Moedergodin

Beeld van Matar (Museum van Gordion)

Bovenstaande foto is niet de mooiste uit mijn collectie. Het beeld staat in het museum van Gordion, even ten westen van Ankara. We bezochten dat deel van Turkije voor het eerst in 2003, toen ik bezig was met de documentatie van mijn boek over Alexander de Grote, en destijds waren de digitale camera’s nog niet zo best. Bij een tweede bezoek stond het beeld niet in de expositie. IJs en weder dienende zal ik echter snel zorgen voor een betere foto, want op de dag dat u dit (in Nederland voorbereide) stukje leest, ben ik opnieuw in Gordion, met een gloednieuwe camera.

Nu maar hopen dat Matar thuis is. Ze is een van de vele Anatolische moedergodinnen, die in dat gebied al sinds mensenheugenis worden vereerd. Er is een beroemd beeldje uit Çatalhöyük, uit pakweg 6000 v.Chr., terwijl we weten dat later “de zonnegodin van Arinna” een zeer belangrijke rol speelde in de cultus van de Midden-Bronstijd. Haar gemaal, “de weergod van Hatti” (een soort Zeus, staand op bergtoppen), was meestal haar ondergeschikte.

Moedergodinnen waren, anders dan men vaak aanneemt, in de oude wereld niet alomtegenwoordig. Dat wil zeggen, er werden wel overal godinnen vereerd en sommige daarvan waren ook moeders, maar in bijvoorbeeld Mesopotamië waren zij niet – of steeds minder vaak – de soevereine Schepper-godinnen die ze wel waren in Anatolië. Daar werden in het eerste millennium bijvoorbeeld Kybele en Leto vereerd, en de Frygische Matar, die hierboven is afgebeeld.  Niet zelden waren ze voorzien van een gemaal, die dan aan haar ondergeschikt was.

Helaas is er een soort zwaan-kleef-aan geweest waarbij al deze godinnen op één hoop werden gegooid. Het is makkelijk zoiets te doen, want ze vertonen inderdaad familiegelijkenis; de Grieken beschouwden ze al als manifestaties van één en dezelfde oergodin; we weten te weinig over de eigenlijke mythologie om de nuances te zien; en dus zijn alle moedergodinnen door negentiende-eeuwse onderzoekers aan elkaar gelijkgesteld. Deze hypothetische moedergodin die alle prehistorische volkeren vereerden, werd vanzelfsprekend uitgeroepen tot het archetype van de christelijke cultus van Maria.

Dit is echter veel te kort door de bocht. We hebben in feite geen idee hoeveel de dames gemeenschappelijk hebben, afgezien dan van het feit dat de Grieken vanaf pakweg de vierde, derde eeuw v.Chr. de neiging hadden ze een zekere exclusiviteit toe te kennen: wie een Moedergodin vereerde, kon de andere goden wel achterwege laten (“henotheïsme”). Het plaatselijke perspectief zou wel eens heel anders kunnen zijn geweest en ik zou zelf deze Matar nog niet meteen gelijkstellen aan pakweg Atargatis, Kybele, de Artemis van de Efesiërs, Leto, Hebat of hoe ze ook geheten mogen hebben.

[Dit was de zevende aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

#ArtemisVanEfese #Çatalhöyük #Frygië #Gordion #henotheïsme #Kybele #moedergodin #Turkije

Kybele in Anatolië

Kybele op een reliëf uit Karchemiš (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

De diverse volken in de Oudheid aanbaden vele, vele goden en godinnen. Een van de allerbekendste was de grote godenmoeder: de godin die ooit de andere goden, de eerste mensen, de dieren en de wilde natuur had gebaard. Kortom: de universele moeder. De mensen in Anatolië, zeg maar het huidige Turkije, vereerden haar onder diverse namen. Uit Hittitische bronnen kennen we haar onder de naam Hepat.

Uit het eerste millennium v.Chr. kennen we bijvoorbeeld de Leto van de Lyciërs en de Artemis van Efese. Matar, Agdistis en Kybele zijn de Frygische namen van de godin. De laatste naam zou gaan vanaf de vijfde eeuw v.Chr. gaan overheersen.

Voor ik verder ga ruim ik nog even een misverstand uit de weg: als godin van de geboorte was Kybele – of hoe we haar ook noemen – niet de godin van de vruchtbaarheid zelf. Een vruchtbaarheidsgodin is geen geboortegodin en vice versa.

Moedergodin uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Prehistorie?

Het is niet ondenkbaar dat de geboortecultus teruggaat tot de Steentijd. Beeldjes van vrouwen met grote borsten en buiken, gevonden in Çatalhöyük en Hacilar, suggereren dat moedergodinnen al in het zevende en zesde millennium voor Christus werden vereerd. Een Chalcolithisch beeldje van een vrouw in barensnood, gevonden in Mosfilia op Cyprus, kan bewijs zijn voor de verspreiding van deze cultus.

De eerste hoofdwet van de archeologie, dat je alles wat je niet kunt interpreteren maar religieus moet noemen, is echter wel van toepassing. Andere interpretaties zijn zeker denkbaar. Ik wijs er bovendien op dat een religieuze continuïteit van meerdere millennia makkelijker aan te nemen dan te bewijzen is. Oudheidkunde zijnde oudheidkunde en dataschaarste zijnde dataschaarste, weten we weer eens minder dan we weleens denken.

Beeld van Matar (Museum van Gordion; meer)

De Anatolische Kybele

Het eerste onbetwiste bewijs voor de cultus van Kybele, nog steeds Kubaba genoemd, komt uit Karchemiš, een belangrijke Neo-Hittitische stad aan de Eufraat. Een ander vroeg cultuscentrum was de berg Dindymon in het oosten van Frygië. In het nabijgelegen Pessinos, aan de voet van de berg, werd de godin, Matar en Agdistis genaamd, vereerd in de vorm van een grote zwarte steen. (Zo’n steen heet een baetyl en we kennen zulke culten ook uit bijvoorbeeld Oud-Pafos, waar de Cyprioten Afrodite vereerden.) Hoewel Frygië achtereenvolgens werd geregeerd door de koningen van Gordion, door de Lydische koningen in Sardes, door de Achaimenidische Perzen en door de Seleukiden, wisten de priesters van Kybele in Pessinos tot in de Romeinse tijd hun onafhankelijkheid te bewaren.

Misschien introduceerden de Frygiërs, die in de Vroege IJzertijd vanuit Thracië naar Anatolië waren gekomen, aspecten van de Thracische cultus van Dionysos. In elk geval hadden de rituelen voor Kybele een extatisch karakter. Dat was natuurlijk ook passend voor een godin van de wilde natuur. Een van deze rituelen was de zelfcastratie van sommige van de priesters, de galli, die berucht was in de antieke wereld. Ze deden dit om Attis na te doen, de geliefde van Kybele, die zijn geslachtsdelen had afgesneden in een staat van religieuze razernij. Zittend onder een pijnboom was hij doodgebloed. Of deze zelfcastratie altijd werkelijk plaatsvond of eerder symbolisch was, zoals christenen die het lichaam en bloed consumeerden van Christus, is weer eens niet uit te maken. Ik weet het althans niet.

Pessinos

Een van de belangrijkste ceremonies, het best bekend uit Griekse en Romeinse bronnen, werd gevierd aan het begin van de lente, in maart. De vereerders hakten dan een pijnboom om en brachten die naar de tempel. Hier werd de stam versierd met viooltjes, die druppels bloed van Attis voorstelden. De hogepriester sneed dan in zijn arm en offerde zo wat bloed aan de godin. De andere priesters dansten en sloegen zichzelf, totdat druppels van hun bloed waren gevallen op de heilige dennenboom.

[Wordt vervolgd]

#ArtemisVanEfese #Attis #Çatalhöyük #baetyl #Dindymon #EersteHoofdwetVanDeArcheologie #Frygië #galli #Gordion #Hacilar #Hittieten #Karchemiš #Kybele #Leto #Lydië #Mosfilia #NeoHittieten #OudPafos #Pessinos #Sardes #vruchtbaarheidsgodin

Efese

Een atleet uit Efese (Ephesos-Museum, Wenen)

Een van de meest overdonderende opgravingen die ik ken, is die van Efese, in het westen van het huidige Turkije. Volgens een legende die misschien een element van waarheid bevat, leidde ooit een Athener genaamd Androklos een groep Griekse kolonisten overzee naar de plek die dus Efese zou zijn. Ooit. Heel precies wist men het niet, maar het was gebeurd na de (legendarische) komst van de Doriërs en vóór Homeros de Ilias schreef. De Grieken plaatsten die gebeurtenissen, waarvan de historiciteit onduidelijk is, rond 1200 en rond 800 v.Chr. op de kalender. Als er een historische kern is in het verhaal over Androklos, bevindt die zich in de “Dark Ages”.

Efese is echter veel ouder. In teksten, gevonden in de Hittitische hoofdstad Hattusa, is sprake van Abasa. Die stad, de hoofdstad van het koninkrijk Mira, moet al rond 1600 v.Chr. hebben bestaan. Ze is teruggevonden op de Ayasoluk, de heuvel waarop tegenwoordig de kerk staat van de heilige Johannes.

Mykeens aardewerk (Archeologisch Museum, Selçuk)

Evengoed zijn de eerste eeuwen van de geschiedenis van Efese weinig duidelijk. We weten wel dat de Kimmeriërs de Griekse stad in de zevende eeuw v.Chr. brandschatten; later maakte Efese deel uit van het Lydische koninkrijk van Kroisos, die de beroemde tempel van de Efesische Artemis herbouwde. Na het midden van de zesde eeuw v.Chr. behoorde de stad tot het Perzische Rijk. Er zijn echter nauwelijks archeologische resten uit deze periode.

De Hellenistische tijd

Onze bronnen vermelden in de vijfde en vierde eeuw Efese zo nu en dan, maar de stad werd pas echt belangrijk toen een van de opvolgers van Alexander de Grote, Lysimachos, besloot Efese te maken tot zijn residentie. Hij wilde er begraven worden in het niet veel verderop gelegen Belevi-mausoleum. Na de slag op de Kyrosvlakte (281 v.Chr.), waarin Lysimachos om het leven kwam, werd de stad onderdeel het Seleukidische Rijk en – iets later – van het koninkrijk Pergamon. De Hellenistische Fontein die toeristen nog altijd kunnen zien, dateert uit deze tijd.

Het theater

De Romeinse tijd

Nadat de Romeinen het Pergameense koninkrijk in 133 v.Chr. hadden geannexeerd, maakten ze Efese tot residentie van de gouverneur van de nieuwe provincie, die ze Asia noemden. Vrijwel alles wat toeristen heden ten dage kunnen zien – en dat is heel erg veel – dateert uit de Romeinse periode. Neem het theater: hoewel het is aangelegd in de hellenistische tijd, hebben de Efesiërs het herbouwd ten tijde van de keizers Claudius (r.41-54), Nero (r. 54-68) en Trajanus (r.98-117). Een ander voorbeeld is de Agora: opnieuw een bouwwerk uit de hellenistische tijd dat in de Romeinse periode is herbouwd.

Andere monumenten uit de Romeinse tijd zijn de Poort van Mazaeus en Mithridates (de belangrijkste toegang tot de Agora), de fontein van keizer Domitianus, de Fontein van Trajanus, de Boog van keizer Hadrianus, de wereldberoemde Bibliotheek van Tiberius Julius Celsus Polemaeanus, en het zogeheten Parthenmonument. Voor dat laatste moet u overigens naar Wenen, want het is overgebracht naar het Ephesos-Museum. Ook de fenomenale terraswoningen en enkele tempels voor de keizercultus, dateren uit de Romeinse tijd. Uit de vroege vijfde eeuw na Chr. dateert de Arcadiusweg.

De bibliotheek van Celsus

Late Oudheid

Efese was een belangrijk centrum voor het vroege christendom. De apostel Paulus onderwees er in de synagoge en raakte in de problemen toen er geruchten gingen dat hij kritiek had op de cultus van Artemis – voor wie de stad, zoals gezegd, een beroemde tempel had, een van de zeven wereldwonderen. In 431 was Efese de plaats waar een concilie plaatsvond, dat besloot dat Maria de moeder was van Christus als God (en dus niet van Christus als mens). De ruïne van de kerk waar de vergadering plaatsvond, is nog steeds te bezoeken.

Het verval van Efese begon toen de haven verzandde. In de Byzantijnse tijd werd de stad verlaten, hoewel er nog altijd een fort was en verschillende kerken in gebruik bleven. De legende van de Zevenslapers van Efese dateert uit de vroege zesde eeuw.

De terraswoningen

Het wetenschappelijk onderzoek begon in de laatste jaren van de negentiende eeuw. Oostenrijkse archeologen, aanwezig sinds 1895, hebben grote delen van de oude stad blootgelegd. De prettig rustige zalen van het Ephesos-Museum in Wenen, gevestigd in het voormalige paleis van de Habsburgers, zijn voor ons Europeanen de toegankelijkste kennismaking met Efese, maar een bezoek aan de eigenlijke ruïnestad en het museum in het nabijgelegen Selçuk zijn natuurlijk nog beter.

#androklos #artemisVanEfese #asia #belevi #concilieVanEfese #darkAges #efese #ephesosMuseum #kyrosvlakte #lysimachos #miraBronstijdrijk #parthenmonument #paulus #pergamon #seleukidischeRijk #tiberiusJuliusCelsusPolemaeanus #turkije #wenen #wereldwonder #zevenWereldwonderen #zevenslapers

Alexander de Grote in Milete

Het Karabel-reliëf

Ik vertelde in het vorige blogje over de gelukkige manier waarop Alexander de Grote in de vroege zomer van 334 v.Chr. de stad Sardes in handen had gekregen. Daarvandaan marcheerden de Macedoniërs verder naar het zuiden. Op de Karabelpas zal Alexander ongetwijfeld het hierboven afgebeelde, eeuwenoude reliëf zijn getoond waarvan men vertelde dat het de legendarische Egyptische koning Sesostris voorstelde. Volgens de verhalen had hij in lang vervlogen tijden de hele wereld veroverd en overal zijn beeltenis in rotsen laten uithouwen, om zo te tonen tot hoever hij was gekomen. We weten niet wat Alexander ervan vond.

Efese

De Macedoniërs trokken door een vruchtbaar gebied, waar de oogst rijp op de velden stond. De bevoorrading verliep probleemloos en drie dagen na hun vertrek uit Sardes bereikten ze Efese. De democraten, die juist de oligarchen hadden verdreven, bereidden Alexander een warm welkom. Zoals Arrianus aangeeft, was het bijltjesdag:

Het volk van Efese, bevrijd van zijn vrees voor de oligarchen, maakte zich op om korte metten te maken met degenen die [de Perzische huurlingencommandant] Memnon hadden willen binnenhalen, de tempel van Artemis hadden geplunderd, het beeld van [Alexanders vader] Filippos in dat heiligdom omver hadden gegooid en op de markt het graf hadden geschonden van Heropythos, de bevrijder van de stad. [De oligarchische leiders] Syrfax, zijn zoon Pelagon, en de zoons van zijn broers werden uit het heiligdom gesleurd en gestenigd. Maar Alexander verbood iedereen om verder achter de anderen aan te gaan en wraak te nemen, want hij besefte dat het volk, als het de kans kreeg, met de schuldigen ook onschuldigen zou doden, uit persoonlijke haat of om zich meester te maken van hun eigendommen.noot Arrianus, Anabasis 1.17.11-12; vert. Simone Mooij.

Opnieuw mengde Alexander zich in de interne aangelegenheden van een zelfstandige stadstaat en dat was voldoende om de sympathie die de Efesiërs aanvankelijk voor hem hadden gevoeld als sneeuw voor de zon te doen smelten. Wellicht is op deze plaats en tijd de door Ploutarchos vertelde anekdote ontstaan dat Alexander was geboren in de nacht waarin de Artemistempel afbrandde, en dat de tempelbrand een voorteken was van de rampen die de Macedoniër zou veroorzaken.noot Ploutarchos, Leven van Alexander 3.7. De gespannen situatie zou misschien zijn geëscaleerd als Alexander niet had toegezegd dat de stad geen belasting hoefde betalen en het bedrag mocht schenken aan de tempel van Artemis.

Milete

Tot nu toe was de Macedonische opmars voorspoedig verlopen, maar inmiddels was de Perzische vloot op weg naar het noorden, naar Milete. Het zou erom spannen, want de Griekse commandant van de grote havenstad had aangekondigd dat hij zich zou verzetten tegen de Macedoniërs. Alexanders admiraal Nikanor bracht snel zijn oorlogsbodems om het voorgebergte van Mykale heen en bezette het heuvelachtige eilandje Lade, dat de haven van Milete beheerste. (Het bestaat tegenwoordig niet meer als eiland omdat de baai is dichtgeslibd.)

Het voormalige eiland Lade

De Perzische vloot, vierhonderd schepen, arriveerde drie dagen later. De vlootcommandanten hadden gehoopt gebruik te kunnen maken van de havens bij Milete, maar konden niet om Lade heen en waren gedwongen uit te wijken naar Kaap Mykale. Hoewel hun vloot talrijker was, lag ze te ver van het strijdtoneel af om een rol te spelen.

Het huis van Alexander in Priëne

Intussen had Alexander zijn hoofdkwartier ingericht te Priëne, waar zijn huis nog steeds wordt aangewezen. Vanuit zijn achtertuin had hij uitzicht op Milete, Lade en Mykale. Ook de Macedonische cavalerie was in Priëne ingekwartierd en voerde aanvallen uit op Perzische zeelieden die bij Mykale zoet water zochten. Dat dwong de Perzen uit te wijken naar het nabijgelegen eiland Samos. Zelfs al werd er niet gevochten in Priëne , het was een zware tijd voor de bewoners en Alexander liet zijn waardering blijken door de stad een tempel te schenken voor de stadsgodin Athena.

βασιλεὺς Ἀλέξανδρος ἀνέθηκε τὸν ναὸν Ἀθηναίηι Πολιάδι. “Koning Alexander wijdde deze tempel aan Athena Polias” (British Museum, Londen)

Toen de Macedonische belegeringsmachines eenmaal bij Milete waren aangekomen, was het lot van de havenstad bezegeld. Met stormrammen sloegen de aanvallers een bres in de muur en stormden Milete binnen. De Macedoniërs doodden op driehonderd man na alle Griekse huurlingen en Alexander legde een groot garnizoen in de stad, die waarschijnlijk een zware belasting moest betalen. Dat dit voortaan geen “tribuut” meer heette maar gold als “contributie” aan de Macedonische krijgskas, zal de pijn niet hebben verzacht.

Voor de Perzische vloot zat er weinig anders op dan onverrichter zake terug te keren naar het zuiden. De strijd zou zich verplaatsen naar Halikarnassos, waar Alexander een vergeten nederlaag zou lijden.

[Momenteel is de Week van de Klassieken. Het programma vindt u daar. En dit was het 6000e blogje op deze plek. Dank voor uw belangstelling!]

#AlexanderDeGrote #Arrianus #ArtemisVanEfese #Karabel #MemnonVanRhodos #Mykale #Parmenion #Priëne

Alexander de Grote in Sardes - Mainzer Beobachter

In de late lente van 334 v.Chr. rukte Alexander de Grote op naar Sardes, het voornaamste Perzische bestuurscentrum in Klein-Azië.

Mainzer Beobachter

Perzisch Lydië

Een Lydiër (Persepolis)

In het vorige blogje vertelde ik over het ontstaan, de bloei en de ondergang van het IJzertijdkoninkrijk Lydië. Rond het midden van de zesde eeuw had de Perzische koning Cyrus de Grote het onderworpen. De eerste door hem aangewezen gouverneur werd geconfronteerd met een opstand, die echter werd onderdrukt. Vanaf nu was Lydië een Perzische satrapie, wat een duur woord is voor een grote provincie. Misschien moeten we de gouverneurs, de satrapen, wel aanduiden als onderkoningen. De nieuwe heersers verbeterden de zogeheten Koninklijke Weg die Sardes en Gordion verbond met de hoofdsteden van het Perzische Rijk: Sousa, Persepolis en Pasargadai.

Oroitos

De generaal die de Lydische opstand onderdrukte, een zeker Harpagos, lijkt vrij lang over het westen van Anatolie geregeerd te hebben. Nog lang daarna claimde een lokale dynastie in Lycië, het zuidwesten van het huidige Turkije, van Harpagos af te stammen. Zulke claims zijn weleens waar gebleken. Wat de waarheid ook zij, toen Cyrus in 530 v.Chr. overleed, was de hoogste bestuurde in Lydië een satraap genaamd Oroitos.

Tijdens de regering van Cyrus’ zoon en opvolger Kambyses (r.530-522) beheerde Oroitos westelijk Anatolië. Een verantwoordelijke positie, want de koning zelf was bezig met een oorlog in Egypte, dat hij annexeerde. In de chaotische periode na de dood van Kambyses veroverde Oroitos het Griekse eiland Samos. De lokale heerser, Polykrates, was een bondgenoot geweest van Egypte en dat bekocht hij met de dood.

Oroitos heeft vermoedelijk gewoon zijn plicht gedaan, maar met de annexatie van Samos was hij gevaarlijk machtig. Hij beheerde immers én het goud van Lydië én de vloot van Samos. Dat maakte hem tot een potentiële bedreiging van Kambyses’ opvolger Darius de Grote (r.522-486). Een moordenaar ruimde het probleem op. De satrapie kwam uiteindelijk in 513 v.Chr. in handen van Darius’ jongere broer Artafernes.

Cultuurcontact

Ten westen van Lydië lagen enkele grote Griekse havensteden, talloze Griekse eilanden en het Griekse vasteland. Dat betekende dat Lydië in de frontlijn lag toen de Griekse havensteden in 499 v.Chr. in opstand kwamen tegen de Perzen (de zogeheten Ionische Opstand). De Grieken plunderden de benedenstad van Sardes en hielden het, toen koning Darius eenmaal legers had gestuurd, nog vijf jaar vol. Artafernes verraste de Griekse wereld vervolgens door zijn milde behandeling van de verslagen rebellen, maar het lijkt er ook op dat rijke Perzische aristocraten allerlei geconfisqueerde landgoederen in handen hebben gekregen.

Een “meesteres der dieren” (Louvre, Parijs)

Er woonden al veel Iraniërs in Lydië, bijvoorbeeld als gedemobiliseerde soldaten. Er zijn legio aanwijzingen voor de verering van oosterse goden (bijvoorbeeld Anahita) en de “Iranificatie” van de oude Lydische goden. Zo stond de priester van de moedergodin Artimus/Artemis in Efese nog eeuwen bekend met de Perzische titel megabyxus, “degene die is vrijgemaakt voor de cultus van de god”, terwijl de bewoners van deze satrapie de Lydische god Pldans gelijkstelden aan de Perzische Ahuramazda – en ook aan de Griekse Apollo, want het was een smeltkroes van culturen.

Lydië bleef een frontlijngebied, want het was de vanzelfsprekende Perzische basis tijdens de militaire expedities die in 492, 490 en 480-479 plaatsvonden naar het westen. De eerste eindigde met de onderwerping van Macedonië, de tweede met verovering van Delos en het debacle bij Marathon, en de derde… het gangbare beeld is dat de Grieken de Perzen versloegen bij de zeeslag bij Salamis, maar de werkelijkheid is genuanceerder. Ik blogde er al eens over, namelijk hier, en laat de materie nu rusten. Feit is dat de Grieken uit het moederland de Griekse havensteden in Anatolië veroverden en dat de satraap van Lydië er weinig meer te zeggen had.

Lydië en Athene

Over het Lydië van de vier decennia na 480 is weinig bekend. De meeste Griekse bronnen zijn gericht op Athene, dat door een cordon sanitaire van Griekse havensteden in Azië was afgeschermd van Lydië en er weinig mee van doen had. Pas in 440 lezen we weer over Lydië, toen de satraap Pissouthnes probeerde het eiland Samos te heroveren, dat in opstand was gekomen tegen Athene. Het liep op niets uit. Toen Athene een decennium later verzeild raakte in de Archidamische Oorlog tegen Sparta (431-421 v.Chr.), probeerde Pissouthnes zijn invloed uit te breiden door vrijwel elke opstandige lidstaat van de Atheense alliantie, zoals Kolofon en Lesbos, te ondersteunen.

Een Perzische gouden armband uit Sardes (Neues Museum, Berlijn)

In 420 kwam Pissouthnes zelf in opstand tegen koning Darius II Nothos. We weten niet waarom. De koning stuurde een edelman genaamd Tissafernes naar Lydië, die hem uit de weg ruimde en als satraap opvolgde. Gedurende zijn eerste jaren in functie moest hij echter vechten tegen Pissouthnes’ zoon Amorges, die de opstand van zijn vader voortzette met hulp uit Athene.

Het was deze Atheense interventie in Lydië die koning Darius deed besluiten Sparta te steunen in de Dekeleïsche of Ionische Oorlog (413-404). De onderhandelingen werden gevoerd door zijn zoon Cyrus, die later eveneens in opstand kwam. Sparta stemde ermee in de Griekse havensteden in westelijk Klein-Azië niet te beschermen als Perzië zich er meester van maakte en kreeg in ruil de gevraagde steun tegen Athene.

De vierde eeuw

Sparta versloeg Athene en achtte zich, nu het de leider van de Griekse wereld was, aan zijn stand verplicht in te grijpen in Azië. Dit was in feite niet de afspraak, maar koning Darius was dood en de nieuwe koning, Artaxerxes II Mnemon, had andere zaken aan zijn hoofd: zijn broer Cyrus rukte tegen hem op. Ik blogde daar al eens over. De Spartaanse koning Agesilaos intervenieerde dus in Lydië. Een door de Perzen gesubsidieerde anti-Spartaanse coalitie dwong hem terug te keren (de Korinthische Oorlog).

Tempel van Artemis, Sardes

De volgende ons bekende satraap was Autofradates, een loyale dienaar van Artaxerxes toen die werd geconfronteerd met een reeks opstanden in het westen. Weer een andere satraap was Spithridates, die om het leven kwam toen de Macedonische koning Alexander in het voorjaar van 334 een inval deed in Klein-Azië. In de zomer van dat jaar gaf Sardes zich over. Voortaan werd Lydië bestuurd door Griekstalige gouverneurs, eerst als onderdeel van het rijk van Alexander, later door zijn opvolgers, nog later als onderdeel van het Seleukidische Rijk.

Doordat de vorsten vaak direct zaken deden met de steden, raakte de bestuurslaag waar Lydië bij hoorde, de satrapieën dus, grotendeels achterhaald. Van Lydië vernemen we weinig meer, maar het bleef toch bestaan als het kerngebied van het latere Pergameense Rijk en de – nog latere – Romeinse provincie Asia.

#AgesilaosII #Ahuramazda #AlexanderDeGrote #Amorges #Anahita #ArchidamischeOorlog #ArtafernesI #ArtaxerxesIIMnemon #ArtemisVanEfese #Asia #Athene #Autofradates #CyrusDeGrote #CyrusDeJongere #DariusIDeGrote #DariusIINothos #DekeleïscheOorlog #Efese #Gordion #Harpagos #IonischeOorlog #IonischeOpstand #KambysesII #Kolofon #KoninklijkeWeg #KorinthischeOorlog #Lesbos #Lydië #Marathon #Oroitos #Pissouthnes #Pldans #PolykratesVanSamos #Samos #Sardes #satrapie #SeleukidischeRijk #Sparta #Spithridates #Tissafernes #zeeslagBijSalamis

Het rijk van de Lydiërs - Mainzer Beobachter

Lydië was een schatrijk koninkrijk uit de IJzertijd. Koning Kroisos was spreekwoordelijk rijk - maar ging uiteindelijk ten onder.

Mainzer Beobachter