Montanisme (2)

Het Laatste Oordeel (Catacomben van Domitilla, Rome)

In het vorige blogje vertelde ik over het optreden van Montanus, een profeet die leefde rond het midden van de tweede eeuw. Op gezag van ene Apollinaris van Hierapolis vertelt Eusebios van Caesarea iets over Montanus’ opvattingen. De kerkhistoricus heeft geen goed woord over voor die zogeheten Nieuwe Profetie.

Montanus stond echtscheiding toe en legde vastenregels op. Hij riep de dorpjes Pepouza en Tymion in Frygië uit tot [Nieuw] Jeruzalem, om zo aanhangers te lokken. Verder stelde hij mensen aan die cadeaus aannamen en tevens ontwierp hij een systeem om geschenken te ontvangen alsof het bijdragen waren voor zijn kerk. Hij betaalde zelfs mensen om zijn dwaalleer te verkondigen.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.18.2.

Schandelijk natuurlijk, dat je je personeel betaalt!

Tot de montanisten behoorde ook iemand die een circulaire over de Nieuwe Profetie publiceerde en daarvoor in de gevangenis belandde. Over een andere montanist vernemen we dat hij wegens roof werd veroordeeld, maar zich wist vrij te kopen door collectegeld van een van de christelijke gemeenschappen in Efese.

De volgende generatie

Het liep niet goed af met Montanus. Apollinaris erkent niet heel goed van de details op de hoogte te zijn, maar noteert dat Montanus en Maximilla zich zouden hebben verhangen, “net als de verrader Judas”. Apollinaris’ aarzeling zou erop kunnen duiden dat Montanus en Maximilla ter dood zijn gebracht, wat in andere christelijke kringen kan zijn uitgelegd als zelfmoord. Immers, in de mondelinge overlevering kan het verschil tussen “ophangen” en “zich ophangen” verdwijnen, zeker als er een verontwaardigde parallel met Judas valt te scheppen.

Op gezag van Apollinaris, die erkent dat het volgende slechts wordt verteld, vervolgt Eusebios:

In brede kringen vertelt men dat een zekere Theodotos één van de eerste verkondigers was van die zogenaamde Nieuwe Profetie. Men zegt dat hij ooit in vervoering raakte en zich, vertrouwend op een verleidende geest, liet opheffen en werd opgenomen in de hemelen. Later werd hij neergeworpen en kwam ook hij op een akelige manier om het leven.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.11.14.

Het is niet helemaal duidelijk waarom Apollinaris/Eusebios dit vermeldt, maar hij noemt onmiddellijk daarna uitspraken die zouden zijn geopenbaard door de geest van Maximilla.

Ik word uit de kudde schapen verjaagd als ware ik een wolf. Ik ben echter geen wolf, maar ik ben het Woord, de Geest en de Macht.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.11.17.

Misschien is het verband tussen deze twee stukjes informatie dat Theodotos deze woorden optekende.

Van Montanus naar Eirenaios

Eusebios’ beschrijving van het montanisme houdt hier op. Hij vervolgt met het optreden van Eirenaios van Lyon, een bisschop die zich in het laatste kwart van de tweede eeuw toelegde op het definiëren van de christelijke leer. Hij is een sleutelfiguur voor de proto-orthodoxie, die zich bij hem afbakent van andere vormen van christendom, zoals gnosis en montanisme. Eusebios heeft niet méér informatie over de montanisten, of onderdrukt die informatie omdat ze gênant was. Het waren namelijk niet de geringsten die er sympathie voor voelden: bisschop Hippolytus van Rome, bijvoorbeeld, en ook de belangrijke auteur Tertullianus.

Laatstgenoemde vertelt dat een bisschop in Rome (vermoedelijk Hippolytus) de profetische gaven van Montanus, Priscilla en Maximilla had erkend maar dat later een zekere Praxeas deze (of een latere) bisschop van Rome vals had geïnformeerd en had verleid zijn erkenning van het montanisme weer in te trekken.noot Tertullianus, Tegen Praxeas 1.4.  Uit deze weergave volgt dat Tertullianus en een van Romes bisschoppen sympathiseerden met de Nieuwe Profetie.

Latere bronnen

Er zijn nog latere bronnen, die aan de montanisten allerlei nare eigenschappen toeschrijven, zoals incest. Montanus zelf zou eigenlijk priester zijn van Kybele. We bevinden ons hier in de sfeer van de antieke polemiek; over de religieuze vernieuwingen van keizer Heliogabalus vertelde men soortgelijke zaken. De toon was echter al eerder gezet: het is bijvoorbeeld ronduit misleidend als Apollinaris zegt dat Montanus echtscheiding propageerde, terwijl het feitelijk ging om vrouwen die hun echtgenoot verlieten.

Ik wil nog eens naar dat latere materiaal gaan kijken, want ik heb nog nergens ontdekt waar sprake is van een maat op het lijden die vervuld moet worden. Martelaarschap? Ja. Eindtijdverwachtingen? Wie een “nieuw Jeruzalem” sticht, lijkt daar rekening mee te houden. Maar dat de wederkomst van Christus wordt bespoedigd als gelovigen de maat van het lijden sneller vulden en daartoe het martelaarschap opzochten, daarvoor heb ik (nog) geen aanwijzingen gevonden. De reageerpanelen staan voor u open.

Hoezo dwaalleer?

Ik lees dat het montanisme zich vanuit Anatolië verspreidde naar Italië en Africa. Maar waarschijnlijk is er iets anders aan de hand. Want zo vreemd zijn de ideeën nou ook weer niet die Eusebios op gezag van Apollinaris doorgeeft.

  • Glossolalie ofwel klankentaal staat vermeld in het Nieuwe Testament.
  • De Didache documenteert het optreden van profeten/apostelen.
  • Vrouwen hadden in het christendom lange tijd belangrijke taken.
  • Paulus had een visioen van een tenhemelopneming.
  • De Eindtijdverwachting behoort tot de kern van de christelijke leer.

Hoe nieuw was die Nieuwe Profetie dus? Is het niet feitelijk een voortzetting van een oorspronkelijk, charismatisch christendom? Kan het zijn dat de vernieuwing juist zat bij mannen als Eirenaios van Lyon, die een kerk begonnen te organiseren, bepaalden dat er één leer moest zijn en die ook vastlegden? Was de feitelijke vraag in de late tweede eeuw niet wat bepalend was voor het geloof: de openbaring (al dan niet in de vorm van klankentaal) of een kerkelijk kader? Ik weet het allemaal niet, al zie ik dat deze vragen ook door anderen zijn opgeworpen. In elk geval: er valt nog veel te ontdekken, te verbazen, te genieten.

#ApollinarisVanHierapolis #Efese #Eindtijd #EirenaiosVanLyon #EusebiosVanCaesarea #Frygië #glossolalie #gnosis #Heliogabalus #HippolytusVanRome #martelaarschap #montanisme #Montanus #Tertullianus

Montanisme (1)

Een christelijke maaltijd op een tweede- of derde-eeuwse wandschildering uit de catacomben van Callixtus, Rome

Hoe je ernaast kunt zitten hè, hoe je er toch naast kunt zitten. Ik noem op deze blog weleens het montanisme. Dat is een vorm van christendom uit de tweede en derde eeuw. “Het” christendom, met een uitgewerkte doctrine, zou pas later ontstaan, toen het nieuwe geloof niet langer werd vervolgd en zich onder keizerlijk toezicht begon te organiseren. Het Eerste Concilie van Nikaia in 325 is hierbij beslissend geweest: toen ontstond iets wat we orthodoxie kunnen noemen. Dat wil overigens niet zeggen dat er voordien niets was dat daarop leek. Het wil wél zeggen dat in de tweede en derde eeuw de proto-orthodoxie (die onder meer behelsde dat wie Christus vereerde niet ook andere goden mocht vereren) nog één stroming onder meerdere was. Veel van die christendommen staan bekend onder de parapluterm gnosis. En er was dus montanisme.

Ik dacht dat ik wist wat het was, want ik had er eens college over gehad. Let wel: dat is dus dik vijfendertig jaar geleden. De docent had uitgelegd dat het ging om een groep uit het huidige Turkije die geloofde dat Christus spoedig zou terugkeren, namelijk wanneer het lijden van de mensheid compleet was. Als iedereen het martelaarschap aanvaardde, zo zouden de montanisten hebben gedacht, was de maat van het menselijk lijden eerder vol en zou de Eindtijd sneller beginnen. Dit gedachtegoed, waarover we zijn geïnformeerd door de Kerkgeschiedenis van Eusebios van Caesarea, beïnvloedde onder meer de christelijke auteur Tertullianus.

Wat montanisme niet is

Ik heb me nooit speciaal verdiept in deze materie en heb voetstoots aangenomen wat destijds werd verteld. Het paste bovendien bij andere informatie, namelijk dat andere christelijke groepen het zelfgekozen martelaarschap afwezen als zelfmoord. Een “erkende” martelaar doet geen pogingen de gewelddadige dood te ontwijken, maar zoekt die ook niet op: dat standpunt leek me een zinvolle reactie op de montanisten. Kortom, ik twijfelde niet aan wat me was verteld.

Tot ik dit blogje begon te schrijven. Ik verifieerde nog eens dat de montanisten geloofden dat er een maat was op het lijden en dat ze Christus’ terugkeer wilden versnellen door het martelaarschap te zoeken. Ik vond echter weinig dat erop wees. Ik herlas Eusebios en vond niets. Montanistische Eindtijdverwachtingen? Ja. Montanistisch martelaarschap? Dat zeker. Maar dat je de terugkeer van Christus kon bespoedigen, daarvoor vond ik niets. Gek genoeg had ik bij eerdere lezing van Eusebios niet herkend dat hij die maat op het lijden niet vermeldde.

Montanus

Wat was het montanisme dan wel? Ik volg de beschrijving van Eusebios. Niet omdat die 101% betrouwbaar is, want ook een bisschop is maar een mens met vooroordelen, maar omdat zijn beschrijving teruggaat op een bron rond het jaar 200, Apollinaris van Hierapolis. Dat is de oudste bron die we hebben. Eusebios is echter vooringenomen en maakt meteen duidelijk dat hij geen enkel respect voor Montanus heeft.

In Asia en Frygië kropen de valse overtuigingen als gifslangen over de aarde. Men beweerde dat Montanus de “Pleitbezorger” was en dat zijn vrouwelijke volgelingen Priscilla en Maximilla zijn profetessen waren.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.14.

In het Evangelie van Johannes kondigt Jezus de komst van een Pleitbezorger (“Parakleet”) aan.noot Johannes 14.16-17. De orthodox geworden uitleg betrekt deze passage op de komst van de Heilige Geest, vermeld in de Handelingen van de Apostelen,noot Handelingen 2. maar in de tweede en derde eeuw sprak die gelijkstelling nog niet vanzelf. (Bedenk dat boekbezit zeldzaam was, zodat iemand die een Johannes bezat, niet per se ook Handelingen kende.) Mani, de grondlegger van het manicheïsme, meende in de derde eeuw dat hij de beoogde Pleitbezorger was; en van Montanus werd het rond het midden van de tweede eeuw blijkbaar ook gezegd.

Montanus’ claim bleef niet onweersproken. De “onoverwinnelijke macht der waarheid” zorgde ervoor dat hij tegenstanders kreeg, waarvan Eusebios meldt dat hun verzet in diverse bronnen is gedocumenteerd. Helaas kennen wij die bronnen niet, al weten we dat Eusebios beschikte over een goede bibliotheek. Eusebios citeert dus Apollinaris van Hiërapolis, die vertelt dat hij in Ankara had vernomen van het bestaan van de afvalligen die zichzelf aanduidden als “de nieuwe profetie”. Deze zou teruggaan op Montanus, een recente bekeerling uit het Frygische dorp Ardabau, die veertig jaar vóór Apollinaris in extase allerlei klanken had uitgeslagen die werden uitgelegd als profetie. Dit verschijnsel staat bekend als glossolalie, “spreken in tongen”. De duivel – althans, zo citeert Eusebios de tekst van Apollinaris – stuurde een “verleidende geest”, die ervoor zorgde dat Montanus aanhangers kreeg, waaronder de twee profetessen, die hun echtgenoten verlieten om Montanus te volgen. Op naam van Maximilla werden later profetieën overgeleverd.

[wordt vervolgd]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Hellenistisch Babylon

oktober 20, 2021
Naar de Hades

mei 26, 2018
Hercules Magusanus

juli 17, 2025 Deel dit: #ApollinarisVanHierapolis #EersteConcilieVanNikaia #Eindtijd #EusebiosVanCaesarea #EvangelieVanJohannes #Frygië #glossolalie #gnosis #Kerkgeschiedenis #martelaarschap #montanisme #Montanus #Parakleet #protoOrthodoxie #Tertullianus

Pontius Pilatus (6) Besluit

Kopie van de inscriptie van Pontius Pilatus uit Caesarea.

[Dit is het laatste van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Prefect

Ik heb in de vorige vijf blogjes verteld dat de evangelisten, Filon van Alexandrië en Flavius Josephus de voornaamste bronnen zijn voor de loopbaan van Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de man ook een keer, en typeert hem als procurator. Hij was feitelijk prefect. Dat weten we uit bovenstaande inscriptie, gevonden in 1961 in Caesarea Maritima, de residentie van de gouverneur van Judea. Ik heb er al eens over geblogd.

De ene helft van de steen is beschadigd, maar we kunnen de andere helft lezen:

. . . . S TIBERIEUM
. . [Po]NTIUS PILATUS
[praefe]CTUS IUDA[ea]E
[ref]ECI[it]

Dit betekent dat Pontius Pilatus, de prefect van Judea, iets heeft hersteld dat Tiberieum heette. Wat dat zou moeten zijn geweest, is vooralsnog onbekend, maar het is aannemelijk dat het een tempel was ter ere van keizer Tiberius.

Vroegchristelijke bronnen

En dan is er de vroegchristelijke literatuur. De auteur Tertullianus beweert in zijn Apologeticum dat Pontius Pilatus in zijn hart eigenlijk een christen was geweest. De kerkhistoricus Eusebios van Caesarea “weet” dat Pilatus zelfmoord pleegde uit berouw over de executie van Jezus.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 2.7.1. Augustinus, de invloedrijke bisschop van Hippo, rangschikt Pilatus in een van zijn preken onder de profeten.noot Preek 201.

Het zogenaamde graf van Pilatus in Vienne

Nog latere bronnen beweren dat Pilatus is verbannen naar Gallië, waar men in Vienne zelfs een graf aanwijst. In het gebied van de westelijke Alpen was in de Middeleeuwen een soort verering van de Romeinse magistraat, al begrijp ik dat  de berg die Pilatus heet, niet naar hem is vernoemd, maar dat de naam is afgeleid van Mons Pileatus of Mons Pilleatus, wat verwijst naar een zuilachtige vorm dan wel een top verborgen in een (wolken)kap.

In de Dom van Spiers heeft Pilatus de trekken van Napoleon

Zo zijn er meer legendes. Die bevatten geen van alle informatie die relevant is voor de reconstructie van Pilatus’ leven. Ze documenteren vooral hoe christelijke schrijvers de Romeinse gezagdrager benutten als getuige dat de christenen geen gekruisigde crimineel aanbaden. Pilatus’ aarzeling, ooit, in Jeruzalem, moest bewijzen dat christenen geen bedreiging vormden voor de Romeinse samenleving.

De Handelingen van Pilatus

Ten slotte is er de tekst die bekendstaat als de Handelingen van Pilatus, een soort verslag van de dood van Jezus, waarin Pontius Pilatus sympathie betoont voor degenen die niet willen dat Jezus wordt gekruisigd. De tekst dateert uit de Late Oudheid, vermoedelijk de vijfde eeuw. Maar er is iets raars mee aan de hand: ze wordt geciteerd in de tweede eeuw. De christelijke auteur Justinus de Martelaar verwijst er tweemaal naar in zijn Eerste Apologie. Hij vertelt dat Pilatus in zijn Handelingen bevestigt dat soldaten hebben gedobbeld om Jezus’ kleed en dat Jezus de lammen had doen lopen, de stommen had doen spreken, de blinden had laten zien, de melaatsen had genezen en de doden had laten herleven.

De genoemde wonderen behoren tot het antieke standaardrepertoire – ook keizer Vespasianus zou een lamme hebben laten lopen en een blinde hebben laten zien. Ik zou vreemd opkijken als de door Justinus aangehaalde tekst werkelijk het rapport was dat een zelfingenomen Pontius Pilatus naar keizer Tiberius heeft verzonden. Zo’n brief is er vast en zeker geweest, en daarin kan heus hebben gestaan dat aan de “koning der Joden” wonderbaarlijke genezingen werden toegeschreven, maar het is moeilijk voorstelbaar dat Justinus dat ambtsbericht in de Romeinse rijksarchieven zou hebben weten terug te vinden. Maar hij kan een oerversie van de vijfde-eeuwse Handelingen van Pilatus hebben gelezen, en dan hebben we een mooie aanwijzing voor het ontstaan van de christelijke literatuur – meer precies, voor een heel vroege christelijke briefroman.

Tot slot

Pontius Pilatus is een mooi voorbeeld van wat we eigenlijk weten over de Oudheid. Als hij niet iemand had laten kruisigen die later door honderden miljoenen als een godheid zou worden vereerd, zou hij volstrekt vergeten zijn. Voor de lezers van Filon van Alexandrië en Flavius Josephus was hij een Romeinse bestuurder waarvan er dertien gingen in een Romeins dozijn, met een aantal historiografische complicaties (mandaat? speelruimte?) waarvan er ook dertien gaan in een oudheidkundig dozijn.

Combineer de vooringenomenheid van de bronnen met het betrekkelijke toeval waarmee die bronnen tot ons zijn gekomen. De conclusie moet zijn: de informatie die we hebben over de Oudheid is nogal willekeurig. We weten simpelweg niet of we documentatie hebben over de belangrijkste gebeurtenissen, personen en ideeën.

Dit probleem staat bekend als de positivistische misvatting: het idee dat je er als geschiedkundige wel bent als je een verhaal baseert op bronnen. Maar dat is naïef positivisme. De impliciete aanname is dat de tot ons gekomen bronnen niet alleen representatief zijn, maar ook onbevooroordeeld. En zo is het dus niet. Voor elke Pilatus zijn tientallen bestuurders die niet van de vergetelheid zijn gered door een opvallend doodvonnis.

#Augustinus #CaesareaMaritima #EusebiosVanCaesarea #inscriptie #Judea #JustinusDeMartelaar #Kerkgeschiedenis #naïefPositivisme #PontiusPilatus #positivistischeMisvatting #prefect #procurator #Tertullianus #Vienne

De hoofddoek (2) het westen

Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.

Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt tevens uit teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.

Eeuwen later, ten tijde van het Kalifaat, documenteert de Babylonische Talmoed een rabbijnse discussie over de vraag of een vrouw die een mand op haar hoofd droeg, haar haar voldoende had bedekt, en tevens de vraag of dit ook binnenshuis gold. Zoals te doen gebruikelijk staan de diverse meningen naast elkaar en is er geen eenduidig antwoord, maar het interessante is dat de rabbijnen als vanzelfsprekend de norm aannemen dat een getrouwde vrouw een hoofddoek draagt. (Ik zeg er volledigheidshalve bij dat de rabbijnen niet vroegen om een vrouwelijke mening.)

Hellenistische dame met hoofddoek (Louvre, Parijs)

Een andere joodse stem is die van de apostel Paulus die, toen hij de Eerste Brief aan de Korintiërs schreef, nog niet kon weten dat latere generaties hem tot het christendom zouden rekenen. Nadat hij heeft verteld dat een man het beste blootshoofds kan gaan, schrijft de leerling van rabbijn Gamaliël:

Een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want dat is even schandelijk als met een kaalgeschoren hoofd. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich net zo goed laten kaalknippen of kaalscheren.noot 1 Korintiërs 11.5-6.

Toch is er een verschil met de opvattingen uit joods Babylonië. Waar de rabbijnen de norm konden veronderstellen toen ze zich het hoofd braken over wat detailkwesties, adviseerde Paulus de mensen om zich te houden aan die norm. Anders gezegd: wat in Babylonië vanzelfsprekend was, was dat in Korinthe niet (of niet meer). Paulus’ advies staat bovendien niet op zich. De christelijke auteur Tertullianus wijdde, ruwweg op het moment dat elders de Mishna werd samengesteld, dus rond 200 na Chr., een compleet traktaat aan de hoofddoek voor maagden – met andere woorden, voor niet-getrouwde vrouwen.

Hij erkent daarbij dat hij redeneert vanuit de christelijke waarheid en dat hij zich niet beroepen kan op de traditie, die dus anders was. Van een auteur die zich ook afvroeg wat Jeruzalem met Athene van doen had – met andere woorden: een auteur die de gangbare Mediterrane beschaving afwees – hadden we geen ander standpunt verwacht. Tertullianus bleef dan ook een minderheid en het latere canonieke recht bepaalde slechts dat mensen zich in een kerkgebouw netjes moesten kleden, waarbij men het advies van Paulus overnam: mannen blootshoofds, vrouwen liever met bedekt haar.

[Wordt vervolgd; een overzicht van passages uit het Nieuwe Testament is hier.]

#canoniekRecht #EersteBriefAanDeKorintiërs #hoofddoek #huwelijk #KalifaatVanDamascus #Mishna #NieuweTestament #Paulus #prostituees #rabbijnseLiteratuur #Tertullianus #traditie #vrouwenportretten #vrouwenrechten

Saturnus Africanus (1)

Saturnus Africanus (Musée du Bardo, Tunis)

Je hoeft geen Latijn te kennen om te begrijpen dat “Saturnus Africanus” de godheid Saturnus is zoals die werd vereerd met Afrikaanse rituelen. Wie Tunesië, Algerije of Marokko bezoekt, kan niet om deze Romeinse godheid heen, al was het maar omdat hij staat vermeld in bijna 2500 gepubliceerde Latijnse inscripties, gevonden van Karthago in het oosten tot Volubilis in het westen. Vaak staat hij op die inscripties ook afgebeeld; er zijn verder honderden afbeeldingen zonder tekst. Ook zijn 200 cultusplaatsen bekend. Het bovenstaande reliëf was tien jaar geleden een van de pronkstukken op de Karthago-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden; als u het daar niet zag, zult ervoor Tunis moeten, naar het Bardo-museum.

Van boven naar beneden herkent u de god, gezeten op een troon, met een scepter en een snoeimes in de hand, met vóór hem het hoofd van óf zijn echtgenote Venus Caelestis óf de zon. Onder hem ziet u degene die deze stèle heeft opgericht. Hij staat op het punt een lam te offeren. De vlammen laaien al op van het altaar. Er zijn honderden van dit soort afbeeldingen. De baardige godheid draagt vaak een kleed over het hoofd en gaat niet zelden vergezeld van de goddelijke Tweelingen of de Zon en Maan.

Hammon, Ba’al, Kronos, Saturnus

De Maghrebijnse Saturnus is een meervoudige godheid. Voor zover te reconstrueren was er eerst een Fenicische godheid, meegenomen door de Fenicische kolonisten aan de kust, en gecombineerd met een lokale godheid die we niet kennen. Deze Ba’al Hammon werd de stadsgod van Karthago, en had Tanit als echtgenote. Of zij een Fenicische of een plaatselijke godin is, is onbekend. De Grieken stelden de Karthaagse Ba’al Hammon gelijk aan hun Kronos, wat opmerkelijk is, aangezien ze in Fenicië de god El gelijkstelden aan hun Kronos. Toen de Romeinen de Maghreb overnamen, stelden ze de lokale Hammon ≡ de Fenicische Ba’al ≡ de hellenistische Kronos gelijk aan hun Saturnus, en omdat de inscripties zijn gesteld in het Latijn, is hij onder die naam het beste bekend.

Tanit werd voortaan aangeduid als Venus Caelestis, “hemelgodin”, wat ook al wonderlijk is, omdat de hemelgod meestal mannelijk is. Bovendien wordt Tanit ook gelijkgesteld aan Juno.

Saturnus Africanus met de goddelijke Tweelingen (Archeologisch museum, Sétif)

Wiens syncretisme?

Wat dit alles betekent? In elk geval dat de Grieken en Romeinen de lokale ideeën niet zomaar naar hun hand konden zetten. Ze konden zelf dan wel denken dat de hemel mannelijk was, maar konden er in de Maghreb niet omheen dat men het daar anders zag. En in de klassieke teksten mocht Kronos dan de Griekse naam zijn van de oosterse El, in Africa was Kronos/Saturnus gelijk aan Ba’al Hammon. De Romeinen hadden het maar te accepteren.

Dat de gelijkstelling niet plaatsvond op Romeinse maar inheemse voorwaarden, wordt bevestigd door het feit dat er geen Saturnus-inscripties bekend zijn uit Tripolitana, hoewel die regio in het noordoosten van het huidige Libië wél behoorde tot de provincie Africa Proconsularis. Als de Romeinen het syncretisme hadden verzonnen, zou de godheid overal Saturnus hebben geheten, maar de bewoners van Tripolitana bepaalden anders. Hier vinden we dus de verering van Jupiter Ammon.

Saturnus Africanus had ook geen Italisch takenpakket. Daar was Saturnus een vrij onbeduidende graangod. In de Maghreb was Saturnus een schepper, zorgde voor regen, beschermde behalve het graan ook andere gewassen, regelde de vruchtbaarheid van de dieren en mensen, liet de zon en maan opkomen, was aanwezig op grafvelden, garandeerde een eeuwig leven en beschermde de koning (bijvoorbeeld Juba II) en de keizer. Ook de verstedelijking ressorteerde onder Saturnus. Wat we dus zien is niet de romanisering van een Maghrebijnse godheid, maar de maghrebisering van een Italische god.

Evengoed waren er Romeinse invloeden, zoals de afbeeldingen met guirlandes en de geleidelijke vervanging van cultusplaatsen in het open veld of op heuveltoppen door meer klassieke tempels. Tertullianus, een christelijke auteur die uit Africa stamde en er dus met z’n neus bovenop zat, kent een andere Romeinse invloed: hij vertelt dat de kinderoffers die ooit aan de oude god werden gebracht, ten tijde van keizer Tiberius waren verboden. Op afbeeldingen zien we dat in plaats van een kind een schaap werd geofferd.

Een heuveltop met een tempel van Saturnus Africanus (Thuburbo Maius)

Uiteindelijk maakte de verering van de Maghrebijnse Saturnus plaats voor de overal in de Romeinse wereld steeds populairdere Christus. De inscripties en afbeeldingen worden zeldzamer naarmate het christendom populairder wordt. De laatste precies dateerbare Saturnus-inscriptie is uit 272, maar er zijn nog afbeeldingen uit de vierde eeuw en munten uit de tijd van de tijd van Theodosius I (r.378-395). De tempel van Venus Caelestis in Karthago functioneerde nog in het eerste kwart van de vijfde eeuw.

[wordt vervolgd]

#AfricaProconsularis #Algerije #BaälHammon #El #inscriptie #JubaII #Karthago #Kronos #Marokko #MauretaniaCaesariensis #MauretaniaTingitana #mensenoffer #Numidië #RomeinseReligie #Saturnus #SaturnusAfricanus #schaap #syncretisme #Tanit #Tertullianus #TheodosiusI #Tiberius #Tunesië #TweelingenHalfgoden_ #VenusPlaneet_ #VenusCaelestis #Volubilis