Paus Leo I en Attila de Hun (3)

Leo I (Archeologisch Museum, Sofia)

[Laatste van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Attila in Italië

Attila’s invasie van Italië bood hem wat hij nodig had: enerzijds goud om de leiders van de volken in zijn superfederatie tevreden te houden, anderzijds een duidelijk succes dat bewees dat nomadisme superieur was aan een boerenbestaan en dat de Hunnen superieur waren aan de andere volken in zijn coalitie. De eerste stad die viel, was Aquileia, dat de Hunnen grondig plunderden. Altinum, Padua, Vicenza, Verona en Bergamo volgden; de keizerlijke residentie Milaan vormde de kroon op het werk.

De route is interessant, want ze toont dat Attila zo dicht mogelijk bij de Alpen bleef en de vlakte van de Po vermeed. Evengoed kampten zijn soldaten met ziektes, en dat was vermoedelijk malaria. Bovendien was er gebrek aan voedingsmiddelen: ik noemde al dat misoogsten zijn gedocumenteerd in zowel Centraal-Europa als Italië. Nadat ook Pavia was geplunderd, kwam het bericht dat een door de oostelijke keizer Marcianus uitgestuurd leger inmiddels oprukte naar de Midden-Donau. Daar lag de poesta die de Hunnen beschouwden als thuisbasis. Aangezien Attila zijn vermoedelijke doelen had bereikt, kon hij beginnen aan de terugtocht. Een opmars naar Rome heeft hij, voor zover we kunnen reconstrueren, nooit overwogen.

Bij de rivier de Mincio, waardoor het water van het Gardameer naar Mantua en de Po stroomt, stuitte hij op een gezantschap dat de westelijke keizer Valentinianus III vanuit Ravenna naar hem had gestuurd. Hierbij was – ik kom nu bij het antwoord op de vraag die de aanleiding was tot deze drie blogjes – ook paus Leo I aanwezig.

Attila en Leo

Prosper Tiro, Leo’s secretaris, biedt een sober verslag, mogelijk een ooggetuigenverslag.

Van de diverse plannen die werden gemaakt om de vijand het hoofd te bieden, leek geen enkel aan de keizer, de Senaat en het Volk van Rome beter uitvoerbaar dan het zenden van gezanten om die bandeloze koning te smeken om vrede. Onze hooggeprezen paus Leo, die vertrouwde op de hulp van God, die de rechtvaardigen in hun beproevingen immers nooit in de steek laat, nam deze taak op zich. Hij was in het gezelschap van oud-consul Avienus en prefect Trygetius, en de uitkomst was zoals zijn geloof had voorzien. Toen de koning het gezantschap had ontvangen, was hij namelijk zó onder de indruk van de aanwezigheid van de hogepriester, dat hij zijn leger beval de strijd te staken, vrede toezegde en zich terugtrok over de Donau.noot Prosper Tiro, Kroniek, jaar 452.

Het enige dat hieraan opmerkelijk is, is dat Valentinianus zich niet bediende van de bisschop van Milaan, die een politieke rol had, of van zijn bisschop in Ravenna, maar zijn toevlucht nam tot de bisschop van Rome: ver weg en tot dan toe geen politiek figuur. Uit Leo’s eigen correspondentie weten we dat is gesproken over het uitwisselen van gevangenen. Het antwoord op de vraag “zou jij eens een blogpost kunnen wijden aan hoe paus Leo I nu eigenlijk de Hunnen wist tegen te houden?” is dus “dat deed ’ie helemaal niet!”, want Attila was al op de terugweg.

We weten misschien nog iets over de topconferentie bij Mantua. Een eeuw na de gebeurtenissen weet de chroniqueur Jordanes namelijk dat Attila eiste dat én Honoria én het hem rechtmatig toekomende deel van de keizerlijke goederen zouden worden overgedragen.noot Jordanes, Oorsprong en geschiedenis van de Goten 523-524. Als dit waar is, heeft Attila zijn claim op (delen van) het Romeinse Rijk niet opgegeven en was de situatie op dat moment veel minder eenduidig dan je weleens zou denken.

Zadel van een Hun (Palais Rohan, Straatsburg)

De legende

Leo’s bezoek aan het terugtrekkende leger van Attila kreeg echter legendarische proporties. Hier is wat Paulus de Diaken er in de achtste eeuw van maakt:

Men zegt dat Attila’s mensen na Leo’s vertrek aan hem vroegen waarom hij, anders dan hij gewoon was, zoveel eerbied had betoond aan de bisschop van Rome en vrijwel alle verzoeken had ingewilligd. De koning antwoordde dat hij geen eerbied had betoond aan de sterveling die hij had gezien, maar dat naast hem een andere eerbiedwaardige man in priesterdracht was verschenen, een rijzige grijsaard met een getrokken zwaard, die hem met een afschuwelijke dood bedreigde.noot Paulus de Diaken, Romeinse geschiedenis 14.12.

Paulus verwijst naar een eerdere bron (“men zegt”), en helemaal onmogelijk is het niet dat Attila zijn hovelingen iets langs deze lijnen heeft verteld. Veel steppevolken kennen één oppergod, de hemelgod Tengri, en het is niet ondenkbaar dat Valentinianus’ gezanten Attila hebben geattendeerd op het feit dat christenen ook één god hebben. Hoe dat ook zij: latere auteurs herkenden in de man met het zwaard de apostel Paulus, en voegden er, omdat Leo nou eenmaal uit Rome kwam en gold als opvolger van Petrus, nog maar eens een tweede grijsaard aan toe. Een later heiligenleven maakt het helemaal bont:

Terwijl Leo dit zei, keek Attila, diep in gedachten verzonken en zwijgend, naar Leo’s eerbiedwaardige gewaad en uiterlijk. En zie, plotseling verschenen de apostelen Petrus en Paulus, gekleed als bisschoppen, naast Leo, de een aan zijn rechterhand, de ander aan zijn linkerhand. Ze hielden zwaarden opgeheven boven hun hoofd en dreigden Attila met de dood indien hij Leo’s bevel niet zou gehoorzamen. Daardoor werd Attila, die als een dolleman tekeer was gegaan, gestild.

Hunnendiadeem (Neues Museum, Berlijn)

De Nibelungen

Als, zoals Jordanes suggereert, de uitlevering van Honoria en de overdracht van enkele gebieden de prijs was geweest voor Attila’s aftocht, hadden Honoria en het Romeinse Rijk het geluk dat Attila eerder overleed. Er kwam wél een bruiloft – maar niet met de zus van Valentinianus III. Attila trouwde met een zekere Hildico, en overleed in de huwelijksnacht.

De naam Hildico is Germaans, “kleine beschermer”, en we kennen een Germaanse koningin die met Attila trouwde: de Bourgondische Kriemhild uit het Nibelungenlied. Uiteraard staat niet vast dat Hildico Bourgondisch was, uiteraard is er tussen de vijfde en de twaalfde eeuw allerlei verdichting geweest en uiteraard is de enige overeenkomstig het element hild. Maar het is niet helemáál uitgesloten dat het personage van Kriemhild teruggaat op Hildico, en evenmin is uitgesloten dat Attila in zijn laatste maanden een huwelijksalliantie heeft gesloten met de Bourgondiërs en territoriale aanspraken heeft behouden op althans een deel van Gallië.

Overigens mis ik Attila the Stockbroker.

#Aquileia #Attila #Donau #Honoria #Hunnen #Ildico #Jordanes #Kriemhild #malaria #Marcianus #Milaan #Nibelungenlied #nomadisme #Paulus #PaulusDeDiaken #PausLeoI #Petrus #ProsperTiro #Ravenna #superfederatie #Tengri #ValentinianusIII #zwaard

Paus Leo I en Attila de Hun (2)

Honoria (Bode-Museum, Berlijn)

[Tweede van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Honoria

Het Romeinse Rijk had twee regeringen: een oostelijke in Constantinopel en een westelijke in Ravenna. In 449 regeerde in die stad Valentinianus III. Zijn zus Honoria was de dertig al gepasseerd en nog ongetrouwd. Dat had een zekere logica, want een zwager zou Valentinianus’ troon kunnen bedreigen. De oplossing was dat Honoria werd uitgehuwelijkt aan een heer die weliswaar van stand en van onbesproken gedrag was, maar politiek gevaarloos: Bassus Herculanus, “vermoedelijk een ouder iemand”, in de woorden van Adrian Goldsworthy, “en vast en zeker een doodsaaie man”.

Dat was niet naar Honoria’s zin en ze besloot zelf op zoek te gaan naar een man: Attila. Haar moeder, Galla Placidia, had ook een “barbaarse” echtgenoot gehad, dus een novum was dit niet. Honoria’s huwelijksaanzoek kwam precies op het moment waarop Attila overwoog zijn beleid aan te passen, en hij zal hebben gedacht dat als de grens tussen Romeins en Huns dan toch moest vervagen, een huwelijk met iemand uit het keizerlijk huis wel de allermakkelijkste manier was. Bescheiden vroeg hij bij wijze van bruidsschat om de helft van de gebieden waarover zijn aanstaande zwager de scepter zwaaide.

Om voor de hand liggende redenen verbood Valentinianus het huwelijk. Maar Honoria had Attila het voorwendsel gegeven dat hij nodig had. Of beter: moderne historici noemen het een voorwendsel, maar eerlijk gezegd sluit ik niet uit dat Attila werkelijk van zins was de twee politieke eenheden te verenigen. Zou hij met Honoria trouwen, dan zou hij het westelijke hof kunnen overnemen zo snel Valentinianus overleed, en kon hij aanspraken gaan stellen op de oostelijke gebieden als ook de kinderloze keizer Theodosius II overleed. Hoe groot de regering in Constantinopel dit risico inschatte, blijkt wel uit de snelheid waarmee Theodosius’ zus na diens dood in 450 trouwde met Marcianus.

Oorlog

In 451 stak Attila de Rijn over. Wat zijn doel was, weten we niet. Zoals zo vaak in de antieke krijgsgeschiedenis moeten we de doelen afleiden uit wat gebeurde, en weten we niet of de feitelijke operatie ook de beoogde operatie was. Feit is: Attila negeerde de Balkan, waar de nieuwe keizer Marcianus een te gevaarlijke tegenstander was, en viel in plaats daarvan Gallië binnen. Het staat vast dat het westelijke hof kampte met grote financiële problemen sinds in 439 Karthago in handen van de Vandalen was gevallen, en Valentinianus kon vanuit Italië geen troepen sturen. Attila had een slachtoffer uitgezocht dat klaarstond voor de slacht.

De Catalaunische Velden

Het Hunse leger was immens, maar wat Attila ermee wilde bereiken, is dus onduidelijk. Wilde hij het gebied bezetten? Wilde hij vooral – zoals de Hunnen zo vaak deden – eens flink plunderen omdat hij goud nodig had om zijn volgelingen te belonen? Wilde hij laten zien overal te kunnen toeslaan waar hij wilde? Was zijn meute, in deze tijd van hongersnood, gedwongen op zoek naar graan? Of wilde Attila vooral de duimschroeven aandraaien om alsnog het huwelijk met Honoria af te dwingen? We weten het niet. We weten alleen dat hij kostbare tijd verloor met de belegering van Orléans, en vervolgens door voedselgebrek was gedwongen terug te keren. Op de terugweg versloeg de Romeinse generaal Aetius, aan het hoofd van inderhaast samengesteld leger van vooral soldaten uit Gallië, de Hunnen op de Catalaunische Velden, ergens halverwege Châlons en Troyes.

In de winter van 451/452 viel Attila Thracië nog eens binnen, maar keizer Marcianus dreef de Hunnen terug. In het volgende jaar besloot Attila dus Italië binnen te vallen. Hij lijkt dringend een succes nodig te hebben gehad, want hij moest zijn superfederatie bij elkaar houden.

[Wordt vervolgd]

#AdrianGoldsworthy #Aetius #Attila #CatalaunischeVelden #Constantinopel #GallaPlacidia #Honoria #Hunnen #krijgsgeschiedenis #Marcianus #Orléans #Ravenna #superfederatie #TheodosiusII #ValentinianusIII

Paus Leo I en Attila de Hun (1)

Hunnendiadeem (National Museum, Boedapest)

U vraagt: “zou jij eens een blogpost kunnen wijden aan hoe paus Leo I nu eigenlijk de Hunnen wist tegen te houden?”

Wij antwoorden: “maar dat deed ’ie helemaal niet!” Het uitgebreidere antwoord is natuurlijk interessanter. Daarvoor moeten we eerst kijken wat Attila en de Hunnen überhaupt in Italië kwamen doen. En dat veronderstelt dan weer dat we bekijken wie die Hunnen eigenlijk waren.

Superfederatie

De Hunnen vormden een zogeheten superfederatie, waarover ik al eens eerder blogde: groepen merendeels nomadische volken die zich verzamelden onder een charismatische vorst (zoals Djengis Khan of Timoer Lenk) en onder zijn leiding successen boekten, maar weer uiteengingen als de successen ten einde kwamen. De geschiedenis van Centraal-Eurazië is te lezen als een proces van enerzijds clustering, desintegratie en herclustering en anderzijds (omdat de steppe naar het westen toe geschikter zijn voor veeteelt) een voortdurende westwaartse beweging. Omdat de volken die deel uitmaakten van zo’n nomadische cluster zelf veelal ook federaties waren, noemen we zo’n federatie van federaties een superfederatie.

Als we het hebben over de Hunnen, waren zij slechts één nomadisch volk binnen een meertalige coalitie waarvan ook Gotische, Gepidische, Skirische, Thuringse en Herulische groepen deel uitmaakten. Zij konden van huis uit nomaden zijn of boeren. Kortom: een moeilijk te grijpen en te begrijpen geheel. Wat we wél begrijpen: wie met de Hunse superfederatie te maken kreeg, had een probleem. In de eerste helft van de vijfde eeuw waren ze, net als de Avaren en de Mongolen, erg agressief en neutraliteit was onmogelijk. Omdat ze zo talrijk waren, waren ze bovendien vrijwel onverslaanbaar, zodat je maar twee opties had: vluchten en hopen dat je het Romeinse Rijk binnen mocht, of accepteren dat je werd opgeslokt. Resistance is futile. You will be assimilated.

Dit had, vanuit Huns perspectief, een simpel gevolg: er waren maar twee politieke eenheden, namelijk de Hunnen en de Romeinen. Niet alleen neutraliteit was onmogelijk, er was ook geen overlap. Nog een andere constante: de charismatische hoogste leider moest andere leiders tevreden houden met goud. Dat de Romein voor de Hunnen “de ander” was, wilde dan ook niet zeggen dat er geen handel mogelijk was. En als het goud niet vrijwillig werd afgestaan, kwamen de Hunnen het wel halen.

Attila in de problemen

Zoals wel meer Centraal-Euraziatische superfederaties hadden ook de Hunnen een dubbel koningschap, en in 434 traden Attila en Bleda aan. Ze zetten het gebruikelijke beleid voort: nu eens bedreigden ze het oostelijke Balkanschiereiland, en was daar de goudaanvoer eenmaal geregeld, dan trokken ze richting Perzië, en vervolgens was het westelijke Balkanschiereiland aan de beurt. In 447 overleed Bleda en vanaf dat moment regeerde Attila alleen.

Hij zag zich geplaatst voor een serieus probleem: steeds meer volken waren onderworpen, steeds meer daarvan waren sedentair, en dat betekende dat het aandeel boeren in de coalitie steeds groter werd. Anders gezegd, de Hunse kerngroep met zijn nomadische levenswijze werd relatief kleiner. Dat moet hebben geleid tot spanningen. Een volgend probleem was dat er eigenlijk niet zo veel meer te onderwerpen overbleef – afgezien dan van het bezetten van delen van het Romeinse Rijk, maar dat betekende dat de verhouding tussen de boeren en nomaden nog ongunstiger uitpakte voor de Hunse kerngroep. Derde probleem: in de zomer van 450 overleed in Constantinopel keizer Theodosius II en trad een nieuwe keizer aan, Marcianus. Die was uit een ander hout gesneden dan zijn voorganger, en Attila wist dat deze man gevaarlijk competent was. De Balkan plunderen zou lastiger worden, als er überhaupt nog iets te halen viel. Een paar jaar geleden is een vierde probleem geïdentificeerd: uit dendroklimatologisch onderzoek blijkt dat in Centraal-Europa enkele jaren achter elkaar de oogsten mislukten. Dat de oogsten in Italië slecht waren, was al bekend.

Marcianus (Bode-Museum, Berlijn)

Hoe deze problemen Attila’s besluitvorming bepaalden, weten we niet, maar in 450 veranderde hij het beleid. Hij besloot tot een invasie van het Romeinse Rijk. Niet om te plunderen, al draaide het daar uiteindelijk wel op uit, maar om het te behouden. Anders gezegd: er zou een overlap ontstaan tussen de twee politieke eenheden en de verhouding tussen nomaden en boeren zou voor de Hunse kern nog ongunstiger worden. Dit was een ingrijpende beleidswijziging, die aan Attila’s hof ongetwijfeld heeft geleid tot kritiek. De koning riskeerde het uiteenvallen van de superfederatie als hij de leiders van de diverse groepen niet heel goed zou kunnen belonen. Attila wist echter wat hij deed. Een fors deel van het Romeinse Rijk kwam hem namelijk rechtens toe.

Honoria op.

[Wordt vervolgd]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Mozes van Kreta

oktober 27, 2019
Kwakgeschiedenis: Tom Holland

maart 9, 2012
De Late Oudheid (1)

oktober 5, 2022 Deel dit: #Attila #dendroklimatologie #Gepiden #Goten #Hunnen #nomadisme #PausLeoI #superfederatie #TheodosiusII #Thuringers

De Maronitische Wereldkroniek (2) Arcadius

Arcadius (Valkhofmuseum, Nijmegen)

[Dit is het tweede van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

706 SE. ≡ okt. 394/sept. 395

…… terwijl de keizer [Theodosius] met het Romeinse leger in de westelijke gebieden was en Eugenius zich … (?).

In de oostelijke gebieden van het Romeinse Rijk veroorzaakten de Hunnen onrust en staken … en Sofene en Mesopotamië over, waarna ze naar Galatië trokken. Deze ramp vond plaats in … in de tijd van Theodosius in zijn tweede regeringsjaar, dat was het jaar 706.

Theodosius regeerde zeventien jaar en enkele maanden, waarna de regering werd overgenomen door zijn zonen Arcadius en Honorius.

Commentaar
In september 394 had Theodosius I zijn rivaal Eugenius aan de rivier de Frigidus verslagen; met het leger bevond hij zich in Milaan. Daar overleed hij begin januari 395, na een regering van zeventien jaar minus twee dagen. Desondanks klopt de bewering dat hij zeventien jaar en enige maanden regeerde, want de samensteller neemt als Theodosius’ eerste jaar het hele jaar waarin zijn regeringsbegin viel, d.w.z. de periode van 1 oktober 377 tot en met 30 september 378. Zijn zeventiende jaar loopt dus tot en met 30 september 394, en daar voegde Theodosius dus nog wat maanden aan toe.

Ik vermoed dat de keizer wiens tweede regeringsjaar het was, feitelijk Honorius was. De leiders van de Hunse invasie van Anatolië waren Basich en Kursich.

693 SE. ≡ okt. 381/sept. 382

Arcadius regeerde sinds het jaar 693 en regeerde dertien jaar samen met zijn vader, waarna hij na de dood van zijn vader alleen regeerde. Zelf bestuurde hij het oosten en zijn broer het westen.
………
Tijdens het bewind van Arcadius was het bisdom van Johannes …… Ook Theodosius, de bisschop van …, daarna was er een bisschop ……
………
Toen Arcadius acht jaar na zijn vader had geregeerd, besteeg ook zijn zoon Theodosius II de troon. Hij was nog een kleine jongen …… Honorius was nog in leven en regeerde nog in de westelijke gebieden. Honorius regeerde achtentwintig jaar.

Commentaar
De keizer die achtentwintig jaar regeerde, kan alleen Arcadius zijn. De slecht bewaarde kerkelijke informatie zou kunnen verwijzen naar Johannes Chrysostomos, de patriarch van Constantinopel, en naar Theodotus van Antiochië, de patriarch van Antiochië.

[Wordt vervolgd]

#AdrianPirtea #AlexHourani #Arcadius #bronnenuitgave #Eugenius #Honorius #Hunnen #JohannesChrysostomos #MaronitischeWereldkroniek #TheodosiusI

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Theodosius tussen zijn medekeizers Valentinianus II en Arcadius (meer; Archeologisch Museum, Mérida)

Feit is: een grote groep migranten zonder land stond nu in een imperium zonder leger. Valens’ opvolger Theodosius nam de migranten dus maar in dienst. Onder leiding van Alarik speelde dit leger, dat wel wordt aangeduid als de Visigoten (“wijze Goten”), nog een belangrijke rol bij de verdediging van Syrië en de campagne waarmee Theodosius zijn gezag uitbreidde naar de westelijke provincies. Het leger zou in 410 Rome plunderen en uiteindelijk dienen als strategische reserve voor Gallië.

De Hunnen

Ik noemde de Hunnen. In het eerste derde van de vijfde eeuw dienden ze als Romeinse bondgenoten en kregen ze het recht zich te vestigen aan de Midden-Donau. Zeg maar in Hongarije. Van bondgenoten werden het echter vijanden, die bijvoorbeeld Belgrado en Viminacium plunderden, en over de Via Diagonalis dwars door Thracië oprukten naar Constantinopel. Keizer Theodosius II, die zijn graanleverancier tot elke prijs moest behouden, kocht de Hunnen in 443 af, maar in 447 waren ze terug in Thracië en in 449 stemde de keizer in met nieuwe afkoopsommen. Nu wendde de Hunse leider Attila zich naar het westen, waar hij op de Catalaunische Velden werd verslagen door een coalitie van Visigoten, Franken en anderen.

De schrik zat er goed in en de keizers in Constantinopel versterkten de grens. Achter de reeks forten langs de Beneden-Donau kwam een tweede linie, die liep door het Balkangebergte. Om de kustweg langs de Zwarte Zee te verdedigen, werd bijvoorbeeld een muur gebouwd die zich vijftig kilometer landinwaarts uitstrekte, zodat een omtrekkende beweging niet mogelijk was.

Resten van een Byzantijnse kerk in Nesebar

Keizer Anastasius (r.491-518) zou in 503 een soortgelijke muur bouwen over het schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara, zeventig kilometer ten westen van Constantinopel. Later zou keizer Justinianus (r. 527-565) allerlei steden voorzien van stadsmuren; de geschiedschrijver Prokopios wijdde er niet minder dan vijf boekrollen aan, De bouwwerken. Een flink deel van de vierde boekrol gaat over het diocees Thracië.

Volksverhuizingen, deel twee

Alle versterkingen mochten niet baten toen de Avaren aankwamen. Ik heb vaker over hen geschreven. Ze arriveerden rond 563 vanuit het verre oosten – hiervoor is inmiddels DNA-bewijs – en ze waren extreem succesvol. In 582 namen ze de belangrijke stad Sirmium in, even ten noorden van Belgrado, en ze vestigden een machtige staat in Midden-Europa, die enorme schattingen eiste van de buurvolken. We weten er weinig van, aangezien ze ongeletterd waren en dus niet zelf schreven; archeologisch zijn ze moeilijk te vinden, omdat de bestaande Centraal-Europese volken hun levenswijze konden voortzetten. Goudschatten als de Sânnicolau Mare-schat bewijzen echter dat de keizers in Constantinopel fors betaalden.

Het voornaamste gevolg van deze invasie was dat er geen landweg vanuit Constantinopel en Thracië naar de westelijke gebieden was: Oost- en West-Europa, al gescheiden door de Griekse en Latijnse taal, gingen verder uit elkaar. Later zou ook het christendom in tweeën uiteenvallen.

Het paleis van een Slavische bestuurder in Silistra

De Avaren dreven de Byzantijnen, zoals we de bewoners van de Oost-Romeinse rompstaat gewoonlijk noemen, terug naar de Thracische havensteden, zoals Varna en Nesebar in het oosten en Thessaloniki in het zuiden. De gebieden buiten het keizerlijke gezag zijn niet zo goed bekend, maar we lezen steeds vaker over Slavische soldaten die als infanterie meetrekken met de Avaarse cavalerie. We lezen ook over de eerste Bulgaren. Het gaat in alle gevallen om een gemengde bevolking, waarin de oude Romeinen en verschillende groepen migranten samenkwamen. Hoe groot die groepen migranten waren, is niet te zeggen, maar de etnische kaart werd in de zevende eeuw opnieuw getekend.

Ik ga afronden met een laatste constatering: door de opkomst van de islam, ook in de zevende eeuw, verloor het Byzantijnse Rijk Egypte. Voortaan was Thracië een nóg belangrijkere leverancier, en het keizerlijk beleid was dan ook gericht op de herovering van de verloren gebieden.

#Alarik #AnastasiusI #Attila #Avaren #Balkangebergte #Bulgaren #CatalaunischeVelden #Constantinopel #Goten #GroteVolksverhuizingen #Hunnen #Justinianus #Nesebar #Prokopios #SânnicolauMareSchat #Sirmium #slagBijAdrianopel #Tervingi #TheodosiusI #TheodosiusII #Thracië #Valens #ViaDiagonalis #Visigoten

De Europese canon (1-5)

Tijdens keizer Septimius Severus, wiens ereboog u hier ziet, bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang

Een tijdje geleden stelde ik een Europese historische canon voor van tweeënveertig vensters en nodigde ik u uit toevoegingen te doen en verbeteringen te suggereren. Tussen vandaag en de Europese verkiezingen van 6 juni zal ik in elf blogjes de uitkomst aan u presenteren: steeds vijf vensters en daarnaast een stukje waarin ik de keuzes verantwoord. Bedenk wel: een canon een didactisch hulpmiddel, geen in steen gehouwen waarheid. Een canon heeft meer te doen met wetenschapscommunicatie dan met wetenschap. Wie liever een canon van de geschiedwetenschap leest, vindt die hier.

Ter zake nu.

Het Romeinse Rijk

Periode: Tot de zesde eeuw / tot 1453

In het krachtige en welvarende Romeinse Rijk, dat rond 202 na Chr. zijn grootste omvang bereikte, woonde ongeveer een derde van de wereldbevolking. Hoe vitaal de toenmalige cultuur was blijkt wel uit het feit dat het imperium bleef bestaan tot 1453 (later meer) terwijl de voornaamste Romeinse talen – het Grieks, het Latijn en het Aramees – nog springlevend zijn.

De voornaamste erfenis, en de reden waarom de Romeinen deel uitmaken van de Europese canon, is echter een andere: bescheidenheid. De Romeinen hadden er geen enkele moeite mee te erkennen dat ze hadden geleerd van andere beschavingen. Ze erkenden het wezenlijk andere. Die bescheidenheid gaven ze door aan het middeleeuwse christendom, dat erkende te staan op de schouders van reuzen, aan de Renaissance en aan het latere Europa. Met een woord van Rémi Brague is bescheidenheid Europa’s “Romeinse weg”.

De kerstening, gesymboliseerd door de doop (Ravenna)

De kerstening

Periode: 96-1000

Het christendom ontstond als joodse sekte, raakte van de andere joden afgesplitst, deed Grieks-Romeinse filosofische bagage op, werd van tijd tot tijd en van stad tot stad vervolgd, tot de keizers Licinius en Constantijn het begin vierde eeuw erkenden als toegestane godsdienst. Tegen het einde van die eeuw was de Romeinse elite, die wist uit welke hoek de wind waaide, overgegaan tot het christendom en langzaam verspreidde het geloof zich.

In de vijfde eeuw begon missionering buiten het Romeinse Rijk (Saint Patrick, Ierland), de post-Romeinse elite werkte samen met de kerk (Clovis, Gallië) en later namen de vorsten in de noordelijke en oostelijke periferie het geloof aan (Harald I van Denemarken rond 965, Vladimir I van Kyjiv 988, Stefanus I van Hongarije 1000).

Goudschat van de Avaren (Nationaal Museum, Boedapest)

De Avaren

Periode: 560-803

Alternatief: de Hunnen (433-469)

Al in de IJzertijd bestond er een geleidelijke migratie van nomadische veetelers vanuit het droge Manchurije en Mongolië over de Altai naar de vochtigere steppe van het huidige Oekraïne. De migrerende groepen zijn bekend onder allerlei namen: Kimmeriërs, Skythen, Sarmaten. Steeds als het klimaat verslechterde, kwamen migranten westwaarts. De golf die in de late vijfde eeuw kwam opzetten diende zich aan als de Hunnen en later als de Avaren.

De meeste van deze groepen desintegreerden al snel, maar het rijk van de Avaren bleef een kwart millennium bestaan. Hun aanwezigheid blokkeerde de landweg tussen het oostelijk en westelijk deel van de Laat-Romeinse wereld. West-Europa raakte gescheiden van het Byzantijnse Rijk.

Inscriptie over waterwerken in Córdoba (Archeologisch museum, Córdoba)

Het emiraat van Córdoba

Periode: 711-1039

De Arabische veroveringen begonnen rond 630 en al begin achtste eeuw viel het post-Romeinse Rijk van Toledo. Niet veel later staken de Arabieren de Pyreneeën over, waar ze een ander post-Romeins rijk, dat van de Merovingen, destabiliseerden. De Merovingische generaal Karel Martel versloeg een Arabisch leger bij Poitiers (732), wat zijn familie het prestige gaf om de macht benoorden de Pyreneeën over te nemen. Zo ontstond de dynastie van de Karolingen, met een ideologie dat zij het christelijke Europa belichaamde, kampend tegen de Saracenen.

Een Arabische burgeroorlog maakte niet veel later een einde aan de expansie en het Iberische Schiereiland scheidde zich af van het Kalifaat. Dit emiraat van Córdoba zou eeuwenlang een van de voornaamste contactpunten zijn tussen de Arabische en West-Europese cultuur.

Een kopiist aan het werk

De Karolingische Renaissance

Periode: Vanaf 795

In 795 dicteerde Karel de Grote de circulaire die bekend is komen staan als de Brief over het cultiveren der letteren. Hiermee organiseerde hij het onderwijs in zijn rijk. In dezelfde tijd begonnen klerken in abdijen op grote schaal antieke teksten te kopiëren. Zo stelden ze het Griekse en Romeinse literaire erfgoed, voor zover nog aanwezig, voor latere generaties veilig.

Het doel van dit cultureel reveille was het opvoeden van de bevolking in christelijke deugden, maar ook teksten van heidense schrijvers werden gekopieerd. Zonder de Karolingische Renaissance zouden wij de Romeinse wereld nauwelijks kunnen kennen.

De Europese canon…

… vervolgt met de verantwoording van de Europese canon, en wordt vervolgd met een blogje over de Volle Middeleeuwen. U blijft op de hoogte van deze reeks (en van alle blogjes) via het WhatsAppkanaal.

1-56-1011-1516-2021-2526-3031-3536-4041-4546-50 #Avaren #Clovis #ConstantijnDeGrote #emiraatVanCórdoba #EuropeseCanon #HaraldIVanDenemarken #Hunnen #IerseMonniken #KalifaatVanBagdad #KarelDeGrote #KarelMartel #KarolingischeRenaissance #kerstening #Kimmeriërs #Licinius #Merovingen #Oekraïne #RémiBrague #RijkVanToledo #Sarmaten #SintPatrick #Skythen #slagBijPoitiers #StefanusIVanHongarije #VladimirIVanKyjiv

De Skythen (1)

Een Skythische boogschutter op een Griekse vaasschildering (Louvre, Parijs)

Het is pas op blz.311 in zijn vorig jaar verschenen boek The Scythians. Nomad Warriors of the Steppe dat de door mij bewonderde Britse oudheidkundige Barry Cunliffe het punt maakt waar ik op zat te wachten. Het is wat lyrisch geformuleerd maar belangrijk:

The wide expanse of steppe flowing through Eurasia, with its grey-green horizons receding in the distance and its shimmer as the wind rustles the grass, challenges everyone to be on the move. Like the sea, it is a world where nothing can stay still and, like the sea, it sweeps everything onward. For millennia people have progressed through the steppe, sometimes in repeating patterns of transhumance and sometimes with astonishing speed, crossing huge distances to seek out new pastures. The Scythians occupy only one small part of the grand narrative.

Skythen en andere nomaden

De golven van de zee zijn de perfecte metafoor. Ze bewegen op en neer, vormen samen een enorme stroming en verplaatsen grote watermassa’s over enorme afstanden. Steppenomaden bewegen met de jaargetijden van zomer- naar winterweiden, clusteren samen onder leiding van deze of gene charismatische leider – een Attila de Hun, een Djengis Khan, een Timoer Lenk – en vormen een volk, verplaatsen zich van het oosten naar het westen, vallen weer uiteen en herclusteren dan weer als er een nieuwe leider opstaat. Het geldt ook voor de Indo-Europeanen, voor de Kimmeriërs, voor de Skythen, voor de Sarmaten, voor de Kushana’s, voor de Alanen, voor de Hunnen, voor de Avaren, voor de Turken, voor de Bulgaren, voor de Khazaren, voor de Magyaren, voor de Tataren, Mongolen, Kozakken, Oezbeken. Seizoensmigratie van veetelers, krijgers te paard, steeds weer trekkend van de droge steppe van Manchurije naar het wat vochtiger Oekraïne, Roemenië en Hongarije. De Skythen vormden maar één hoofdstuk in het grote verhaal, één golf in een zee van migrerende steppenomaden.

Je verwacht dat Cunliffe er een prachtboek van kan maken. De Oxford-archeoloog heeft in het verleden immers prachtige syntheses geschreven over bijvoorbeeld de Kelten en charmante monografieën als die over Pytheas van Marseille. Maar dit keer werkt het niet. O zeker, het boek is prachtig vorm gegeven. De foto’s tonen talloze voorwerpen en opgravingen uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie die wij anders nooit zouden zien. Alleen al daarom is The Scythians geen miskoop. Ik had echter moeite om het boek uit te lezen. Het boeit niet voldoende.

Skythisch paardenbeslag in de vorm van een vis (Nationaal Museum, Boekarest)

Vaste punten in een nomadenlandschap

Het ligt niet aan de stof. De Skythen, zoals de “golf” heette die de Kimmeriërs vooruit joeg, vormen een fascinerend thema. Ze beheersten het gebied van Oezbekistan tot en met Oekraïne tussen pakweg 750 en 200 v.Chr. en werden ingehaald door de “golf” van de Sarmaten. De meeste mensen waren nomaden, maar dat ze hun kudden verweidden wil niet zeggen dat ze voortdurend onderweg waren. Tot de vaste punten in het landschap behoorden enorme handelsnederzettingen, waar ook ambachtslieden werkten. Ook waren er koninklijke graven, waar rituelen plaatsvonden en waar grote groepen arbeiders doorlopend aan het werk waren. Deze teams van bouwvakkers en grondwerkers waren zo goed als sedentair.

De Skythische koningsgraven zijn vanaf de negentiende eeuw onderzocht en in de twintigste eeuw gebeurde dat ook heel professioneel; de communistische archeologie was lange tijd de geavanceerdste die er was. We beschikken over menselijk materiaal (skeletten maar ook getatoeëerde huid), houten voorwerpen en textiel. Allemaal zaken die in het Mediterrane gebied zeldzaam zijn. De aandacht wordt echter vooral getrokken door het vele goud, dat echt schitterend is bewerkt. Denk aan afbeeldingen van griffioenen, ruiters, herten en krijgers. We weten voldoende van de samenleving om iets van de religie te kunnen reconstrueren, om de krijgskunst te begrijpen, om het nomadische jaarritme te doorgronden en om te weten dat de rollen van man en vrouw vloeiend waren. (De Grieken meenden dat de Amazones leefden bij de Skythen.)

Portret van een krijger (Nationaal Museum, Tasjkent)

Clusteren en herclusteren

Het idee dat er, ondanks golven van seizoensmigratie, hele volksverhuizingen plaatsvonden op de Euraziatische steppe, is sinds kort redelijk onderbouwd: DNA-onderzoek waarop een van de vaste lezers van deze blog me attendeerde, toont dat er in de periode tussen 750 en 200 v.Chr. een toename is van oostelijke haplogroepen. Dat sluit vanzelfsprekend niet uit dat nomaden die al door het gebied zwierven, zich met die immigranten hebben vermengd. Zo zijn de steppenomaden altijd geweest: groepen clusterden, vielen uiteen en herclusterden. Als modieuze onderwerpen als DNA en gender ook belangrijke en relevante onderwerpen zijn, zou een boek over de Skythen eindeloos boeiend moet zijn. Het lukt Cunliffe echter niet werkelijk.

[Wordt vervolgd]

#Alanen #Avaren #BarryCunliffe #gender #griffioen #Hunnen #Kazachstan #Khazaren #Kimmeriërs #Kozakken #Magyaren #Manchurije #Mongolen #nomadisme #Oekraïne #Oezbeken #Oezbekistan #Rusland #Sarmaten #Skythen #Tataren #transhumance #verweiding

@telepolis
Die #Römer geschwächt durch eine jahrzehntelang andauernde #Pandemie, die #Hunnen waren quasi aggressive Klimaflüchtlinge auf der Suche nach guten Lebensräumen für sich... So hab ich den Untergang des römischen Reiches noch gar nicht gesehen bzw. von der Pandemie hatte ich noch gar nichts gewußt.
Danke für den Geschichtsunterricht, der mal gegen den Strich gebürstet ist.

#Geschichte #römischesReich

De gesel Gods (6)

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

[Voorlaatste deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en behandelde het begin van de veldslag op de Catalaunische Velden.]

De anekdote over de stroom bloed waarmee het vorige stukje eindigde oogt onwaarschijnlijk, maar zwaardwonden zijn over het algemeen vrij groot en antieke veldslagen lijken buitengewoon bloedig te zijn geweest. Als er ook nog paarden zijn doodgebloed, is er geen enkele reden om te twijfelen aan Jordanes’ macabere beschrijving.

Het landschap is licht glooiend en toen de Visigotische en Romeinse ruiters hun tegenstanders achternazetten, raakten ze het contact met de Hunnen kwijt, bijvoorbeeld door aan de andere zijde langs een heuvel te rijden. Bij het vallen van de avond bleken ze het kamp van de Hunnen te zijn gepasseerd. Thorismund, de zoon van de gesneuvelde Visigotische koning Theodorik, reed in de nacht argeloos het kampement van zijn vijanden binnen en werd maar met moeite door zijn volgelingen bevrijd. Het woord is opnieuw aan Jordanes (in de vertaling van Hein van Dolen).

Bij het aanbreken van de volgende dag zagen de Romeinen dat de velden met lijken waren bezaaid en dat de Hunnen niet durfden uit te breken. Daarom beschouwden zij zich als overwinnaars, ofschoon ze beseften dat Attila pas na een definitieve nederlaag de strijd zou staken. Ondanks de genadeslag had hij de moed niet opgegeven, maar hij liet de wapens kletteren en op de krijgstrompetten blazen om te dreigen met een aanval. Hij gedroeg zich als een leeuw die door jachtspiesen is doorboord en vóór de ingang van zijn hol op en neer loopt. Toespringen durft hij niet, maar tegelijk schrikt hij de omstanders onophoudelijk af met zijn gebrul.

Zo joeg de in het nauw gedreven, van strijdlust bezeten vorst zijn overwinnaars angst aan. Met het oog hierop verzamelden de Visigoten en de Romeinen zich om te overleggen wat ze met de verslagen Attila aan moesten. Ze besloten hem door een belegering af te matten omdat hij niet over een voedselvoorraad beschikte, terwijl hij vanwege de regen aan pijlen die door de boogschutters de palissaden van zijn kamp in werden afgeschoten, onmogelijk kon aanvallen. Er wordt verteld dat de koning ondanks de wanhopige situatie tot op het laatst moedig standhield en een brandstapel van paardenzadels had laten oprichten om zich in de vlammen te werpen als de vijanden op hem zouden losstormen. Want hij gunde niemand het genoegen hem te verwonden, en als heerser over zoveel volken wilde hij niet in de handen vallen van zijn tegenstanders.

Thorismund wilde de dood van zijn vader wreken en het kamp van de Hunnen bestormen, maar Aetius hield hem tegen. Nu de vijand was verslagen, moest de generaal diplomaat zijn en denken aan de toekomst. Zou Thorismund zijn zin krijgen, dan zou deze een te grote reputatie verwerven en misschien het Romeinse oppergezag niet meer erkennen. Ook de Hunnen konden nog eens nuttig zijn. Dus suggereerde Aetius zijn bondgenoot dat hij naar Aquitanië moest terugkeren voordat zijn broers zich meester hadden gemaakt van de troon.

Toen ook de Franken waren teruggekeerd, kon de Romein onderhandelen met de leider der Hunnen, die zoveel gezag had verloren hij moeite zou hebben zijn federatie bijeen te houden. Rome kon hem daarbij helpen en als Attila dat aanbod eenmaal had aangenomen, zou hij verstrikt raken in het netwerk der Romeinse diplomatie en geleidelijk worden ingekapseld: een beproefde methode om van vijanden bondgenoten te maken. De latere Byzantijnse diplomatie zou in deze sporen treden.

[Wordt morgen afgerond]

#Aetius #Attila #CatalaunischeVelden #Franken #Frankrijk #Gallië #Hunnen #Jordanes #Visigoten #warLord

De gesel Gods (5)

Catalaunische Velden, waar Aetius het opnam tegen Attila

[Vijfde deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik was gekomen tot Attila’s inval van Gallië in 451 na Chr. Hij had niet al zijn doelen kunnen bereiken en zocht een plaats om slag te leveren tegen een coalitie van de Romeinen en hun Germaanse bondgenoten, geleid door generaal Aetius.]

Attila meende dat hij een goed slagveld had gevonden op de eindeloze grasvlakte tussen het huidige Troyes en Châlons-en-Champagne: de Catalaunische Velden. Alles draaide om het bezetten van een heuvelrug. Als de soldaten van de Romeinse coalitie die als eersten bezetten, zouden hun bogen een draagwijdte krijgen waarmee ze gelijk kwamen aan de Hunnen; omgekeerd, als Attila’s krijgers de heuvelrug bezetten, dan restte de tegenstanders niets anders dan de aftocht. Jordanes, die in de zesde eeuw een Geschiedenis van de Goten schreef, doet verslag van de veldslag die hier op 20 juni 451 plaatsvond. De fragmenten zijn vertaald door Hein van Dolen.

Theodorik bezette met de Visigoten de rechtervleugel en Aetius met de Romeinen de linker. Ze lieten Sanguibanus in het midden plaatsnemen (hij was de aanvoerder van de Alanen). Dat gebeurde uit strategische voorzorg om de man in wiens moed zij weinig fiducie hadden door een massa getrouwen te omringen. Immers, wie nauwelijks kans krijgt te vluchten, strijdt noodgedwongen mee.

Kroon uit het graf van een Hunnenleider (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Dit waren niet alle troepen uit de coalitie. Het is bekend dat helemaal links Franken en Bourgondiërs stonden.

Aan de andere kant waren de gelederen van de Hunnen zo geplaatst dat Attila en zijn dapperste krijgers zich in het midden bevonden. Met deze opstelling had de koning zijn eigen veiligheid voor ogen omdat de positie te midden van het volk hem beschermde tegen het dreigende gevaar. De talrijke volken en allerlei stammen die hij aan zich had onderworpen, bezetten de vleugels. Onder hen blonk het leger van de Ostrogoten uit, dat onder bevel stond van de broers Valamir, Theodemir en Videmer […]. De wijdvermaarde koning van de Gepiden, Ardarik, was met een ontelbare schare ook van de partij. Vanwege zijn voorbeeldige toewijding aan Attila werd hij gekend in diens plannen. Want Attila had met zijn vooruitziende blik een afweging gemaakt en hij was op hem en Valamir, de koning van de Ostrogoten, meer gesteld geraakt dan op de andere leiders. Valamir kon namelijk geheimen voor zich houden, had een fluwelen tong en was heel gewiekst, terwijl Ardarik, zoals gezegd, zijn goede naam dankte aan zijn trouw en beleid. Op hen kon Attila met een gerust hart rekenen wanneer ze tegen hun stamgenoten, de Visigoten, zouden strijden. Alle andere koningen – als we hen zo mogen betitelen – en de hoofden van verschillende stammen bedienden Attila slaafs op zijn wenken. Zodra hij maar met de ogen had geknipperd, stond iedereen hem zonder morren en met angst en beven terzijde. Zonder mankeren werd elk van zijn bevelen uitgevoerd.

Toen de strijd losbarstte, slaagden de soldaten van de Romeinse coalitie er als eersten in de heuvelrug te bezetten. De naderende Hunnen werden teruggeslagen en in hun vlucht verstoorden ze ook de afdelingen van hun bondgenoten. Attila herstelde echter de orde.

Ondanks de penibele situatie nam de aanwezigheid van de koning alle twijfel weg en gingen ze een gevecht aan van man tegen man. De strijd was verschrikkelijk, verwarrend, wreed en langdurig. In de geschiedenis heeft nooit iets vergelijkbaars plaatsgevonden. Zulke krijgsverrichtingen zou een held die dit spektakel had moeten missen, zijn hele leven lang niet meer kunnen meemaken. Want als we de generaties vóór ons mogen geloven, trad de beek, die met een lage bedding door de bovengenoemde vlakte stroomde, vanwege het bloed uit de wonden van de slachtoffers buiten haar oevers. Ze was niet als gewoonlijk door de regenval gezwollen, maar het wassen had een abnormale oorzaak als gevolg van de groeiende hoeveelheid bloed waardoor een woeste rivier ontstond. De gewonden waren daar gedwongen hun brandende dorst te lessen met het vervuilde water; in hun ellende dronken zij het bloed dat volgens hen uit hun eigen kwetsuren was gevloeid.

Hier werd koning Theodorik, die heen en weer reed om zijn leger aan te vuren, van zijn paard geworpen en vertrapt onder de voeten van zijn eigen mannen. Zo vond de hoogbejaarde man zijn levenseinde. […]

Op dat moment verwijderden de Visigoten zich van de Alanen om de troep Hunnen aan te vallen. Bijna hadden ze Attila omgebracht, maar die was bijtijds weggevlucht en had zich met zijn gevolg teruggetrokken binnen de omheining van zijn kamp, dat hij met karren had verschanst. De omwalling was kwetsbaar, maar toch probeerden zij daarachter hun leven te redden.

[Wordt later vandaag vervolgd]

#Aetius #Alanen #Attila #CatalaunischeVelden #ChâlonsEnChampagne #Frankrijk #Gallië #Gepiden #Hunnen #Jordanes #Visigoten #warLord