Geesteswetenschappen in oorlogstijd

Waarom hebben we geesteswetenschappen? Op die vraag bestaan evenveel antwoorden als geesteswetenschappen. Het vak waarover ik zelf het meest schrijf, de oudheidkunde, probeert de wereld van de Romeinen, Grieken, Joden en Babyloniërs te doorgronden om de verschillen tussen toen en nu te duiden en zo onze eigen ideeën beter te begrijpen. Wie literatuur bestudeert, doet dat om perspectieven en situaties te begrijpen waar wij minder vertrouwd mee zijn. Een volgende onderzoeker bestudeert de mythen waarmee de leden van een gemeenschap zich onderling verbinden. Andere onderzoekers hebben weer andere doelen, maar samengevat gaat het doorgaans minder om het verklaren dan om het begrijpen, of, radicaal geformuleerd: het gaat niet om het object maar om het subject.

Bedreigde geesteswetenschappen

Zelfkennis is belangrijk, maar desondanks liggen de geesteswetenschappen onder vuur. Overwegend (maar niet uitsluitend) rechtse politici hebben al lang geleden ontdekt dat er publicitaire en electorale winst valt te behalen met schoppen tegen de humaniora. Een deel van de verklaring zal zijn dat sommige uitkomsten ongewenst zijn. Als geesteswetenschappers tonen dat zaken als nationalisme en het prijsmechanisme sociale constructen zijn, ontstaat zicht op alternatieven voor als vanzelfsprekend gepresenteerde nationale of economische noodzakelijkheden, en kunnen politici zulke noties niet langer gebruiken om het electoraat te mobiliseren. Het helpt bovendien niet dat geesteswetenschappers – websites als Neerlandistiek niet te na gesproken – zich zo onthutsend slecht uitleggen. En onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar.

In mijn vakgebied, de oudheidkunde dus, wordt momenteel elke twee maanden een instituut bedreigd met opheffing. Deze sloop valt weinig op doordat ze in de media wordt overschaduwd door de actualiteit. Als er oorlogen zijn in Oekraïne, in Soedan en rond Israël, als geweld tegen journalisten wordt genormaliseerd en als fascisten door de straten marcheren, is de verduistering van de geesteswetenschappen geen thema. Urgente kwesties trekken meer aandacht dan belangrijke.

Niet dat de geesteswetenschappers niks terugdoen. Al zolang ik me kan herinneren – sinds 1989 om precies te zijn – verschijnen er alarmerende boeken, pamfletten en opiniestukken, die allemaal geen bal hebben uitgehaald. “Misschien helpt fictie wél”, zal Martine van den Berg hebben gedacht; in elk geval is haar boek De genesis van het verraad de eerste mij bekende roman over de aanval op de humaniora.

Mythe en waarheid

Opvallend genoeg gebeurt in De genesis van het verraad precies hetzelfde als in de werkelijkheid: doordat Van den Bergs roman gaat over de sloop van de archeologie in het Israël van premier Bibi Netanyahu, trekken de gebeurtenissen na 7 oktober 2023 de aandacht. Van den Bergs hoofdpersoon, een journaliste die schrijft over het verleden van Israël, komt steeds verder in de problemen doordat ze de waarheid wil zeggen over zowel het verleden als over Netanyahu’s genocidale campagnes.

Over die grimmige actualiteit hebben anderen voldoende gezegd. Die trekt immers alle aandacht. Ik beperk me in dit blogje liever tot het Israëlische verleden, waarover geesteswetenschappers nogal wat heilige huisjes omver hebben getrapt. De regering van koning David en koning Salomo is te lezen als legende. Veel verhalen uit de joodse Bijbel hebben parallellen in de Aarne-Thompson-Uther-index. De auteur van het Bijbelboek Ezra onderdrukt nogal wat perspectieven. Masada was geen “last stand” van een dapper Joods garnizoen. Allemaal dingen die niet passen in het nationale geschiedbeeld van Israël, allemaal onderwerpen die al een hele tijd niet normaal besproken worden.

Deze zionistische mythe, waarin het Joodse volk van vandaag al een millennium of drie, vier oud is en een claim heeft op het land van Israël, is precies dat: een mythe. Het verhaal is op z’n best gedeeltelijk waar, maar verbindt mensen. En dat betekent automatisch dat er tevens een groep buitenstaanders is. Vergelijk Spanje: Spanjaarden hebben zichzelf lange tijd gedefinieerd als rooms-katholieken met een verleden dat via de Reconquista teruggaat tot op de Oudheid, en in zo’n geschiedbeeld zijn Basken en moslims geen Spanjaarden. Op soortgelijke wijze verbindt Israëls nationalistische mythe een volk én ontzegt het andere inwoners het lidmaatschap.

Cultuuroorlog

Als geesteswetenschappers, in hun poging onze eigen ideeënwereld te doorgronden, politieke mythen bevragen, vragen ze om problemen. Dat is niet erg. We hebben immers wetenschappers om te eenvoudige meningen te vervangen door betere inzichten.

Wat wél erg is, is als politici, die de wetenschap horen te beschermen om goed te kunnen besturen, die betere inzichten onder vuur nemen. Zoals gezegd hebben vooral politici ter rechterzijde in de gaten dat met scepsis ten aanzien van de geesteswetenschappen publicitaire en electorale winst valt te behalen. In Israël was de relatie tussen zionisme en geesteswetenschappen altijd al gespannen, maar sinds het aantreden van Netanyahu is dit een open conflict over de vraag wie mag spreken over Israëls verleden: de nationalist die een mythe uitdraagt of de wetenschapper die de waarheid wil benaderen. De aanval van Hamas heeft dit conflict veranderd in een cultuuroorlog.

Letterlijk. Vanuit nationalistisch perspectief heult iemand die de waarheid zegt met de vijand, aangezien het doorprikken van de mythe het leger ontmoedigt. Het landsbelang eist dat waarheidslievende mensen worden kaltgestellt. De hoofdpersoon van De genesis van het verraad staat dus voor een dilemma: enerzijds een verlangen om de waarheid vertellen, anderzijds weerzin om soldaten te demotiveren. Integere journalisten en wetenschappers kunnen niet anders zijn dan verraders, en hebben alleen nog de keuze tussen het verraden van hun land en het verraden van de waarheid. Van den Berg toont dat er geen derde weg is.

De geesteswetenschappen en wij

Althans: er is geen uitweg in de situatie die Van den Berg beschrijft. Een situatie die uiteraard extreem is. Als – wat de lieve god snel geve – het geweld in en rond Israël ophoudt, zal het geschiedverhaal van Israël een nationalistische fictie zijn. De vraag of deze of gene ruïne al dan niet het paleis was van koning David, zal de komende decennia niet gesteld worden. Het Mishna-traktaat Aboth, dat de overdracht van het leergezag van Mozes tot aan de rabbijnen documenteert, zal worden gelezen als feit en niet als politieke fictie vol onderdrukte perspectieven. Het verleden van Israël zal een mythe zijn, een eendimensioneel narratief waaruit alle geesteswetenschappelijke discussie is verwijderd.

Dit is, zoals gezegd, extreem en het extreme trekt de aandacht. Het is daardoor moeilijk De genesis van het verraad anders te lezen dan als een verhaal over het Israël van Netanyahu. Die politieke actualiteit overschaduwt alle andere door Van den Berg aangesneden onderwerpen. Dat is begrijpelijk én jammer, want de cultuuroorlog woedt ook in West-Europa en dat maakt dat de beschreven problemen niet ver van ons bed zijn. Ze zijn hier, ze zijn er nu, en het onvermogen van de geesteswetenschappers om zichzelf uit te leggen, maakt het aannemelijk dat we hier de problemen zullen ondervinden die Van den Berg beschrijft.

Dat hoeft echter het laatste woord niet te zijn. Immers: juist de humaniora kunnen helpen om geweldspiralen te doorbreken. Als positief voorbeeld noem ik A House of Many Mansions van de Libanese historicus Kamal Salibi. Schrijvend tijdens de burgeroorlogen (1975-1990) toonde hij enerzijds hoe historische mythes zijn land verdeelden over diverse strijdende facties, terwijl anderzijds een eerlijke zoektocht naar de feiten verbinding schiep. Ik weet het, “feiten” zijn ook maar constructen, maar alle postmoderne scepsis ten spijt ben ik ervan overtuigd dat feiten intersubjectief te benaderen zijn en dat wetenschap, als collectief bezit van de mensheid, misverstanden helpt wegnemen. Feitenkennis brengt mensen samen en het dilemma van Van den Bergs hoofdpersoon hoeft, zolang de wapens niet spreken, geen dilemma te zijn.

Full disclosure

Ik heb Van den Berg onlangs ontmoet toen we voor de Stichting Skepsis een podcast maakten over de problemen in de archeologie.

#AarneThompsonUther #Aboth #BibiNetanyahu #Ezra #Hamas #KamalSalibi #koningDavid #MartineVanDenBerg #Masada #zionisme #zionistischeArcheologie

De opstand van Hermenegild (2)

Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)

[Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]

Vierde bedrijf: Oorlog?

Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.

Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.

De vraag is pertinent of Hermenegild zelf vond dat hij in opstand was. Hij was al koning vóór hij naar Sevilla ging en hij rukte niet op naar de residentie, wat je van een rebel zou verwachten. Nu hij door Leovigild tot rebel was gemaakt, probeerde hij zich wel te verdedigen. Bisschop Leander reisde naar Constantinopel om daar Byzantijnse steun te vragen; hij ontmoette er de latere paus Gregorius I de Grote, met wie hij vriendschap sloot, maar kreeg geen troepen toegezegd, ook niet toen hij had geopperd dat een pro-Byzantijnse koning Hermenegild de stad Córdoba weer aan Byzantium zou overdragen.

Hermenegild was gedoemd. De enige die hem kon steunen was de Byzantijnse commandant in zuidelijk Spanje, maar Gregorius van Tours weet dat Leovigild deze man 30.000 goudstukken betaalde om zich buiten het conflict te houden. Toen Leovigilds leger aankwam bij Sevilla, trok Hermenegild zich terug naar Córdoba, waar hij onder onduidelijke omstandigheden werd gevangengenomen. We mogen de vraag stellen of dit kleinschalige conflict wel een oorlog was. In elk geval bracht Hermenegilds jongere broer Reccared hem naar Valencia en later naar Tarragona. Koningin Ingundis overleed onderweg, verdacht jong.

Vijfde bedrijf: Reccared

Op de avond voor Pasen 586, 13 april, kreeg de gevangen Hermenegild de gelegenheid naar de kerk te gaan, maar hij weigerde de ariaanse eredienst bij te wonen. Op koninklijk bevel werd hij uit de weg geruimd – en omdat Leovigild radeloos was na de dood van zijn zoon, is wel aangenomen dat de ariaanse koningin Goiswintha de opdracht heeft gegeven.

De ontroostbare Leovigild overleed een paar dagen later, om te worden opgevolgd door zijn zoon Reccared. Leander van Sevilla haastte zich naar Toledo, en na een gesprek met de bisschop trok Reccared de consequenties uit de voorafgaande gebeurtenissen: zijn broer en de zuidelijke adel waren al overgegaan tot het Chalkedonische Credo, zijn vader was een eind in die richting opgeschoven, dus zijn eigen bekering was geen grote stap. Een inscriptie in de kathedraal van Toledo, gedateerd 13 april 587 (dus exact een jaar na de executie van Hermenegild) documenteert dat de kerk weer van eigenaar wisselde.

Inscriptie van koning Reccared in de Kathedraal van Toledo

Op de Derde Synode van Toledo (in 589) sloegen voorzitter Leander van Sevilla, koning Reccared en de Chalkedonische bisschoppen spijkers met koppen. De komende eeuw zou het Rijk van Toledo katholiek zijn – en niet in de betekenis die Leovigild aan dat woord had gegeven.

Wat betekende dit?

De lezer van deze blogjes mag zich afvragen waarom ik zoveel ruimte besteed aan dit conflict, dat geen opstand was, niet met een echte oorlog ten einde kwam, en feitelijk een familieruzie was, zij het een familieruzie onder gekroonde hoofden. Het punt zit in de symboliek waarmee Leander vorm gaf aan Hermenegilds bekering: niet met een doopsel maar door middel van zalving.

Daarvoor was een antecedent, al moesten de betrokkenen er anderhalf millennium voor terug: de profeet Samuël had, toen koning Saul niet recht in de leer bleek, David tot koning gezalfd. Daarom zijn de woorden waarmee Hermenegild aangaf niet tegen zijn vader ten strijde te willen trekken zo belangrijk: ze duiden erop dat de parallellie ook door hem werd herkend. Het blijkt ook uit zijn munten, waarop hij aangeeft te regeren krachtens droit divin. Leovigild nam de claim van de weeromstuit over op enkele munten, iets wat hij nooit daarvoor had gedaan en nooit meer zou doen na de “opstand” van zijn zoon.

Hermenegild en Leander introduceerden een nieuwe legitimatie voor de monarchie. Waar Leovigild zich nog had gepresenteerd als behorend tot de oude Visigotische adel, maar al had ervaren dat dit eigenlijk niet goed werkte omdat er allerlei belangrijke niet-Visigotische rijksgroten waren, koos zijn zoon voor een nieuwe manier om de monarchie te rechtvaardigen. In de zin dat deze legitimatie religieus was, leek ze wat op de Byzantijnse: de keizer gold als gelijke van de apostelen, isapostolos. Het verschil is dat Hermenegild teruggreep op koning David.

Reccared had aan deze vorm van legitimatie geen behoefte. Zijn vader had hem immers al vóór de crisis met Ingundis tot koning gemaakt. Maar men herinnerde zich het nieuwe model. Toen in 633 koning Swinthila zijn zoon Sisebut tot medekoning wilde verheffen, was er protest van de rijksgroten, en daarop kwam Leanders broer en opvolger, bisschop Isidorus van Sevilla, naar Toledo om de prins tot koning te zalven. Op latere Synodes van Toledo werd de praktijk steeds verder uitgewerkt.

Ere-inscriptie voor Hermenegild (Sevilla, Puerta de Córdoba)

Eind zevende eeuw was zalving de normale praktijk in het Rijk van Toledo, en een halve eeuw later was het gebruik ook bekend in het Karolingische Frankenrijk. Het is sindsdien de wereld overgegaan.

Literatuur

R. Barroso Cabrera e.a., Hermenegildvs Rex: Prince, Usurper, and Martyr
A Critical Study on the Rebellion of St Hermenegild (578-585) (2025)

#arianisme #Credo #Goiswintha #GregoriusIDeGrote #GregoriusVanTours #Ingundis #IsidorusVanSevilla #katholicisme #koningDavid #LeanderVanSevilla #Leovigild #monarchie #Reccared #RijkVanToledo #Sevilla #Sisebut #Swinthila #SynodesVanToledo #zalving

Overgeleverde teksten

Een kopiist voltooit zijn werk

De discussie ging over het doorgeven van antieke verhalen. Het ligt voor de hand dat die veranderden toen ze nog mondeling waren. U kent vast wel het kleuterschoolspelletje waarbij de kinderen in een kring zitten, het eerste kind het tweede kind iets in het oor fluistert dat die moet doorfluisteren aan het volgende kind, en dat als het bericht de kring rond is gegaan, er een totaal andere boodschap is. Doorgegeven verhalen veranderen bovendien ook als ze op schrift staan. Waren er, opperde een van de discussianten, niet ook aanpassingen gedaan aan de Bijbel?

Mondeling overgeleverde teksten

Eerst even iets over dat mondelinge doorgeven. Ik speelde net vals door het te vergelijken met dat kleuterspelletje. Men had destijds namelijk een manier om de informatie accuraat door te geven: poëzie. Alliteratie, ritme en rijm helpen goed om een korte boodschap intact te houden. De Latijnse bezweringsformule pastores pecuaque salva servassis, “herders en vee, bescherm ze”, gaat terug tot het Proto-Indo-Europees en is een millennium of drie mondeling doorgegeven. Daarbij zijn wat aanpassingen gedaan aan de taal, maar het allittererende zinnetje zelf bleef bewaard.

Een ander voorbeeld: als de plot maar goed is, gaat een verhaal ook lang mee. Dat denken we althans en het klinkt plausibel. Het sprookje van Sjaak en de Bonenstaak is met zekerheid oer-, oeroud (lees maar hier). Het probleem met deze redenering is echter dat we niet weten welke verhalen verloren zijn gegaan. Misschien hadden die wel een veel sterkere plot. En trouwens, wat is dat eigenlijk, een sterke plot? Kortom, mondelinge tradities zijn niet helemáál onbetrouwbaar, maar eigenlijk hebben we er niet voldoende vat op.

Geschreven overgeleverde teksten

Als informatie eenmaal op schrift staat, kunnen we wel zien hoe ze wordt doorgegeven. En inderdaad, er zijn aanpassingen. Omdat de discussie de Bijbel noemde, haal ik daar een voorbeeld uit:

De Heer zette David tegen het volk op met de woorden: “Ga in Israël en Juda een volkstelling houden.”noot 2 Samuël 24.1; NBV21.

David doet keurig wat hem wordt opgedragen en wordt vervolgens bestraft. Voor de auteur van dit verhaal was dat geen probleem: God is te groot voor de menselijke criteria voor goed en kwaad. Een paar eeuwen later was men daar anders over gaan denken. De auteur van Kronieken past het verhaal aan:

Satan keerde zich tegen Israël en zette David ertoe aan in Israël een volkstelling te houden.noot 1 Kronieken 21.1; NBV21.

Wie nog meer bewerking zoekt, kan Genesis leggen naast Kronieken naast de apocriefe Henochitische literatuur, het Genesis-apocryphon, en Jubileeën, het Boek der reuzen en het Boek van Noach. Ik meen dat het Emanuel Tov, een van de grote kenners van de Dode-Zee-rollen, was die voor dit genre de term “reworked scripture” bedacht. Het simpele punt is: dit was een voorindustriële samenleving, waarin informatie schaars was en hoog werd aangeslagen. Men vond het om die reden belangrijker mensen juist te informeren dan de bedoeling van de auteur correct weer te geven. Men voelde zich daarom vrij de tekst te verbeteren als de opsteller zich, naar de nieuwere inzichten, had vergist. Dat op die manier juist verkeerde informatie kon ontstaan, is ons probleem, niet het hunne.

Zo moeten we ook kijken naar – ik noem eens wat – de antieke wetenschappelijke uitgaven van de homerische poëzie. Niemand bekreunde zich om de dichter zelf, het ging erom een goed gedicht te maken. Ander voorbeeld: de codificatie van het Romeins Recht door keizer Justinianus, waarin alle geldbedragen mechanisch werden aangepast aan de in zijn tijd gangbare valuta.

Hoe erg is dit alles?

Voor ons is dit allemaal wat onhandig, want wij vinden het wel belangrijk te weten wat de precieze woorden van deze of gene auteur zijn. Als er van een bepaalde tekst maar één handschrift is, zullen we nooit weten of er mee is gerommeld. Daarvoor is immers vergelijkingsmateriaal nodig.

Toch zijn er een paar hoopvolle tekenen. Een daarvan is dat we van redelijk wat teksten middeleeuwse kopieën hebben én antieke papyri, en dan blijkt de wildgroei toch niet zo groot te zijn. Een schrijffoutje hier of daar, dat wel, maar als er een standaardtekst was, werd die redelijk nauwkeurig doorgegeven. Niettemin: het blijft een punt van aandacht.

#2Samuël #BoekDerReuzen #BoekVanNoach #DodeZeeRollen #EmanuelTov #GenesisApocryphon #HenochitischeLiteratuur #Homeros #Jubileeën #Justinianus #koningDavid #Kronieken #mondelingeLiteratuur #poëzie #ProtoIndoEuropees #ReworkedScripture #Satan #SjaakEnDeBonenstaak

Proto-Indo-Europees in de Breestraat - Mainzer Beobachter

Het Proto-Indo-Europees is de moeder van bijna alle Europese talen. De ontdekking is een enorme geesteswetenschappelijke triomf.

Mainzer Beobachter

Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Een recent artikel in Nature gaat over de Cucuteni-Tripolje-cultuur, zeg maar 4500-3000 v.Chr. in Roemenië, Moldavië en Oekraïne. U kunt die kennen van de Racines-expositie in Luik. Het artikel legt voorbeeldig uit welke complicaties er zijn bij het onderzoek naar de egalitaire samenlevingen van de vroegste Europese steden, even oud als pakweg Uruk.

De Maghreb

De Maghreb kom er in de oudheidkundige literatuur beroerd vanaf. Toen ik schreef over het handboek van De Blois en Van der Spek, viel me op dat de Numidiërs niet of nauwelijks werden vermeld, hoewel ze een beslissende rol speelden in zowel de Eerste als de Tweede Punische Oorlog. De Maghreb was echter een van de welvarendste gebieden in de Oudheid, met in de Romeinse tijd 600 steden (ter vergelijking: Gallië had er zestig). De verklaring voor de welvaart is dat op de Hautes Plaines van Algerije de regenval voorspelbaar was. Je wist als boer precies wat je kon verwachten, wat in Italië en Griekenland niet het geval was.

De vallei van de rivier de Baht in het noordwesten van Marokko is iets anders dan Algerije. Het is geen hoogvlakte maar een riviervlakte. Evengoed is het een vruchtbaar gebied, waar de Karthagers al ten tijde van Hanno de Zeevaarder factorijen bouwden. Er viel wat te halen. Recent onderzoek toont dat de landbouw hier al heel vroeg ontstond: “the most extensive and earliest agricultural complex known in north Africa outside the Nile Valley”.

Byblos

U herinnert zich misschien – vooringenomen als ik ben, hoop ik het – de expositie over Byblos in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Dan herinnert u zich misschien ook dat het onderzoek is hernomen. Daarover is een erg mooie documentaire te zien op Arte. Voor wie bang is voor Frans: het is prettig rustig uitgesproken.

Koolstof

Koolstofdateringen zijn nooit simpel. Om te beginnen is het resultaat geen datering maar een kans op een datering. Verder is kalibratie nodig. En de kalibratiecurve loopt soms steil en is soms horizontaal – dat laatste heet een plateau. Dat is ergerlijk, want het betekent dat een op zich smalle marge in de meting, laten we zeggen ±50, zich kan vertalen in een brede historische marge, laten we zeggen ±150. Eén zo’n plateau correspondeert ruwweg met de Europese Hallstatt-periode: tussen pakweg 770 en 420 v.Chr. zijn de historische marges wel erg wijd.

Deze kwestie speelt hoog op in Israël, waar op veel plaatsen monumentale gebouwen zijn gevonden op plekken waar je ook volgens de Bijbel monumentale gebouwen zou verwachten. Bijvoorbeeld een grote structuur in Jeruzalem, op de plek waar je het paleis van een David of Salomo verwacht. Alleen zijn die structuren lastig te dateren. De eerste archeologen dateerden het daar gevonden aardewerk aan de hand van de bijbelse chronologie van een David of een Salomo, dus toen klopte alles; maar toen archeologen het aardewerk begonnen te dateren aan de hand van andere aardewerkchronologieën en aan de hand van koolstof, bleken de gebouwen te jong.

Een poging om het probleem op te lossen met een speciaal op het verwerven van organisch, dateerbaar materiaal gerichte opgraving in Megiddo, leverde niks op. Nu hebben archeologen het opnieuw geprobeerd in Jeruzalem, met een combinatie van koolstofdatering en wiggle matching. Er is vooruitgang, met scherpere dateringen, en er is de opvallende conclusie dat de westelijke uitbreiding vroeger begon dan tot nu toe aangenomen. Over Salomo zwijgt men, maar dit oogt veelbelovend.

Familie

In de jaren zeventig was er veel aandacht voor de vraag waar vrouwen en mannen na hun huwelijk gingen wonen. Als bijvoorbeeld in een samenleving alleen vrouwen aardewerk maakten, zo luidde een van de redeneringen, vormde de verspreiding van keramische motieven een aanwijzing voor hun verblijfplaatsen. Nu stellen archeologen dezelfde vraag, maar met bioarcheologisch bewijs: in voor-Romeins Brittannië trokken de mannen in bij de vrouwen. Een leuke conclusie, niet meer, niet minder.

Zijderoute

Komend vanuit het westen leidde de Zijderoute vanuit het huidige Oezbekistan over de Pamir en dan langs de Taklamakan-woestijn, door de Hexicorridor naar China. Een leuk onderzoekje toont dat daar, in het westen van het antieke China, een laatantieke mevrouw met Chinese voorouders is begraven naast een laatantieke meneer met Centraal-Aziatische voorouders. Het bevestigt wat we al wisten: mensen waren mobiel.

Volksverhuizingen

En nog even iets uit dezelfde periode om af te ronden: een overzicht van alle DNA-bewijs voor migratie in het eerste millennium voor West-Europa. De conclusies zijn weinig verrassend: eerst een beweging van noordelijk Europa naar zuidelijk Europa, zeg maar de verspreiding van Germaanssprekenden, en daarna een omgekeerde beweging, zeg maar mensen die door Noormannen werden meegenomen, vermoedelijk als slaven. Niet verrassend dus, maar handig om het bij elkaar te hebben.

#Algerije #bioarcheologie #Byblos #China #CucuteniTripoljeCultuur #DNAOnderzoek #FaitsDivers #GroteVolksverhuizingen #Hallstatt #HallstattPlateau #Hexicorridor #Israël #Jeruzalem #kalibratie #koningDavid #koningSalomo #koolstofdatering #Libanon #LIDAR #Marokko #Moldavië #Oekraïne #Roemenië #socialeStratificatie #Taklamakan #vikingen #wiggleMatching #Zijderoute

The Rise of Civilization - Mainzer Beobachter

"The Rise of Civilization" van Charles Redman toont wat archeologie is: het opstellen, testen en verbeteren van hypothesen.

Mainzer Beobachter

[17:05] Van geslacht tot geslacht - de stamboom van Jezus | Leerhuis

Het geslachtsregister waarmee het evangelie van Matteüs begint is geen gewone stamboom. Matteüs wil hiermee duidelijk maken dat Jezus als gezalfde in dezelfde lijn staat als koning David en in de voetsporen van anderen. Het is zowel een markering van een nieuw begin als voortzetting van een traditie.

https://frieschdagblad.nl/samenleving/Van-geslacht-tot-geslacht-29310751.html

#Jezus #koningDavid

Van geslacht tot geslacht - de stamboom van Jezus | Leerhuis

Het geslachtsregister waarmee het evangelie van Matteüs begint is geen gewone stamboom. Matteüs wil hiermee duidelijk maken dat Jezus als gezalfde in dezelfde lijn staat als koning David en in de voetsporen van anderen. Het is zowel een markering van een nieuw begin als voortzetting van een traditie.

Friesch Dagblad

Eerste Mastodon Post (toot?)!

Een voorbeeldje van wat voor gekkigheden we soms uithalen in de #protestantsegodsdienstles bij meester Nikolaj.

In het #vijfdeleerjaar hebben we onze lessen over de #psalmen van #koningdavid afgesloten door zelf een psalm te maken, maar dan op een modernere manier. We hebben er een #rap van gemaakt.

https://youtu.be/bDMJt0QiC-c?si=CgBwAr0Vw3g7VeU7

#pego #protestantsevangelischgodsdienstonderwijs #lagereschool

Psalm Beat - L5 Sterrenhemel

YouTube