Achaimenidisch Perzië (2)

De koning van Achaimenidisch Perzië ontvangt een defilé van bezoekers (Nationaal Museum Teheran)

[Tweede van zes blogs over Achaimenidisch Perzië, dat tussen het midden van de zesde eeuw v.Chr. en 330 heel het Nabije Oosten verenigde. Het eerste deel is hier.]

Er is iets wonderlijks met Aristoteles’ in het vorige stukje geciteerde beschrijving van het hof van Achaimenidisch Perzië. De filosoof noemt wel Sousa en Ekbatana, maar niet Persepolis. Pas ten tijde van Alexander begrepen de Grieken dat dit de eigenlijke rijkshoofdstad was van de Perzen. De omissie is begrijpelijk, want de grote koning reisde in de loop van het jaar langs een aantal residenties en verbleef vaak in Sousa, Ekbatana en Babylon. De reden van deze tournee was dat de hofhouding, net als eeuwen later die van Karel de Grote, te omvangrijk was om steeds op dezelfde plek te worden gevoed. Een andere reden was dat de koning zich graag op verschillende plaatsen vertoonde, cadeaus uitdeelde, giften aannam, en zo liet zien wie de baas was. En tot slot: de Perzen waren ooit nomaden geweest en je laat een oude levenswijze nooit helemaal achter je.

Persepolis

De meest aanzienlijke residentie was echter Persepolis, waar de grote koning afgezanten van de satrapieën ontving in het paleis om tribuut af te dragen en geschenken te ontvangen. Door het ruilen van goederen werd op symbolische wijze de eenheid van het imperium getoond en gecontinueerd. Het bovenstaande reliëf toont het begin van de ceremonie.

De koning zit op zijn troon met in zijn handen een staf en een lotus. Achter hem staan de kroonprins, een religieuze dignitaris en de koninklijke wapendrager met zwaard, strijdbijl, pijl en boog: de Perzische rijksinsigniën. De man die van opzij komt aanlopen is de hofmaarschalk, die het begin aankondigt van het defilé. Hij groet zijn vorst met een kushand en draagt als waardigheidssymbool een gouden staf.

Achter hem kunnen we ons een eindeloze rij vertegenwoordigers van de verschillende gebiedsdelen voorstellen. Op een van de paleistrappen staan ze afgebeeld: Meden met een kan, bekers, armbanden en gewaden; Saken met een boog, een paard, armbanden en gewaden; Grieken met schalen, textiel en wolbalen; Syriërs met schalen en rammen; Nubiërs met de slagtanden van een olifant. Wie de paleistrap kwam oplopen om geschenken te brengen aan de koning der koningen wist dat hij hoorde bij een kolossaal rijk.

Omdat elk jaar tribuut werd gebracht, veranderde Persepolis in de loop der eeuwen in een kolossale opslagplaats van edelmetaal. Toen Alexander het in 330 v.Chr. bemachtigde, schatte men het gewicht op 120.000 talenten, wat, afhankelijk van de gebruikte standaard, neerkomt op 3450 tot 4200 ton. (Ter vergelijking: in 2003 bezat de Nederlandsche Bank 875 ton goud en de Belgische Nationale Bank 258 ton.)

Strategie

Dat Persepolis in feite één grote kluis was, hing samen met de strategische opvattingen van Achaimenidisch Perzië. Net als de Chinese krijgstheoreticus Sun Tzu zouden de Perzische generaals hebben kunnen zeggen dat de beste veldslag de slag was die werd gewonnen zonder strijd. Door diplomatieke contacten en spionage wist een goede generaal alles over zijn tegenstanders en kon hij hun zijn wil opleggen zonder te vechten, bijvoorbeeld door ze met goud en zilver verdeeld te houden of hun sterkste krijgers zelf als huurlingen in dienst te nemen. Zo hoefden beslissingen niet geforceerd te worden op het slagveld; en als het dan toch zover kwam, werden slagen pas aangegaan als de overwinning door de opbouw van een numerieke overmacht en de bezetting van cruciale posities al veilig was gesteld. Het ging erom dat de vijand het hopeloze van zijn situatie inzag en capituleerde voor er bloed vloeide.

Na de overwinning werd de laatste weerstand weggenomen met zilver en goud. Diplomatieke geschenken en luxe feesten, soldij, proviand en steekpenningen kostten echter veel geld. Het was een kostbare strategie, maar ze beperkte het bloedvergieten tot een minimum.

[Wordt vervolgd]

#Achaimeniden #AlexanderDeGrote #Babylon #Ekbatana #Irak #Iran #KambysesII #Nubiërs #Persepolis #satrapie #Sousa #strategie #SunTzu #Xerxes

De Frygiërs van koning Midas

Frygisch reliëfje (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb al een paar keer verwezen naar de Frygiërs, een volk dat in de IJzertijd woonde in Anatolië – zeg maar Turkije. Toen ik blogde over de taal van de Trojanen, wees ik er bijvoorbeeld op dat de Frygiërs vanaf de Balkan naar Anatolië waren gemigreerd en toen de voorouders van de Lydiërs naar het zuiden hadden geduwd. Voor deze migratie zijn verschillende aanwijzingen, zoals de verspreiding van typisch Balkan-aardewerk naar Troje VIIb. De Troje-expositie in Rotterdam stelde dit verband centraal, maar dat was in 1984. Ik weet niet of de archeologische inzichten nog dezelfde zijn.

Maar daarnaast is er het talige bewijs. De Frygische taal is te reconstrueren uit namen, citaten en pakweg 400 inscripties: ruim voldoende om te zien dat ze niet verwant is met de Anatolische talen van de Bronstijd, zoals het Luwisch, en de daarvan afgeleide IJzertijdtalen, zoals het Lydisch en het Karisch. Het Frygisch lijkt veel meer op de talen van het zuidelijke Balkanschiereiland en behoort dus tot een andere tak van de Indo-Europese familie. Ook de Griekse onderzoeker Herodotos weet dat de Frygiërs feitelijk Thracische Brygiërs waren, die ooit de Hellespont waren overgestoken.noot Herodotos, Historiën 7.3. De overgang van /b/ naar /f/ die we in deze twee eigennamen zien, is ook verder goed gedocumenteerd.

Frygiërs in Centraal-Anatolië

Wanneer vond die migratie plaats? Troje VIIb wordt meestal tussen pakweg 1150 en 950 v.Chr. gedateerd: een aanwijzing dat de Frygiërs in de twaalfde eeuw begonnen aan de oversteek van Europa naar Azië. Ze zouden zich uiteindelijk vestigen in het westen van de Anatolische hoogvlakte, maar er zijn aanwijzingen dat Frygische groepen aanvankelijk ook veel oostelijker waren. De Assyrische koning Tiglath-Pileser I (r.1114-1076) verwijst namelijk naar “Muški” die hij versloeg in de buurt van de Eufraat. De Assyriërs zouden deze naam later gebruiken om de Frygiërs aan te duiden. Natuurlijk is het denkbaar dat de Assyriërs een en hetzelfde woord gebruikten voor twee verschillende Anatolische volken, maar het valt ook niet uit te sluiten dat een vroege groep Frygiërs uitzwermde tot aan de Eufraat.

Frygisch aardewerk (Archeologisch Museum, Kayseri)

Misschien vinden we ook in de loop van de achtste eeuw v.Chr Frygiërs in het zuidoosten van de Anatolische hoogvlakte, in Tyana. Het bewijs is echter zwak: het gaat alleen om een man genaamd Mit-ta-a, genoemd in Assyrische bronnen, die dezelfde zou zijn als de legendarische Frygische koning Midas. De naamovereenkomst is opvallend, maar ook niet méér. Over Midas straks meer.

Frygiërs in West-Anatolië

De belangrijkste groep bouwde een koninkrijk in de buurt van Gordion, een kleine honderd kilometer ten westen van Ankara. Een andere groep Frygiërs bleef in de buurt van de Hellespont en clusterde rond het latere Daskyleion. (Er zijn dus eigenlijk twee Frygiës.) Het staat vast dat de immigranten allerlei gewoontes overnamen van de eerdere bevolking, zoals de verering van de grote godenmoeder, die we ook wel kennen als Kybele.

Beeld van Matar (Museum van Gordion)

De Frygiërs van Gordion heersten over een groot deel van westelijk Turkije. Dit koninkrijk had de trekken van een vroege staat, dus geen stamsamenleving. Ruim 250 inscripties bewijzen dat er een geletterde elite was; ook zien we dat de vorsten een internationaal netwerk onderhielden. Er waren contacten met Delfi in het westen, noot Herodotos, Historiën 1.14. en met Urartu en Assyrië in het oosten. Daarmee was Gordion verbonden via de Koninklijke Weg.

De beroemdste koning van Frygië was Midas, die bekend is uit Griekse sagen. Het hoeft niet per se één man te zijn geweest: het kan gaan om een titel. Ook Assyrische bronnen verwijzen naar een Mit-ta-a. Die vertellen dat tijdens diens regeringsperiode de nomadische Kimmeriërs Anatolië binnenvielen. In 710/709 zag Mit-ta-a zich gedwongen hulp te vragen bij de Assyrische koning Sargon II. Helaas bleek dat onvoldoende. In 696/695 pleegde Mit-ta-a, die een veldslag had verloren, zelfmoord. Het moet niettemin een machtig man zijn geweest, die de middelen had gehad om voor zijn voorganger een enorme grafheuvel te laten opwerpen. Een bezoek aan de grafkamer is een hoogtepunt bij elke reis naar Turkije.

De grote tumulus van Gordion

Perzisch Frygië

De Kimmerische plundertochten zorgden voor een halve eeuw van verwarring, waarin Frygië uiteenviel in kleine vorstendommen. Uiteindelijk wist de Lydische koning Gyges (ca. 650 v.Chr.) de orde te herstellen. Een van zijn opvolgers, Alyattes, veroverde het voormalige Frygië – zowel dat rond Gordion als dat rond Daskyleion – en versterkte Gordion. Vanaf nu was Frygië geen politieke eenheid meer maar slechts een geografisch begrip.

Toen de Perzische koning Cyrus de Grote rond het midden van de zesde eeuw Anatolië onderwierp, werd Frygië een satrapie. Of beter: twee, want de ene lag rond Gordion en de andere (“Hellespontijns Frygië”) rond Daskyleion. Er was  continuïteit in de architectuur en de taal (150 inscripties), in de wijze waarop men landbouw bedreef (vooral veeteelt) en in de religie: de cultus van de grote godenmoeder was nog eeuwen te vinden in de stad Pessinos.

Het Perzische garnizoen in Gordion was daar nog in de laatste maanden van 334 v.Chr., toen de Macedonische commandant Parmenion, de rechterhand van Alexander de Grote, de stad bezette. Het verhaal van de Gordiaanse Knoop heb ik al eens verteld.

Frygië maakte nadien deel uit van enkele hellenistische rijken en kwam uiteindelijk in handen van de Romeinen. De regio raakte opgenomen in de grotere wereld en de mensen begonnen de grote talen van de Oudheid te spreken: Grieks en wellicht ook wat Aramees. Het is dan ook verrassend dat er in de vijfde eeuw na Chr. nog mensen waren die nog steeds Frygisch spraken.noot Sokrates, Kerkgeschiedenis 5.23.

#AlexanderDeGrote #AnatolischeTalen #CyrusDeGrote #Daskyleion #Frygië #GordiaanseKnoop #Gyges #HellespontijnsFrygië #historischeTaalkunde #IndoEuropeseTalen #Kimmeriërs #KoningMidas #KoninklijkeWeg #Kybele #LuwischeTalen #Lydië #Muški #Parmenion #Pessinos #SargonII #satrapie #TiglatPileserI #Tyana

Alexander de Grote bij Halikarnassos (1)

De stadsmuur van Halikarnassos

Ik ben een paar keer in Bodrum geweest, het antieke Halikarnassos. Er is een tof museum, waar onder meer het Uluburunwrak is te zien. De resten van het Mausoleum vallen wat tegen, maar hé, het gaat wel om een wereldwonder hè. De stad bezit verder een theater en een stadspoort uit de vierde eeuw v.Chr. Ik zou willen schrijven dat een bezoek de moeite waard is, maar die moeite bestaat uit een zo lange autorit dat je niet én alles kunt bekijken én heen en weer kunt rijden. Je bent gedwongen een hotel te nemen, en hoewel die in deze Turkse badplaats prima zijn, ben je al met al te veel tijd kwijt.

Halikarnassos, de hoofdstad van Karië, is echter wél de plek waar Alexander de Grote een nederlaag leed. Of beter: de behaalde tactische winst woog niet op tegen de geleden strategische schade.

Hoe zat het ook alweer? Alexander was de havensteden ten oosten van de Egeïsche Zee aan het veroveren om het voor de Perzen moeilijk te maken naar Griekenland of Macedonië te varen. Tot en met Milete was het zonder veel problemen gegaan, maar inmiddels was de Perzische vloot gearriveerd. In Halikarnassos zouden de Macedoniërs, die vanaf het land kwamen, het moeten opnemen tegen een garnizoen dat zich van overzee kon bevoorraden of simpelweg kon wegvaren als de situatie onhoudbaar werd.

Problemen

Alexanders belegering van Halikarnassos werd bovendien bemoeilijkt door het feit dat de stad was voorzien van recent aangelegde versterkingen, die volmaakt waren toegesneden op de belegeringsoorlog, bijvoorbeeld doordat op heuveltoppen torens met katapulten stonden. De zojuist genoemde stadpoort maakte deel uit van deze versterkingen. Het garnizoen bestond grotendeels uit huurlingen die commandant Memnon van Rhodos uit steden in Klein-Azië had overgebracht of geworven in Griekenland. Velen hadden zich gemeld als vrijwilliger om te vechten tegen de verwoester van Thebe. De Grieken waren zeer gemotiveerd.

De belegering van Halikarnassos

Het moreel van de verdedigers en de hoogte van de muren vormden echter niet het belangrijkste obstakel. Als de wal eenmaal was genomen en de Macedonische soldaten stonden in de woonwijken, zou zich een nieuw probleem voordoen. De verdedigers waren gelegerd op een heuveltop, Salmakis, en op het zogeheten Koninklijke Eiland. Salmakis zou met een belegeringsdam en voldoende tijd kunnen worden veroverd, maar het eiland niet. Daarvoor moesten de Macedoniërs eerst de Perzische vloot verslaan, die beter en groter was.

Alexanders fout

De aanvallende partij was al met al zwaar in het nadeel. Alexander zou verliezen moeten incasseren en problemen hebben met de bevoorrading, terwijl de huurlingen hun eten dagelijks in de haven konden ophalen en zouden wegvaren als Memnon meende dat hij zijn vijanden lang genoeg had beziggehouden. Alexander begon dus aan het soort operatie dat elke generaal probeert te vermijden. Het was, simpelweg, een fout om de stad aan te vallen.

Eén zaak werkte in zijn voordeel: de Kariërs waren verdeeld. Satraap Pixodaros was kort daarvoor overleden en de heerschappij werd betwist door zijn zuster Ada, die het platteland beheerste, en de Pers Orontobates, die met Memnon leiding gaf aan de verdediging van Halikarnassos. Alexander verbond zich met Ada en benoemde haar tot satraap. Ze was de eerste niet-Macedoniër die hij in deze functie benoemde, en de enige vrouw. Hoewel de beheersing van het platteland de bevoorrading van de Macedonische troepen vereenvoudigde, moest Alexander zijn manschappen verdelen over de blokkade en de foerage. Hij had bij Halikarnassos dus niet de beschikking over zijn volledige leger.

[wordt vervolgd]

#Ada #AlexanderDeGrote #Bodrum #Halikarnassos #Karië #MemnonVanRhodos #satrapie #Turkije

Halicarnassus (Bodrum) - Livius

Alexander de Grote in Sardes

Sardes

De afgelopen tijd heb ik het een en ander verteld over de troonsbestijging en het eerste regeringsjaar van Alexander de Grote. Ik heb het ook gehad over zijn eerste overwinning op de Perzen, in de slag aan de Granikos. Eigenlijk was dat een hinderlijk oponthoud geweest tijdens de opmars naar het zuiden, waar de eigenlijke doelen van de Macedonische operatie lagen: Griekse steden als Efese en Milete. In Perzische handen waren dat gevaarlijke vlootbases, waarvandaan Griekenland en Macedonië konden worden aangevallen. Maar de bevolking had al aangegeven liever zelfstandig te zijn – of beter gezegd: een deel van de bevolking had, toen het Macedonische leger van Parmenion in de buurt was, de Macedoniërs verwelkomd. Of dit deel van de bevolking representatief was voor de andere bewoners, valt niet langer te achterhalen.

Snel naar het zuiden

De Granikoscampagne duurde alles bij elkaar twee weken. Nadien konden de Macedoniërs verder oprukken. Van het verslagen Perzische leger viel geen tegenstand meer te verwachten. Er dreigde pas gevaar in steden die werden beschermd door de vijandelijke vloot, maar die kon niet uitvaren vóór eind juni de oogst was binnengehaald. En zo konden Alexanders mannen in de laatste weken van de lente van 334 v.Chr. moeiteloos langs de kustweg naar het zuiden marcheren. De zwaarste bagage werd met schepen vervoerd en de soldaten moeten het vreemde gevoel hebben gehad dat ze op vakantie waren.

Het was nu zaak de havensteden te veroveren: Smyrna, Efese, Milete en Halikarnassos. Zo kon worden voorkomen dat de Perzen er gebruik van maakten als ze met hun vloot naar het noorden zouden komen om de aanvoerlijn over de Hellespont af te snijden of de Macedonische kust aan te vallen. De verovering van deze steden was in feite een defensieve maatregel.

Sardes

Een ander aanvalsdoel was Sardes, het belangrijkste Perzische bestuurscentrum in dit deel van het wereldrijk. De belegering beloofde lang en moeizaam te worden, want ook al hadden de Perzen niet langer een landmacht om de belegeraars te verdrijven, de citadel gold als onneembaar. Ze lag op een enorme, aan alle zijden door steile hellingen omgeven rots (zie foto hierboven) en was opgebouwd uit terrassen, zodat aanvallers driemaal een muur moesten beklimmen. Een belegering hield in dat de Macedoniërs vele weken zouden moeten worden bevoorraad, terwijl de Perzische vloot de kustwegen zou aanvallen en de aanvoerlijnen afsnijden.

Gelukkig voor Alexander hadden de Perzen de oogst nog niet kunnen binnenhalen, zodat ook zij problemen zouden hebben met de voedselvoorziening en daarom weinig hoop koesterden op een goede afloop. Toen Alexander de stad naderde, bood de Perzische commandant Mithrenes de overgave aan; hij zou een eervolle positie aan het Macedonische hof krijgen. Een broer van Parmenion werd aangewezen als nieuwe commandant in Sardes en zou de Perzische titel van satraap voeren: Alexander veranderde het systeem van besturen niet maar verving de bestuurders.

De capitulatie van Sardes leverde tijdwinst op, die het mogelijk maakte dat de onvermijdelijke confrontatie met de Perzische vloot zuidelijker zou plaatsvinden. Bovendien viel een enorme schat in Macedonische handen. Alexander kon maanden soldij betalen en zette dankbaar een flink bedrag opzij voor de bouw van een nieuwe tempel.

Tempel van Artemis, Sardes

Bestuurlijke maatregelen

Ondertussen wees Alexander enkele Griekse bondgenoten aan om garnizoensdienst te doen. De reden is simpel. Hij gaf in alle Griekse steden in Klein-Azië de macht aan de democraten. Een voor de hand liggende maatregel, want de oligarchen die tot dan toe de lakens hadden uitgedeeld waren te zeer verbonden met het Perzische staatsbestel. De machthebbers in de stadstaten in Griekenland zagen de democratiseringsgolf echter met afgrijzen aan en vroegen zich af of Alexander zich nog iets aantrok van de eerdere afspraken (in het verdrag van de Korinthische Bond), dat de diverse partijen zich niet zouden bemoeien met elkaars interne aangelegenheden. De Macedoniër deed in Azië niet anders dan staatsregelingen veranderen en joeg daarmee de Grieken in Europa, die hem sinds de verwoesting van Thebe toch al haatten, nog verder tegen zich in het harnas. Het verwijderen van de Griekse contingenten uit de Macedonische strijdmacht lag daarom in de rede.

[Wordt vervolgd. Momenteel is de Week van de Klassieken. Het programma vindt u daar.]

#AlexanderDeGrote #Efese #KorinthischeBond #Milete #Mithrenes #Parmenion #Sardes #satrapie #Smyrna

Hoe Alexander de Grote koning werd (1) - Mainzer Beobachter

In 336 v.Chr. werd Alexander de Grote onverwacht koning. De situatie was verward en zou Alexanders regering helpen vormen.

Mainzer Beobachter

Perzisch Lydië

Een Lydiër (Persepolis)

In het vorige blogje vertelde ik over het ontstaan, de bloei en de ondergang van het IJzertijdkoninkrijk Lydië. Rond het midden van de zesde eeuw had de Perzische koning Cyrus de Grote het onderworpen. De eerste door hem aangewezen gouverneur werd geconfronteerd met een opstand, die echter werd onderdrukt. Vanaf nu was Lydië een Perzische satrapie, wat een duur woord is voor een grote provincie. Misschien moeten we de gouverneurs, de satrapen, wel aanduiden als onderkoningen. De nieuwe heersers verbeterden de zogeheten Koninklijke Weg die Sardes en Gordion verbond met de hoofdsteden van het Perzische Rijk: Sousa, Persepolis en Pasargadai.

Oroitos

De generaal die de Lydische opstand onderdrukte, een zeker Harpagos, lijkt vrij lang over het westen van Anatolie geregeerd te hebben. Nog lang daarna claimde een lokale dynastie in Lycië, het zuidwesten van het huidige Turkije, van Harpagos af te stammen. Zulke claims zijn weleens waar gebleken. Wat de waarheid ook zij, toen Cyrus in 530 v.Chr. overleed, was de hoogste bestuurde in Lydië een satraap genaamd Oroitos.

Tijdens de regering van Cyrus’ zoon en opvolger Kambyses (r.530-522) beheerde Oroitos westelijk Anatolië. Een verantwoordelijke positie, want de koning zelf was bezig met een oorlog in Egypte, dat hij annexeerde. In de chaotische periode na de dood van Kambyses veroverde Oroitos het Griekse eiland Samos. De lokale heerser, Polykrates, was een bondgenoot geweest van Egypte en dat bekocht hij met de dood.

Oroitos heeft vermoedelijk gewoon zijn plicht gedaan, maar met de annexatie van Samos was hij gevaarlijk machtig. Hij beheerde immers én het goud van Lydië én de vloot van Samos. Dat maakte hem tot een potentiële bedreiging van Kambyses’ opvolger Darius de Grote (r.522-486). Een moordenaar ruimde het probleem op. De satrapie kwam uiteindelijk in 513 v.Chr. in handen van Darius’ jongere broer Artafernes.

Cultuurcontact

Ten westen van Lydië lagen enkele grote Griekse havensteden, talloze Griekse eilanden en het Griekse vasteland. Dat betekende dat Lydië in de frontlijn lag toen de Griekse havensteden in 499 v.Chr. in opstand kwamen tegen de Perzen (de zogeheten Ionische Opstand). De Grieken plunderden de benedenstad van Sardes en hielden het, toen koning Darius eenmaal legers had gestuurd, nog vijf jaar vol. Artafernes verraste de Griekse wereld vervolgens door zijn milde behandeling van de verslagen rebellen, maar het lijkt er ook op dat rijke Perzische aristocraten allerlei geconfisqueerde landgoederen in handen hebben gekregen.

Een “meesteres der dieren” (Louvre, Parijs)

Er woonden al veel Iraniërs in Lydië, bijvoorbeeld als gedemobiliseerde soldaten. Er zijn legio aanwijzingen voor de verering van oosterse goden (bijvoorbeeld Anahita) en de “Iranificatie” van de oude Lydische goden. Zo stond de priester van de moedergodin Artimus/Artemis in Efese nog eeuwen bekend met de Perzische titel megabyxus, “degene die is vrijgemaakt voor de cultus van de god”, terwijl de bewoners van deze satrapie de Lydische god Pldans gelijkstelden aan de Perzische Ahuramazda – en ook aan de Griekse Apollo, want het was een smeltkroes van culturen.

Lydië bleef een frontlijngebied, want het was de vanzelfsprekende Perzische basis tijdens de militaire expedities die in 492, 490 en 480-479 plaatsvonden naar het westen. De eerste eindigde met de onderwerping van Macedonië, de tweede met verovering van Delos en het debacle bij Marathon, en de derde… het gangbare beeld is dat de Grieken de Perzen versloegen bij de zeeslag bij Salamis, maar de werkelijkheid is genuanceerder. Ik blogde er al eens over, namelijk hier, en laat de materie nu rusten. Feit is dat de Grieken uit het moederland de Griekse havensteden in Anatolië veroverden en dat de satraap van Lydië er weinig meer te zeggen had.

Lydië en Athene

Over het Lydië van de vier decennia na 480 is weinig bekend. De meeste Griekse bronnen zijn gericht op Athene, dat door een cordon sanitaire van Griekse havensteden in Azië was afgeschermd van Lydië en er weinig mee van doen had. Pas in 440 lezen we weer over Lydië, toen de satraap Pissouthnes probeerde het eiland Samos te heroveren, dat in opstand was gekomen tegen Athene. Het liep op niets uit. Toen Athene een decennium later verzeild raakte in de Archidamische Oorlog tegen Sparta (431-421 v.Chr.), probeerde Pissouthnes zijn invloed uit te breiden door vrijwel elke opstandige lidstaat van de Atheense alliantie, zoals Kolofon en Lesbos, te ondersteunen.

Een Perzische gouden armband uit Sardes (Neues Museum, Berlijn)

In 420 kwam Pissouthnes zelf in opstand tegen koning Darius II Nothos. We weten niet waarom. De koning stuurde een edelman genaamd Tissafernes naar Lydië, die hem uit de weg ruimde en als satraap opvolgde. Gedurende zijn eerste jaren in functie moest hij echter vechten tegen Pissouthnes’ zoon Amorges, die de opstand van zijn vader voortzette met hulp uit Athene.

Het was deze Atheense interventie in Lydië die koning Darius deed besluiten Sparta te steunen in de Dekeleïsche of Ionische Oorlog (413-404). De onderhandelingen werden gevoerd door zijn zoon Cyrus, die later eveneens in opstand kwam. Sparta stemde ermee in de Griekse havensteden in westelijk Klein-Azië niet te beschermen als Perzië zich er meester van maakte en kreeg in ruil de gevraagde steun tegen Athene.

De vierde eeuw

Sparta versloeg Athene en achtte zich, nu het de leider van de Griekse wereld was, aan zijn stand verplicht in te grijpen in Azië. Dit was in feite niet de afspraak, maar koning Darius was dood en de nieuwe koning, Artaxerxes II Mnemon, had andere zaken aan zijn hoofd: zijn broer Cyrus rukte tegen hem op. Ik blogde daar al eens over. De Spartaanse koning Agesilaos intervenieerde dus in Lydië. Een door de Perzen gesubsidieerde anti-Spartaanse coalitie dwong hem terug te keren (de Korinthische Oorlog).

Tempel van Artemis, Sardes

De volgende ons bekende satraap was Autofradates, een loyale dienaar van Artaxerxes toen die werd geconfronteerd met een reeks opstanden in het westen. Weer een andere satraap was Spithridates, die om het leven kwam toen de Macedonische koning Alexander in het voorjaar van 334 een inval deed in Klein-Azië. In de zomer van dat jaar gaf Sardes zich over. Voortaan werd Lydië bestuurd door Griekstalige gouverneurs, eerst als onderdeel van het rijk van Alexander, later door zijn opvolgers, nog later als onderdeel van het Seleukidische Rijk.

Doordat de vorsten vaak direct zaken deden met de steden, raakte de bestuurslaag waar Lydië bij hoorde, de satrapieën dus, grotendeels achterhaald. Van Lydië vernemen we weinig meer, maar het bleef toch bestaan als het kerngebied van het latere Pergameense Rijk en de – nog latere – Romeinse provincie Asia.

#AgesilaosII #Ahuramazda #AlexanderDeGrote #Amorges #Anahita #ArchidamischeOorlog #ArtafernesI #ArtaxerxesIIMnemon #ArtemisVanEfese #Asia #Athene #Autofradates #CyrusDeGrote #CyrusDeJongere #DariusIDeGrote #DariusIINothos #DekeleïscheOorlog #Efese #Gordion #Harpagos #IonischeOorlog #IonischeOpstand #KambysesII #Kolofon #KoninklijkeWeg #KorinthischeOorlog #Lesbos #Lydië #Marathon #Oroitos #Pissouthnes #Pldans #PolykratesVanSamos #Samos #Sardes #satrapie #SeleukidischeRijk #Sparta #Spithridates #Tissafernes #zeeslagBijSalamis

Het rijk van de Lydiërs - Mainzer Beobachter

Lydië was een schatrijk koninkrijk uit de IJzertijd. Koning Kroisos was spreekwoordelijk rijk - maar ging uiteindelijk ten onder.

Mainzer Beobachter