Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

Een Macedonische nederlaag

Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

De Macedonische generale staf heeft ongetwijfeld beter geweten. Weinig manoeuvres van Perzische commandanten waren namelijk zó succesvol als die van Mazaios. Alexander was van plan geweest langs de rivier op te rukken naar Babylon, waar hij de aanwezigheid vermoedde van Darius’ nieuwe leger. De schepen die als drijvers voor de bruggen waren benut zouden dienen om het zware materieel te vervoeren. Deze route was de kortste en was bovendien bekend uit de Anabasis van Xenofon. Nu bleek echter dat Darius de weg had geblokkeerd. Het was al na de oogsttijd en in het rivierdal lag het graan opgeslagen in versterkte nederzettingen die Mazaios eenvoudig kon verdedigen of vernietigen. Zijn aftocht richting Babylon betekende dat de Macedoniërs nergens voedsel zouden vinden.

Peutingerkaart: “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten”

Ze waren gedwongen een andere route te nemen en dat kon alleen de zogeheten Koninklijke Weg zijn, waarvan Alexander wist dat die ergens in het onbekende oosten lag, door de gebieden achter de rivier de Tigris. En het was ronduit onmogelijk snel door Mesopotamië op te rukken in die richting. Op deze breedte bestaat het gebied tussen de twee grote stromen uit een onbegaanbare woestijn, waar het in de hoogzomer al snel 50 graden is. De Romeinse Peutingerkaart typeert het gebied als “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten” en het is ook in de moderne tijd een obstakel. De ingenieurs die eeuwen later de Bagdadspoorlijn zouden aanleggen, kozen niet voor niets voor een tracé over de minder droge steppe in het noorden. Dat was ook het gebied waar de Macedoniërs nu doorheen zouden trekken, om de woestijn heen.

Darius’ opmars

Toen Darius vernam dat Alexander zich had laten dwingen tot deze omweg en oprukte naar de Tigris, trok hij vanuit Babylon naar het noorden om slag te leveren in het kerngebied van het voormalige koninkrijk Assyrië. Hij wist dat zijn vijand hier vroeg of laat naar toe zou komen en zocht een ruim strijdperk uit waar zijn numerieke meerderheid, anders dan bij Issos, goed tot haar recht zou komen. Zijn commandocentrum richtte hij in te Arba’il (het huidige Erbil), een hooggelegen versterking die befaamd was om haar heiligdom voor de vruchtbaarheidsgodin Ištar en getuige haar naam “vier-godenstad” nog meer cultusplaatsen bezat

De citadel van Arbela

Het was een uitstekende basis. Hier kwam namelijk de Koninklijke Weg samen met de wegen naar Armenië en de oostelijke satrapieën, zodat het eenvoudig was een groot leger samen te trekken. Het door Darius geselecteerde slagveld lag vijfenzeventig kilometer noordwestelijker bij een heuvel die de vorm had van de bult van een dromedaris en daarom werd aangeduid met de Semitische naam van dat dier, gammalu. De Macedoniërs verbasterden de plaatsnamen tot Arbela en Gaugamela.

Toen de Perzen het terrein hadden geëgaliseerd om het berijdbaar te maken voor strijdwagens en ruiters, was het zaak ervoor te zorgen dat Alexander zich niet naar een andere plaats begaf. Darius liet zijn tegenstander daarom ongestoord oprukken door het zuidoosten van het huidige Turkije. Het gebied deed de Macedoniërs denken aan hun vaderland en ze doopten de waterrijke stad Urhai, gelegen op een hoog boven de vlakte uitstekende rots, om tot Edessa, naar een Macedonische stad die net zo hoog lag en beroemd was om haar waterval. In het nabijgelegen Harran liet Alexander zijn mannen enkele dagen rusten en moet hij, gelovig als hij was, hebben geofferd in de tempel voor de maangod Sin. Via het bosrijke Nisibis bereikten de Macedoniërs op 18 september 331 v.Chr. de Tigris, ergens ter hoogte van de huidige Eski Mosul stuwdam.

Edessa

In de val

De Macedoniërs marcheerden een val in. Darius had het leger van Mazaios, dat zich inmiddels bij hem had gevoegd, vooruit gestuurd om het gebied te brandschatten. Alexanders troepen vonden onvoldoende voedsel om zich genoeg te voeden, maar voldoende om niet terug te keren. Overal staken Mazaios’ Babylonische ruiters de rieten daken van de huizen, de korenschoven, de gewassen en de voorraden in brand. De voorde door de Tigris ontruimden ze na een korte schermutseling: Mazaios liet de Macedoniërs verder in de fuik lopen.

Ze waren nu in Assyrië. Hoewel het machtige koninkrijk met die naam al drie eeuwen daarvoor was onderworpen door de Babyloniërs, wier imperium weer was opgenomen in dat van de Perzen, sprak de naam “Assyrië” nog altijd tot de verbeelding. De val van de eens zo machtige hoofdstad Nineveh had ook in Europa indruk gemaakt.

De Tigris

Uit de Babylonische Astronomische Dagboeken weten we dat op de avond van de Macedonische oversteek paniek uitbrak in het Perzische leger. Het ligt voor de hand de oorzaak daarvan te zoeken in het nieuws dat de vijand de rivier was overgestoken. Maar in feite was er geen reden voor paniek. Alexander had exact gedaan wat de grote koning wilde. Door de doorwaadbare plaatsen in de Eufraat en de Tigris vrijwel onbewaakt te laten, had de Pers bewerkstelligd dat zijn vijand optrok naar het slagveld van zíjn keuze. Darius was de situatie volledig meester en zijn zege leek gegarandeerd.

Over de slag bij Gaugamela heb ik al geblogd. U leest hier hoe slechte voortekens werkten als self-fulfilling prophecy en leidden tot de Perzische nederlaag. Volgende maand vervolg ik deze reeks met Alexanders opmars vanuit Assyrië naar Babylon.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arbela #Arrianus #Bagdadspoorlijn #DariusIIICodomannus #dromedaris #Edessa #Erbil #Eufraat #Gaugamela #Harran #KoninklijkeWeg #Mazaios #Nineveh #Nisibis #Parmenion #Peutingerkaart #Tigris

De Frygiërs van koning Midas

Frygisch reliëfje (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb al een paar keer verwezen naar de Frygiërs, een volk dat in de IJzertijd woonde in Anatolië – zeg maar Turkije. Toen ik blogde over de taal van de Trojanen, wees ik er bijvoorbeeld op dat de Frygiërs vanaf de Balkan naar Anatolië waren gemigreerd en toen de voorouders van de Lydiërs naar het zuiden hadden geduwd. Voor deze migratie zijn verschillende aanwijzingen, zoals de verspreiding van typisch Balkan-aardewerk naar Troje VIIb. De Troje-expositie in Rotterdam stelde dit verband centraal, maar dat was in 1984. Ik weet niet of de archeologische inzichten nog dezelfde zijn.

Maar daarnaast is er het talige bewijs. De Frygische taal is te reconstrueren uit namen, citaten en pakweg 400 inscripties: ruim voldoende om te zien dat ze niet verwant is met de Anatolische talen van de Bronstijd, zoals het Luwisch, en de daarvan afgeleide IJzertijdtalen, zoals het Lydisch en het Karisch. Het Frygisch lijkt veel meer op de talen van het zuidelijke Balkanschiereiland en behoort dus tot een andere tak van de Indo-Europese familie. Ook de Griekse onderzoeker Herodotos weet dat de Frygiërs feitelijk Thracische Brygiërs waren, die ooit de Hellespont waren overgestoken.noot Herodotos, Historiën 7.3. De overgang van /b/ naar /f/ die we in deze twee eigennamen zien, is ook verder goed gedocumenteerd.

Frygiërs in Centraal-Anatolië

Wanneer vond die migratie plaats? Troje VIIb wordt meestal tussen pakweg 1150 en 950 v.Chr. gedateerd: een aanwijzing dat de Frygiërs in de twaalfde eeuw begonnen aan de oversteek van Europa naar Azië. Ze zouden zich uiteindelijk vestigen in het westen van de Anatolische hoogvlakte, maar er zijn aanwijzingen dat Frygische groepen aanvankelijk ook veel oostelijker waren. De Assyrische koning Tiglath-Pileser I (r.1114-1076) verwijst namelijk naar “Muški” die hij versloeg in de buurt van de Eufraat. De Assyriërs zouden deze naam later gebruiken om de Frygiërs aan te duiden. Natuurlijk is het denkbaar dat de Assyriërs een en hetzelfde woord gebruikten voor twee verschillende Anatolische volken, maar het valt ook niet uit te sluiten dat een vroege groep Frygiërs uitzwermde tot aan de Eufraat.

Frygisch aardewerk (Archeologisch Museum, Kayseri)

Misschien vinden we ook in de loop van de achtste eeuw v.Chr Frygiërs in het zuidoosten van de Anatolische hoogvlakte, in Tyana. Het bewijs is echter zwak: het gaat alleen om een man genaamd Mit-ta-a, genoemd in Assyrische bronnen, die dezelfde zou zijn als de legendarische Frygische koning Midas. De naamovereenkomst is opvallend, maar ook niet méér. Over Midas straks meer.

Frygiërs in West-Anatolië

De belangrijkste groep bouwde een koninkrijk in de buurt van Gordion, een kleine honderd kilometer ten westen van Ankara. Een andere groep Frygiërs bleef in de buurt van de Hellespont en clusterde rond het latere Daskyleion. (Er zijn dus eigenlijk twee Frygiës.) Het staat vast dat de immigranten allerlei gewoontes overnamen van de eerdere bevolking, zoals de verering van de grote godenmoeder, die we ook wel kennen als Kybele.

Beeld van Matar (Museum van Gordion)

De Frygiërs van Gordion heersten over een groot deel van westelijk Turkije. Dit koninkrijk had de trekken van een vroege staat, dus geen stamsamenleving. Ruim 250 inscripties bewijzen dat er een geletterde elite was; ook zien we dat de vorsten een internationaal netwerk onderhielden. Er waren contacten met Delfi in het westen, noot Herodotos, Historiën 1.14. en met Urartu en Assyrië in het oosten. Daarmee was Gordion verbonden via de Koninklijke Weg.

De beroemdste koning van Frygië was Midas, die bekend is uit Griekse sagen. Het hoeft niet per se één man te zijn geweest: het kan gaan om een titel. Ook Assyrische bronnen verwijzen naar een Mit-ta-a. Die vertellen dat tijdens diens regeringsperiode de nomadische Kimmeriërs Anatolië binnenvielen. In 710/709 zag Mit-ta-a zich gedwongen hulp te vragen bij de Assyrische koning Sargon II. Helaas bleek dat onvoldoende. In 696/695 pleegde Mit-ta-a, die een veldslag had verloren, zelfmoord. Het moet niettemin een machtig man zijn geweest, die de middelen had gehad om voor zijn voorganger een enorme grafheuvel te laten opwerpen. Een bezoek aan de grafkamer is een hoogtepunt bij elke reis naar Turkije.

De grote tumulus van Gordion

Perzisch Frygië

De Kimmerische plundertochten zorgden voor een halve eeuw van verwarring, waarin Frygië uiteenviel in kleine vorstendommen. Uiteindelijk wist de Lydische koning Gyges (ca. 650 v.Chr.) de orde te herstellen. Een van zijn opvolgers, Alyattes, veroverde het voormalige Frygië – zowel dat rond Gordion als dat rond Daskyleion – en versterkte Gordion. Vanaf nu was Frygië geen politieke eenheid meer maar slechts een geografisch begrip.

Toen de Perzische koning Cyrus de Grote rond het midden van de zesde eeuw Anatolië onderwierp, werd Frygië een satrapie. Of beter: twee, want de ene lag rond Gordion en de andere (“Hellespontijns Frygië”) rond Daskyleion. Er was  continuïteit in de architectuur en de taal (150 inscripties), in de wijze waarop men landbouw bedreef (vooral veeteelt) en in de religie: de cultus van de grote godenmoeder was nog eeuwen te vinden in de stad Pessinos.

Het Perzische garnizoen in Gordion was daar nog in de laatste maanden van 334 v.Chr., toen de Macedonische commandant Parmenion, de rechterhand van Alexander de Grote, de stad bezette. Het verhaal van de Gordiaanse Knoop heb ik al eens verteld.

Frygië maakte nadien deel uit van enkele hellenistische rijken en kwam uiteindelijk in handen van de Romeinen. De regio raakte opgenomen in de grotere wereld en de mensen begonnen de grote talen van de Oudheid te spreken: Grieks en wellicht ook wat Aramees. Het is dan ook verrassend dat er in de vijfde eeuw na Chr. nog mensen waren die nog steeds Frygisch spraken.noot Sokrates, Kerkgeschiedenis 5.23.

#AlexanderDeGrote #AnatolischeTalen #CyrusDeGrote #Daskyleion #Frygië #GordiaanseKnoop #Gyges #HellespontijnsFrygië #historischeTaalkunde #IndoEuropeseTalen #Kimmeriërs #KoningMidas #KoninklijkeWeg #Kybele #LuwischeTalen #Lydië #Muški #Parmenion #Pessinos #SargonII #satrapie #TiglatPileserI #Tyana

Alexander de Grote in Jeruzalem

Alexander de Grote (Bode-Museum, Berlijn)

In onze reeks over Alexander de Grote komen we nu aan bij een weinig bekende scène: het bezoek aan de tempelstad Jeruzalem. Het was oktober of november 332 v.Chr. en de oorlog verkeerde in een impasse. Het eerste Macedonische krijgsdoel was, zoals gezegd, Egypte, maar het leger had in de voorafgaande maanden enorme verliezen geleden, eerst bij Tyrus en daarna bij Gaza. Alexanders rechterhand Parmenion was in Syrië om te verhinderen dat de Perzen Alexanders aanvoerlijnen zouden afsnijden, maar ook dat Syrische garnizoen moest worden versterkt. Alexander stuurde dus een gezant naar huis om extra manschappen te halen.

Zelf ging hij naar Jeruzalem. De gangbare bronnen vermelden dit niet, maar het is overgeleverd door de Joodse historicus Flavius Josephus (37-ca. 102). Zijn verhaal is echter deels legendarisch, en wordt daarom vaak genegeerd. Ik vermoed echter dat er wel degelijk een historische kern kan zijn.

De samaritaanse geloofsgemeenschap

Even terug naar de belegering van Tyrus. Die duurde vrij lang en Alexander had steun gezocht voor de intendance. De leider van de stad Samaria, Sanballat, had graan geleverd en troepen. Alexander had ook de hogepriester van Jeruzalem, Jaddua, gevraagd om graan. Volgens Josephus had deze steun geweigerd, en er is geen reden om aan die informatie te twijfelen. De Macedonische overwinning bij Issos was meer geluk dan wijsheid geweest, de belegering van Tyrus duurde eindeloos, de Perzische eindnederlaag was nog lang niet zeker, er was nog een Perzisch garnizoen in Gaza en vooral: als Samaria het een deed, zou Jeruzalem het tegengestelde doen. Rivaliteit tussen twee buursteden was in de antieke diplomatie een basisgegeven. Hoewel Josephus vertelt dat Alexander woedend was, zal hij niet verbaasd zijn geweest.

Hij wit hoe Samaria te belonen en Jeruzalem te straffen: hij gaf de bewoners van Samaria toestemming een nieuwe tempel te bouwen op de berg Gerizim. (De constructie is archeologisch bevestigd.) Dit was een belangwekkende ingreep. De Samarianen hadden een religie die leek op die van Jeruzalem, maar ze stonden wat meer open voor religieuze invloeden van buitenaf. De spanningen die dit soms veroorzaakte, waren kort voor Alexanders aankomst geëscaleerd toen een broer van Jaddua, Manasse, wegens een leerstellig geschil uit Jeruzalem naar Samaria was vertrokken. Manasse werd de eerste hogepriester in de nieuwe tempel, die voortaan hét cultuscentrum zou zijn voor wat bekendstaat als de samaritaanse geloofsgemeenschap. Alexanders optreden leidde zo tot het schisma tussen joden en samaritanen, dat voortduurt tot op de huidige dag.

Jeruzalem

Dit was de situatie toen Alexander Gaza belegerde. Zelfs als Josephus het niet zou hebben vermeld, zouden we aannemen dat een Macedonische strijdmacht Jeruzalem had aangedaan. Immers: hoewel het tempelstaatje geen groot leger bezat, konden de Macedoniërs het niet links laten liggen als ze wilden doorstoten naar Egypte. Er waren karavaanwegen door de woestijn en de Perzische koning Darius kon vanuit Mesopotamië troepen naar Jeruzalem sturen. Als die Gaza zouden heroveren, kon Alexander niet langer over land terugkeren naar Syrië. Om dat te vermijden, was het noodzakelijk de Perzen een pied-à-terre in de Levant te ontzeggen. Dat betekende dat Jeruzalem bezet moest worden.

Alexander had echter haast. Wilde hij naar Egypte, dan moest hij in november of december door de Sinaï trekken, want dan regende het en was er op sommige plaatsen water te vinden. Hij kon zich niet permitteren veel tijd in Jeruzalem te verliezen. Toen hij de stad naderde, was hij al uit op een diplomatieke oplossing. Van zijn kant was Jaddua na de val van Tyrus en Gaza gedwongen zijn loyaliteit aan Darius aan de kant te zetten en Alexander te ontvangen. Toen de Macedoniër Jeruzalem naderde, kwamen de bewoners hem als smekelingen tegemoet.

Josephus vertelt nu dat Alexander bij het zien van de hogepriester werd herinnerd aan een droom die hij zou hebben gehad. Daarin zou een oude man aan hem zijn verschenen en hem zijn steun hebben beloofd tijdens de oorlog tegen Perzië. Daarom zou de koning zijn woede hebben laten varen – iets waarvoor hij, zoals we zojuist zagen, ook praktische redenen had.

Hij reikte de hogepriester de hand en ging hij de stad binnen. De Joden liepen naast hem mee. Hij ging op naar de tempel en bracht daar een offer aan God volgens de aanwijzingen van de hogepriester. De hogepriester en de priesters bewees hij de hun verschuldigde eerbied.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 11.331; vert. Meijer/Wes.

Van zijn kant bood Jaddua de nieuwe heerser alle mogelijke blijken van trouw en loyaliteit – graan bijvoorbeeld en zelfs een klein regiment soldaten. Zoals altijd handhaafde Alexander de situatie zoals die had bestaan ten tijde van het Perzische rijk: de Joden mochten blijven leven volgens hun eigen wetten. Josephus vermeldt verder geen bijzondere gunsten die Alexander aan de Joden zou hebben bewezen, wat we wel zouden hebben verwacht als het verhaal over Alexanders bezoek aan Jeruzalem en de wonderbaarlijke droom geheel verzonnen zou zijn.

De waarheid zou kunnen zijn dat de Joden verbaasd waren dat ze er, ondanks Jaddua’s aanvankelijke diplomatieke vergissing, zo gemakkelijk van af waren gekomen. Wellicht vertelden ze elkaar dat ze hun leven dankten aan goddelijk ingrijpen in de vorm van een voorspellende droom. Hoe dat ook zij: de vroom verzonnen droom tast de geloofwaardigheid van de rest van Josephus’ verhaal over Alexanders bezoek aan Jeruzalem niet noemenswaardig aan.

[Een overzicht van blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #FlaviusJosephus #Gaza #Gerizim #hogepriesterschap #Jaddua #Jeruzalem #Parmenion #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #SanballatII

Alexander de Grote in Pamfilië

Syllion

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote in de eerste maanden van 333 v.Chr. langs de Lycische kust was getrokken. Na deze tocht kwamen de Macedoniërs aan in Pamfylië, een uitgestrekte vlakte in het zuiden van Turkije, die in het voorjaar even groen is als Holland of Vlaanderen. Net als de Grieken woonden de Pamfyliërs in met elkaar rivaliserende steden en ook hier gold dat de vijand van je buurman je vriend is. Anders gezegd: Alexander belandde in een politiek wespennest.

Het wespennest

Door zich te verbinden met het Lycische Faselis haalde hij zich een conflict op de hals met Termessos, en dat leidde er weer toe dat de Pamfylische stad Perge zich bij de Macedoniërs aansloot, wat op zijn beurt tot gevolg had dat die als vijanden werden beschouwd door de bewoners van Syllion en Aspendos. Met diplomatieke middelen zette Alexander de situatie naar zijn hand. Althans, dat dacht hij.

De Macedoniërs marcheerden verder langs de kust en bereikten de stad Side in het oosten van Pamfylië, waar de bergen, net als in Lycië, weer reikten tot aan de zee. Verder naar het oosten trekken zou betekenen dat Alexanders leger geen contact meer had met dat van Parmenion; en dat zou gevaarlijk zijn, temeer daar de bewoners van het bergland geen aanstalten maakten zich te onderwerpen. Een andere reden om terug te keren was dat de situatie in Pamfylië inmiddels toch uit de hand was gelopen. Dus maakte Alexander rechtsomkeert, maar niet dan nadat hij in Side een garnizoen had achtergelaten dat Pamfylië moest beschermen tegen de bergbewoners. Opnieuw een aanwijzing dat Alexander de gebieden waar hij doorheen trok, wilde behouden.

De rivier Eurymedon in Pamfylië, niet ver van Aspendos

Hij richtte nu zijn aandacht eerst op Syllion, maar begreep al snel dat deze op een tafelberg gelegen stad (zie de foto bovenaan) niet was in te nemen met het kleine leger dat hem vergezelde. Het volgende aanvalsdoel was Aspendos. De bewoners gaven zich over, beloofden extra tribuut te zullen betalen en stonden een stuk land af aan Alexanders bondgenoot Perge.

Gordion

Inmiddels was de winter voorbij en aangezien de Macedonische aanvoerders hadden afgesproken hun legers in Gordion samen te voegen, was het tijd Pamfylië te verlaten en naar het noorden te marcheren. Via Sagalassos (momenteel een opgraving van de universiteit Leuven) trokken de Macedoniërs landinwaarts. Alexander liet zijn jeugdvriend Nearchos achter als satraap van Pamfylië en Lycië en wees daarnaast Antigonos Eénoog aan als de generaal die de verzetshaarden moest opruimen.

Uitzicht vanuit Sagalassos; de troepen van het stadje bezetten bij de nadering van de Macedoniërs de heuvel vooraan.

Alexander zelf vervolgde ondertussen zijn weg naar het noorden. Hij passeerde Pessinos, waar hij zal hebben geofferd aan de Frygische moedergodin Kybele. De Macedoniërs trokken door een weids, hier en daar glooiend, boomloos grasland zoals nergens in Griekenland en Macedonië in deze uitgestrektheid voorkwam. Ik noemde het in het intro van het vorige blogje al. De vlakte was op een grandioze manier verlaten en de doortocht was daardoor niet zonder gevaar: het terrein was immers goed geschikt voor een onverhoedse cavalerie-aanval. Alexander moet dankbaar zijn geweest dat Parmenion het gebied al had beveiligd. Zonder problemen legde het leger ook de laatste etappes af en kwam aan in Gordion.

Frygië

Gordiaanse knoop

Daar, in de oude hoofdstad van Frygië, wachtten Alexander en Parmenion op de aankomst van versterkingen uit het thuisland en op de oogst. Ik heb al eens verteld hoe de soldaten zich verveelden en hoe Alexander besloot hun wat vermaak te bieden. Er was een oude voorspelling dat wie de knoop kon ontwarren waarmee een dissel aan een bepaalde wagen was gebonden, koning zou zijn van Azië. Zoals bekend hakte Alexander, die het niet lukte de knoop los te maken en gezichtsverlies dreigde te lijden, de knoop met zijn zwaard door. De anekdote gaat feitelijk over de wijze waarop het Macedonische oppercommando een exit-strategie ontwierp: immers, “Azië” was ongedefinieerd, en Alexander kon op elk moment zeggen dat de profetie in vervulling was gegaan en opdracht geven tot de terugkeer.

Daar was op dat moment, voorjaar 333, aanleiding toe. Memnon van Rhodos, de Griekse huurlingenleider in Perzische dienst, was met een vloot actief in de Egeïsche Zee. Aangezien op elk Grieks eiland mensen woonden die hadden geprofiteerd van de heerschappij van de grote koning of een andere reden hadden de Macedoniërs te haten, boekte hij snel succes. Chios viel. Op Lesbos belegerde hij Mytilene. Hij naderde de Hellespont, waar hij Alexanders aanvoerlijnen simpel kon afsnijden.

De toekomst

Alexander reageerde op karakteristieke wijze: de aanval. Kort na het doorhakken van de Gordiaanse Knoop gelastte hij zijn verenigde leger om op te rukken, naar het oosten. Hoe het verder ging, heb ik eerder verteld: hij passeerde de Taurusbergen door de zogeheten Cilicische Poort, maakte onder verwarrende omstandigheden contact met het leger van Darius III Codomannus, en overwon. U leest hier meer over de slag bij Issos, die begin november 333 plaatsvond.

Ik vervolg deze reeks over Alexander de Grote begin juli met de belegering van de stad Tyrus. Als u niet zo lang wil wachten, kunt het verhaal ook lezen in mijn boek over de geschiedenis van Libanon, dat op donderdag 12 juni verschijnt en die avond zal worden gepresenteerd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. U bent welkom!

#AlexanderDeGrote #AntigonosEénoog #Aspendos #Chios #DariusIIICodomannus #Frygië #GordiaanseKnoop #Gordion #Kybele #Lesbos #MemnonVanRhodos #Mytilene #Nearchos #Pamfylië #Parmenion #Perge #Pessinos #Side #Syllion #Termessos #Turkije

Alexander de Grote in Lycië

De rotsachtige kust van Lycië

In 2003 reisden mijn zakenpartner en ik Alexander de Grote achterna, dwars door Turkije. Ik heb veel mooie herinneringen aan die reis: Efes pilsen (dat overigens wordt gebrouwen in Izmir), de grafheuvels bij Troje, de weidse vlakte van Frygië, de geuren op de kruidenmarkt in Iskenderun. Maar vooral: de rotsige kust van Lycië. Alexander was hier in de eerste weken van 333 v.Chr., nadat hij veel te veel tijd had verspild aan de zinloze belegering van de havenstad Halikarnassos.

Lycië & elders

De daaropvolgende inname van de havens van Lycië was op zich nuttig, want ooit zou het resterende Perzische garnizoen wegvaren uit Halikarnassos, en als dan ook de Lycische havens niet meer in Perzische handen waren, zou het voor de Perzen lastig worden de Egeïsche Zee te bereiken. Onze bronnen besteden daarom veel aandacht aan Alexanders campagne, hoewel dat niet de belangrijkste Macedonische operatie van dat moment was. Dat was de verovering van het westelijk deel van de Koninklijke Weg, die vanaf Sardes landinwaarts liep, naar de Frygische hoofdstad Gordion. Wie die stad beheerste, had een basis om Anatolië te veroveren. Alexanders generaal Parmenion lijkt Gordion zonder slag of stoot te hebben kunnen innemen. Niet vreemd: de Perzen hadden het garnizoen laten vechten aan de Granikos, en dat hadden de meeste soldaten niet overleefd.

De Perzische tegenmaatregelen hadden, nu koning Darius III Codomannus niet beschikte over een leger in Anatolië, geen militair karakter. Het lijkt erop dat hij probeerde verdeeldheid te zaaien onder de Macedoniërs. In Parmenions leger bevond zich Alexandros van Lynkestis, de man die Alexander als eerste als koning had erkend na de moord op Filippos. Daarmee had Alexandros zich het leven gered, want twee van zijn broers zouden – zo dacht men, in het klimaat van paranoia dat de moord omgaf – betrokken zijn geweest bij de aanslag en waren terechtgesteld. Wegens die executies had hij redenen om Alexander te haten en Darius schijnt hem een vermogen in het vooruitzicht gesteld te hebben als hij de Macedonische koning uit de weg zou ruimen. Parmenion kon niet achterhalen of Alexandros gehoor aan die oproep had willen geven, maar stelde hem in verzekerde bewaring. Toen Alexander bijna vier jaar later afrekende met een samenzwering, ging de terechtstelling van Alexandros in een moeite door.

De troepen van Alexander en Parmenion waren niet de enige Macedonische legers in Anatolië. Een van onze bronnen, Diodoros van Sicilië, vermeldt dat ook andere Macedonische korpsen oprukten naar Frygië. Hun activiteit suggereert dat er nog weerstand tegen de Macedoniërs was. De aanpak van verzetshaarden bewijst echter vooral dat Alexander inmiddels van zins was het gebied te behouden.

Faselis

Alexander zelf was dus in Lycië. De kustweg voerde door een spectaculair, ruig landschap zoals de Macedoniërs nog nooit hadden gezien. Alleen het Tempe-ravijn was van een even rauwe schoonheid, maar dat lag ingeklemd tussen twee bergen en niet tussen een berg en de zee. Alexanders hofpropagandist Kallisthenes vermeldt dat er, toen de Macedoniërs het havenstadje Faselis passeerden, iets wonderlijks gebeurde: de zee zou met omslaande golven een soort knieval hebben gemaakt. Welk natuurverschijnsel bedoeld kan zijn, is onduidelijk, maar dat Azië alvast voor Alexander boog was te mooi om aan het thuisfront te onthouden.

[wordt vervolgd]

#AlexanderDeGrote #AlexandrosVanLynkestis #DariusIIICodomannus #DiodorosVanSicilië #Faselis #Frygië #Gordion #Kallisthenes #Lycië #Parmenion #Turkije

Alexander de Grote in Milete

Het Karabel-reliëf

Ik vertelde in het vorige blogje over de gelukkige manier waarop Alexander de Grote in de vroege zomer van 334 v.Chr. de stad Sardes in handen had gekregen. Daarvandaan marcheerden de Macedoniërs verder naar het zuiden. Op de Karabelpas zal Alexander ongetwijfeld het hierboven afgebeelde, eeuwenoude reliëf zijn getoond waarvan men vertelde dat het de legendarische Egyptische koning Sesostris voorstelde. Volgens de verhalen had hij in lang vervlogen tijden de hele wereld veroverd en overal zijn beeltenis in rotsen laten uithouwen, om zo te tonen tot hoever hij was gekomen. We weten niet wat Alexander ervan vond.

Efese

De Macedoniërs trokken door een vruchtbaar gebied, waar de oogst rijp op de velden stond. De bevoorrading verliep probleemloos en drie dagen na hun vertrek uit Sardes bereikten ze Efese. De democraten, die juist de oligarchen hadden verdreven, bereidden Alexander een warm welkom. Zoals Arrianus aangeeft, was het bijltjesdag:

Het volk van Efese, bevrijd van zijn vrees voor de oligarchen, maakte zich op om korte metten te maken met degenen die [de Perzische huurlingencommandant] Memnon hadden willen binnenhalen, de tempel van Artemis hadden geplunderd, het beeld van [Alexanders vader] Filippos in dat heiligdom omver hadden gegooid en op de markt het graf hadden geschonden van Heropythos, de bevrijder van de stad. [De oligarchische leiders] Syrfax, zijn zoon Pelagon, en de zoons van zijn broers werden uit het heiligdom gesleurd en gestenigd. Maar Alexander verbood iedereen om verder achter de anderen aan te gaan en wraak te nemen, want hij besefte dat het volk, als het de kans kreeg, met de schuldigen ook onschuldigen zou doden, uit persoonlijke haat of om zich meester te maken van hun eigendommen.noot Arrianus, Anabasis 1.17.11-12; vert. Simone Mooij.

Opnieuw mengde Alexander zich in de interne aangelegenheden van een zelfstandige stadstaat en dat was voldoende om de sympathie die de Efesiërs aanvankelijk voor hem hadden gevoeld als sneeuw voor de zon te doen smelten. Wellicht is op deze plaats en tijd de door Ploutarchos vertelde anekdote ontstaan dat Alexander was geboren in de nacht waarin de Artemistempel afbrandde, en dat de tempelbrand een voorteken was van de rampen die de Macedoniër zou veroorzaken.noot Ploutarchos, Leven van Alexander 3.7. De gespannen situatie zou misschien zijn geëscaleerd als Alexander niet had toegezegd dat de stad geen belasting hoefde betalen en het bedrag mocht schenken aan de tempel van Artemis.

Milete

Tot nu toe was de Macedonische opmars voorspoedig verlopen, maar inmiddels was de Perzische vloot op weg naar het noorden, naar Milete. Het zou erom spannen, want de Griekse commandant van de grote havenstad had aangekondigd dat hij zich zou verzetten tegen de Macedoniërs. Alexanders admiraal Nikanor bracht snel zijn oorlogsbodems om het voorgebergte van Mykale heen en bezette het heuvelachtige eilandje Lade, dat de haven van Milete beheerste. (Het bestaat tegenwoordig niet meer als eiland omdat de baai is dichtgeslibd.)

Het voormalige eiland Lade

De Perzische vloot, vierhonderd schepen, arriveerde drie dagen later. De vlootcommandanten hadden gehoopt gebruik te kunnen maken van de havens bij Milete, maar konden niet om Lade heen en waren gedwongen uit te wijken naar Kaap Mykale. Hoewel hun vloot talrijker was, lag ze te ver van het strijdtoneel af om een rol te spelen.

Het huis van Alexander in Priëne

Intussen had Alexander zijn hoofdkwartier ingericht te Priëne, waar zijn huis nog steeds wordt aangewezen. Vanuit zijn achtertuin had hij uitzicht op Milete, Lade en Mykale. Ook de Macedonische cavalerie was in Priëne ingekwartierd en voerde aanvallen uit op Perzische zeelieden die bij Mykale zoet water zochten. Dat dwong de Perzen uit te wijken naar het nabijgelegen eiland Samos. Zelfs al werd er niet gevochten in Priëne , het was een zware tijd voor de bewoners en Alexander liet zijn waardering blijken door de stad een tempel te schenken voor de stadsgodin Athena.

βασιλεὺς Ἀλέξανδρος ἀνέθηκε τὸν ναὸν Ἀθηναίηι Πολιάδι. “Koning Alexander wijdde deze tempel aan Athena Polias” (British Museum, Londen)

Toen de Macedonische belegeringsmachines eenmaal bij Milete waren aangekomen, was het lot van de havenstad bezegeld. Met stormrammen sloegen de aanvallers een bres in de muur en stormden Milete binnen. De Macedoniërs doodden op driehonderd man na alle Griekse huurlingen en Alexander legde een groot garnizoen in de stad, die waarschijnlijk een zware belasting moest betalen. Dat dit voortaan geen “tribuut” meer heette maar gold als “contributie” aan de Macedonische krijgskas, zal de pijn niet hebben verzacht.

Voor de Perzische vloot zat er weinig anders op dan onverrichter zake terug te keren naar het zuiden. De strijd zou zich verplaatsen naar Halikarnassos, waar Alexander een vergeten nederlaag zou lijden.

[Momenteel is de Week van de Klassieken. Het programma vindt u daar. En dit was het 6000e blogje op deze plek. Dank voor uw belangstelling!]

#AlexanderDeGrote #Arrianus #ArtemisVanEfese #Karabel #MemnonVanRhodos #Mykale #Parmenion #Priëne

Alexander de Grote in Sardes - Mainzer Beobachter

In de late lente van 334 v.Chr. rukte Alexander de Grote op naar Sardes, het voornaamste Perzische bestuurscentrum in Klein-Azië.

Mainzer Beobachter

Alexander de Grote in Sardes

Sardes

De afgelopen tijd heb ik het een en ander verteld over de troonsbestijging en het eerste regeringsjaar van Alexander de Grote. Ik heb het ook gehad over zijn eerste overwinning op de Perzen, in de slag aan de Granikos. Eigenlijk was dat een hinderlijk oponthoud geweest tijdens de opmars naar het zuiden, waar de eigenlijke doelen van de Macedonische operatie lagen: Griekse steden als Efese en Milete. In Perzische handen waren dat gevaarlijke vlootbases, waarvandaan Griekenland en Macedonië konden worden aangevallen. Maar de bevolking had al aangegeven liever zelfstandig te zijn – of beter gezegd: een deel van de bevolking had, toen het Macedonische leger van Parmenion in de buurt was, de Macedoniërs verwelkomd. Of dit deel van de bevolking representatief was voor de andere bewoners, valt niet langer te achterhalen.

Snel naar het zuiden

De Granikoscampagne duurde alles bij elkaar twee weken. Nadien konden de Macedoniërs verder oprukken. Van het verslagen Perzische leger viel geen tegenstand meer te verwachten. Er dreigde pas gevaar in steden die werden beschermd door de vijandelijke vloot, maar die kon niet uitvaren vóór eind juni de oogst was binnengehaald. En zo konden Alexanders mannen in de laatste weken van de lente van 334 v.Chr. moeiteloos langs de kustweg naar het zuiden marcheren. De zwaarste bagage werd met schepen vervoerd en de soldaten moeten het vreemde gevoel hebben gehad dat ze op vakantie waren.

Het was nu zaak de havensteden te veroveren: Smyrna, Efese, Milete en Halikarnassos. Zo kon worden voorkomen dat de Perzen er gebruik van maakten als ze met hun vloot naar het noorden zouden komen om de aanvoerlijn over de Hellespont af te snijden of de Macedonische kust aan te vallen. De verovering van deze steden was in feite een defensieve maatregel.

Sardes

Een ander aanvalsdoel was Sardes, het belangrijkste Perzische bestuurscentrum in dit deel van het wereldrijk. De belegering beloofde lang en moeizaam te worden, want ook al hadden de Perzen niet langer een landmacht om de belegeraars te verdrijven, de citadel gold als onneembaar. Ze lag op een enorme, aan alle zijden door steile hellingen omgeven rots (zie foto hierboven) en was opgebouwd uit terrassen, zodat aanvallers driemaal een muur moesten beklimmen. Een belegering hield in dat de Macedoniërs vele weken zouden moeten worden bevoorraad, terwijl de Perzische vloot de kustwegen zou aanvallen en de aanvoerlijnen afsnijden.

Gelukkig voor Alexander hadden de Perzen de oogst nog niet kunnen binnenhalen, zodat ook zij problemen zouden hebben met de voedselvoorziening en daarom weinig hoop koesterden op een goede afloop. Toen Alexander de stad naderde, bood de Perzische commandant Mithrenes de overgave aan; hij zou een eervolle positie aan het Macedonische hof krijgen. Een broer van Parmenion werd aangewezen als nieuwe commandant in Sardes en zou de Perzische titel van satraap voeren: Alexander veranderde het systeem van besturen niet maar verving de bestuurders.

De capitulatie van Sardes leverde tijdwinst op, die het mogelijk maakte dat de onvermijdelijke confrontatie met de Perzische vloot zuidelijker zou plaatsvinden. Bovendien viel een enorme schat in Macedonische handen. Alexander kon maanden soldij betalen en zette dankbaar een flink bedrag opzij voor de bouw van een nieuwe tempel.

Tempel van Artemis, Sardes

Bestuurlijke maatregelen

Ondertussen wees Alexander enkele Griekse bondgenoten aan om garnizoensdienst te doen. De reden is simpel. Hij gaf in alle Griekse steden in Klein-Azië de macht aan de democraten. Een voor de hand liggende maatregel, want de oligarchen die tot dan toe de lakens hadden uitgedeeld waren te zeer verbonden met het Perzische staatsbestel. De machthebbers in de stadstaten in Griekenland zagen de democratiseringsgolf echter met afgrijzen aan en vroegen zich af of Alexander zich nog iets aantrok van de eerdere afspraken (in het verdrag van de Korinthische Bond), dat de diverse partijen zich niet zouden bemoeien met elkaars interne aangelegenheden. De Macedoniër deed in Azië niet anders dan staatsregelingen veranderen en joeg daarmee de Grieken in Europa, die hem sinds de verwoesting van Thebe toch al haatten, nog verder tegen zich in het harnas. Het verwijderen van de Griekse contingenten uit de Macedonische strijdmacht lag daarom in de rede.

[Wordt vervolgd. Momenteel is de Week van de Klassieken. Het programma vindt u daar.]

#AlexanderDeGrote #Efese #KorinthischeBond #Milete #Mithrenes #Parmenion #Sardes #satrapie #Smyrna

Hoe Alexander de Grote koning werd (1) - Mainzer Beobachter

In 336 v.Chr. werd Alexander de Grote onverwacht koning. De situatie was verward en zou Alexanders regering helpen vormen.

Mainzer Beobachter

De slag aan de Granikos (3)

De vlakte achter de Granikos

[Dit is het laatste van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

De twee legers brachten de nacht dus tegenover elkaar door aan de Granikos. De Perzen hoopten de volgende dag de Macedoniërs te onderscheppen bij het oversteken van de stroom, maar die wachtten dat niet af. Omdat de Perzen niet mochten uitrukken vóór ze hadden geofferd aan de opkomende zon, zetten Alexander en zijn rechterhand Parmenion hun leger over in de laatste uren van de nacht.

De slag aan de Granikos

De aanval volgde bij dageraad, en de Perzen wisten dat er iets vreselijk mis was toen ze de aarde hoorden dreunen onder de voetstappen van de Macedonische falanx. Vanaf het begin waren ze in de verdediging. Door de snelheid waarmee de Macedoniërs oprukten, kon maar een deel van de Perzische cavalerie worden ingezet. Diodoros van Sicilië vertelt:

Spithridates, een Pers van geboorte en een buitengewoon moedig man, stortte zich met een groot aantal ruiters, waaronder veertig van de Koninklijke Verwanten, uitmuntende strijders, op de Macedoniërs. Hij zat zijn tegenstanders op de huid en in een fel gevecht doodde hij er een aantal en verwondde hij andere. Omdat het geweld van zijn aanval nauwelijks te weerstaan was, wendde Alexander zijn paard naar Spithridates en reed op hem af.

De Pers beschouwde deze kans op een tweegevecht als een godsgeschenk, alsof het Lot wilde dat door zíjn moed Azië van het allergrootste gevaar zou worden bevrijd, Alexanders veelgeroemde stoutmoedigheid door hém werd bestraft en de reputatie van de Perzen niet te schande gemaakt zou worden. Als eerste wierp hij zijn speer en hij zette er zoveel kracht achter dat hij diens schild doorboorde. De punt ging dwars door Alexanders harnas heen en raakte zijn rechterschouder. De koning schudde echter het projectiel van zijn arm af, gaf zijn paard de sporen, en gebruikmakend van de vaart van zijn paard richtte zijn speer naar de borst van de satraap. Toen dat gebeurde begonnen de soldaten in beide linies te schreeuwen bij het zien van zo’n toppunt van moed.

Maar de punt van Alexander speer brak af op Spithridates’ pantser en de schacht gleed af. De Pers trok zijn zwaard en wilde zich op Alexander werpen, maar de koning had weer vat gekregen op zijn speer en zag kans die nog net op tijd naar Spithridates’ gezicht te stoten en het te raken. De Pers stortte neer, maar op dat moment kwam zijn broer Roisakes aan galopperen. Die liet zijn zwaard met zo’n vreselijke slag neerkomen op het hoofd van Alexander, dat hij diens helm doorkliefde en zijn hoofdhuid verwondde. Toen Roisakes op dezelfde plaats een tweede klap wilde uitdelen, stoof Kleitos, bijgenaamd de Zwarte, er met zijn paard op af en hakte de arm van de Pers af.noot Diodoros van Sicilië, Wereldgeschiedenis 17.20.2-7; vert. Simone Mooij.

Terwijl dit gevecht plaatsvond, raakten ook de hoofdmachten slaags. De Perzische ruiters liepen de voor de Perzen strijdende Griekse huurlingen voor de voeten, zodat de Macedonische falanx weinig weerstand ondervond. Er moeten duizenden doden zijn gevallen, terwijl de verliezen aan Macedonische zijde, zoals altijd wanneer een falanx vrij spel kreeg, gering waren:

Aan Macedonische zijde werden bij de eerste aanval ongeveer vijfentwintig gardisten gedood. Van de overige ruiters vielen er meer dan zestig, van de infanterie ongeveer dertig. De volgende dag liet Alexander hen begraven, met hun wapens en verdere uitrusting. Aan hun ouders en kinderen verleende hij vrijstelling van dienstplicht en belasting op land en andere bezittingen. Ook de gewonden gaf hij veel aandacht. Hij bezocht ze een voor een, bekeek hun wonden, vroeg hoe en wanneer ze gewond waren en gaf hun gelegenheid dat te vertellen en erover op te scheppen noot Arrianus, Anabasis 1.16.4-5; vert. Simone Mooij.

De gevolgen

Korte tijd later leidde hij Alexander zijn leger terug naar de plek waar hij aan land was gegaan, om alsnog te beginnen aan de geplande mars naar de Griekse steden in het zuiden. Ondertussen ging generaal Parmenion op weg naar het oosten om Daskyleion, de dichtstbijzijnde Perzische vestiging, te bezetten. Dit was een belangrijke operatie, want er was veel buit te behalen en Alexander had behoefte aan zilver en goud. Weliswaar beschikte Macedonië over rijke mijnen, maar het jaar van de troonsbestijging was duur geweest, om nog maar te zwijgen van de kosten van het expeditieleger. Onze bronnen melden dat Daskyleion zonder slag of stoot in Macedonische handen viel, maar opgravingen suggereren dat er wel degelijk is gevochten.

De akropolis van Daskyleion

Voor de Perzen was de slag aan de Granikos een catastrofe. De verliezen waren immens. Ze beschikten niet langer over een effectief leger in de regio, aangezien hun Griekse huurlingen voor het merendeel waren omgekomen. Alexander stuurde de overlevenden als dwangarbeiders naar het Macedonische platteland, dat als gevolg van zijn veldtocht deels was ontvolkt.

Een andere tegenslag voor de Perzen was dat veel bestuurders waren gesneuveld: twee provinciegouverneurs, tenminste drie andere commandanten en evenveel leden van de koninklijke familie. De Griekse huurlingenleider Memnon overleefde echter. Koning Darius vertrouwde hem en erkende dat de door de Griekse huurlingenleider voorgestelde tactiek van de verschroeide aarde de beste was. Maar Memnon had meer pijlen op zijn boog. Binnen enkele maanden zou hij Alexander danig in de problemen brengen.

[een overzicht van alle Alexanderblogs is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Daskyleion #falanx #Kleitos #MemnonVanRhodos #Parmenion #slagAanDeGranikos #Spithridates #Turkije

De slag aan de Granikos (2)

De Granikos

[Dit is het tweede van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

Al onze bronnen vermelden dat het Macedonische en het Perzische leger laat op de middag contact maakten, maar de auteurs zijn het oneens over het vervolg. Arrianus en Ploutarchos vertellen dat Alexander en zijn rechterhand Parmenion kort met elkaar spraken over de te volgen tactiek. De oude generaal wees erop dat de hellingen van het riviertje te steil waren om snel te beklimmen. Als de Macedoniërs de rivier overstaken, zei hij, waren ze een makkelijke prooi voor de Perzen op de oostelijke oever. Het was beter de stroom over te steken onder dekking van de nacht. Alexander antwoordde dat hij zich zou schamen als dit beekje hem tegenhield terwijl hij zonder problemen de zee was overgestoken, en gaf daarop het bevel voor een aanval dwars door het dal.

Conflicterende bronnen

Tot zover Ploutarchos en Arrianus. Diodoros van Sicilië, de auteur over wie ik gisteren blogde, vertelt iets anders. Volgens hem staken de Macedoniërs de Granikos vlak voor dageraad over, precies zoals Parmenion volgens Arrianus en Ploutarchos had geadviseerd.

Het ligt voor de hand op dit punt Diodoros te geloven. De traag stromende Granikos vormt tegenwoordig een tien meter brede geul door betrekkelijk vlak terrein en aardwetenschappers zien geen reden om aan te nemen dat het landschap er in de Oudheid anders uitzag.

[Tussen haakjes nogmaals: ik erger me dus echt wild aan dat oudheidkundige “nieuws”. Het slagveld aan de Granikos is al lang en breed wetenschappelijk onderzocht.]

Het door Arrianus en Ploutarchos genoemde aanvalsbevel houdt in dat Alexanders ruiters eerst de geul in reden, vervolgens door het kniehoge water gingen, en daarna met paard en al een zeer steile, vaak vier meter hoge, met kreupelhout begroeide helling moesten beklimmen. Een onmogelijke taak. De cavalerie zou een weerloze prooi zijn geworden voor projectielen vanaf de andere oever.

Granikos of Granikosvlakte?

Een tweede reden om aan te nemen dat de slag op de vlakte ten oosten van de rivier is gestreden, is de opstelling van het Perzische leger, zoals Arrianus die beschrijft. De Perzen zouden twintigduizend man cavalerie vóór twintigduizend Griekse huurlingen hebben geplaatst. Dat is waanzin als er is gestreden op een oever, waar de paarden immers alleen maar in de weg zouden hebben gelopen; het is echter logisch als de Perzen moesten vechten op de vlakte áchter de Granikos. Ze hoopten met een snelle aanval met het onderdeel waarmee zij het sterkste waren, de cavalerie, de Macedonische ruiterij uit te schakelen. Vóór de gevaarlijke Macedonische falanx slaags zou zijn geraakt met de inferieure Perzische infanterie, zou ze in de rug zijn aangevallen door de vijandelijke cavalerie.

Het lijkt daarom beter Diodoros te volgen en een verklaring te zoeken voor de onjuiste informatie die we vinden bij Arrianus en Ploutarchos. Gelukkig ligt die voor de hand. Hun verslagen gaan namelijk terug op Alexanders hofbiograaf Kallisthenes, die in zijn boek Parmenion vaak presenteert als de voorzichtige adviseur die door de moed en scherpzinnigheid van de jonge heerser voortdurend in het ongelijk werd gesteld. Maar dat is dus propaganda.

[wordt vervolgd; een overzicht van alle Alexanderblogs is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arrianus #DiodorosVanSicilië #falanx #Kallisthenes #Parmenion #Ploutarchos #slagAanDeGranikos #Turkije

De slag aan de Granikos (1) - Mainzer Beobachter

Onlangs claimden archeologen het slagveld aan de Granikos te hebben "ontdekt". Dat is echt onzin, maar er valt een verhaal over te vertellen.

Mainzer Beobachter

Alexander de Grote in Troje

De landingsplaats van Alexander de Grote in Azië: Troje

In het voorjaar van 334 v.Chr. stak Alexander de Grote de Hellespont over van Europa naar Azië: zijn oorlog tegen het Perzische Rijk was begonnen. Of beter: zijn rol in het conflict was begonnen, want de strijd was al eerder losgebarsten en er was al een Macedonische strijdmacht in Azië aanwezig. Gecommandeerd door de oude generaal Parmenion had die aanzienlijke successen geboekt, maar de Perzische legers hadden hem teruggedreven. Met 10.000 man was zijn leger slechts een voorhoede geweest van een hoofdmacht die, door de moord op koning Filippos en de troonsbestijging van Alexander, vertraagd aankwam. Evengoed had Parmenion een bruggenhoofd geschapen, zodat Alexanders leger makkelijk kon oversteken.

Zijn leger telde 48.000 man. Daar kwam naar schatting nog zo’n 16.000 man ondersteunend personeel bij, zodat in totaal 64.000 mensen deelnamen aan de Aziatische campagne. Ter vergelijking: het leger waarmee Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië telde ongeveer 34.000 legionairs. Veel van Alexanders manschappen zouden niet terugkeren: ze sneuvelden of bleven achter in een van de garnizoenssteden die Alexander in het oosten zou stichten.

Alexander dankte zijn snelle troonsbestijging ten dele aan Parmenion, die Alexanders persoonlijke vijand Attalos uit de weg had geruimd. De jonge vorst moest hem terugbetalen en zo zien we Parmenions oudste zoon Filotas als commandant van de gardecavalerie, terwijl diens jongere broer Nikanor diende als aanvoerder van een elite-onderdeel van de infanterie. Een derde zoon, Hektor, had een onbekende functie in de directe omgeving van Alexander, wellicht als liaisonofficier. Een zekere Asandros, misschien Parmenions broer, kreeg een bestuursfunctie in Azië. Tot slot was de bataljoncommandant Koinos een schoonzoon van Parmenion. Voor u nu denkt dat dit allemaal nepotisme was: het gaat stuk voor stuk om competente mensen, die ook zonder patronage vroeg of laat carrière zouden hebben gemaakt. Parmenion was Alexanders beste vriend.

Terwijl Parmenion de troepen naar Azië overzette, maakte Alexander met zijn naaste vrienden een korte omweg:

Alexander voer met zestig oorlogsbodems naar het gebied van Troje. Daar wierp hij als eerste van de Macedoniërs vanaf het schip zijn speer en plantte die in de grond. Toen sprong hij zelf van het schip af. Zo gaf hij aan dat hij Azië uit handen van de goden in ontvangst nam als “met de speer veroverd land”.noot Diodoros van Sicilië, Wereldgeschiedenis 17.17.1.

Deze passage suggereert dat volgens het Macedonische oorlogsrecht de inbezitneming van een stuk land gold als een geschenk van de goden aan de veroveraar, en dat diens succes de rechtvaardiging was van de agressie. Een dergelijk onverhuld imperialisme – welbeschouwd het recht van de sterkste – is zeker niet zonder parallellen en het is heel goed mogelijk dat Alexander inderdaad een claim als deze heeft gedaan. Een probleem is echter dat de homerische uitdrukking “met de speer veroverd” vóór de tijd van Alexander nooit werd gebruikt in deze betekenis. De theatrale handeling blijft zo wat mysterieus.

Er is nog een tweede homerische parallel. Volgens de dichter had een orakel vlak voor de Trojaanse Oorlog voorspeld dat de eerste Europeaan die voet zette op Aziatische bodem, daar ook als eerste zou sneuvelen. Door op dezelfde plaats aan land te gaan, bewees Alexander dat hij bereid was de gevaren van de oorlog te delen met zijn mannen.

Op de Trojaanse vlakte dwaalden, zo wist iedereen, de geesten van de helden uit de legendarische oorlog. Voor Alexander, die beweerde af te stammen van Achilleus, was een bezoek aan Troje niet zomaar een toeristisch uitje. Hij bracht eerst offers bij het graf van zijn voorvader.

Vervolgens beklom hij de heuvel van Troje en bracht een offer aan de Trojaanse Athena. Zijn volledige wapenrusting hing hij als wijgeschenk op in de tempel en in ruil daarvoor nam hij uit het heiligdom enige wapens mee die daar nog bewaard waren gebleven uit de tijd van de Trojaanse Oorlog. Er wordt verteld dat men die altijd voor hem uit droeg als hij ten strijde trok.noot Arrianus, Anabasis 1.11.7.

Het is niet uitgesloten dat het meegenomen schild inderdaad uit lang vervlogen tijden stamde. Jaren later, toen Alexander campagne voerde in de Punjab, redde hij zijn leven door te schuilen onder het Trojaanse schild, en dat kan eigenlijk alleen als het ging om wat Homeros nu eens een “torenhoog”, dan weer een “manshoog” schild noemt.

Hoe dat laatste ook zij, de oorlog van Alexander de Grote tegen het Perzische Rijk was begonnen.

[Alles over Alexander de Grote staat hier bij elkaar.]

#AlexanderDeGrote #Filotas #Hellespont #Koinos #Parmenion #Troje

Alexander de Grote - Mainzer Beobachter

Ik heb een groot aantal keren geschreven over Alexander de Grote. Op deze pagina presenteer ik een overzicht.

Mainzer Beobachter