De begrafenis van Julius Caesar (2)

De ambtswoning van de hogepriester met daarvoor de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam was opgebaard.

[Het tweede van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

De menigte die vandaag 2069 jaar geleden op het Forum Romanum was al behoorlijk opgewonden toen Marcus Antonius begon te spreken: “als consul over een consul, als vriend over een vriend, als verwant over een verwant”, zoals Appianus het typeert.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.143.

De korte toespraak

Onze oudste bron is Ploutarchos, die anderhalve eeuw na de uitvaart in vier verschillende biografieën op die gebeurtenis inging.

Aan het eind van zijn rede zwaaide hij hoog met de bebloede, door zwaarden doorstoken kleren van de dode en noemde degenen die deze daad gepleegd hadden vervloekte moordenaars.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14; vert. Hetty van Rooijen.

De op één na oudste bron, Suetonius, vertelt dit over de redevoering van Marcus Antonius:

Bij wijze van lijkrede liet Marcus Antonius een heraut het besluit voorlezen waarbij de Senaat aan Caesar tegelijkertijd alle menselijke en goddelijke eerbewijzen had toegekend, en eveneens de eedformule waarmee allen zich garant hadden gesteld voor het leven van Caesar alleen. Slechts een enkel woord voegde Antonius hieraan toe.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Een toespraak van “een enkel woord” duurde in de Romeinse wereld al gauw een waterklok lang, wat (geloof ik) iets van twaalf minuten is.

Fictieve lijkredes

Tot zover de twee oudste bronnen. Latere geschiedschrijvers, Appianus en Cassius Dio, hebben op dit punt toespraken ingelast. Normaal gesproken zijn zulke redevoeringen de momenten waarop antieke auteurs hun creativiteit de vrije loop laten. De toespraken zijn dus weliswaar verzonnen, maar helpen de lezer begrijpen wat de personages destijds dachten (of gedacht zouden kunnen hebben), of zijn een manier om commentaar te leveren op de gebeurtenissen. Maar toch. De door Appianus geciteerde rede van Marcus Antoniusnoot Appianus, De Burgeroorlogen 2.144-146. wijkt stilistisch af van de andere redevoeringen in zijn geschiedwerk, en daarom nemen classici wel aan dat het een bewerking is van de werkelijk gehouden toespraak. Die observatie verdient heel serieus te worden genomen.

(Ik noem dit in de hoop dat reisleiders die op het Forum Romanum staan, desnoods die een of twee reisleiders dit dit toevallig lezen, eindelijk eens ophouden met dat geestdodende citeren van de redevoering die Shakespeare in zijn Julius Cæsar laat uitspreken door Mark Antony. We beschikken over een tekst die, zo ze niet authentiek is, dan toch in elk geval stamt uit de Oudheid.)

Escalatie

Kort als Marcus Antonius’ toespraak was, de spreker slaagde in zijn opzet: de situatie liep volkomen uit de hand. Suetonius opnieuw:

Magistraten en oud-magistraten droegen het praalbed het Forum op tot voor het spreekgestoelte. Sommigen wilden het verbranden in het heilige van de tempel van Jupiter Capitolinus, anderen in het Senaatsgebouw van Pompeius.

Plotseling staken echter twee personen, omgord met een zwaard en met twee speren in de hand, het praalbed aan met brandende waskaarsen. Onmiddellijk brachten de omstanders droog hout, de stoelen van de rechters, banken en al wat zij als geschenk bij zich hadden, bijeen. Daarna legden de fluitspelers en de toneelspelers de gewaden af die zij bij zijn triomftochten hadden gedragen en voor deze gelegenheid weer hadden aangetrokken, verscheurden die en wierpen ze in de vlammen. Hetzelfde deden de soldaten van de veteranenlegioenen met de wapens waarmee ze zich hadden getooid om de begrafenis luister bij te zetten. Veel vrouwen wierpen de sieraden die ze droegen in het vuur en de amuletten en de toga’s van hun kinderen.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

De vergoddelijkte Julius Caesar

Je leest er haast overheen, maar: wie waren die twee personen die, omgord met een zwaard en met twee speren in de hand, het praalbed met brandende waskaarsen aanstaken?

Ik heb daarover een theorie. Het waren Castor en Pollux. De voordrachtskunstenaars en Marcus Antonius hadden met de rug naar de ambtswoning van de hogepriester gestaan, waar Caesar en Calpurnia hadden gewoond; de sprekers hadden gestaan ter hoogte van de tempel van de Tweelingen. Toen Marcus Antonius daar alle menselijke en goddelijke eerbewijzen had opgesomd, was de situatie uit de hand gelopen, was brand ontstaan en was Caesars lichaam ter plekke gecremeerd. De plek zou later worden opgenomen in de façade van de tempel van Julius Caesar en is nog steeds herkenbaar.

Ik denk dat de aanhangers van Julius Caesar al heel snel hebben aangestuurd op ’s mans vergoddelijking. De brand op het Forum Romanum was per ongeluk ontstaan, maar door te verzinnen dat de goddelijke Tweelingen, met hun ambigue mens-goddelijke karakter, met kostbare waskaarsen waren komen aanzetten en de brand hadden aangestoken, hadden degenen die een vergoddelijking wilden, een verhaal dat de bijgelovige tijdgenoten geloofwaardig in de oren klonk. Niet veel later zou een komeet aan de hemel verschijnen en werd het verhaal nog geloofwaardiger.

Maar ik loop op mijn stof vooruit. Ik laat u even achter op het Forum Romanum, waar een krankzinnig geworden menigte Julius Caesar heeft verbrand. De woede zocht nog een uitweg.

[Wordt om 12:00 vervolgd]

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #CastorEnPollux #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Suetonius #WilliamShakespeare

Caesars erfgenaam: Octavianus

Een jonge Octavianus (Metropolitan Museum of Art, New York)

Ik schreef eerder dat we weinig wisten over Caesars echtgenote Calpurnia, die na de moordaanslag vrij snel uit beeld verdwijnt. Ze nam het lichaam van haar man nog in ontvangst en droeg diens archief over aan Marcus Antonius. Meer vernemen we niet.

Heel misschien hebben we echter een indirecte aanwijzing. Suetonius vertelt namelijk dat het testament van Julius Caesar op verzoek van diens schoonvader Lucius Calpurnius Piso werd geopend en voorgelezen in het huis van Marcus Antonius. Dat is wonderlijk, want zoiets intiems als het afhandelen van iemands laatste wil deed je liever in huiselijke kring. Bovendien woonde Caesar, als hogepriester, naast de tempel van de Vestaalse Maagden, die de akte hadden bewaard. Het zou veel logischer zijn geweest het testament bij Calpurnia thuis te openen, maar haar vader besloot anders. Het is denkbaar dat hij zijn dochter in de luwte wilde houden omdat zij, zoals je verwachten zou, compleet van de kaart was. Die vaderlijke liefde en die echtelijke genegenheid zijn ontroerende details in een geschiedverhaal waarin voor ontroering weinig plek is.

De aanwezigen verbraken de zegels van het testament op 18 maart 44 v.Chr., drie dagen nadat Caesar was vermoord, vandaag 2069 jaar geleden. Het was de dag waarop hij had zullen vertrekken naar de al een half jaar voorbereide oorlog tegen de Parthen. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio vertelt:

Vervolgens werd Caesars testament voorgelezen en zo kwam het volk te weten dat hij Octavianus als zoon had geadopteerd en Marcus Antonius, samen met Decimus Junius Brutus en enkele andere samenzweerders, tot voogd over hem had aangesteld, en tevens tot zijn erfgenamen had benoemd voor het geval Octavianus de erfenis niet zou kunnen aanvaarden. Verder bleek dat Caesar niet alleen iets had nagelaten aan een aantal privépersonen, maar dat hij ook zijn park aan de Tiber aan de stad had vermaakt. Toen bovendien bekend werd dat elke burger, volgens Octavianus’ memoires, 120 sestertiën kreeg, 300 volgens andere bronnen, leidde dit tot opstootjes.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.35; vert. Gé de Vries.

Het “park aan de Tiber” was de villa waar Kleopatra op dat moment woonde. Ze zal nog wel even in het complex hebben verbleven. Je zet niet zomaar een koningin uit haar paleis, ook als je het zojuist blijkt te hebben geërfd, ook als je de stad Rome bent. Ergens in april of mei, toen het vaarseizoen gunstig was, zal Kleopatra echter naar Alexandrië zijn teruggekeerd. In Rome had zij niets meer te zoeken nu haar beschermheer was overleden. Trouwens, haar zoon Caesarion was in die stad zijn leven niet zeker.

Interessanter dan een Egyptische koningin, die voor de Romeinse politici alweer nieuws-van-gisteren was, was de geadopteerde zoon van Julius Caesar. We kwamen hem vorig jaar al tegen tijdens Caesars Spaanse campagne. Octavianus heette eigenlijk Octavius maar heette voortaan, door adoptie, Gaius Julius Caesar. Een naam met magie, die er al snel voor zou zorgen dat hij de beschikking kreeg over een eigen leger, bestaand uit veteranen van Caesar Senior. Ik heb al vaker verteld dat Caesar Junior ofwel Octavianus ofwel keizer Augustus zichzelf nooit, geen dag zelfs, heeft aangeduid als “Gaius Julius Caesar Octavianus” ofwel “de Gaius Julius Caesar uit de familie Octavius”.

Dat gezegd zijnde: de jongeman, die in maart 44 v.Chr. nog in Apollonia (in het huidige Albanië) was bij het leger dat Julius Caesar vooruit had gestuurd voor de campagne tegen de Daciërs en de Parthen, had een grootse toekomst. Maar voor het moment was hij – althans voor Marcus Antonius – een quantité négligeable.

[Wordt overmorgen vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #ApolloniaBijEpidamnos #Calpurnia #CassiusDio #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCalpurniusPiso #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Octavianus #PtolemaiosXVCaesarion #Suetonius #VestaalseMaagden

De Senaat vergadert

Senatoren op de Ara Pacis (reliëf in de Vaticaanse Musea, Rome)

Vandaag 2069 jaar geleden, 17 maart 44 v.Chr. dus, kwam in de tempel van Tellus de Romeinse Senaat samen. De voorzittende consul, Marcus Antonius, vond het heiligdom een geschiktere plek dan het eigenlijke Senaatsgebouw, dat werd herbouwd, of de vergaderzaal van Pompeius, waar pas achtenveertig uur eerder Julius Caesar was vermoord. Er zijn verschillende verslagen van de bijeenkomst in de Tellustempel, maar helaas zijn die minimaal anderhalve eeuw na dato geschreven. Het verslag van Appianus lijkt het beste.

Intimidatie

Toen het bijna dag was kwamen de senatoren voor de vergadering bijeen in de tempel van Tellus, zo ook praetor Cinna, die zich weer had gehuld in de ambtskleding die hij eerder had afgelegd omdat die door een tiran gegeven zou zijn. Toen de mensen hem zagen, begonnen sommige personen stenen naar hem te gooien, woedend dat hij, toch een verwant van Caesar, hem als eerste in het openbaar belasterd had, en ze kwamen achter hem aan; en toen hij een huis in was gevlucht, maakten ze daar een stapel hout en zouden die ook aangestoken hebben, als niet Lepidus met zijn leger was verschenen en dat had verhinderd.noot Appianus, De burgeroorlogen 2.126; vert. John van Nagelkerken.

Dat klinkt heel aardig, maar er staat dus feitelijk dat Lepidus’ soldaten de vergaderzaal bewaakten. Logisch dat de senatoren die op het Capitool waren, geen gehoor gaven aan de uitnodiging.

Evengoed stonden zij open voor een compromis. Van samenzweerder Decimus Junius Brutus is een brief bewaard die hij in de ochtend van die 17e maart verstuurde naar Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus op het Capitool. Hij vertelt dat hij aan Marcus Antonius had verzocht om een fatsoenlijke reden te krijgen om de stad te kunnen verlaten. Evengoed hield Decimus er rekening mee dat ze later alsnog tot staatsvijanden zouden worden verklaard. Wellicht moesten ze Italië maar verlaten en zich terugtrekken op Rhodos of een andere plaats, om naar Rome terug te keren als de situatie zou zijn verbeterd.noot Cicero, Brieven aan vrienden 11.1. Een wat defaitistisch standpunt, maar het getuigde van inzicht in wat haalbaar was.

Het dilemma

Appianus biedt na dit incident een lange beschrijving van de vergadering, die ik hier niet zal samenvatten. Het springende punt is dat Marcus Antonius, die de dag ervoor met enkele leidende figuren alles had voorbereid, erop attendeerde dat als de moordaanslag zou worden goedgekeurd, Caesar bij implicatie gold als tiran en dat al zijn daden dan ook moesten worden ingetrokken – inclusief de door hem gedane benoemingen. Dat trof veel aanwezigen rechtstreeks, want ze bekleedden al bepaalde functies of hadden die in het vooruitzicht. Het was dus in hun eigen belang om de moordaanslag niet goed te praten.

Omgekeerd: als de senatoren Caesars “nieuwe orde” wilden handhaven en de moordaanslag afkeurden, zouden de samenzweerders moeten worden berecht. Het waren er ongeveer zestig plus nog wat meelopers. Ook dat was geen scenario om naar vooruit te zien. Over dit thema nam Cicero het woord. Cassius Dio last in zijn Romeinse Geschiedenis een prachtige toespraak in,noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.23-33. die Dio met wat kleine aanpassingen ook geschreven zou kunnen hebben over de moord op zijn eigen tijdgenoten Caracalla of Macrinus. Het is een hoogtepunt uit de klassieke literatuur en een reden om Dio te lezen, maar de toespraak zegt weinig over de situatie op 17 maart 44 v.Chr. Ploutarchos is zakelijker:

Cicero haalde in een lang en op de situatie afgestemd betoog de Senaat over om naar het voorbeeld van de Atheners [in 403 v.Chr.] te besluiten tot amnestie voor de samenzwering tegen Caesar en aan Cassius en Brutus provincies toe te wijzen.noot Ploutarchos, Cicero 42; vert. Hetty van Rooijen.

De oplossing

En zo kwam het tot een dubbel besluit: als de moordenaars de besluiten van Caesar zouden accepteren, kwam er voor hen amnestie en zouden ze worden weggepromoveerd naar gebieden buiten Italië – ruwweg wat Decimus Brutus ook had geschreven. Zo slaagde Marcus Antonius erin om tussen de Skylla en Charybdis door te varen: hij vermeed dat de moordenaars met een bloedige bestorming van het Capitool en na een lange en ingewikkelde rechtszaak zouden worden uitgeschakeld en hij vermeed dat alle maatregelen van Caesar werden afgeschaft.

Het was een uitkomst die hem na aan het hart zal hebben gelegen: een herstel van de republikeinse vormen, met hemzelf op een voorname plek, dat zeker, maar met alle groepen ruwweg in evenwicht en zonder één alles overheersende dictator. Dat Marcus Antonius later in de schoenen geschoven werd dat hij zou hebben gestreefd naar een machtspositie zoals Caesar, is net zo onverdedigbaar als dat Caesar zou hebben verlangd naar de koningstitel.

Cassius Dio vertelt nu iets wonderlijks, namelijk dat de samenzweerders op precies datzelfde moment tot hetzelfde compromis kwamen:

Terwijl dit zich in de Senaat afspeelde, beloofden de moordenaars aan de troepen [d.w.z., de veteranen en de soldaten van Lepidus] dat ze Caesars maatregelen integraal zouden uitvoeren.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.34.

Het kan waar zijn. De besprekingen die Marcus Antonius de voorafgaande dag had gevoerd, waren niet onopgemerkt gebleven. Uit de correspondentie van Cicero weten we dat Aulus Hirtius erover sprak met Decimus Brutus.noot Cicero, Brieven aan vrienden 11.1. Het kan ook zijn dat ergens in Dio’s bronnen iemand de plotseling herwonnen Romeinse eendracht extra luister wilde bijzetten door te suggereren dat het compromis door alle partijen tegelijk was bedacht. Dat iemand het verhaal iets mooier maakte dan het was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat Cassius Dio het dubbele diner van Lepidus en Brutus en van Marcus Antonius en Cassius plaatst op dit moment, hoewel het vermoedelijk op de avond na de moord plaatsvond. Zo lijkt het souper een verzoeningsmaal.

Dat de moordenaars instemden met dit compromis, was echter een blunder van Capitolijnse proporties. Door Caesars maatregelen te accepteren, zeiden ze feitelijk dat er geen reden was geweest om hem uit de weg te ruimen. Hun positie was al snel onhoudbaar.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Senaat #Suetonius

Na de moord op Julius Caesar (2): de moordenaars

Brutus (Palazzo Massimo, Rome)

In het vorige blogje vertelde ik hoe drie slaven het stoffelijk overschot van Julius Caesar brachten naar zijn huis op het Forum Romanum. Ik vertelde ook dat Marcus Antonius, Caesars mede-consul, zich had verkleed als slaaf en was ondergedoken. De moordenaars waren extatisch. Ze waren de enigen niet. Of beter: ze kregen positieve reacties en verkeerden nog enkele uren in de veronderstelling dat de bevolking achter hen stond.

Ze hadden echter al zoveel fouten gemaakt dat het al onmogelijk was de republiek nog te herstellen. Cicero zou later – en niet zonder reden – oordelen dat de samenzweerders hadden gehandeld met mannenmoed en kinderverstand. noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.21. Suetonius legt uit wat verkeerd was gedaan:

Ze hadden het voornemen gehad na de moord Caesars lijk naar de Tiber te slepen, zijn bezittingen te confisqueren en zijn verordeningen nietig te verklaren, maar uit vrees voor de consul Marcus Antonius en [Caesars adjudant] Marcus Lepidus zagen zij daarvan af.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Door Marcus Antonius in leven te laten, hadden de samenzweerders in feite hun ondergang bezegeld. Als consul was Antonius de wettige gezagsdrager. Wie voorwendde op te komen voor de republiek, moest dus naar hem luisteren. Was het niet goedschiks, dan wel door dwang, want Marcus Antonius beschikte over een staatsapparaat waarin alle ambten waren vervuld. Weliswaar door benoeming, maar Caesar had een functionerend staatsapparaat nagelaten waarvan Marcus Antonius kon profiteren. De samenzweerders hadden verdere moorden niet aangedurfd, en zodoende iemand in leven gelaten die levensgevaarlijk kon zijn.

En verder: het stoffelijk overschot was er nog. Dat bood de aanhangers van Julius Caesar de gelegenheid voor een begrafenis – en dus een demonstratie.

Het Capitool

De samenzweerders hadden aanvankelijk niet in de gaten hoe slecht ze er voor stonden.

Brutus en de anderen trokken, nog verhit van de moordpartij, met de ontblote dolken in de hand in optocht van het Senaatsgebouw naar het Capitool. Ze leken niet op vluchtelingen, maar riepen stralend en vol zelfvertrouwen het volk op tot vrijheid en nodigden de aanzienlijkste mannen die hun tegemoet kwamen uit om zich bij hen aan te sluiten.noot Ploutarchos, Caesar 67; vert. Hetty van Rooijen.

Ze waren niet de enigen die naar het Capitool kwamen: ze namen de gladiatoren mee.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 92; Velleius Paterculus, Romeinse Geschiedenis 2.58. Brutus daalde nog af naar het Forum om daar een toespraak te houden.

Er werd een bijeenkomst van het volk belegd waarin de moordenaars lang en uitvoerig aan het woord waren, tegen Caesar en vóór de Republiek, en het volk vroegen niet de moed te verliezen of bang te zijn dat hun iets zou overkomen: “Wij hebben Caesar gedood, niet om zelf aan de macht te komen of om er op een of andere manier profijt van te trekken, maar om ervoor te zorgen dat jullie, Romeinen, geregeerd zullen worden zoals jullie verdienen, namelijk als vrije en onafhankelijke burgers.”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21; vert. Gé de Vries.

Het was niet gelogen, maar het sprak de stadsbewoners niet aan – net zo min als vijf jaar eerder, toen de senatoren erop hadden vertrouwd dat de bevolking van Italië wel tegen Caesar en vóór de republiek zou willen vechten. Toen had dat appèl ook geen resultaat gehad. De gewone Romein had immers weinig te verwachten van aristocraten die, als ze niet ronduit corrupt waren, hun eigenbelang altijd lieten prevaleren. Men hield niet speciaal van Julius Caesar, maar men hield zeker niet van degenen die hem hadden vermoord en verantwoordelijk waren voor de onvermijdelijke nieuwe ronde burgeroorlogen. Cassius Dio typeert het:

Caesars moordenaars mochten dan verklaren dat zij, door hem uit de weg te ruimen, ook het Romeinse volk hadden bevrijd, maar in feite was hun complot een misdaad geweest en hadden ze Rome, dat eindelijk een stabiele regering had gekregen, in een diepe crisis gestort.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.1; vert. Gé de Vries.

Er zat voor de samenzweerders weinig anders op dan zich terug te trekken op het Capitool. Cassius Dio sneert dat ze het deden “om daar te bidden tot de goden”.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21. De moordenaars hadden de slag om de publieke opinie verloren. En dus trok Marcus Antonius zijn slavenkleding uit en zijn toga weer aan.

Hij haalde de mannen die zich op het Capitool hadden verzameld over om naar beneden te komen en bood als onderpand zijn eigen zoon aan; bovendien vroeg hijzelf Cassius te eten en nodigde Lepidus Brutus uit.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14; vert. Hetty van Rooijen.

Het initiatief lag nu bij Marcus Antonius en hij zou het de volgende weken niet meer afstaan. Vanavond om 19:00 meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #dictator #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #MarcusJuniusBrutus #Suetonius

De moord op Julius Caesar (7): de dood

Portret van Julius Caesar, gebaseerd op zijn lijkmasker (Archeologisch Museum, Palermo)

Caesars reactie

Julius Caesar sprong op om zich te verdedigen en Casca riep zijn broer. In zijn opwinding sprak hij Grieks.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

Caesar greep Casca’s arm en doorstak die met zijn schrijfstift.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Caesar draaide zich om en greep de dolk en hield die vast. Ze slaakten ongeveer gelijktijdig een uitroep; de getroffene riep in het Latijn:  “Vervloekte Casca, wat doe je?” en de dader in het Grieks tegen zijn broer: “Broer, help!”noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Caesar trok nu zijn kleed uit de handen van Cimber, pakte de hand van Casca vast, sprong van zijn zetel af, draaide zich om en smeet Casca met grote kracht weg.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Schok

De senatoren die van niets wisten waren verbijsterd en huiverden bij het zien van die daad. Ze durfden niet te vluchten of hem te hulp te komen, of ook maar een woord te uiten.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Verdere wonden

De andere Casca gehoorzaamde hem en stak zijn zwaard in Caesars zijde. Even eerder had Cassius hem al van opzij in het gezicht gestoken. Decimus Brutus raakte hem in de dij. Cassius Longinus wilde nog eens steken maar miste en trof Marcus Brutus in de hand. Ook Minucius deed een uitval naar Caesar, maar hij raakte Rubrius op de dij. Het leek alsof ze vochten om Caesar.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

Caesar deed een poging om op te springen, maar een nieuwe verwonding maakte dit onmogelijk. Hij merkte dat hij van alle kanten met getrokken dolken werd belaagd.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Maar van degenen die zich op de moord hadden voorbereid ontblootte ieder zijn dolk en Caesar, van alle kanten omringd en waarheen hij zich ook wendde doorboord door dolksteken die op zijn gezicht en ogen gericht waren, was nu als een wild dier verstrikt in de handen van allen. Want ze moesten allemaal zijn bloed proeven en aan het offer deelnemen. Daarom bracht ook Brutus hem één steek toe, in de lies. … Veel daders verwondden elkaar bij hun pogingen om al die steken in één lichaam aan te brengen.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Terwijl hij dat deed, stak een ander hem met zijn dolk diep in zijn zij, die door de draai strakgespannen stond. En Cassius trof hem in het gezicht, Brutus raakte zijn dij en Bucolianus zijn rug, zodat Caesar zich onder woedend gebrul als een wild dier van de een naar de ander keerde, maar na een steek van Brutus [lacune] Bij dat gezwaai in het wilde weg met hun dolken verwondden ze vaak elkaar.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De dood van Julius Caesar

Bedekt met wonden viel Caesar neer aan de voeten van het standbeeld van Pompeius. Er was er niet één die hem niet stak toen hij roerloos lag, als om te tonen dat ieder zijn aandeel in de daad had gehad. Pas toen hij vijfendertig wonden had opgelopen, blies hij zijn laatste adem uit.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 90.

Caesar omhulde zijn hoofd met zijn toga en trok gelijk met zijn linkerhand de plooien van zijn toga strak omlaag tot aan zijn voeten, zodat ook het onderste gedeelte van zijn lichaam bedekt zou zijn en hij er behoorlijk bij zou liggen. In deze houding werd hij drieëntwintig maal doorstoken.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Sommigen zeggen dat hij zich tegen de anderen verweerde en zich schreeuwend heen en weer wierp, maar toen hij Brutus met getrokken dolk tegenover zich zag zijn toga over zijn hoofd trok en zich liet vallen (toevallig of omdat de moordenaars hem in die richting duwden) bij het voetstuk van Pompeius’ standbeeld. Dat werd helemaal besmeurd met bloed zodat het leek alsof Pompeius zelf de leiding had bij de wraak op zijn vijand, die nu aan zijn voeten lag, stuiptrekkend van zijn vele steekwonden. Men zegt dat hij er drieëntwintig opliep.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

[lacune] of het eindelijk opgaf, zijn kleed over zijn hoofd trok en beheerst neerviel voor het beeld van Pompeius. Zelfs nu hij gevallen was, bleven ze hem mishandelen tot hij drieëntwintig keer gestoken was.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De laatste woorden van Julius Caesar

Alleen bij de eerste stoot kermde hij zonder een woord, al hebben sommigen overgeleverd dat hij, toen Marcus Brutus zich op hem stortte, in het Grieks tot hem heeft gezegd: “Ook jij, mijn zoon.”noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Hij trok zijn toga voor zijn gezicht terwijl hij door vele dolkstoten
dodelijk werd getroffen. Volgens mij is dit de meest betrouwbare versie, maar enkele bronnen vermelden nog dat hij, toen hij hard door Brutus werd geraakt, tegen hem gezegd zou hebben: “Jij ook, jongen.”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.19; vert. Gé de Vries.

Caesars beroemde laatste woorden worden doorgaans vertaald alsof het een vraag zou zijn geweest, waaruit verbazing zou blijken dat ook Brutus aan de aanslag zou hebben deelgenomen. Dat vraagteken staat ook in de vertaling van Daan den Hengst, die ik hier citeer.

Het vraagteken is echter pas uitgevonden in de Middeleeuwen. Het kan dus met geen mogelijkheid in het verslag van Suetonius hebben gestaan. Om die reden lijkt het mij allerminst uitgesloten, ja zelfs voor de hand liggend, dat Caesars laatste woorden, “καὶ σύ τέκνον”, verwijzen naar een standaardformule die we kennen van allerlei antieke grafschriften. De woorden “καὶ σύ” zijn een herinnering dat iedereen eens zal sterven: heden ik, morgen gij, vandaag Gaius Julius Caesar en volgend jaar Marcus Junius Brutus.

De standaardformule καὶ σύ op een mozaïek uit Antiochië

Dat de stervende de dood van Brutus aankondigde hoeft niet historisch waar te zijn; Suetonius en Dio kennen andere overleveringen. Maar het zou goed passen bij Caesars herhaalde aankondiging dat als hij zou sterven, het imperium opnieuw in chaos zou worden gedompeld.

Om 13:00 meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #dictator #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusJuniusBrutus #MarcusVelleiusPaterculus #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos #ServiliusCasca #Suetonius #TitusLivius #vraagteken

De moord op Julius Caesar (3): het wachten

Maquette van theater en porticus van Pompeius, met middenin de zuilengang tegenover het theater de vergaderzaal waar Caesar is vermoord (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

We weten niet precies wanneer de samenzweringen tegen het leven van Julius Caesar samen zijn gekomen tot één complot, maar zullen er niet ver naast zitten als we aannemen dat het was in de eerste weken van 44 v.Chr. We weten wel dat Gaius Cassius Longinus de aanwezigheid van de als respectabel geldende Marcus Junius Brutus noodzakelijk achtte, en dat deze er slapeloze nachten van had.

Porcia en Brutus

Dat schrijft althans Ploutarchos, van wie al zagen dat hij beschikte over bronnen uit Brutus’ huishouding.

Soms hielden zijn zorgen hem, of hij wilde of niet, uit zijn slaap en wanneer hij zich nog meer dan anders overgaf aan berekeningen en tobde over problemen, merkte zijn vrouw, die naast hem sliep, dat hij vervuld was van een ongewone onrust en dat er in hem een moeilijk en gecompliceerd plan omging.noot Ploutarchos, Brutus 13; vert. Hetty van Rooijen.

Brutus’ echtgenote was niet de eerste de beste. Porcia was een dochter van Cato de Jongere en was de weduwe van Marcus Calpurnius Bibulus, Caesars mede-consul en tegenstander in 59 v.Chr. Het was alleen maar logisch dat Brutus zijn echtgenote in vertrouwen nam. Ploutarchos vertelt nog dat Porcia een onverschrokken vrouw was, die met zelfverminking zou hebben bewezen bestand te zijn tegen marteling. We mogen bij die informatie wel wat vraagtekens plaatsen. Zelfverwonding is in elk geval een raar bewijs van moed.

De groep rond Cassius

In elk geval weten we dat Brutus die ochtend, met medeweten van zijn echtgenote, op pad ging.

De anderen verzamelden zich bij Cassius en begeleidden diens zoon, die de zogeheten mannentoga zou aannemen, naar het Forum. Daarvandaan begaven allen zich naar de zuilengang van het theater van Pompeius en wachtten daar op Caesar, die elk ogenblik naar de Senaat kon komen.noot Ploutarchos, Brutus 14; vert. Hetty van Rooijen.

De samenzweerders wachtten in een complex dat bestond uit het theater van Pompeius, met daarvoor een tuin die was omgeven door zuilengangen. Zie het plaatje hierboven. Aan het einde daarvan waren diverse zalen, waaronder een vergaderzaal die Pompeius had ingericht. Het eigenlijke Senaatsgebouw was een paar jaar eerder afgebrand en het nieuwe gebouw, dat u nog steeds kunt zien op het Forum Romanum, was in 44 nog in aanbouw. Dus vergaderde de Senaat in Pompeius’ vergaderzaal. Die lag bovendien buiten de gewijde stadsgrens, waar militaire aangelegenheden, die niet binnen de stad besproken mochten worden, aan de orde konden worden gesteld. En zoals bekend was Caesar bezig met de planning van een veldtocht tegen de Parthen.

In deze tuin wachtten de senatoren dus op de dictator. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio, die lang na de gebeurtenissen schrijft maar goede bronnen heeft geraadpleegd, weet te noemen dat de samenzweerders een Plan-B hadden. Terwijl zij wachtten in de zuilengangen rond de tuin, verzamelde een groep gladiatoren zich in het theater. Mocht de moord op één man leiden tot grootschaliger bloedvergieten, dan was er gewapende steun.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.16.. Ook de Romeinse auteur Velleius Paterculus weet van deze gladiatoren.

De tijd verstreek en omdat Caesar almaar niet verscheen, begonnen de bedienden alvast met opruimen. De vergulde troon waarop de voorzitter van een Senaatsvergadering zitting nam, werd dus alvast weggebracht naar de opslagruimte. Het voorval is onthouden omdat het later kwam te gelden als voorteken.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.17. Ondertussen wachtten de senatoren.

Iemand die wist wat er stond te gebeuren zou het meest verbaasd zijn geweest over de onverstoorbaarheid en kalmte van de mannen tegenover het gevaar. Als praetoren waren ze genoodzaakt met veel personen zaken te behandelen, en ze luisterden niet alleen vriendelijk naar degenen die met een verzoek kwamen of een geschil hadden, alsof ze alle tijd hadden, maar deden ook in alle gevallen zorgvuldig en weloverwogen uitspraak. En toen iemand die zich niet aan een uitspraak wilde onderwerpen luidkeels een beroep deed op Caesar en hem tot getuige riep, zei Brutus met een blik naar de aanwezigen: “Caesar belet mij niet volgens de wetten te handelen, en hij zal dat ook niet doen.”noot Ploutarchos, Brutus 14; vert. Hetty van Rooijen.

Porcia

Brutus bleef onverschrokken toen iemand aan kwam rennen met een persoonlijk bericht: zijn echtgenote was er slecht aan toe.

Porcia was namelijk buiten zichzelf om wat te gebeuren stond en niet in staat de druk van haar bezorgdheid te verdragen. Ze had de grootste moeite om binnen te blijven en rende bij elk rumoer en geschreeuw als een extatische bacchante naar buiten. Aan iedereen die van het Forum kwam vroeg ze hoe het met Brutus was en ze stuurde de een na de ander daarheen. Ten slotte, toen het steeds langer duurde, kon ze de situatie fysiek niet meer aan en begaven haar krachten het door alle opwinding en radeloosheid.

Voordat ze naar haar kamer kon gaan beving haar ter plaatse, terwijl ze tussen haar dienaressen zat, een flauwte en een zware verdoving, ze werd doodsbleek en kon geen woord meer uitbrengen. Haar dienaressen jammerden bij de aanblik, de buren snelden toe en al snel ontstond en verspreidde zich het gerucht dat ze dood was. Na korte tijd kwam ze echter bij en werd ze door de vrouwen verzorgd.

Brutus was door het overrompelende nieuws natuurlijk hevig ontdaan, maar hij bleef het algemeen belang vooropstellen en liet zijn aandacht door het ongeluk niet afdwalen naar eigen aangelegenheden.noot Ploutarchos, Brutus 15; vert. Hetty van Rooijen.

En zo bleef men wachten. We mogen aannemen dat ieder zijn eigen gedachten had.

Wordt om 11:00 vervolgd.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #CatoDeJongere #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusJuniusBrutus #MarcusVelleiusPaterculus #Ploutarchos #Porcia #praetor #Suetonius
"We Romans are far too civilized to fall for such tricks!" (AnonHistory)
THOSE DAMN HISTORIANS, ALWAYS SLANDERING INNOCENT EMPERORS