Keizerin Faustina II

Faustina II (Nationaal Museum, Tripoli)

In 161 na Chr. kwam keizer Marcus Aurelius aan de macht. Hij is interessant omdat de beeldvorming zo verschrikkelijk uit de pas loopt met zijn verdiensten. Enerzijds de beeldvorming: deze man was de ideale heerser, de filosoof op de troon waarover Plato een half millennium eerder al had nagedacht. Ik kan echter zo snel niets noemen waaruit blijkt dat zijn beleid werd ingegeven door welke wijsgerige gedachte dan ook. Marcus’ werkelijke verdiensten: de generaal die leiding gaf aan een van Romes grootste oorlogen. Hij deed gewoon wat van ’m werd verwacht.

Dat zijn zoon Commodus niet wilde deugen, heeft Marcus’ reputatie geholpen, want de Romeinse historiografische traditie zette graag contrasten neer: Drusus versus Tiberius, Titus versus Domitianus, Severus Alexander versus Heliogabalus, de good guy tegenover de bad guy. Commodus is dus te zeer geportretteerd als ontaard, Marcus is te zeer gepresenteerd als ideale heerser. Deze tendens heeft ook invloed op de portrettering van zijn echtgenote, keizerin Faustina II.

Faustina II (Altes Museum, Berlijn)

Ook zij deed wat van haar werd verwacht: ze zorgde voor een troonopvolger. De beeldvorming – en dus vrijwel alles wat we over haar denken te weten – is echter bepaald doordat haar man de ideale Marcus Aurelius was en doordat haar zoon de verdorven Commodus was.

Wat we weten

De feiten? Tegen het einde van zijn leven regelde Hadrianus zijn opvolging. Antoninus Pius zou hem opvolgen, mits hij de zeventienjarige Marcus Aurelius zou adopteren. Toen Antoninus in 138 inderdaad de troon besteeg, verloofde hij zijn adoptiefzoon meteen met zijn dochter, Faustina, acht jaar oud. Zo was van meet af aan duidelijk wie de troonopvolger zou zijn. Ze zouden zo’n vijf jaar later hebben kunnen trouwen maar de bruiloft was nog eens twee jaar later. Marcus Aurelius schrijft in zijn Persoonlijke notities dat hij dankbaar is hij zijn jeugdige onschuld redelijk lang heeft kunnen bewaren, niet te vroeg man is geworden en dat zelfs nog even heeft uitgesteld.noot Marcus Aurelius, Persoonlijke notities 1.17. Wat dit betekent, weten we niet.

Het echtpaar kreeg minstens elf kinderen, en het stemde hun vader dankbaar dat ze niet zwakbegaafd of mismaakt werden geboren,noot Marcus Aurelius, Persoonlijke notities 1.17. wat iets zegt over de verwachtingen die Romeinen hadden. De meeste kinderen stierven overigens jong. Wat Faustina daarvan dacht, laat zich weliswaar raden maar is niet overgeleverd.

Faustina II (Valkhof, Nijmegen)

We weten namelijk helemaal heel weinig over Faustina, ook niet vanaf het moment dat haar man keizer werd. De gebruikelijke munten, inscripties en een opvallend groot aantal portretten vertellen alleen het verhaal dat haar echtgenoot verteld wilde hebben – en dat verhaal komt neer op: dat wat van een keizerin werd verwacht. Dat stond nieuwe vormen van presentatie overigens niet in de weg: vanaf 174 draagt ze de eretitel mater castrorum, “moeder van de kazernes”. Logisch, want haar man was aan het front, Het zegt echter niets over Faustina zelf.

Laster

Een jaar later, in het voorjaar van 175, riep de gouverneur van Syrië, Avidius Cassius, zichzelf uit tot keizer, reagerend op een (onwaar) bericht dat Marcus Aurelius was overleden. De usurpatie was al snel voorbij, maar de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio vertelt dat Faustina de kwade genius was geweest achter de mislukte putsch.noot Cassius Dio, Romeinse geschiedenis 72.22.3. Haar man was ziek, vertelt Dio, en Faustina wilde vermijden dat haar nog jonge zoon Commodus belandde in een burgeroorlog, en spoorde daarom Avidius aan in opstand te komen, opdat een sterke heerser de macht zou overnemen. Zij zou dan met hem trouwen. Toen Avidius Cassius het onware bericht kreeg dat de keizer dood was, kwam hij dus in actie.

De Historia Augusta noemt dit alles ook, met de uitdrukkelijke toevoeging dat dit geruchten waren.noot Historia Augusta, Marcus Aurelius 24.6 en Avidius Cassius 7.7 en 11.1. Cassius Dio insinueert verder dat Faustina’s dood, nog in hetzelfde jaar, zelfmoord was.

Dit verhaal is onzin. Avidius Cassius had twee zonen en zou nooit Commodus voorrang hebben gegeven. Als er zelfs maar een kern van waarheid in het verhaal zou hebben gezeten, zou Marcus zijn overleden echtgenote geen goddelijke eerbewijzen hebben gegeven en haar in zijn Persoonlijke notities niet hebben getypeerd als “een goede vrouw, volgzaam, lief en eenvoudig”.noot Marcus Aurelius, Persoonlijke notities 1.17. Uiteraard was dit wat een Romeinse man geacht werd in het openbaar over zijn Romeinse vrouw te zeggen, maar de Persoonlijke notities zijn wel degelijk persoonlijk.

Faustina II (British Museum, Londen)

Fictie en feit

Waarom presenteert Dio de fictie als feit? Omdat hij Commodus presenteert als monster. De goede Marcus Aurelius kon de vader niet zijn. Dus moest Faustina zijn vreemdgegaan met een gladiator. En als toch vaststond dat ze eenmaal vreemd was gegaan, lag het voor de hand dat ze het nog een keer zou kunnen doen.

Kortom: eigenlijk weten we over Faustina vrijwel niets. Als echtgenote van de keizer kreeg ze obligate complimenten die corresponderen met wie hij was: een generaal. Als moeder van Commodus kreeg ze verwijten die corresponderen met wie dat was: een monster. Bijna alle informatie is dus afgeleid van de positie van haar man en haar zoon. En dan is opvallend dat de beeldvorming over Marcus Aurelius, dat hij zo filosofisch was, zich niet tot haar uitstrekt. Maar wat dat betekent? In elk geval ik heb geen idee.

***

Tot 23 november is in het Rheinisches Landesmuseum in Trier een expositie over Marcus Aurelius.

#AvidiusCassius #CassiusDio #Commodus #FaustinaII #HistoriaAugusta #keizerin #MarcusAurelius #RomeinsKeizerschap

De opstand van Avidius Cassius

Portret van een Romeinse man, dus niet per se Avidius Cassius (Archeologisch museum, Thessaloniki)

Jaren geleden maakte ik een overzicht van alle Romeinse keizers en usurpatoren – het is nog steeds hier te zien – met foto’s van portretbustes en munten en dergelijke. Ik voegde er wat linkjes bij die leidden naar pagina’s met de voornaamste biografische gegevens en bronnen. Leuk om te doen, maar soms lastig. Van een van de heersers kon ik namelijk almaar geen plaatje vinden: Avidius Cassius.

Op zich niet zó vreemd. Hij regeerde maar een paar weken, en dan ook nog alleen in een deel van het rijk. Maar toch. Er zijn keizers geweest die korter regeerden, zoals Gordianus I en Gordianus II, en van hen zijn wel portretten bekend. Ik deed eens navraag bij het Bode-Museum in Berlijn, dat een fenomenale collectie munten én een aardige publieksdienst heeft, en die vertelden me dat er geen munten van Avidius Cassius waren. En dat, dat is interessant.

Rector totius Orientis

Maar eerst even dit. Avidius Cassius was een succesvolle Romeinse generaal die zich onderscheidde in de Parthische Oorlog van Lucius Verus, de medekeizer van Marcus Aurelius. Ik schreef al dat hij in 165 de Parthische hoofdsteden aan de Tigris bereikte en Seleukeia brandschatte en in Ktesifon het paleis van de Parthische koning Vologases IV vernietigde. Marcus Aurelius benoemde hem tot rector totius Orientis, wat wil zeggen dat hij toezicht moest houden op het hele oosten. Lucius Verus had een soortgelijke positie gehad. Het betekende dat Avidius Cassius instructies kon geven aan een stuk of negen legioenen, ruwweg een derde van de Romeinse landstrijdkrachten.

Hij controleerde ook de handel met Arabië en Indië, en dat was goed voor een groot deel van de staatsinkomsten. Ook dat is weleens geschat op een derde, maar eerlijk gezegd ben ik daarvan niet overtuigd. In elk geval: hij beschikte over aanzienlijke militaire en financiële middelen. Marcus Aurelius vertrouwde hem.

Opstand

Des te groter was de schok toen hij begin 175 in opstand kwam. Avidius Cassius was de man van wie niemand het had verwacht en de man die het Marcus Aurelius heel moeilijk kon maken. Daarom brak de keizer de oorlog tegen de noordelijke stammen voortijdig af, om op te rukken naar het oosten vóór de situatie uit de hand liep.

Tot op de dag van vandaag weten we niet wat Avidius Cassius bewoog. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio meent dat Marcus Aurelius zwaar ziek was, dat keizerin Faustina II vreesde voor zijn leven en daarom het initiatief nam om de op één na machtigste man in het rijk alvast ten huwelijk te vragen. Zo hoopte ze, als haar echtgenoot overleed, een burgeroorlog vóór te zijn. Zo’n burgeroorlog zou immers funest uitpakken voor haar nog veel te jonge zoon, prins Commodus.

Als dit waar is – en ik geloof niet dat er veel oudhistorici zijn die het geloven – is Faustina wel naïef geweest. Elke keizer die zijn macht aan iemand anders te danken had, zou ervoor zorgen dat de “king maker” meteen uit de weg werd geruimd. Claudius ruimde Cassius Chaerea op, Nero vermoordde Agrippina, Vespasianus werkte Antonius Primus weg. Faustina’s initiatief zou zijn neergekomen op zelfmoord. Bovendien had Avidius Cassius zelf twee zonen en zou hij meteen Commodus hebben opgeruimd.

Het enige dat we zeker denken te weten is dat toen Avidius Cassius het (onjuiste) gerucht vernam dat Marcus Aurelius was overleden, hij een gooi naar de macht deed. Een staatsgreep dus tegen Commodus, de legitieme, in het purper geboren troonopvolger.

De-escalatie

Een staatsgreep, bovendien, die eigenlijk keurig verliep. Avidius Cassius gaf meteen instructies om zijn “overleden” voorganger te vergoddelijken, zoals gebruikelijk was. Er was een nieuwe keizer, lijkt hij te hebben willen zeggen, maar er was verder geen breuk met het goede beleid van zijn voorganger. Al vrij snel vernam hij dat Marcus Aurelius nog in leven was, en dat kan verklaren waarom hij geen munten sloeg. De-escalatie.

Marcus Aurelius formeerde niet alleen snel een leger om naar het oosten op te rukken, zoals hij wel doen moest, maar bood tevens clementie aan. De-escalatie. Avidius Cassius kon die echter niet aannemen. Alleen Julius Sabinus, de vijfde keizer uit het Vierkeizerjaar 69, had ooit het purper afgelegd en Vespasianus had hem meteen uit de weg laten ruimen. Dat zou ook het lot van Avidius Cassius zijn geweest, want Marcus Aurelius was wel spreekwoordelijk goed maar niet gek.

Uiteindelijk maakten de soldaten een einde aan het leven van Avidius Cassius. Mede daardoor hebben we weinig informatie: hij regeerde te kort en kreeg de gelegenheid niet zijn eigen verhaal te doen.

***

Tot 23 november is in het Rheinisches Landesmuseum in Trier een expositie over Marcus Aurelius.

#AvidiusCassius #CassiusDio #Commodus #FaustinaII #LuciusVerus #MarcusAurelius #ParthischeRijk #usurpator

Lucius Verus versus de Parthen

Lucius Verus (Torloniacollectie, Rome)

In 115 ontketende de Romeinse keizer Trajanus (r.98-117) een enorme oorlog tegen het Parthische Rijk. Hij liep de bufferstaat Armenië onder de voet en gelastte zijn legioenen om langs de Tigris en de Eufraat op te rukken naar de Perzische Golf. Een boottochtje vormde het triomfantelijke hoogtepunt van de operatie. Maar meteen daarna waren er opstanden en Trajanus’ opvolger Hadrianus (r.117-138) ontruimde de gebieden. Evengoed zat de schrik er goed in bij de Parthen: decennia lang bleef het rustig. De opbloeiende handel van een stad als Palmyra documenteert de zegeningen van de vrede.

Crisis

Tijdens Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius (r.138-161) bleef het aan de Eufraatgrens rustig en de Romeinen verwachtten dan ook geen onoverkomelijke moeilijkheden toen Marcus Aurelius en zijn broer Lucius Verus aantraden. De nieuwe keizers werden totaal overrompeld door het offensief van de Parthische koning Vologases IV, die niet alleen het Romeinse Rijk binnenviel maar ook de gouverneur van Cappadocië versloeg. Een van de legioenen (VIIII Hispana of XXII Deiotorana) werd vernietigd. De Parthen versloegen ook de gouverneur van Syrië, installeerden in Armenië een vazalkoning en vervingen in het bufferstaatje Edessa de pro-Romeinse koning Manu door een eigen vorst.

Terzijde: ik schreef weliswaar dat de Romeinen geen onoverkomelijke moeilijkheden verwachtten, maar het is aannemelijk dat ze wel iets hebben zien aankomen. Het bewijsstuk is de inscriptie die bekendstaat als EDCS-12401969: ze vermeldt iemand die door Antoninus Pius aan het hoofd van versterkingen naar Syrië is gestuurd. Van de andere kant: het duurde even voordat de Romeinen hun eigen troepenmacht gereed hadden. Een verlaging van het zilvergehalte van de Romeinse munten bewijst dat men onverwacht snel extra geld in omloop moest brengen om de oorlog te financieren.

Lucius Verus reisde pas na een jaar af naar het oosten om persoonlijk leiding te geven aan de oorlog. Het was menens. Keizerlijke aanwezigheid aan het front was al een kwart eeuw niet meer voorgekomen. De laatste keer was Hadrianus’ oorlog tegen Bar Kochba geweest.

The Empire Strikes Back

Verus, die nog geen frontervaring had, bleef overigens op de achtergrond en liet de concrete leiding van de operaties over aan generaals die al wel eens hadden gevochten. Begin 163 rukten de legioenen op naar Armenië, waar ze Artaxata innamen en een nieuwe koning installeerden in een van een Romeins garnizoen voorziene nieuwe hoofdstad. Een emissie van goudstukken waarop de Romeinse keizers de eretitel Armeniacus voeren, bewijst hoe blij ze waren dat ze de schande hadden uitgewist.

Lucius Verus Armeniacus (Valkhof, Nijmegen)

Een tweede operatie vond in 164 plaats aan de Eufraat, waar generaal Avidius Cassius de stad Edessa innam en de pro-Romeinse koning Manu weer op de troon plaatste. De Parthische koning Vologases had dus twee recent aangestelde bondgenoten verloren, en lijkt door anderen in de steek te zijn gelaten. Avidius Cassius profiteerde ervan door op te rukken langs de Eufraat, het verzwakte Parthische leger te verslaan bij Doura Europos en het huidige Raqqa in te nemen. In het volgende jaar stootte hij door naar de Parthische hoofdsteden Seleukeia en Ktesifon, gelegen aan de Tigris. Seleukeia brandde hij plat en in Ktesifon maakte hij het koninklijk paleis met de grond gelijk. De Parthen waren verslagen en de twee Romeinse keizers vierden het door eretitels als Parthicus Maximus aan te nemen.

In het volgende jaar, 166, opereerden de legioenen in het gebied dat de Romeinen Atropatene noemden en wij Azerbaijan. Deze operatie werd echter afgebroken. Onze voornaamste bron, een uittreksel uit het geschiedwerk van de Grieks-Romeinse auteur Cassius Dio, meldt dat Avidius Cassius terugkeerde met grote verliezen aan mensenlevens.noot Cassius Dio, Romeinse geschiedenis . Misschien kwam dat door de uitbraak van een epidemie, waarover ik nog zal bloggen, maar het leger kan ook een nederlaag hebben geleden. Het uittreksel is te kort en te verward om meer te weten.

Een vredesverdrag volgde: in Armenië werd de status quo hersteld, de Parthen erkenden het Romeinse gezag in Edessa en in Doura Europos, en Lucius Verus bezat de tact om in die laatste stad geen troepen uit Italië te stationeren maar hulptroepen uit Palmyra. Evengoed was Romes invloed nu uitgebreid over de Eufraat en werden voor de overwinning overal in de Romeinse wereld monumenten opgericht. Het Parthenmonument in Efese en de ereboog in het Libische Tripoli zijn maar twee voorbeelden.

De ereboog in Tripoli

***

Tot 23 november is in het Rheinisches Landesmuseum in Trier een expositie over Marcus Aurelius.

#AntonijnseEpidemie #Artaxata #Atropatene #AvidiusCassius #Azerbaijan #CassiusDio #DouraEuropos #Efese #epidemie #Eufraat #Irak #Ktesifon #LuciusVerus #ManuVanEdessa #MarcusAurelius #Palmyra #Parthenmonument #ParthischeRijk #SeleukeiaAanDeTigris #Syrië #TripoliLibië_ #VologasesIV

IIII Flavia Felix

De samenvloeiing van Donau en Sava, gezien vanaf de basis van IIII Flavia Felix (Belgrado)

Zoals ik vertelde in het vorige blogje, was IIII Macedonica uit Mainz in ongenade gevallen doordat het Rijnleger tijdens de Bataafse Opstand (69-70 na Chr.) opzichtig had gefaald. Keizer Vespasianus herformeerde het echter onder de naam IIII Flavia en stationeerde het in Burnum, het huidige Kistanje in Kroatië.

Hoewel veel soldaten vanuit het oude legioen naar het nieuwe zullen zijn overgeplaatst, waren er ook rekruten uit Noord-Italië en wellicht Zuid-Gallië. Gnaeus Julius Agricola (de toekomstige schoonvader van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus) hield toezicht op de feitelijke formering van het legioen. Omdat het insigne van de vernieuwde eenheid bestond uit het sterrenbeeld Leeuw, is het mogelijk dat het eind juli of begin augustus 70 officieel werd opgericht.

Burnum

De eerste basis was dus Burnum in de provincie Dalmatië. Daar verving IIII Flavia XI Claudia, dat naar het Rijnland was overgeplaatst. Stuivertje wisselen dus. De aanwezigheid van het Vierde blijkt uit een aantal inscripties en verschillende dakpannen en bakstenen. Onder de soldaten bevond zich Javolenus Priscus, een van de bekendste juristen tijdens de regering van keizer Trajanus.

Dakpanfragment van IIII Flavia Felix (Archeologisch Museum, Zadar)

In de eerste jaren van zijn bestaan ​​​​ ontving IIII Flavia de eretitel titel Felix, “gelukkig”. Het is denkbaar dat het deze titel al vanaf de oprichting droeg, maar het is waarschijnlijker dat het een overwinning herdacht, misschien op de Daciërs, die in de komende veertig jaar gevaarlijke vijanden waren. Ze woonden in het moderne Roemenië, ten noorden van de Donau.

De Dacische Oorlogen

De Daciërs vielen het Romeinse Rijk binnen in 86 na Chr., en versloegen de legioenen die Moesia moesten verdedigen. Keizer Domitianus reorganiseerde de grensverdediging en bereidde de regio voor op oorlog. De provincie Moesia werd in tweeën gesplitst, en IIII Flavia Felix moest Moesia Superior verdedigen, d.w.z. de westelijke helft van de zone langs Beneden-Donau. Daartoe werd het overgeplaatst naar Singidunum ofwel Belgrado, hoewel een kort verblijf in Viminacium (Kostolac in Servië) niet valt uit te sluiten. Resten van de legioenbasis in Belgrado zijn gevonden in het enorme fort Kalemegdan dat zich nog altijd verheft bij de samenvloeiing van Donau en Sava.

In 88 viel een grote Romeinse legergroep Dacië binnen. Generaal Tettius Julianus versloeg koning Decebalus bij Tapae; IIII Flavia Felix was een van de negen betrokken legioenen. Helaas verhinderde de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus, blijvend succes (89 na Chr.).

In 98 gaf keizer Trajanus, net aangetrede, het legioen opdracht wegen aan te leggen in de regio ten noorden van de Donau, waar Tibiscum (het huidige Jupa) werd gesticht. Het doel was de beheersing van enkele kopermijnen, maar het betekende ook dat de IJzeren Poort voortaan van beide kanten door Romeinse troepen was beschermd.

Vier jaar later nam IIII Flavia Felix deel aan de Dacische campagne van Trajanus en was het korte tijd gestationeerd in de hoofdstad van de geannexeerde gebieden, Sarmizegetusa. (Het garnizoen bestond verder uit I Adiutrix en XIII Gemina.) Een onderafdeling bouwde een fort nabij Arad in het westen van Roemenië, waar het een oogje hield op de Sarmaten, een stam in het oosten van Hongarije die in 92 nog XXI Rapax had vernietigd. Dit fort beheerste ook de weg langs de rivier de Mures, die Dacië verbond met de Romeinse gebieden in Pannonië (West-Hongarije).

Belgrado

Trajanus’ opvolger Hadrianus stuurde het legioen terug naar Belgrado en gaf een deel van de veroveringen op, maar de Romeinse troepen bleven patrouilleren langs de Mures-weg. Een onderafdeling van IIII Flavia Felix was gestationeerd in Apulum (Alba Julia), beroemd om zijn goudmijnen.

Inscriptie van IIII Flavia Felix (Archeologisch Museum,
Sremska Mitrovica)

Het staat vast dat het legioen verschillende wegen in Moesia Superior heeft bewaakt. Een inscriptie vermeldt een politiepost in Naissus (het huidige Niš aan de Morava); een andere post was Ulpiana aan de Donau, waarvandaan een weg leidde naar Thessaloniki en de Egeïsche Zee, en een andere naar Scodra en de Adriatische Zee.

De tweede eeuw

Het gebeurde in de tweede en derde eeuw steeds vaker dat, als er ergens een crisis was, de keizer verschillende legioenen vroeg een onderafdeling te sturen. Die werden dan samengevoegd tot een nieuwe eenheid. Soldaten uit verschillende regio’s konden zo van elkaar leren, terwijl de grensverdediging nergens een storend groot gat kreeg. Tijdens het bewind van Antoninus Pius (r.138-161) was een onderafdeling van IIII Flavia Felix in Mauretanië om te vechten tegen de Mauri.

Het Vierde Flavische, Gelukkige Legioen speelde een belangrijke rol in de campagnes van keizer Marcus Aurelius (r.161-180) tegen de stammen aan de overzijde van de Midden-Donau. De oorlog verliep goed en het leek erop dat de Romeinen Bohemen zouden annexeren, maar een vals bericht in 175 dat Marcus was overleden lokte een opstand uit in het oosten, waar Avidius Cassius zichzelf uitriep tot keizer. Hoewel de oostelijke troepen loyaal bleven, besloot Marcus de oostelijke provincies te bezoeken. Pas in 178 werd de oorlog hernomen en opnieuw hadden de Romeinen de overhand. De details blijven onduidelijk, maar zeker is dat IIII Flavia Felix een belangrijke rol speelde.

Een van de officieren van het legioen in de jaren 180 was Clodius Albinus, die zich in 193, na de dood van Pertinax, in Brittannië uitriep tot keizer. Hij was niet de enige kandidaat. De Donaulegioenen plaatsten Lucius Septimius Severus, de gouverneur van Pannonia Superior, op de troon en versloegen voor hem eerst Didius Julianus in Rome, vervolgens Pescennius Niger in Syrië en tot slot Clodius Albinus bij Lyon.

Een onderafdeling van IIII Flavia Felix nam onder Septimius Severus deel aan een campagne tegen het Parthische Rijk. De commandant van het legioen was op dat moment Gaius Julius Avitus Alexianus, de zwager van de keizer.

Grafsteen van een soldaat van IIII Flavia Felix (Apameia)

Late Oudheid

In de derde eeuw voerde Rome verschillende oorlogen tegen de opvolgers van de Parthen, de Sassanidische Perzen. Dat IIII Flavia Felix aan ten minste één van die campagnes heeft deelgenomen, is waarschijnlijk, omdat een grafsteen van een legionair is gevonden in Kyrrhos in Syrië. Een inscriptie uit Spiers aan de Midden-Rijn moet behoren tot een van de oorlogen tegen de Alamannen: misschien die van Caracalla in 213, of die van Severus Alexander in 235, of die van Maximinus Thrax in 235-236, of een vergeten campagne. Opnieuw moet een onderafdeling van IIII Flavia Felix het Donaugebied hebben verlaten. Het Vierde was ook betrokken bij de gevechten rond de Harzhorn, diep in Duitsland, waar veel Romeinse vondsten een veldslag tijdens de regering van Maximinus Thrax documenteren.

IIII Flavia Felix was rond 300 na Chr. nog in Belgrado, toen iemand een inscriptie wijdde aan de genius (“goede geest”) van het legioen. Samen met de nieuw opgerichte eenheden V Iovia en VI Herculia beschermde het de belangrijke stad Sirmium (Sremska Mitrovica). In 273 waren soldaten van IIII Flavia Felix (en vier andere legioenen) betrokken bij wegenbouwactiviteiten in Jordanië, zoals blijkt uit een inscriptie uit Qasr el-Azraq.

Het Vierde Flavische legioen was nog steeds in Moesia Superior in de vierde eeuw. De laatste vermelding is in de tekst die bekendstaat als Notitia Dignitatum (c.394, misschien later). Daarna verdwijnt het legioen uit onze bronnen.

#Alamannen #AlbaJulia #AntoninusPius #Apulum #AvidiusCassius #Belgrado #Burnum #Caracalla #ClodiusAlbinus #Dacië #Dalmatië #Decebalus #DidiusJulianus #Domitianus #GaiusJuliusAvitusAlexianus #genius #GnaeusJuliusAgricola #Hadrianus #Harzhorn #IAdiutrix #IIIIFlaviaFelix #IIIIMacedonica #IJzerenPoort #JavolenusPriscus #Kalemegdan #LeeuwSterrenbeeld_ #legioen #LuciusAntoniusSaturninus #MarcusAurelius #Mauri #MaximinusThrax #Moesia #Naissus #NišNaissus_ #NotitiaDignitatum #PescenniusNiger #PubliusHelviusPertinax #RomeinsLeger #Sava #SeptimiusSeverus #SeverusAlexander #Singidunum #Sirmium #Tapae #TettiusJulianus #Tibiscum #Trajanus #VAlaudae #VIovia #VIHerculia #XIClaudia #XIIIGemina #XXIRapax