https://c.aparatorul.md/kfk2i
De opstand van Hermenegild (2)
Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)[Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]
Vierde bedrijf: Oorlog?
Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.
Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.
De vraag is pertinent of Hermenegild zelf vond dat hij in opstand was. Hij was al koning vóór hij naar Sevilla ging en hij rukte niet op naar de residentie, wat je van een rebel zou verwachten. Nu hij door Leovigild tot rebel was gemaakt, probeerde hij zich wel te verdedigen. Bisschop Leander reisde naar Constantinopel om daar Byzantijnse steun te vragen; hij ontmoette er de latere paus Gregorius I de Grote, met wie hij vriendschap sloot, maar kreeg geen troepen toegezegd, ook niet toen hij had geopperd dat een pro-Byzantijnse koning Hermenegild de stad Córdoba weer aan Byzantium zou overdragen.
Hermenegild was gedoemd. De enige die hem kon steunen was de Byzantijnse commandant in zuidelijk Spanje, maar Gregorius van Tours weet dat Leovigild deze man 30.000 goudstukken betaalde om zich buiten het conflict te houden. Toen Leovigilds leger aankwam bij Sevilla, trok Hermenegild zich terug naar Córdoba, waar hij onder onduidelijke omstandigheden werd gevangengenomen. We mogen de vraag stellen of dit kleinschalige conflict wel een oorlog was. In elk geval bracht Hermenegilds jongere broer Reccared hem naar Valencia en later naar Tarragona. Koningin Ingundis overleed onderweg, verdacht jong.
Vijfde bedrijf: Reccared
Op de avond voor Pasen 586, 13 april, kreeg de gevangen Hermenegild de gelegenheid naar de kerk te gaan, maar hij weigerde de ariaanse eredienst bij te wonen. Op koninklijk bevel werd hij uit de weg geruimd – en omdat Leovigild radeloos was na de dood van zijn zoon, is wel aangenomen dat de ariaanse koningin Goiswintha de opdracht heeft gegeven.
De ontroostbare Leovigild overleed een paar dagen later, om te worden opgevolgd door zijn zoon Reccared. Leander van Sevilla haastte zich naar Toledo, en na een gesprek met de bisschop trok Reccared de consequenties uit de voorafgaande gebeurtenissen: zijn broer en de zuidelijke adel waren al overgegaan tot het Chalkedonische Credo, zijn vader was een eind in die richting opgeschoven, dus zijn eigen bekering was geen grote stap. Een inscriptie in de kathedraal van Toledo, gedateerd 13 april 587 (dus exact een jaar na de executie van Hermenegild) documenteert dat de kerk weer van eigenaar wisselde.
Inscriptie van koning Reccared in de Kathedraal van ToledoOp de Derde Synode van Toledo (in 589) sloegen voorzitter Leander van Sevilla, koning Reccared en de Chalkedonische bisschoppen spijkers met koppen. De komende eeuw zou het Rijk van Toledo katholiek zijn – en niet in de betekenis die Leovigild aan dat woord had gegeven.
Wat betekende dit?
De lezer van deze blogjes mag zich afvragen waarom ik zoveel ruimte besteed aan dit conflict, dat geen opstand was, niet met een echte oorlog ten einde kwam, en feitelijk een familieruzie was, zij het een familieruzie onder gekroonde hoofden. Het punt zit in de symboliek waarmee Leander vorm gaf aan Hermenegilds bekering: niet met een doopsel maar door middel van zalving.
Daarvoor was een antecedent, al moesten de betrokkenen er anderhalf millennium voor terug: de profeet Samuël had, toen koning Saul niet recht in de leer bleek, David tot koning gezalfd. Daarom zijn de woorden waarmee Hermenegild aangaf niet tegen zijn vader ten strijde te willen trekken zo belangrijk: ze duiden erop dat de parallellie ook door hem werd herkend. Het blijkt ook uit zijn munten, waarop hij aangeeft te regeren krachtens droit divin. Leovigild nam de claim van de weeromstuit over op enkele munten, iets wat hij nooit daarvoor had gedaan en nooit meer zou doen na de “opstand” van zijn zoon.
Hermenegild en Leander introduceerden een nieuwe legitimatie voor de monarchie. Waar Leovigild zich nog had gepresenteerd als behorend tot de oude Visigotische adel, maar al had ervaren dat dit eigenlijk niet goed werkte omdat er allerlei belangrijke niet-Visigotische rijksgroten waren, koos zijn zoon voor een nieuwe manier om de monarchie te rechtvaardigen. In de zin dat deze legitimatie religieus was, leek ze wat op de Byzantijnse: de keizer gold als gelijke van de apostelen, isapostolos. Het verschil is dat Hermenegild teruggreep op koning David.
Reccared had aan deze vorm van legitimatie geen behoefte. Zijn vader had hem immers al vóór de crisis met Ingundis tot koning gemaakt. Maar men herinnerde zich het nieuwe model. Toen in 633 koning Swinthila zijn zoon Sisebut tot medekoning wilde verheffen, was er protest van de rijksgroten, en daarop kwam Leanders broer en opvolger, bisschop Isidorus van Sevilla, naar Toledo om de prins tot koning te zalven. Op latere Synodes van Toledo werd de praktijk steeds verder uitgewerkt.
Ere-inscriptie voor Hermenegild (Sevilla, Puerta de Córdoba)Eind zevende eeuw was zalving de normale praktijk in het Rijk van Toledo, en een halve eeuw later was het gebruik ook bekend in het Karolingische Frankenrijk. Het is sindsdien de wereld overgegaan.
Literatuur
R. Barroso Cabrera e.a., Hermenegildvs Rex: Prince, Usurper, and Martyr
A Critical Study on the Rebellion of St Hermenegild (578-585) (2025)
De opstand van Hermenegild (1)
Munt van Leovigild (Visigotisch Museum, Toledo)U vreest wellicht een nieuwe aflevering in mijn narcistische winterfeuilleton, maar wees gerust: op maandag zijn musea en opgravingen gesloten, dus we deden het rustig aan, en ik vertel u over de opstand van Hermenegild. Dat was, alles bij elkaar, weinig anders dan een rimpeling in de grotendeels vergeten geschiedenis van het Rijk van Toledo, maar er was een interessant gevolg, dat ik aan het einde van het volgende blogje zal noemen. Los daarvan hebben we een Nibelungenachtig drama met twee ruziënde koninginnen en een gedoemde held.
Eerste bedrijf: ruziënde koninginnen
In 569 kwam in het Rijk van Toledo koning Leovigild aan de macht. Zijn doel was het verenigen van heel Iberië, wat betekende dat hij ambities had in het noordwesten, waar het Suebische koninkrijk lag, en in het zuidoosten, waar de Byzantijnen nog niet zo heel veel eerder enkele steden hadden ingenomen. Inderdaad zou Leovigild Córdoba heroveren. Er was hem verder veel gelegen aan vrede met de Franken in het noordoosten, waar de Merovingische koningen gelukkig verdeeld waren.
Koning Leovigild breidde zijn machtsbasis uit door te trouwen met de weduwe van een voorganger, Goiswintha, zodat hij niet alleen kon rekenen op de adel in de hoofdstad, maar ook op de rijksgroten rond de zuidelijke stad Sevilla. Uit een eerder huwelijk had Leovigild al twee zonen: Hermenegild en Reccared. Goiswintha had uit haar eerste huwelijk een dochter: Brunhilde, die inmiddels was getrouwd met Sigebert I, een van de Merovingische koningen. Zij hadden een dochter Ingundis, die trouwde met Hermenegild. Hier hebt u het in schema:
Diplomatieke huwelijken zijn per definitie bedoeld om de banden tussen twee staten aan te halen, en veronderstellen dat bruid en bruidegom hun eigen opvattingen ondergeschikt maken aan het staatsbelang. En daar bleek Ingundis temperamenteel niet toe geschikt: net als alle Franken volgde ze het Credo van Chalkedon, en dat bleef zo toen ze in 578 aankwam in Toledo, waar het hof sympathiseerde met het ariaanse christendom.
Met een beetje inschikkelijkheid valt zoiets wel op te lossen, maar toevallig was koningin Goiswintha, Ingundis’ grootmoeder en schoonmoeder, even oninschikkelijk ariaans. De twee vrouwen stonden lijnrecht tegenover elkaar en we lezen bij Gregorius van Tours dat Goiswintha de nieuwkomer zelfs fysiek lastigviel. Koning Leovigild, die het religieuze conflict oninteressant vond, zocht dus een manier om Ingundis en Goiswintha uit elkaar te houden.
Tweede bedrijf: Sevilla
De door Leovigild gevonden oplossing bestond eruit dat hij een eerdere promotie van Hermenegild veranderde in een wegpromotie. Hij had zijn zoon al eerder tot deelgenoot in de macht gemaakt, waarvoor de oud-Romeinse term consors imperii van stal was gehaald. Nu gaf Leovigild zijn kroonprins – eigenlijk: medekoning – de stad Sevilla als residentie. Zo was de katholieke koningin Ingundis hemelsbreed 400 kilometer verwijderd van de ariaanse koningin Goiswintha, kon kroonprins-koning Hermenegild bestuurlijke ervaring opdoen en was er ook een voorname gezagdrager die de door de Byzantijnen bezette gebieden in de gaten hield. Om duidelijk te maken dat er niets oneervols aan de hand was, kreeg Leovigilds jongere broer Reccared een soortgelijke benoeming in het noordoosten.
Het probleem leek opgelost, maar niet veel later ontving het hof in Toledo het bericht dat Hermenegild zich had bekeerd tot het katholicisme. We kunnen hier de invloed herkennen van zijn Frankische echtgenote, maar er is nog een speler die hier relevant is: bisschop Leander, een van de meest formidabele christelijke leiders van die tijd. Hoe Hermenegilds bekering precies is gegaan, weten we niet, maar het staat vast dat ze, zoals te doen gebruikelijk, niet werd gesymboliseerd door een nieuw doopsel, maar door zalving.
Leander, kathedraal van SevillaHet staat ook vast dat in Toledo de stoppen volledig doorsloegen: de bekering werd uitgelegd als opstand. We mogen aannemen dat dit zal hebben samengehangen met het feit dat lokale edelen in Sevilla zich aansloten bij hun pas aangekomen koning.
Derde bedrijf: Leovigild in actie
Leovigild had niet om deze crisis gevraagd en kon opnieuw op zoek naar een oplossing. Die vond hij door het arianisme wat aan te passen. Hij was geen religieuze scherpslijper. (Mogelijk had hij de problemen met Ingundis niet zien aankomen omdat hij meende dat ook andere royals de kerk beschouwden als bestuurlijk instrument, niet als voertuig van diepgevoelde overtuigingen.)
In 580 belegde Leovigild dus een ariaanse synode in Toledo, waar verschillende besluiten werden genomen. Zo werd het voor de aanhangers van het Credo van Chalkedon eenvoudiger gemaakt over te stappen naar het arianisme en werden enkele aspecten van de Chalkedonische rite overgenomen in de ariaanse eredienst. De meesterzet was dat de kerk van Toledo, die we misschien “ariaans light” kunnen noemen, zich voortaan ging aanduiden als “katholiek”. Dit was mogelijk omdat op instigatie van keizer Justinianus de kerk van Constantinopel inmiddels de zogeheten “drie kapittels” had aanvaard, wat door de westelijke bisschoppen werd beschouwd als ontrouw aan het Credo van Chalkedon. Leovigild en de zijnen profiteerden van de verwarring: zij claimden dat zij de ware katholieke, orthodoxe kerk waren.
De doop van Hermenegild (schilderij uit de Koninklijke Galerij, Madrid)En daarmee hadden ze succes. De broer van de al genoemde bisschop Leander, Isidorus van Sevilla, typeerde Justinianus als ketter en we lezen over bisschoppen die nu partij kozen voor de Visigotische koning. Wie dat niet deed, moest rekening houden met inbeslagnames. Zo wisselde de kathedraal van Toledo van eigenaar. Kortom, door een combinatie van concessies en confiscaties had Leovigild zijn zoon potentiële steun ontzegd. Steun die hij blijkbaar aannemelijk achtte. We kunnen echter tevens concluderen dat Hermenegilds bekering al als gevolg had gehad dat zijn vader zijn religieuze beleid had aangepast in de richting van het Chalkedonische Credo.
#arianisme #Brunhilde #Credo #Driekapittelstrijd #Goiswintha #Hermenegild #Ingundis #IsidorusVanSevilla #Justinianus #katholicisme #LeanderVanSevilla #Leovigild #Reccared #RijkVanToledo #Sevilla #SigebertI #Toledo #zalvingDe snelle arabisering van de Maghreb
Maghrebijnse munt, vroege achtste eeuw (Raqqada, Kairouan)[Laatste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]
Er is een wonderlijk verschil tussen landen als Syrië en Egypte enerzijds en de Maghreb anderzijds: in de oostelijke landen bleef, toen de Arabieren kwamen, de laat-Romeinse bevolking nog lange tijd herkenbaar, terwijl ze in de Maghreb snel verdween. Anders geformuleerd: in de Levant (en ook op het Iberische Schiereiland, trouwens) waren nog eeuwenlang niet-Arabisch sprekende, joodse of christelijke groepen aanwezig, maar in de Maghreb was dat fors minder. Waarom?
Steden en nomaden
Het kan samenhangen met de inbedding van de steden in het grotere economische systeem. In het oosten waren de steden oeroud en was de hele sociaal-economische wereld gebaseerd op steden. In Tunesië, Algerije en Marokko waren de Fenicische en Numidische steden weliswaar ontstaan vóór de Romeinen, maar pas groot gemaakt toen de Romeinen begonnen met de systematische kolonisatie van de Hautes Plaines. Ze waren veel minder dominant en met de demografische neergang van de Late Oudheid verschoof het economisch zwaartepunt naar de nomadische Berbers.
Maar nomaden waren er overal. In beide regio’s, oost en west, trokken nomaden met kuddes tussen zomer- en winterweiden heen en weer. Ik heb me afgevraagd of er een verschil in nomadisme was dat de laatantieke de-romanisering in de Maghreb kon verklaren, maar kon niets vinden. Een factor als taal is zelfs contra-intuïtief. De Syrische nomaden spraken Aramees en Arabisch, de Egyptische spraken Egyptische of een Nubische taal, en die in de Maghreb spraken Berbertalen. Als je van één groep snelle arabisering zou verwachten, was het Syrië, maar juist daar verliep het proces het langzaamst.
De Vandalen
Een verschil was de Vandaalse aanwezigheid. In 429 staken de Vandalen over van Andalusië naar de Maghreb, waar ze in 439 Karthago veroverden en een eigen koninkrijk begonnen. Een eeuw later heroverden de Byzantijnen dat weer. Als we zouden beschikken over aanwijzingen dat de Vandalen de Maghrebijnse samenleving grondig hadden veranderd, zouden we kunnen zeggen dat dat de laatantieke traditie had verzwakt en de mensen ontvankelijk hadden gemaakt voor de arabisering. Maar zulke aanwijzingen zijn er niet.
Niet dat alles in de Vandaalse tijd peis en vree was. Er waren kerkelijke conflicten: de officiële, door de keizer gesteunde kerk verloor haar privileges ten gunste van de ariaanse geestelijkheid, die de steun had van de Vandaalse koningen. Maar bij nader inzien blijkt dit conflict niet zó heel ingrijpend, ja zelfs minder ingrijpend dan de discussies over het monofysitisme in Syrië en Egypte. Stedelijke en politieke conflicten zijn ook overal gedocumenteerd, dus ook die maken geen verschil.
Kloosterleven
Er is wel een ander verschil, en eigenlijk is dat wat paradoxaal. Een van de allerberoemdste christelijke auteurs – en ik heb het nu natuurlijk weer over Augustinus van Hippo – leefde in een klooster in Hippo Regius (het huidige Annaba). Hij stichtte niet alleen een eigen kloostergemeenschap, maar schreef ook een kloosterregel die nog altijd wordt gebruikt.noot De huidige paus is augustijn. Maar het gekke is: het kloosterleven sloeg in de Maghreb niet aan. We kennen er nauwelijks kloosters.
Hippo Regius, de basiliek van AugustinusVergeleken met Egypte en Syrië (en opnieuw het Iberische Schiereiland) is dat wezenlijk anders. Daar waren juist heel veel kloosters. Daar werden teksten gekopieerd en geschreven. En daar kwamen mensen naartoe met hun levensbeschouwelijke vragen. Een voorbeeld dat ik al eens noemde, is dat het klooster van Sint-Maron bij de bronnen van de Orontes het spiritueel gezag in Syrië overnam toen de Arabieren de macht overnamen en de patriarch van Antiochië vluchtte naar Constantinopel.
Zoiets ontbrak in de Maghreb. Je zou, met een man als Augustinus, al snel anders hebben verwacht, maar dat hij opvallend is, wil niet zeggen dat hij ook representatief is. (Dit is de Everest Fallacy.) Ik ben dus geneigd de afwezigheid van monniken te beschouwen als de sleutelvariabele die het verschil verklaart tussen de langzame arabisering/islamisering in de Levant en Egypte en de snelle veranderingen in de Maghreb. En dat roept natuurlijk de vraag op waarom het kloosterleven in het diocees Africa niet aansloeg. Ik heb geen idee.
#Algerije #ArabischeTalen #ArabischeVeroveringen #arabisering #arianisme #Augustinus #Berbertalen #EverestFallacy #HippoRegius #Marokko #monofysieten #nomadisme #Tunesië #Vandalen #verstedelijking
Het Rijk van Toledo (2)
Halssnoer uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)[Tweede van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]
In 586 besteeg Leovigilds zoon Reccared de troon en omdat zijn vader had gefaald in het apaiseren van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, besloot de nieuwe koning zich maar bij hen aan te sluiten. Daarmee aanvaardde het Rijk van Toledo het christendom zoals het ook in het Byzantijnse Rijk bestond.
De kerk profiteerde ervan. Opgravingen (zoals deze recente) documenteren dat de kerkgebouwen bepaald geen nederige stulpjes waren. Tegelijk werd de kerk nu meer dan ooit een bestuursinstrument. Tot 704 vonden in Toledo achttien synodes plaats, die zijn te beschouwen als zowel kerkelijke als bestuurlijke landdagen. De vergaderingen hadden vérgaande wetgevende taken en de hier vastgestelde wetten lijken ook merendeels te zijn uitgevoerd. Ze beschrijven dus meestal reële situaties.
Tiende-eeuwse afbeelding van een Synode van ToledoChecks and balances
Zo werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het bezit van de koning als privépersoon en als vertegenwoordiger van de overheid. Deze laatste categorie, de kroondomeinen dus, was extreem belangrijk. De koning van Toledo beheerde niet alleen de domeinen die de Romeinse keizer Theodosius I al had bezeten, maar confisqueerde ook nog het een en ander, zodat de pachtopbrengsten een forse bijdrage vormden aan de staatsschatkist. Tegelijk had de vorst minder mogelijkheden om belasting op te leggen dan de keizer had gehad. Grootgrondbezitters ontsprongen sowieso de dans. Om het anders te zeggen: de grote omvang van de domeinen maakte dat de belastingen in het Rijk van Toledo lager konden zijn dan in de Romeinse wereld. Of om het nog anders te zeggen: doordat de rijken niet belast konden worden, moest de koning grote domeinen aanhouden.
Belangrijk is verder dat de koningen van Toledo weliswaar golden als bron van recht, maar niet boven de wet stonden. Net als bij het onderscheid tussen kroondomeinen en ’s konings privébezit, kun je zeggen dat de Synodes de macht van de koning inperkten. Je zou de relatie tussen Synodes en vorst misschien, met een anachronisme, kunnen aanduiden als checks and balances.
Kruis uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)Antisemitisme
Ik schreef dat de meeste wetten ook werden uitgevoerd. Het voornaamste terrein waarop dat niet het geval was, was de bestrijding van judaïserende christenen. Er waren op het Iberische Schiereiland veel joden; dat onlangs van een vierde-eeuwse kerk in Jaén werd vastgesteld dat het feitelijk een synagoge was, suggereert dat de joodse aanwezigheid nog wordt onderschat. Christenen hadden dagelijks contact met de joden, die daardoor aanzienlijke invloed hadden op hun stads- en dorpsgenoten. Een voorbeeld is het vasthouden de joodse paasdatum, een praktijk die is gedocumenteerd in diverse herderlijke brieven. Het cruciale punt is nu niet dat allerlei christenen niet zuiver waren in wat de geestelijkheid beschouwde als de enige juiste leer, maar dat de gelovigen zich konden beroepen op passages uit de Wet van Mozes. Ze bezaten dus boeken en deze mensen waren dus geen dagloners of slaven die niet beter wisten, maar rijke mensen. Dat maakte judaïsering een voor de kerk belangrijke kwestie.
De Synodes van Toledo kondigden allerlei anti-joodse decreten af. De eerste aanzet was via het Breviarum Alaricianum geïmporteerd uit de Byzantijnse Codex Theodosianus, maar met het oog op de rijkseenheid bekrachtigden de Synodes deze maatregelen steeds opnieuw. De herhaling bewijst echter dat de maatregelen niet werden uitgevoerd. De decreten worden na 650 steeds feller en scherper, de straffen op ontduiking werden steeds inhumaner (o.a. scalperen als straf voor besnijden), en waar de wetgevende Synode zich ooit alleen maar had geërgerd aan de joodse religie, werden de decreten uiteindelijk ronduit racistisch.
Laatantiek grafschrift van iemand die aan het hoofd stond van twee synagogen (Archeologisch museum, Mérida)In 654 vaardigde koning Recceswinth (r.649-672) het Liber Iudiciorum uit, dat was gebaseerd op de Codex Justinianus en, net als deze, verdeeld in twaalf boeken. Het laatste was geheel gewijd aan de bestrijding van jodendom, en er werd uiteindelijk bepaald dat alle joden een afschrift op zak dienden te hebben – wat overigens een aanwijzing is voor de graad van geletterdheid. Uiteindelijk werden door de Zeventiende Synode van Toledo (694) alle joden tot staatsslaaf verklaard. Opmerkelijk is overigens dat een elders gangbare anti-joodse wet, namelijk het verbod land te bezitten, in het Rijk van Toledo nooit is uitgevaardigd.
#antisemitisme #arianisme #belastingen #BreviariumAlaricianum #CodexJustinianus #ConcilieVanChalkedon #Jaén #Latijn #LiberIudiciorum #paasdatum #Reccared #Recceswinth #RijkVanToledo #SynodesVanToledo #Visigoten
Het Rijk van Toledo (1)
Decoratie uit MéridaAls we zouden afgaan op de bronnen, was de opvolgerstaat van het Rijk van Toulouse, het Rijk van Toledo, verdeeld over de vraag welk christendom het ware was: het ariaanse of dat van de keizer, zoals vastgelegd tijdens het Concilie van Chalkedon. Ik heb al verteld dat dit meer zegt over de aard van onze bronnen dan over wat er werkelijk speelde.
Voor zover de kwestie betekenis heeft, is het omdat vroegere onderzoekers meenden dat de Hispano-Romeinse bevolking het keizerlijke christendom volgde, terwijl de Visigoten ariaans zouden zijn geweest. Als dit waar was, zou het inderdaad een belangrijk thema zijn, maar er zijn voldoende uitzonderingen bekend om te concluderen dat de religieuze en etnische grenzen niet parallel liepen. Waarbij ik in dan nog maar in het midden laat wat met “etnisch” bedoeld kan zijn, want lang niet alle mensen die op last van de Visigotische koningen naar Iberië trokken, hadden Germaanse voorouders. Waarbij we óók in het midden moeten laten wat Germanen dan eigenlijk zijn.
De grenzen van het Rijk van Toledo
De grenzen van het Rijk van Toledo lagen min of meer vast. In het noorden vormden de Pyreneeën de grens met het rijk van de Franken, waarbij Narbonne een Visigotische exclave was in de Languedoc. In het noordwesten, in Galicië, regeerde een dynastie die we doorgaans Suebisch noemen. De rest van Iberië werd bestuurd vanuit Toledo, met één uitzondering: rond het midden van de zesde eeuw wisten de Byzantijnen, profiterend van een Visigotische opvolgingsconflict, de havensteden aan de zuidkust te veroveren.
Het Byzantijnse gezag zou echter gestaag afbrokkelen; het laatste Byzantijnse leger is kort voor 700 geattesteerd. Maar zolang het er was, had het Rijk van Toledo een eenvoudig contact met Italië, de Maghreb en Constantinopel. We lezen ook over pelgrims naar Jeruzalem, over Spaanse bisschoppen bij kerkelijke vergaderingen, over kooplieden, over internationale huwelijken en over ballingen: allemaal personenverkeer dat documenteert dat het Rijk van Toledo volop was geïntegreerd in de Mediterrane wereld.
Leovigild
In 568 herstelde koning Leovigild het centrale gezag én het internationaal aanzien. Via zijn nichten Brunhilde en Galswintha, getrouwd met de Frankische vorsten Sigebert I en Chilperik I, was hij verzekerd van rust in het noorden. Hij richtte zich tegen zijn tegenstanders op het Iberische Schiereiland: hij begon met de annexatie van de Byzantijnse havensteden in Andalusië en wist in 585 de Sueben te onderwerpen.
Leovigild (Staatliche Münzsammlung, München)Meer dan eerdere vorsten presenteerde hij zich als soeverein heerser, onder meer door het gebruik van keizerlijke regalia. Toch was het Rijk van Toledo geen klein Romeins Rijk. Het bestuur was vereenvoudigd en voor een deel zelfs uitbesteed: de gemeentelijke administratie kwam steeds meer in handen van de geestelijkheid.
We lezen ook weer ’ns over de ariaanse kwestie. Om de eenheid van het Rijk van Toledo te versterken trachtte Leovigild zijn onderdanen te overtuigen van een gematigd arianisme. Soortgelijke compromissen hingen in de Late Oudheid ook elders in de lucht: er is hier al eens geblogd over het monotheletisme dat in het Byzantijnse Rijk werd voorgesteld als voor iedereen aanvaardbaar compromis. Dat strandde op weerstand van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, en zoiets gebeurde ook in het Rijk van Toledo. De Chalkedoniërs uit het rijk van de Vandalen in Africa hadden zich met succes verzet tegen hun overheid, en dat maakte dat ook de Chalkedoniërs in Iberië geen duimbreed toegaven.
#arianisme #BreviariumAlaricianum #Brunhilde #ChilperikI #ConcilieVanChalkedon #Galswintha #hospitalitas #Languedoc #Latijn #Leovigild #monotheletisme #Narbonne #RijkVanToledo #SigebertI #Sueben #Visigoten