Smudge sticks gemaakt uit eigen tuin met salie, oregano, lavendel, roos en bijvoet (wisselende samenstelling).
#kruiden #smudgesticks #smudge #sjamanisme #sjamanismevandelagelanden #tuin #oogst
Smudge sticks gemaakt uit eigen tuin met salie, oregano, lavendel, roos en bijvoet (wisselende samenstelling).
#kruiden #smudgesticks #smudge #sjamanisme #sjamanismevandelagelanden #tuin #oogst
Glossolalie
Armeense miniatuur van Pinksteren (Noravank)Hoe groot de afstand is die ons scheidt van de oude wereld, merken we onder meer als we kijken naar het vroegste christendom. In de Eerste Brief aan de Korintiërs laat de apostel Paulus ons zien wie er zoal deel uitmaakten van een gemeente:
In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.noot 1 Korintiërs 12.7-11; NBV21.
Paulus gaat er dus van uit dat zijn lezers, net als hijzelf, erkenden dat sommigen ten behoeve van de gemeente wonderen konden verrichten, konden profeteren of “klanktaal” konden spreken. Dit laatste wil zeggen dat mensen in trance klanken uitstootten die werden uitgelegd als openbaring. De jargonterm is glossolalie, “in tongen spreken”. Het klassieke voorbeeld is de pythia in Delfi, die in een soort extase verkeerde en bepaalde kreten slaakte, die door tempelfunctionarissen in dichtvorm werden gegoten en golden als goddelijk advies. Elders speelden rituele dansen een rol, waarbij mensen in trance visioenen kregen. Dat lijkt een vorm van sjamanisme.
Een gangbare praktijk
Paulus noemt glossolalie vakernoot 1 Thessalonicenzen 5.19. en wist in Efese enkele mensen in extase te brengen.noot Handelingen 19.6. Ook het verhaal over de neerdaling van de Heilige Geest in de Handelingen van de Apostelen lijkt naar glossolalie te verwijzen.noot Handelingen 2.4. Ik schrijf “lijkt”, want degenen die dan de geest krijgen, stoten geen vreemde klanken uit, maar zijn voor iedereen begrijpelijk. Pinksteren, dat wil zeggen het joodse Wekenfeest (Sjavoeot), is immers, zoals ik al eens vertelde, een omkering van de Babylonische spraakverwarring.
De meest uitgebreide beschrijving vinden we in, opnieuw, de Eerste Brief aan de Korintiërs: het complete veertiende hoofdstuk is aan glossolalie gewijd. Paulus maakt daarin diverse dingen duidelijk, namelijk dat de betrokkenen vreemde, ongecontroleerde klanken uitstootten, die de indruk wekten van een soort heilige razernij.noot 1 Korintiërs 14.23, 14.27. Paulus is bang dat het verkeerd zal worden uitgelegd, wat opmerkelijk is, omdat zulke razernij ook bij andere culten voorkwam (Adonis, Dionysos…). Om de misverstanden niet nodeloos op te roepen adviseert Paulus (Paulus zijnde Paulus) dat het beter was als vrouwen zich van glossolalie onthieldennoot 1 Korintiërs 14.34. en dat een professional uitlegde wat de kreten betekenden.noot 1 Korintiërs 14.27-28. Dit is dus net zoals in Delfi.
Anders dan in Delfi, waar glossolalie diende om advies te geven, kon christelijke glossolalie een gebed zijn of een dankzegging.noot 1 Korintiërs 14.14-17. Het was daarom ook niet gericht op het menselijke publiek, maar tot God. Daarom mocht iemand die in extase raakte, ook niet worden gehinderd.noot 1 Korintiërs 14.39.
Toen en nu
Kortom, deze vorm van vroege christelijke eredienst lijkt hooguit op de Pinkstergemeenten in onze tijd, maar niet op een katholieke of protestantse viering. De verschillen tussen toen en nu zijn dus groot en vragen om een verklaring.
In de late tweede eeuw begonnen christelijke groepen zich te organiseren. Er waren altijd informele leiders geweest, maar nu kwam er wat systeem in de benoeming. Er was een groep, de aanhangers van de zogeheten proto-orthodoxie, die de leer langzaam maar zeker begon vast te leggen: wie Christus vereerde, kon niet ook andere goden aanbidden, en de verering moest gebeuren op een bepaalde manier. De leer werd gefundeerd in de gewijde literatuur, en ook over de omvang van de canon kwamen afspraken. Wat in deze tijd feitelijk gebeurde, was dat de oorspronkelijke, charismatische kerk werd vervangen door een geïnstitutionaliseerde kerk, die bestaat tot op de huidige dag, en weinig ruimte laat voor glossolalie.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
#Delfi #EersteBriefAanDeKorintiërs #Efese #glossolalie #Korinthe #Paulus #Pinksteren #protoOrthodoxie #pythia #sjamanisme #Sjavoeot #WekenfeestDe barre tocht van Orpheus
Batman ruziet weleens met Superman. Arsène Lupin was Sherlock Holmes te slim af. Godzilla streed tegen King Kong. Het is leuk als verhalen die traditioneel gescheiden zijn, contact maken. Dat was in de Oudheid niet anders. Het verhaal van Jason en de Argonauten ontleent een deel van zijn charme aan het gegeven dat allerlei helden ook uit andere verhalen bekend zijn: zo is Herakles een van de opvarenden van ’s werelds eerste schip, samen met zijn geliefde Hylas, zijn vriend Admetos en stalhouder Augeias. Verder de goddelijke tweelingen Kastor en Polydeukes, enkele vaders van helden uit de Trojaanse Oorlog, en ook de zanger Orfeus. Het is een antieke League of Extraordinary Gentlemen.
De oudste bron is een hellenistisch gedicht van Apollonios van Rhodos (in het Nederlands vertaald door Wolther Kassies), die vanzelfsprekend oudere stof bewerkt en daarbij Homeros volgt, maar die ook een nieuw type held neerzet. Zijn Jason is geen rauwdouwer zoals we kennen uit de Ilias. Apollonios’ helden zijn weleens onzeker en bang. Moreel gaat het van kwaad tot erger: ze doden weleens de verkeerde, ze geven zich over aan piraterij, ze stelen het Gulden Vlies, ze doden onschuldige mensen. De stof is verder behandeld door de Romeinse dichter Valerius Flaccus, in twee mythologische uittrekselboeken en in een laatantieke tekst die Piet Gerbrandy onlangs in het Nederlands heeft vertaald als De barre tocht van Orpheus.
Perspectiefwisseling – en meer
De anonieme Griekse dichter was dus bepaald de eerste niet om de stof te behandelen. Hij wilde zijn publiek boeien door het verhaal te vertellen vanuit een ander perspectief, namelijk dat van Orfeus. Dat is op het eerste gezicht zoiets als Marion Zimmer Bradleys The Mists of Avalon (koning Arthur vanuit vrouwelijk perspectief) of Mijn reis met Dante door de Hel door Drs.P. (Goddelijke Komedie vanuit het perspectief van Vergilius), maar er is toch iets meer aan de hand.
Immers, de zanger Orfeus is ook de centrale figuur in een religieuze stroming waarin het draait om inwijding, zuivering, ascese en de belofte dat wie het lichamelijke overwint, de cyclus van reïncarnatie kan doorbreken en een aangenaam hiernamaals verwerft. Wie het Argonautenverhaal vertelt vanuit een orfisch perspectief, varieert niet op de Argonautenstof maar varieert op het Orfeusverhaal.
Dat dit ook met de Orfische Argonautika het geval is, blijkt uit de selectie die de dichter heeft gemaakt. “Orfeus” slaat bekende Argonautenverhalen (zoals de tocht door de Libische woestijn) geheel over. Soms suggereert hij dat de geadresseerde, zijn leerling Mousaios, het al weet. Tegelijk laat deze Orfeus weten dat muziek wonderen kan bewerken en beschrijft hij in enig detail orfisch aandoende rituelen, zoals inwijding in de mysteriën van Samothrakè. De orfische ascese, die ook celibaat omvatte, denk ik te herkennen in de wijze waarop Jason Medeia ontmaagdt. De stof is traditioneel maar de dichter van de Orfische Argonautika stelt alles in het werk om het onromantisch te laten lijken. Dit is eerder grensoverschrijdend gedrag dan een van de werken van Gouden Afrodite.
Het Dodenrijk
De orfische stof gaat voor een deel over het dodenrijk. Orfeus is immers – althans volgens Dodds’ beroemde The Greeks and the Irrational (1951) – te beschouwen als een soort sjamaan die, eenmaal in trance, ervaring had met the undiscovered country. De Argonauten van de Orfische Argonautika maken een soortgelijke reis. Apollonios had zijn helden al over de Donau naar het verre westen laten varen, de laatantieke auteur beschrijft een reis over de Dnjepr en de Oostzee naar een Rijk van de Langlevenden en de Kimmeriërs (die al bij Homeros wonen in een soort Dodenrijk).
De beschrijving van de noordelijke wateren – van licht verstoken, donderende kolken, ijskoud land, zilverkleurig water – laat aan duidelijkheid weinig te wensen over. Ze doet overigens denken aan Albinovanus Pedo, die soortgelijke claims doet over de Waddenzee. Angst voor de rand van de aarde was in de Oudheid maar al te reëel. Het is misschien niet eens nodig een bezoek aan de Noordzee allegorisch te lezen als afdaling in de Onderwereld, want de mensen meenden destijds echt dat de wereld hier eindigde.
Allegorie
Evengoed lijkt het gedicht een allegorische laag te bevatten. In de inleiding van De barre tocht van Orpheus schrijven Piet Gerbrandy en Guusje van der Meij:
Het gedicht suggereert … dat de figuur van Orpheus een brugfunctie vervult tussen onze wereld en die Andere, die we nog niet, of niet meer, kennen. Als we ons vervolgens realiseren dat Orpheus de dichter bij uitnemendheid is, betekent dat wellicht dat hij staat voor de spirituele kracht van poëzie in het algemeen. Dit impliceert dat wie in de juiste stemming De barre tocht leest, mogelijk een louterende ervaring doormaakt en misschien heel even iets opvangt van het mysterieuze, dat per definitie ongezegd moet blijven.
Suggereert, wellicht, mogelijk, misschien: Gerbrandy en Van der Meij zijn niet al te stellig. Ik weet ook niet of er echt een diepere betekenis moet zijn om te genieten van een gedicht, zeker als de vertaling vlot leest en een lekker bekkend ritme heeft. Ik heb veel plezier aan De barre tocht van Orpheus beleefd, zittend in een lentezonnetje op een afgelegen bankje aan het IJ.
***
De barre tocht van Orpheus. Argonauten in de Late Oudheid. Vertaald door Piet Gerbrandy, ingeleid en toegelicht door Piet Gerbrandy en Guusje van der Meij (€16,90)
#Admetos #AlbinovanusPedo #ApolloniosVanRhodos #Argonauten #ascese #Augeias #dodenrijk #EricDodds #GaiusValeriusFlaccus #GriekseLiteratuur #GuusjeVanDerMeij #Jason #Medeia #Mousaios #Orfeus #Orfiek #OrfischeArgonautika #PietGerbrandy #poëzie #sjamanisme
Sjamanisme
Detail van een kruikje uit de schat van Sânnicolau Mare; mogelijk een sjamaan in extase (Nationaal Museum, Boedapest)Je begroef graankorrels in de aarde en in het voorjaar ontstonden daaruit grote halmen. De overstromende rivier bracht de dood over de uiterwaarden, maar in het voorjaar was de vallei vruchtbaar. Je gooide dode bladeren, maaisel, schillen en ander afval op de composthoop, en na verloop van tijd werden daaruit maden en wormen geboren. Moderne biologen denken er anders over, maar het was niet onlogisch dat men in de Oudheid dacht dat nieuw leven alleen kon ontstaan uit de dood en dat de twee onlosmakelijk met elkaar samenhingen.
Er waren feitelijk twee werelden: die van de levenden en die van de doden. Soms maakten ze contact: het is vooral mooi gedocumenteerd in de Keltische verhalen, maar alle volken hadden gedenkdagen waarin de doden even wat dichterbij waren. De Romeinen kenden bijvoorbeeld de Lemuria, waarbij ze rituelen uitvoerden om niet tot rust gekomen doden te verdrijven uit de woonhuizen. Daarnaast waren er religieus specialisten die de oversteek van de ene naar de andere wereld konden maken; onderzoekers noemen hen sjamanen.
Een universeel verschijnsel
Dat is een beetje een onhandig begrip. Het is in 1692 geïntroduceerd in het boek Noord en Oost Tartarye van Nicolaes Witsen: de geleerde Amsterdamse burgemeester die Peter de Grote naar Holland haalde en Cornelis de Bruijn naar Moskovië stuurde. Witsen beschrijft hoe het sjamanisme bestond in Siberië. Zo’n sjamaan werkte zich in trance, maakte zo contact met de andere wereld en kon daar antwoord krijgen op allerlei vragen: wanneer komt er een einde aan de regen? hoe kan ik genezen van mijn ziekte? kunnen de doden ons helpen bij de jacht door de dieren weg te leiden uit hun schuilplaatsen?
Witsens sjamaanAangezien opgewekte religieuze extase op veel plaatsen is gedocumenteerd, is wel geopperd dat het gaat om een vroeg, universeel stadium van religie. Het gevaar van overgeneralisering ligt echter op de loer. Er zijn naast overeenkomsten tussen de diverse rituelen immers ook verschillen, en daarom is sjamanisme, zoals gezegd, een wat onhandig begrip. Het helpt bovendien niet dat New Age-achtige stromingen zich de term hebben toegeëigend. Het is wellicht het beste het begrip te beperken tot Centraal-Eurazië en de daarvan afgeleide culturen, zoals de Yupik-cultuur in Alaska en andere culturen uit de Nieuwe Wereld. (Het precolumbiaanse sjamanisme wordt mooi uitgelegd in het Museum aan de Stroom in Antwerpen.)
Sjamanisme is niet – of niet alleen – een vroeg religieus stadium, want het bestaat nog steeds. Misschien heeft u twee jaar geleden de Mongoolse speelfilm City of Wind gezien. Die toont niet alleen een beginnende sjamaan, die gewoon naar school moet en een vriendinnetje krijgt, maar ook diens werkwijze: met behulp van muziek en het roken van hennep raakt hij in trance. In andere culturen betrad de sjamaan de andere wereld door te vasten en te braken, of juist door een dieet van hallucinogene planten en paddenstoelen. Sjamanen van de Peruviaanse Chavin-cultuur (pakweg 900 tot 400 v.Chr.) verwondden zichzelf. Sommige mensen zijn speciaal gevoelig; de protagonist van City of Wind vertelt last te hebben gehad van epileptische aanvallen.
Een in trance verkerende sjamaan offert zichzelf door zijn darmen uit te trekken (Museum aan de Stroom, Antwerpen)Sjamanen hebben weleens (net als berserkers) het gevoel te zijn veranderd in dieren. Een vogel betreedt de bovenwereld immers wat makkelijker dan u en ik, terwijl vissen wat eenvoudiger kunnen duiken naar de benedenwereld.
Skythische sjamanen
Sjamanisme is vermoedelijk niet het eerste waaraan u denkt bij de antieke wereld, maar er zijn wel degelijk sporen. Het is bekend dat de oude Perzen sjamanistische rituelen hadden waarbij ze de roesdrank haoma dronken, gebaseerd op vliegenzwam. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos kent sjamanistische praktijken bij de Skythen,noot Herodotos, Historiën 4.74-75. die leefden in Oekraïne, zuidelijk Rusland en de Centraal-Aziatische gebieden waar de Perzen hun haoma vandaan haalden. De archeologen die de Pazyryk-grafheuvels opgroeven, vonden daar trommels. Hoewel de Griekse auteurs niet alles goed begrepen, en hoewel een trommel soms gewoon een muziekinstrument is, staat niet ter discussie dat we bij de Skythen en Perzen te maken hebben met sjamanisme.
Om die reden is de Animal Style van de steppenomaden wel uitgelegd als weergave van de sjamanistische transformatie naar een dierengedaante. Het motief van de rape in the sky zou, zo bezien, weleens een opstijgende sjamaan kunnen voorstellen. Zie het plaatje helemaal bovenaan. Ik zou overigens niet meteen mijn geld inzetten op deze herinterpretatie.
Grieks sjamanisme
In het oude Griekenland is te wijzen op het orfisme, dat was gebaseerd op het verhaal van Orfeus, die dankzij zijn muziek contact kon maken met de wereld van de doden. Bij Homeros lezen we over de waarzegger Melampous, die op zeker moment bezeten zou zijn geweest door een geest.noot Homeros, Odyssee 15.234. Persoonlijk vind ik dit niet zo’n sterk voorbeeld, maar we lezen ook over Hermotimos van Klazomenai, over wie Plinius de Oudere vertelt dat diens
ziel zijn lichaam placht te verlaten en rond te dolen en dan allerlei nieuwtjes, die alleen een ooggetuige kon weten, uit verre streken meebracht. Ondertussen lag zijn lichaam er levenloos bij tot zijn vijanden … het verbrandden en zijn ziel bij terugkomst als het ware van haar omhulsel beroofden.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.174.
Herodotos van Halikarnassos noemt Aristeas van Prokonessos, die ooit voor dood zou zijn neergevallen en later, toen hij weer bij zijn positieven was gekomen, zou hebben verteld dat hij zes jaar lang had gereisd. Het intrigerende is dat hij bij die reis de Issedonen zou hebben bezocht, die we voorbij de Skythen in Centraal-Azië moeten zoeken. Aristeas bezocht ook de Hyperboreërs, “zij die voorbij de noordenwind wonen”, in het dodenrijk.noot Herodotos, Historiën 4.14-15. Ook Plinius kent deze Aristeas en weet te melden dat degenen die hem voor dood hadden zien neervallen, hadden gezien dat zijn ziel in vogelgedaante was weggevlogen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.174.
Afbeelding van een Slavische sjamaan (Nationaal Historisch Museum, Sofia)Er zijn meer voorbeelden uit de archaïsche periode, maar die laat ik wat ze zijn. Waar het op neerkomt is dat er sporen van sjamanisme lijken te zijn in de Griekse religie. Dat zal wel een erfenis uit de Proto-Indo-Europese tijd zijn, en het is een wonderlijke gedachte dat de Griekse cultuur via Centraal-Eurazië, Siberië en Alaska verbonden is met de Amerika’s. En om heel eerlijk te zijn: hoe fascinerend zo’n mogelijk contact ook is, en hoezeer we het ook moeten overwegen, we moeten oppassen voor overgeneralisatie en ik weet ook niet of het wel zo heel veel verheldert.
#AnimalStyle #archaïschePeriode #AristeasVanProkonessos #ChavinCultuur #CityOfWind #dodenrijk #epilepsie #haoma #hennep #HermotimosVanKlazomenai #HerodotosVanHalikarnassos #Hyperboreërs #Issedonen #Lemuria #Melampous #NicolaesWitsen #Orfeus #Orfiek #Pazyryk #PliniusDeOudere #RapeInTheSky #Siberië #sjamanisme #Skythen #wind #YupikCultuurMisschien onvergeeflijk om op Mastodon een link naar Substack te plaatsen, maar ik wil toch graag dit schrijfsel delen en het is te lang voor hier. Ik heb nog niet uitgezocht wat het Fediverse alternatief is voor lange verhalen en ook nog geen blog in mijn site geknutseld. Staat op het lijstje..
Anyway, als je interesse hebt in mijn belevingswereld, het wordt een langdurig vervolgverhaal waarvan ik zelf geen idee heb waar het heengaat.
https://substack.com/home/post/p-167066764?source=queue
🦬✨ Het altaar van de Witte Bizonvrouw
Twintig jaar geleden kreeg mijn leraar Daan een droom: een vrouwelijke buffel, ziek, gevangen – en toch heilig. Ze bleek White Buffalo Calf Woman, brenger van spirituele wijsheid.
Witte stroken katoen symboliseren de melk – het spirituele voedsel waar zovelen naar verlangen, bewust of onbewust. Elke gebedsvlag, elk offer, elk gebed is een roep om hulp, om balans, om wijsheid.
Precolumbiaanse culturen
Olmeeks portret (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)Deze blog begon ruim dertien jaar geleden als een algemeen medium, zeg maar als een soort dagelijkse krant, en veranderde al snel in een blog over de Oudheid. Ik heb Rome, Griekenland, Egypte, Mesopotamië en Perzië altijd gepresenteerd in samenhang met Centraal-Eurazië en met Afrika; de Indusbeschaving en China kregen wat minder aandacht omdat ik er wat minder van weet. En Precolumbiaans Amerika kreeg pas de laatste jaren wat aandacht.
Eén reden daarvoor is dat ik meende dat de Precolumbiaanse culturen niet goed pasten bij de definitie van de oude wereld: de periode waarover we naast het archeologische bewijs al geschreven bronnen hebben, maar niet zó veel bronnen dat we aan echte geschiedvorsing kunnen denken. Eigenlijk, dacht ik, bestaat deze situatie in de Amerika’s alleen in de ruime eeuw vóór Cortés en Pizarro. Maar er zijn veel meer teksten, oudere ook, dan ik dacht. Een tweede reden: voor de op deze blog behandelde materie over de Oude Wereld kan ik zonder de Azteken en Inka’s uit de Nieuwe Wereld. En ook daarover ben ik anders gaan denken.
Precolumbiaanse culturen
De Precolumbiaanse culturen zijn interessant en ik zou er misschien meer over hebben geschreven als ik er al eerder meer over had geweten en als ik had geweten hoe ik aan informatie kon komen. Internet helpt niet werkelijk: in die ongedifferentieerde nevenschikking van informatie kan ik kaf en koren niet scheiden. De openbare bibliotheek bood een handvol boeken over pakweg de Maya’s of de Azteken, maar een echt overzichtswerk vond ik niet. Het academisch aanbod bleek hypergespecialiseerd. Terwijl ik dus gewoon een handboek à la De Blois en Van der Spek wilde lezen, zoals eerstejaars-geschiedenisstudenten in hun eerste weken doen.
Cupisnique-vaas (Museum aan de Stroom, Antwerpen)En dus baseerde ik me op het museale aanbod. De Aztekententoonstelling in het Wereldmuseum in Leiden, de slecht toegelichte collectie in het Humboldtforum in Berlijn, de voorwerpen in de Brusselse Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, de weergaloos mooie collectie van het Museum aan de Stroom in Antwerpen, het boeiende Museum der Fünf Kontinente in München en – vorige week – het Musée du Quai Branly in Parijs. Ik koop catalogi. Ik heb nu ruim duizend foto’s, geordend in eenennegentig mappen, van Yupik in Alaska tot Mapuche in Argentinië, maar eigenlijk weet ik niet goed wat de namen betekenen. Is “Puebla” de naam van een archeologische cultuur, van een landstreek in Mexico of van een archeologische fase? Mijn kennis is structuurloos.
Ik heb, eerlijk gezegd, de indruk dat dat niet alleen komt door mijn beperkte intellect. Het helpt de geïnteresseerde beginner niet dat Tiwanaku en Wari ook worden weergegeven als Tiahuanacu en Huari. Of dat een en dezelfde oude cultuur twee namen kan hebben.
Aztekische maïsgodin (Wereldmuseum, Leiden)Een fijn boek
Maar misschien ben ik onlangs gered. In het Musée du Quai Branly kocht ik een klein boekje, Les civilisations précolombiennes van de Franse archeologen Éric Taladoire en Patrice Lecoq; het is de vorig jaar verschenen, geactualiseerde versie van een boekje uit 2016. En hé, dit was bijna precies het boek dat ik zocht.
In het eerste hoofdstuk presenteren ze de archeologie en etnografie van de Amerika’s als een “tweede ontdekking” en schetsen ze de grote regio’s. Ik kan nu mijn eenennegentig fotomappen tenminste gaan ordenen. Het tweede hoofdstuk behandelt Midden-Amerika: de preklassieke Olmeken, de klassieke Maya’s, andere beschavingen uit de regio (zoals Teotihuacán) en tot slot de postklassieke imperia – anders gezegd, de Azteken. Steeds opnieuw gaat de beschrijving van de geografie vooraf aan die van de materiële cultuur, zo nu en dan onderbroken door beschrijvingen van zaken als religie, sjamanisme, mensenoffers, landbouwtechnieken of de politieke structuur.
Maya-schaal (Humboldtforum, Berlijn)Noordelijk Amerika komt er met een kort derde hoofdstuk bekaaid vanaf, waarna het vierde hoofdstuk de culturen van de Andes behandelt. Zeg maar Peru. Ze verdelen de geschiedenis in een aanloopfase, een formatieve periode (Cupisnique, Chavin), een periode van diversificatie (Nazca, Moche, Recuay, Vicus…), een periode van verstedelijking (Wari en Tiwanaku), een nieuwe periode van diversificatie (Chimú, Sicán, Chancay…) en tot slot ook hier imperiumvorming: de Inka’s.
Een vijfde hoofdstuk behandelt de culturen van Ecuador, Colombia, Bolivia, Chili en het Amazonegebied. Opnieuw kort. Ik had hier wat meer willen lezen over de domesticatie van de maïsplant, waarvan ik toevallig al eens heb opgeduikeld dat het een moeizaam proces is geweest.
Het beste is het slot. Dan trappen de auteurs hun eigen bouwwerk omver. Ze benoemen de politieke bijbedoelingen van sommige onderzoekers. Ook leggen ze uit dat het definiëren van culturen en cultuurfasen (“preklassiek” of “formatief”) problematisch is. Uiteraard zijn dit normale thema’s uit de geschiedtheorie en de sociale wetenschappen, maar het is goed dat deze zelfkritiek ook in een inleidend werk aan de orde komt.
Tiwanawaku-portret (Musée du Quai Branly, Parijs)Presentatie
Een perfect boek is dit niet. Ik schreef al dat dit bijna precies het boek was dat ik zocht. Afbeeldingen en meer landkaarten zouden de tekst beter begrijpelijk hebben gemaakt. Je kunt het online allemaal opzoeken, maar je hebt het liever meteen bij de hand. Hier wreekt zich het format van de Que sais-je?-reeks.
Tegelijkertijd: Les civilisations précolombiennes biedt een (volgens mij) gedegen overzicht en ook niet méér. De hinderlijke neiging van een Charles Mann om voortdurend zichzelf in het verhaal te plaatsen – zijn boek 1491 begint met een beschrijving van wat hij zag uit een vliegtuig – blijft de lezer bespaard.
Weet ik nu alles? Nee. Maar ik heb nu wel de materie bij de hand die ik nodig heb om een kaartenbak aan te leggen, om mijn fotoarchiefje te ordenen en – wie weet, als er zegen op rust – eens een blogje te wijden aan die wonderlijk vreemde wereld.
#Amazonegebied #Azteken #ÉricTaladoire #boek #Bolivia #ChancayCultuur #CharlesCMann #ChavinCultuur #Chili #ChimúCultuur #Colombia #CupisniqueCultuur #Ecuador #InkaS #maïs #MapucheCultuur #MayaS #mensenoffer #Mexico #MocheCultuur #MuséeDuQuaiBranly #NazcaCultuur #Olmeken #PatriceLecoq #Peru #PueblaCultuur #RecuayCultuur #SicánCultuur #sjamanisme #Teotihuacán #TiwanakuCultuur #WariCultuur #YupikCultuur