Cornelis de Bruijn (8) Rusland

Peter de Grote, gastheer van Cornelis de Bruijn

Dit is het achtste van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Oorlog

Cornelis de Bruijn keerde naar Amsterdam terug in 1708 en publiceerde drie jaar later Reizen over Moskovie, door Persie en Indie. Dit ambitieuze boek vormt onze belangrijkste bron voor De Bruijns tweede reis. Het deel over Rusland is in 1996 als apart boek opnieuw uitgegeven. Ik heb mijn exemplaar niet langer omdat ik het heb afgestaan voor een digitaliseringsproject. Het is daarbij kapot gesneden, maar nu kunnen duizenden mensen het lezen.

Sinds de planning van De Bruijns tweede reis was begonnen, was de politieke situatie drastisch veranderd. In de voorgaande eeuw had Zweden zijn macht gestaag uitgebreid, maar in 1700 hadden Denemarken, Litouwen, Saksen en Polen besloten de Zweedse bezittingen ten zuiden en oosten van de Oostzee aan te vallen. Wellicht konden ze heroveren wat ze ooit hadden verloren. Dit was het begin van de Grote Noordse Oorlog. Tsaar Peter de Grote sloot zich bij de agressors aan, omdat hij een zeehaven wilde hebben om Rusland een “venster op Europa” te geven.

Normaliter zou de Republiek schepen naar de Oostzee hebben gestuurd om het machtsevenwicht te bewaren, de Ommelandvaart te beschermen en de graanprijzen laag te houden. Michiel de Ruyter had dat weleens gedaan. Maar nu was dit niet langer mogelijk. In 1701 was de Spaanse Successieoorlog begonnen toen Lodewijk XIV van Frankrijk zijn kleinzoon koning van Spanje maakte. Dit was een nog ernstiger bedreiging van het machtsevenwicht en had voorrang. Koning-stadhouder Willem III wist inderdaad een anti-Franse coalitie te scheppen die Frankrijk in bedwang hield, maar de Republiek kon nu niet ook interveniëren in de Oostzee. Dat betekende het einde van het goedkope graan dat essentieel was voor Hollands welvaart. Toen De Bruijn terugkeerde, hadden slechts een paar mensen geld om zijn nieuwe boek te kopen.

Archangelsk

Maar dit was nog ver weg. Voor het moment betekende het begin van de dubbele oorlog dat De Bruijn niet via Berlijn en Warschau naar Moskou kon Reizen. Hij moest via de Noordkaap naar Archangelsk om Rusland te bereiken. Daar bleek de landing behoorlijk lastig. Uit voorzorg tegen een Zweedse aanval hadden de Russen alle boeien verwijderd, zodat de schepen van het konvooi van De Bruijn niet naar de haven konden varen. Een sloep met de vier scheepscommandanten (en Cornelis de Bruijn) probeerde Archangelsk te bereiken, maar had ook al moeite. “Hoewel we toch vier kapiteins aan boord hadden,” schrijft De Bruijn met gevoel voor understatement.

Cornelis de Bruijn, Een Samojeed

Uiteindelijk bereikten ze echter Archangelsk, waar De Bruijn kon logeren in het huis van een Hollandse vriend van Nicolaes Witsen. De Bruijn besteedde veel tijd aan antropologisch onderzoek. Zijn beschrijving van de cultuur van de Samojeden, een volk dat leek op de Lappen maar leefde ten oosten van Archangelsk, zou een klassieker worden en bevat prachtige tekeningen.

Moskou

Na enige tijd vervolgde De Bruijn zijn reis. Hij sloot zich aan bij een konvooi naar het zuiden. Na bezoeken aan Vologda en Jaroslavl bereikte hij in januari 1702 Moskou. Opnieuw waren de aanbevelingen van Nicolaes Witsen nuttig: de reizende schilder kon logeren bij zijn landgenoot Nicolaas van der Hulst, die vlakbij de Russische hoofdstad woonde in Nemetskaja Sloboda, de Europese wijk.

Van der Hulst stelde Cornelis de Bruijn voor aan de tsaar, die meteen geïnteresseerd was en de kunstenaar toestemming gaf om te zien wat hij maar wilde. Witsens idee dat Peter een kunstenaar nodig had om te tonen dat zijn land moderniseerde, bleek correct. Nog nooit had De Bruijn reizen zo gemakkelijk gevonden. Hij kon gebruik maken van paleizen, vierde Pasen bij de tsaar, ontmoette Peters vriend Alexander Menshikov (1673-1729), sliep in keizerlijke datcha’s en mocht de militaire werven bezoeken van Voronezj aan de Don.

Dat laatste diende de Russische propaganda: westerse politici wisten inmiddels dat de tsaar een serieuze bondgenoot kon zijn in een oorlog tegen de Ottomaanse Turken. Peter gebruikte De Bruijn feitelijk om de westerse mogendheden uit te nodigen een alliantie te sluiten die hem toegang zou geven tot de Zwarte Zee. De schilder was ook op een andere manier nuttig: hij maakte schilderijen van de drie nichtjes van de tsaar, die naar de Europese dynastieën werden gestuurd. Vrijers van den bloede waren in Moskou welkom, was de boodschap, en politici lazen tussen de regels door dat een militair bondgenootschap ook bespreekbaar was.

De Wolga

In april 1703 verliet De Bruijn Moskou. Samen met Jacob Davidov, een Armeense koopman die in Amsterdam had gewoond en zijn landgenoten in Perzië wilde bezoeken, voer de kunstenaar de rivier de Oka af naar het oosten. Op 1 mei arriveerde hij in Kasimov. Als de communicatie sneller was geweest, had hij misschien kunnen vernemen dat tsaar Peter die dag het doel had bereikt waarvoor hij deelnam aan de Grote Noordse Oorlog: hij veroverde het Zweedse fort aan de monding van de rivier de Neva en kreeg daarmee toegang tot de Oostzee. Een paar dagen later, toen De Bruijn al voer over de Wolga, doopte de tsaar de veroverde stad om tot Sint-Petersburg.

Cornelis de Bruijn vernam dit allemaal in de vroege zomer, toen hij de delta van de Wolga in Astrachan had bereikt. Hier schilderde hij een portret van de zoon van de gouverneur, en na enkele weken ging hij aan boord van een schip dat langs de westelijke oever van de Kaspische Zee voer tot het Derbent bereikte (21 juli), de toegangspoort tot Perzië.

Wordt vervolgd.

#AlexanderMenshikov #Archangelsk #CornelisDeBruijn #Denemarken #Derbent #Don #GroteNoordseOorlog #JacobDavidov #Jaroslavl #KaspischeZee #Lappen #Litouwen #LodewijkXIV #machtsevenwicht #MichielDeRuyter #Moskou #NicolaesWitsen #Oka #Ommelandvaart #Polen #ReizenOverMoskovieDoorPersieEnIndie #Rusland #SaksenHertogdom_ #Samojeden #SintPetersburg #SpaanseSuccessieoorlog #StadhouderKoningWillemIII #Voronezj #Wolga

Cornelis de Bruijn (3) Smyrna

Cornelis de Bruijn, Smyrna

Dit is het derde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Smyrna

Toen Cornelis de Bruijn in de zomer van 1678 vanuit Italië arriveerde in de belangrijke handelshaven Smyrna, werd hij onmiddellijk opgenomen in de kringen van de Europese diplomaten. De Hollandse consul bood hem onderdak en diens Engelse collega nam hem mee voor een bezoek aan Selçuk en de ruïnes van het oude Efese.

Dit was een warmer welkom dan de jongeman redelijkerwijs had kunnen verwachten. Het consulaat van Smyrna, een van de belangrijkste posten in de Hollandse diplomatie, werd bezet door een edelman die normaliter geen enkele zwerver zou ontvangen. De Bruijn was geen bekende kunstenaar en ook kon hij zijn gastheren (nog) niet vermaken met verhalen over landen die zij niet hadden bezocht. De gastvrijheid van de consul is des te opmerkelijker als we bedenken dat hij er zeker van was dat zijn gast had geprobeerd Johan de Witt te vermoorden. Ik noemde het al.

Constantinopel

De Bruijn verbleef ongeveer een half jaar in Smyrna. In december reisde hij over land naar Constantinopel, waar hij anderhalf jaar zou blijven. Wat hij er gedaan kan hebben, is niet helemaal duidelijk. Het zal in elk geval moeilijk zijn geweest om de kost te verdienen als schilder, want de stijl van De Bruijn appelleerde nauwelijks aan de Ottomaanse smaak.

Cornelis de Bruijn, Constantinopel

Zijn beschrijving van de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk in Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië is nog minder informatief dan die van Rome. Omdat hij zijn lezers desondanks iets wil vertellen, biedt hij fragmenten van wat hij in verschillende andere boeken heeft gelezen. Destijds was dit geen ongebruikelijke praktijk (en ook vandaag kopiëren reisgidsen elkaar), maar je vraagt ​​je af waarom De Bruijn weinig vertelt over zijn persoonlijke ervaringen. Het staat vast dat hij ziek is geweest, maar dat duurde geen anderhalf jaar. De beschrijving van een terugkerende generaal is overigens aardig genoeg.

Een mogelijke verklaring voor zijn zwijgen is dat hij nog niet had besloten een boek te schrijven en geen aantekeningen maakte. Een andere verklaring is dat hij inlichtingen aan het verzamelen was. Uit de aard der zaak is dit niet te bewijzen, maar de Hollandse ambassadeur bij de Verheven Porte was ervan overtuigd dat de reizende kunstschilder politieke contacten had.

Ottomaanse dames

Naar de Levant

In elk geval: in juli 1680 zeilde De Bruijn terug naar Smyrna. Hij onderbrak zijn reis om de plek te bezoeken die men destijds hield voor het oude Troje, feitelijk Alexandrië in de Troas, en ging aan land in Mytilene op het eiland Lesbos. De herfst en winter bracht hij door in Smyrna, waar hij plannen maakte voor een bezoek aan het Heilige Land, waar hij Pasen wilde vieren.

De Bruijn vertrok toen in februari 1681 de zee bevaarbaar werd. In zijn gezelschap bevond zich zijn landgenoot Rogier van Cleef, die later nog beroemd zou worden als waterbouwkundig ingenieur van paleis Het Loo bij Apeldoorn. Willem III wilde dat zijn fonteinen hoger zouden spuiten dan die van Lodewijk XIV in Versailles, en Van Cleef slaagde hierin. Maar dat was nog ver in de toekomst toen de twee Hollanders Rhodos bereikten, waar ze drie weken doorbrachten.

Ze vervolgden hun reis en zeilden naar Tyrus. De zeestromingen maakten het moeilijk om rechtstreeks naar het zuiden te varen, dus maakte het schip een omweg naar Damietta, aan een van de oostelijke mondingen van de Nijl. Helaas maakte tegenwind het onmogelijk om nog voor Pasen in Palestina te zijn. Omdat hij niet wist wat hij moest doen, besloot De Bruijn in Egypte te blijven.

Wordt vervolgd.

#AlexandriëInDeTroas #Constantinopel #CornelisDeBruijn #Damietta #Efese #Egypte #HetLoo #Izmir #JohanDeWitt #Lesbos #LodewijkXIV #Mytilene #OttomaanseRijk #ReizenDoorDeVermaardsteDeelenVanKleinAsia #Rhodos #RogierVanCleef #Smyrna #StadhouderKoningWillemIII #Troje #Turkije #Tyrus #Versailles

Cornelis de Bruijn (1) Jeugd - Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (1652-1727) was een Hollandse ontdekkingsreiziger, die onder meer Egypte, Rusland en Perzië bereisde - en tekende.

Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (1) Jeugd

Cornelis de Bruijn (portret door Godfrey Kneller)

In de week rond kerst probeer ik meestal wat leesvoer voor u neer te zetten, zoals een verhaal over de Trojaanse Oorlog of over het Ardennenoffensief (dat immers ook met kerstmis was). Dit jaar trakteer ik u op de Nederlandse ontdekkingsreiziger Cornelis de Bruijn (ca.1652-1727), naar wie eigenlijk eens een straat in Den Haag, een brug in Amsterdam of een plantsoen in Utrecht zou moeten worden vernoemd. De Bruijn maakte niet alleen de eerste tekeningen van de binnenkant van een piramide en van de ruïnes van Persepolis, maar experimenteerde ook met kleurendruk. En hij is volkomen vergeten. Vandaag behandel ik zijn achtergrond, de komende dagen gaan we met hem op reis.

***

De Republiek

Toen Cornelis de Bruijn werd geboren, waarschijnlijk in 1652, beleefde de Republiek zijn Gouden Eeuw. Een Gouden Eeuw die, zoals bekend, ook nogal wat kopergeld kende, maar toch: met de Vrede van Westfalen was een einde gekomen aan de godsdienstoorlogen en de handel bloeide. De koopmansnatie profiteerde. Nederlandse schepen bevoeren alle zeven zeeën en kooplieden uit Holland en Zeeland maakten enorme winsten. Overal waren koloniën: Batavia in Oost-Indië, Nieuw Amsterdam in Noord-Amerika. In Zuid-Afrika werd Kaapstad gesticht in De Bruijns geboortejaar.

Johan de Witt, de raadspensionaris van Holland, was de voornaamste bestuurder in de Republiek. De Engelse ambassadeur in Den Haag, William Temple, beschouwde hem als de belangrijkste staatsman van de zeventiende eeuw, en dat was nauwelijks overdreven. Hoewel De Witt niet in staat was de Republiek buiten elk militair conflict te houden, streefde hij naar rust, want dan bloeide de handel.

Dit was de wereld waarin Cornelis de Bruijn opgroeide. In Den Haag: het politieke centrum van de Republiek, de residentie van zijn iets oudere leeftijdsgenoot prins Willem III en een kosmopolitische stad.

Leerling schilder

De jonge Cornelis moet de bezoekers van de prins hebben gezien, kan hebben gekeken naar ambassadeurs uit verre landen en moet verhalen hebben gehoord van zeelieden die Japan, Brazilië en Perzië hadden bezocht. Het is makkelijk voorstelbaar dat Cornelis als jongen al reizen wilde gaan maken. In elk geval zou hij later beweren dat hij om die reden teken- en schilderlessen nam. Zijn leraar was Theodoor van der Schuer (1634-1707), die enige roem verwierf met de plafondschildering van de Trêveszaal, de ontvangstruimte van de Staten-Generaal.

Het is waarschijnlijk dat De Bruijn betrokken is geweest bij Van der Schuers grootste opdracht in deze jaren: het raadhuis van Maastricht. Dit betekent dat De Bruijn tussen 1667 en 1671 de kneepjes van het vak leerde in het zuiden van Nederland, en mogelijk een nabijgelegen stad als Keulen heeft bezocht.

Plafondschildering in het raadhuis van Maastricht

Het Rampjaar

In 1672 viel Lodewijk XIV de Republiek aan. (Vorig jaar was er een expositie over de Guerre de Hollande in het Limburgs Museum in Venlo.) Het was bekend dat de Franse koning de Nederlandse protestanten haatte, wier Republiek een alternatief politiek model bood voor het Franse absolutisme. Erger nog: Hollandse drukkers maakten boeken die in Frankrijk verboden waren. Dat Frankrijk op een dag de Republiek zou aanvallen kwam dus niet als verrassing, maar dat Engeland zich bij Frankrijk aansloot “kwam als donder op een wolkeloze zomerdag”, zoals William Temple zei. De Engelsen zouden er immers geen profijt van hebben als de Fransen de overkant van de Noordzee zouden controleren.

De Hollanders waren hysterisch en een zekere Cornelis de Bruijn probeerde Johan de Witt te vermoorden. De kunstenaar beweerde later dat hij “niets gemeen had met die man behalve de naam”, en er is geen bewijs voor het tegendeel. Toch is opvallend dat mensen tien jaar later nog steeds geloofden dat de reizende kunstenaar de potentiële moordenaar was. En er zijn, zoals we nog zullen zien, wat vreemde aspecten aan De Bruijns eerste reis en zijn financiën.

Gedenkpenning voor de moord op de gebroeders De Witt (Teylersmuseum, Haarlem)

Hoe het ook zij, de Republiek was in oorlog met Engeland, Frankrijk en twee Duitse bisschoppen; Lodewijk XIV rukte op door de Maasvallei en bereikte Utrecht; prins Willem werd benoemd tot stadhouder; de Haagse menigte lynchte De Witt; Michiel de Ruyter hield de Britse vloot op afstand; en in 1674 maakte een vredesverdrag een einde aan de Derde Engelse Zeeoorlog. Cornelis de Bruijn was op dat moment al niet meer in Holland.

***

Dit was het eerste van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Wordt vervolgd.

#Batavia #CornelisDeBruijn #DenHaag #DerdeEngelsNederlandseOorlog #DerdeEngelseZeeoorlog #GodfreyKneller #GuerreDeHollande #JohanDeWitt #LodewijkXIV #MichielDeRuyter #Persepolis #Rampjaar #RepubliekDerZevenVerenigdeNederlanden #StadhouderKoningWillemIII #TheodoorVanDerSchuer #VredeVanWestfalen #WilliamTemple

De Trojaanse Oorlog (1) - Mainzer Beobachter

Dit kerstweekend blog ik over de Trojaanse Oorlog. Over het legendarische conflict is meer bekend dan je zou denken.

Mainzer Beobachter