De Maronitische Wereldkroniek (6) Catastrofe

Justinus II (Bode-Museum, Berlijn)

[Dit is het zesde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Dit deel, vrijwel zonder lacunes, beschrijft de implosie van het Byzantijnse gezag in de late zesde eeuw. Een inleiding tot deze kroniek, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

877 SE. ≡ okt.565/sept.566

In het jaar 877 regeerde Justinus II, een verwant van de eerste. Toen hij aantrad, betoonde hij zijn zorg voor de toestand van de kerken en schreef hij een orthodoxe geloofsbelijdenis. Die bijdrage stuurde hij naar alle provincies en hij beval dat allen die de kerk niet volgden, uit hun positie zouden worden ontheven.
Aan het begin van zijn regering was gedurende een jaar in het noorden iets te zien dat leek op een vuurkolom.

885 SE. ≡ okt.573/sept.574

In het jaar 885 kwam het conflict met de Perzen – dat met Adarmahan – tot uitbarsting. Hij overmeesterde Apameia, nam alle inwoners gevangen en deporteerde ze naar Perzië, stak de Grote Kerk in brand en verwoestte deze met alle monumenten in die stad. (Later herbouwde en renoveerde Jordanes, de plaatselijke bisschop, de kerk.) Ook andere plaatsen werden ingenomen door deze verwoestende rebel.
Op dezelfde manier richtten de leiders van de Avaren verwoestingen aan onder de Romeinen.

Commentaar
Keizer Justinus II zegde de betalingen aan de Sassaniden op waarmee zijn voorganger Justinianus rust had gekocht. Terwijl de Perzische koning Khusrau I de Onsterfelijke Ziel de grensstad Dara belegerde, stuurde hij zijn generaal Adarmahan naar het westen, waar deze in 573 Apameia innam. De invasie van de Avaren zou nog gevaarlijker blijken.

Volgens de kerkhistoricus Johannes van Efese ontwikkelde Justinus hierop een geestesziekte: hij kon onverwacht in paniek door het paleis rennen, huilde als een beest, beet zijn bedienden, verstopte zich onder zijn bed en probeerde zelfs eens uit het raam te springen.noot Johannes van Efeze, Kerkgeschiedenis 3.2-3. Het rijk werd hierna geregeerd door keizerin Sofia en Justinus’ latere opvolger, Tiberius II.

Tiberius II (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

En keizer Justinus werd ziek … en was niet meer te genezen, en hij gaf zijn dochter aan Tiberius en liet hem regeren. Zelf heeft hij dertien jaar geregeerd.

1 Tiberius ≡ okt.579/sept.580

In het eerste jaar van Tiberius begon ook de regering van Hormizd, zoon van Khusrau. Hij zou twaalf jaar regeren.

Commentaar
Justinus II overleed op 5 oktober 578, dus vijf dagen in het nieuwe jaar 890 volgens de Seleukidische Era. Het eerste regeringsjaar van Tiberius II begon dus op 1 oktober 579, hoewel hij officieel dus al bijna een jaar en officieus zelfs nog langer aan de macht was. Hormizd IV de Turk kwam inderdaad ruwweg tegelijk aan de macht.

Hormizd IV de Turk (Bode-Museum, Berlijn)

894 SE. ≡ 4 Tiberius ≡ okt.582/sept.583

Toen Tiberius vier jaar had geregeerd en zijn dood naderde, gaf hij zijn dochter aan Maurikios, de aanvoerder van zijn leger, en liet hij hem in zijn plaats regeren in het jaar 894.

Maurikios (Metropolitan Museum of Art, New York)

9 Maurikios ≡ okt.591/sept.592

Vanaf het negende regeringsjaar van Maurikios regeerde Khusrau, zoon van Hormizd, achtendertig jaar lang in Perzië.
In deze tijd debatteerden Anastasius, de Palestijnse patriarch van Antiochië, en Eulogius, de patriarch van Alexandrië, met elkaar omwille van de waarheid.

896 SE. ≡ 2 Maurikios ≡ okt.584/sept.585

In het jaar 896, het tweede jaar van Maurikios, was in het klooster van de gezegende Sint-Maron de grote en rechtvaardige Georgios de Oudere overleden. Deze man volgde de kerk en de verwierp de leer van haar tegenstanders.

Commentaar
Ik weet niet wie deze heilige is, maar het is een interessante passage omdat ze het klooster van Sint-Maron noemt. Ten tijde van de grote oorlogen tussen eerst de Byzantijnen en Perzen en daarna Byzantijnen en Arabieren werd dit het voornaamste religieuze centrum in Syrië, dat loyaal bleef aan de monotheletistische opvattingen van keizer Herakleios – ook toen die opvattingen in het Byzantijnse Rijk werden opgegeven. Bovenstaande passage is een van de aanwijzingen dat de chroniqueur een maroniet was.

Het klooster van Sint-Maron bij de bron van de Orontes

De in de volgende passage genoemde hulp die keizer Maurikios bood aan Khusrau II de Overwinnaar dateert uit 592.

Keizer Maurikios sloot een wapenstilstand met Khusrau, koning van de Perzen. Er was grote genegenheid tussen hen, want toen de Perzen tegen zijn vader Hormizd vochten, vluchtte hij en ging naar Maurikios, die hem met grote vreugde ontving en hem het leger van de Romeinen gaf, zodat hij de Perzen in de strijd versloeg en na zijn vader regeerde.
Maurikios sloot ook een wapenstilstand met de Avaren en sloot vrede met allen die hem omringden. Dankzij zijn inspanningen versterkte hij de positie van de Romeinen. Toch kwamen zij in opstand tegen hem en doodden hem in zijn twintigste regeringsjaar. Ze maakten Fokas in zijn plaats tot keizer.

Khusrau II de Overwinnaar (Taq-e Bostan)

Commentaar
De Avaren waren sinds 583/584 steeds verder opgerukt en hadden grote delen van het Balkan-schiereiland in handen. De Slavische volken worden genoemd als Avaarse bondgenoten. Toen een epidemie het leger van de Avaren trof, kon Maurikios hen afkopen (598). De oorlog ging nadien echter verder, met aanzienlijke Byzantijnse successen, zodat het in 602/603 mogelijk was dat Maurikios’ leger zou overwinteren in Slavisch gebied. De manschappen, ongelukkig met een zo afgelegen basis, kwamen in opstand, doodden Maurikios en maakten Fokas keizer.

Mardin

Toen koning Khusrau hoorde dat de Romeinen Maurikios hadden gedood, werd hij woedend en stond hij op om wraak op hen te nemen. Hij leidde zijn leger en bereikte de stad Dara, die tussen de twee rijken lag, begon de strijd en nam Dara in. Ook viel hij Mardin aan en veroverde het. Op dezelfde manier overweldigden de Perzen tijdens de acht jaar dat Fokas regeerde, het gebied binnen de Eufraat. Niet alleen de oostelijke gebieden werden door het zwaard geteisterd, ook de gebieden ten westen van de rivier bleven dus niet gespaard.
Om het triviale conflict tussen de Blauwen en de Groenen vochten de bewoners van de steden tegen elkaar. Zo vernietigden ze zichzelf met zwaarden die scherper waren dan de zwaarden van de vijanden.
Bonosus, de tiran en vijand van het goede, met een hoogmoed die alle anderen overtrof, doodde en vernietigde elke dag vele mensen.
……

Fokas (Staatliche Münzsammlung, München)

Commentaar
Terwijl het Byzantijnse Rijk de staatsgreep van Fokas beleefde, liepen de Perzen Syrië onder de voet, rukten de Avaren opnieuw op, en waren er stedelijke conflicten. De Blauwen en de Groenen waren de aanhangers van de teams in de paardenraces. Na een lacune in de kroniek – de eerste sinds de regering van Justinianus – lezen we over de wijze waarop het Byzantijnse Rijk werd gered. In Afrika bekleedden de twee broers Herakleios en Gregoras bestuursfuncties. Hun zonen Herakleios Jr en Niketas maakten een einde aan de regering van Fokas. Herakleios Jr was de nieuwe keizer.

Er waren ook in Afrika … de naam van een van de twee was Gregoras … Niketas, en de andere heette Herakleios … keizer Fokas… Zij trokken allebei op om de keizer te vermoorden en spraken af dat de een over zee zou gaan en de ander over land, en dat degene die als eerste de stad zou binnenkomen en de keizer zou doden, zou regeren. Dus ging Herakleios over zee en Niketas over land, en Herakleios was Niketas vóór, ging de stad binnen en doodde Fokas, nadat deze acht jaar had geregeerd, en begon zijn bewind. Hij doodde de goddeloze Bonosus door steniging.
……
Anastasius
……

[Wordt morgen vervolgd]

#AdrianPirtea #AlexHourani #Apameia #Avaren #bronnenuitgave #Dara #Fokas #Herakleios #HormizdIVDeTurk #JohannesVanEfese #Justinianus #JustinusII #KhusrauIDeOnsterfelijkeZiel #KhusrauIIDeOverwinnaar #Mardin #MaronitischeWereldkroniek #Maurikios #monotheletisme #Sassaniden #SeleukidischeEra #SintMaron #TiberiusII

II Parthica, Romes strategische reserve

Felsonius Verus, standaarddrager van II Parthica. Hij heeft de adelaarstandaard van zijn legioen opgeruimd in een beschermende kooi, klaar voor transport (Apamea)

In de eerste twee eeuwen van onze jaartelling plaatsten de Romeinen hun legioenen niet ver van de Rijn, Donau en Eufraat. De transportwegen moesten immers worden bewaakt en bijkomend voordeel was dat een vijand altijd een rivier moest oversteken, wat meestal wat voorbereiding vergde en dus de verdediger tijdwinst opleverde. Het nadeel van deze vorm van lijnverdediging was dat als de vijand eenmaal was doorgebroken, hij meteen diep het imperium kon binnendringen. Vandaar dat in de Late Oudheid een mobiele strategische reserve bestond.

Ontstaan

Het initiatief kwam van keizer Lucius Septimius Severus (r.193-211). In het kader van zijn oorlog tegen het Parthische Rijk formeerde hij drie nieuwe legioenen: I Parthica en III Parthica bleven in het oosten, maar II Parthica ging met hem mee naar Rome, kreeg een basis op de Albaanse Berg en diende voortaan als strategische reserve. Het legioen, dat tevens diende als tegenwicht tegen de Praetoriaanse Garde in Rome, kreeg al snel een tweede bijnaam, Albana.

Archeologen hebben de begraafplaats op de Albaanse Berg geïdentificeerd en we beschikken ook over grafstenen uit andere delen van het Romeinse Rijk. Een interessant trekje is dat de legionairs van II Parthica niet alleen hun legioensnaam, maar ook hun centuria (bataljon) vermeldden. Alleen de soldaten van II Traiana Fortis die in Alexandrië hun kameraden begroeven, hadden dezelfde gewoonte. Dit suggereert dat de eerste soldaten van het Tweede Parthische Legioen zijn gerekruteerd onder de gelijkgenummerde Alexandrijnse eenheid.

Elf jaar afwezig

Een strategische reserve zet je doorgaans in op een bedreigd punt en omdat Rome in de derde eeuw nogal eens werd bedreigd, marcheerde II Parthica van hot naar her. Waarschijnlijk zette Septimius Severus het in tijdens zijn Britse campagne (208-211) en nam zijn zoon en opvolger Caracalla het legioen mee bij zijn veldtocht tegen de Alamannen in 213. Het bewijs hiervoor is een grafschrift uit Worms, dat echter ook kan verwijzen naar de Germaanse oorlogen van Severus Alexander of Maximinus Thrax (234-236). II Parthica heeft zeker tegen de Parthen gevochten in de campagnes van 214-217. De commandant was betrokken was bij de moord op keizer Caracalla en de troonsbestijging van Macrinus.

In de winter van 217/218 verbleef II Parthica in Apameia in Syrië, waar het de zijde koos van weer een nieuwe pretendent: Caracalla’s familielid Bassianus, beter bekend als keizer Heliogabalus, die op dat moment al de steun had van III Gallica. Na de troonsbestijging van Heliogabalus kreeg het legioen de bijnaam Pia Fidelis Felix Aeterna (“eeuwig trouw, loyaal en gelukkig”). Het is denkbaar dat de soldaten die tijdens de actie waren gesneuveld, als groep zijn begraven. De grafstenen stonden in Apameia op een veldje te wachten op een officiële publicatie, die er bij mijn weten nooit meer is gekomen. Of ze er nog staan, nu Apameia systematisch is geplunderd, weet ik niet, maar kijk wel even hier en daar.

In elk geval keerde II Parthica samen met Heliogabalus terug naar Rome (218/219). Het kan wel elf jaar uit Italië zijn weggeweest, als het legioen inderdaad deelgenomen heeft aan de campagnes in Schotland, tegen de Alamannen en tegen de Parthen.

Grafschrift uit Worms (Andreasstift)

Opnieuw op mars

In 231 vertrok keizer Severus Alexander naar het oosten om te strijden tegen een nieuwe vijand: de Sassanidische Perzen, die inmiddels de Parthen hadden vervangen. Opnieuw had II Parthica zijn winterverblijf in Apameia. De veldtocht verliep in zoverre succesvol dat de Perzische expansie een halt werd toegeroepen. Misschien behoren de hierboven genoemde grafstenen uit Apameia bij deze gevechten.

Vervolgens marcheerde Severus Alexander via de Balkan en langs de Donau naar het Rijnland, waar II Parthica opnieuw een rol speelde in een oorlog tegen de Alamannen. De soldaten waren aanwezig in Mainz toen Severus Alexander werd vermoord (235). Later steunden ze zijn opvolger Maximinus, die de Germaanse oorlog succesvol afrondde.

In de daaropvolgende jaren vocht II Parthica met Maximinus tegen de Sarmaten in wat nu Hongarije is, en nam het deel aan zijn campagne in Italië, waar de Senaat in opstand was gekomen. De senatoren hadden twee nieuwe keizers gekozen, Pupienus en Balbinus, en Maximinus was gedwongen op Rome te marcheren. De soldaten van II Parthica wisten echter dat hun familieleden als gijzelaars dienden en hadden weinig zin in deze oorlog. Ze doodden Maximinus dus in Aquileia. Daarna marcheerden ze naar Rome terug, waar inmiddels Gordianus III aan de macht was gekomen. Het legioen was zeven jaar weggeweest.

Het bleef niet lang in Italië. De begraafplaats op de Albaanse Berg bevat geen grafstenen die jonger zijn dan de regering van Gordianus. De volgende dateerbare inscriptie is de grafsteen van een standaarddrager, Felsonius Verus, gevonden in (alweer) Apameia. Diens grafschrift noemt zijn eenheid II Parthica Gordiana, wat bewijst dat het Tweede bij Gordianus was tijdens zijn Perzische Oorlog (242-244).

In februari 249 was het legioen weer in Italië, hoewel niet per se op de Albaanse Berg. In de tussentijd heeft het misschien deelgenomen aan de oorlog tegen de Carpi van Philippus Arabs. In de tweede helft van 249 streed II Parthica voor deze keizer tegen diens rivaal Decius, maar werd het verslagen bij hetzij Verona in Noord-Italië, hetzij Beroea in Macedonië.

Inscriptie van een soldaat van II Parhica (Capitolijnse Musea, Rome)

Latere veldtochten

Inscripties bewijzen dat II Parthica zich gedurende de volgende halve eeuw in allerlei delen van het imperium bevond, maar het is moeilijk de volgorde van de diverse campagnes vast te stellen. Zeker is dat het Tweede Parthische Legioen in het rond 260 uitgebroken conflict tussen de keizers Gallienus (in Italië) en Postumus (in Gallië) eerstgenoemde steunde, waarvoor het werd beloond met bijnamen als Pia V Fidelis V (“vijfmaal trouw en loyaal”), Pia VI Fidelis VI en ten slotte Pia VII Fidelis VII.

Omdat Gallië tot 274 onafhankelijk was, kan een in Bordeaux gevonden inscriptie met vermelding van II Parthica daar pas in het laatste kwart van de derde eeuw zijn achtergelaten. Een inscriptie uit Arabia Petraea behoort mogelijk tot Aurelianus’ campagnes tegen keizerin Zenobia van Palmyra, dus ruwweg 272-273. Andere inscripties zijn te vinden in Thracië, Numidië en Cilicië. Zoals gezegd: ondateerbaar.

Het Tweede Parthische Legioen bevond zich aan het begin van de vierde eeuw in Italië en is vrijwel zeker ontbonden door Constantijn de Grote. Na zijn overwinning bij de Milvische Brug (oktober 312) reorganiseerde hij namelijk het stedelijk garnizoen. In elk geval wordt niet meer vermeld in onze bronnen of op inscripties.

Hoewel – er is een uitzondering. Rond 400 was een legioen met dezelfde naam, samen met II Armeniaca en II Flavia, gelegerd in Bezabde aan de Tigris, het huidige Cizre. Deze eenheid moet teruggaan op een verzelfstandigde onderafdeling, maar het kan ook een afsplitsing zijn van het in de buurt gelegerde I Parthica. In elk geval kon deze eenheid de verovering van Bezabde door de Perzen in 360 niet voorkomen, waarna II Parthica definitief verdwijnt.

#Alamannen #AlbaanseBerg #Apameia #Aquileia #Aurelianus #Balbinus #Bezabde #Bordeaux #Caracalla #Cizre #ConstantijnDeGrote #CrisisVanDeDerdeEeuw #Decius #FelsoniusVerus #Gallienus #GallischeRijk #GordianusIII #Heliogabalus #IParthica #IIArmeniaca #IIFlavia #IIParthica #IITraianaFortis #IIIGallica #inscriptie #legioen #Macrinus #Mainz #MaximinusThrax #Palmyra #ParthischeRijk #PhilippusArabs #Postumus #PraetoriaanseGarde #Pupienus #RomeinsLeger #SeptimiusSeverus #SeverusAlexander #VMacedonica #Worms #Zenobia

De belegering van Apameia

Bij de belegering van Apameia waren ook Arabische ruiters actief (Louvre, Parijs)

Als ik schrijf dat het was tegen het einde van het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden (december 46 v.Chr. dus), dan concludeert u dat u weer een blogje te lezen krijgt in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over Caesar.

In een eerder stukje gaf ik aan dat Caesar de gouverneur van Cilicië, Quintus Cornificius, opdracht had gegeven de orde te herstellen in Syrië. Daar erkende Quintus Caecilius Bassus het gezag van Caesar niet. Hij had Caesars verwant Sextus Julius Caesar uit de weg laten ruimen en zelf de macht gegrepen. Bassus voorzag zichzelf van een officiële titel en verschanste zich in Apameia, waar hij beschikte over een goed verdedigbare citadel en geld. Daarmee begon hij een leger op te bouwen.

Dio’s verslag

Uit de Romeinse Geschiedenis van Cassius Dio weten we hoe het verder ging. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver geeft weliswaar geen datering van de gebeurtenissen, maar gelukkig beschikken we ook over een brief van Cicero waarin de Romeinse politicus vertelt te beschikken over een in december 46 v.Chr. geschreven brief van Gaius Antistius Vetus.noot Cicero, Aan Atticus 14.9. Die rapporteert wat er bij Apameia was gebeurd. Zo kunnen wij Dio’s verslag dateren. (Over de genoemde Alchaudonios blogde ik eerder.)

Caecilius Bassus ronselde iedereen die daar qua leeftijd voor in aanmerking kwam, vrijen én slaven, bracht geld bij elkaar en vulde zijn wapenvoorraad aan. Maar terwijl hij daarmee bezig was, probeerde Gaius Antistius hem in Apameia in te sluiten en te belegeren. Dat liep uit op een gevecht dat gelijk opging.

Toen bleek dat geen van tweeën een duidelijk voordeel wist te bereiken, staakten ze de strijd. … Ze wachtten allebei op versterkingen. Antistius kreeg er soldaten bij uit de streek zelf, die pro-Caesar waren, én soldaten uit Rome, gestuurd door Caesar, terwijl Bassus hulp kreeg van Alchaudonios van Arabië … Beide partijen hadden zijn hulp ingeroepen. Alchaudonios koos positie tussen Apameia en het legerkamp, gaf nog geen antwoord maar wilde eerst weten wat men hem te bieden had. Bassus, die meer bood dan Antistius, won het pleit.

In het daaropvolgende gevecht bleek Bassus verreweg de sterkste, vooral door zijn boogschutters. Zelfs de Parthen kwamen opdagen, opgeroepen door Bassus, maar omdat de winter inviel bleven die niet al te lang bij hem; ze hadden zodoende nauwelijks invloed op de afloop.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 47.27; vert. Gé de Vries.

De muren van de citadel van Apameia

Cicero’s correspondentie

Tot zover Dio. In zijn verslag aan Cicero schrijft Antistius Vetus dat het juist de Parthen waren die de zaak beslisten. Hun commandant was prins Pakur geweest en diens interventie was een van de redenen waarom Caesar niet veel later de Parthen wilde aanvallen. We zullen Antistius Vetus maar vergeven dat hij niet vertelde dat hij zich vooral in de nesten had gewerkt door een potentiële Arabische bondgenoot onvoldoende te bieden.

Ik heb niet kunnen achterhalen waarom uiteindelijk Gaius Antistius Vetus en niet Quintus Cornificius aan het hoofd stond van Caesars interventiemacht. Cicero vertelt wel dat Cornificius in de zomer van 45 v.Chr. naar Italië terugkeerde en zich “beklaagde” over het simpele huis dat Cicero hem ter beschikking had gesteld. Cicero “bestrafte” hem voor de belediging aan het adres van zijn villa door hem uit te nodigen in een van zijn andere landhuizen. De brief toont dat er, ondanks de ongemakkelijke rust in Rome, nog alle ruimte was voor speelsheid.noot Cicero, Brieven an vrienden 12.20.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Alchaudonios #Apameia #belegering #CassiusDio #Cicero #GaiusAntistiusVetus #JuliusCaesar #PakurI #QuintusCaeciliusBassus #QuintusCornificius #Syrië #TweedeBurgeroorlog