorwerpen illustreren de brug bij Cuijk, foederati en laeti, de forten langs de Chaussée Brunehaut en uiteraard Sint-Maarten.

Francisca uit Wijster (Drents Museum, Assen)

Er volgt een zaal over de Germanen. Natuurlijk zijn er veel archeologische voorwerpen, te beginnen met Wijster en andere Drentse vondsten – denk aan een francisca. Denk ook aan de voorwerpen uit oostelijk Nederland en aan de ijzerwinning op de Veluwe. Verdere inspiratie: de tentoonstelling in Bonn. Ik zou aandacht besteden aan de stereotypen in onze bronnen. Het Amsterdamse Caesar-handschrift ligt in deze zaal op een ereplaats, opengeslagen bij de beschrijving van de Germanen.

In een volgende, kleine zaal zou ik twee poppen willen zien. Aan de ene zijde een reconstructie van de Chamaaf Nebisgast, aan de andere zijde de Romeinse generaal Julianus. Ze stonden in 358 echt tegenover elkaar en lijken meer op elkaar dan je weleens zou denken. De voorwerpen er omheen tonen de bezoeker waarop de reconstructie is gebaseerd. De re-enactors van Fectio kunnen hier een enorme museale meerwaarde zijn. De grafsteen van Viatorinus uit Keulen illustreert de Franken als tegenstanders van de Romeinen, maar er is ook aandacht voor de Franken als bondgenoten.

Julianus (Bodemuseum, Berlijn)

Meervoudige identiteiten

Ik denk dat de cultuur van laatantiek Gallië in een volgend deel van de expositie centraal moet staan. Hier zijn dus volop voorwerpen uit Luik, Reims, Straatsburg en Saint-Germain-en-Laye. De meervoudigheid van de identiteiten staat hier centraal. Er is aandacht voor het talige contact. De bezoeker verneemt bijvoorbeeld dat de Frankische en dus Nederlandse zuivelterminologie aan het Latijn is ontleend en dat dit taalcontact vérstrekkende implicaties heeft. Ook moet er aandacht zijn voor vijfde-eeuws Xanten, omdat nogal wat Frankische sagen wortelen in de regio Xanten/Nijmegen (Hagen von Tronje, Siegfried, de Zwaanridder en – als je het mij vraagt – Brunhilde). Maquettes van het grensfort Deutz en een hoogteversterking als Furfooz.

Verder is in dit deel van de tentoonstelling de inscriptie EDCS-28600036 te zien. Die komt weliswaar uit Boedapest en dus niet uit Gallië, maar illustreert mooi de meervoudige identiteiten.

Francus ego cives Romanus miles in armis.

Ik ben een Frank, een Romeins burger, een soldaat onder de wapenen.

Grafsteen van de Frank Batimodus (Archeologisch Museum Xanten)

Het pièce de résistance is in deze zaal de muntschat van Lienden, die toont dat het Romeinse Rijk nog altijd invloed had. Een piramidevormige animatie biedt uitleg van het beleid van keizer Majorianus, van zijn rechterhand Aegidius, en via een man als Childerik verder naar “de heer van Lienden”. Ook is er uitleg van een Frankische Gefolgschaft – denk aan de heer van Morken, denk aan Bodi, al zijn beide eigenlijk een tikje te jong. Er zijn voorwerpen uit de militaire graven uit Nijmegen en ook is de grafsteen van Batimodus uit Xanten te zien.

In een volgende, kleine zaal draait het om het graf van Childerik in Doornik. Die voorwerpen zijn natuurlijk allemaal gestolen, maar er zijn replica’s te zien uit het museum van Mainz. Childeriks opvolger Clovis is moeilijk te illustreren, maar er zijn voldoende vroegchristelijke voorwerpen bekend om in elk geval iets te doen rond zijn doop. Een animatie toont de uitbreiding van zijn machtsgebied.

Applique uit Furfooz (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De zesde en zevende eeuw

Het slot van “Van Nebisgast tot Elegast” zou ik inrichten zoals ik onlangs in München zag: diverse graven documenteerden daar de herkomst van mensen die in de zesde en zevende eeuw woonden in Beieren. Voor onze contreien kun je dus denken aan de graven uit Tongeren, die de laat-Romeinse tradities voortzetten, maar ook aan Germaanse wapengraven, aspecten van de Noordzeecultuur én aanwijzingen voor handelscontacten met de mediterrane wereld. Denk aan het grafveld van Rhenen, denk aan de koptische schaal uit Ewijk en denk aan samenwerking met Erve Eme.

Nu het verschijnsel identiteit voor de Late Oudheid is genuanceerd, zou ik eindigen met een zaal waarin ons eigen beroep op de oude wereld als bron van identiteit wordt genuanceerd. Onze taal is laat-Frankisch, het monotheïsme verving in de Frankische tijd de oudere culten en de oudste laag van onze literatuur is eveneens Frankisch. Denk aan de magische kant van Elegast, denk aan Cunera, denk aan de Zwaanridder. Toch is Nederlands Germaanse verleden de afgelopen kwart eeuw verdwenen, zodat “Van Nebisgast tot Elegast” kan eindigen met de vraag voor welke Nederlandse mensen taal, religie en literatuur er eigenlijk nog toe doen.

Gedecoreerde boog uit Glons (Grand Curtius, Luik)

Maar goed. Ik ben geen gastconservator en ik heb de indruk dat de verwijdering van Nederlands Germaanse verleden inmiddels een voldongen feit is. Deze tentoonstelling zal er niet komen. Maar we hebben in elk geval het boek van Jeroen Wijnendaele, De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen, dat u moet lezen als u bent geïnteresseerd in de Late Oudheid en ook als u daar nog niet in bent geïnteresseerd.

#Aegidius #agency #Batimodus #beeldmateriaal #ChausséeBrunehaut #Childerik #Clovis #CuneraVanRhenen #ErveEme #Ewijk #francisca #Franken #JeroenWijnendaele #KarelEndeElegast #KoptischeSchaal #Lienden #Majorianus #Nebisgast #Nijmegen #Noordzee #ReEnactmentgroepFectio #Rhenen #SintMaarten #TheodosiusI #Tongeren #Vetera #Viatorinus #vormendeWerking #Xanten #Zwaanridder