De Catalaanse Atlas

Het landkaartgedeelte van de Catalaanse Wereldatlas (klik=groot; ©Wikimedia Commons)

Ik heb de Catalaanse Atlas nooit in het echt gezien. Hij behoort tot de collectie van de Franse Nationale Bibliotheek, waar ik nooit ben geweest. Ik kende wel enkele van de vignetten en ik was blij toen ik onlangs in Barcelona een facsimile van het veertiende-eeuwse document zag. Mijn vreugde werd nog groter toen ik in Brugge een soortgelijke, iets jongere landkaart zag.

De Catalaanse Atlas toont de wereld die rond 1375 bekend was aan de ontwerper, Abraham Cresques (of zijn zoon Jehuda). Al die kennis is samengevat op zes dubbelgevouwen bladen perkament van samen 300 bij 64 centimeter, die enkele jaren later werden verworven door koning Karel V van Frankrijk. De informatie is om te beginnen bestemd voor de scheepvaart: we zien de kustlijnen en lezen de namen van de havensteden. Dit is feitelijk een portolaan. Ook zijn er windrozen afgebeeld. De kalender en astrologische informatie die eveneens zijn opgenomen, zullen, naar ik aanneem, ook bedoeld zijn geweest voor schippers. Daarnaast biedt de Catalaanse Atlas informatie over staten en volken van Portugal tot China, die weer is aangevuld met informatie uit historiografische teksten en legenden.

De Noordzee van Oostende via o/a Brugge, Middelburg, Grevelingen en Dordrecht tot Gravenzande; rechts Keulen

West en Oost

Terwijl de scheepvaartinformatie over de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee actueel is, gaat de informatie over Azië deels terug op auteurs als Marco Polo, deels op correcte informatie over bijvoorbeeld het Sultanaat Delhi, en deels op oeroude teksten. Het is een tijdloos Azië dus, waarin naast de Drie Koningen ook Kublai Khan is weergegeven. Ik was getroffen door de Viseters, een volk in Zuidoost-Iran, dat in West-Europa bekend werd toen Alexander de Grote hun land brandschatte. De Rode Zee is ook rood gekleurd. Op de grens tussen enerzijds het actuele westen en het semilegendarische oosten ligt Jeruzalem.

De inmiddels legendarische Viseters op de Catalaanse Atlas.

De stad is voorzien van kerken met kruisen, en dat moet in de veertiende eeuw een politieke statement zijn geweest. Steden met een christelijke heerser zijn namelijk voorzien van een kruis, terwijl steden met islamitische heersers koepeltjes hebben. Dat Cresquens, zelf joods, de stad Jeruzalem, ruim een eeuw nadat die voor de christenheid verloren was gegaan, nog aanduidde als christelijk, zal wel betekenen dat hij meende dat het eigenlijk niet islamitisch behoorde te zijn.

Azië

Mijn belangstelling ging vooral uit naar het oosten. In Anatolië herkende ik het Armeense Koninkrijk in Cilicië, het keizerrijk Trebizonde, Constantinopel, en talloze kleine Turkse staatjes. Wat verder naar het oosten is de vorst te zien van Perzië, waar in de veertiende eeuw de van oorsprong Mongoolse Ilkhaniden heersten. Hij is afgebeeld met het bijschrift dat hij de koning was van “Tauris”, waarvan ik vermoed dat het een weergave is van de stadsnaam Tabriz. Boven hem is een andere van oorsprong Mongoolse vorst te zien, Jüchi Bech van de Gouden Horde. Zoals gezegd is ook Kublai Khan afgebeeld, de Mongoolse leider die China veroverde. Op het Arabische Schiereiland is een mooi Mekka te zien, compleet met een gouden Kaaba.

De Ark op de twee toppen van de Ağrı Dağı

Maar het meest interessant vond ik de informatie die Cresquens (vader of zoon) ontleende aan oude teksten. In het verre oosten zien we bijvoorbeeld hoe Alexander de Grote de bergen afsluit waarover Gog en Magog de beschaafde wereld zouden kunnen overvallen. Hier is ook de Ark van Noach te zien, rustend op de tweetoppige Ağrı Dağı (de zogenaamde Ararat). Een ander bijbels personage is de koningin van Seba, die uitziet over een moslim die neerbuigt met het gezicht naar Mekka.

De cartografische traditie

De landkaart die ik in Brugge zag, gemaakt door Gabriel de Vallseca, dateerde uit 1439 en bood zo nu en dan dezelfde informatie. Ook hier een vignet van de Drie Koningen, ook hier een rood geïnkte Rode Zee. De Vlaams-Nederlands-Duits-Deense kustlijn was actueler, en ik vermoed dat de informatie over Afrika in 1439 ook beter was dan toen Cresquens zijn Afrika tekende. Die kende wel enkele vorsten uit Subsaharaal Afrika, zoals de koningen van het goudrijke Mali, van een onbekend rijk Organa en van Nubië. In 1439 lijkt die informatie geactualiseerd te zijn, maar ik weet dat niet zeker. Ik had in Oost-Afrika de fictieve Pape Jan verwacht of een verwijzing naar de Ethiopische christenen, maar die lijkt er niet te zijn, op beide kaarten.

Vignetten van de Drie Koningen in 1375 en 1439.

Het blijft wat vreemd dat in Azië allerlei totaal verouderde informatie is opgenomen, hoewel: wat wist men eigenlijk? Als je niets weet en ook niet naar zo’n ver land kunt reizen om onderzoek te doen, maar als je wel beschikt over oude informatie, zit er weinig anders op dan die maar te gebruiken. En het roept bij mij een vraag op: ik weet weliswaar dat hedendaagse Chinezen geen staarten meer dragen, maar ik vraag me, nu ik dit schrijf, af hoe veel ik eigenlijk weet over het actuele China.

#AbrahamCresques #AlexanderDeGrote #Ararat #ArkVanNoach #AğrıDağı #CatalaanseAtlas #GabrielDeVallseca #KarelVVanFrankrijk #koninginVanSeba #KublaiKhan #MarcoPolo #PapeJan #Trebizonde #Viseters

De Alexandersarcofaag

De Alexandersarcofaag achter spiegelend glas (Archeologisch Musea, Istanbul)

Osman Hamdi was een van de belangrijkste Ottomaanse archeologen, en het is aan hem te danken dat de koninklijke graven in Sidon in 1887 niet zijn geplunderd maar redelijk professioneel zijn opgegraven. Het gaat om twee complexen; het een was door antieke vandalen geplunderd, in het ander stonden de sarcofagen van een dynastie die in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. regeerde over de Fenicische havenstad. De jongste van de stenen grafkisten staat bekend als de Alexandersarcofaag en was het graf van koning Abdalonymos (Abd-Elonim, “dienaar van de hoogste goden”). Deze koning van Sidon zou Alexander volgen tot in India.

Hamdi begreep meteen het belang van de vondst, borg alle sarcofagen en liet ze overbrengen naar het Ottomaanse Museum in Constantinopel, niet ver van het Topkapi-paleis. Daar staat de verzameling grafkisten nog altijd, al heet de instelling inmiddels de Archeologische Musea van Istanbul.

De Alexandersarcofaag is een van de beroemdste voorbeelden van hellenistische beeldhouwkunst. De nabestaanden van Abdalonymos huurden een van de beste ateliers ter wereld in en zorgde ervoor dat de beeldhouwers beschikten over Pentelisch marmer (gevonden bij Athene), dat heel verfijnd werk toestond. Doordat de sarcofaag sinds de voltooiing in een grafkamer heeft gestaan, zijn sporen van de beschildering nog volop aanwezig.

Abdalonymos

Uiteraard stond de overledene afgebeeld. Hier is hij, tijdens een jachtpartij.

Abdalonymos op jacht

Abdalonymos is afgestegen van zijn paard terwijl hij op het punt staat een panter te doden. U moet zich voorstellen dat de wapens die de figuren op de sarcofaag droegen, waren gemaakt van metaal. Ik weet niet waar ze zijn gebleven – misschien hebben de antieke vandalen die de oude grafkamer plunderden ze mee genomen, misschien zijn ze bij het transport naar Constantinopel verloren, misschien liggen ze vergeten in een museumdepot. Let hierboven overigens even op de zo mooi herkenbare verfsporen. Hieronder zijn ze ook goed te zien.

Abdalonymos in gevecht

Nogmaals Abdalonymos. We zien drie gevechten tussen geklede oosterlingen en naakte mannen met Griekse wapens. De Grieken winnen twee gevechten; middenin is Abdalonymos als enige oosterling succesvol. Er is wel geopperd dat hij is gesneuveld in een gevecht tegen een Macedonisch leger, en dat hij hier is afgebeeld terwijl hij zijn laatste gevecht wint. Dit is geen al te vreemde hypothese, want er zijn wel meer graven bekend van ruiters die in een gevecht omkwamen en zegevierend worden afgebeeld – ze gingen onverslagen ten onder.

De lange reliëfs

Aan een van de lange zijden zien we een leeuwenjacht. Voilà.

Het jachtreliëf

Van links naar rechts zien we een oosters geklede en een naakte Macedonische jager, Alexander met een goudkleurige mantel, Abdalonymos, een leeuw, een metgezel van Abdalonymos, de Macedonische officier Krateros en nogmaals een naakte Macedonische en een oosters geklede jager. Krateros redde Alexander het leven tijdens een leeuwenjacht die in 332 plaatsvond bij Sidon. We hebben dus te maken met een afbeelding van een historische gebeurtenis.

De andere lange zijde is de beroemdste. Mijn foto is niet heel gelukkig.

Het oorlogsreliëf

Dus hier is een betere.

Het oorlogsreliëf (© Wikimedia Commons | Yair Haklai)

Van links naar rechts zien we Alexander de Grote op zijn paard Boukefalos, een Perzische soldaat die van zijn paard probeert af te stijgen, een Pers die een Macedonische aanval probeert af te slaan, een ruiter in gevecht met een onder zijn schild schuilende Perzische soldaat, een chaotisch gevecht, en helemaal rechts Perdikkas, de man die Alexander als regent zou opvolgen. Als de jachtpartij hierboven een historische gebeurtenis voorstelt, dan zal ook deze afbeelding wel een werkelijk gevecht voorstellen, en dat kan eigenlijk alleen het gevecht bij Gaugamela zijn, waaraan Abdalonymos heeft deelgenomen.

Abdalonymos in actie

Abdalonymos is dan de man die in het midden van dit reliëf op een Perzische soldaat neerslaat. Hier is de koning van Sidon dus afgebeeld met Grieks-Macedonische wapens, terwijl hij op de bovenstaande reliëfs steeds is weergegeven in oosterse kleding. Misschien benadrukt dit ’s mans dubbele identiteit, misschien lezen we er teveel in.

Details

Ik noem nog even een paar details. Er zijn volop verfsporen te zien. Met diverse soorten kunstlicht hebben onderzoekers nog meer details kunnen herkennen. Hier is een reconstructie van een detail van een korte zijde.

Alexandersarcofaag, detail, reconstructie (Liebieghaus, Frankfurt am Main)

Het is redelijk verbluffend wat er te zien is aan de binnenzijde van het schild van de Perzische soldaat: een audiëntiescène van een type dat we goed kennen uit de Perzische kunst. Ik blogde er al eens over.

Achaimenidische audiëntiescène uit Persepolis (Nationaal Museum, Teheran)

Een ander detail: Alexander zelf. Uiteraard was hij in het echt niet zo dom om zonder harnas te gaan vechten, maar op de sarcofaag is de “onoverwinnelijke god”, zoals zijn titel was, dan ook afgebeeld als een meer dan menselijk wezen. Als u goed kijkt, herkent u zijn linkervoet (onder het paard) zonder sandaal of laars: dit was een manier om een goddelijke afkomst te suggereren – zie de Augustus van Primaporta voor een beroemde parallel.

De goddelijke Alexander in actie

Verder draagt Alexander de leeuwenhuid over zijn hoofd die ook zijn voorvader Herakles droeg, en steken daar de ramshoorns onderuit die Alexander zich had aangemeten toen hij, na een bezoek aan de oase van Siwa, de ramsgod Ammon als vader had geadopteerd. (Hoe hij én van Ammon én via Filippos van Herakles kon afstammen, is een van de mysteriën der antieke beschaving.)

Abdalonymos in actie

Tot slot nog eenmaal Abdalonymos zelf. Ik rond ermee af omdat het gewoon enorm knap beeldhouwwerk is.

[Dit was het 531e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Abdalonymos #Achaimeniden #AlexanderDeGrote #Alexandersarcofaag #Boukefalos #Gaugamela #Herakles #Krateros #leeuw #leeuwenjacht #OsmanHamdi #panter #Perdikkas #Sidon #ZeusAmmon

Ekbatana

Gouden rhyton uit Ekbatana (Nationaal Museum, Teheran)

Een van de vele wonderlijke verhalen die de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vertelt, is zijn beschrijving van Ekbatana, dat volgens hem de hoofdstad was van het Iraanse volk der Meden. Het gaat met zekerheid om de huidige stad Hamadan in het westen van Iran: beide plaatsnamen gaan terug op een oud-Iraans woord Hagmatana, “verzamelplaats”. Herodotos vertelt dat een zekere Deïokes, een onkreukbare rechter, de verschillende Medische groepen tot een eenheid maakte en een hoofdstad stichtte.

Ekbatana is vanwege de concentrisch gebouwde muren onneembaar. Ze zijn zo aangelegd dat iedere ringmuur slechts met zijn tinnen boven de volgende uitsteekt. Deze constructie werd vergemakkelijkt door het feit dat de vesting zich op een heuvel bevindt, maar het is voornamelijk het werk van mensenhanden geweest. In totaal zijn er zeven van dergelijke cirkels en in het middelpunt staat het paleis met de schatkamers. … De tinnen van de eerste vijf zijn fel beschilderd in verschillende kleuren: wit voor de eerste, dan zwart, de derde rood, de vierde blauw en de vijfde oranje. De twee binnenste muren zijn respectievelijk verzilverd en verguld. Dit vestingwerk diende om de koning en zijn onderkomen te beschermen. Op bevel van Deïokes moest het volk zijn huizen in een kring om de buitenmuur heen bouwen.noot Herodotos, Historiën 1.98; vert. Hein van Dolen.

Bronzen potje om vuur te verplaatsen (Nationaal Museum, Teheran)

Geen stad maar een landstreek

Tot op heden is dit paleis niet gevonden, al heeft het niet ontbroken aan pogingen. Ik heb ooit een Hamadaanse familie gekend die op elke ruïneheuvel in de omgeving was wezen picknicken in de hoop aan de praat te raken met mensen die weleens iets hadden gevonden. Ik denk echter dat het vergeefs zoeken is, want een stad met zeven muren is een sprookjesmotief. (In onze eigen literatuur duikt het op in de Walewein.) De cirkelvorm is vermoedelijk wél authentiek: het is de vorm waarin nomadische groepen hun kampen bouwen. En het Medische koninkrijk was ontstaan doordat Iraanse nomadengroepen zich aaneensloten. De huidige cirkelvorm van Hamadan is overigens een gevolg van moderne stadsplanning.

Dat Ekbatana aanvankelijk geen stad in onze zin van het woord is geweest, blijkt ook uit de woordkeuze van de zesde-eeuwse Naboniduskroniek. Die vermeldt A-gam-ta-nu als residentie van de laatste Medische koning Ištumegu (Astyages), en voorziet de plaatsnaam van een extra teken dat aangeeft dat het een landstreek is, een KUR. Als het een stad zou zijn geweest, had er URU gestaan.

Een speelgoedram (Archeologisch Museum, Hamadan)

Ik stel me voor dat er ergens een paleis is geweest; het zal hebben geleken op een tent, net zoals de paleizen die de eerste Perzische koningen bouwden. Bij verschillende gelegenheden kwamen de Medische stammen samen en plaatsten ze hun tenten eromheen. We mogen hopen dat archeologen dat paleis nog eens identificeren. Maar zeven muren? Nee, daar geloof ik niet in.

Residentie

Hoe dit alles ook zij, ook nadat de Perzische koning Cyrus de Grote de Meden rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. had onderworpen, bleef Ekbatana een belangrijke nederzetting. Ze lag immers gunstig aan de grote weg van de Iraanse hoogvlakte naar Mesopotamië.

De massieve huizen van Ekbatana

Volgens de Griekse geschiedschrijver Xenofon was Ekbatana de zomerresidentie van de Perzische koningen.noot Xenofon, Anabasis, 3.5.15. Een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, beschrijft het paleis dat er in zijn tijd stond en in sommige lijstjes werd gepresenteerd als wereldwonder.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.27.3-13. De stad zou ooit rijker en mooier zijn geweest dan alle andere steden in de wereld; hoewel er geen stadsmuur was – Polybios polemiseert tegen Herodotos! – was het paleis gebouwd op een kunstmatig terras. Dat zou ongeveer 1¼ kilometer omtrek hebben gehad, en dat is vergelijkbaar met de terrassen waarop de paleizen van Persepolis en Sousa zijn gebouwd. Een in 2000 ontdekte inscriptie vermeldt werkzaamheden ten tijde van koning Artaxerxes II Mnemon (r.404-358).

Polybios voegt toe dat ooit de dakpannen en zuilen bekleed waren geweest met zilver en goud, maar dat Alexander de Grote dat had laten verwijderen. Die is hier zeker geweest: zijn geliefde Hefaistion is er in 324 overleden.

De leeuw van Hamadan

De Parthen

Ter plekke zal men u vertellen dat een stenen leeuw behoorde bij het grafmonument dat Alexander voor Hefaistion oprichtte. Dit is flauwekul: de leeuw is gevonden op een grafveld uit de tijd van het Parthische Rijk. En de Parthen namen de macht in deze regio pas een à twee eeuwen later over. Ook zij benutten Ekbatana als een van hun residenties.noot Strabon, Geografie 11.13.5.]

Deze periode begrijpen we het beste. Een deel van een ruim negen meter hoge terrasmuur, een ondergronds aquaduct en diverse huizen met ongelooflijk zware muren zijn geïdentificeerd. Die huizen, ruim zeventien bij zeventien meter groot, zijn te massief gebouwd om gewone woonhuizen te zijn, maar wat het wel kan zijn geweest is onduidelijk. Ze bewijzen echter dat Ekbatana inmiddels van een tentenkamp was geëvolueerd tot een echte stad met monumentale architectuur.

Sasanidische schaal (Reza Abbasi-museum, Teheran)

Puzzel

En zo is Ekbatana eigenlijk vooral een puzzel. We hebben mooie verhalen, er is wat archeologische informatie, maar het komt niet samen. Het bewijs is asymmetrisch, om er eens een jargonterm tegenaan te smijten. Ik blijf hopen dat we nog eens een krantenbericht krijgen dat archeologen het “mystery” oplossen van “the lost city”.

En nu we toch archeoclichés slaken: archeologen identificeren nooit wetenschappelijke data, maar vinden altijd “schatten”. En ja, gouden voorwerpen zijn uit Ekbatana bekend, zie het bovenste plaatje, maar de vindplaatsen zijn dat niet. Zulke voorwerpen spreken tot de verbeelding en bevestigen dat Ekbatana ooit een rijke nederzetting was, maar feitelijk bieden ze geen aanvullende informatie.

#Achaimeniden #AlexanderDeGrote #Astyages #CyrusDeGrote #Deïokes #Ekbatana #Hefaistion #HerodotosVanHalikarnassos #Meden #Naboniduskroniek #ParthischeRijk #Polybios #Walewein #wereldwonder #Xenofon

In 331 v.Chr. versloeg #AlexanderDeGrote een Perzisch leger bij Gaugamela (niet ver van het huidige Mosul). In het blogje dat ik vandaag plaats op de #MainzerBeobachter, vertel ik wat er gebeurde in de dagen na de veldslag.

https://mainzerbeobachter.com/2026/04/29/na-de-slag-bij-gaugamela/

Na de slag bij Gaugamela

De vlakte van Gaugamela, gezien vanuit het zuiden

In onze reeks over Alexander de Grote heb ik een tijdje geleden verteld hoe de Macedoniërs in de zomer van 331 v.Chr. oprukten naar het door de Perzische koning Darius III Codomannus uitgekozen slagveld ten oosten van de rivier de Tigris. Al eerder had ik verteld hoe de slag bij Gaugamela verliep, dus ik neem vandaag de draad van het verhaal op ná Alexanders overwinning en de aftocht van zijn tegenstander. (Als u denkt dat Darius is gevlucht, heeft u de de film van Oliver Stone gezien en geen goed geschiedenisboek gelezen.)

Verliescijfers

Net als na de gevechten aan de Granikos en bij Issos, noteerden de officieren op de dag na de slag het aantal mannen dat niet aanwezig was op het appel. Ook maakten ze een schatting van het aantal gedode vijanden. Alexanders biograaf Curtius Rufus schrijft dat er 40.000 Perzen sneuvelden, “althans volgens de berekeningen van de overwinnaars”, terwijl minder dan 300 Macedoniërs zouden zijn gevallen. De Griekse geschiedschrijver Diodoros verdubbelt de cijfers, namelijk 90.000 en 500, terwijl de anders redelijk nuchtere Arrianus schrijft:

Aan de kant van Alexander sneuvelden ongeveer honderd man, van de paarden kwamen er meer dan duizenden om ten gevolge van wonden en het afjakkeren tijdens de achtervolging. … Men zei dat er bij de barbaren 300.000 doden waren, maar er werden er nog veel meer gevangengenomen.noot Arrianus, Anabasis 3.15.6; vert. Simone Mooij.

Vanzelfsprekend zijn al deze cijfers Macedonische propaganda. De Perzische verliezen moeten lager zijn geweest omdat de soldaten, anders dan bij Issos, zich in alle richtingen konden verspreiden. De Babylonische Astronomische Dagboeken melden dat de soldaten terugkeerden naar hun steden. Dat de Macedonische verliezen hoger waren, of in elk geval serieus, wordt impliciet toegegeven door Curtius Rufus, die meldt dat Alexanders vriend Hefaistion een speerwond aan zijn arm had opgelopen en dat de officieren Krateros, Koinos en Menidas bijna waren bezweken aan pijlwonden. Als zelfs de hoogste officieren zo zwaar waren toegetakeld, kan het voor de manschappen niet veel beter zijn geweest.

Darius’ aftocht

Intussen was Darius op weg gegaan naar Ekbatana in Medië, het huidige Hamadan, nadat hij met gevaar voor eigen leven zijn manschappen had verzameld bij de Grote Zab, een rivier halverwege Gaugamela en Arbela. Curtius Rufus schrijft:

Toen hij de rivier was overgestoken, overwoog hij de brug te laten afbreken, omdat werd gemeld dat de vijand elk moment kon arriveren. Maar hij zag in dat als de brug was vernietigd, duizenden van zijn mensen die nog niet bij de stroom waren aangekomen een prooi zouden zijn voor de vijand. Men is het erover eens dat hij, toen hij wegging en de brug intact liet, heeft gezegd dat hij liever vrije doortocht gaf aan zijn achtervolgers dan de vluchtenden doortocht te ontnemen.noot Curtius Rufus, Alexander 4.16.8-9; vert. Daan Stoffelsen.[/bg_collapse

Koning van Azië

Darius bracht zijn soldaten in veiligheid in het oosten, maar daardoor lag voor de Macedoniërs de weg open naar Babylon en de Perzische hoofdsteden Sousa en Persepolis. De Griekse auteur Ploutarchos meldt dat Alexander na de slag bij Gaugamela tot “koning van Azië” werd uitgeroepen, en hoewel er aanwijzingen zijn dat dit in feite al bij Issos was gebeurd, moest het na Gaugamela wel vreemd lopen wilde de zoon van Zeus zijn pretenties niet waarmaken.

Antipatros

In de dagen na de slag bij Gaugamela lijkt ook het nieuws te zijn aangekomen dat Antipatros, de officier die door Alexander was achtergelaten om de Griekse stadstaten in de gaten te houden, de Spartaanse koning Agis III had verslagen. De chronologie van de Griekse opstand tegen de Macedoniërs is een netelige kwestie, maar Curtius Rufus meldt dat de revolte was afgelopen vóór de slag bij Gaugamela, en hoewel andere bronnen suggereren dat de oorlog langer duurde, lijkt dat toch niet juist. Ploutarchos vermeldt namelijk een uitspraak die haar pointe verliest als er niet een vergelijking zou zijn gemaakt tussen twee veldslagen: Alexander zou hebben gezegd dat terwijl hij en zijn metgezellen een conflict met epische dimensies uitvochten met Darius, de muizen in Griekenland ook oorlog schenen te hebben gevoerd. Zoiets moet zijn gezegd na een veldslag, en dat kan alleen Gaugamela zijn geweest.

Alexander zal hebben geweten dat hij Antipatros tekort deed, want Agis had in de zomer van 331 v.Chr. snel en veel succes geboekt. Op twee na alle steden op de Peloponnesos hadden zich bij hem aangesloten en Athene had, door de Macedoniërs vlootsteun te weigeren, een neutraliteit in acht genomen die grensde aan samenwerking. Agis had echter veel tijd verloren met de belegering van een van de twee pro-Macedonische steden, Megalopolis, waardoor Antipatros de gelegenheid had gekregen een groot leger te verzamelen. Maar ook al waren de Macedoniërs daardoor numeriek in de meerderheid geweest, het ontzet van Megalopolis was een zwaarbevochten overwinning: met 5300 doden was de veldslag een van de bloedigste uit de Griekse geschiedenis. De Spartaanse falanx, ooit het geduchtste leger van Griekenland, was strijdend ten onder gegaan en ook Agis was een heldendood gestorven. Dat Alexander hem vergeleek met een muis, suggereert hoezeer hij de koning van Sparta had gehaat en gevreesd.

De Tigris bij Tikrit; Alexanders mannen marcheerden hierlangs naar Babylon

Naar Babylon

De Macedoniërs hadden zowel in Europa als Azië gezegevierd en Alexander gelastte zijn manschappen verder te trekken. Haast was geboden, want de vele onbegraven lijken op het slagveld trokken ziekten aan. Het leger, inmiddels uitgebreid met olifanten, dromedarissen en een tot dan toe onbekende oosterse diersoort genaamd “kameel”, marcheerde naar het zuiden, naar het centrum van de antieke wereld, de befaamde stad Bab-ili, “poort der goden”. Soldaten die uit de Historiën van Herodotos hadden horen voorlezen, wisten dat de muren van Babylon onneembaar hoog en lang waren.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AgisIII #AlexanderDeGrote #Antipatros #Arbela #Arrianus #DariusIIICodomannus #DiodorosVanSicilië #dromedaris #Erbil #Gaugamela #GroteZab #Hefaistion #kameel #Koinos #Krateros #Megalopolis #olifant #Ploutarchos #QuintusCurtiusRufus #Sparta #Tigris

Het beeld van #AlexanderDeGrote is dat hij elke militaire confrontatie won. Maar dat was bepaald niet altijd het geval. Bij aankomst in Mesopotamië verloor hij zijn operationele vrijheid.

https://mainzerbeobachter.com/2026/04/09/alexander-de-grote-op-weg-naar-gaugamela/

Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

Een Macedonische nederlaag

Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

De Macedonische generale staf heeft ongetwijfeld beter geweten. Weinig manoeuvres van Perzische commandanten waren namelijk zó succesvol als die van Mazaios. Alexander was van plan geweest langs de rivier op te rukken naar Babylon, waar hij de aanwezigheid vermoedde van Darius’ nieuwe leger. De schepen die als drijvers voor de bruggen waren benut zouden dienen om het zware materieel te vervoeren. Deze route was de kortste en was bovendien bekend uit de Anabasis van Xenofon. Nu bleek echter dat Darius de weg had geblokkeerd. Het was al na de oogsttijd en in het rivierdal lag het graan opgeslagen in versterkte nederzettingen die Mazaios eenvoudig kon verdedigen of vernietigen. Zijn aftocht richting Babylon betekende dat de Macedoniërs nergens voedsel zouden vinden.

Peutingerkaart: “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten”

Ze waren gedwongen een andere route te nemen en dat kon alleen de zogeheten Koninklijke Weg zijn, waarvan Alexander wist dat die ergens in het onbekende oosten lag, door de gebieden achter de rivier de Tigris. En het was ronduit onmogelijk snel door Mesopotamië op te rukken in die richting. Op deze breedte bestaat het gebied tussen de twee grote stromen uit een onbegaanbare woestijn, waar het in de hoogzomer al snel 50 graden is. De Romeinse Peutingerkaart typeert het gebied als “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten” en het is ook in de moderne tijd een obstakel. De ingenieurs die eeuwen later de Bagdadspoorlijn zouden aanleggen, kozen niet voor niets voor een tracé over de minder droge steppe in het noorden. Dat was ook het gebied waar de Macedoniërs nu doorheen zouden trekken, om de woestijn heen.

Darius’ opmars

Toen Darius vernam dat Alexander zich had laten dwingen tot deze omweg en oprukte naar de Tigris, trok hij vanuit Babylon naar het noorden om slag te leveren in het kerngebied van het voormalige koninkrijk Assyrië. Hij wist dat zijn vijand hier vroeg of laat naar toe zou komen en zocht een ruim strijdperk uit waar zijn numerieke meerderheid, anders dan bij Issos, goed tot haar recht zou komen. Zijn commandocentrum richtte hij in te Arba’il (het huidige Erbil), een hooggelegen versterking die befaamd was om haar heiligdom voor de vruchtbaarheidsgodin Ištar en getuige haar naam “vier-godenstad” nog meer cultusplaatsen bezat

De citadel van Arbela

Het was een uitstekende basis. Hier kwam namelijk de Koninklijke Weg samen met de wegen naar Armenië en de oostelijke satrapieën, zodat het eenvoudig was een groot leger samen te trekken. Het door Darius geselecteerde slagveld lag vijfenzeventig kilometer noordwestelijker bij een heuvel die de vorm had van de bult van een dromedaris en daarom werd aangeduid met de Semitische naam van dat dier, gammalu. De Macedoniërs verbasterden de plaatsnamen tot Arbela en Gaugamela.

Toen de Perzen het terrein hadden geëgaliseerd om het berijdbaar te maken voor strijdwagens en ruiters, was het zaak ervoor te zorgen dat Alexander zich niet naar een andere plaats begaf. Darius liet zijn tegenstander daarom ongestoord oprukken door het zuidoosten van het huidige Turkije. Het gebied deed de Macedoniërs denken aan hun vaderland en ze doopten de waterrijke stad Urhai, gelegen op een hoog boven de vlakte uitstekende rots, om tot Edessa, naar een Macedonische stad die net zo hoog lag en beroemd was om haar waterval. In het nabijgelegen Harran liet Alexander zijn mannen enkele dagen rusten en moet hij, gelovig als hij was, hebben geofferd in de tempel voor de maangod Sin. Via het bosrijke Nisibis bereikten de Macedoniërs op 18 september 331 v.Chr. de Tigris, ergens ter hoogte van de huidige Eski Mosul stuwdam.

Edessa

In de val

De Macedoniërs marcheerden een val in. Darius had het leger van Mazaios, dat zich inmiddels bij hem had gevoegd, vooruit gestuurd om het gebied te brandschatten. Alexanders troepen vonden onvoldoende voedsel om zich genoeg te voeden, maar voldoende om niet terug te keren. Overal staken Mazaios’ Babylonische ruiters de rieten daken van de huizen, de korenschoven, de gewassen en de voorraden in brand. De voorde door de Tigris ontruimden ze na een korte schermutseling: Mazaios liet de Macedoniërs verder in de fuik lopen.

Ze waren nu in Assyrië. Hoewel het machtige koninkrijk met die naam al drie eeuwen daarvoor was onderworpen door de Babyloniërs, wier imperium weer was opgenomen in dat van de Perzen, sprak de naam “Assyrië” nog altijd tot de verbeelding. De val van de eens zo machtige hoofdstad Nineveh had ook in Europa indruk gemaakt.

De Tigris

Uit de Babylonische Astronomische Dagboeken weten we dat op de avond van de Macedonische oversteek paniek uitbrak in het Perzische leger. Het ligt voor de hand de oorzaak daarvan te zoeken in het nieuws dat de vijand de rivier was overgestoken. Maar in feite was er geen reden voor paniek. Alexander had exact gedaan wat de grote koning wilde. Door de doorwaadbare plaatsen in de Eufraat en de Tigris vrijwel onbewaakt te laten, had de Pers bewerkstelligd dat zijn vijand optrok naar het slagveld van zíjn keuze. Darius was de situatie volledig meester en zijn zege leek gegarandeerd.

Over de slag bij Gaugamela heb ik al geblogd. U leest hier hoe slechte voortekens werkten als self-fulfilling prophecy en leidden tot de Perzische nederlaag. Volgende maand vervolg ik deze reeks met Alexanders opmars vanuit Assyrië naar Babylon.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arbela #Arrianus #Bagdadspoorlijn #DariusIIICodomannus #dromedaris #Edessa #Erbil #Eufraat #Gaugamela #Harran #KoninklijkeWeg #Mazaios #Nineveh #Nisibis #Parmenion #Peutingerkaart #Tigris

Het beeld van #AlexanderDeGrote is dat hij eigenlijk elke militaire confrontatie won. Dat beeld is echter onjuist. Na zijn vertrek uit Egypte verloor hij zijn operationele vrijheid. Daarover morgen meer. In het blogje van vandaag de aanloop.

https://mainzerbeobachter.com/2026/04/08/alexander-de-grote-in-de-levant/

Alexander de Grote in de Levant

Syriërs (Apadana, Persepolis)

In de zomer van 331 v.Chr. vernam de Perzische koning Darius III Codomannus dat zijn tegenstander, Alexander, was teruggekeerd uit Egypte. De Macedonische koning was op weg gegaan toen hij hoorde dat de inwoners van Samaria, die hij een maand of zeven eerder nog had begunstigd door hun de bouw van een tempel toe te staan, in opstand waren gekomen en de Macedonische gouverneur levend hadden verbrand.

De oorzaak van deze revolte is onbekend, maar we mogen aannemen dat sommige leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap het vertrek van het Perzische garnizoen betreurden en dat anderen meenden dat de tempelbouw het begin vormde van het messiaanse tijdperk, waarin volgens de voorspellingen de taheb (een Mozesachtige profeet) de onafhankelijkheid van het oude koninkrijk Israël zou herstellen. De opstandelingen waren geen partij voor het Macedonische leger en kozen, toen het naderde, wijselijk eieren voor hun geld door de leiders van de opstand uit te leveren. Enkele papyri, gevonden in de Wadi Daliyeh op de westelijke Jordaanoever, lijken te behoren bij een groep vluchtelingen uit Samaria.

Harnas (Historisch Museum, Kazanluk)

Griekse aangelegenheden

Korte tijd later bereikte Alexander Tyrus, dat inmiddels werd bewoond door Macedonische veteranen en loyale Feniciërs. Hier offerde hij opnieuw aan Melqart en organiseerde hij sportwedstrijden en een theaterfestival. Nu Alexander beschikte over de schatten uit allerlei Perzische provinciehoofdsteden, kon hij gigantische honoraria betalen en kocht hij acteurs weg die al in Griekenland onder contract stonden.

Andere Griekse gasten waren gezanten die vroegen om de vrijlating van de soldaten die bij de Granikos gevangen waren genomen. Omdat koning Agis III van Sparta inmiddels een bevrijdingsoorlog was begonnen met een overwinning op een Macedonisch contingent, maar nog niet alle Griekse steden zich aan zijn zijde hadden geschaard, willigde Alexander het verzoek in, wat tot resultaat had dat bijvoorbeeld in Athene voldoende sympathie voor de Macedonische zaak werd gewekt om niet over te lopen naar de Spartanen. Tegelijk stuurde Alexander honderd Fenicische en Cypriotische schepen naar Kreta en de Peloponnesos om Agis te bestrijden.

Inscriptie over Alexanders spelen in Tyrus (Archeologisch museum, Amfipolis)

Zenuwenoorlog

Ondertussen beidde Alexander zijn tijd. Hij had verwacht dat Darius hem zou aanvallen, maar die was daarvoor veel te verstandig. Liever liet hij Alexander oprukken naar het oosten, waarover de Macedoniërs vrijwel niets wisten. Alexander had nog een andere reden om zich te verbijten, want hij verwachtte 15.000 nieuwe soldaten uit Europa, die almaar niet aankwamen. Misschien had Antipatros, zijn gouverneur in Macedonië, deze mannen nodig in zijn strijd tegen Agis. Uiteindelijk besloot Alexander maar op weg te gaan naar het Tweestromenland, in de hoop dat de versterkingen hem zouden inhalen vóór hij stuitte op het leger van Darius.

Darius legde zijn vijand geen strobreed in de weg. Zeventig jaar eerder was een leger van Griekse huurlingen, aangevoerd door de rebelse Perzische prins Cyrus de Jongere, onder de rook van Babylon tegengehouden en verslagen, en vervolgens op de terugweg grotendeels vernietigd. (Een van de deelnemers was Xenofon geweest.) Het Perzische opperbevel had dus reden tot optimisme nu een nieuw westers leger in de val liep.

De Eufraat

Darius liet de Macedoniërs dan ook ongestoord oprukken in de richting van de rivier de Eufraat, naar een plaats die in onze bronnen Thapsakos, “voorde”, wordt genoemd en die we moeten zoeken in het grensgebied van Turkije en Syrië. De stroom is daar ongeveer even breed als de Nederlandse Waal. Alexanders vriend Hefaistion was al bezig twee schipbruggen te bouwen toen Mazaios, de satraap van Babylon, met een klein leger verscheen op de oostelijke oever.

[Wordt morgen vervolgd; een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AgisIII #AlexanderDeGrote #Antipatros #Athene #DariusIIICodomannus #Eufraat #Hefaistion #Mazaios #Melqart #messias #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #Sparta #Tyrus #WadiDaliyeh

𝗕𝗲𝗱𝗲𝗻𝗸𝗲𝗿 𝗛𝗲𝗮𝘁𝗲𝗱 𝗥𝗶𝘃𝗮𝗹𝗿𝘆 𝗺𝗮𝗮𝗸𝘁 𝘀𝗲𝗿𝗶𝗲 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗔𝗹𝗲𝘅𝗮𝗻𝗱𝗲𝗿 𝗱𝗲 𝗚𝗿𝗼𝘁𝗲

De bedenker van de serie Heated Rivalry, Jacob Tierney, werkt samen met acteur Jason Bateman aan de nieuwe Netflix-serie Alexander, over de band tussen Alexander de Grote en filosoof Aristoteles.

https://www.rtl.nl/boulevard/artikel/5574910/bedenker-heated-rivalry-maakt-serie-over-alexander-de-grote

#HeatedRivalry #serie #AlexanderDeGrote

Bedenker Heated Rivalry maakt serie over Alexander de Grote

De bedenker van de serie Heated Rivalry, Jacob Tierney, werkt samen met acteur Jason Bateman aan de nieuwe Netflix-serie Alexander, over de band tussen Alexander de Grote en filosoof Aristoteles.

RTL Boulevard