De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

[Dit is het vijfde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

839 SE. ≡ okt.527/sept.528

Justinianus regeerde vanaf het jaar 839 alleen over het Romeinse Rijk.
In dit jaar, op 29 oktober, vond er een aardbeving plaats, waarbij sommige plaatsen in de buurt van Antiochië werden verwoest. Bij deze aardbeving stortte Laodikeia in Syrië in. Deze aardbeving vond plaats op vrijdag om elf uur ’s ochtends.

Commentaar
Mogelijk is dit een doublure met de aardbeving in Antiochië die in het vorige blogje werd genoemd.

840 SE. ≡ okt.528/sept.529

En in het jaar 840 verscheen er een leider …….
……
In deze tijd kwam het bevel van de keizer aan alle heidenen die onder het bewind van de Romeinen stonden ……
……
Wat betreft Rome en Italië, toen de barbaren die in het verleden … een grote strijd leverden en daarna … werden ze sterk en hielden ze …… en het gebied kwam weer onder het bestuur van de Romeinen.

Commentaar
Dit is allemaal wat lacuneus, maar er gebeurt veel. Het woord dat als “leider” wordt weergeven in deze Nederlandse vertaling van een recente Engelse vertaling van de middeleeuwse Arabische vertaling van het Aramese origineel, keert straks terug en verwijst naar een Arabier. Het is Al-Harith ibn Jabalah, die in 529 door keizer Justinianus werd aangesteld als “koning van alle Arabieren”. Hij moest met zijn Ghasanidische Arabieren de oostelijke provincies beschermen tegen Al-Mundhir III ibn al-Numan, de leider van de Lakhmidische Arabieren, die streden voor de Perzische Sassaniden. Al-Harith was wel christelijk, maar verleende steun aan de monofysieten.

Het hoofdkwartier van Al-Harith ibn Jabalah in Resafa

Het bevel aan de heidenen lijkt te verwijzen naar de maatregelen die Justinianus nam tegen niet-christelijke geloofspraktijken, zoals de sluiting van de Academie in Athene.

De laatste passage verwijst naar Belisarius’ campagne tegen de Vandalen in Karthago en de Ostrogoten in Italië. Beide gebieden maakten na 536 weer deel uit van het keizerrijk.

In de winter van 535/536 (847 volgens de Seleukidische Era) barstte ergens op het noordelijk halfrond een vulkaan uit. Auteurs als Prokopios en Cassiodorus verwijzen naar het gebrek aan licht en ook de auteur van de Maronitische Wereldkroniek weet ervan. Hij vermeldt even verderop, onder het jaar 853 SE, ook de uitbraak van de Justiniaanse Epidemie, die is te identificeren met de Pest.

847 SE. ≡ okt.535/sept.536

…… het licht was zwak, zodat velen vanwege de ernst van deze gebeurtenis …… In de zomer van dat jaar was zicht onmogelijk.
……
… het land van Syrië en Palestina.
……
…… dat op Theodoros en op degenen die met hem waren rustte, en vanwege hen ontstonden niet geringe kerkelijke twisten.

Commentaar
Het laatste verwijst naar de Driekapittelstrijd. In een poging de monofysieten weer voor de staatskerk te winnen en zo de kerkelijke eenheid te herstellen, veroordeelde Justinianus het oeuvre van enkele eerdere theologen. De poging had weinig succes.

853 SE. ≡ okt.541/sept.542

In het jaar 853 was er een epidemie die “algemeen” werd genoemd. Ze arriveerde eerst vanuit het binnenland, en verspreidde zich naar het westen en oosten, en ook naar het noorden, en ze bleef zich gedurende een periode van drie jaar verspreiden. Ondertussen was de oorlog met de Perzen nog steeds aan de gang.

In het eerste jaar van die strijd, terwijl de leider van de Arabieren in het land van de Romeinen was, was op 19 november een groot wonderbaarlijk teken gezien, vergelijkbaar met een zwaard in de hemel,noot Een allusie aan Jeremia 34, waarin honger en epidemie in één adem worden genoemd met het zwaard. en het was de hele winter zichtbaar gebleven, en de verschijning was van west naar oost gegaan, en was blijven draaien en veranderen in alle richtingen, vergelijkbaar met de epidemie die erop volgde.

Het was duidelijk dat het verwees naar de gebeurtenissen die aan dit teken voorafgingen, met de ontberingen gedurende de periode van epidemie en strijd, en als zodanig was ook de ommekeer daarvan.

Commentaar
Dit lijkt te verwijzen naar de komeet die bekendstaat als C/539W1, maar het is een terugverwijzing naar het eerste jaar van het conflict, naar de winter van 539/540. De komeet is uit diverse bronnen bekend en de meteorenzwerm die wij rond 3 en 4 januari zien, de Boötiden, is een erfenis van deze komeet.

Decoratie van een kerk uit Edessa (Archeologisch museum, Sanli Urfa)

855 SE. ≡ okt.543/sept.544

Tijdens de strijd in het jaar 855 belegerde de koning van de Perzen de stad Edessa in Mesopotamië, die door de rechterhand van God werd beschermd.

863 SE. ≡ okt.551/sept.552

Ook in het jaar 863 was er een epidemie onder de runderen en waren de mensen in rouw. Er was in het bekende verleden nooit iets dergelijks geweest, noch in oude tijden, noch in de recente jaren, en het leek op de pest die onder de mensen rondging en het land overspoelde.

In deze tijd en in deze jaren heerste er onrust in de steden en raakten alle mensen bezorgd, zowel de … als de leiders. Het was niet meer zoals vroeger, toen een stad enkele dagen in rep en roer verkeerde maar er uiteindelijk wel overeenstemming werd bereikt. Het hele land van de Romeinen verkeerde nu aan alle kanten in rep en roer. Grote angst en schade maakte zich van velen meester, want de rampen die de steden troffen die ooit in staat waren geweest vijanden af te weren, namen niet af.

Commentaar
Er is hier geen lacune. Dit zou wel de plek zijn geweest om het Tweede Concilie van Constantinopel te vermelden, waar Justinianus de bisschoppen dwong zijn standpunt in de Driekapittelstrijd over te nemen.

Een achttiende-eeuwse weergave van het Tweede Concilie van Constantinopel (553).

865 SE. ≡ okt.553/sept.554

En in het jaar 865 was er een aardbeving op vrijdag 31 juli om elf uur ’s ochtends, en na zeven dagen was er opnieuw een aardbeving, en het waren twee grote aardbevingen, en steden aan de kust van de zee stortten in en veel dorpen in de buurt stortten in tijdens deze twee grote aardbevingen. Ook op andere plaatsen in steden en dorpen vielen er gewonden als gevolg van deze twee aardbevingen. Vanaf de eerste dag van de aardbeving bleef de aarde voortdurend in beweging, en de bewegingen en intensiteit ervan kalmeerden niet, en het bleef vele dagen lang zo lichtjes beven.

Commentaar

In de jaren tussen 550 en 555 zijn diverse grote aardschokken bekend; mogelijk verwijst de samensteller van de Maronitische Wereldkroniek naar de aardbeving die ook door de zesde-eeuwse auteurs Johannes Malalas en Agathias wordt vermeld. Die zou hebben plaatsgevonden op 15 augustus. Omdat er diverse schokken waren, hoeft de uiteenlopende datum geen probleem te zijn. 31 juli was overigens geen vrijdag, en de hieronder genoemde 13 juni was een donderdag.

In dit jaar, op zaterdag 13 juni, vocht Al-Mundhir, de koning van de Arabieren … (?) tegen de Romeinen.

Commentaar
Verwijzing naar de slag bij Yawm Halima in juni 554. De pro-Byzantijnse leider van de Ghassaniden, Al-Harith ibn Jabalah, versloeg Al-Mundhir, de leider van de pro-Perzische Lakhmidische Arabieren. Laatstgenoemde kwam om het leven.

En al deze ellende in de wereld vond plaats in hun tijd. Daarop volgde onrust in de kerk, evenals de grote verwarring en scheuring die plaatsvond in de kloosters en die begon in de dagen van Anastasius en almaar voort duurde. Onze tijd is inderdaad de ergste, want de moeilijkheden volgen elkaar op zoals de dagen van het jaar.

Commentaar
Dit verwijst opnieuw naar de discussies tussen de aanhangers van de staatskerk en de monofysieten in de oostelijke provincies. Justinianus had tijdens het Tweede Concilie van Constantinopel de aanwezigen gedwongen het keizerlijke standpunt in de Driekapittelstrijd over te nemen. De problemen ten tijde van keizer Anastasius I zijn vermeld onder het jaar 823 SE.

Hieronder is sprake van een profetie van Daniël; bedoeld is Daniël 9, waarin de geschiedenis van de mensheid wordt gepresenteerd als een verzameling van periodes van zeven jaar. De ‘Ajamieten zijn in de onderstaande passage Babyloniërs.

In deze tijd werden ook de Joden – de vijanden van het kruis – bang, omdat zij de jaarweken die door de profeet Daniël worden genoemd tellen vanaf het moment waarop Titus Jeruzalem verwoestte. Het aantal van zeventig jaarweken, 490 jaar dus, zou immers worden voltooid in het jaar 870 sinds het begin van de Griekse jaartelling. Toen een heilige engel sprak van de eerste verwoesting, had hij het weliswaar over de verwoesting door de ‘Ajamieten, maar in hun domheid schreven de Joden dit toe aan die latere verwoesting, die door de Romeinen. Toen de tijd die zij verwachtten naderde en zelfs aanbrak, en niets van wat zij vermoeden ook werkelijk gebeurde, begonnen zij hun valse verwachting te minachten en te veronachtzamen.

867 SE. ≡ okt.555/sept.556

In het jaar 867 legden de inwoners van de stad Constantinopel de keizer …… Justinianus.
……
…… al zijn slaven en gingen naar de bijeenkomst. Toen alle mensen bijeen waren, stuurde Belisarius zijn slaven en stak de Grote Kerk in brand. Toen het gerucht zich in de stad verspreidde, haastten alle mensen zich naar de kerk en lieten de nieuwe keizer achter die ze hadden aangesteld. Daarop versloeg Belisarius Hypatius en doodde hem
……
…… die hij Sofia noemde.

Commentaar
Dit ziet eruit als een flashback. Er gebeurde iets wat niet helemaal duidelijk is en dat de chroniqueur doet besluiten te vertellen over het Nika-oproer in januari 532, waarbij generaal Belisarius een door het volk van Constantinopel tot keizer uitgeroepen Hypatius uit de weg ruimde. De slotopmerking kan alleen verwijzen naar het instorten van de Hagia Sofia in 558 na Chr.

875 SE. ≡ okt.563/sept.564

In het jaar 875, …… de Paulisten. Hij zei altijd dat … niet in zijn innerlijk voelde en onveranderlijk was, net als die … – degenen van Julianus. Wat de bisschoppen betreft, zij maakten zijn … en vroegen de keizer daarover. Toen hij dat niet accepteerde …… stuurde hij hem naar hen toe en smeekte hen om hem antwoord te geven.

Commentaar
Ik vermoed dat dit een verwijzing is naar de aanhangers van een monofysitische leider Paulus, maar ik weet niet welke.

Justinianus (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Toen heel het oosten in deze toestand verkeerde, stierf keizer Justinianus in zijn negenendertigste regeringsjaar. Toen regeerde Justinus II, zijn neef. Hij maakte een einde aan deze smerige onrust.

Keizer Justinianus voerde zijn voornemens uit … de waardigheid van het recht, maar hij overtrof alle voorafgaande keizers door zijn grote deugden, en hij verwierf extra grandeur door zijn eigen karakter, door een brede, stralende ambitie en door overvloedige genade. Ook stichtte hij grote kerken en sterke kastelen in de steden in zijn rijk. Hij had groot respect voor het christendom en bracht vele volkeren tot het geloof in Christus. Hij was erop gebrand de kerkscheuring te beëindigen en spande zich in om iedereen te verzoenen en tot eendracht te brengen. Met al zijn correcte manieren die voor iedereen … waren en alle orde was hij …. Hij disciplineerde zijn … in de ijver van de vroomheid jegens God. Door kerkelijke leerstellingen werd hij door velen … aangestoken.

Als iemand nadenkt over de beste vergelijking tussen wat er vóór hem was en wat er na hem was, dan zal hij constateren dat Justinianus de grootste vroomheid en gerechtigheid van het voortreffelijke christendom bezat, niet alleen die van het keizerschap, maar ook die van de glorieuze kerk. Ik heb het over buitensporige kennis en begrip, en de gave om van tevoren te weten wat er gaat gebeuren, en de kracht om wonderen te verrichten. En ik heb het verder over het gebruik van genegenheid, en de ijver van de vroomheid jegens God die in alle vormen en alle mate de gelovigen in vuur en vlam zette.

Deze deugden verspreidden zich vanouds onder de kinderen van de kerk, en in de dagen van Constantijn, de zegevierende keizer, werden ze buitengewoon sterk en daarna verspreidden ze zich verder. Tot het einde van de heerschappij van Justinianus zette de verbreiding van de straal van rechtschapenheid zich voort. Maar sindsdien begon het beetje bij beetje af te nemen, het nam met de dag af, en … werd zwak …. Maar glorie zij aan de enige Kenner, die alles tot het einde van de tijd overziet.

[Wordt morgen vervolgd]

#aardbeving #AdrianPirtea #Agathias #AlHarithIbnJabalah #AlMundhirIIIIbnAlNuman #AlexHourani #AnastasiusI #Antiochië #Belisarius #bronnenuitgave #Cassiodorus #Constantinopel #Daniël #Driekapittelstrijd #Ghassaniden #JohannesMalalas #JustiniaanseEpidemie #Justinianus #JustinusII #komeet #Lakhmiden #Laodikeia #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #NikaOproer #Ostrogoten #Prokopios #SeleukidischeEra #TweedeConcilieVanConstantinopel #Vandalen #vulkaan

De Maronitische Wereldkroniek (4) Ariadne

Keizer Leo I (Louvre, Parijs)

[Dit is het vierde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Dit keer de tijd van 457 tot en met 527 na Chr., toen de keizers Leo I, Zeno I, Anastasius I en Justinus I regeerden over de Romeinse wereld. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

769 SE. ≡ okt.457/sept.458

Tijdens het bewind van Leo vond in het jaar 769 op zondagochtend 14 maart een aardbeving plaats, en viel …

Commentaar

Deze aardbeving wordt ook vermeld in andere bronnen. De Antiocheense auteur Euagrios Scholastikos dateert de ramp op de vooravond van zondag 14 september 458,noot Evagrios, Kerkgeschiedenis 2.12. een datum die ook werkelijk kan bestaan. De samensteller van de Maronitische Wereldkroniek heeft twee dateringssystemen verward, zoals in deze periode wel vaker gebeurde. In de lacune die volgt op bovenstaand zinnetje moet het jaar 770 SE hebben gestaan: Simeon de Styliet overleed op 2 september 459.

En in dit jaar ontsliep de heilige Simeon.
……
…… zij gehoorzaamde hen en … een lange tijd tot aan het bewind van keizer Justinianus …… Leo regeerde zeventien jaar.

Commentaar
De lacuneuze tekst lijkt te verwijzen naar Ariadne, die in 467 door haar vader Leo I (r.457-474) werd uitgehuwelijkt aan Zeno I (r.474-491) en die, na het overlijden van deze echtgenoot, trouwde met Anastasius I (r.491-518).

Keizerin Ariadne (Capitolijnse Musea, Rome)

Keizerin Ariadne zorgde zo dus voor bestuurlijke continuïteit, al was de troonsbestijging van Zenon niet onomstreden. Ik heb eerder geblogd over de opstand van Basiliscus, wiens naam de samensteller van de Maronitische Wereldkroniek niet vermeldt. Zijn opstand vond plaats in 475-476.

Na hem regeerde Zeno, en tijdens zijn bewind kwam een rebel in opstand tegen Zeno. Deze werd korte tijd uit zijn ambt gezet, waarna de rebel werd gedood en Zeno aan de macht bleef …

7…9 Sel. ≡ okt.477/sept.478

En in het jaar 7…9 was er een grote hongersnood. En ook in het jaar 7… …

Commentaar
Dit kan alleen slaan op het jaar 789 in de Seleukidische Era (ofwel 477/478). Theoretisch kan ook 799 (ofwel 487/488), maar omdat het volgende jaar eveneens begint met een 7, is dat heel onwaarschijnlijk: het zou betekenen dat hetzelfde jaar tweemaal werd genoemd.

Keizer Zeno I (Bode-Museum, Berlijn)

Hierop volgt een lacune waarin zal hebben gestaan dat Ariadne in 802 (ofwel april 491) trouwde met Anastasius en hem keizer maakte. De volgende passage zou betrekking kunnen hebben op de oorlog die het Byzantijnse Rijk tussen 502 en 505 voerde met het Perzische Rijk.

…… hun heerschappij, omdat zij in vroegere tijden de omliggende landen plunderden, gevangenen namen en verwoestingen aanrichtten, en … onder het bewind van de Romeinen …… en ze bereikten de landen van het Oosten …… en soms vielen ze de steden aan.
……
…… de Romeinen …… de twee koningen … de strijd tussen de twee legers veroorzaakte grote schade.

6000 AM ≡ 19 Anastasius ≡ okt.508/sept.509

In de loop van het negentiende jaar van Anastasius werd het zesde millennium voltooid.

Commentaar
Zoals gebruikelijk hanteert de chroniqueur 25 maart 5493 v.Chr. als het moment van de schepping.

In deze periode verschenen Romanos Melodos en Jacobus van Serugh als leraren. Romanus verbleef in de stad Emesa en componeerde in het Grieks hymnen op basis van verschillende melodieën en psalmen, terwijl Jacob in Mesopotamië verschillende preken schreef in het Syrisch.

823 SE. ≡ okt.511/sept.512

In het jaar 823 vond er op 29 juni om 12 uur ’s middags een zonsverduistering plaats, en het bleef een uur lang donker.

Commentaar
Hierop volgt een beschrijving van een nieuwe fase in het conflict tussen de staatskerk en de monofysieten. Het conflict tussen Proterios, de patriarch van Alexandrië van 451 tot 457, en Timotheos II, moet behandeld zijn geweest in de lacune die ik aan het einde van mijn vorige blogje aanwees.

Keizer Anastasius I (Bode-Museum, Berlijn)

In deze periode heerste er grote onrust in de kerken en werden veel kloosters verscheurd en verdeeld, teruggaand op de onrust in Alexandrië vanwege de al eerder genoemde Proterios en Timotheos. Dit slechte zuurdeeg was weliswaar begraven, maar was in het geheim bij sommige mensen gaan groeien, en begon zich in deze periode weer te manifesteren. Het vond een voedingsbodem bij sommige monniken en bisschoppen en zelfs bij de keizer.
Nu maakten ze hun verborgen bedoelingen openbaar en begonnen ze dezelfde vuile, smerige daden in de kerken te verrichten. Iedereen, zelfs ongeletterden, kon onderricht geven! En zulke dingen gebeurden ook in de gebieden buiten het Romeinse Rijk.
De leiders van dit kwaad waren in deze periode Severus en Xenaias, de een onder de Grieken en de ander onder de Syriërs. Zij … deze dwaling. De onrust in de kerken hield aan tot de dood van keizer Anastasius. Daarna keerde de vrede terug in de kerken dankzij de keizer die na hem op de troon kwam, maar de kloosters bleven verscheurd, het schisma groeide verder en het breidt zich uit tot op de dag van vandaag.
Anastasius regeerde zevenentwintig jaar. Daarna volgde Justinus hem op de troon op.
Na een tijdje stierf de gezegende Jakob, de leraar van de Syriërs, en ook de zalige Romanos, die onder de Grieken was, was al een tijdje geleden gestorven. Sindsdien verdwenen onderwijs en kennis uit de kerken, en ook had niemand nog de ambitie om zichzelf tot volmaaktheid te scholen.

831 SE. ≡ okt.519/sept.520

In het jaar 831 was er veel sneeuw en kou, en het was vermengd met ijs, en overdag zag je de sneeuw vallen. Degenen die er de desondanks voorkeur aan gaven om te jagen … en alle bomen werden van boven tot onder beschadigd, en dit … werd gevolgd door vele …
Na dit jaar … regen. De planten op aarde verdroogden, zowel gewassen als olijven, en er waren andere ontberingen. Hierdoor ontstond er grote dorst, en vanwege de moeilijkheden die dit alles met zich meebracht, heerste er grote onrust onder de mensen.
Daar kwam nog een andere plaag bij: sprinkhanen. Het lijden van dit alles duurde zes jaar lang.

837 SE. ≡ okt.525/sept.526

Toen, in het jaar 837, op vrijdag 29 mei, was er een aardbeving in het achtste uur van de dag, en dit ook tijdens de nacht van deze dag, en Antiochië, de stad in Syrië, werd verwoest, en de meeste van haar inwoners raakten gewond, en daarmee ook Seleukeia, dat aan de kust ligt … in deze tijd.

Commentaar
De aardbeving vond feitelijk plaats op een woensdag.

Justinus I en Justinianus (Staatliche Münzsammlung, München)

Justinus regeerde negen jaar en nam zijn neef Justinianus aan als mederegent, en toen hij samen met hem negen maanden had geregeerd, stierf hij, zodat de totale duur van zijn regering een kleine tien jaar bedroeg.

[Wordt vanmiddag vervolgd]

#aardbeving #AdrianPirtea #AlexHourani #Alexandrië #AnastasiusI #Antiochië #AriadneKeizerin #bronnenuitgave #EuagriosScholastikos #JacobusVanSerugh #kloosterleven #LeoIDeThraciër #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #Proterios #RomanosMelodos #Sassaniden #SeleukeiaInPieria #SeleukidischeEra #SeverusVanAntiochië #SimeonDeStyliet #sprinkhaan #TimotheosII #Xenaias #ZenoI

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Theodosius tussen zijn medekeizers Valentianus II en Arcadius (meer; Archeologisch Museum, Mérida)

Feit is: een grote groep migranten zonder land stond nu in een imperium zonder leger. Valens’ opvolger Theodosius nam de migranten dus maar in dienst. Onder leiding van Alarik speelde dit leger, dat wel wordt aangeduid als de Visigoten (“wijze Goten”), nog een belangrijke rol bij de verdediging van Syrië en de campagne waarmee Theodosius zijn gezag uitbreidde naar de westelijke provincies. Het leger zou in 410 Rome plunderen en uiteindelijk dienen als strategische reserve voor Gallië.

De Hunnen

Ik noemde de Hunnen. In het eerste derde van de vijfde eeuw dienden ze als Romeinse bondgenoten en kregen ze het recht zich te vestigen aan de Midden-Donau. Zeg maar in Hongarije. Van bondgenoten werden het echter vijanden, die bijvoorbeeld Belgrado en Viminacium plunderden, en over de Via Diagonalis dwars door Thracië oprukten naar Constantinopel. Keizer Theodosius II, die zijn graanleverancier tot elke prijs moest behouden, kocht de Hunnen in 443 af, maar in 447 waren ze terug in Thracië en in 449 stemde de keizer in met nieuwe afkoopsommen. Nu wendde de Hunse leider Attila zich naar het westen, waar hij op de Catalaunische Velden werd verslagen door een coalitie van Visigoten, Franken en anderen.

De schrik zat er goed in en de keizers in Constantinopel versterkten de grens. Achter de reeks forten langs de Beneden-Donau kwam een tweede linie, die liep door het Balkangebergte. Om de kustweg langs de Zwarte Zee te verdedigen, werd bijvoorbeeld een muur gebouwd die zich vijftig kilometer landinwaarts uitstrekte, zodat een omtrekkende beweging niet mogelijk was.

Resten van een Byzantijnse kerk in Nesebar

Keizer Anastasius (r.491-518) zou in 503 een soortgelijke muur bouwen over het schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara, zeventig kilometer ten westen van Constantinopel. Later zou keizer Justinianus (r. 527-565) allerlei steden voorzien van stadsmuren; de geschiedschrijver Prokopios wijdde er niet minder dan vijf boekrollen aan, De bouwwerken. Een flink deel van de vierde boekrol gaat over het diocees Thracië.

Volksverhuizingen, deel twee

Alle versterkingen mochten niet baten toen de Avaren aankwamen. Ik heb vaker over hen geschreven. Ze arriveerden rond 563 vanuit het verre oosten – hiervoor is inmiddels DNA-bewijs – en ze waren extreem succesvol. In 582 namen ze de belangrijke stad Sirmium in, even ten noorden van Belgrado, en ze vestigden een machtige staat in Midden-Europa, die enorme schattingen eiste van de buurvolken. We weten er weinig van, aangezien ze ongeletterd waren en dus niet zelf schreven; archeologisch zijn ze moeilijk te vinden, omdat de bestaande Centraal-Europese volken hun levenswijze konden voortzetten. Goudschatten als de Sânnicolau Mare-schat bewijzen echter dat de keizers in Constantinopel fors betaalden.

Het voornaamste gevolg van deze invasie was dat er geen landweg vanuit Constantinopel en Thracië naar de westelijke gebieden was: Oost- en West-Europa, al gescheiden door de Griekse en Latijnse taal, gingen verder uit elkaar. Later zou ook het christendom in tweeën uiteenvallen.

Het paleis van een Slavische bestuurder in Silistra

De Avaren dreven de Byzantijnen, zoals we de bewoners van de Oost-Romeinse rompstaat gewoonlijk noemen, terug naar de Thracische havensteden, zoals Varna en Nesebar in het oosten en Thessaloniki in het zuiden. De gebieden buiten het keizerlijke gezag zijn niet zo goed bekend, maar we lezen steeds vaker over Slavische soldaten die als infanterie meetrekken met de Avaarse cavalerie. We lezen ook over de eerste Bulgaren. Het gaat in alle gevallen om een gemengde bevolking, waarin de oude Romeinen en verschillende groepen migranten samenkwamen. Hoe groot die groepen migranten waren, is niet te zeggen, maar de etnische kaart werd in de zevende eeuw opnieuw getekend.

Ik ga afronden met een laatste constatering: door de opkomst van de islam, ook in de zevende eeuw, verloor het Byzantijnse Rijk Egypte. Voortaan was Thracië een nóg belangrijkere leverancier, en het keizerlijk beleid was dan ook gericht op de herovering van de verloren gebieden.

#Alarik #AnastasiusI #Attila #Avaren #Balkangebergte #Bulgaren #CatalaunischeVelden #Constantinopel #Goten #GroteVolksverhuizingen #Hunnen #Justinianus #Nesebar #Prokopios #SânnicolauMareSchat #Sirmium #slagBijAdrianopel #Tervingi #TheodosiusI #TheodosiusII #Thracië #Valens #ViaDiagonalis #Visigoten

Zosimos

Portret van een man, eerste helft zesde eeuw (Glyptotheek, Munchen)

Een van de aardigste auteurs uit de Oudheid is Zosimos, een Byzantijnse historicus met een voor zijn tijd ongebruikelijke visie op het verleden. Op twee manieren. Om te beginnen was de Romeinse elite in de loop van de vierde en vijfde eeuw christelijk geworden maar bleef Zosimos hardnekkig trouw aan de oude goden. Hij heeft daardoor een uniek perspectief op de gebeurtenissen tussen pakweg 300 en 410. Daarmee verwant is zijn tweede bijzonderheid: hij had in de gaten dat het Romeinse Rijk in de late vijfde eeuw zwaar, zeer zwaar in de problemen was geraakt. Terwijl veel van zijn tijdgenoten meenden dat de teloorgang van de westelijke gebiedsdelen eigenlijk niet zoveel voorstelde omdat een christen vooral een burger was van het Koninkrijk Gods, zag Zosimos scherp dat er wél iets was veranderd. Hij was de eerste historicus van “the decline and fall of the Roman Empire”. Dat maakt hem interessant.

Maar wanneer leefde hij eigenlijk? Je leest weleens: tussen 498 en 518 publiceerde hij zijn Nieuwe geschiedenis. Maar ja, het is natuurlijk wel oudheidkunde, dus we hebben vanzelfsprekend te weinig informatie en in feite wordt weer eens hypothese op hypothese gestapeld. Het bewijs oogt in elk geval zwak.

Onze enige zekerheid – laten we het punt één noemen – is dat een andere Byzantijnse historicus, Eustathios, Zosimos heeft gebruikt als bron voor een gebeurtenis uit de tijd van keizer Anastasius I (r.491-518). Dit gegeven wordt gecombineerd met punt twee, de aanname dat antieke historici nooit schreven over regerende vorsten. Deze aanname heeft een zekere waarschijnlijkheid. Titus Livius zorgde er al voor zijn beschrijving van de staatsgreep van Augustus te publiceren na diens dood. Velleius Paterculus schakelde in zijn Romeinse geschiedenis over van genre – namelijk van geschiedschrijving op lofrede – toen hij aankwam bij keizer Tiberius. Er zijn meer voorbeelden. Geschiedenis ging over de doden, voor de levende vorsten bestonden lofredes. Een plausibele aanname dus, maar wel een aanname.

Door één en twee te combineren komen we tot de conclusie dat Eustathios, die Anastasius beschreef in een geschiedwerk, moet hebben geschreven ten tijde van een van diens opvolgers, en dat zou dan keizer Justinus moeten zijn geweest (r.518-527). Hieruit volgt dan weer dat Eustathios’ bron, Zosimos dus, ten tijde van Justinus’ voorganger zou moeten hebben geschreven, en dus ten tijde van Anastasius.

Ik voeg toe: het is een aanname dat de geciteerde passage lovend was. We weten niet goed hoe Zosimos oordeelde over Anastasius. Wat we over hebben is, althans dat nemen we aan, een kladversie van de eerste helft van de Nieuwe Geschiedenis. We hebben niet de hele beschrijving van de genoemde periode, terwijl we te maken hebben met een citaat. Het kan dus zomaar zijn dat Zosimos’ beeld van Anastasius in feite grotendeels negatief was, dat de historicus de keizer beschreef in een historische publicatie, dat Zosimos dus leefde tijdens een van diens opvolgers en dat Eusthatios dus later geplaatst moet worden.

Kortom, we stapelen hypothese op hypothese. We hebben wel een andere, wat positievere aanwijzing. Zosimos beschrijft een belasting die bekendstaat als chrysargyron in de verleden tijd. Die is afgeschaft in 498, dat is zeker, en dat biedt een aanwijzing voor het moment waarna Zosimos schreef. De aanname is hier dat we voldoende informatie hebben om uitspraken te kunnen doen over de details van de laatantieke belastingheffing. Ik neem aan dat dat zo is, maar welbeschouwd is dat zo zeker niet.

Ik kan, kortom, niet méér concluderen dan dat Zosimos schreef na het jaar 498 en ik begrijp niet goed dat historici die “voor 518” aanvaarden. Ervan uitgaande dat ik iets over het hoofd zie, heb ik het gehandhaafd op de webpagina die ik onlangs maakte over Zosimos, maar volgens mij is het bewijs vrij zwak. Mijn punt is vandaag echter niet wanneer Zosimos leefde, maar dat oudheidkundigen steeds weer hypothesen op hypothesen stapelen.

Overigens is “na 498” al heel wat: een heiden in de zesde eeuw. Iemand die de desintegratie van het bestuursapparaat in de westelijke provincies onder ogen zag. Dat is al boeiend genoeg.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

#AnastasiusI #antiekeGeschiedschrijving #JustinusI #Zosimos