Het mausoleum van Belevi

Sculptuur uit het mausoleum van Belevi

De geschiedenis van de opvolgers van Alexander de Grote, de zogeheten Diadochen, is eigenlijk iets te complex. Zijn voornaamste officieren raakten eerst slaags over de vraag als regenten moesten optreden voor Alexanders zwakbegaafde broer, en belandden vervolgens in een reeks oorlogen, waarin de koninklijke dynastie steeds meer op de achtergrond raakte en vervolgens de rijkseenheid verloren ging. De oorlogen gingen net zo lang door tot al het door Alexander op de Perzen veroverde edelmetaal was uitgegeven aan soldij.

De beslissende slag was daarom die bij Ipsos, in 301 v.Chr., want daarna was er geen geld meer. Voor enige tijd lagen de grenzen vast: een machtig rijk in Egypte voor Ptolemaios I Soter, een immens Aziatisch rijk voor Seleukos I Nikator, in het aloude Macedonië een rijk voor Demetrios de Stedendwinger en in Thracië en Klein-Azië een rijk voor Lysimachos. In de meeste geschiedenisboeken staat het allemaal nog beknopter, want voor vrijwel alle doelen die je als auteur wil bereiken, kun je makkelijk twee decennia overslaan en doorgaan naar het eindresultaat.

Het mausoleum van Belevi

Maar het gaat me vandaag even om die Lysimachos. In de bronnen is hij geen opvallend figuur, hoewel hij een van Alexanders adjudanten is geweest en na diens dood satraap werd in het rijke en strategisch belangrijke Thracië – zeg maar Bulgarije. Na de slag bij Ipsos voegde hij daar dus Klein-Azië aan toe, en verplaatste hij zijn residentie naar Efese, waar hij deed wat elke antieke machthebber deed: een eigen bouwprogramma uitvoeren. Daarbij hoorde ook zijn mausoleum, dat veertien kilometer van zijn residentie verrees op een plek die tegenwoordig Belevi heet.

Lysimachos (Museo archeologico nazionale, Napels)

Het mausoleum is geïnspireerd door het Mausoleum van Halikarnassos. De basis met daarin de grafkamer was een vierkant van zo’n dertig bij dertig meter, en was ongeveer tien meter hoog. De wanden waren bedekt met marmerplaten. Daar bovenop verhief een galerij, die was voorzien van achtentwintig pilaren. Helemaal bovenaan stond vermoedelijk een piramideachtig dak, dat was bekroond met Lysimachos’ standbeeld.

Lysimachos’ einde

Hij is er nooit begraven. Na bijna twee decennia betrekkelijke rust braken er nieuwe oorlogen uit. De inmiddels tachtigjarige Lysimachos probeerde zijn macht uit te breiden in Griekenland, wat hem nogal wat vijanden opleverde. Het kruitvat was klaargezet. In januari 281 overleed Ptolemaios I, die altijd een stabiliserende factor was geweest. Tegelijk was er een dynastieke crisis in de familie van Lysimachos, die zijn zoon en beoogde opvolger Agathokles liet doden. Dit was de lont in het kruitvat.

De schamele resten van het mausoleum van Belevi

Agathokles was getrouwd geweest met Lysandra, de zus van Ptolemaios’ opvolger Ptolemaios II Filadelfos. Na de executie van haar echtgenoot vluchtte zij naar Seleukos, die hier een aanleiding in zag om de oorlog te verklaren aan Lysimachos, die zich ineens bedreigd zag door partijen in Europa, Egypte én Azië. Seleukos rukte meteen op: niet alleen kon hij, als hij Lysimachos versloeg, diens rijk toevoegen aan zijn eigen bezittingen, maar via de Ptolemaïsche prinses maakte hij ook aanspraak op de troon in Egypte. De gedachte dat hij het Alexanderrijk zou herenigen, moet door zijn hoofd hebben gespeeld.

En hij had succes. In februari 281 stonden Seleukos’ legers op de Kyrosvlakte, even ten oosten van het huidige Izmir, tegenover de troepen van Lysimachos, die niet alleen de slag maar ook zijn leven verloor en nooit werd begraven in zijn eigen mausoleum. Ik weet niet waar hij wel is begraven. Seleukos reisde verder richting Europa, stak de Hellespont over en werd, toen hij voet op Europese bodem zette, vermoord. Een van zijn metgezellen, Filetairos, verzorgde diens uitvaart en werd door Seleukos’ opvolger Antiochos I Soter (r.281-261) erkend als heerser van Pergamon.

Griffioen (Archeologisch museum, Selçuk)

En dus

En zo stond het mausoleum van Belevi dus leeg. Maar niet voor lang. Antiochos I werd opgevolgd door Antiochos II Theos (r.261-246), die een flink deel van zijn regering doorbracht in het huidige Turkije. Daar is hij overleden en hoewel we het niet zeker weten – wanneer weten oudheidkundigen ooit iets zeker? – lijkt hij te zijn bijgezet in Belevi.

Het is tegenwoordig een nogal troosteloze puinhoop, maar de sculptuur in het museum van Izmir mag er wezen: het gaat om de strijd tussen mensen en kentauren, en ook zijn daar wat griffioenen te zien. Twee andere griffioenen en de sarcofaag, die ik vergeten ben te fotograferen, staan in het museum van Selçuk.

#AlexanderDeGrote #AntiochosISoter #AntiochosIITheos #Belevi #DemetriosDeStedendwinger #Diadochen #Efese #FiletairosVanPergamon #Kyrosvlakte #Lysimachos #MausoleumVanHalikarnassos #PtolemaiosISoter #PtolemaiosIIFiladelfos #SeleukosINikator #slagBijIpsos

Het Parthenmonument uit Efese

De apotheose-scène in het Parthenmonument (Ephesos-Museum, Wenen)

Berggasse 19. De Stephansdom. Het gebouw van de Wiener Secession. The Third Man. Het Kunsthistorisch Museum. Het Hundertwasserhaus. Het Mathematisches Seminar der k. und k. Universität. Eigenlijk alles wat k. und k. is. De Venus van Willendorf. De Staatsopera. Er zijn vele redenen om naar Wenen te gaan en ik hoop er binnenkort iemands verjaardag te kunnen vieren.

En dan hoop ik ook het Ephesos-Museum te kunnen bezoeken, waar de vondsten zijn te zien van de Oostenrijks-Hongaarse archeologische campagnes die vanaf 1896 plaatsvonden in Efese, de hoofdstad van de Romeinse provincie Asia. Omdat de Ottomaanse archeoloog Osman Hamdi in 1907 de sultan overtuigde de export van oudheden te verbieden, zijn er geen recentere vondsten te zien, hoewel in Efese nog altijd Oostenrijks onderzoek plaatsvindt.

Parthenmonument (Ephesos-Museum, Wenen)

Maar wat vóór 1907 in Wenen was aangekomen, is absoluut fantastisch, en dan bedoel ik met name het Parthenmonument. Het gaat om een verzameling reliëfs die zijn aangetroffen op diverse plaatsen in de stad, vooral bij de beroemde bibliotheek van Tiberius Julius Celsus Polemaeanus. Vermoedelijk behoren de reliëfs bij de monumentale opbouw rond een altaar dat in de Late Oudheid om onbekende redenen is gesloopt.

Omdat de stukken niet op de oorspronkelijke plek zijn gevonden, zijn de reconstructie, de datering en de interpretatie omstreden. We herkennen echter onder meer hoe Hadrianus in 138 zijn opvolger Antoninus Pius adopteerde en hoe die op zijn beurt Marcus Aurelius en Lucius Verus adopteerde. Verder zijn er scènes uit een oorlog, personificaties van steden, iets dat lijkt op de vergoddelijking van een keizer (helaas zonder hoofd) en een godenverzameling. Het is fenomenaal knappe sculptuur.

Maar wat is het? De naam “Parthenmonument” gaat er van uit dat de oorlogsscènes betrekking hebben op de Parthische Oorlog van Lucius Verus waarover ik zojuist blogde, en dat het monument is opgericht ter ere van zijn vergoddelijking. Het probleem is dat de vijanden in de oorlogsscènes niet alleen maar Parthen zijn. Als het hoofd van de vergoddelijkte vorst nou aanwezig was geweest, hadden we meer zekerheid gehad. Een tweede interpretatie houdt het erop dat alle afbeeldingen generiek zijn en dat het monument rond 145 is vervaardigd.

De maangod van Harran

Omdat ik net een blogje schreef over de Parthische Oorlog van Lucius Verus, houd ik het vandaag even op de eerste interpretatie. De aanwezigheid van iemand die lijkt op de maangod van Harran is een aanwijzing. Als u niet overtuigd bent, heeft u in dit blogje in elk geval foto’s van het monument en weet u wat u in Wenen moet gaan bekijken. Ik zal in januari eens zien of ik meer kan ontdekken.

***

Dit was het 503e voorwerp in mijn reeks museumstukken. Tot 23 november is in het Rheinisches Landesmuseum in Trier een expositie over Marcus Aurelius.

#AntoninusPius #Efese #EphesosMuseum #Hadrianus #LuciusVerus #MarcusAurelius #OsmanHamdi #Parthenmonument #TiberiusJuliusCelsusPolemaeanus #Wenen

Lucius Verus versus de Parthen

Lucius Verus (Torloniacollectie, Rome)

In 115 ontketende de Romeinse keizer Trajanus (r.98-117) een enorme oorlog tegen het Parthische Rijk. Hij liep de bufferstaat Armenië onder de voet en gelastte zijn legioenen om langs de Tigris en de Eufraat op te rukken naar de Perzische Golf. Een boottochtje vormde het triomfantelijke hoogtepunt van de operatie. Maar meteen daarna waren er opstanden en Trajanus’ opvolger Hadrianus (r.117-138) ontruimde de gebieden. Evengoed zat de schrik er goed in bij de Parthen: decennia lang bleef het rustig. De opbloeiende handel van een stad als Palmyra documenteert de zegeningen van de vrede.

Crisis

Tijdens Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius (r.138-161) bleef het aan de Eufraatgrens rustig en de Romeinen verwachtten dan ook geen onoverkomelijke moeilijkheden toen Marcus Aurelius en zijn broer Lucius Verus aantraden. De nieuwe keizers werden totaal overrompeld door het offensief van de Parthische koning Vologases IV, die niet alleen het Romeinse Rijk binnenviel maar ook de gouverneur van Cappadocië versloeg. Een van de legioenen (VIIII Hispana of XXII Deiotorana) werd vernietigd. De Parthen versloegen ook de gouverneur van Syrië, installeerden in Armenië een vazalkoning en vervingen in het bufferstaatje Edessa de pro-Romeinse koning Manu door een eigen vorst.

Terzijde: ik schreef weliswaar dat de Romeinen geen onoverkomelijke moeilijkheden verwachtten, maar het is aannemelijk dat ze wel iets hebben zien aankomen. Het bewijsstuk is de inscriptie die bekendstaat als EDCS-12401969: ze vermeldt iemand die door Antoninus Pius aan het hoofd van versterkingen naar Syrië is gestuurd. Van de andere kant: het duurde even voordat de Romeinen hun eigen troepenmacht gereed hadden. Een verlaging van het zilvergehalte van de Romeinse munten bewijst dat men onverwacht snel extra geld in omloop moest brengen om de oorlog te financieren.

Lucius Verus reisde pas na een jaar af naar het oosten om persoonlijk leiding te geven aan de oorlog. Het was menens. Keizerlijke aanwezigheid aan het front was al een kwart eeuw niet meer voorgekomen. De laatste keer was Hadrianus’ oorlog tegen Bar Kochba geweest.

The Empire Strikes Back

Verus, die nog geen frontervaring had, bleef overigens op de achtergrond en liet de concrete leiding van de operaties over aan generaals die al wel eens hadden gevochten. Begin 163 rukten de legioenen op naar Armenië, waar ze Artaxata innamen en een nieuwe koning installeerden in een van een Romeins garnizoen voorziene nieuwe hoofdstad. Een emissie van goudstukken waarop de Romeinse keizers de eretitel Armeniacus voeren, bewijst hoe blij ze waren dat ze de schande hadden uitgewist.

Lucius Verus Armeniacus (Valkhof, Nijmegen)

Een tweede operatie vond in 164 plaats aan de Eufraat, waar generaal Avidius Cassius de stad Edessa innam en de pro-Romeinse koning Manu weer op de troon plaatste. De Parthische koning Vologases had dus twee recent aangestelde bondgenoten verloren, en lijkt door anderen in de steek te zijn gelaten. Avidius Cassius profiteerde ervan door op te rukken langs de Eufraat, het verzwakte Parthische leger te verslaan bij Doura Europos en het huidige Raqqa in te nemen. In het volgende jaar stootte hij door naar de Parthische hoofdsteden Seleukeia en Ktesifon, gelegen aan de Tigris. Seleukeia brandde hij plat en in Ktesifon maakte hij het koninklijk paleis met de grond gelijk. De Parthen waren verslagen en de twee Romeinse keizers vierden het door eretitels als Parthicus Maximus aan te nemen.

In het volgende jaar, 166, opereerden de legioenen in het gebied dat de Romeinen Atropatene noemden en wij Azerbaijan. Deze operatie werd echter afgebroken. Onze voornaamste bron, een uittreksel uit het geschiedwerk van de Grieks-Romeinse auteur Cassius Dio, meldt dat Avidius Cassius terugkeerde met grote verliezen aan mensenlevens.noot Cassius Dio, Romeinse geschiedenis . Misschien kwam dat door de uitbraak van een epidemie, waarover ik nog zal bloggen, maar het leger kan ook een nederlaag hebben geleden. Het uittreksel is te kort en te verward om meer te weten.

Een vredesverdrag volgde: in Armenië werd de status quo hersteld, de Parthen erkenden het Romeinse gezag in Edessa en in Doura Europos, en Lucius Verus bezat de tact om in die laatste stad geen troepen uit Italië te stationeren maar hulptroepen uit Palmyra. Evengoed was Romes invloed nu uitgebreid over de Eufraat en werden voor de overwinning overal in de Romeinse wereld monumenten opgericht. Het Parthenmonument in Efese en de ereboog in het Libische Tripoli zijn maar twee voorbeelden.

De ereboog in Tripoli

***

Tot 23 november is in het Rheinisches Landesmuseum in Trier een expositie over Marcus Aurelius.

#AntonijnseEpidemie #Artaxata #Atropatene #AvidiusCassius #Azerbaijan #CassiusDio #DouraEuropos #Efese #epidemie #Eufraat #Irak #Ktesifon #LuciusVerus #ManuVanEdessa #MarcusAurelius #Palmyra #Parthenmonument #ParthischeRijk #SeleukeiaAanDeTigris #Syrië #TripoliLibië_ #VologasesIV

Apollos

Een Egyptenaar (Staatliches Museum Ägyptischer Kunst, München)

Ik stipte gisteren aan dat het een raadsel is hoe het christendom in Egypte is aangekomen. Een van de allergrootste kenners van de materie, Adolf von Harnack, typeerde ons vrijwel volledige gebrek aan informatie als de ergste lacune in onze kennis van het vroege christendom. De kwestie is belangrijk omdat Egypte in de tweede eeuw een ware fabriek van nieuwe ideeën was. Grappig genoeg weten we wél dat er al heel vroeg volgelingen van Jezus leefden in Alexandrië: we kennen er een bij naam, hij heette Apollos en dat is een naam die vooral in Egypte is gedocumenteerd.

Apollos van Alexandrië

De auteur van de Handelingen van de apostelen vertelt:

Intussen arriveerde er in Efese een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften. Hij had [in zijn vaderland] onderricht gekregen in de Weg van de Heer en verkondigde geestdriftig de leer over Jezus, die hij zorgvuldig uiteenzette, ook al was hij alleen bekend met de doop zoals Johannes die had verricht. In de synagoge begon hij nu vrijmoedig het woord te voeren.noot Handelingen 18.24-26a; NBV21.

We kennen deze Apollos ook uit de door Paulus geschreven Eerste Brief aan de Korintiërs en weten daarom dat Apollos rond 50 aankwam in Efese. Dus hier ontmoeten we een Egyptische Jood die niet alleen de relevante literatuur kende, maar ook het zelfvertrouwen had om op pad te gaan om in de synagogen van Klein-Azië onderricht te gaan geven.

Waar hij zijn kennis had opgedaan, is onduidelijk; de in het citaat hierboven tussen […] geplaatste woorden “in zijn vaderland” staan niet in alle handschriften. Maar we hebben hier wel een christen uit Alexandrië, heel erg vroeg. Overigens waren er op dat moment ook al christenen in Antiochië, dus zó vreemd is het nou ook weer niet.

Handelingen

We lezen in de Handelingen verder dat Paulus’ Efesische leerlingen bedenkingen hadden bij Apollos’ verkondiging, en hem terzijde namen om hem bij te praten.noot Handelingen 18.26b. Vervolgens reisde Apollos door naar Korinthe, waar hij opnieuw kennis maakte met een door Paulus gestichte gemeente.

Hij slaagde erin de Joden in het openbaar in het ongelijk te stellen door op grond van de Schriften aan te tonen dat Jezus de messias is.noot Handelingen 18.28.

Terwijl Apollos dus in Korinthe was, arriveerde Paulus in Efese, waar hij Apollos’ leerlingen opnieuw doopte, omdat die van Apollos de doop hadden ontvangen zoals Johannes die had toegediend. Dat was vooral een manier om ritueel rein aan een nieuw leven te beginnen, en ze hadden niet meegekregen dat ze (althans volgens Paulus) ook nog moesten geloven in de Heilige Geest en in Jezus. Je zou dit laatste de Paulinische verschuiving kunnen noemen: het gaat hem niet om het geloof van Jezus, maar om het geloof in Jezus.

1 Korintiërs

Uit het bovenstaande valt af te leiden dat Apollos mensen doopte en geloofde dat Jezus de messias was, maar dat hij met Paulus van mening verschilde over de vraag wat dit laatste betekende. De auteur van Handelingen noemt verder geen conflicten of ruzies. Dat die er wel waren, blijkt uit Paulus’ eigen woorden.

Door Chloë’s huisgenoten is mij verteld dat er verdeeldheid onder u heerst. Ik bedoel dat de een zegt: “Ik ben van Paulus,” een ander: “Ik van Apollos,” een derde: “Ik van Kefas,” en een vierde: “Ik van Christus.” Is Christus dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent gedoopt?noot 1 Korintiërs 1.11-13.

Even verderop bakent Paulus zijn eigen positie af:

De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. Er staat namelijk geschreven: “Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen.”noot 1 Korintiërs 1.18-19, met citaat uit Jesaja 29.14.

In de vertaling valt een woordspeling weg: het werkwoord “vernietigen” (apollynai in de Septuaginta) lijkt als twee druppels op de naam Apollos. Paulus lijkt geërgerd te zijn. Dat blijkt ook uit de metaforen die hij even verderop gebruikt, waarin hij zich presenteert als belangrijker dan Apollos.

Ik heb geplant, Apollos heeft water gegeven…noot 1 Korintiërs 3.6.

Ik heb als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort…noot 1 Korintiërs 3.10.

Paulus zijnde Paulus vallen deze verwijten eigenlijk wel mee. Over Petrus oordeelt hij veel giftiger.noot “Zijn gedrag was verwerpelijk”: Galaten 2.12. Paulus lijkt niet te hebben willen toestaan dat een meningsverschil de eenheid verstoorde. Zo keek ook de auteur van de Brief aan Titus er tegenaan, die aan de geadresseerde vraagt om Apollos te voorzien van reisbenodigdheden.noot Titus 3.13. Apollos was en bleef dus aanvaard in de Paulinische gemeenschappen, maar er is wel iets aan de hand.

Egyptisch christendom?

Wat was het verschilpunt? Handelingen noemt de doop, de Heilige Geest en het geloof in Jezus, maar 1 Korintiërs noemt die zaken niet. Ik speculeer dat het ging om “de boodschap over het kruis” die een dwaasheid was “voor wie verloren gaan” en die “de kracht van God” was voor degenen die op de Jongste Dag zouden worden gered. Dit is vertrouwd Paulus-materiaal: volgens hem verzoende de kruisdood de zondige mensheid met God.noot Romeinen 5.6-11; Galaten 1.4, 3.13.

Het is goed mogelijk dat Apollos, die immers niet Paulus was, hier anders over dacht. Misschien was in zijn visie Jezus wel een wijsheidsleraar, ongeveer zoals ook Josephus hem typeert, en is Paulus’ opmerking dat “de wijsheid van de wijzen zal worden vernietigd” meer dan een woordspeling. Paulus plaatst dan de wereldse wijsheid van Apollos tegenover zijn eigen, paradoxale dwaasheid. Ik noem dit punt omdat in het latere Egyptische christendom de door Jezus gepredikte wijsheid/inzicht/kennis centraal staat. Dat wordt weleens aangeduid als gnostisch en in navolging van latere orthodoxe auteurs als Eusebios gelden de gnostici als valse christenen. Zo hebben ze dat zelf niet gezien.

Enfin. Ik was aan het speculeren over een niet-Paulinische joodse christen. Er is echter geen bewijs, zelfs geen aanwijzing, dat Apollos een proto-gnosticus was. Het laatste woord moet echt dat zijn van Von Harnack: hoe het christendom in Egypte is gekomen, is de ergste lacune in onze kennis van de geschiedenis van het nieuwe geloof. Maar we weten dus wél dat het er al is geweest vóór 50.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AdolfVonHarnack #Alexandrië #Apollos #BriefAanTitus #EersteBriefAanDeKorintiërs #Efese #HandelingenVanDeApostelen #JohannesDeDoper #Korinthe #NieuweTestament #Paulus

De Zevenslapers van Efese

De Zevenslapers van Efese

In de winter van 249/250 gelastte de Romeinse keizer Decius al zijn onderdanen om te offeren aan hun voorouderlijke goden. Daar was alle reden toe, want er woedde een akelige, op ebola lijkende epidemie, en verder waren er de problemen die worden samengevat als de Crisis van de Derde Eeuw. Voor sommige groepen pakte Decius’ loyaliteitseis vervelend uit, want neopythagoreeërs, hermetici en neoplatonisten maakten bezwaar tegen het offeren. Op naam van de pythagorese filosoof Apollonios van Tyana is een briefje overgeleverd waarin hij expliciet zegt dat de grootste eer die men aan de goden kan bewijzen, eruit bestaat niet aan ze te offeren. Duidelijke taal.

Voor de vereerders van Christus was het makkelijker. De meesten hadden de nieuwe god toegevoegd aan hun pantheon. Van keizer Severus Alexander (r.222-235) is bekend dat hij dagelijks offerde aan Abraham, Christus, Orfeus en de zojuist genoemde Apollonios van Tyana. Voor sommige vereerders van Christus stonden echter principieel afwijzend tegenover Decius’ eis, en betaalden met hun bloed. Dionysius van Parijs (Saint-Denis) is een voorbeeld. Andere christenen maakten zich uit de voeten, zoals de bisschop van Karthago, Cyprianus.

De Zevenslapers

In Efese vluchtten zeven mannen naar een grot om daar te schuilen tot de dagen voorbij waren waarin hun stadsgenoten aan het offeren waren. Ze vielen in slaap, maar toen ze werden gewekt door iemand die de grot als stal wilde gaan gebruiken, waren bijna twee eeuwen verstreken: dat zou in 447 zijn geweest, tijdens de regering van keizer Theodosius II. Dat de wakker geworden mannen werkelijk vele decennia hadden geslapen, werd onweerlegbaar bewezen toen ze boodschappen wilden doen met verouderde munten. De grot wordt nog altijd aangewezen, maar ik heb die zelf alleen van een afstand kunnen fotograferen.

De grot van de Zevenslapers

Dit mooie verhaal werd driekwart eeuw later, dus aan het begin van de zesde eeuw, voor het eerst opgeschreven door de Syrische auteur Jacobus van Serugh. Op dat moment was er al een aan de Zevenslapers gewijde kerk. De dubbele bodem van de legende betreft natuurlijk de opstanding van de doden.

Verspreiding

Misschien was het wel omdat een belangrijk theologisch leerstuk aanschouwelijk werd gemaakt, misschien was het wel gewoon omdat mensen hielden van wonderbaarlijke verhalen, maar in elk geval verspreidde de legende van de Zevenslapers zich bliksemsnel. Na een halve eeuw was er al een versie in het Centraal-Aziatische Sogdisch, rond 575 vertaalde de Gallische bisschop Gregorius van Tours de legende in het Latijn (lees maar). Van westelijk China tot de Atlantische Oceaan: na een halve eeuw kende de hele antieke wereld de legende.

Via het Sogdisch kennen we ook Perzische, Kirgizische en Tataarse versies; via het Latijn kwamen Angelsaksische en Ierse versies tot stand; de Syrische tekst moet ten grondslag liggen aan de Armeense, Koptische en Ethiopische versies. De Byzantijnse versies kunnen teruggaan op een origineel dat een fractie ouder zou kunnen zijn dan de tekst van Jacobus van Serugh.

Tot slot noem ik de Arabische versies. De joden van Najran, in het zuiden van het huidige Saoedi-Arabië, kenden de legende, al meenden zij dat ze ging over drie van hun geloofsgenoten. Het verhaal is daarna opgenomen in de Koran en deze variant dateert dus van voor 632. Hierin lezen we dat sommige mensen het hebben over zeven slapers, over drie slapers, over vier slapers, over vijf slapers plus een hond, of zeven plus hond. God weet het natuurlijk precies, stelt de Koran de luisteraar gerust, maar voor ons is interessant dat er vóór 632 al zo’n wildgroei aan tradities was dat het vragen opriep.

Parallel

Nu we het toch hebben over de vroege islam: daar vinden we een andere verhaal dat zich razendsnel verspreidde, al is het een stuk minder breed gedocumenteerd. Dat betreft een roepingsverhaal over de profeet Mohammed dat ouder is dan de standaardbiografie van Ibn Ishaq, en dat mondeling moet zijn doorgegeven naar het westen. Met aanpassingen vinden we dit verhaal in de in 731 voltooide Kerkgeschiedenis van Beda de Eerbiedwaardige, die het toepast op de Angelsaksische dichter Caedmon. U leest er hier meer over.

Wat ik met dit blogje maar zeggen wil: verhalen konden zich razendsnel verspreiden.

#Angelsaksen #BedaVanJarrow #Caedmon #Decius #Efese #GregoriusVanTours #JacobusVanSerugh #legende #Najran #SeverusAlexander #SintCyprianus #SintDionysiusVanParijs #TheodosiusII #Zevenslapers

Efese

Een atleet uit Efese (Ephesos-Museum, Wenen)

Een van de meest overdonderende opgravingen die ik ken, is die van Efese, in het westen van het huidige Turkije. Volgens een legende die misschien een element van waarheid bevat, leidde ooit een Athener genaamd Androklos een groep Griekse kolonisten overzee naar de plek die dus Efese zou zijn. Ooit. Heel precies wist men het niet, maar het was gebeurd na de (legendarische) komst van de Doriërs en vóór Homeros de Ilias schreef. De Grieken plaatsten die gebeurtenissen, waarvan de historiciteit onduidelijk is, rond 1200 en rond 800 v.Chr. op de kalender. Als er een historische kern is in het verhaal over Androklos, bevindt die zich in de “Dark Ages”.

Efese is echter veel ouder. In teksten, gevonden in de Hittitische hoofdstad Hattusa, is sprake van Abasa. Die stad, de hoofdstad van het koninkrijk Mira, moet al rond 1600 v.Chr. hebben bestaan. Ze is teruggevonden op de Ayasoluk, de heuvel waarop tegenwoordig de kerk staat van de heilige Johannes.

Mykeens aardewerk (Archeologisch Museum, Selçuk)

Evengoed zijn de eerste eeuwen van de geschiedenis van Efese weinig duidelijk. We weten wel dat de Kimmeriërs de Griekse stad in de zevende eeuw v.Chr. brandschatten; later maakte Efese deel uit van het Lydische koninkrijk van Kroisos, die de beroemde tempel van de Efesische Artemis herbouwde. Na het midden van de zesde eeuw v.Chr. behoorde de stad tot het Perzische Rijk. Er zijn echter nauwelijks archeologische resten uit deze periode.

De Hellenistische tijd

Onze bronnen vermelden in de vijfde en vierde eeuw Efese zo nu en dan, maar de stad werd pas echt belangrijk toen een van de opvolgers van Alexander de Grote, Lysimachos, besloot Efese te maken tot zijn residentie. Hij wilde er begraven worden in het niet veel verderop gelegen Belevi-mausoleum. Na de slag op de Kyrosvlakte (281 v.Chr.), waarin Lysimachos om het leven kwam, werd de stad onderdeel het Seleukidische Rijk en – iets later – van het koninkrijk Pergamon. De Hellenistische Fontein die toeristen nog altijd kunnen zien, dateert uit deze tijd.

Het theater

De Romeinse tijd

Nadat de Romeinen het Pergameense koninkrijk in 133 v.Chr. hadden geannexeerd, maakten ze Efese tot residentie van de gouverneur van de nieuwe provincie, die ze Asia noemden. Vrijwel alles wat toeristen heden ten dage kunnen zien – en dat is heel erg veel – dateert uit de Romeinse periode. Neem het theater: hoewel het is aangelegd in de hellenistische tijd, hebben de Efesiërs het herbouwd ten tijde van de keizers Claudius (r.41-54), Nero (r. 54-68) en Trajanus (r.98-117). Een ander voorbeeld is de Agora: opnieuw een bouwwerk uit de hellenistische tijd dat in de Romeinse periode is herbouwd.

Andere monumenten uit de Romeinse tijd zijn de Poort van Mazaeus en Mithridates (de belangrijkste toegang tot de Agora), de fontein van keizer Domitianus, de Fontein van Trajanus, de Boog van keizer Hadrianus, de wereldberoemde Bibliotheek van Tiberius Julius Celsus Polemaeanus, en het zogeheten Parthenmonument. Voor dat laatste moet u overigens naar Wenen, want het is overgebracht naar het Ephesos-Museum. Ook de fenomenale terraswoningen en enkele tempels voor de keizercultus, dateren uit de Romeinse tijd. Uit de vroege vijfde eeuw na Chr. dateert de Arcadiusweg.

De bibliotheek van Celsus

Late Oudheid

Efese was een belangrijk centrum voor het vroege christendom. De apostel Paulus onderwees er in de synagoge en raakte in de problemen toen er geruchten gingen dat hij kritiek had op de cultus van Artemis – voor wie de stad, zoals gezegd, een beroemde tempel had, een van de zeven wereldwonderen. In 431 was Efese de plaats waar een concilie plaatsvond, dat besloot dat Maria de moeder was van Christus als God (en dus niet van Christus als mens). De ruïne van de kerk waar de vergadering plaatsvond, is nog steeds te bezoeken.

Het verval van Efese begon toen de haven verzandde. In de Byzantijnse tijd werd de stad verlaten, hoewel er nog altijd een fort was en verschillende kerken in gebruik bleven. De legende van de Zevenslapers van Efese dateert uit de vroege zesde eeuw.

De terraswoningen

Het wetenschappelijk onderzoek begon in de laatste jaren van de negentiende eeuw. Oostenrijkse archeologen, aanwezig sinds 1895, hebben grote delen van de oude stad blootgelegd. De prettig rustige zalen van het Ephesos-Museum in Wenen, gevestigd in het voormalige paleis van de Habsburgers, zijn voor ons Europeanen de toegankelijkste kennismaking met Efese, maar een bezoek aan de eigenlijke ruïnestad en het museum in het nabijgelegen Selçuk zijn natuurlijk nog beter.

#androklos #artemisVanEfese #asia #belevi #concilieVanEfese #darkAges #efese #ephesosMuseum #kyrosvlakte #lysimachos #miraBronstijdrijk #parthenmonument #paulus #pergamon #seleukidischeRijk #tiberiusJuliusCelsusPolemaeanus #turkije #wenen #wereldwonder #zevenWereldwonderen #zevenslapers

Alexander de Grote in Sardes

Sardes

De afgelopen tijd heb ik het een en ander verteld over de troonsbestijging en het eerste regeringsjaar van Alexander de Grote. Ik heb het ook gehad over zijn eerste overwinning op de Perzen, in de slag aan de Granikos. Eigenlijk was dat een hinderlijk oponthoud geweest tijdens de opmars naar het zuiden, waar de eigenlijke doelen van de Macedonische operatie lagen: Griekse steden als Efese en Milete. In Perzische handen waren dat gevaarlijke vlootbases, waarvandaan Griekenland en Macedonië konden worden aangevallen. Maar de bevolking had al aangegeven liever zelfstandig te zijn – of beter gezegd: een deel van de bevolking had, toen het Macedonische leger van Parmenion in de buurt was, de Macedoniërs verwelkomd. Of dit deel van de bevolking representatief was voor de andere bewoners, valt niet langer te achterhalen.

Snel naar het zuiden

De Granikoscampagne duurde alles bij elkaar twee weken. Nadien konden de Macedoniërs verder oprukken. Van het verslagen Perzische leger viel geen tegenstand meer te verwachten. Er dreigde pas gevaar in steden die werden beschermd door de vijandelijke vloot, maar die kon niet uitvaren vóór eind juni de oogst was binnengehaald. En zo konden Alexanders mannen in de laatste weken van de lente van 334 v.Chr. moeiteloos langs de kustweg naar het zuiden marcheren. De zwaarste bagage werd met schepen vervoerd en de soldaten moeten het vreemde gevoel hebben gehad dat ze op vakantie waren.

Het was nu zaak de havensteden te veroveren: Smyrna, Efese, Milete en Halikarnassos. Zo kon worden voorkomen dat de Perzen er gebruik van maakten als ze met hun vloot naar het noorden zouden komen om de aanvoerlijn over de Hellespont af te snijden of de Macedonische kust aan te vallen. De verovering van deze steden was in feite een defensieve maatregel.

Sardes

Een ander aanvalsdoel was Sardes, het belangrijkste Perzische bestuurscentrum in dit deel van het wereldrijk. De belegering beloofde lang en moeizaam te worden, want ook al hadden de Perzen niet langer een landmacht om de belegeraars te verdrijven, de citadel gold als onneembaar. Ze lag op een enorme, aan alle zijden door steile hellingen omgeven rots (zie foto hierboven) en was opgebouwd uit terrassen, zodat aanvallers driemaal een muur moesten beklimmen. Een belegering hield in dat de Macedoniërs vele weken zouden moeten worden bevoorraad, terwijl de Perzische vloot de kustwegen zou aanvallen en de aanvoerlijnen afsnijden.

Gelukkig voor Alexander hadden de Perzen de oogst nog niet kunnen binnenhalen, zodat ook zij problemen zouden hebben met de voedselvoorziening en daarom weinig hoop koesterden op een goede afloop. Toen Alexander de stad naderde, bood de Perzische commandant Mithrenes de overgave aan; hij zou een eervolle positie aan het Macedonische hof krijgen. Een broer van Parmenion werd aangewezen als nieuwe commandant in Sardes en zou de Perzische titel van satraap voeren: Alexander veranderde het systeem van besturen niet maar verving de bestuurders.

De capitulatie van Sardes leverde tijdwinst op, die het mogelijk maakte dat de onvermijdelijke confrontatie met de Perzische vloot zuidelijker zou plaatsvinden. Bovendien viel een enorme schat in Macedonische handen. Alexander kon maanden soldij betalen en zette dankbaar een flink bedrag opzij voor de bouw van een nieuwe tempel.

Tempel van Artemis, Sardes

Bestuurlijke maatregelen

Ondertussen wees Alexander enkele Griekse bondgenoten aan om garnizoensdienst te doen. De reden is simpel. Hij gaf in alle Griekse steden in Klein-Azië de macht aan de democraten. Een voor de hand liggende maatregel, want de oligarchen die tot dan toe de lakens hadden uitgedeeld waren te zeer verbonden met het Perzische staatsbestel. De machthebbers in de stadstaten in Griekenland zagen de democratiseringsgolf echter met afgrijzen aan en vroegen zich af of Alexander zich nog iets aantrok van de eerdere afspraken (in het verdrag van de Korinthische Bond), dat de diverse partijen zich niet zouden bemoeien met elkaars interne aangelegenheden. De Macedoniër deed in Azië niet anders dan staatsregelingen veranderen en joeg daarmee de Grieken in Europa, die hem sinds de verwoesting van Thebe toch al haatten, nog verder tegen zich in het harnas. Het verwijderen van de Griekse contingenten uit de Macedonische strijdmacht lag daarom in de rede.

[Wordt vervolgd. Momenteel is de Week van de Klassieken. Het programma vindt u daar.]

#AlexanderDeGrote #Efese #KorinthischeBond #Milete #Mithrenes #Parmenion #Sardes #satrapie #Smyrna

Hoe Alexander de Grote koning werd (1) - Mainzer Beobachter

In 336 v.Chr. werd Alexander de Grote onverwacht koning. De situatie was verward en zou Alexanders regering helpen vormen.

Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (3) Smyrna

Cornelis de Bruijn, Smyrna

Dit is het derde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Smyrna

Toen Cornelis de Bruijn in de zomer van 1678 vanuit Italië arriveerde in de belangrijke handelshaven Smyrna, werd hij onmiddellijk opgenomen in de kringen van de Europese diplomaten. De Hollandse consul bood hem onderdak en diens Engelse collega nam hem mee voor een bezoek aan Selçuk en de ruïnes van het oude Efese.

Dit was een warmer welkom dan de jongeman redelijkerwijs had kunnen verwachten. Het consulaat van Smyrna, een van de belangrijkste posten in de Hollandse diplomatie, werd bezet door een edelman die normaliter geen enkele zwerver zou ontvangen. De Bruijn was geen bekende kunstenaar en ook kon hij zijn gastheren (nog) niet vermaken met verhalen over landen die zij niet hadden bezocht. De gastvrijheid van de consul is des te opmerkelijker als we bedenken dat hij er zeker van was dat zijn gast had geprobeerd Johan de Witt te vermoorden. Ik noemde het al.

Constantinopel

De Bruijn verbleef ongeveer een half jaar in Smyrna. In december reisde hij over land naar Constantinopel, waar hij anderhalf jaar zou blijven. Wat hij er gedaan kan hebben, is niet helemaal duidelijk. Het zal in elk geval moeilijk zijn geweest om de kost te verdienen als schilder, want de stijl van De Bruijn appelleerde nauwelijks aan de Ottomaanse smaak.

Cornelis de Bruijn, Constantinopel

Zijn beschrijving van de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk in Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië is nog minder informatief dan die van Rome. Omdat hij zijn lezers desondanks iets wil vertellen, biedt hij fragmenten van wat hij in verschillende andere boeken heeft gelezen. Destijds was dit geen ongebruikelijke praktijk (en ook vandaag kopiëren reisgidsen elkaar), maar je vraagt ​​je af waarom De Bruijn weinig vertelt over zijn persoonlijke ervaringen. Het staat vast dat hij ziek is geweest, maar dat duurde geen anderhalf jaar. De beschrijving van een terugkerende generaal is overigens aardig genoeg.

Een mogelijke verklaring voor zijn zwijgen is dat hij nog niet had besloten een boek te schrijven en geen aantekeningen maakte. Een andere verklaring is dat hij inlichtingen aan het verzamelen was. Uit de aard der zaak is dit niet te bewijzen, maar de Hollandse ambassadeur bij de Verheven Porte was ervan overtuigd dat de reizende kunstschilder politieke contacten had.

Ottomaanse dames

Naar de Levant

In elk geval: in juli 1680 zeilde De Bruijn terug naar Smyrna. Hij onderbrak zijn reis om de plek te bezoeken die men destijds hield voor het oude Troje, feitelijk Alexandrië in de Troas, en ging aan land in Mytilene op het eiland Lesbos. De herfst en winter bracht hij door in Smyrna, waar hij plannen maakte voor een bezoek aan het Heilige Land, waar hij Pasen wilde vieren.

De Bruijn vertrok toen in februari 1681 de zee bevaarbaar werd. In zijn gezelschap bevond zich zijn landgenoot Rogier van Cleef, die later nog beroemd zou worden als waterbouwkundig ingenieur van paleis Het Loo bij Apeldoorn. Willem III wilde dat zijn fonteinen hoger zouden spuiten dan die van Lodewijk XIV in Versailles, en Van Cleef slaagde hierin. Maar dat was nog ver in de toekomst toen de twee Hollanders Rhodos bereikten, waar ze drie weken doorbrachten.

Ze vervolgden hun reis en zeilden naar Tyrus. De zeestromingen maakten het moeilijk om rechtstreeks naar het zuiden te varen, dus maakte het schip een omweg naar Damietta, aan een van de oostelijke mondingen van de Nijl. Helaas maakte tegenwind het onmogelijk om nog voor Pasen in Palestina te zijn. Omdat hij niet wist wat hij moest doen, besloot De Bruijn in Egypte te blijven.

Wordt vervolgd.

#AlexandriëInDeTroas #Constantinopel #CornelisDeBruijn #Damietta #Efese #Egypte #HetLoo #Izmir #JohanDeWitt #Lesbos #LodewijkXIV #Mytilene #OttomaanseRijk #ReizenDoorDeVermaardsteDeelenVanKleinAsia #Rhodos #RogierVanCleef #Smyrna #StadhouderKoningWillemIII #Troje #Turkije #Tyrus #Versailles

Cornelis de Bruijn (1) Jeugd - Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (1652-1727) was een Hollandse ontdekkingsreiziger, die onder meer Egypte, Rusland en Perzië bereisde - en tekende.

Mainzer Beobachter

Perzisch Lydië

Een Lydiër (Persepolis)

In het vorige blogje vertelde ik over het ontstaan, de bloei en de ondergang van het IJzertijdkoninkrijk Lydië. Rond het midden van de zesde eeuw had de Perzische koning Cyrus de Grote het onderworpen. De eerste door hem aangewezen gouverneur werd geconfronteerd met een opstand, die echter werd onderdrukt. Vanaf nu was Lydië een Perzische satrapie, wat een duur woord is voor een grote provincie. Misschien moeten we de gouverneurs, de satrapen, wel aanduiden als onderkoningen. De nieuwe heersers verbeterden de zogeheten Koninklijke Weg die Sardes en Gordion verbond met de hoofdsteden van het Perzische Rijk: Sousa, Persepolis en Pasargadai.

Oroitos

De generaal die de Lydische opstand onderdrukte, een zeker Harpagos, lijkt vrij lang over het westen van Anatolie geregeerd te hebben. Nog lang daarna claimde een lokale dynastie in Lycië, het zuidwesten van het huidige Turkije, van Harpagos af te stammen. Zulke claims zijn weleens waar gebleken. Wat de waarheid ook zij, toen Cyrus in 530 v.Chr. overleed, was de hoogste bestuurde in Lydië een satraap genaamd Oroitos.

Tijdens de regering van Cyrus’ zoon en opvolger Kambyses (r.530-522) beheerde Oroitos westelijk Anatolië. Een verantwoordelijke positie, want de koning zelf was bezig met een oorlog in Egypte, dat hij annexeerde. In de chaotische periode na de dood van Kambyses veroverde Oroitos het Griekse eiland Samos. De lokale heerser, Polykrates, was een bondgenoot geweest van Egypte en dat bekocht hij met de dood.

Oroitos heeft vermoedelijk gewoon zijn plicht gedaan, maar met de annexatie van Samos was hij gevaarlijk machtig. Hij beheerde immers én het goud van Lydië én de vloot van Samos. Dat maakte hem tot een potentiële bedreiging van Kambyses’ opvolger Darius de Grote (r.522-486). Een moordenaar ruimde het probleem op. De satrapie kwam uiteindelijk in 513 v.Chr. in handen van Darius’ jongere broer Artafernes.

Cultuurcontact

Ten westen van Lydië lagen enkele grote Griekse havensteden, talloze Griekse eilanden en het Griekse vasteland. Dat betekende dat Lydië in de frontlijn lag toen de Griekse havensteden in 499 v.Chr. in opstand kwamen tegen de Perzen (de zogeheten Ionische Opstand). De Grieken plunderden de benedenstad van Sardes en hielden het, toen koning Darius eenmaal legers had gestuurd, nog vijf jaar vol. Artafernes verraste de Griekse wereld vervolgens door zijn milde behandeling van de verslagen rebellen, maar het lijkt er ook op dat rijke Perzische aristocraten allerlei geconfisqueerde landgoederen in handen hebben gekregen.

Een “meesteres der dieren” (Louvre, Parijs)

Er woonden al veel Iraniërs in Lydië, bijvoorbeeld als gedemobiliseerde soldaten. Er zijn legio aanwijzingen voor de verering van oosterse goden (bijvoorbeeld Anahita) en de “Iranificatie” van de oude Lydische goden. Zo stond de priester van de moedergodin Artimus/Artemis in Efese nog eeuwen bekend met de Perzische titel megabyxus, “degene die is vrijgemaakt voor de cultus van de god”, terwijl de bewoners van deze satrapie de Lydische god Pldans gelijkstelden aan de Perzische Ahuramazda – en ook aan de Griekse Apollo, want het was een smeltkroes van culturen.

Lydië bleef een frontlijngebied, want het was de vanzelfsprekende Perzische basis tijdens de militaire expedities die in 492, 490 en 480-479 plaatsvonden naar het westen. De eerste eindigde met de onderwerping van Macedonië, de tweede met verovering van Delos en het debacle bij Marathon, en de derde… het gangbare beeld is dat de Grieken de Perzen versloegen bij de zeeslag bij Salamis, maar de werkelijkheid is genuanceerder. Ik blogde er al eens over, namelijk hier, en laat de materie nu rusten. Feit is dat de Grieken uit het moederland de Griekse havensteden in Anatolië veroverden en dat de satraap van Lydië er weinig meer te zeggen had.

Lydië en Athene

Over het Lydië van de vier decennia na 480 is weinig bekend. De meeste Griekse bronnen zijn gericht op Athene, dat door een cordon sanitaire van Griekse havensteden in Azië was afgeschermd van Lydië en er weinig mee van doen had. Pas in 440 lezen we weer over Lydië, toen de satraap Pissouthnes probeerde het eiland Samos te heroveren, dat in opstand was gekomen tegen Athene. Het liep op niets uit. Toen Athene een decennium later verzeild raakte in de Archidamische Oorlog tegen Sparta (431-421 v.Chr.), probeerde Pissouthnes zijn invloed uit te breiden door vrijwel elke opstandige lidstaat van de Atheense alliantie, zoals Kolofon en Lesbos, te ondersteunen.

Een Perzische gouden armband uit Sardes (Neues Museum, Berlijn)

In 420 kwam Pissouthnes zelf in opstand tegen koning Darius II Nothos. We weten niet waarom. De koning stuurde een edelman genaamd Tissafernes naar Lydië, die hem uit de weg ruimde en als satraap opvolgde. Gedurende zijn eerste jaren in functie moest hij echter vechten tegen Pissouthnes’ zoon Amorges, die de opstand van zijn vader voortzette met hulp uit Athene.

Het was deze Atheense interventie in Lydië die koning Darius deed besluiten Sparta te steunen in de Dekeleïsche of Ionische Oorlog (413-404). De onderhandelingen werden gevoerd door zijn zoon Cyrus, die later eveneens in opstand kwam. Sparta stemde ermee in de Griekse havensteden in westelijk Klein-Azië niet te beschermen als Perzië zich er meester van maakte en kreeg in ruil de gevraagde steun tegen Athene.

De vierde eeuw

Sparta versloeg Athene en achtte zich, nu het de leider van de Griekse wereld was, aan zijn stand verplicht in te grijpen in Azië. Dit was in feite niet de afspraak, maar koning Darius was dood en de nieuwe koning, Artaxerxes II Mnemon, had andere zaken aan zijn hoofd: zijn broer Cyrus rukte tegen hem op. Ik blogde daar al eens over. De Spartaanse koning Agesilaos intervenieerde dus in Lydië. Een door de Perzen gesubsidieerde anti-Spartaanse coalitie dwong hem terug te keren (de Korinthische Oorlog).

Tempel van Artemis, Sardes

De volgende ons bekende satraap was Autofradates, een loyale dienaar van Artaxerxes toen die werd geconfronteerd met een reeks opstanden in het westen. Weer een andere satraap was Spithridates, die om het leven kwam toen de Macedonische koning Alexander in het voorjaar van 334 een inval deed in Klein-Azië. In de zomer van dat jaar gaf Sardes zich over. Voortaan werd Lydië bestuurd door Griekstalige gouverneurs, eerst als onderdeel van het rijk van Alexander, later door zijn opvolgers, nog later als onderdeel van het Seleukidische Rijk.

Doordat de vorsten vaak direct zaken deden met de steden, raakte de bestuurslaag waar Lydië bij hoorde, de satrapieën dus, grotendeels achterhaald. Van Lydië vernemen we weinig meer, maar het bleef toch bestaan als het kerngebied van het latere Pergameense Rijk en de – nog latere – Romeinse provincie Asia.

#AgesilaosII #Ahuramazda #AlexanderDeGrote #Amorges #Anahita #ArchidamischeOorlog #ArtafernesI #ArtaxerxesIIMnemon #ArtemisVanEfese #Asia #Athene #Autofradates #CyrusDeGrote #CyrusDeJongere #DariusIDeGrote #DariusIINothos #DekeleïscheOorlog #Efese #Gordion #Harpagos #IonischeOorlog #IonischeOpstand #KambysesII #Kolofon #KoninklijkeWeg #KorinthischeOorlog #Lesbos #Lydië #Marathon #Oroitos #Pissouthnes #Pldans #PolykratesVanSamos #Samos #Sardes #satrapie #SeleukidischeRijk #Sparta #Spithridates #Tissafernes #zeeslagBijSalamis

Het rijk van de Lydiërs - Mainzer Beobachter

Lydië was een schatrijk koninkrijk uit de IJzertijd. Koning Kroisos was spreekwoordelijk rijk - maar ging uiteindelijk ten onder.

Mainzer Beobachter

Het rijk van de Lydiërs

De Paktolos

De Lydiërs waren een IJzertijdvolk is het westen van wat tegenwoordig Turkije heet. Ik noem ze op deze blog regelmatig, maar heb nooit uitgelegd wie het nu eigenlijk waren. Dat moet maar eens veranderen.

Mira

Het land van de Lydiërs ligt aan weerszijden van de rivier de Hermos, waar ze hun hoofdstad Sardes bouwden op de plaats waar een ander riviertje zich met de Hermos verenigt: de Paktolos, die goudpoeder met zich meevoert. Met vruchtbaar land, water en goud was het succes van Sardes feitelijk al verzekerd. Al in de Bronstijd had hier een machtig koninkrijk gelegen, Mira, dat als hoofdstad Abasa had gehad, ofwel Efese.

Hoewel Mira aan het begin van de twaalfde eeuw v.Chr. – daar zijn de Zeevolken weer – verdwijnt uit de geschreven geschiedenis, is er aanzienlijke continuïteit tussen Mira en Lydië. De Lydische taal, die we kennen uit ongeveer honderd inscripties, is afgeleid van het Luwisch, dat in Mira de schrijftaal was geweest.

Gyges

De eerste Lydische vorst waarover we horen, was koning Gyges, de stichter van de dynastie der Mermnaden. Zijn regering wordt wel gedateerd tussen 680 en 644 v.Chr., en het laatste jaar is zeker omdat het ook wordt genoemd in een Assyrische bron. Het eerste jaar zal wel nattevingerwerk zijn geweest. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos schrijft dat Gyges de macht greep ten koste van een eerdere dynastie, die ruim een half millennium had geregeerd. Als alle jaartallen kloppen, begon die eerdere dynastie ruwweg waar Mira ophoudt, maar dat is vermoedelijk toeval.

Sardes

In feite is de geschiedenis van Lydië vóór de Mermnaden gewoon onbekend, hoewel de Hermosvallei op een bepaald moment deel moet hebben uitgemaakt van het koninkrijk Frygië, dat zich wat oostelijker bevond. Het ging in het eerste kwart van de zevende eeuw v.Chr. ten onder, toen de Kimmeriërs de Frygische hoofdstad Gordion verwoestten. Gyges zal daarvan hebben geprofiteerd, en kan de Kimmeriërs hebben afgeslagen.

Archeologen hebben vastgesteld dat Sardes in het tweede kwart van de zevende eeuw, dus een generatie na Gyges, al een indrukwekkende stad was met mooie huizen, bedekt met dakpannen. Niet zo vreemd natuurlijk, met een goudrivier binnen handbereik en een havenstad als Kolofon in het westen, aan de Egeïsche Zee. Gestaag wist Gyges zijn macht uit te breiden over westelijk Anatolië.

De Mermnaden

Gyges’ succes was tijdelijk. Hoewel de koning van de Lydiërs zich had verbonden met Assyrië, moest hij toezien dat de Kimmeriërs in 644 terugkeerden. Hij werd verslagen en sneuvelde, maar Sardes bleef veilig en het waren de Griekse steden die de ellende te verduren kregen. Het nieuwe koninkrijk was echter sterk genoeg om de gewelddadige dood van de stichter te overleven. Gyges’ zoon Ardys volgde hem op en begroef zijn vader op de vlakte benoorden Sardes, die in het Turks Bin Tepe heet, “de duizend heuvels”.

Bin Tepe

Ardys ging verder waar zijn vader was gebleven. en zette het beleid van zijn vader voort: met veroveringen en verdragen breidde hij de Lydische invloedssfeer uit. In het westen veroverde hij bijvoorbeeld de Griekse stad Priene en sloot hij een verdrag met Milete. Maar het belangrijkste is dat Ardys – zo lijkt het; er is wat discussie – als eerste muntstukken liet slaan, vermoedelijk omdat een vaste coupure het eenvoudig maakte huurlingen te betalen. Bijna elke munt toont een leeuw, wat waarschijnlijk het heraldische symbool was van de Mermnaden.

Rond 625 v.Chr. volgde Sadyattes zijn vader Ardys op, maar hij is nauwelijks meer dan een naan. Zijn zoon en opvolger Alyattes is veel beter bekend. In het westen kon hij Smyrna veroveren, in het oosten nam hij Gordion en hij maakte ook voorgoed een einde aan de dreiging van de Kimmeriërs. De rivier de Halys, ten oosten van het huidige Ankara, was nu de grens van de Lydische invloedssfeer. Hier stuitte zijn leger op 28 mei 585 v.Chr. op de Meden. Omdat er een zonsverduistering was, werd de strijd afgebroken en aanvaardden beide partijen de rivier als afbakening van hun invloedssferen.

Kroisos versus Cyrus

Alyattes liet zijn rijk – zeg maar de westelijke helft van Turkije – na aan zijn zoon Kroisos, die vrijwel alle nog onafhankelijke Griekse steden aan de Egeïsche kust onderwierp. In Efese bouwde hij het beroemde heiligdom van Artemis, of Artimus, zoals de Lydiërs zeiden. Kroisos’ hof was beroemd om de luxe en pracht; tot degenen die er op bezoek zouden zijn geweest, behoren de Griekse fabeldichter Aisopos en de Atheense staatsman Solon.

Lydische munt

Goudrijk als het rijk van de Lydiërs was, was het een natuurlijk doelwit voor de legers van Cyrus, de koning van Perzië. Als we Herodotos mogen geloven, besloot Kroisos de Perzische aanval vóór te zijn en stak hij de Halys over, Cyrus tegemoet. Hij zou zich hebben verbonden met de farao van Egypte, Amasis, en met de Spartanen in Griekenland. Misschien behoorde ook koning Nabonidus van Babylonië tot de anti-Perzische alliantie.

Cyrus versloeg Kroisos ergens ten oosten van de Halys, belegerde zijn tegenstander in Sardes en nam de stad in vóór de Spartanen of Egyptenaren de Lydiërs te hulp konden komen. De Babylonische Naboniduskroniek maakt duidelijk dat Cyrus zijn tegenstander liet executeren, en de Griekse dichter Bakchylides geeft dat indirect ook aan als hij zegt dat Kroisos was weggenomen naar de mythische Hyperboreërs in het uiterste noorden – naar een paradijselijk dodenrijk, met andere woorden. Een deel van Kroisos’ onderdanen lijkt te zijn gedeporteerd naar Nippur in Babylonië, waar kleitabletten een Lydische gemeenschap vermelden.

[Wordt vervolgd]

#Alyattes #AnatolischeTalen #Ardys #Artemis #Bakchylides #BinTepe #CyrusDeGrote #Efese #EgeïscheZee #Frygië #Gordion #Gyges #Hermos #Hyperboreërs #Kimmeriërs #Kolofon #Kroisos #LuwischeTalen #Lydië #Mermnaden #Milete #MiraBronstijdrijk #muntgeld #Naboniduskroniek #Paktolos #Priëne #Sadyattes #Sardes #schrijftaal #slagAanDeHalys #Zeevolken #zonsverduistering