"Take THAT, puny Roman Empire!"
https://piefed.social/c/historymemes/p/1982614/take-that-puny-roman-empire
"Take THAT, puny Roman Empire!"
https://piefed.social/c/historymemes/p/1982614/take-that-puny-roman-empire
V Macedonica aan de Donau
Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.
V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.
Macedonië
Misschien heeft het even V Scythica geheten, wat suggereert dat het heeft gestreden tegen de nomaden van de Pontische steppe, die zo nu en dan de Donau overstaken. Wellicht heeft het Vijfde, samen met het Vierde, deze stammen verslagen, maar we kunnen deze overwinning niet dateren. Een mogelijke kandidaat is de oorlog van 29-27 v.Chr., waarin de Romeinse commandant Marcus Licinius Crassus (een kleinzoon van de beroemde Crassus) eigenhandig een vijandelijke leider doodde. Het legioen was vrijwel zeker betrokken bij de campagne van Tiberius, de toekomstige keizer, naar het Parthische Rijk die in 20 v.Chr. een diplomatiek einde kreeg.
Vechten was vanzelfsprekend niet de enige bezigheid van de legionairs. Verschillende inscripties documenteren de aanleg van wegen en andere kunstwerken in het Donaugebied. Het nieuw veroverde land, Moesia, moest nog worden ontwikkeld. Het is goed denkbaar dat een van de officieren in deze jaren Velleius Paterculus was, die schrijft dat hij de delta van de Donau heeft gezien.noot Velleius Paterculus, Romeinse geschiedenis 2.101.
Moesia en Armenië
In 6 na Chr. werd V Macedonica overgeplaatst naar Oescus (het huidige Gigen) in Moesia, waar het zou blijven tot 61. Op dit punt bewaakte het de weg langs de zijrivier de Olt naar het zuiden tegen invallen vanuit het koninkrijk Dacië. Het vocht ook aan een ander front: het Vijfde was actief toen keizer Claudius in 45/46 besloot Thracië aan het Romeinse Rijk toe te voegen. De details van deze annexatie zijn vrijwel onbekend.
In 62 werd het Vijfde overgeplaatst naar het oosten, waar het gestationeerd was in Pontus, ten zuiden van de Zwarte Zee. Nero’s generaal Lucius Caesennius Paetus, de gouverneur van Cappadocië, had XII Fulminata en IIII Scythica (dat eerder was overgeplaatst) en een onderafdeling van V Macedonica een rampzalige campagne gevoerd in Armenië. Bij Rhandeia was dit leger gedwongen geweest zich over te geven en het was aan de gouverneur van Syrië, Gnaeus Domitius Corbulo, om een vergeldingscampagne te lanceren met de legioenen III Gallica, VI Ferrata en X Fretensis. Corbulo lijkt V Macedonica aan zijn hoofdmacht te hebben toegevoegd en wist een compromisvrede te bereiken. Ik blogde er al eerder over.
Joodse Opstand
V Macedonica was waarschijnlijk nog in het oosten toen in 66 de Joden in opstand kwamen. Het legioen kwam nu onder bevel van Titus Flavius Vespasianus (de toekomstige keizer). Samen met X Fretensis en XV Apollinaris was het actief in Galilea, waar Sepforis in 67 werd bevrijd. In de daaropvolgende jaren trokken de Romeinen langzaam naar het zuiden. Een van de meest heldendaden van het Vijfde was de bestorming van de berg Gerizim, het belangrijkste heiligdom van de samaritaanse geloofsgemeenschap.
In 68 werd de oorlog onderbroken omdat keizer Nero zelfmoord had gepleegd en de opvolging onduidelijk was. Het legioen bleef enige tijd wachten, met een kamp in Emmaüs. De aanwezigheid van verschillende grafstenen duidt op zware gevechten.
Tijdens de volgende zomer werd Vespasianus tot keizer uitgeroepen en ging hij naar Alexandrië, waar hij de graanaanvoer van Rome afsneed en waarvandaan hij leiding gaf aan de oorlog in Italië. Toen het “vierkeizerjaar” 69 voorbij was, wees Vespasianus zijn zoon Titus aan om de oorlog af te ronden met de inname van Jeruzalem. Na de Romeinse overwinning escorteerde het Vijfde Titus naar Alexandrië. Vervolgens keerde het terug naar Moesia, naar Oescus. Het was bijna tien jaar van huis geweest.
Een inscriptie in de Capitolijnse Musea in RomeOpnieuw Moesia
Halverwege de jaren tachtig reorganiseerde keizer Domitianus de grenzen van de Rijn en de Donau. Moesia werd verdeeld in twee provincies: Moesia Superior en Moesia Inferior. V Macedonica behoorde met I Italica en XI Claudia tot de laatstgenoemde provincie. Het was een moeilijke tijd, want aan de overzijde van de Donau was het koninkrijk Dacië steeds agressiever. De door Domitianus aangewezen commandanten waren redelijk succesvol, maar de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus, in 89 belette volledig succes. Een van de officieren in deze tijd was de toekomstige keizer Hadrianus.
Het was pas later dat de Romeinen afrekende met de Daciërs: in twee grote oorlogen tussen 101 en 106 annexeerde keizer Trajanus het gebied benoorden de Donau. Na gedane arbeid werd V Macedonica overgeplaatst naar het noordoosten, naar Troesmis (het huidige Iglita), vlakbij de delta van de Donau. Hier held het legioen de Roxolani in de gaten, een stam die soms onrustig was (onder andere in 118). Het staat vast dat Trajanus ook soldaten van V Macedonica meenam op zijn onsuccesvolle campagne tegen het Parthische Rijk (115-117). De onderdrukking van de opstand van de messiaanse leider Bar Kochba volgde vijftien jaar later. Dit was een van de zwaarste oorlogen die Rome ooit heeft moeten voeren.
Er is het een en ander bekend over de niet-militaire taken die de legionairs van V Macedonica in deze jaren uitvoerden. Sommigen dienden in het hoofdkwartier van de gouverneur van Moesia Inferior, in Tomis aan de Zwarte Zee (het huidige Constanța). Met de mannen van XI Claudia bouwden ze het fort van Draschna in het zuidoosten van de Karpaten. Van tijd tot tijd dienden soldaten van V Macedonica op de Krim, waar enkele Griekse steden moesten worden beschermd tegen de nomaden van de Pontische Vlakte. De legioenen van Moesia Inferior waren om beurten verantwoordelijk voor deze buitenpost. Behalve V Macedonica, dienden hier dus ook onderafdelingen van I Italica en XI Claudia.
#BarKochba #Claudius #Constanța #Dacië #Emmaüs #GaiusVibiusPansa #Gerizim #GnaeusDomitiusCorbulo #Hadrianus #IItalica #IIIGallica #IIIIScythica #Jeruzalem #JoodseOpstand #Krim #legioen #LuciusAntoniusSaturninus #LuciusCaesenniusPaetus #Moesia #Nero #Oescus #ParthischeRijk #RomeinsLeger #RomeinsParthischeOorlog #Roxolani #samaritaanseGeloofsgemeenschap #samaritanen #Sepforis #slagBijRhandeia #Tiberius #Titus #Tomis #Trajanus #Troesmis #VMacedonica #Vespasianus #VIFerrata #Vierkeizerjaar #VIIIAugusta #XFretensis #XIClaudia #XIIFulminata #XVApollinaris✨Augustus and Tiberius - the Gemma Augustea✨
One of the most impressive artefacts from the Julio-Claudian period, the Gemma Augustea is our pick this #ReliefWednesday. Augustus is honoured in the top register in the guise of Jupiter, holding a sceptre and an augur’s staff. Tiberius is on the left about to disembark from a chariot. Germanicus also makes an appearance dressed in military attire. The lower register depicts a military victory, thought to be the suppression of the Dalmatian Revolt.
Pontius Pilatus (2) Het begin
Caesarea Maritima[Dit is het tweede van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]
Aankomst in Judea
In 26 na Chr. arriveerde Pontius Pilatus, wellicht met zijn echtgenote, in zijn nieuwe residentie in Judea: Caesarea Maritima. Vrijwel onmiddellijk begonnen de problemen: soldaten hadden voorwerpen naar Jeruzalem gebracht die een overtreding vormden van de regels. Over de aard van die voorwerpen lopen de bronnen uiteen, maar het was blijkbaar heel aanstootgevend. Er ging vervolgens van alles mis.
Over deze gebeurtenissen zijn drie bronnen. De oudste auteur is Filon van Alexandrië, die zijn informatie ontleent aan een brief die Herodes Agrippa I zou hebben gestuurd aan keizer Caligula.noot Filon, Gezantschap naar Caligula 299-305. De aanstootgevende objecten zouden schilden zijn geweest waarop de naam van de gouverneur en die van de keizer zouden hebben gestaan – een type inscriptie dat we goed kennen en dat in Caesarea zelfs is gedocumenteerd voor Pilatus. Er is niets onwaarschijnlijks aan Filons mededeling en het is moeilijk voorstelbaar dat een ere-inschrift aanstootgevend was. Ook het door Filon geschetste vervolg, dat prinsen uit de familie van koning Herodes bemiddelden, is volstrekt geloofwaardig.
Zoals Filon het presenteert vernam prins Herodes Agrippa dat keizer Caligula had bevolen dat zijn standbeeld in de Tempel in Jeruzalem moest komen staan. Dat zou een affront zijn, en daarom schreef Agrippa een brief, waarin hij de keizer herinnerde aan het incident ten tijde van Pontius Pilatus. Keizer Tiberius zou de gouverneur van Judea hebben teruggefloten toen die dus schilden had laten aanbrengen, en Agrippa opperde in zijn brief dat Caligula iets soortgelijks zou doen. Om Tiberius als voorbeeld te kunnen typeren, moest Agrippa echter Pilatus typeren als incompetent. Dat negatieve beeld van een gouverneur kwam Agrippa bovendien goed uit, want het zou helpen bewijzen dat een Joodse koning geschikter was om over Judea te heersen – Herodes Agrippa bijvoorbeeld. Kortom, we mogen Filons verwijzing naar Pontius Pilatus, teruggaand op een tendentieus document, niet zonder meer geloven.
De twee andere verslagen zijn geschreven door de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. Hij schreef zijn Joodse Oorlog in de late jaren zeventig van de eerste eeuwnoot Flavius Josephus, Joodse Oorlog 2.169-174. en herhaalde de stof nog eens in de vroege jaren negentig in zijn Joodse Oudheden.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 18.55-59. In zijn presentatie gaat het niet om schilden met inscripties, maar om veldtekens waaraan het portret van de keizer was bevestigd. Een jood zou zoiets inderdaad kunnen uitleggen als een overtreding van een van de Tien Geboden, namelijk het verbod op het maken van afbeeldingen. Josephus vertelt ook dat een deel van de bewoners naar Caesarea Maritima marcheerde, zich neerzette in de paardenracebaan (zie boven) en de nieuwe gouverneur smeekte om in te grijpen, wat deze ook deed.
Interpretatie
Er zijn nogal wat verschillen tussen deze twee verhalen. Beschreven schilden of veldtekens? Prinselijke bemiddeling of stedelijk protest? Het is mogelijk dat we te maken hebben met twee incidenten, maar het lijkt aannemelijker dat we twee visies hebben op dezelfde gebeurtenis. Filon kreeg zijn informatie van een prins, die de rol van zijn familie centraal stelde, terwijl Josephus zich baseert op mondelinge informatie.
En beide auteurs hebben één ding gemeen: ze vertellen het verhaal niet vanuit het standpunt van Pontius Pilatus. Ze vertellen een Joods verhaal, waarin de nadruk is gelegd op een tegenstelling tussen Joden en Romeinen. Die was er natuurlijk, maar je kunt er ook teveel in lezen. Josephus plaatst het incident aan het begin van Pilatus’ gouverneurschap en het is heel goed mogelijk dat we te maken hebben met nieuwe, in Italië gerekruteerde eenheden (Cohors II Italica Civium Romanorum en de Cohors I Augusta) die de plaatselijke gevoeligheden nog niet kenden. In elk geval zorgde Pilatus ervoor dat de schilden of standaards werden weggehaald. Keizer Tiberius lijkt zijn gouverneur de ongelukkige start niet kwalijk te hebben genomen, want hij handhaafde Pilatus nog tien jaar.
#CaesareaMaritima #Caligula #FilonVanAlexandrië #FlaviusJosephus #HerodesAgrippaI #Jeruzalem #Judea #PontiusPilatus #TiberiusPontius Pilatus (1) Inleiding
Munt van Pontius Pilatus (Bibelhaus, Frankfurt a.M.)Pontius Pilatus is vermoedelijk een van de allerberoemdste Romeinse bestuurders. Dat is niet onbegrijpelijk. Er is redelijk wat informatie over de man wiens bekendste wapenfeit het doodvonnis voor Jezus is. Er zijn echter twee problemen. Het eerste is dat onze informatie, zoals eigenlijk alle informatie uit antieke teksten, gekleurd is. Dat geldt om te beginnen voor de evangeliën, die zijn geschreven door mensen die wilden tonen dat het christendom geen staatsvijandige religie was, en die Pilatus presenteren als iemand die niet overtuigd was van Jezus’ schuld.
Ook de andere bronnen zijn echter gekleurd. Ze zijn geschreven door auteurs met redenen om Pontius Pilatus zwart te maken. Voor Flavius Josephus is bijvoorbeeld belangrijk dat zijn lezers begrepen dat Romeins wanbestuur had bijgedragen aan de Joodse Opstand van 66-70. De Joden moesten worden bestuurd door een Joodse vorst, zoals Josephus’ tijdgenoot Herodes Agrippa II. Dus kan Josephus’ beschrijving van gouverneur Pilatus niets anders zijn dan karaktermoord.
De vooringenomenheid van onze auteurs is een probleem dat iedere lezer begrijpt. Het tweede probleem is iets minder vertrouwd: het zal u verbazen hoe weinig we eigenlijk zeker weten over de context waarin Pilatus opereerde. Was Judea een provincie? Was hij wel gouverneur? Wat was zijn mandaat? Wat was de status van het proces tegen Jezus? Die vragen hangen nog met elkaar samen ook. Pas als we weten in welk jaar Jezus werd voorgeleid, kunnen we weten wat Pilatus’ speelruimte was. Ik ga u in zes blogjes meenemen langs het bewijsmateriaal om de problematiek te schetsen. De conclusie is, ondanks de problemen, vrij eenvoudig: Pontius Pilatus was een vrij normale gouverneur. (Ik zal hem maar gouverneur noemen.) Elke Romeinse bestuurder zou hetzelfde hebben gehandeld.
Mandaat
Het lijkt zo simpel: Judea was een Romeinse provincie en Pilatus was gouverneur. Maar dat weten we helemaal niet. Meestal nemen we aan dat de provincie is geformeerd na de afzetting van Herodes’ zoon Archelaos (in 6 na Chr.), maar de mannen die het gebied bestuurden, en dus ook Pontius Pilatus, hadden de rang van prefect, een militaire titel. Aan het hoofd van een provincie stond een proconsul of een legaat. Je zou uit de titel kunnen afleiden dat Judea bezet gebied was. Maar zeker weten doen we het niet, en zelfs als het waar zou zijn, weten we niet welke bevoegdheden een prefect had in het strafrecht en het civiel bestuur. En dat zijn zaken waarmee Pilatus zich zeker heeft ingelaten.
Het gebied werd van 41 tot 44 na Chr. tijdelijk bestuurd door koning Herodes Agrippa I – onthoud die naam – en kwam daarna onder gezag van procuratoren, financiële ambtenaren. Was dit dan het moment van de annexatie? Of werd Judea pas een provincie na de Joodse Oorlog, dus in 70? Het gekke is: we weten het niet.
Wat we wel weten, is dat de dichtstbijzijnde “echte” gouverneur verantwoordelijk was voor Syrië. Viel Pontius Pilatus, als militair, onder hem of viel hij rechtstreeks onder keizer Tiberius? Dat maakt nogal uit als we willen weten hoeveel speelruimte de man in Judea had. Extra complicatie één: juist in deze tijd was de gouverneur Lucius Aelius Lamia, een levendige grijsaard die in Rome verbleef en het werk delegeerde. Wat betekende dat voor Pilatus? Complicatie twee: Pontius Pilatus behoorde tot de tweede laag van de Romeinse elite, de ridderstand, die haar beschermheer Lucius Aelius Sejanus verloor in het jaar 31. Was de rechtszaak tegen Jezus in 30, dan genoot Pilatus steun van boven; was de rechtszaak in 33, dan had hij die niet, en stond hij vrij zwak als de menigte weer eens eisen stelde. (Andere jaartallen voor de rechtszaak tegen Jezus zijn niet mogelijk.)
Begin van de carrière
Dat Pontius Pilatus behoorde tot de ridderstand, is een feit. Ook staat vast dat zijn familie uit Samnium stamde, dat wil zeggen het gebied ten oosten van Napels. We mogen speculeren dat Pilatus zijn carrière als soldaat is begonnen, want dat was vrij normaal, en als prefect had hij zeker een militaire titel. Los daarvan: de Romeinen stelden enige militaire ervaring op prijs voordat ze iemand een bestuursfunctie gunden.
Pilatus bekleedde zijn functie tien jaar: van 26 tot 36 na Chr.: tien jaar, net als zijn voorganger, Valerius Gratus, die er al sinds 15 na Chr. was. Je krijgt de indruk dat keizer Tiberius streefde naar stabiel bestuur in Judea, en dat stond of viel met mensen die er langdurig het gezag uitoefende. Valerius Gratus ontsloeg drie hogepriesters, benoemde in 18 na Chr. Kajafas, en handhaafde hem. Pontius Pilatus zag geen reden de man te vervangen. Het duidt erop dat de prefect en de hogepriester begrepen hoe ze moesten samenwerken.
Er is wellicht bewijs dat Pontius Pilatus streefde naar samenwerking. Omdat er geen gouverneur was in Syrië die munten kon slaan, moest Pilatus dat zelf doen. Zijn munten tonen, zoals hierboven te zien, aan de ene zijde de gekrulde staf van een Romeinse ziener (een lituus) en aan de andere zijde de druiventros die het beeldmerk was van Judea. Pilatus combineerde dus een onaanstootgevend heidens en een onaanstootgevend joods symbool. Hij zou de Joden niet dwingen om hun voorouderlijke wegen te verlaten, lijkt de boodschap te zijn, maar nodigde hen uit de gelijken van Rome te zijn. Maar misschien lezen we er ook wel te veel in.
#FlaviusJosephus #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesArchelaos #Judea #Kajafas #lituus #LuciusAeliusLamia #PontiusPilatus #prefect #Tiberius #ValeriusGratusTiberius... is there something you want to share with the Senate?