Faits divers (52)

Zomaar een reliëf (Museum van Lleida)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, en anders dan in de vorige afleveringen, waarin ik meestal een stuk of drie onderwerpen aansneed, heb ik er vandaag een heleboel.

Antieke seksualiteit

Wat is de bestudering van de Oudheid eigenlijk? Eigenlijk zetten we drie stappen.

  • We bestuderen de oude wereld om een samenleving te leren kennen die voorgoed voorbij is en wezenlijk anders.
  • Als je meent dat de Oudheid ook belangrijk is (maar waarom zou je?), kun je de verschillen identificeren met onze wereld.
  • Daarna zoek je voor die verschillen een verklaring om zo je eigen denkwereld beter te doorgronden. Feitelijk draait het dus om zelfkennis.
  • Meestal blijft voorlichting echter beperkt tot stap één. Hoe het desondanks óók kan, kunt u lezen in dit artikel over de vrouwelijke seksualiteit. Waarom denken wij anders dan de mensen toen, en wat zegt dat over onszelf?

    Blauw zien

    Een bekende misvatting is dat de oude Grieken kleuren anders zagen, en het is waar: Homeros noemt de zee wijnrood. De Grieken leden echter niet aan kleurenblindheid: Josine Schrickx vertelde al eens over het algemene patroon waarmee talen namen geven aan kleuren. Wellicht is er een biologische verklaring voor het verschijnsel dat andere talen minder kleurnamen hebben.

    Diodoros van Sicilië

    Over Diodoros van Sicilië heb ik eerder geblogd. Hij is belangrijk, want hij biedt bijvoorbeeld de enige doorlopende geschiedenis van Griekenland in de vijfde en vierde eeuw. In dat eerdere blogje, gewijd aan de vertaling van de boeken één tot en met vijf, opperde ik dat het fijn zou zijn als de boeken over Griekenland ook eens zouden worden vertaald. En wat zo leuk is: daar blijkt een begin mee te zijn gemaakt. Dank je wel, John Nagelkerken, voor de boeken elf tot en met dertien.

    Vindonissa

    Windisch in Zwitserland is de Romeinse stad Vindonissa. Dat was tevens een belangrijke legioenbasis, waar XIII Gemina de weg naar de Alpenpassen verdedigde. Over het ontstaan van Vindonissa begint langzamerhand meer duidelijkheid te ontstaan.

    Oud manuscript (1): Paulus

    Als een tekstvondst de nationale media haalt, moet het wel iets bijzonders zijn. En jawel: er is nieuws over een zesde-eeuws manuscript met de brieven van Paulus, de zogeheten Codex H. Bernard de Montfaucon, de auteur van een beroemde achttiende-eeuwse oudheidkundige encyclopedie, heeft als eerste die Codex H geïdentificeerd en vastgesteld dat het boek op zeker moment uit elkaar was gehaald, dat de inkt van het perkament was afgeschraapt en dat de vellen vervolgens waren gebruikt voor andere doelen (een zogeheten palimpsest). Het zou natuurlijk leuk zijn als we alle bladen van het gerecyclede manuscript terugvonden, en daarbij hebben onderzoekers nu aanzienlijk succes. Nederlandse uitleg hier, wetenschappelijke publicatie daar.

    Wat betekent dat? We kennen de tekst van de brieven van Paulus toch? Ja zeker. Maar de hoofdstuk- en versindeling die wij kennen, is betrekkelijk recent. Dankzij de nieuwe informatie zien we hoe men in de Late Oudheid de tekst verdeelde, en dat zou best weleens gevolgen kunnen hebben voor de uitleg. Ter vergelijking: kijk eens waar het Scheppingsverhaal eindigt – is dat aan het einde van Genesis 1 of na de eerste regels van Genesis 2? Anders gezegd: is de zesde dag, met de schepping van de mens, de climax, of is dat de zevende dag? Dit zijn geen trivialiteiten.

    Oud manuscript (2): Caedmon

    De laatste grote gebeurtenis uit de Oudheid is het ontstaan van de islam en het Kalifaat. Beide worden ingeleid door het optreden van de profeet Mohammed. Zijn roepingsverhaal kent een wonderlijke, vrijwel contemporaine parallel in de roeping van de Ierse monnik-bard Caedmon. Dat een verhaal zich in korte tijd verplaatst van Arabië naar de Atlantische kust, zegt veel over de snelheid van de mondelinge traditie in de toenmalige wereld. Dat maakt de Ierse auteur interessant. Van een van de liederen van Caedmon is nu een manuscript gevonden. Dat werpt vanzelfsprekend geen enkel licht op de snelheid van de mondelinge informatieoverdracht, maar leuk is het wel.

    Archeologie in Jeruzalem

    Archeologie in Israël is nationalisme met andere middelen: ik schrijf al jaren over zionistische archeologie en ben niet de enige. Men leze de roman De genesis van het verraad van Martine van den Berg. Voor de actualiteit schakelen we over naar Jeruzalem, waar Palestijnen uit hun huizen worden gezet om ruimte te maken voor een archeologisch park.

    Klimaatwetenschap

    Een van de grote publieksvragen is hoe oudheidkundigen weten wat ze weten. Uitleg van de technieken waarmee ze het antieke klimaat reconstrueren is dan ook al zeker een kwart eeuw een desideratum. Gelukkig is er dit verhelderende stuk over het onderzoek van eeuwenoud ijs.

    En tot slot

    Ik had een vrolijk gesprek met Krijn Soeteman, de hoofdredacteur van de wetenschapsnieuws-website Scientias, over archeologie, oude geschiedenis en oude talen. We hadden het over de wijze waarop sensationalistische wetenschapscommunicatie de oudheidkunde beschadigt: dus over de IDOHZOtjes waarmee de classici achter andermans actualiteit aanhuppelen, over archeologen die zonder kennis van andere oudheidkundige bloedgroepen wat roeptoeteren en over bizarre toepassingen van AI. En we hadden het ook over de zaken die wél in het nieuws zouden moeten komen, want die zijn er volop. Dat vrolijke gesprek werd een podcast.

    #BernardDeMontfaucon #Caedmon #DiodorosVanSicilië #FaitsDivers #Jeruzalem #JohnNagelkerken #kleurenblindheid #klimaatonderzoek #MartineVanDenBerg #palimpsest #podcast #seksualiteit #Vindonissa #Windisch #XIIIGemina #zionistischeArcheologie
    @danish_akhtar7 @gutenberg_org *this* image is of the Caedmon’s Hymn page from the manuscript in the National Central Library, Rome (Guardian.) The page is in Latin except where quoting the #OldEnglish words attributed to #Caedmon (unlineated in the ms.) I’ve put red brackets around the Hymn part; you can compare here: https://rpo.library.utoronto.ca/content/caedmons-hymn (As you can see, a different Latin sentence follows the hymn in the Rome ms from the Bede ms the U of T editors have used.)

    De Zevenslapers van Efese

    De Zevenslapers van Efese

    In de winter van 249/250 gelastte de Romeinse keizer Decius al zijn onderdanen om te offeren aan hun voorouderlijke goden. Daar was alle reden toe, want er woedde een akelige, op ebola lijkende epidemie, en verder waren er de problemen die worden samengevat als de Crisis van de Derde Eeuw. Voor sommige groepen pakte Decius’ loyaliteitseis vervelend uit, want neopythagoreeërs, hermetici en neoplatonisten maakten bezwaar tegen het offeren. Op naam van de pythagorese filosoof Apollonios van Tyana is een briefje overgeleverd waarin hij expliciet zegt dat de grootste eer die men aan de goden kan bewijzen, eruit bestaat niet aan ze te offeren. Duidelijke taal.

    Voor de vereerders van Christus was het makkelijker. De meesten hadden de nieuwe god toegevoegd aan hun pantheon. Van keizer Severus Alexander (r.222-235) is bekend dat hij dagelijks offerde aan Abraham, Christus, Orfeus en de zojuist genoemde Apollonios van Tyana. Voor sommige vereerders van Christus stonden echter principieel afwijzend tegenover Decius’ eis, en betaalden met hun bloed. Dionysius van Parijs (Saint-Denis) is een voorbeeld. Andere christenen maakten zich uit de voeten, zoals de bisschop van Karthago, Cyprianus.

    De Zevenslapers

    In Efese vluchtten zeven mannen naar een grot om daar te schuilen tot de dagen voorbij waren waarin hun stadsgenoten aan het offeren waren. Ze vielen in slaap, maar toen ze werden gewekt door iemand die de grot als stal wilde gaan gebruiken, waren bijna twee eeuwen verstreken: dat zou in 447 zijn geweest, tijdens de regering van keizer Theodosius II. Dat de wakker geworden mannen werkelijk vele decennia hadden geslapen, werd onweerlegbaar bewezen toen ze boodschappen wilden doen met verouderde munten. De grot wordt nog altijd aangewezen, maar ik heb die zelf alleen van een afstand kunnen fotograferen.

    De grot van de Zevenslapers

    Dit mooie verhaal werd driekwart eeuw later, dus aan het begin van de zesde eeuw, voor het eerst opgeschreven door de Syrische auteur Jacobus van Serugh. Op dat moment was er al een aan de Zevenslapers gewijde kerk. De dubbele bodem van de legende betreft natuurlijk de opstanding van de doden.

    Verspreiding

    Misschien was het wel omdat een belangrijk theologisch leerstuk aanschouwelijk werd gemaakt, misschien was het wel gewoon omdat mensen hielden van wonderbaarlijke verhalen, maar in elk geval verspreidde de legende van de Zevenslapers zich bliksemsnel. Na een halve eeuw was er al een versie in het Centraal-Aziatische Sogdisch, rond 575 vertaalde de Gallische bisschop Gregorius van Tours de legende in het Latijn (lees maar). Van westelijk China tot de Atlantische Oceaan: na een halve eeuw kende de hele antieke wereld de legende.

    Via het Sogdisch kennen we ook Perzische, Kirgizische en Tataarse versies; via het Latijn kwamen Angelsaksische en Ierse versies tot stand; de Syrische tekst moet ten grondslag liggen aan de Armeense, Koptische en Ethiopische versies. De Byzantijnse versies kunnen teruggaan op een origineel dat een fractie ouder zou kunnen zijn dan de tekst van Jacobus van Serugh.

    Tot slot noem ik de Arabische versies. De joden van Najran, in het zuiden van het huidige Saoedi-Arabië, kenden de legende, al meenden zij dat ze ging over drie van hun geloofsgenoten. Het verhaal is daarna opgenomen in de Koran en deze variant dateert dus van voor 632. Hierin lezen we dat sommige mensen het hebben over zeven slapers, over drie slapers, over vier slapers, over vijf slapers plus een hond, of zeven plus hond. God weet het natuurlijk precies, stelt de Koran de luisteraar gerust, maar voor ons is interessant dat er vóór 632 al zo’n wildgroei aan tradities was dat het vragen opriep.

    De zevenslapers (Bachkovo-klooster)

    Parallel

    Nu we het toch hebben over de vroege islam: daar vinden we een andere verhaal dat zich razendsnel verspreidde, al is het een stuk minder breed gedocumenteerd. Dat betreft een roepingsverhaal over de profeet Mohammed dat ouder is dan de standaardbiografie van Ibn Ishaq, en dat mondeling moet zijn doorgegeven naar het westen. Met aanpassingen vinden we dit verhaal in de in 731 voltooide Kerkgeschiedenis van Beda de Eerbiedwaardige, die het toepast op de Angelsaksische dichter Caedmon. U leest er hier meer over.

    Wat ik met dit blogje maar zeggen wil: verhalen konden zich razendsnel verspreiden.

    #Angelsaksen #BedaVanJarrow #Caedmon #Decius #Efese #GregoriusVanTours #JacobusVanSerugh #legende #Najran #SeverusAlexander #SintCyprianus #SintDionysiusVanParijs #TheodosiusII #Zevenslapers
    https://lateboomersden.blog/2023/03/26/music-from-waaay-before-my-time/
    Never expected to hear a song in Sumerian. Or an instrument Sumerians would have played.
    #Ancient, #AncientMusic, #Caedmon's Hymn, #Lyre, #PeterPringle, #Sumerian, #Music
    Music from waaay before my time

    Late Boomer's Den

    De constructie van Mohammed

    Soms lees je een boek waarvan je denkt: dit was echt geweldig, geweldig goed. Ik heb het hier weleens gehad over The Rise of Civilization van Redman, Pirennes Mahomet et Charlemagne en Meiers Geschichte der Völkerwanderung. Boeken van oudheidkundigen die de data in de volle breedte overzien, die een synthese bieden van wat bekend is en die nieuwe richtingen aanwijzen. Zo’n boek is ook Muhammad and the Empires of Faith van de Amerikaanse arabist Sean Anthony, dat twee jaar geleden is verschenen. Het gaat over de wijze waarop de eerste generaties moslims een beeld van hun profeet vormden, een modieus onderwerp, en is tevens interessant omdat het werkelijk ingaat op de uitdagingen van de eenentwintigste-eeuwse oudheidkunde.

    Ibn Ishaq over Mohammed

    Eerst iets over de eigenlijke inhoud, waarvan dit natuurlijk duidelijk is: het begin van de islam hangt samen met het optreden van Mohammed. Lange tijd was het beeld dat westerse wetenschappers van de profeet hadden, in wezen identiek aan dat van de moslims, zij het ontdaan van wat wonderverhalen. Dit beeld gaat terug op het oeuvre van Ibn Ishaq, die een geschiedenis schreef die begon bij de schepping en culmineerde in het optreden van Mohammed. Onderzoekers als Patricia Crone wezen erop dat dit boek laat is gepubliceerd – ruim een eeuw na de dood van de profeet – en probeerden zelf een geschiedenis te schrijven die was gebaseerd op meer contemporaine bronnen, islamitisch of anders. Ze wezen ook op de grotere context: het antieke Arabië was geen geïsoleerd gebied maar onderdeel van een wereldsysteem.

    Een vulgarisering hiervan is dat er niets te zeggen zou zijn over Mohammed. Zo zijn er onderzoekers die menen dat de islam is ontstaan uit verkeerd begrepen christelijke teksten. Alternatief: de islam is ontstaan in Perzië en onderging boeddhistische invloeden. Het probleem is hier niet alleen dat dit onderzoek ideologisch gemotiveerd is, maar ook dat het voor collegiale kritiek immuun is doordat het is geïnstitutionaliseerd in een onderzoeksschool.

    Een zinniger reactie focust op Ibn Ishaq. Er zijn namelijk ook andere oude auteurs die over Mohammed hebben geschreven – zie deze blog – en door vergelijking daarmee kunnen we beter begrijpen hoe Ibn Ishaq zijn stof bewerkte. Hierbij helpt het dat we in de vorm van de Koran, munten, het zogeheten Umma-document en inscripties beschikken over primaire bronnen. Ook helpt het dat we de productie van Ibn Ishaq en zijn collega’s kunnen vergelijken met die van hun niet-Arabische tijdgenoten.

    Abbasidische vertekeningen

    Ibn Ishaq was geen historicus maar een religieuze biograaf. Bovendien iemand die leefde in de tijd dat de dynastie van de Umayyaden werd uitgemoord door de Abbasiden. Hij zat in het centrum van een zegevierend revolutionair regime. Anthony toont dat het Abbasidische hof nogal wat sporen heeft nagelaten in Ibn Ishaqs boek. Zo moest worden gelegitimeerd dat er zoiets hoorde te bestaan als islamitisch leiderschap (lees: het kalifaat). Ook de nadruk op Mohammed als veldheer zegt iets over Abbasidische preoccupaties.

    Een ander probleem is dat Ibn Ishaq nogal gretig documenten citeert. Soms gaat dat goed, zoals bij het Umma-document, terwijl het aanhalen van christelijke bronnen zelfs duidt op een prijzenswaardige onbevangenheid. Zijn tijdgenoten bekritiseerden Ibn Ishaq echter ook voor de kritiekloosheid waarmee hij informanten geloofde die hem oude Arabische poëzie konden leveren van mensen waarvan bekend was dat ze nooit een gedicht hadden geschreven. Alle reden dus om verder te kijken dan Ibn Ishaq.

    Anthony beschrijft hoe al vóór de Abbasidische tijd het Laat-Umayyadische hof invloed uitoefende op Ibn Ishaqs leermeester Al-Zuhri. Diens schets van het leven van de profeet valt te reconstrueren en komt op veel punten overeen met wat Ibn Ishaq schrijft. Nog een laag dieper zijn enkele brieven van Urwah ibn al-Zubayr. We kunnen dus veel dieper kijken dan Ibn Ishaq.

    De vroege Mohammed

    Hoewel het beeld op hoofdlijnen niet verandert, zijn er intrigerende constateringen. Zo wordt Mohammed in de oudste tradities niet getypeerd als koopman maar als herder. Dat hij koopman zou zijn geweest, zoals we vaak lezen, is een betrekkelijk late toevoeging aan de anekdotes. Intrigerend genoeg is dit idee wél te vinden in de vroegste christelijke bronnen en is het groot gemaakt door Ibn Ishaq. Dit wil niet zeggen dat het traditionele verhaal over Mohammed als koopman een christelijk verzinsel is dat moslims hebben overgenomen; het wil zeggen dat er diverse tradities waren over Mohammeds jeugd en dat christelijke auteurs er een kenden. Wat waarheid is, is niet te achterhalen.

    Op soortgelijke wijze toont Anthony dat er naast het standaardverhaal over een eenmalige roeping door de engel Djibriël ook verhalen waren waarin Mohammed langzamer uitgroeide tot het profeetschap. Simpel samengevat: er circuleerden veel meer verhalen en Ibn Ishaq selecteerde. Net als zijn voorgangers. Het Umayyadische en het Abbasidische hof hadden daarbij aanzienlijke invloed en het is nuttig om dieper te graven.

    Reizende verhalen

    Zoals gezegd is Muhammad and the Empires of Faith niet alleen boeiend omdat het gaat over een modieus onderwerp, maar ook omdat het werkelijk ingaat op de uitdagingen van de eenentwintigste-eeuwse oudheidkunde. We weten al heel lang dat dezelfde verhalen soms op grote afstand van elkaar kunnen opduiken, zoals de eilandgrote vis die zowel Sindbad de Zeeman als Sint-Brandaan tegenkomen, of de Zevenslapers die in recordtempo bekend werden van Gallië tot Sogdië. Lange tijd is gezocht naar verklaringen voor deze verspreiding, maar het isotoop- en DNA-onderzoek maakte duidelijk dat dit alleen maar te verwachten was. Immers, waar mensen massaal migreren – en die conclusie lijkt sinds pakweg 2015 wel zeker te zijn – migreren ook ideeën en verhalen.

    De DNA-revolutie gaat vanzelfsprekend niet over het inzicht dat mensen migreerden. We spreken immers pas van een wetenschappelijke revolutie als de wetenschap zélf verandert en dat is wat we nu meemaken: de crux van de DNA-revolutie is dat  ze een hermeneutische revolutie is. We moeten heel anders gaan kijken naar tekstinterpretatie en de netten veel wijder werpen dan tot tien jaar geleden gebruikelijk was. Er zullen nieuwe criteria gevonden moeten worden om zinnige en onzinnige parallellen en contexten te scheiden. In een prachtig slothoofdstuk gaat Anthony in op een parallel tussen het bekeringsverhaal van Mohammed, dat frappante overeenkomsten heeft met wat Beda de Eerbiedwaardige vertelt over de roeping van de Angelsaksische dichter Caedmon.

    We moeten hier een Latijnse tekst, geschreven door Beda, interpreteren aan de hand van Arabische teksten. Anthony stelt daarover een reeks goede vragen. Hoe verhuisden verhalen? Welke mensen gaven ze door? Was een religieuze grens wel zo onneembaar? De antwoorden op die vragen zijn zo makkelijk niet te geven, wat ook niet te verwachten viel in tijden van een wetenschappelijke revolutie. Anthony stelt de vragen echter duidelijker dan ik tot nu toe ergens ben tegengekomen. Alleen al om die reden is Muhammad and the Empires of Faith driedubbel aanbevolen.

    Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De eerste Arabische marine

    maart 1, 2025
    Qasr el-Azraq

    augustus 29, 2023
    Rotsreliëfs aan de Indus

    mei 7, 2022 Deel dit:

    #Abbasiden #UrwaIbnAlZubayr #Caedmon #IbnIshaq #IbnShihabAzZuhri #Kalifaat #Mohammed #PatriciaCrone #primaireBron #SeanAnthony #Umayyaden #Zevenslapers