De Thraciërs (4)

Seuthes III (Archeologisch museum, Sofia)

[Dit is het vierde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Lysimachos

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, slaagde de Macedonische officier Lysimachos er in de jaren na de dood van Alexander de Grote (323 v.Chr.) niet in om de Odrysische leider Seuthes III te onderwerpen. De Macedoniërs imiterend stichtte ook Seuthes een stad die hij naar zichzelf noemde, Seuthopolis. (De resten ervan bevinden zich op de bodem van een stuwmeer in de Vallei van de Thracische Koningen.) De Panagyurishte-schat, die in Macedonië niet zou hebben misstaan, dateert uit deze jaren en bewijst dat de Thracische elite culturele aansluiting zocht bij de Grieks-Macedonische wereld.

Pas na een decennium lijkt Lysimachos de situatie meester te zijn geweest; Seuthes erkende hem als heerser, maar bleef zelf aan en lijkt nog rond 295 in leven te zijn geweest. Seuthes’ graf is teruggevonden in de Vallei van de Thracische Koningen en is interessant omdat het bronzen hoofd van Seuthes III ritueel is begraven in de toegang. Het lichaamloze hoofd doet denken aan de mythe dat het lichaamloze hoofd van Orfeus bleef zingen: een soort minachting voor de dood.

Kruik uit de Panagyurishte-schat (Historisch museum, Sofia)

Lysimachos’ pogingen zijn macht uit te breiden tot voorbij de Donau, liepen op niets uit. De Geten namen hem gevangen en dwongen hem om enkele veroverde gebieden af te staan. Enkele jaren later verloor Lysimachos het leven in een veldslag tegen een andere opvolger van Alexander, Seleukos I Nikator, de stichter van het Seleukidische Rijk. Omdat juist in deze tijd ook de Kelten – of, iets preciezer: de Galaten – een inval deden, was de situatie volkomen chaotisch.

Intermezzo

De Galaten werden in 277 v.Chr. verslagen door de Macedonische koning Antigonos II Gonatas. Bronnenschaarste maakt het lastig de verdere geschiedenis te beschrijven. We lezen over een Seleukidische inval in 252, en het lijkt erop dat bij die gelegenheid Seuthopolis is belegerd en verwoest. Het heeft er de schijn van dat een door Kelten gedomineerde roofstaat, aangeduid als Tylis, een tijd lang de bewoners van Thracië heeft weten af te persen. Plaatsnamen eindigend op –dava, “versterking”, documenteren Keltische nederzettingen.

De Grieks-Romeinse auteur Polybios weet dat de Thraciërs uiteindelijk een einde maakte aan dit schrikbewind, maar hij identificeert ze niet preciezer dan als “de Thraciërs”.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 4.46.4.

Keltische sieraden (Historisch Museum, Sofia)

Tegen het einde van de derde eeuw, toen vrijwel alle grote mogendheden elkaar bestreden en niemand de gelegenheid had om de Thraciërs te steunen, probeerde de Macedonische koning Filippos V zijn macht uit te breiden over de gebieden die Filippos II anderhalve eeuw had veroverd. Hij had enig succes, maar verloor de gewonnen gebieden weer toen de Romeinen, die inmiddels de Tweede Punische Oorlog hadden gewonnen, hun aandacht vestigden op de Balkan. Tien jaar na deze Tweede Macedonische Oorlog (200-197 v.Chr.) slaagde Filippos er desondanks in grote delen van Thracië te onderwerpen.

De Thracische volken herwonnen hun onafhankelijkheid weer toen de Romeinen in 168 v.Chr. Macedonië opknipten in vier republieken. Hoewel: echt onafhankelijk waren de Thraciërs niet: we lezen over gijzelaars die verblijven in Rome. De diverse Thracische groepen waren dus feitelijk vazallen.

[Wordt overmorgen vervolgd]

#AntigonosIIGonatas #FilipposV #Galaten #Geten #Lysimachos #Odrysen #Orfeus #PanagyurishteSchat #Polybios #SeleukidischeRijk #SeleukosINikator #SeuthesIII #Seuthopolis #Thracië #ValleiVanDeThracischeKoningen

De Thraciërs (3)

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

[Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Perzische tijd

In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

Een Thracische vaas met afbeeldingen van wilde dieren (Metropolitan Museum, New York)

Staatsvorming

Na het midden van de vijfde eeuw krijgen we zicht op de geschiedenis van Thracië. We kennen de namen van de koningen van de Odrysen: eerst een Teres, dan een Sitalkes en vervolgens, na diens gewelddadige dood in een oorlog tegen de Triballiërs, zijn neef Seuthes I (r.424-410). Daarop volgden andere heersers, zoals Seuthes II, bij wie de Griekse huurlingenleider Xenofon de winter van 401/400 doorbracht. Dit was geen stamsamenleving meer, dit was een staat, een koninkrijk. De residentie van de koningen zal zijn geweest in het gebied dat nu bekendstaat als de Vallei van de Thracische Koningen, waar zo’n 1500 grafheuvels zijn geïdentificeerd. De meeste zijn nog niet onderzocht.

Thracische rhyton uit de Borovo-schat (Archeologisch Museum, Ruse)

Die vallei ligt aan de zuidelijke kant van het Balkangebergte. Ook aan de noordelijke zijde ontstonden vroege staten, al zijn die slechter bekend, en kan het gaan om gebieden die door de Odrysen werden beheerst. Dat laatste wordt gesuggereerd door een inscriptie op een drinkbeker uit de Borovo-schat, die is gevonden in het gebied van de Geten aan de Donau: de beker is een geschenk van de Odrysische vorst Kotys I (r.383-359) aan een Getische leider. Minimaal waren de contacten hartelijk, mogelijk was er een gezagsverhouding.

De Letnitsa-schat, feitelijk het beslag van een paard, is wat verder stroomopwaarts gevonden en heeft een wat traditionelere beeldentaal. Ze toont dat de edelsmeedkunst ook hier op een hoog niveau stond, wat suggereert dat er een vorst was die de smid in dienst kon nemen.

Paardenbeslag (Letnitsa-schat, Regionaal Historisch museum, Lovech)

De Macedonische overheersing

Na ruim een eeuw, waarin de Odrysische dynastie haar macht had kunnen uitbreiden over grote delen van Thracië, was er ineens een dramatische ommekeer in de geschiedenis van de regio. In het westen lag Macedonië, dat tot dan toe te verdeeld was geweest om een grote politieke rol te spelen. Dat veranderde echter met de troonsbestijging van koning Filippos II (r.359-336), die een agressieve politiek voerde ten opzichte van zijn op dat moment verdeelde oosterburen.

We kunnen drie oorlogen onderscheiden: de eerste van 357 tot 351, een tweede van 342 tot 340, met daar tussenin een korte campagne in 346 om te verhinderen dat Athene voet aan de grond kreeg. De stichting van Filippoi en Filippopolis in het gebied van de Bessers, het huidige Plovdiv, maakte duidelijk dat de Macedoniërs waren gekomen om te blijven.

Thracische helm (Archeologisch Museum, Sofia)

Filippos onderwierp ook de gebieden ten noorden van de Balkan en bereikte de Donau, waar zijn zoon en opvolger Alexander de Grote enkele jaren later, in 335, overheen trok. Als zijn tegenstanders worden Triballiërs en Geten genoemd. Alle vier grote Thracische groepen waren nu aan de Macedoniërs onderworpen, en we horen regelmatig van Thracische cavalerie tijdens Alexanders oostelijke veldtocht. Een groep Thraciërs werd achtergelaten als garnizoen in het verre Indusland.

Na de dood van Alexander had de Macedoniër Lysimachos over Thracië moeten heersen, maar inmiddels waren op allerlei plaatsen opstanden uitgebroken: India was al voor Macedonië verloren gegaan tijdens de regering van Alexander, de gedemobiliseerde soldaten in Sogdië (zeg maar Oezbekistan) wilden terug naar Europa, de Griekse stadstaten rebelleerden en ook de Odrysen schudden het juk af. Lysimachos slaagde er niet in de Odrysische leider Seuthes III te overwinnen.

[Wordt vanmiddag vervolgd]

#AlexanderDeGrote #Athene #Bessers #BorovoSchat #DariusIDeGrote #Filippoi #FilipposII #Geten #HerodotosVanHalikarnassos #KotysI #LetnitsaSchat #Lysimachos #Odrysen #Persepolis #Plovdiv #SeuthesI #SeuthesII #SeuthesIII #Sitalkes #TeresI #Thracië #Triballiërs #ValleiVanDeThracischeKoningen #Xenofon

Het mausoleum van Belevi

Sculptuur uit het mausoleum van Belevi

De geschiedenis van de opvolgers van Alexander de Grote, de zogeheten Diadochen, is eigenlijk iets te complex. Zijn voornaamste officieren raakten eerst slaags over de vraag als regenten moesten optreden voor Alexanders zwakbegaafde broer, en belandden vervolgens in een reeks oorlogen, waarin de koninklijke dynastie steeds meer op de achtergrond raakte en vervolgens de rijkseenheid verloren ging. De oorlogen gingen net zo lang door tot al het door Alexander op de Perzen veroverde edelmetaal was uitgegeven aan soldij.

De beslissende slag was daarom die bij Ipsos, in 301 v.Chr., want daarna was er geen geld meer. Voor enige tijd lagen de grenzen vast: een machtig rijk in Egypte voor Ptolemaios I Soter, een immens Aziatisch rijk voor Seleukos I Nikator, in het aloude Macedonië een rijk voor Demetrios de Stedendwinger en in Thracië en Klein-Azië een rijk voor Lysimachos. In de meeste geschiedenisboeken staat het allemaal nog beknopter, want voor vrijwel alle doelen die je als auteur wil bereiken, kun je makkelijk twee decennia overslaan en doorgaan naar het eindresultaat.

Het mausoleum van Belevi

Maar het gaat me vandaag even om die Lysimachos. In de bronnen is hij geen opvallend figuur, hoewel hij een van Alexanders adjudanten is geweest en na diens dood satraap werd in het rijke en strategisch belangrijke Thracië – zeg maar Bulgarije. Na de slag bij Ipsos voegde hij daar dus Klein-Azië aan toe, en verplaatste hij zijn residentie naar Efese, waar hij deed wat elke antieke machthebber deed: een eigen bouwprogramma uitvoeren. Daarbij hoorde ook zijn mausoleum, dat veertien kilometer van zijn residentie verrees op een plek die tegenwoordig Belevi heet.

Lysimachos (Museo archeologico nazionale, Napels)

Het mausoleum is geïnspireerd door het Mausoleum van Halikarnassos. De basis met daarin de grafkamer was een vierkant van zo’n dertig bij dertig meter, en was ongeveer tien meter hoog. De wanden waren bedekt met marmerplaten. Daar bovenop verhief een galerij, die was voorzien van achtentwintig pilaren. Helemaal bovenaan stond vermoedelijk een piramideachtig dak, dat was bekroond met Lysimachos’ standbeeld.

Lysimachos’ einde

Hij is er nooit begraven. Na bijna twee decennia betrekkelijke rust braken er nieuwe oorlogen uit. De inmiddels tachtigjarige Lysimachos probeerde zijn macht uit te breiden in Griekenland, wat hem nogal wat vijanden opleverde. Het kruitvat was klaargezet. In januari 281 overleed Ptolemaios I, die altijd een stabiliserende factor was geweest. Tegelijk was er een dynastieke crisis in de familie van Lysimachos, die zijn zoon en beoogde opvolger Agathokles liet doden. Dit was de lont in het kruitvat.

De schamele resten van het mausoleum van Belevi

Agathokles was getrouwd geweest met Lysandra, de zus van Ptolemaios’ opvolger Ptolemaios II Filadelfos. Na de executie van haar echtgenoot vluchtte zij naar Seleukos, die hier een aanleiding in zag om de oorlog te verklaren aan Lysimachos, die zich ineens bedreigd zag door partijen in Europa, Egypte én Azië. Seleukos rukte meteen op: niet alleen kon hij, als hij Lysimachos versloeg, diens rijk toevoegen aan zijn eigen bezittingen, maar via de Ptolemaïsche prinses maakte hij ook aanspraak op de troon in Egypte. De gedachte dat hij het Alexanderrijk zou herenigen, moet door zijn hoofd hebben gespeeld.

En hij had succes. In februari 281 stonden Seleukos’ legers op de Kyrosvlakte, even ten oosten van het huidige Izmir, tegenover de troepen van Lysimachos, die niet alleen de slag maar ook zijn leven verloor en nooit werd begraven in zijn eigen mausoleum. Ik weet niet waar hij wel is begraven. Seleukos reisde verder richting Europa, stak de Hellespont over en werd, toen hij voet op Europese bodem zette, vermoord. Een van zijn metgezellen, Filetairos, verzorgde diens uitvaart en werd door Seleukos’ opvolger Antiochos I Soter (r.281-261) erkend als heerser van Pergamon.

Griffioen (Archeologisch museum, Selçuk)

En dus

En zo stond het mausoleum van Belevi dus leeg. Maar niet voor lang. Antiochos I werd opgevolgd door Antiochos II Theos (r.261-246), die een flink deel van zijn regering doorbracht in het huidige Turkije. Daar is hij overleden en hoewel we het niet zeker weten – wanneer weten oudheidkundigen ooit iets zeker? – lijkt hij te zijn bijgezet in Belevi.

Het is tegenwoordig een nogal troosteloze puinhoop, maar de sculptuur in het museum van Izmir mag er wezen: het gaat om de strijd tussen mensen en kentauren, en ook zijn daar wat griffioenen te zien. Twee andere griffioenen en de sarcofaag, die ik vergeten ben te fotograferen, staan in het museum van Selçuk.

#AlexanderDeGrote #AntiochosISoter #AntiochosIITheos #Belevi #DemetriosDeStedendwinger #Diadochen #Efese #FiletairosVanPergamon #Kyrosvlakte #Lysimachos #MausoleumVanHalikarnassos #PtolemaiosISoter #PtolemaiosIIFiladelfos #SeleukosINikator #slagBijIpsos

Efese

Een atleet uit Efese (Ephesos-Museum, Wenen)

Een van de meest overdonderende opgravingen die ik ken, is die van Efese, in het westen van het huidige Turkije. Volgens een legende die misschien een element van waarheid bevat, leidde ooit een Athener genaamd Androklos een groep Griekse kolonisten overzee naar de plek die dus Efese zou zijn. Ooit. Heel precies wist men het niet, maar het was gebeurd na de (legendarische) komst van de Doriërs en vóór Homeros de Ilias schreef. De Grieken plaatsten die gebeurtenissen, waarvan de historiciteit onduidelijk is, rond 1200 en rond 800 v.Chr. op de kalender. Als er een historische kern is in het verhaal over Androklos, bevindt die zich in de “Dark Ages”.

Efese is echter veel ouder. In teksten, gevonden in de Hittitische hoofdstad Hattusa, is sprake van Abasa. Die stad, de hoofdstad van het koninkrijk Mira, moet al rond 1600 v.Chr. hebben bestaan. Ze is teruggevonden op de Ayasoluk, de heuvel waarop tegenwoordig de kerk staat van de heilige Johannes.

Mykeens aardewerk (Archeologisch Museum, Selçuk)

Evengoed zijn de eerste eeuwen van de geschiedenis van Efese weinig duidelijk. We weten wel dat de Kimmeriërs de Griekse stad in de zevende eeuw v.Chr. brandschatten; later maakte Efese deel uit van het Lydische koninkrijk van Kroisos, die de beroemde tempel van de Efesische Artemis herbouwde. Na het midden van de zesde eeuw v.Chr. behoorde de stad tot het Perzische Rijk. Er zijn echter nauwelijks archeologische resten uit deze periode.

De Hellenistische tijd

Onze bronnen vermelden in de vijfde en vierde eeuw Efese zo nu en dan, maar de stad werd pas echt belangrijk toen een van de opvolgers van Alexander de Grote, Lysimachos, besloot Efese te maken tot zijn residentie. Hij wilde er begraven worden in het niet veel verderop gelegen Belevi-mausoleum. Na de slag op de Kyrosvlakte (281 v.Chr.), waarin Lysimachos om het leven kwam, werd de stad onderdeel het Seleukidische Rijk en – iets later – van het koninkrijk Pergamon. De Hellenistische Fontein die toeristen nog altijd kunnen zien, dateert uit deze tijd.

Het theater

De Romeinse tijd

Nadat de Romeinen het Pergameense koninkrijk in 133 v.Chr. hadden geannexeerd, maakten ze Efese tot residentie van de gouverneur van de nieuwe provincie, die ze Asia noemden. Vrijwel alles wat toeristen heden ten dage kunnen zien – en dat is heel erg veel – dateert uit de Romeinse periode. Neem het theater: hoewel het is aangelegd in de hellenistische tijd, hebben de Efesiërs het herbouwd ten tijde van de keizers Claudius (r.41-54), Nero (r. 54-68) en Trajanus (r.98-117). Een ander voorbeeld is de Agora: opnieuw een bouwwerk uit de hellenistische tijd dat in de Romeinse periode is herbouwd.

Andere monumenten uit de Romeinse tijd zijn de Poort van Mazaeus en Mithridates (de belangrijkste toegang tot de Agora), de fontein van keizer Domitianus, de Fontein van Trajanus, de Boog van keizer Hadrianus, de wereldberoemde Bibliotheek van Tiberius Julius Celsus Polemaeanus, en het zogeheten Parthenmonument. Voor dat laatste moet u overigens naar Wenen, want het is overgebracht naar het Ephesos-Museum. Ook de fenomenale terraswoningen en enkele tempels voor de keizercultus, dateren uit de Romeinse tijd. Uit de vroege vijfde eeuw na Chr. dateert de Arcadiusweg.

De bibliotheek van Celsus

Late Oudheid

Efese was een belangrijk centrum voor het vroege christendom. De apostel Paulus onderwees er in de synagoge en raakte in de problemen toen er geruchten gingen dat hij kritiek had op de cultus van Artemis – voor wie de stad, zoals gezegd, een beroemde tempel had, een van de zeven wereldwonderen. In 431 was Efese de plaats waar een concilie plaatsvond, dat besloot dat Maria de moeder was van Christus als God (en dus niet van Christus als mens). De ruïne van de kerk waar de vergadering plaatsvond, is nog steeds te bezoeken.

Het verval van Efese begon toen de haven verzandde. In de Byzantijnse tijd werd de stad verlaten, hoewel er nog altijd een fort was en verschillende kerken in gebruik bleven. De legende van de Zevenslapers van Efese dateert uit de vroege zesde eeuw.

De terraswoningen

Het wetenschappelijk onderzoek begon in de laatste jaren van de negentiende eeuw. Oostenrijkse archeologen, aanwezig sinds 1895, hebben grote delen van de oude stad blootgelegd. De prettig rustige zalen van het Ephesos-Museum in Wenen, gevestigd in het voormalige paleis van de Habsburgers, zijn voor ons Europeanen de toegankelijkste kennismaking met Efese, maar een bezoek aan de eigenlijke ruïnestad en het museum in het nabijgelegen Selçuk zijn natuurlijk nog beter.

#androklos #artemisVanEfese #asia #belevi #concilieVanEfese #darkAges #efese #ephesosMuseum #kyrosvlakte #lysimachos #miraBronstijdrijk #parthenmonument #paulus #pergamon #seleukidischeRijk #tiberiusJuliusCelsusPolemaeanus #turkije #wenen #wereldwonder #zevenWereldwonderen #zevenslapers