Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

Een Macedonische nederlaag

Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

De Macedonische generale staf heeft ongetwijfeld beter geweten. Weinig manoeuvres van Perzische commandanten waren namelijk zó succesvol als die van Mazaios. Alexander was van plan geweest langs de rivier op te rukken naar Babylon, waar hij de aanwezigheid vermoedde van Darius’ nieuwe leger. De schepen die als drijvers voor de bruggen waren benut zouden dienen om het zware materieel te vervoeren. Deze route was de kortste en was bovendien bekend uit de Anabasis van Xenofon. Nu bleek echter dat Darius de weg had geblokkeerd. Het was al na de oogsttijd en in het rivierdal lag het graan opgeslagen in versterkte nederzettingen die Mazaios eenvoudig kon verdedigen of vernietigen. Zijn aftocht richting Babylon betekende dat de Macedoniërs nergens voedsel zouden vinden.

Peutingerkaart: “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten”

Ze waren gedwongen een andere route te nemen en dat kon alleen de zogeheten Koninklijke Weg zijn, waarvan Alexander wist dat die ergens in het onbekende oosten lag, door de gebieden achter de rivier de Tigris. En het was ronduit onmogelijk snel door Mesopotamië op te rukken in die richting. Op deze breedte bestaat het gebied tussen de twee grote stromen uit een onbegaanbare woestijn, waar het in de hoogzomer al snel 50 graden is. De Romeinse Peutingerkaart typeert het gebied als “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten” en het is ook in de moderne tijd een obstakel. De ingenieurs die eeuwen later de Bagdadspoorlijn zouden aanleggen, kozen niet voor niets voor een tracé over de minder droge steppe in het noorden. Dat was ook het gebied waar de Macedoniërs nu doorheen zouden trekken, om de woestijn heen.

Darius’ opmars

Toen Darius vernam dat Alexander zich had laten dwingen tot deze omweg en oprukte naar de Tigris, trok hij vanuit Babylon naar het noorden om slag te leveren in het kerngebied van het voormalige koninkrijk Assyrië. Hij wist dat zijn vijand hier vroeg of laat naar toe zou komen en zocht een ruim strijdperk uit waar zijn numerieke meerderheid, anders dan bij Issos, goed tot haar recht zou komen. Zijn commandocentrum richtte hij in te Arba’il (het huidige Erbil), een hooggelegen versterking die befaamd was om haar heiligdom voor de vruchtbaarheidsgodin Ištar en getuige haar naam “vier-godenstad” nog meer cultusplaatsen bezat

De citadel van Arbela

Het was een uitstekende basis. Hier kwam namelijk de Koninklijke Weg samen met de wegen naar Armenië en de oostelijke satrapieën, zodat het eenvoudig was een groot leger samen te trekken. Het door Darius geselecteerde slagveld lag vijfenzeventig kilometer noordwestelijker bij een heuvel die de vorm had van de bult van een dromedaris en daarom werd aangeduid met de Semitische naam van dat dier, gammalu. De Macedoniërs verbasterden de plaatsnamen tot Arbela en Gaugamela.

Toen de Perzen het terrein hadden geëgaliseerd om het berijdbaar te maken voor strijdwagens en ruiters, was het zaak ervoor te zorgen dat Alexander zich niet naar een andere plaats begaf. Darius liet zijn tegenstander daarom ongestoord oprukken door het zuidoosten van het huidige Turkije. Het gebied deed de Macedoniërs denken aan hun vaderland en ze doopten de waterrijke stad Urhai, gelegen op een hoog boven de vlakte uitstekende rots, om tot Edessa, naar een Macedonische stad die net zo hoog lag en beroemd was om haar waterval. In het nabijgelegen Harran liet Alexander zijn mannen enkele dagen rusten en moet hij, gelovig als hij was, hebben geofferd in de tempel voor de maangod Sin. Via het bosrijke Nisibis bereikten de Macedoniërs op 18 september 331 v.Chr. de Tigris, ergens ter hoogte van de huidige Eski Mosul stuwdam.

Edessa

In de val

De Macedoniërs marcheerden een val in. Darius had het leger van Mazaios, dat zich inmiddels bij hem had gevoegd, vooruit gestuurd om het gebied te brandschatten. Alexanders troepen vonden onvoldoende voedsel om zich genoeg te voeden, maar voldoende om niet terug te keren. Overal staken Mazaios’ Babylonische ruiters de rieten daken van de huizen, de korenschoven, de gewassen en de voorraden in brand. De voorde door de Tigris ontruimden ze na een korte schermutseling: Mazaios liet de Macedoniërs verder in de fuik lopen.

Ze waren nu in Assyrië. Hoewel het machtige koninkrijk met die naam al drie eeuwen daarvoor was onderworpen door de Babyloniërs, wier imperium weer was opgenomen in dat van de Perzen, sprak de naam “Assyrië” nog altijd tot de verbeelding. De val van de eens zo machtige hoofdstad Nineveh had ook in Europa indruk gemaakt.

De Tigris

Uit de Babylonische Astronomische Dagboeken weten we dat op de avond van de Macedonische oversteek paniek uitbrak in het Perzische leger. Het ligt voor de hand de oorzaak daarvan te zoeken in het nieuws dat de vijand de rivier was overgestoken. Maar in feite was er geen reden voor paniek. Alexander had exact gedaan wat de grote koning wilde. Door de doorwaadbare plaatsen in de Eufraat en de Tigris vrijwel onbewaakt te laten, had de Pers bewerkstelligd dat zijn vijand optrok naar het slagveld van zíjn keuze. Darius was de situatie volledig meester en zijn zege leek gegarandeerd.

Over de slag bij Gaugamela heb ik al geblogd. U leest hier hoe slechte voortekens werkten als self-fulfilling prophecy en leidden tot de Perzische nederlaag. Volgende maand vervolg ik deze reeks met Alexanders opmars vanuit Assyrië naar Babylon.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arbela #Arrianus #Bagdadspoorlijn #DariusIIICodomannus #dromedaris #Edessa #Erbil #Eufraat #Gaugamela #Harran #KoninklijkeWeg #Mazaios #Nineveh #Nisibis #Parmenion #Peutingerkaart #Tigris

Alexander de Grote in de Levant

Syriërs (Apadana, Persepolis)

In de zomer van 331 v.Chr. vernam de Perzische koning Darius III Codomannus dat zijn tegenstander, Alexander, was teruggekeerd uit Egypte. De Macedonische koning was op weg gegaan toen hij hoorde dat de inwoners van Samaria, die hij een maand of zeven eerder nog had begunstigd door hun de bouw van een tempel toe te staan, in opstand waren gekomen en de Macedonische gouverneur levend hadden verbrand.

De oorzaak van deze revolte is onbekend, maar we mogen aannemen dat sommige leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap het vertrek van het Perzische garnizoen betreurden en dat anderen meenden dat de tempelbouw het begin vormde van het messiaanse tijdperk, waarin volgens de voorspellingen de taheb (een Mozesachtige profeet) de onafhankelijkheid van het oude koninkrijk Israël zou herstellen. De opstandelingen waren geen partij voor het Macedonische leger en kozen, toen het naderde, wijselijk eieren voor hun geld door de leiders van de opstand uit te leveren. Enkele papyri, gevonden in de Wadi Daliyeh op de westelijke Jordaanoever, lijken te behoren bij een groep vluchtelingen uit Samaria.

Harnas (Historisch Museum, Kazanluk)

Griekse aangelegenheden

Korte tijd later bereikte Alexander Tyrus, dat inmiddels werd bewoond door Macedonische veteranen en loyale Feniciërs. Hier offerde hij opnieuw aan Melqart en organiseerde hij sportwedstrijden en een theaterfestival. Nu Alexander beschikte over de schatten uit allerlei Perzische provinciehoofdsteden, kon hij gigantische honoraria betalen en kocht hij acteurs weg die al in Griekenland onder contract stonden.

Andere Griekse gasten waren gezanten die vroegen om de vrijlating van de soldaten die bij de Granikos gevangen waren genomen. Omdat koning Agis III van Sparta inmiddels een bevrijdingsoorlog was begonnen met een overwinning op een Macedonisch contingent, maar nog niet alle Griekse steden zich aan zijn zijde hadden geschaard, willigde Alexander het verzoek in, wat tot resultaat had dat bijvoorbeeld in Athene voldoende sympathie voor de Macedonische zaak werd gewekt om niet over te lopen naar de Spartanen. Tegelijk stuurde Alexander honderd Fenicische en Cypriotische schepen naar Kreta en de Peloponnesos om Agis te bestrijden.

Inscriptie over Alexanders spelen in Tyrus (Archeologisch museum, Amfipolis)

Zenuwenoorlog

Ondertussen beidde Alexander zijn tijd. Hij had verwacht dat Darius hem zou aanvallen, maar die was daarvoor veel te verstandig. Liever liet hij Alexander oprukken naar het oosten, waarover de Macedoniërs vrijwel niets wisten. Alexander had nog een andere reden om zich te verbijten, want hij verwachtte 15.000 nieuwe soldaten uit Europa, die almaar niet aankwamen. Misschien had Antipatros, zijn gouverneur in Macedonië, deze mannen nodig in zijn strijd tegen Agis. Uiteindelijk besloot Alexander maar op weg te gaan naar het Tweestromenland, in de hoop dat de versterkingen hem zouden inhalen vóór hij stuitte op het leger van Darius.

Darius legde zijn vijand geen strobreed in de weg. Zeventig jaar eerder was een leger van Griekse huurlingen, aangevoerd door de rebelse Perzische prins Cyrus de Jongere, onder de rook van Babylon tegengehouden en verslagen, en vervolgens op de terugweg grotendeels vernietigd. (Een van de deelnemers was Xenofon geweest.) Het Perzische opperbevel had dus reden tot optimisme nu een nieuw westers leger in de val liep.

De Eufraat

Darius liet de Macedoniërs dan ook ongestoord oprukken in de richting van de rivier de Eufraat, naar een plaats die in onze bronnen Thapsakos, “voorde”, wordt genoemd en die we moeten zoeken in het grensgebied van Turkije en Syrië. De stroom is daar ongeveer even breed als de Nederlandse Waal. Alexanders vriend Hefaistion was al bezig twee schipbruggen te bouwen toen Mazaios, de satraap van Babylon, met een klein leger verscheen op de oostelijke oever.

[Wordt morgen vervolgd; een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AgisIII #AlexanderDeGrote #Antipatros #Athene #DariusIIICodomannus #Eufraat #Hefaistion #Mazaios #Melqart #messias #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #Sparta #Tyrus #WadiDaliyeh

Culturele eerstes

Göbekli Tepe

Wie in de achttiende eeuw zou hebben gevraagd waar de beschaving vandaan kwam, zou hebben kunnen rekenen op verbaasde reacties: uit Mesopotamië natuurlijk! De Bijbel was daarover immers duidelijk: de eerste hoofdstukken van de Bijbel spelen in de Hof van Eden, op de vlakte van Sinjar en in de stad Harran. Ook de steden Babylon en Ur, die wat zuidelijker liggen, worden vermeld. De vroegste mensen hadden gewoond in Mesopotamië en waren daar hun paradijselijke superioriteit kwijtgeraakt. Uitzwervend over de wereld waren ze gedegenereerd.

Je zou in de achttiende eeuw ook een ander antwoord hebben kunnen krijgen, dat een andere definitie van beschaving veronderstelt. Sinds de Renaissance was men van mening dat het vooral Rome was geweest waar de wereldgeschiedenis een sprong voorwaarts had gemaakt. Daar was getoond hoe je efficiënt moest besturen, mooie kunst kon maken, goed kon schrijven. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond een derde theorie: toen kregen de Grieken de reputatie als eersten het stadium van primitiviteit te hebben verlaten en dat der beschaving te hebben bereikt. Griekenlands voortreffelijkheid werd vooral verkondigd door J.J. Winckelmann, en ook al was zijn verklaring stapelgek, dit idee bleef nog enige tijd in zwang. Het scheelde weinig of de Griekse originaliteit zou zijn vastgelegd in de preambule van de Europese Grondwet, en dat zou dan even absurd zijn geweest als de wet waarmee Indiana de waarde van pi wilde vastleggen.

Ruim honderd jaar geleden, toen het spijkerschrift was ontcijferd, waren er geleerden die meenden dat alle beschaving uit Babylonië was gekomen. In Duitsland waren er die meenden dat het beschavingscentrum bij uitstek moest worden gezocht bij een noords ras dat afkomstig was van de Noordduitse laagvlakte. De afrocentristen opperen dat “Zwart Afrika” niet alleen de bakermat was van de mensheid, maar dat hiervandaan ook belangrijke culturele impulsen waren uitgegaan. En ondertussen blijven er classici als Simon Goldhill (en de leden van de Europese Conventie dus) die nog steeds voor Griekenland een uitzonderlijke plek opeisen, ongehinderd door kennis van de twee twintigste-eeuwse radiocarbonrevoluties.

Het centrale probleem met de genoemde theorieën is, als we even afzien van de steeds verschuivende definitie, dat men elke keer één volk wil aanwijzen als “de eerstgeborene van Moeder Natuur” (Winckelmann) die de mensheid had getoond hoe primitieve samenlevingen van jagers en verzamelaars konden evolueren tot beschaafde, schrijvende, stedelijke maatschappijen. Dat er slechts één cultuurcentrum is geweest, is echter allang weerlegd. Hier is een niet uitputtend lijstje dat de overgang van jagers/verzamelaars naar complexe samenleving documenteert.

(klik=groot)
  • Aardewerk: ontstaan in China rond 18.000-17.000 v.Chr. Daarna verspreidde het zich naar het westen; in het Midden-Oosten dateert het oudste aardewerk uit ongeveer 7000 v.Chr. (Çatalhöyük).
  • Akkerbouw: laten we zeggen rond 10.000 v.Chr. in de Taurus en Zagros. Tarwe werd bijvoorbeeld verbouwd in Cafer Höyük aan de bovenloop van de Eufraat.
  • Heiligdom: Sheikh-e Abad in West-Iran (9800 v.Chr.).
  • Veeteelt: de geit en het schaap werden in het tiende millennium v.Chr. gedomesticeerd, opnieuw in de Taurus en Zagros.
  • Monumentale sculptuur: Göbekli Tepe in Zuidoost-Turkije (9000 v.Chr.).
  • Huizen met muren van tichels en een echt dak: opnieuw Çatalhöyük in Turkije (7400 v.Chr.).
  • Zuivel (en lactosetolerantie): 6500 v.Chr. rond de Zee van Marmara (Pendik en Hoca Çeşme).
  • Kopernijverheid: rond 5000 in Gumelnița-cultuur (Zuidoost-Roemenië).
  • Wijn: ongeveer 5000 v.Chr. in oostelijk Turkije.
  • Domesticatie van de ezel: oostelijk Afrika 5000 v.Chr.
  • Huidskleurverschil: de meest aannemelijke verklaring voor het ontstaan van de blanke huid is een vitamine-D-gebrek dat bij boeren vaker voorkomt dan bij jagers, wat een datering rond 5000 v.Chr. aannemelijk maakt. In elk geval ontstonden de verschillende huidskleuren ná 7000 v.Chr.
  • Gouden sieraden: rond 4600 in Varna (Oost-Bulgarije).
  • Vier vroege steden: Tell Brak (Syrië) 3800 v.Chr.; Eridu (Irak) 3700 v.Chr.; Uruk (Irak) 3500 v.Chr.; Hierakonpolis (Egypte) 3500 v.Chr.
  • Het wiel, de wagen: oostelijk Roemenië 3600 v.Chr.
  • De ploeg: op z’n laatst rond 3500 v.Chr. in Mesopotamië.
  • Wolnijverheid: vierde millennium v.Chr. in de Kaukasus.
  • Interregionale handel: Melitene (Arslantepe) in oostelijk Turkije exporteerde rond 3700 bewerkt koper naar zuidelijk Irak en importeerde koper, zilver en goud uit de westelijke Kaukasus.
  • Domesticatie van het paard: Oekraïne 3500 v.Chr.
  • Schrift: rond 3300 v.Chr. ontstonden zowel in Egypte als Mesopotamië schriftsoorten. Iets later waren het Iraanse Jiroft en de Indusschriften.
  • Begin van de Bronstijd: een kwestie van definitie. Egyptologen kiezen voor 3150 v.Chr., assyriologen voor 2900 terwijl men het voor het Egeïsche Zee-gebied afrondt op 3000.

Kortom, toen de mensen eindelijk in staat waren op te schrijven wat van interessante dingen ze zoal meemaakten, waren de spannende millennia waarin we van jager/verzamelaar tot stedeling evolueerden, net voorbij.

#akkerbouw #Arslantepe #Çatalhöyük #bakermat #CaferHöyük #Chalcolithicum #domesticatie #Eridu #Eufraat #ezel #GöbekliTepe #geit #goud #GumelnițaCultuur #Hierakonpolis #HocaÇeşme #Jiroft #Kaukasus #koper #Kopertijd #Melitene #nijverheid #paard #Pendik #SheikhEAbad #TellBrak #Tigris #Uruk #Varna #veeteelt #wijn #ZeeVanMarmara

Lucius Verus versus de Parthen

Lucius Verus (Torloniacollectie, Rome)

In 115 ontketende de Romeinse keizer Trajanus (r.98-117) een enorme oorlog tegen het Parthische Rijk. Hij liep de bufferstaat Armenië onder de voet en gelastte zijn legioenen om langs de Tigris en de Eufraat op te rukken naar de Perzische Golf. Een boottochtje vormde het triomfantelijke hoogtepunt van de operatie. Maar meteen daarna waren er opstanden en Trajanus’ opvolger Hadrianus (r.117-138) ontruimde de gebieden. Evengoed zat de schrik er goed in bij de Parthen: decennia lang bleef het rustig. De opbloeiende handel van een stad als Palmyra documenteert de zegeningen van de vrede.

Crisis

Tijdens Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius (r.138-161) bleef het aan de Eufraatgrens rustig en de Romeinen verwachtten dan ook geen onoverkomelijke moeilijkheden toen Marcus Aurelius en zijn broer Lucius Verus aantraden. De nieuwe keizers werden totaal overrompeld door het offensief van de Parthische koning Vologases IV, die niet alleen het Romeinse Rijk binnenviel maar ook de gouverneur van Cappadocië versloeg. Een van de legioenen (VIIII Hispana of XXII Deiotorana) werd vernietigd. De Parthen versloegen ook de gouverneur van Syrië, installeerden in Armenië een vazalkoning en vervingen in het bufferstaatje Edessa de pro-Romeinse koning Manu door een eigen vorst.

Terzijde: ik schreef weliswaar dat de Romeinen geen onoverkomelijke moeilijkheden verwachtten, maar het is aannemelijk dat ze wel iets hebben zien aankomen. Het bewijsstuk is de inscriptie die bekendstaat als EDCS-12401969: ze vermeldt iemand die door Antoninus Pius aan het hoofd van versterkingen naar Syrië is gestuurd. Van de andere kant: het duurde even voordat de Romeinen hun eigen troepenmacht gereed hadden. Een verlaging van het zilvergehalte van de Romeinse munten bewijst dat men onverwacht snel extra geld in omloop moest brengen om de oorlog te financieren.

Lucius Verus reisde pas na een jaar af naar het oosten om persoonlijk leiding te geven aan de oorlog. Het was menens. Keizerlijke aanwezigheid aan het front was al een kwart eeuw niet meer voorgekomen. De laatste keer was Hadrianus’ oorlog tegen Bar Kochba geweest.

The Empire Strikes Back

Verus, die nog geen frontervaring had, bleef overigens op de achtergrond en liet de concrete leiding van de operaties over aan generaals die al wel eens hadden gevochten. Begin 163 rukten de legioenen op naar Armenië, waar ze Artaxata innamen en een nieuwe koning installeerden in een van een Romeins garnizoen voorziene nieuwe hoofdstad. Een emissie van goudstukken waarop de Romeinse keizers de eretitel Armeniacus voeren, bewijst hoe blij ze waren dat ze de schande hadden uitgewist.

Lucius Verus Armeniacus (Valkhof, Nijmegen)

Een tweede operatie vond in 164 plaats aan de Eufraat, waar generaal Avidius Cassius de stad Edessa innam en de pro-Romeinse koning Manu weer op de troon plaatste. De Parthische koning Vologases had dus twee recent aangestelde bondgenoten verloren, en lijkt door anderen in de steek te zijn gelaten. Avidius Cassius profiteerde ervan door op te rukken langs de Eufraat, het verzwakte Parthische leger te verslaan bij Doura Europos en het huidige Raqqa in te nemen. In het volgende jaar stootte hij door naar de Parthische hoofdsteden Seleukeia en Ktesifon, gelegen aan de Tigris. Seleukeia brandde hij plat en in Ktesifon maakte hij het koninklijk paleis met de grond gelijk. De Parthen waren verslagen en de twee Romeinse keizers vierden het door eretitels als Parthicus Maximus aan te nemen.

In het volgende jaar, 166, opereerden de legioenen in het gebied dat de Romeinen Atropatene noemden en wij Azerbaijan. Deze operatie werd echter afgebroken. Onze voornaamste bron, een uittreksel uit het geschiedwerk van de Grieks-Romeinse auteur Cassius Dio, meldt dat Avidius Cassius terugkeerde met grote verliezen aan mensenlevens.noot Cassius Dio, Romeinse geschiedenis . Misschien kwam dat door de uitbraak van een epidemie, waarover ik nog zal bloggen, maar het leger kan ook een nederlaag hebben geleden. Het uittreksel is te kort en te verward om meer te weten.

Een vredesverdrag volgde: in Armenië werd de status quo hersteld, de Parthen erkenden het Romeinse gezag in Edessa en in Doura Europos, en Lucius Verus bezat de tact om in die laatste stad geen troepen uit Italië te stationeren maar hulptroepen uit Palmyra. Evengoed was Romes invloed nu uitgebreid over de Eufraat en werden voor de overwinning overal in de Romeinse wereld monumenten opgericht. Het Parthenmonument in Efese en de ereboog in het Libische Tripoli zijn maar twee voorbeelden.

De ereboog in Tripoli

***

Tot 23 november is in het Rheinisches Landesmuseum in Trier een expositie over Marcus Aurelius.

#AntonijnseEpidemie #Artaxata #Atropatene #AvidiusCassius #Azerbaijan #CassiusDio #DouraEuropos #Efese #epidemie #Eufraat #Irak #Ktesifon #LuciusVerus #ManuVanEdessa #MarcusAurelius #Palmyra #Parthenmonument #ParthischeRijk #SeleukeiaAanDeTigris #Syrië #TripoliLibië_ #VologasesIV

Ptolemaios III Euergetes in Babylon

Ptolemaios III Euergetes (Hessisches Landesmuseum, Kassel)

Oudheidkunde is de wetenschap van de dataschaarste. De meeste informatie uit de Oudheid is immers verloren. Aan de hand van een biologische parallel waarover ik het nog eens hebben zal, kunnen we vaststellen dat ongeveer 5% van alle antieke teksten over is. Je kunt de situatie dus vergelijken met vijf puzzelstukjes van een puzzel van honderd stukjes. En wat is het dus geweldig als er een zesde stukje blijkt te zijn. Daarom zijn bronpublicaties zo belangrijk: inscripties, papyri, kleitabletten. Waarbij ik meteen aanteken dat de publicatie van teksten (of archeologische vondsten) op zichzelf vanzelfsprekend geen wetenschap is; dataverwerving is geen wetenschap maar slechts een voorwaarde voor wetenschap.

Bronnenuitgave

Tot het materiaal dat de afgelopen kwart eeuw is ontsloten, behoren enkele Babylonische kronieken uit de hellenistische periode. Ik noemde de publicatie al eens eerder, ruim twee maanden geleden: Babylonian Chronographic Texts from the Hellenistic Period van de Nederlandse oudheidkundige Bert van der Spek (met een heel team van coauteurs, medewerkers en anderen). Het gaat om tweeëntwintig teksten met beschrijvingen van de gebeurtenissen die voor de stad Babylon belangrijk waren; alles bij elkaar ruim 160 bladzijden met de Babylonische tekst, een Engelse vertaling en commentaar. Daarnaast zo’n 850 pagina’s met de Astronomische Dagboeken die de basis vormen voor de in de kronieken samengevatte informatie. Het boek is zo zwaar als een baksteen.

Babylonian Chronographic Texts from the Hellenistic Period bevat ook nog zestig bladzijden met uitleg van het genre, van de conventies waarmee een spijkerschrifttekst wordt uitgegeven, van de chronologie en wat dies meer zij. Oudheidkundigen hebben geen enkel excuus om het boek niet te raadplegen – en ik maak dat punt met enige nadruk omdat oudheidkundigen met belangstelling voor het hellenisme zich meestal beperken tot de Griekssprekende wereld, terwijl spijkerschriftspecialisten ophouden als de Perzen komen. De Routledge History of the Ancient World, een vrij gerenommeerde reeks handboeken, laat het hellenisme in het Nabije Oosten simpelweg onbehandeld.

Vijf van de honderd puzzelstukjes zijn er, en dan komt er een zesde bij. Dat is op zich al leuk, maar het is natuurlijk nog leuker als het stukje ergens bij aansluit. Dan ontstaan verbanden, dan zijn we dus (per definitie) aan het verklaren en wordt het wetenschap. En dat is het geval met de Ptolemaios III-kroniek. Het klapstuk uit de collectie.

Seleukos II Kallinikos (Staatliches Münzkabinett, München)

De situatie

Wat was er aan de hand? In de zomer van 246 v.Chr. scheidde de Seleukidische koning Antiochos II Theos van zijn tweede echtgenote, Berenike, de dochter van de kort daarvoor overleden Ptolemaïsche koning Ptolemaios II Filadelfos. Anders gezegd: de pro-Egyptische hoffactie in het Seleukidische Rijk raakte uit de gratie, en een andere factie won aan invloed. Dat was de factie van Antiochos’ eerste echtgenote, Laodike. Zo’n volte-face was sowieso een ingrijpende beleidswisseling, maar het werd een ramp omdat koning Antiochos meteen daarna overleed.

Nu waren er twee koninginnen, elk met steun aan het hof, elk met steun in diverse buitenlanden.

  • Enerzijds was daar Laodike, de moeder van de meteen als koning erkende Seleukos II;
  • anderzijds was er Berenike, met een minderjarige zoon Antiochos.

Haar factie stond er slecht voor, maar omdat de echtscheiding zo recent was, verbleef zij nog in de hoofdstad Antiochië, terwijl de nieuwe koning Seleukos en zijn moeder Laodike ergens in het huidige Turkije verbleven. Dat bood kansen aan de aanhangers van Berenike: haar broer Ptolemaios III Euergetes, pas enkele maanden aan de macht, besloot te interveniëren.

Seleukeia

In september lanceerde hij een aanval op het Seleukidische Rijk. Zonder problemen landde hij in Seleukeia, de haven van Antiochië, waar hij enthousiast werd ontvangen. Dat lezen we althans in de papyrus die bekendstaat als FGrH 160, en het kan natuurlijk propaganda zijn. In elk geval had koning Ptolemaios zich meester gemaakt van het centrum van het Seleukidische Rijk. Zijn zus Berenike was echter zo onverstandig om in dit moment van triomf haar paleis te verlaten en werd prompt vermoord.

Oorlog

Een Egyptische inscriptie die zeker propagandistisch is, vermeldt nu:

Nadat Ptolemaios meester was geworden van het hele gebied aan deze kant van de Eufraat … stak hij de rivier over en onderwierp hij Mesopotamië, Babylonië, Sousiana, Persis, Medië en al het andere land tot Baktrië aan toe.noot OGIS 54.

Dat is ongeloofwaardig, niet alleen omdat het bizar is dat een Egyptisch leger zou kunnen oprukken door Irak en Iran tot aan het grensgebied van Afghanistan en Oezbekistan, maar ook omdat het niet in onze voornaamste andere bron staat: Appianus. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten is hij de enige geschiedschrijver uit de Oudheid met een wetenschappelijk te noemen causaliteitsbegrip. Alleen begint hij zijn zeer korte beschrijving met iets wat vrijwel zeker niet waar is:

Laodike vermoordde Antiochos en daarna ook Berenike en haar kind.noot Appianus, Syrische Oorlogen 65.

Dit zou betekenen dat Laodike de man die net voor haar had gekozen, en van wie ze het meest profiteerde, uit de weg had geruimd. Niet plausibel. Het vervolg:

Ptolemaios III nam wraak voor deze misdaden door Laodike te doden. Hij viel Syrië binnen en rukte op tot aan Babylon.

Een opmars vanuit Syrië naar Irak is niet plausibel als je vijand zich bevindt in Turkije. Kortom, wetenschappers betwijfelden of Ptolemaios wel voorbij Antiochië was opgerukt.

De voorkant van de Ptolemaios III-kroniek (British Museum, Londen)

De Ptolemaios-kroniek

Dat verandert echter met de Ptolemaios III-kroniek, die een ooggetuigenverslag uit Babylon biedt. U leest de Engelse vertaling daar. Wat we leren is dat het leger van Ptolemaios in december 246 een stad bereikt in de buurt van Babylon, vermoedelijk Sippar, waarop de Seleukidische officieren in Babylon het koninklijke paleis in staat van verdediging brengen.

Op 9 januari 245 v.Chr. slaan de Ptolemaïsche troepen, “die gekleed zijn in ijzer en die geen ontzag hebben voor de goden”, het beleg op voor Babylon. Vier dagen later vallen ze een van de fortificaties aan, waarop allerlei mensen naar het paleis vluchten. Ze worden afgeslacht door de Ptolemaïsche soldaten die de stad zijn binnengedrongen.

Op 18 januari arriveren meer troepen, en op 20 januari betreden die de voornaamste tempel van Babylon, de Esagila. Hun commandant wordt alleen geïdentificeerd als “een bekende prins” en is vermoedelijk Xanthippos. Het is zomaar denkbaar dat dat de man is die enkele jaren eerder de Romeinse generaal Regulus had verslagen.

De moeilijk in te nemen muur van Babylon

Na enkele offers te hebben gebracht, slaat “de bekende prins” het beleg op voor het koninklijk paleis. Een Seleukidische uitval mislukt en de belegering duurt voort. Op (vermoedelijk) 29 januari arriveren Seleukidische troepen, maar ze worden door de Ptolemaïsche soldaten afgeslagen. Daar breekt het kleitablet af, zodat we vooralsnog niet weten of ook het paleis in handen van de Ptolemaïsche troepen is gevallen.

Tot slot

Dat is misschien wat teleurstellend, maar we hebben dus een puzzelstukje erbij gekregen en het sluit mooi aan bij de weinige informatie waarover we al beschikten.

De oorlog – voor wie dat wil weten – staat bekend als de Derde Syrische Oorlog en werd al snel beslist doordat Seleukos II vanuit Turkije naar Syrië oprukte en het leger van Ptolemaios III tot de terugkeer dwong. In het vredesverdrag van 241 behield hij de Seleukidische havenstad Seleukeia.

#Antiochië #AntiochosITheos #Appianus #Babylon #BerenikeFerneforos #BertVanDerSpek #DerdeSyrischeOorlog #Eufraat #LaodikeI #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosIIIEuergetes #SeleukeiaInPieria #SeleukidischeRijk #SeleukosIIKallinikos #Sippar #XanthipposVanLakedaimon
Rond de restanten van #Eridu in Zuid-#Irak, de oudste stad van het oude #Tweestromenland, hebben Iraakse #archeologen 200 grote kanalen en meer dan 4000 kleinere in kaart gebracht. Deze waren verbonden met de #Eufraat die in de oudheid langs de rond 5400 v.Chr. gestichte stad stroomde.
https://www.labrujulaverde.com/en/2025/03/archaeologists-discover-a-network-of-more-than-4000-canals-and-700-farms-in-eridu-the-first-city-in-history-according-to-mesopotamian-sources/
Archaeologists Discover a Network of More Than 4,000 Canals and 700 Farms in Eridu, the First City in History According to Mesopotamian Sources

In the heart of ancient Mesopotamia, a group of researchers has achieved a significant archaeological milestone: the identification and mapping of a vast network of irrigation canals in the region of Eridu, in southern Iraq, the southernmost of all the great Mesopotamian cities and, according to the

LBV Magazine English Edition

De #Eufraat behoort, van alle rivieren uit de oude wereld, tot de meer tot de verbeelding sprekende. De rivier stroomt door Turkije, Syrië en Irak.

https://wp.me/p1HkCZ-lLB

De Eufraat - Mainzer Beobachter

De Eufraat is de langste rivier van het Nabije Oosten: de stroom meet niet minder dan 2.760 kilometer, eens zoveel als de Rijn. De oude Sumeriërs spraken van Id-Ugina, “de blauwe rivier”, terwijl de Babyloniërs en Assyriërs het hadden over de Purattu. De twee bronnen van de Eufraat en de bovenlopen liggen in wat vroeger Armenië … Meer lezen over De Eufraat

Mainzer Beobachter
#Raqqa #Syrië #Sinan #npo1 #Eufraat Wat mooi, ondanks een verschrikkelijke geschiedenis in de afgelopen jaren.