Het beeld van #AlexanderDeGrote is dat hij elke militaire confrontatie won. Maar dat was bepaald niet altijd het geval. Bij aankomst in Mesopotamië verloor hij zijn operationele vrijheid.

https://mainzerbeobachter.com/2026/04/09/alexander-de-grote-op-weg-naar-gaugamela/

Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

Een Macedonische nederlaag

Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

De Macedonische generale staf heeft ongetwijfeld beter geweten. Weinig manoeuvres van Perzische commandanten waren namelijk zó succesvol als die van Mazaios. Alexander was van plan geweest langs de rivier op te rukken naar Babylon, waar hij de aanwezigheid vermoedde van Darius’ nieuwe leger. De schepen die als drijvers voor de bruggen waren benut zouden dienen om het zware materieel te vervoeren. Deze route was de kortste en was bovendien bekend uit de Anabasis van Xenofon. Nu bleek echter dat Darius de weg had geblokkeerd. Het was al na de oogsttijd en in het rivierdal lag het graan opgeslagen in versterkte nederzettingen die Mazaios eenvoudig kon verdedigen of vernietigen. Zijn aftocht richting Babylon betekende dat de Macedoniërs nergens voedsel zouden vinden.

Peutingerkaart: “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten”

Ze waren gedwongen een andere route te nemen en dat kon alleen de zogeheten Koninklijke Weg zijn, waarvan Alexander wist dat die ergens in het onbekende oosten lag, door de gebieden achter de rivier de Tigris. En het was ronduit onmogelijk snel door Mesopotamië op te rukken in die richting. Op deze breedte bestaat het gebied tussen de twee grote stromen uit een onbegaanbare woestijn, waar het in de hoogzomer al snel 50 graden is. De Romeinse Peutingerkaart typeert het gebied als “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten” en het is ook in de moderne tijd een obstakel. De ingenieurs die eeuwen later de Bagdadspoorlijn zouden aanleggen, kozen niet voor niets voor een tracé over de minder droge steppe in het noorden. Dat was ook het gebied waar de Macedoniërs nu doorheen zouden trekken, om de woestijn heen.

Darius’ opmars

Toen Darius vernam dat Alexander zich had laten dwingen tot deze omweg en oprukte naar de Tigris, trok hij vanuit Babylon naar het noorden om slag te leveren in het kerngebied van het voormalige koninkrijk Assyrië. Hij wist dat zijn vijand hier vroeg of laat naar toe zou komen en zocht een ruim strijdperk uit waar zijn numerieke meerderheid, anders dan bij Issos, goed tot haar recht zou komen. Zijn commandocentrum richtte hij in te Arba’il (het huidige Erbil), een hooggelegen versterking die befaamd was om haar heiligdom voor de vruchtbaarheidsgodin Ištar en getuige haar naam “vier-godenstad” nog meer cultusplaatsen bezat

De citadel van Arbela

Het was een uitstekende basis. Hier kwam namelijk de Koninklijke Weg samen met de wegen naar Armenië en de oostelijke satrapieën, zodat het eenvoudig was een groot leger samen te trekken. Het door Darius geselecteerde slagveld lag vijfenzeventig kilometer noordwestelijker bij een heuvel die de vorm had van de bult van een dromedaris en daarom werd aangeduid met de Semitische naam van dat dier, gammalu. De Macedoniërs verbasterden de plaatsnamen tot Arbela en Gaugamela.

Toen de Perzen het terrein hadden geëgaliseerd om het berijdbaar te maken voor strijdwagens en ruiters, was het zaak ervoor te zorgen dat Alexander zich niet naar een andere plaats begaf. Darius liet zijn tegenstander daarom ongestoord oprukken door het zuidoosten van het huidige Turkije. Het gebied deed de Macedoniërs denken aan hun vaderland en ze doopten de waterrijke stad Urhai, gelegen op een hoog boven de vlakte uitstekende rots, om tot Edessa, naar een Macedonische stad die net zo hoog lag en beroemd was om haar waterval. In het nabijgelegen Harran liet Alexander zijn mannen enkele dagen rusten en moet hij, gelovig als hij was, hebben geofferd in de tempel voor de maangod Sin. Via het bosrijke Nisibis bereikten de Macedoniërs op 18 september 331 v.Chr. de Tigris, ergens ter hoogte van de huidige Eski Mosul stuwdam.

Edessa

In de val

De Macedoniërs marcheerden een val in. Darius had het leger van Mazaios, dat zich inmiddels bij hem had gevoegd, vooruit gestuurd om het gebied te brandschatten. Alexanders troepen vonden onvoldoende voedsel om zich genoeg te voeden, maar voldoende om niet terug te keren. Overal staken Mazaios’ Babylonische ruiters de rieten daken van de huizen, de korenschoven, de gewassen en de voorraden in brand. De voorde door de Tigris ontruimden ze na een korte schermutseling: Mazaios liet de Macedoniërs verder in de fuik lopen.

Ze waren nu in Assyrië. Hoewel het machtige koninkrijk met die naam al drie eeuwen daarvoor was onderworpen door de Babyloniërs, wier imperium weer was opgenomen in dat van de Perzen, sprak de naam “Assyrië” nog altijd tot de verbeelding. De val van de eens zo machtige hoofdstad Nineveh had ook in Europa indruk gemaakt.

De Tigris

Uit de Babylonische Astronomische Dagboeken weten we dat op de avond van de Macedonische oversteek paniek uitbrak in het Perzische leger. Het ligt voor de hand de oorzaak daarvan te zoeken in het nieuws dat de vijand de rivier was overgestoken. Maar in feite was er geen reden voor paniek. Alexander had exact gedaan wat de grote koning wilde. Door de doorwaadbare plaatsen in de Eufraat en de Tigris vrijwel onbewaakt te laten, had de Pers bewerkstelligd dat zijn vijand optrok naar het slagveld van zíjn keuze. Darius was de situatie volledig meester en zijn zege leek gegarandeerd.

Over de slag bij Gaugamela heb ik al geblogd. U leest hier hoe slechte voortekens werkten als self-fulfilling prophecy en leidden tot de Perzische nederlaag. Volgende maand vervolg ik deze reeks met Alexanders opmars vanuit Assyrië naar Babylon.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arbela #Arrianus #Bagdadspoorlijn #DariusIIICodomannus #dromedaris #Edessa #Erbil #Eufraat #Gaugamela #Harran #KoninklijkeWeg #Mazaios #Nineveh #Nisibis #Parmenion #Peutingerkaart #Tigris

Het beeld van #AlexanderDeGrote is dat hij eigenlijk elke militaire confrontatie won. Dat beeld is echter onjuist. Na zijn vertrek uit Egypte verloor hij zijn operationele vrijheid. Daarover morgen meer. In het blogje van vandaag de aanloop.

https://mainzerbeobachter.com/2026/04/08/alexander-de-grote-in-de-levant/

Alexander de Grote in de Levant

Syriërs (Apadana, Persepolis)

In de zomer van 331 v.Chr. vernam de Perzische koning Darius III Codomannus dat zijn tegenstander, Alexander, was teruggekeerd uit Egypte. De Macedonische koning was op weg gegaan toen hij hoorde dat de inwoners van Samaria, die hij een maand of zeven eerder nog had begunstigd door hun de bouw van een tempel toe te staan, in opstand waren gekomen en de Macedonische gouverneur levend hadden verbrand.

De oorzaak van deze revolte is onbekend, maar we mogen aannemen dat sommige leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap het vertrek van het Perzische garnizoen betreurden en dat anderen meenden dat de tempelbouw het begin vormde van het messiaanse tijdperk, waarin volgens de voorspellingen de taheb (een Mozesachtige profeet) de onafhankelijkheid van het oude koninkrijk Israël zou herstellen. De opstandelingen waren geen partij voor het Macedonische leger en kozen, toen het naderde, wijselijk eieren voor hun geld door de leiders van de opstand uit te leveren. Enkele papyri, gevonden in de Wadi Daliyeh op de westelijke Jordaanoever, lijken te behoren bij een groep vluchtelingen uit Samaria.

Harnas (Historisch Museum, Kazanluk)

Griekse aangelegenheden

Korte tijd later bereikte Alexander Tyrus, dat inmiddels werd bewoond door Macedonische veteranen en loyale Feniciërs. Hier offerde hij opnieuw aan Melqart en organiseerde hij sportwedstrijden en een theaterfestival. Nu Alexander beschikte over de schatten uit allerlei Perzische provinciehoofdsteden, kon hij gigantische honoraria betalen en kocht hij acteurs weg die al in Griekenland onder contract stonden.

Andere Griekse gasten waren gezanten die vroegen om de vrijlating van de soldaten die bij de Granikos gevangen waren genomen. Omdat koning Agis III van Sparta inmiddels een bevrijdingsoorlog was begonnen met een overwinning op een Macedonisch contingent, maar nog niet alle Griekse steden zich aan zijn zijde hadden geschaard, willigde Alexander het verzoek in, wat tot resultaat had dat bijvoorbeeld in Athene voldoende sympathie voor de Macedonische zaak werd gewekt om niet over te lopen naar de Spartanen. Tegelijk stuurde Alexander honderd Fenicische en Cypriotische schepen naar Kreta en de Peloponnesos om Agis te bestrijden.

Inscriptie over Alexanders spelen in Tyrus (Archeologisch museum, Amfipolis)

Zenuwenoorlog

Ondertussen beidde Alexander zijn tijd. Hij had verwacht dat Darius hem zou aanvallen, maar die was daarvoor veel te verstandig. Liever liet hij Alexander oprukken naar het oosten, waarover de Macedoniërs vrijwel niets wisten. Alexander had nog een andere reden om zich te verbijten, want hij verwachtte 15.000 nieuwe soldaten uit Europa, die almaar niet aankwamen. Misschien had Antipatros, zijn gouverneur in Macedonië, deze mannen nodig in zijn strijd tegen Agis. Uiteindelijk besloot Alexander maar op weg te gaan naar het Tweestromenland, in de hoop dat de versterkingen hem zouden inhalen vóór hij stuitte op het leger van Darius.

Darius legde zijn vijand geen strobreed in de weg. Zeventig jaar eerder was een leger van Griekse huurlingen, aangevoerd door de rebelse Perzische prins Cyrus de Jongere, onder de rook van Babylon tegengehouden en verslagen, en vervolgens op de terugweg grotendeels vernietigd. (Een van de deelnemers was Xenofon geweest.) Het Perzische opperbevel had dus reden tot optimisme nu een nieuw westers leger in de val liep.

De Eufraat

Darius liet de Macedoniërs dan ook ongestoord oprukken in de richting van de rivier de Eufraat, naar een plaats die in onze bronnen Thapsakos, “voorde”, wordt genoemd en die we moeten zoeken in het grensgebied van Turkije en Syrië. De stroom is daar ongeveer even breed als de Nederlandse Waal. Alexanders vriend Hefaistion was al bezig twee schipbruggen te bouwen toen Mazaios, de satraap van Babylon, met een klein leger verscheen op de oostelijke oever.

[Wordt morgen vervolgd; een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AgisIII #AlexanderDeGrote #Antipatros #Athene #DariusIIICodomannus #Eufraat #Hefaistion #Mazaios #Melqart #messias #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #Sparta #Tyrus #WadiDaliyeh

𝗕𝗲𝗱𝗲𝗻𝗸𝗲𝗿 𝗛𝗲𝗮𝘁𝗲𝗱 𝗥𝗶𝘃𝗮𝗹𝗿𝘆 𝗺𝗮𝗮𝗸𝘁 𝘀𝗲𝗿𝗶𝗲 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗔𝗹𝗲𝘅𝗮𝗻𝗱𝗲𝗿 𝗱𝗲 𝗚𝗿𝗼𝘁𝗲

De bedenker van de serie Heated Rivalry, Jacob Tierney, werkt samen met acteur Jason Bateman aan de nieuwe Netflix-serie Alexander, over de band tussen Alexander de Grote en filosoof Aristoteles.

https://www.rtl.nl/boulevard/artikel/5574910/bedenker-heated-rivalry-maakt-serie-over-alexander-de-grote

#HeatedRivalry #serie #AlexanderDeGrote

Bedenker Heated Rivalry maakt serie over Alexander de Grote

De bedenker van de serie Heated Rivalry, Jacob Tierney, werkt samen met acteur Jason Bateman aan de nieuwe Netflix-serie Alexander, over de band tussen Alexander de Grote en filosoof Aristoteles.

RTL Boulevard

De Thraciërs (3)

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

[Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Perzische tijd

In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

Een Thracische vaas met afbeeldingen van wilde dieren (Metropolitan Museum, New York)

Staatsvorming

Na het midden van de vijfde eeuw krijgen we zicht op de geschiedenis van Thracië. We kennen de namen van de koningen van de Odrysen: eerst een Teres, dan een Sitalkes en vervolgens, na diens gewelddadige dood in een oorlog tegen de Triballiërs, zijn neef Seuthes I (r.424-410). Daarop volgden andere heersers, zoals Seuthes II, bij wie de Griekse huurlingenleider Xenofon de winter van 401/400 doorbracht. Dit was geen stamsamenleving meer, dit was een staat, een koninkrijk. De residentie van de koningen zal zijn geweest in het gebied dat nu bekendstaat als de Vallei van de Thracische Koningen, waar zo’n 1500 grafheuvels zijn geïdentificeerd. De meeste zijn nog niet onderzocht.

Thracische rhyton uit de Borovo-schat (Archeologisch Museum, Ruse)

Die vallei ligt aan de zuidelijke kant van het Balkangebergte. Ook aan de noordelijke zijde ontstonden vroege staten, al zijn die slechter bekend, en kan het gaan om gebieden die door de Odrysen werden beheerst. Dat laatste wordt gesuggereerd door een inscriptie op een drinkbeker uit de Borovo-schat, die is gevonden in het gebied van de Geten aan de Donau: de beker is een geschenk van de Odrysische vorst Kotys I (r.383-359) aan een Getische leider. Minimaal waren de contacten hartelijk, mogelijk was er een gezagsverhouding.

De Letnitsa-schat, feitelijk het beslag van een paard, is wat verder stroomopwaarts gevonden en heeft een wat traditionelere beeldentaal. Ze toont dat de edelsmeedkunst ook hier op een hoog niveau stond, wat suggereert dat er een vorst was die de smid in dienst kon nemen.

Paardenbeslag (Letnitsa-schat, Regionaal Historisch museum, Lovech)

De Macedonische overheersing

Na ruim een eeuw, waarin de Odrysische dynastie haar macht had kunnen uitbreiden over grote delen van Thracië, was er ineens een dramatische ommekeer in de geschiedenis van de regio. In het westen lag Macedonië, dat tot dan toe te verdeeld was geweest om een grote politieke rol te spelen. Dat veranderde echter met de troonsbestijging van koning Filippos II (r.359-336), die een agressieve politiek voerde ten opzichte van zijn op dat moment verdeelde oosterburen.

We kunnen drie oorlogen onderscheiden: de eerste van 357 tot 351, een tweede van 342 tot 340, met daar tussenin een korte campagne in 346 om te verhinderen dat Athene voet aan de grond kreeg. De stichting van Filippoi en Filippopolis in het gebied van de Bessers, het huidige Plovdiv, maakte duidelijk dat de Macedoniërs waren gekomen om te blijven.

Thracische helm (Archeologisch Museum, Sofia)

Filippos onderwierp ook de gebieden ten noorden van de Balkan en bereikte de Donau, waar zijn zoon en opvolger Alexander de Grote enkele jaren later, in 335, overheen trok. Als zijn tegenstanders worden Triballiërs en Geten genoemd. Alle vier grote Thracische groepen waren nu aan de Macedoniërs onderworpen, en we horen regelmatig van Thracische cavalerie tijdens Alexanders oostelijke veldtocht. Een groep Thraciërs werd achtergelaten als garnizoen in het verre Indusland.

Na de dood van Alexander had de Macedoniër Lysimachos over Thracië moeten heersen, maar inmiddels waren op allerlei plaatsen opstanden uitgebroken: India was al voor Macedonië verloren gegaan tijdens de regering van Alexander, de gedemobiliseerde soldaten in Sogdië (zeg maar Oezbekistan) wilden terug naar Europa, de Griekse stadstaten rebelleerden en ook de Odrysen schudden het juk af. Lysimachos slaagde er niet in de Odrysische leider Seuthes III te overwinnen.

[Wordt vanmiddag vervolgd]

#AlexanderDeGrote #Athene #Bessers #BorovoSchat #DariusIDeGrote #Filippoi #FilipposII #Geten #HerodotosVanHalikarnassos #KotysI #LetnitsaSchat #Lysimachos #Odrysen #Persepolis #Plovdiv #SeuthesI #SeuthesII #SeuthesIII #Sitalkes #TeresI #Thracië #Triballiërs #ValleiVanDeThracischeKoningen #Xenofon

Als het gaat over #AlexanderDeGrote, concentreren moderne geschiedschrijvers zich, net als hun bronnen, veelal op de jonge koning zelf. Vandaag blog ik maar eens over zijn tegenstander: de knappe organisator Darius III Codomannus.

https://mainzerbeobachter.com/2026/02/14/het-nieuwe-leger-van-darius-iii/

Het nieuwe leger van Darius III

Volgens het Staatliches Münzkabinett in München is dit een goudstuk van Darius III Codomannus (maar misschien is ‘ie ouder)

Ik liet u vorige maand achter met een Alexander de Grote die in het voorjaar van 331 v.Chr. op het punt stond de strijd aan te binden met de Perzische koning Darius III. Diens bijnaam “Codomannus” kennen we alleen uit een Latijnse tekst, en we weten niet zeker wat de Perzische vorm kan zijn, maar de meest plausibele verklaring die ik ooit heb gelezen is dat het zoiets als “de krijgszuchtige” betekent. En dat zou niet voor niets zijn, want de man was voor de duvel niet bang en was een knappe organisator.

En na slag bij Issos, waarover we het in deze reeks al hebben behandeld, was hij zo’n beetje alles kwijt: zijn infanterie en cavalerie, zijn oorlogskas, zijn familie. Desondanks slaagde hij er in de maanden na zijn nederlaag in om alle moeilijkheden weer te boven te komen, wat bewijst hoe gevaarlijk hij was. Het mocht echter niet baten. Dat de vijanden uit het westen zouden doorbreken, stond geschreven in de sterren – letterlijk, zoals bleek bij Gaugamela – en geen sterveling kon daar verandering in brengen.

Na de slag bij Issos (november 333 v.Chr.) was Darius naar het oosten teruggekeerd om zich te laten zien in Babylon en Ekbatana en zich te verzekeren van de steun van de lokale machthebbers. Het zal hem enige moeite hebben gekost, maar hij wist de bestuurders ervan te overtuigen dat de toestand weliswaar ernstig maar niet hopeloos was. Een enkeling zal zich hebben herinnerd hoe zo’n veertig jaar eerder satrapen ten westen van de Eufraat in opstand waren gekomen tegen Artaxerxes II Mnemon, en hoe het imperium zich had hersteld. Er was geen reden om aan te nemen dat het rijk nu minder veerkracht bezat.

Onderhandelingen

In de winter opende Darius onderhandelingen. Er zijn verschillende voorstellen bekend. Zo bood hij eerst een enorme losprijs voor zijn gevangen genomen familieleden en suggereerde hij, zonder territoriale concessies te doen, een gelijkwaardig bondgenootschap. Voor een Perzische koning was dit een opmerkelijk gul aanbod. De god Ahuramazda had immers

deze aarde geschapen, de hemel daarboven geschapen, de mensen geschapen, het geluk van de mensen geschapen en Darius tot hun koning had gemaakt, één koning voor velen, één heer over allen,

zoals de beknopte Perzische scheppingsmythe luidde. Die ene koning van de gehele mensheid kon natuurlijk geen gelijkwaardig bondgenootschap aangaan met een andere koning, maar Darius was een realist.

Na Alexanders afwijzende reactie begreep Darius dat hij een tweede leger moest opbouwen. Dit keer zou het niet, zoals bij Issos, alleen bestaan uit Perzische, Medische en Kaspische troepen, maar zouden ook soldaten worden opgeroepen uit de oostelijke gebiedsdelen. Hij gelastte de satraap van Baktrië, zijn familielid Bessos, met deze contingenten naar het westen te komen.

Bessos

Bessos had de rang van mathišta, een titel die zoiets wil zeggen als “de grootste” (na de koning). Al zolang het Perzische Rijk bestond was Baktrië, waar de beste krijgers van het imperium vandaan kwamen, het domein van de beoogde troonopvolger, zodat het commando over de eliteregimenten uit deze regio meestal in de vertrouwde handen was van de kroonprins. Zolang deze minderjarig was, fungeerde een verwant van de koning als satraap van Baktrië.

Voor zo iemand was de verleiding groot te hopen op de dood van de heerser. Dat was ook de positie van Bessos. Zeker nu Darius’ vrouw en kinderen in Macedonische handen waren gevallen, mocht hij hopen op de troon. Darius had dus reden zijn familielid met enig wantrouwen te bezien, en het verzoek soldaten naar het westen te brengen had daarom niet alleen een militair motief, maar diende ook om de mathišta in de gaten te houden.

Een nieuw leger

In het voorjaar van 332 v.Chr., terwijl Alexander in Tyrus was, begon Darius in Babylonië een nieuw leger op te bouwen. De goudstukken die hij liet slaan om de soldaten te betalen zijn teruggevonden en tonen de grote koning met in zijn handen de Perzische rijksinsigniën: een boog en een speer. Anderhalf jaar later was het leger op volle sterkte, en dat was heel snel. Xerxes had bijvoorbeeld drie jaar nodig gehad om de strijdmacht te verzamelen voor de Griekse campagne van 480 en Artaxerxes III had er even lang over gedaan om de strijdmacht samen te stellen waarmee hij het afvallige Egypte heroverde. Darius had de helft van de tijd nodig gehad en had de troepen bovendien beter weten uit te rusten. Hij bezat het talent te leren van eerdere fouten.

Tegelijk hernam hij het diplomatieke offensief. Hij deed een tweede voorstel, waarin hij Alexander verzocht om vrede in ruil voor land. Zoals ik al vertelde bood hij aan al het gebied tussen ten westen van de Halys (in Midden-Turkije) af te staan aan de Macedoniërs. Parmenion doorzag dat méér veroveren problemen zou opleveren, want er waren onvoldoende Macedoniërs om het gebied te besturen en te bezetten. “Ik zou het aannemen als ik Alexander was”, zou hij hebben geadviseerd, waarop Alexander zou hebben geantwoord dat hij het ook zou hebben aangenomen als hij Parmenion was. Alexander accepteerde de bestuurlijke risico’s en schreef Darius “dat de aarde geen twee zonnen kon verdragen, en Azië geen twee koningen”.noot Ploutarchos, Moralia 180b.

Er is wel beweerd dat Darius’ tweede aanbod bewijs dat hij maar langzaam inzicht kreeg in de nieuwe realiteiten. Er is echter een machiavellistischer interpretatie mogelijk, namelijk dat Darius wílde dat de onderhandelingen op niets zouden uitlopen en alleen de indruk wilde wekken zwak te staan. Het effect was dat Alexander werd gesterkt in zijn gevoel de Perzen al te hebben verslagen. Hij kon alle tijd nemen om naar Egypte te gaan en pas daarna beginnen aan de tocht naar Irak en Iran. Ondertussen kon de grote koning verdergaan met het trainen van zijn nieuwe leger. Helaas deden zijn soldaten geen gevechtservaring op, zodat ze hun vuurproef zouden ondergaan in het naderende treffen met Alexanders ervaren krijgers.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#Ahuramazda #AlexanderDeGrote #Baktrië #Bessos #DariusIIICodomannus #mathišta #Medië

Voor-westerse geschiedenis (4) flora

Olijfboom

De bovenstaande olijfboom stond een kwart eeuw geleden in Agrigento op Sicilië. Vermoedelijk staat ’ie er nog, want olijfbomen zijn taai. Net als steeneiken, johannesbroodbomen, Aleppo-dennen, acacia’s, ceders, vijgenbomen en andere oer-Mediterrane gewassen. Ze weten zich op harde grond te wortelen en kunnen tegen een stootje. Dat geldt ook voor de palmboom, die oorspronkelijk wat oostelijker groeide, in de eeuwen vóór het begin van onze jaartelling naar het westen oprukte en in de eerste eeuw v.Chr. nog voldoende zeldzaam was om het opschieten van zo’n boom te beschouwen als een voorteken – ik blogde daar al eens over. In de Arabische tijd werd de palmteelt echt serieus groot en de palmboomgaard van het Spaanse stadje Elche, in het westen van de oude wereld, geldt als werelderfgoed.

Van oost naar west

De dadelpalm representeert, om zo te zeggen, de grote flora-beweging in de oude wereld: oosterse gewassen kwamen naar het westen. Westwaarts kwam ook de bananenpalm, die in de zesde eeuw v.Chr. vanuit het Verre Oosten de Indusvallei bereikte en daarvandaan verder naar het westen reisde. De sinaasappelboom en de kersenboom kwamen al langer voor het Nabije Oosten en bereikten eveneens de Mediterrane wereld. Van de laatstgenoemde boom is dankzij Plinius de Oudere bekend dat de Romeinse generaal Lucullus hem rond 70 v.Chr. aantrof in Anatolië en meenam naar Italië, waarna andere Romeinen de kersenboom overbrachten naar Gallië. Net als de wijnrank overigens; de Moezelwijn is een Romeinse innovatie. De Perzen brachten als eersten suikerriet vanuit de Indusvallei naar Khuzestan (volksetymologie: “suikerland”), de hellenistische vorsten exporteerden de plant verder naar het westen, al werd het pas echt wat in de Late Oudheid. Idemdito katoen.

De beweging van oost naar west mag dan de historische verschillen in de vegetatie bepalen, het kon niet anders dan dat in het verbrokkelde land rond de oude wereldzee regionale verschillen waren. Palmgaarden zijn vanouds te vinden bij de steppen in het verre zuiden, en dat is (uitzonderingen als Elche daargelaten) zo gebleven, terwijl olijfgaarden juist voorkwamen aan de noordkant van de Middellandse Zee. Uiteraard zijn er uitzonderingen: de soldaten van Alexander de Grote juichten toen ze, na de terugtocht vanaf de Indus, in Kerman weer olijfbomen zagen.

Palmen bij Elche

De voor-westerse wereld is ondenkbaar zonder de olijf en de palm, en ook zonder de diverse soorten graan en de wijnrank. Ze zijn er feitelijk altijd geweest, en in allerlei soorten, al heb ik weleens gelezen dat de druif pas in de Late Bronstijd of de IJzertijd naar Griekenland is gekomen, en dat dit werd weerspiegeld in verhalen dat de god Dionysos van oost naar west kwam. Maar volgens mij is dat een verouderde theorie.

Importen

De pointe van dit blogje is dat de vegetatie die wij gewend zijn te zien op vakantie in Italië, Griekenland, Turkije of een land in het Midden-Oosten, niet die is van de Oudheid. De Spaanse tortilla waarvan ik momenteel geniet, is gemaakt van aardappelen, en die komen oorspronkelijk uit de Caraïben, net als de cacao en de maïs. Uw Griekse choriatiki en uw Napolitaanse pizza veronderstellen tomaten, en de tomatl is afkomstig uit Mexico. De rijst waarmee men in de Arabische wereld tomaten vult, was bekend in de hellenistische wereld, vermoedelijk geïmporteerd vanuit India. Daar komt ook het voornaamste ingrediënt vandaan van de oosterse auberginesalades. Peper en andere specerijen, ten slotte, waren in de Oudheid bekend, maar erg zeldzaam. Kortom: wat wij kennen als de Mediterrane keuken, heeft weinig te maken met het eten uit de Oudheid of Middeleeuwen.

De cactussen die we nu zien, komen uit Amerika, de eucalyptus komt uit Australië, de cipres komt uit Perzië. En dat laatste verbaast me altijd weer, want ik kan me Italië niet voorstellen zonder cipressen.

Drie Skythen en een cipres in Persepolis.

Taaiheid

Maar nog even terug naar de taaiheid die is verondersteld bij de flora van het Nabije Oosten en de Méditerranée. De gewassen zijn vaak laag en hebben vaak de takken dicht op elkaar – het zijn meer struikgewassen, het is vaak kreupelhout – omdat de bladeren daardoor in elkaars schaduw liggen; ook zijn de bladeren wat aan de kleine kant. Op die manier kunnen ze het vochtverlies in de warmte minimaliseren. Als de bladeren toch groot zijn, zoals bij de palm, zijn ze om dezelfde reden wat leerachtig. Zoals ik al eerder schreef was de voor-westerse wereld eigenlijk niet zo heel vriendelijk, noch voor mensen, noch voor de vegetatie.

Eigenlijk zou ik het ook nog over bloemen moeten hebben, maar ik vind het wel mooi geweest voor vandaag.

Een pijnboom in het Retiro-park in Madrid (let op het waterwiel links)

[Een overzicht van deze reeks zal de komende tijd hier groeien.]

#AlexanderDeGrote #bloem #ceder #Dionysos #Elche #flora #katoen #Kerman #kersenboom #Khuzestan #LuciusLiciniusLucullus #MiddellandseZee #Moezel #NabijeOosten #olijfboom #palmboom #peper #PliniusDeOudere #specerijen #tomaat #vijgen #voorWesterseGeschiedenis #wijnrank

Alexander de Grote in Alexandrië

Alexander als stichter van Alexandrië (Louvre, Parijs)

Vorige maand blogde ik over het bezoek dat Alexander de Grote bracht aan de oase van Siwa, waar hij het orakel van Ammon bezocht en ongevraagd vernam dat hij de zoon van Zeus was. Na deze gebeurtenis keerde hij naar de kust terug, naar de plek waar hij een stad wilde stichten.

Alexandrië

De stedenbouwkundige Deinokrates van Rhodos had voorbereidingen getroffen en op 7 april 331 v.Chr. voltrok Alexander het stichtingsritueel van de nieuwe stad, die wel eens wordt getypeerd als zijn meest duurzame erfenis. Voor het moment was Alexandrië echter vooral een instrument om de graanhandel met de Griekse wereld te controleren, en uit verschillende contemporaine teksten blijkt dat de administrateur van Egypte, Kleomenes, de Grieken inderdaad fikse bedragen liet betalen voor het Egyptische graan.noot Aristoteles, Oikonomikos 1352a17ff en 1352b13ff; Demosthenes, Redevoering 56.7-8.

Na de stichting van Alexandrië voer Alexander de Nijl op voor een laatste bezoek aan de Egyptische hoofdstad Memfis, waar versterkingen bleken te zijn aangekomen.

De door Alexander gebouwde muur om Alexandrië

Nieuws uit Griekenland

Er waren ook ambassadeurs, die sensationeel nieuws meebrachten, dat we kennen uit een fragment uit het boek Alexanders daden, geschreven door ’s konings hofpropagandist Kallisthenes. In de tempel van Didyma bij Milete

zou de bron weer zijn gaan vloeien, hoewel Apollo het orakel had verlaten sinds de tempel ten tijde van Xerxes was geplunderd. … Ook zouden gezanten uit Milete veel uitspraken van orakels naar Memfis hebben overbracht, over Alexanders afstamming van Zeus, zijn toekomstige overwinning bij Gaugamela, de dood van Darius en de opstandige bewegingen in Sparta. … Verder zou de profetes van Erythrai een uitspraak hebben gedaan over de hoge geboorte van Alexander.noot Kallisthenes, FGrH 124 fr.14; vert. Simone Mooij.

Hoewel tijdgenoten anders wilden geloven, was dit helemaal zo wonderbaarlijk niet. Er waren ruim drie maanden verstreken sinds Alexander in Memfis voor het eerst was erkend als zoon van Ra, en dat liet genoeg tijd om het nieuws te verspreiden naar Milete en het daar vlakbij gelegen Erythrai. Toen de door de Macedoniërs in het zadel geholpen autoriteiten begrepen dat Alexander niet onwelwillend stond tegenover de adoptie van een extra vader, hadden zij de gewenste voorspellingen “geregeld”.

Vanaf dit moment moeten allerlei verhalen de ronde zijn gaan doen, want op een of andere manier moest toch het dubbele vaderschap worden verklaard. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos vertelt dus dat Filippos na zijn huwelijk met Olympias in een droom de geboorte van een zoon met de aard van een leeuw was voorspeld, en dat iemand had gezien dat Olympias sliep met een slang, die een manifestatie van de Egyptische god zou zijn. Volgens een ander gerucht was de Macedonische koning naar Siwa gegaan omdat zijn voorouders Herakles en Perseus dit ook hadden gedaan, en had hij ontdekt dat zij zijn halfbroers waren. Wat Alexander ervan dacht is onbekend maar hij sprak de geruchten niet tegen.

Sparta

De gezanten die meldden dat de Griekse orakels Alexander hadden erkend als zoon van Zeus, vertelden tevens dat de Spartaanse koning Agis III, die Kreta had bezet met hulp van de Griekse huurlingen die bij Issos voor Darius hadden gevochten, inmiddels was begonnen met de voorbereiding van een grotere rebellie. Daarvoor had hij Perzisch goud aangenomen. Omdat nog onduidelijk was waar dit op zou uitdraaien, kon Alexander geen tegenmaatregelen nemen, maar hij stuurde wel enorme bedragen naar Macedonië, waar zijn gouverneur ter plekke, Antipatros, huurlingen begon te werven.

Bestuurlijke maatregelen

Alvorens Alexander naar Azië kon terugkeren om de strijd tegen Darius te hernemen, moest hij het bestuur van Egypte regelen. De nieuwe bestuurders waren, zoals we al zagen, de Pers Doloaspis en de Egyptenaar Petosiris, maar met een staf zó vol Europeanen dat hun feitelijke gezag beperkt was. Het lijkt erop dat toen Petosiris aftrad, Kleomenes grotere bevoegdheden kreeg om te voorkomen dat een niet-Europeaan werkelijk macht zou krijgen.

Desondanks waren de benoemingen van de Pers en de Egyptenaar belangrijk. Dat Alexander Doloaspis een bestuursfunctie toekende, bewijst dat hij al bereid was Perzen in het bestuur op te nemen. Tijdens de tweede helft van zijn regering zou dit op grote schaal gebeuren. Voor het moment was het echter niet meer dan een tactisch signaal aan de Perzische adel: als ze Darius in de steek zouden laten en naar Alexander overliepen, wachtte hun geen slecht lot. Het is overigens de vraag of het signaal overkwam. In elk geval leidde de aanstelling van Doloaspis niet tot massale desertie.

Zo eindigde het bezoek aan Egypte zonder dat de veroveraars veel nieuws hadden ontdekt. Ze moeten in de tempels de mythen hebben gehoord waar ze benieuwd naar waren geweest, maar lieten zich er verder weinig aan gelegen liggen, zelfs als zo’n verhaal raakvlakken had met de Griekse filosofie. Het was voorbehouden aan een van Alexanders officieren, Hekataios van Abdera, om de oude beschaving de komende jaren grondiger te onderzoeken en de nieuwsgierige Europeanen op de hoogte te stellen van de Egyptische godenverhalen.

Maar ook al was de kennismaking met Egypte oppervlakkig geweest, Alexanders bezoek aan het land van de Nijl was van belang. Hij beheerste nu het oostelijk Middellandse-Zeebekken tussen Donau, Sahara en Eufraat, en tot de opkomst van de islam, een millennium later, zou het gebied worden bestuurd door een Griekssprekende overheid. Alexandrië zou nog eeuwen hét culturele centrum zijn.

Samaria

Het leger maakte zich al op voor de terugweg toen Alexander vernam dat de bewoners van Samaria in opstand waren gekomen. Een mars door de Sinaï moest echter worden uitgesteld vanwege een persoonlijk drama aan het Macedonische hof. Parmenions zoon Hektor, een dierbare vriend van Alexander, verdronk in de snelstromende Nijl toen zijn boot kapseisde. Pas nadat hij was begraven op een wijze die in overeenstemming was met de status van zijn vader, werd de opmars hervat.

Tot dit moment kunnen Alexanders acties worden getypeerd als een vorm van voorwaartse verdediging en dus, in wezen, als defensief. Door de Fenicische havensteden te veroveren had hij een Perzische vlootexpeditie naar het Egeïsche-Zeegebied onmogelijk gemaakt, terwijl de annexatie van Samaria en Juda noodzakelijk was geweest om Fenicië te beveiligen. Alexander maakte zich nu op om het Perzische Rijk zélf aan te vallen. Dat was een keerpunt in de oorlog. De Macedoniërs waren vanaf nu in het offensief.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AgisIII #AlexanderDeGrote #Alexandrië #Antipatros #Didyma #Doloaspis #FilipposII #HekataiosVanAbdera #Herakles #Kallisthenes #KleomenesSatraap #Memfis #Milete #Nijl #Perseus #Petosiris #Ploutarchos #Ra #Siwa #Sparta