Hekataios van Milete

Wereldkaart van Hekataios

Op deze blog is vaak genoeg gesproken over Herodotos van Halikarnassos, de vijfde-eeuwse Griekse onderzoeker die geldt als pater historiae, wat we het beste kunnen vertalen als “vader van de onderzoeksjournalistiek”. Hij was bepaald niet de eerste geschiedschrijver: de auteur van het Deuteronomistisch Geschiedwerk heeft dezelfde visie op historische causaliteit en was Herodotos anderhalve eeuw voor. Ook in het Griekse taalgebied was Herodotos niet de eerste: tot zijn voorgangers behoorde Hekataios van Milete, die net als Herodotos onderzoek deed naar het verleden en naar topografie, en die tevens een wereldkaart ontwierp. U moet hem plaatsen in de tweede helft van de zesde eeuw v.Chr., met een sterfjaar na 499.

Een nieuwe tijd

De zesde eeuw v.Chr. was voor de oude Griekse elite een soort fin de siècle. De diverse steden waren altijd door aristocraten bestuurd geweest, maar inmiddels hadden kooplieden de grenzen van de bekende wereld verlegd, veel geld verdiend en invloed gekregen op het bestuur. In tegenstelling tot de aristocraten, die de Homerische helden als hun voorouders hadden opgeëist, hadden de nouveaux riches niet zo’n claim op legitimiteit.

Zij hadden andere, nieuwe ideeën. Die waren niet gebaseerd op een oude traditie, maar op rationeel denken en empirisme. Vroege filosofen als de Milesiërs Thales, Anaximandros en Anaximenes en de Efesiër Herakleitos waren weliswaar niet helemaal origineel in hun denkbeelden – sommige ideeën hebben Babylonische parallellen – maar hun kritische houding was voor de Griekse wereld nieuw. Dit was de intellectuele wereld van Hekataios.

Biografie

Hekataios moet rond 550 v.Chr. in Milete zijn geboren, kort voordat de Perzische koning Cyrus de Grote het Lydische Rijk en de bijbehorende Griekse havensteden veroverde. Eeuwen later schreef de Griekse geograaf Strabon dat Hekataios een student was geweest van Anaximandros. Dat is chronologisch gezien vrijwel onmogelijk, maar van de andere kant: de filosoof lijkt Hekataios’ ideeën over het ontstaan van het universum en de vorm van de wereld te hebben beïnvloed.

We weten verder nauwelijks iets over Hekataios’ leven, hoewel hij een bezoek lijkt te hebben gebracht aan Egypte. Misschien kwam hij mee met de Perzische koning Kambyses, die in 525 het aloude land van de Nijl veroverde.

Herodotos vertelt dat Hekataios de omvang en macht van het Perzische Rijk had begrepen en in 499 zijn landgenoten adviseerde niet in opstand te komen tegen koning Darius I de Grote. Ze luisterden niet. De Ionische Opstand, zoals de revolte van de Griekse steden in het Perzische Rijk wordt genoemd, liep uit op een nederlaag en in 495 of 494 werd Milete verwoest.

Een heel late traditie, te vinden bij Diodoros van Sicilië, wil dat Hekataios namens de Milesiërs onderhandelde met de Perzen, en zowaar een gunstige behandeling wist te verwerven. Misschien is het waar, en dan was Hekataios in 495 nog in leven. Misschien is het niet waar en dan weten we op z’n best dat hij in 499 nog in leven was. Voor de beoordeling van zijn werk maakt het weinig uit.

Geografie

Hekataios’ bekendste werk is zijn wereldkaart, die weer was gebaseerd op een ontwerp van Anaximandros. Herodotos geeft een beschrijving:

Ik kan mijn lachen niet houden omdat van al die wereldkaartenmakers nog niemand erin is geslaagd een redelijke beschrijving te geven. Ze tekenen een Oceaan rondom een wereldschijf die met behulp van een passer als een cirkel is getrokken, en bij hen is Azië net zo groot als Europa.noot Herodotos, Historiën 4.36.

Hoewel Herodotos zijn voorganger niet expliciet noemt, zijn de meeste classici het erover eens dat hij zijn voorganger uitlacht – en niet ten onrechte, want Herodotos’ eigen wereldkaart is beter. Hekataios verdeelde de wereld in drieën (Europa, Azië, Afrika), die werden gescheiden door de Middellandse Zee, de Rode Zee en de Zwarte Zee. Tegelijkertijd bestond de wereld uit vier kwadranten: West-Afrika werd door de Nijl gescheiden van Oost-Afrika en het Nabije Oosten; het Nabije Oosten werd door de Zwarte Zee gescheiden van Europa; en Europa is in een oostelijke en westelijke helft verdeeld door de rivier de Don. Er zijn meer aanwijzingen dat de kaart van Hekataios extreem schematisch was; het was Hekataios’ voornaamste verdienste dat hij de relatieve posities begreep van de werelddelen.

De kaart hoorde bij Hekataios’ Beschrijving van de aarde. In twee boeken, gewijd aan enerzijds Europa en anderzijds Voor-Azië en de Maghreb, beschreef hij de kusten van de Middellandse Zee. Soms verliet Hekataios de kust en ging hij stroomopwaarts langs deze of gene rivier. De overgebleven fragmenten – het zijn er ruim 300 – laten zien dat hij een sobere schrijfstijl had en dat hij steden, afstanden, rivieren, bergen, volken en grenzen vermeldde. Gewoontes, dieren, planten, landschappen, mythologie en stichtingssagen kwamen eveneens aan bod, maar er zijn geen aanwijzingen dat hij ook historische informatie gaf.

Het tweede boek bevatte een verwijzing naar Melitta in het westen van Marokko. Deze verwijzing is uiterst belangrijk, omdat ze bewijst dat Hekataios toegang had tot het reisverslag van Hanno de Zeevaarder, die in de zesde eeuw v.Chr. de westkust van Afrika verkende. Helaas hebben we geen idee van Hekataios’ andere bronnen.

Het langste citaat is een door Herodotos geplagieerde tekst over Egyptische dieren (nijlpaard, krokodil, feniks). Helaas suggereert de beschrijving van het nijlpaard niet bepaald dat Hekataios dit dier werkelijk heeft gezien, want er klopt weinig van. Een ander verhaal dat Herodotos overschreef is een zeer schematische beschrijving van de Sahara.

Geschiedschrijver

Hekataios publiceerde ook de Genealogieën, een overzicht van de stamboom van de diverse Griekse helden. Ongeveer veertig fragmenten hebben het overleefd. De openingszin is beroemd geworden:

Hekataios van Milete zegt: Ik schrijf op wat ik denk dat waar is, want de verhalen van de Grieken zijn naar mijn mening belachelijk en talrijk.

Zelf probeerde hij de onafhankelijk van elkaar doorgegeven en elkaar regelmatig tegensprekende (en daarom belachelijke) verhalen van zijn landgenoten te systematiseren. Daartoe ontwierp hij een chronologisch systeem, waarin zowel de goden als de helden van weleer waren opgenomen. Het was niet de eerste poging om Griekse mythen en sagen te systematiseren, maar het was wel een van de invloedrijkste. De meeste latere geleerden, te beginnen met Herodotos, accepteerden de chronologie van Hekataios.

Wij kunnen denken dat Hekataios kritisch nadacht over verhalen die zó fantasierijk waren dat er eigenlijk geen reden was om er kritisch over na te denken. Het verre Griekse verleden ligt voorgoed verborgen in de mist der tijden. Van de andere kant: Hekataios van Milete was een van de eersten die de sagen niet voor zoete koek slikte en kritisch nadacht over het verleden. Hij was niet de vader van welk historisch of journalistiek specialisme ook, maar wel een van de reuzen op wier schouders de latere geschiedvorsers stonden.

#aardrijkskunde #Afrika #Anaximandros #antiekeGeschiedschrijving #Azië #DeuteronomistischGeschiedwerk #DiodorosVanSicilië #Europa #HekataiosVanMilete #HerodotosVanHalikarnassos #IonischeOpstand #MiddellandseZee #Milete #nijlpaard #wereldkaart

Alexander de Grote in Alexandrië

Alexander als stichter van Alexandrië (Louvre, Parijs)

Vorige maand blogde ik over het bezoek dat Alexander de Grote bracht aan de oase van Siwa, waar hij het orakel van Ammon bezocht en ongevraagd vernam dat hij de zoon van Zeus was. Na deze gebeurtenis keerde hij naar de kust terug, naar de plek waar hij een stad wilde stichten.

Alexandrië

De stedenbouwkundige Deinokrates van Rhodos had voorbereidingen getroffen en op 7 april 331 v.Chr. voltrok Alexander het stichtingsritueel van de nieuwe stad, die wel eens wordt getypeerd als zijn meest duurzame erfenis. Voor het moment was Alexandrië echter vooral een instrument om de graanhandel met de Griekse wereld te controleren, en uit verschillende contemporaine teksten blijkt dat de administrateur van Egypte, Kleomenes, de Grieken inderdaad fikse bedragen liet betalen voor het Egyptische graan.noot Aristoteles, Oikonomikos 1352a17ff en 1352b13ff; Demosthenes, Redevoering 56.7-8.

Na de stichting van Alexandrië voer Alexander de Nijl op voor een laatste bezoek aan de Egyptische hoofdstad Memfis, waar versterkingen bleken te zijn aangekomen.

De door Alexander gebouwde muur om Alexandrië

Nieuws uit Griekenland

Er waren ook ambassadeurs, die sensationeel nieuws meebrachten, dat we kennen uit een fragment uit het boek Alexanders daden, geschreven door ’s konings hofpropagandist Kallisthenes. In de tempel van Didyma bij Milete

zou de bron weer zijn gaan vloeien, hoewel Apollo het orakel had verlaten sinds de tempel ten tijde van Xerxes was geplunderd. … Ook zouden gezanten uit Milete veel uitspraken van orakels naar Memfis hebben overbracht, over Alexanders afstamming van Zeus, zijn toekomstige overwinning bij Gaugamela, de dood van Darius en de opstandige bewegingen in Sparta. … Verder zou de profetes van Erythrai een uitspraak hebben gedaan over de hoge geboorte van Alexander.noot Kallisthenes, FGrH 124 fr.14; vert. Simone Mooij.

Hoewel tijdgenoten anders wilden geloven, was dit helemaal zo wonderbaarlijk niet. Er waren ruim drie maanden verstreken sinds Alexander in Memfis voor het eerst was erkend als zoon van Ra, en dat liet genoeg tijd om het nieuws te verspreiden naar Milete en het daar vlakbij gelegen Erythrai. Toen de door de Macedoniërs in het zadel geholpen autoriteiten begrepen dat Alexander niet onwelwillend stond tegenover de adoptie van een extra vader, hadden zij de gewenste voorspellingen “geregeld”.

Vanaf dit moment moeten allerlei verhalen de ronde zijn gaan doen, want op een of andere manier moest toch het dubbele vaderschap worden verklaard. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos vertelt dus dat Filippos na zijn huwelijk met Olympias in een droom de geboorte van een zoon met de aard van een leeuw was voorspeld, en dat iemand had gezien dat Olympias sliep met een slang, die een manifestatie van de Egyptische god zou zijn. Volgens een ander gerucht was de Macedonische koning naar Siwa gegaan omdat zijn voorouders Herakles en Perseus dit ook hadden gedaan, en had hij ontdekt dat zij zijn halfbroers waren. Wat Alexander ervan dacht is onbekend maar hij sprak de geruchten niet tegen.

Sparta

De gezanten die meldden dat de Griekse orakels Alexander hadden erkend als zoon van Zeus, vertelden tevens dat de Spartaanse koning Agis III, die Kreta had bezet met hulp van de Griekse huurlingen die bij Issos voor Darius hadden gevochten, inmiddels was begonnen met de voorbereiding van een grotere rebellie. Daarvoor had hij Perzisch goud aangenomen. Omdat nog onduidelijk was waar dit op zou uitdraaien, kon Alexander geen tegenmaatregelen nemen, maar hij stuurde wel enorme bedragen naar Macedonië, waar zijn gouverneur ter plekke, Antipatros, huurlingen begon te werven.

Bestuurlijke maatregelen

Alvorens Alexander naar Azië kon terugkeren om de strijd tegen Darius te hernemen, moest hij het bestuur van Egypte regelen. De nieuwe bestuurders waren, zoals we al zagen, de Pers Doloaspis en de Egyptenaar Petosiris, maar met een staf zó vol Europeanen dat hun feitelijke gezag beperkt was. Het lijkt erop dat toen Petosiris aftrad, Kleomenes grotere bevoegdheden kreeg om te voorkomen dat een niet-Europeaan werkelijk macht zou krijgen.

Desondanks waren de benoemingen van de Pers en de Egyptenaar belangrijk. Dat Alexander Doloaspis een bestuursfunctie toekende, bewijst dat hij al bereid was Perzen in het bestuur op te nemen. Tijdens de tweede helft van zijn regering zou dit op grote schaal gebeuren. Voor het moment was het echter niet meer dan een tactisch signaal aan de Perzische adel: als ze Darius in de steek zouden laten en naar Alexander overliepen, wachtte hun geen slecht lot. Het is overigens de vraag of het signaal overkwam. In elk geval leidde de aanstelling van Doloaspis niet tot massale desertie.

Zo eindigde het bezoek aan Egypte zonder dat de veroveraars veel nieuws hadden ontdekt. Ze moeten in de tempels de mythen hebben gehoord waar ze benieuwd naar waren geweest, maar lieten zich er verder weinig aan gelegen liggen, zelfs als zo’n verhaal raakvlakken had met de Griekse filosofie. Het was voorbehouden aan een van Alexanders officieren, Hekataios van Abdera, om de oude beschaving de komende jaren grondiger te onderzoeken en de nieuwsgierige Europeanen op de hoogte te stellen van de Egyptische godenverhalen.

Maar ook al was de kennismaking met Egypte oppervlakkig geweest, Alexanders bezoek aan het land van de Nijl was van belang. Hij beheerste nu het oostelijk Middellandse-Zeebekken tussen Donau, Sahara en Eufraat, en tot de opkomst van de islam, een millennium later, zou het gebied worden bestuurd door een Griekssprekende overheid. Alexandrië zou nog eeuwen hét culturele centrum zijn.

Samaria

Het leger maakte zich al op voor de terugweg toen Alexander vernam dat de bewoners van Samaria in opstand waren gekomen. Een mars door de Sinaï moest echter worden uitgesteld vanwege een persoonlijk drama aan het Macedonische hof. Parmenions zoon Hektor, een dierbare vriend van Alexander, verdronk in de snelstromende Nijl toen zijn boot kapseisde. Pas nadat hij was begraven op een wijze die in overeenstemming was met de status van zijn vader, werd de opmars hervat.

Tot dit moment kunnen Alexanders acties worden getypeerd als een vorm van voorwaartse verdediging en dus, in wezen, als defensief. Door de Fenicische havensteden te veroveren had hij een Perzische vlootexpeditie naar het Egeïsche-Zeegebied onmogelijk gemaakt, terwijl de annexatie van Samaria en Juda noodzakelijk was geweest om Fenicië te beveiligen. Alexander maakte zich nu op om het Perzische Rijk zélf aan te vallen. Dat was een keerpunt in de oorlog. De Macedoniërs waren vanaf nu in het offensief.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AgisIII #AlexanderDeGrote #Alexandrië #Antipatros #Didyma #Doloaspis #FilipposII #HekataiosVanAbdera #Herakles #Kallisthenes #KleomenesSatraap #Memfis #Milete #Nijl #Perseus #Petosiris #Ploutarchos #Ra #Siwa #Sparta

Theodor Wiegand

Theodor Wiegand

We moeten het eens hebben over archeoloog Theodor Wiegand (1864-1936). Zomaar, omdat het  maandag is en omdat hij gewoon interessant is.

Maar eerst even terug naar de late negentiende eeuw. Het Duitse keizerrijk legitimeert zich als voortzetting van het Romeinse Rijk, want de keizertitel is via Karel de Grote en het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie uiteindelijk beland bij Wilhelm II, die zich aandient als een moderne Antoninus Pius. In Constantinopel heerst sultan Abdulhamid II, die resideert in een oud-Romeinse keizerlijke hoofdstad. De twee gekroonde hoofden hebben een zekere belangstelling gemeen. En in hun landen zijn archeologische diensten.

Geprivilegieerde archeologen

De twee landen werken samen: Duitse ingenieurs helpen de Ottomanen bij het aanleggen van een spoorwegnetwerk. In 1898 bezoekt Wilhelm II het Ottomaanse Rijk – ik blogde er al eens over – en in het volgende jaar sluiten de archeologische diensten een overeenkomst: de Duitsers krijgen niet alleen toestemming om in het Ottomaanse Rijk te graven, maar krijgen ook het privilege allerlei voorwerpen te mogen meenemen. Ik heb niet kunnen achterhalen wat Osman Hamdi daarvan heeft gedacht, al weet ik wel dat hij enkele jaren later wist te bewerkstelligen dat er een exportverbod kwam.

In de tussenliggende jaren mochten de Duitsers dus allerlei oudheden meenemen, en zo ontstond het Pergamonmuseum in Berlijn. Dat had een attaché bij het Ottomaanse Archeologische Museum in Constantinopel, en dat was Theodor Wiegand, een leerling van Wilhelm Dörpfeld. Wiegand had zelf al opgravingen verricht in Priëne en heeft, voor zover ik heb kunnen nagaan, als eerste zijn opgraving vergeleken met Pompeii. Nu is “het Griekse Pompeii” voor Priëne nog wel te begrijpen, maar het is sindsdien een van de hardnekkigste en allergemakzuchtigste clichés in de aan hardnekkige en extreem gemakzuchtige clichés zo rijke archeologie.

Wiegand verwierf allerlei reliëfs en kleine voorwerpen, en niet alleen bij de opgravingen in Pergamon en Priëne, maar ook uit Babylon, Aššur, Milete (waar hij zelf de opgravingen leidde) en het even verderop gelegen Didyma. Hij kocht ook voorwerpen via de lokale kunsthandel. Particuliere verzamelaars die om geld verlegen zaten, wisten Wiegand eveneens te vinden. Het Berlijnse museum verwierf bovendien islamitische en eigentijdse Ottomaanse kunst.

Oorlog

In 1911 kwam er een einde aan Wiegands werkzaamheden. Misschien speelde de Eerste Wereldoorlog, die in het Ottomaanse Rijk begon op 29 september 1911, daarbij een rol, maar er waren ook Ottomaanse archeologen (onder andere Halil Edhem Elden) die Wiegand beschuldigden van roof. Ik heb het niet kunnen achterhalen.

De Eerste Wereldoorlog speelde in elk geval zeker een rol toen Wiegand de Ottomaanse en Duitse overheden ervan overtuigde dat bedreigde archeologische monumenten bescherming verdienden. Zo ontstond het Deutsch-Türkisches Denkmalschutzkommando, dat het historische erfgoed in de Levant hielp documenteren en zo nodig restaureren. De documentatie van bijvoorbeeld Petra, Palmyra en Baalbek is zo ontstaan – in volle oorlogstijd, en terwijl de regio werd geteisterd door een gruwelijke hongersnood.

Jeruzalem tijdens de Eerste Wereldoorlog

Wonderlijk genoeg maakte het feit dat het oorlog was, het werk voor de betrokken oudheidkundigen eenvoudiger. Ze konden gebruik maken van luchtfoto’s, en dat was iets nieuws. Na de Eerste Wereldoorlog publiceerde Wiegand de zesdelige Wissenschaftliche Veröffentlichungen des deutsch-türkischen Denkmalschutz-Kommandos (1920-1924). Al in 1918 begon hij met de publicatie van fotoalbums (zoals dit), en ook die boden iets nieuws: onze grootouders konden voor het eerst makkelijk kennis nemen van wat er aan antiek erfgoed was in het Midden-Oosten.

Kortom, een fascinerende man. Wie door het Berlijnse museum zou kunnen lopen – helaas zijn de waardevolste afdelingen gesloten tot 2037 – stelt zich al snel de vraag of hij niet al te voortvarend oudheden heeft aangekocht die in het Ottomaanse Rijk méér mensen een gevoel voor het verleden zouden hebben kunnen geven. Tegelijkertijd heeft hij veel gedaan om het Nabije Oosten in Europa bekendheid te geven. De Oudheid was immers meer dan het Romeinse Rijk waarmee Wilhelm II liep te dwepen, en het economisch en cultureel zwaartepunt heeft nooit ergens anders gelegen dan in de Oriënt.

#AbdulhamidII #AššurStad #Baalbek #Babylon #Berlijn #Constantinopel #EersteWereldoorlog #HalilEdhemElden #Milete #OsmanHamdi #Palmyra #Pergamon #Pergamonmuseum #Petra #Priëne #TheodorWiegand #WilhelmII

Alexander de Grote in Sardes

Sardes

De afgelopen tijd heb ik het een en ander verteld over de troonsbestijging en het eerste regeringsjaar van Alexander de Grote. Ik heb het ook gehad over zijn eerste overwinning op de Perzen, in de slag aan de Granikos. Eigenlijk was dat een hinderlijk oponthoud geweest tijdens de opmars naar het zuiden, waar de eigenlijke doelen van de Macedonische operatie lagen: Griekse steden als Efese en Milete. In Perzische handen waren dat gevaarlijke vlootbases, waarvandaan Griekenland en Macedonië konden worden aangevallen. Maar de bevolking had al aangegeven liever zelfstandig te zijn – of beter gezegd: een deel van de bevolking had, toen het Macedonische leger van Parmenion in de buurt was, de Macedoniërs verwelkomd. Of dit deel van de bevolking representatief was voor de andere bewoners, valt niet langer te achterhalen.

Snel naar het zuiden

De Granikoscampagne duurde alles bij elkaar twee weken. Nadien konden de Macedoniërs verder oprukken. Van het verslagen Perzische leger viel geen tegenstand meer te verwachten. Er dreigde pas gevaar in steden die werden beschermd door de vijandelijke vloot, maar die kon niet uitvaren vóór eind juni de oogst was binnengehaald. En zo konden Alexanders mannen in de laatste weken van de lente van 334 v.Chr. moeiteloos langs de kustweg naar het zuiden marcheren. De zwaarste bagage werd met schepen vervoerd en de soldaten moeten het vreemde gevoel hebben gehad dat ze op vakantie waren.

Het was nu zaak de havensteden te veroveren: Smyrna, Efese, Milete en Halikarnassos. Zo kon worden voorkomen dat de Perzen er gebruik van maakten als ze met hun vloot naar het noorden zouden komen om de aanvoerlijn over de Hellespont af te snijden of de Macedonische kust aan te vallen. De verovering van deze steden was in feite een defensieve maatregel.

Sardes

Een ander aanvalsdoel was Sardes, het belangrijkste Perzische bestuurscentrum in dit deel van het wereldrijk. De belegering beloofde lang en moeizaam te worden, want ook al hadden de Perzen niet langer een landmacht om de belegeraars te verdrijven, de citadel gold als onneembaar. Ze lag op een enorme, aan alle zijden door steile hellingen omgeven rots (zie foto hierboven) en was opgebouwd uit terrassen, zodat aanvallers driemaal een muur moesten beklimmen. Een belegering hield in dat de Macedoniërs vele weken zouden moeten worden bevoorraad, terwijl de Perzische vloot de kustwegen zou aanvallen en de aanvoerlijnen afsnijden.

Gelukkig voor Alexander hadden de Perzen de oogst nog niet kunnen binnenhalen, zodat ook zij problemen zouden hebben met de voedselvoorziening en daarom weinig hoop koesterden op een goede afloop. Toen Alexander de stad naderde, bood de Perzische commandant Mithrenes de overgave aan; hij zou een eervolle positie aan het Macedonische hof krijgen. Een broer van Parmenion werd aangewezen als nieuwe commandant in Sardes en zou de Perzische titel van satraap voeren: Alexander veranderde het systeem van besturen niet maar verving de bestuurders.

De capitulatie van Sardes leverde tijdwinst op, die het mogelijk maakte dat de onvermijdelijke confrontatie met de Perzische vloot zuidelijker zou plaatsvinden. Bovendien viel een enorme schat in Macedonische handen. Alexander kon maanden soldij betalen en zette dankbaar een flink bedrag opzij voor de bouw van een nieuwe tempel.

Tempel van Artemis, Sardes

Bestuurlijke maatregelen

Ondertussen wees Alexander enkele Griekse bondgenoten aan om garnizoensdienst te doen. De reden is simpel. Hij gaf in alle Griekse steden in Klein-Azië de macht aan de democraten. Een voor de hand liggende maatregel, want de oligarchen die tot dan toe de lakens hadden uitgedeeld waren te zeer verbonden met het Perzische staatsbestel. De machthebbers in de stadstaten in Griekenland zagen de democratiseringsgolf echter met afgrijzen aan en vroegen zich af of Alexander zich nog iets aantrok van de eerdere afspraken (in het verdrag van de Korinthische Bond), dat de diverse partijen zich niet zouden bemoeien met elkaars interne aangelegenheden. De Macedoniër deed in Azië niet anders dan staatsregelingen veranderen en joeg daarmee de Grieken in Europa, die hem sinds de verwoesting van Thebe toch al haatten, nog verder tegen zich in het harnas. Het verwijderen van de Griekse contingenten uit de Macedonische strijdmacht lag daarom in de rede.

[Wordt vervolgd. Momenteel is de Week van de Klassieken. Het programma vindt u daar.]

#AlexanderDeGrote #Efese #KorinthischeBond #Milete #Mithrenes #Parmenion #Sardes #satrapie #Smyrna

Hoe Alexander de Grote koning werd (1) - Mainzer Beobachter

In 336 v.Chr. werd Alexander de Grote onverwacht koning. De situatie was verward en zou Alexanders regering helpen vormen.

Mainzer Beobachter

Het rijk van de Lydiërs

De Paktolos

De Lydiërs waren een IJzertijdvolk is het westen van wat tegenwoordig Turkije heet. Ik noem ze op deze blog regelmatig, maar heb nooit uitgelegd wie het nu eigenlijk waren. Dat moet maar eens veranderen.

Mira

Het land van de Lydiërs ligt aan weerszijden van de rivier de Hermos, waar ze hun hoofdstad Sardes bouwden op de plaats waar een ander riviertje zich met de Hermos verenigt: de Paktolos, die goudpoeder met zich meevoert. Met vruchtbaar land, water en goud was het succes van Sardes feitelijk al verzekerd. Al in de Bronstijd had hier een machtig koninkrijk gelegen, Mira, dat als hoofdstad Abasa had gehad, ofwel Efese.

Hoewel Mira aan het begin van de twaalfde eeuw v.Chr. – daar zijn de Zeevolken weer – verdwijnt uit de geschreven geschiedenis, is er aanzienlijke continuïteit tussen Mira en Lydië. De Lydische taal, die we kennen uit ongeveer honderd inscripties, is afgeleid van het Luwisch, dat in Mira de schrijftaal was geweest.

Gyges

De eerste Lydische vorst waarover we horen, was koning Gyges, de stichter van de dynastie der Mermnaden. Zijn regering wordt wel gedateerd tussen 680 en 644 v.Chr., en het laatste jaar is zeker omdat het ook wordt genoemd in een Assyrische bron. Het eerste jaar zal wel nattevingerwerk zijn geweest. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos schrijft dat Gyges de macht greep ten koste van een eerdere dynastie, die ruim een half millennium had geregeerd. Als alle jaartallen kloppen, begon die eerdere dynastie ruwweg waar Mira ophoudt, maar dat is vermoedelijk toeval.

Sardes

In feite is de geschiedenis van Lydië vóór de Mermnaden gewoon onbekend, hoewel de Hermosvallei op een bepaald moment deel moet hebben uitgemaakt van het koninkrijk Frygië, dat zich wat oostelijker bevond. Het ging in het eerste kwart van de zevende eeuw v.Chr. ten onder, toen de Kimmeriërs de Frygische hoofdstad Gordion verwoestten. Gyges zal daarvan hebben geprofiteerd, en kan de Kimmeriërs hebben afgeslagen.

Archeologen hebben vastgesteld dat Sardes in het tweede kwart van de zevende eeuw, dus een generatie na Gyges, al een indrukwekkende stad was met mooie huizen, bedekt met dakpannen. Niet zo vreemd natuurlijk, met een goudrivier binnen handbereik en een havenstad als Kolofon in het westen, aan de Egeïsche Zee. Gestaag wist Gyges zijn macht uit te breiden over westelijk Anatolië.

De Mermnaden

Gyges’ succes was tijdelijk. Hoewel de koning van de Lydiërs zich had verbonden met Assyrië, moest hij toezien dat de Kimmeriërs in 644 terugkeerden. Hij werd verslagen en sneuvelde, maar Sardes bleef veilig en het waren de Griekse steden die de ellende te verduren kregen. Het nieuwe koninkrijk was echter sterk genoeg om de gewelddadige dood van de stichter te overleven. Gyges’ zoon Ardys volgde hem op en begroef zijn vader op de vlakte benoorden Sardes, die in het Turks Bin Tepe heet, “de duizend heuvels”.

Bin Tepe

Ardys ging verder waar zijn vader was gebleven. en zette het beleid van zijn vader voort: met veroveringen en verdragen breidde hij de Lydische invloedssfeer uit. In het westen veroverde hij bijvoorbeeld de Griekse stad Priene en sloot hij een verdrag met Milete. Maar het belangrijkste is dat Ardys – zo lijkt het; er is wat discussie – als eerste muntstukken liet slaan, vermoedelijk omdat een vaste coupure het eenvoudig maakte huurlingen te betalen. Bijna elke munt toont een leeuw, wat waarschijnlijk het heraldische symbool was van de Mermnaden.

Rond 625 v.Chr. volgde Sadyattes zijn vader Ardys op, maar hij is nauwelijks meer dan een naan. Zijn zoon en opvolger Alyattes is veel beter bekend. In het westen kon hij Smyrna veroveren, in het oosten nam hij Gordion en hij maakte ook voorgoed een einde aan de dreiging van de Kimmeriërs. De rivier de Halys, ten oosten van het huidige Ankara, was nu de grens van de Lydische invloedssfeer. Hier stuitte zijn leger op 28 mei 585 v.Chr. op de Meden. Omdat er een zonsverduistering was, werd de strijd afgebroken en aanvaardden beide partijen de rivier als afbakening van hun invloedssferen.

Kroisos versus Cyrus

Alyattes liet zijn rijk – zeg maar de westelijke helft van Turkije – na aan zijn zoon Kroisos, die vrijwel alle nog onafhankelijke Griekse steden aan de Egeïsche kust onderwierp. In Efese bouwde hij het beroemde heiligdom van Artemis, of Artimus, zoals de Lydiërs zeiden. Kroisos’ hof was beroemd om de luxe en pracht; tot degenen die er op bezoek zouden zijn geweest, behoren de Griekse fabeldichter Aisopos en de Atheense staatsman Solon.

Lydische munt

Goudrijk als het rijk van de Lydiërs was, was het een natuurlijk doelwit voor de legers van Cyrus, de koning van Perzië. Als we Herodotos mogen geloven, besloot Kroisos de Perzische aanval vóór te zijn en stak hij de Halys over, Cyrus tegemoet. Hij zou zich hebben verbonden met de farao van Egypte, Amasis, en met de Spartanen in Griekenland. Misschien behoorde ook koning Nabonidus van Babylonië tot de anti-Perzische alliantie.

Cyrus versloeg Kroisos ergens ten oosten van de Halys, belegerde zijn tegenstander in Sardes en nam de stad in vóór de Spartanen of Egyptenaren de Lydiërs te hulp konden komen. De Babylonische Naboniduskroniek maakt duidelijk dat Cyrus zijn tegenstander liet executeren, en de Griekse dichter Bakchylides geeft dat indirect ook aan als hij zegt dat Kroisos was weggenomen naar de mythische Hyperboreërs in het uiterste noorden – naar een paradijselijk dodenrijk, met andere woorden. Een deel van Kroisos’ onderdanen lijkt te zijn gedeporteerd naar Nippur in Babylonië, waar kleitabletten een Lydische gemeenschap vermelden.

[Wordt vervolgd]

#Alyattes #AnatolischeTalen #Ardys #Artemis #Bakchylides #BinTepe #CyrusDeGrote #Efese #EgeïscheZee #Frygië #Gordion #Gyges #Hermos #Hyperboreërs #Kimmeriërs #Kolofon #Kroisos #LuwischeTalen #Lydië #Mermnaden #Milete #MiraBronstijdrijk #muntgeld #Naboniduskroniek #Paktolos #Priëne #Sadyattes #Sardes #schrijftaal #slagAanDeHalys #Zeevolken #zonsverduistering