De Hagia Sofia

De Hagia Sofia

Mijn zakenpartner reist bovengemiddeld veel en is niet snel ergens van onder de indruk, maar in Istanbul, in de Hagia Sofia, viel hij even stil. En ik snap hem helemaal. De kerk van de Heilige Wijsheid is ook voor mij een van de allermooiste monumenten uit de Oudheid. De Heilige Wijsheid in kwestie is overigens een andere aanduiding voor het Woord van God ofwel Christus.

De belangrijkste kerk van Constantinopel, want daarover hebben we het, stond op een boogscheut van een ouder christelijk heiligdom, de Kerk van de Goddelijke Vrede ofwel de Heilige Eirene. In de tekst die bekendstaat als de Notitia Urbis Constaninopoliana heten ze “de oude kerk” en de “nieuwe kerk”.

De kerk van Constantijn

De Hagia Sofia is voor het eerst gebouwd door keizer Constantijn de Grote (r.306-337), maar pas door zijn zoon Constantius II voltooid: in 360 om precies te zijn. Hoewel de patriarch van Constantinopel voorging in deze kerk, was ze toen waarschijnlijk nog niet de belangrijkste gebedsplaats van de stad, want toen keizer Theodosius I in 381 de bisschoppen uitnodigde voor het Eerste Concilie van Constantinopel, vergaderden de heren in de Hagia Eirene.

De Hagia Sofia

Enkele jaren later, in 399, stond de Hagia Sofia wel in het centrum van alle aandacht. Patriarch Johannes Chrysostomos bood toen asiel aan aan Eutropius, de in ongenade gevallen rechterhand van keizer Arcadius (r.395-408). Dit was maar één incident in een langer durend steekspel tussen de patriarch en keizerin Eudoxia I, die er enkele jaren later in slaagde haar rivaal verbannen te krijgen. Dat leidde weer tot rellen, tot de terugroeping van Johannes, en tot een nieuw incident toen de keizerin vlakbij de Hagia Sofia een zilveren standbeeld kreeg.

De patriarch protesteerde, kreeg opnieuw bevel zijn protesten elders te ventileren (namelijk in Armenië) en vertrok. Maar het was evident dat God stond aan zijn zijde, want nog die nacht brandde de Hagia Sofia af, alsof de Goddelijke Wijsheid met hem mee ging en niets van de keizerin moest weten. Toen zij enkele weken later overleed, begreep iedereen wie het recht aan zijn zijde had gehad. De kerk moest als de wiedeweerga worden herbouwd en dat werd de taak van Arcadius’ zoon Theodosius II (r.408-450).

Resten van de kerk van Theodosius II

De kerk van Theodosius

De tweede Hagia Sofia werd in 415 ingewijd. Bij de noordwestelijke ingang van de Hagia Sofia zijn in de tuin nog wat overblijfselen van deze kerk zichtbaar. Zie de foto hierboven. Archeologen menen dat de kerk van Theodosius min of meer dezelfde vorm heeft gehad had als de derde Hagia Sofia, die nodig werd toen Theodosius’ kerk was afgebrand tijdens net Nika-oproer van 532.

De eerste kerk van Justinianus

De eerste steen van de derde Hagia Sofia werd gelegd op 23 februari, slechts eenenveertig dagen nadat Theodosius’ kerk was geplunderd en vernietigd. Het bewijst het enorme belang dat keizer Justinianus (r.527-565) hechtte aan de kerk. De architecten waren Isidoros van Milete en Anthemios van Tralleis. (De laatste is de man die het sprookje van Archimedes’ brandspiegels in de wereld heeft geholpen.)

Het interieur van de Hagia Sofia

Ze hadden eerder al de charmante kerk van Sergios en Bakchos gebouwd en gebruikten dit ontwerp opnieuw, zij het op grotere schaal en met een ander soort koepel. De derde Hagia Sofia was al na minder dan zes jaar voltooid en werd ingewijd op 26 december 537. Toen Justinianus de kerk binnenging, merkte hij bescheiden op dat hij koning Salomo had overtroffen. De Byzantijnse auteur Prokopios beschrijft deze kerk in detail aan het begin van zijn boek over de Gebouwen van Justinianus.

Een interessant detail uit deze tijd is de muur van het Concilie, te vinden op de eerste verdieping. In 553 kwamen hier de bisschoppen van het Tweede Concilie van Constantinopel samen om de “drie kapitels” te bespreken, een van de vele pogingen om de monofysieten terug te winnen voor de officiële kerk.

Kapiteel met het monogram van Justinianus

De tweede kerk van Justinianus

In datzelfde jaar, 553 dus, werd Constantinopel getroffen door een aardbeving. Vier jaar later opnieuw. Niet vreemd: dit deel van Turkije is een van de seismisch meest actieve zones ter wereld, zoals u zich wellicht herinnert. Als gevolg van de schokken werd de koepel onstabiel en hij stortte in 558 in. Een nieuwe architect, een neef van Isidoros van Milete die ook Isidoros heette, vond de oplossing en maakte de nieuwe koepel nog hoger. De krachten werden daardoor meer verticaal gericht, wat inderdaad leidde tot een stabielere constructie. Isidoros voegde wel twee paar steunberen toe en daarmee was de kerk definitief voltooid. Ze werd in 563 weer in gebruik genomen en is sindsdien niet meer grondig verbouwd. De Byzantijnen hadden de perfecte vorm gevonden.

De Hagia Sofia met steunberen en minaret

Architectuur

De kerk is ongeveer vijfenzeventig meter lang en zeventig meter breed en is zó aangelegd dat de zuidoostelijke apsis wijst naar de plaats waar de zon opkomt ten tijde van de winterzonnewende: een herinnering dat Christus het licht van de wereld is. De Hagia Sofia heeft drie schepen, gescheiden door de pijlers waarop de koepel rust. De schepen in het noordoosten en het zuidwesten hebben twee verdiepingen en kerkgangers konden de mis ook vanuit de galerijen bijwonen. Het middenschip is in het zuidoosten en in het noordwesten verlengd met drie apsissen.

Verschillende zuilen zijn afkomstig uit een zonnetempel, maar het is onduidelijk of dat die in Rome of Baalbek is geweest. In elk geval was het recyclen van materiaal uit heidense tempels een manier om de machteloosheid der afgoden & triomf van het christendom te onderstrepen.

De plafondmozaïeken van de Hagia Sofia, noordwest is boven (klik=groot)

De Kerk van de Goddelijke Wijsheid is beroemd om zijn marmeren zuilen – met prachtige kapitelen – en mozaïeken. De meeste zijn middeleeuws, maar op sommige plaatsen is de originele decoratie nog steeds te zien. Die is bedoeld om te spiegelen. Zwart en goud zijn de dominante kleuren en het is makkelijk om in te stemmen met Prokopios’ oordeel dat

men zou kunnen zeggen dat het interieur niet van buitenaf wordt verlicht door de zon, maar dat het licht van binnen straalt. In zo’n overvloed aan licht baadt dit heiligdom.

De kerk is in 1204 geplunderd door de ridders van de Vierde Kruistocht. De Kroniek van Novgorod beschrijft wat verloren ging: een met zilver beslagen preekstoel, de troon van de patriarch, kruisen, iconen, zilveren lampen en evangeliën. De Kruisridders-operatie werd geleid door Enrico Dandolo, de doge van Venetië, die niet veel later overleed. Een inscriptie op de eerste verdieping van het zuidwestelijke schip geeft aan waar zijn graf was.

Het graf van Dandolo in de Hagia Sofia

Ottomaanse architecten hebben de steunberen van de kerk nog versterkt. Als de Turkse moskeeën en badhuizen eleganter ogen, is dat omdat de bouwmeesters hebben geleerd van de Hagia Sofia.

#AnthemiosVanTralleis #apsis #Arcadius #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #ConstantiusII #EersteConcilieVanConstantinopel #EnricoDandolo #EudoxiaI #EutropiusHoveling_ #HagiaSofia #IsidorosVanMileteJr #IsidorosVanMileteSr #Istanbul #JohannesChrysostomos #Justinianus #koepelbouw #KroniekVanNovgorod #NikaOproer #Prokopios #TheodosiusI #TheodosiusII #Turkije #TweedeConcilieVanConstantinopel #VierdeKruistocht #winterzonnewende #woordVanGod

Nog eenmaal werelderfgoed: Istanbul - Mainzer Beobachter

In mijn reeks over het werelderfgoed in Turkije mag Istanbul niet ontbreken: het antieke Constantinopel is nog verbazingwekkend aanwezig.

Mainzer Beobachter

Willem van Moerbeke

De Vierde Kruistocht mislukte spectaculair. De deelnemers kwamen nooit verder dan Constantinopel, dat ze in 1204 innamen. Het graf van een van de commandanten, de Venetiaan Dandolo, is nog steeds te zien in de Hagia Sofia. Eenmaal meester van de grote stad, plaatsten de kruisridders de Vlaamse graaf Boudewijn IX op de keizertroon. Meteen kwamen er twee concurrerende keizers. Het Byzantijnse Rijk is deze verdeling, die duurde tot 1261, nooit meer te boven gekomen.

Voor West-Europa was de gebeurtenis echter profijtelijk: wetenschappers kregen toegang tot allerlei Griekse handschriften. Een van de sleutelfiguren in de overdracht van klassieke teksten was de Vlaming Willem van Moerbeke. Tussen 1260 en 1270 vertaalde hij vrijwel alle werken van de filosoof Aristoteles, en ook enkele laatantieke commentaren daarop, alsmede het leeuwendeel van het ons bekende oeuvre van de natuurkundige Archimedes en ook iets van de arts Claudius Galenus.

Hij moet rond 1225 zijn geboren, wellicht in het Noord-Franse Morbecque, en trad toe tot de orde der dominicanen. Het is bekend dat hij in 1260 in het Griekse Thebe was en de in İznik (het antieke Nikaia) residerende keizer bezocht, die een jaar later Constantinopel zou heroveren. Ook weten we dat Willem verbleef aan het hof van paus Urbanus IV, die hem benoemde tot penitentiarius: dat wil zeggen dat hij verantwoordelijk was met het vaststellen van de penitenties voor boetelingen. Hij lijkt barmhartig te hebben geoordeeld en verzoening te hebben nagestreefd in het conflict tussen de Staufen en Anjou, dat Italië sinds de dood van keizer Frederik II verdeelde. In 1274 was de dominicaner monnik aanwezig bij het Tweede Concilie van Lyon, dat verzoening nastreefde tussen de Rooms-katholieke en Grieks-orthodoxe kerk en het Vagevuur introduceerde. Vier jaar later vinden we Willem als aartsbisschop van Korinthe, wat nog steeds zijn titel was toen hij in 1286 overleed.

Vertaler

Kortom, hij was in de eerste plaats diplomaat in kerkelijke dienst. Het is echter om zijn vertalingen uit het Grieks dat hij nog altijd belangrijk is. Tot dan toe waren auteurs als Plato en Aristoteles vooral indirect overgeleverd: eerst waren hun geschriften vertaald in een late vorm van het Aramees, vervolgens in een wat wijdlopig Arabisch, en daarvandaan weer naar het Latijn.

Dat kwam de kwaliteit niet ten goede, want vertalen was in de Oudheid en Middeleeuwen zelden een doel op zich. Men had de oude teksten nodig voor eigen filosofische en wetenschappelijke beschouwingen en sloeg weleens iets over, voegde weleens iets in en koos weleens voor parafrase. Voeg toe dat de ideeën van Aristoteles door de neoplatonisten waren geïntegreerd in het platoonse systeem – wat een extra bias creëerde voor de overlevering voor een sowieso rommelig overgeleverde denker. Begin dertiende eeuw keken de autoriteiten met enig wantrouwen naar Aristoteles, wiens oeuvre men eigenlijk alleen kende uit vrijwel corrupte teksten.

Willem van Moerbeke bracht daarin verandering. Of hij werkte in opdracht van zijn tijd- en ordegenoot Thomas van Aquino is niet met zekerheid te zeggen, maar de laatste kon niet zonder de nieuwe vertalingen. En zoals bekend vernieuwden Thomas en Albert de Grote de westerse filosofie en de natuurwetenschappen.

Vertaalwijze

Hoe vertaal je een antieke tekst? Een oude tegenstelling is die tussen “naar de letter vertalen”, waarbij je dicht bij de brontaal blijft, en “naar de geest vertalen”, waarbij je vooral probeert de ideeën over te dragen. Je kunt “that is not my cup of tea” vertalen als “dat is niet mijn kopje thee” en als “dat ligt mij niet werkelijk”. Bovendien is er het probleem van de doeltaal, waarover de tijdgenoten van de vertaler ook niet altijd dezelfde meningen hebben.

Zoals wel meer middeleeuwse vertalers, ook in de Arabische wereld, koos Willem voor een woord-voor-woord-vertaling. Dat is tussen het klassieke Grieks en het Latijn minder vreemd dan het lijkt, want beide kennen naamvallen, waardoor het mogelijk is de woordvolgorde te handhaven. Een probleem is dan weer dat het Latijn geen lidwoorden kent. Het komt er daardoor weleens op neer dat de grammatica van het middeleeuwse Latijn werd aangepast aan het klassieke Grieks.

Een voordeel is dat het door deze werkwijze mogelijk is verloren Griekse originelen te reconstrueren. Maar het is dus geen echt goed Latijn. De humanisten, die de Oudheid nog kritieklozer als norm namen dan de middeleeuwse geleerden, maakten Willem hierover bittere verwijten. Ze maakten zelf nieuwe vertalingen vanuit het Grieks naar het ciceroniaanse Latijn dat zij als enige norm aanvaardden.

Laat-negende-eeuws handschrift van Aristoteles’ Metafysika, met in de marge een door Willem van Moerbeke geschreven opsomming van de werken van de Griekse arts Hippokrates van Kos (Österreichische Nationalbibliothek, Wenen)

De sleutel tot Aristoteles

De Vlaamse geleerde Pieter Beullens publiceerde in 2019 over Willem van Moerbeke een leuk boek, De sleutel tot Aristoteles. Willem van Moerbeke en de overlevering van antieke wijsheid. De ondertitel is beter dan de eigenlijke titel, want Willem vertaalde immers ook Archimedes en Galenus. Het boek gaat ook over de overlevering van die oude teksten, over de Lachmannmethode om uit middeleeuwse handschriften archetypen te reconstrueren en over de projectmatige wijze waarop de dominicanen het antieke gedachtengoed ontsloten. Door de overgang van perkament naar papier en de opkomst van het pecia-systeem om boeken te kopiëren wonnen de nieuwe vertalingen snel veel publiek.

Beullens behandelt het allemaal. Hij schrijft dat Willems vertalingen

antieke filosofische ideeën brachten bij een grotere groep studenten dan ooit voordien. Zelfs in de Oudheid was er nooit zo’n massaal contact met de wetenschappen mogelijk geweest.

Het is krek zo. De sleutel tot Aristoteles lag al vier jaar op mijn stapel “nog te lezen” en ik had er eigenlijk pas afgelopen weekend tijd voor. Maar toen ging het snel: ik had aan de trein en bus van en naar Tongeren voldoende om het uit te lezen. Dus het is vlot geschreven. En elke pagina was boeiend. Aanbevolen.

***

Er is inmiddels ook een Engelse vertaling: The Friar and the Philosopher. William of Moerbeke and the Rise of Aristotle’s Science in Medieval Europe.

#AlbertDeGrote #Aristoteles #bisschop #BoudewijnIXVanVlaanderen #bronnenuitgave #ClaudiusGalenus #CorpusAristotelicum #dominicanen #EnricoDandolo #FrederikII #Korinthe #neoplatonisme #Nikaia #peciaSysteem #PieterBuellens #ThomasVanAquino #TweedeConcilieVanLyon #UrbanusIV #vagevuur #vertaalpraktijk #VierdeKruistocht #wetenschapsgeschiedenis #WillemVanMoerbeke #İznik