Het mausoleum van Belevi

Sculptuur uit het mausoleum van Belevi

De geschiedenis van de opvolgers van Alexander de Grote, de zogeheten Diadochen, is eigenlijk iets te complex. Zijn voornaamste officieren raakten eerst slaags over de vraag als regenten moesten optreden voor Alexanders zwakbegaafde broer, en belandden vervolgens in een reeks oorlogen, waarin de koninklijke dynastie steeds meer op de achtergrond raakte en vervolgens de rijkseenheid verloren ging. De oorlogen gingen net zo lang door tot al het door Alexander op de Perzen veroverde edelmetaal was uitgegeven aan soldij.

De beslissende slag was daarom die bij Ipsos, in 301 v.Chr., want daarna was er geen geld meer. Voor enige tijd lagen de grenzen vast: een machtig rijk in Egypte voor Ptolemaios I Soter, een immens Aziatisch rijk voor Seleukos I Nikator, in het aloude Macedonië een rijk voor Demetrios de Stedendwinger en in Thracië en Klein-Azië een rijk voor Lysimachos. In de meeste geschiedenisboeken staat het allemaal nog beknopter, want voor vrijwel alle doelen die je als auteur wil bereiken, kun je makkelijk twee decennia overslaan en doorgaan naar het eindresultaat.

Het mausoleum van Belevi

Maar het gaat me vandaag even om die Lysimachos. In de bronnen is hij geen opvallend figuur, hoewel hij een van Alexanders adjudanten is geweest en na diens dood satraap werd in het rijke en strategisch belangrijke Thracië – zeg maar Bulgarije. Na de slag bij Ipsos voegde hij daar dus Klein-Azië aan toe, en verplaatste hij zijn residentie naar Efese, waar hij deed wat elke antieke machthebber deed: een eigen bouwprogramma uitvoeren. Daarbij hoorde ook zijn mausoleum, dat veertien kilometer van zijn residentie verrees op een plek die tegenwoordig Belevi heet.

Lysimachos (Museo archeologico nazionale, Napels)

Het mausoleum is geïnspireerd door het Mausoleum van Halikarnassos. De basis met daarin de grafkamer was een vierkant van zo’n dertig bij dertig meter, en was ongeveer tien meter hoog. De wanden waren bedekt met marmerplaten. Daar bovenop verhief een galerij, die was voorzien van achtentwintig pilaren. Helemaal bovenaan stond vermoedelijk een piramideachtig dak, dat was bekroond met Lysimachos’ standbeeld.

Lysimachos’ einde

Hij is er nooit begraven. Na bijna twee decennia betrekkelijke rust braken er nieuwe oorlogen uit. De inmiddels tachtigjarige Lysimachos probeerde zijn macht uit te breiden in Griekenland, wat hem nogal wat vijanden opleverde. Het kruitvat was klaargezet. In januari 281 overleed Ptolemaios I, die altijd een stabiliserende factor was geweest. Tegelijk was er een dynastieke crisis in de familie van Lysimachos, die zijn zoon en beoogde opvolger Agathokles liet doden. Dit was de lont in het kruitvat.

De schamele resten van het mausoleum van Belevi

Agathokles was getrouwd geweest met Lysandra, de zus van Ptolemaios’ opvolger Ptolemaios II Filadelfos. Na de executie van haar echtgenoot vluchtte zij naar Seleukos, die hier een aanleiding in zag om de oorlog te verklaren aan Lysimachos, die zich ineens bedreigd zag door partijen in Europa, Egypte én Azië. Seleukos rukte meteen op: niet alleen kon hij, als hij Lysimachos versloeg, diens rijk toevoegen aan zijn eigen bezittingen, maar via de Ptolemaïsche prinses maakte hij ook aanspraak op de troon in Egypte. De gedachte dat hij het Alexanderrijk zou herenigen, moet door zijn hoofd hebben gespeeld.

En hij had succes. In februari 281 stonden Seleukos’ legers op de Kyrosvlakte, even ten oosten van het huidige Izmir, tegenover de troepen van Lysimachos, die niet alleen de slag maar ook zijn leven verloor en nooit werd begraven in zijn eigen mausoleum. Ik weet niet waar hij wel is begraven. Seleukos reisde verder richting Europa, stak de Hellespont over en werd, toen hij voet op Europese bodem zette, vermoord. Een van zijn metgezellen, Filetairos, verzorgde diens uitvaart en werd door Seleukos’ opvolger Antiochos I Soter (r.281-261) erkend als heerser van Pergamon.

Griffioen (Archeologisch museum, Selçuk)

En dus

En zo stond het mausoleum van Belevi dus leeg. Maar niet voor lang. Antiochos I werd opgevolgd door Antiochos II Theos (r.261-246), die een flink deel van zijn regering doorbracht in het huidige Turkije. Daar is hij overleden en hoewel we het niet zeker weten – wanneer weten oudheidkundigen ooit iets zeker? – lijkt hij te zijn bijgezet in Belevi.

Het is tegenwoordig een nogal troosteloze puinhoop, maar de sculptuur in het museum van Izmir mag er wezen: het gaat om de strijd tussen mensen en kentauren, en ook zijn daar wat griffioenen te zien. Twee andere griffioenen en de sarcofaag, die ik vergeten ben te fotograferen, staan in het museum van Selçuk.

#AlexanderDeGrote #AntiochosISoter #AntiochosIITheos #Belevi #DemetriosDeStedendwinger #Diadochen #Efese #FiletairosVanPergamon #Kyrosvlakte #Lysimachos #MausoleumVanHalikarnassos #PtolemaiosISoter #PtolemaiosIIFiladelfos #SeleukosINikator #slagBijIpsos

Kybele in de Grieks-Romeinse wereld

Een Romeinse Kybele (Museum Carnuntinum, Petronell)

De cultus van de moedergodin was, zoals ik in het vorige stukje schreef, in Anatolië eeuwenoud en de naam Kybele kwam uit het oosten van die regio. De Frygiërs, die in de IJzertijd Anatolië waren binnengetrokken en zich in het westen van Anatolië hadden gevestigd, namen de cultus over. Zo bezien is het grappig dat de Griekse en Romeinse auteurs de cultus van Kybele typeren als Frygisch. Frygië was echter alleen een halteplaats bij de verspreiding van de cultus naar het westen. Een andere halteplaats kan de Lydische hoofdstad Sardes zijn geweest, waar een tempel stond voor Kubaba.

Griekse godin

De Grieken meenden dat de Anatolische geboortegodin dezelfde was als hun eigen Rhea, de moeder van de Olympische goden en godinnen Hestia, Demeter, Hera, Hades, Poseidon en Zeus. Deze gelijkstelling vergemakkelijkte de verspreiding van de cultus, die al in de zesde eeuw v.Chr. bekend was in Lokroi in Zuid-Italië. De Grieken waren geïntrigeerd door de extatische riten van “de grote moeder van de goden”, maar Kybele werd nooit deel van de gewone Griekse mythische wereld.

De meest voorkomende voorstelling van de godin was tot dan toe een reliëf geweest van een staande of zittende dame. In het laatste kwart van de vijfde eeuw v.Chr. schiep de beeldhouwer Agorakritos van Paros een nieuw type: een gekroonde Kybele met een tamboerijn in haar linkerhand, zittend op een troon, tussen twee leeuwen. Dit beeld, waarvoor Anatolische voorbeelden waren, was te zien in het Metroön van Athene. Het zou eeuwenlang een normale iconografie blijven.

Reliëf van Kybele uit Athene; meestal zijn er links en rechts leeuwen (Pergamonmuseum, Berlijn)

De twee leeuwen golden als de trekdieren van de strijdwagen van de godin. Rijdend daarop is ze te zien in Delfi en op de prachtige schijf uit het oostelijke Ai Khanum, waarover ik al eens schreef. Op dit hellenistische voorwerp staat ze afgebeeld, rijdend naar een zoroastrisch heiligdom, met aan de hemel een zon, maan en Venus in Babylonische stijl.

Kybele op het schathuis van de Sifniërs (museum van Delfi)

Toen deze schijf werd gemaakt, vielen Galatische stammen Anatolië binnen. Een daarvan, de Tolistobogii, veroverde Pessinos en maakte die tempelstad tot residentie (ca. 270 v.Chr.). In 238 en 230 werden de Galaten verslagen door koning Attalos I Soter van Pergamon. Het cultusbeeld van Kybele, de al genoemde baetyl, werd als buit overgebracht naar Pergamon. Daar stond het voorwerp in het Megalesion, het heiligdom van de Grote Moeder, gebouwd door de stichter van Attalos’ dynastie, Filetairos.

Naar Rome

Tijdens de Tweede Punische Oorlog hoorden de Romeinen van een orakel dat ze Hannibal niet zouden verslaan voordat de “Grote Moeder van de berg Ida” naar Rome was gebracht. Dus stuurden de Romeinen in 204 een gezantschap naar Pergamon en vroegen om de heilige steen, die inderdaad naar Rome werd gebracht. Omdat de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vertelt dat Romeinse dames, elk op hun beurt het heilige beeld dragend, de godin naar de tempel van Victoria droegen, is waarschijnlijk dat in feite slechts een deel van de heilige steen is overgebracht naar Rome.

Een latere sage vertelt dat een Romeinse dame genaamd Claudia Quinta, die was beschuldigd van onkuisheid, haar onschuld bewees door het schip met de godin eigenhandig van de zeehaven Ostia naar de rivierhaven van Rome te slepen.

Claudia Quinta (Nationaal Museum, Rome)

De steen bevond zich oorspronkelijk in de tempel van Victoria maar werd later overgebracht naar haar eigen heiligdom, de tempel van Kybele. Beide cultusplaatsen bevonden zich op de Palatijnse heuvel, hartje Rome. Het feit dat een vreemde cultus op zo’n centraal punt stond, zegt veel over de openheid van Rome voor buitenlandse goden en godinnen.

De tempel op de Palatijn

Feest voor Kybele

Voor veel Romeinen waren de extatische ceremonies een beetje al te veel. In eerste instantie was het Romeinse burgers verboden om als priester op te treden in deze on-Romeinse rituelen. Dit verbod werd na drie eeuwen opgeheven door keizer Claudius (r.41-54), die het Lentefeest op de Romeinse kalender zette. Een andere aanpassing was de hernoeming van de Grote Moeder: ze was nu de Grote Moeder van de berg Ida, waardoor ze van een algemeen Anatolische geboortegodin een Trojaanse godheid werd. En dus Romeinse verering waardig.

Kybeles strijdwagen (Metropolitan Museum, New York)

Naast het lentefeest van Kybele en Attis vierden de Romeinen de Megalensische Spelen. Op 4 april bracht een hoge stedelijke magistraat, de praetor urbanus, een offer, en daarna waren er feestmaaltijden. Lagere magistraten reden een zilveren cultusbeeld en de heilige steen in een wagen naar het beekje Almo (bij de Via Appia), waar ze het wasten.

De Romeinse volgelingen van Kybele lijken inwijdingsrituelen te hebben gekend. Deze werden geassocieerd met de taurobolium-ceremonie, waarover ik het ook al eens had. Of dit ritueel een Romeinse innovatie was of een overleving uit de Anatolische fase van deze cultus, is onduidelijk, maar er is in elk geval geen bewijs voor dit ritueel vóór de regering van Hadrianus (r.117-138.). Het ritueel werd door christelijke auteurs gepresenteerd als een bloedoffer, wat vrijwel zeker niet klopt,

Kybele op een kroon (Centraal Museum, Utrecht)

De cultus van Kybele is in wat afgelegen gebieden voortgezet tot in de vroege vijfde eeuw. In een van zijn brieven vergelijkt Synesios, een aristocraat uit Libië die nog bisschop zou worden, iemands hoofdtooi met die van Kybele, alsof iedereen de jaarlijkse processie van haar cultusbeeld nog kent. Het is een van de laatste vermeldingen van een cultus die op dat moment al minimaal twee millennia oud was.

#AgorakritosVanParos #AiKhanum #Athene #AttalosISoter #Attis #ClaudiaQuinta #Claudius #Delfi #FiletairosVanPergamon #Frygië #Galaten #Hadrianus #Ida #Kybele #LokroiEpizefyroi #Ostia #Palatijn #Pergamon #Pessinos #praetorUrbanus #Rhea #Rome #SynesiosVanKyrene #taurobolium #TitusLivius #TweedePunischeOorlog