De Panter, de “vader” van Jezus

Panter, de “vader” van Jezus (Römerhalle, Bad Kreuznach)

Ik noemde vorige week dat het wat curieus is dat Jezus in het Marcus-evangelie als “zoon van Maria” wordt aangeduid, terwijl het Lukas-evangelie aangeeft dat Jezus’ vader Jozef nog in leven was toen Jezus twaalf was. Je zou daarom hebben verwacht dat Jezus ook door Marcus “zoon van Jozef” genoemd werd. Misschien hebben de twee auteurs verschillende informatie ontvangen en heeft Lukas, die het evangelie van Marcus kende, de strijdigheid tussen diens en zijn eigen informatie niet herkend. Ik weet het niet.

Je kunt je voorstellen dat in het oude Judea, waar geruchten de gewoonste zaak van de wereld waren, ook allerlei lasterpraatjes circuleerden. En de vader van Jezus was daarvoor een goed doelwit. Waarom heette Jezus niet gewoon “zoon van Jozef”? Waarom beweerden zijn volgelingen dat Maria als maagd zwanger was geworden? En hoe liet die maagdelijkheid zich rijmen met het feit dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had? Was Maria, toen Jezus al twaalf was of ouder, nog eens hertrouwd en kreeg ze de andere kinderen van een andere echtgenoot? Het gezin van Jezus was, hoe dan ook, een punt waarop critici het christendom konden aanvallen.

De Panter

Fast forward naar het begin van de vorige eeuw. Archeologen ontdekken bij Bingen de bovenstaande grafsteen van een Romeinse soldaat, die ooit vocht in de hulptroepen.

Tib(erius) Iul(ius) Abdes(mun) Pantera
Sidonia ann(orum) LXII
stipen(diorum) XXXX miles exs
coh(orte) I sagittariorum
h(ic) s(itus) e(st)noot EDCSEDCS-11001626.

Tiberius Julius Abdesmun, de Panter, afkomstig uit Sidon, werd tweeënzestig jaar oud, diende veertig jaar als soldaat van het Eerste Cohort Boogschutters, en ligt hier begraven.

Ik herinner mijn verbazing toen ik dit las in een van de folianten van het Corpus Inscriptionum Latinarum. Panter (het was gisteren Dierendag) is namelijk, volgens een rabbijns roddeltje, de naam die de vader van Jezus zou hebben gehad. En werkelijk alles klopt. De soldaat in Bingen kwam uit de regio, namelijk Sidon; hij leefde ten tijde van keizer Tiberius; hij behoorde bij een onderdeel dat óf in het jaar 6 na Chr. óf in het jaar 9 is overgeplaatst naar de Rijn. Het is niet helemáál ondenkbaar dat dit de man is die aanleiding is geweest tot het rabbijnse roddelpraatje. Dat maakt het echter nog niet waarschijnlijk, want zo ongebruikelijk is de bijnaam Panter nou ook weer niet.

Rabbijnse polemiek

Er is bovendien iets veel interessanters te zeggen. Namelijk dat het roddeltje zo prachtig de aard van de rabbijnse antichristelijke polemiek illustreert. We kennen uit de rabbijnse literatuur diverse soorten laster: Jezus zou dus een buitenechtelijk kind van een Romeinse soldaat zijn geweest, Jezus was een tovenaar, Jezus was een bedrieger die werd gestenigd, Jezus zat in de Onderwereld in de helse kookpotten. Anders gezegd, de rabbijnse critici zetten christelijke waarheden op hun kop: Jezus als kind van een maagd, Jezus als wonderdoener, de kruisdood als verzoening, de wederopstanding. En uiteraard is de culinaire bestraffing grappig als je doelwit een groep mensen is die waarde hecht aan gemeenschappelijke maaltijden.

De rabbijnse polemiek, die bewijsbaar teruggaat tot de tweede eeuw, illustreert twee dingen. Om te beginnen: de auteurs van de rabbijnse literatuur kenden de christelijke ideeën goed genoeg om ze trefzeker en niet zonder humor op de kop te zetten. Bovendien: de omkering past in een joodse traditie. Als de koningen van Babylonië claimden dat ze alle volken van de wereld hadden onderworpen en dat daardoor bij de bouwput van de Etemenanki alle talen van de wereld werden gesproken, dan maakten vroege joodse auteurs daar de Babylonische spraakverwarring bij de Toren van Babel van. De rabbijnse literatuur zet deze traditie voort. We krijgen hier vat op de aard van de antieke polemiek. Ik voor mij vind zoiets waanzinnig interessant.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier. De rabbijnse polemiek is verzameld door Peter Schäfer, Jesus in the Talmud (2007).]

#Bingen #CorpusInscriptionumLatinarum #historischeJezus #JezusVanNazaret #PeterSchäfer #Tiberius

De EDCS: een databank voor inscripties

Een damnatio memoriae van Maximianus Thrax uit Sétif

Mijn zakenpartner heeft het weleens over de “inscriptietoeter”. Daarmee waarschuwt hij me als hij op een opgraving een oud inschrift ziet. Die moet ik dan fotograferen. Ik moet inmiddels duizenden van die dingen hebben vastgelegd en die foto’s gaan dan naar de EDCS.

De EDCS is de digitale Epigraphik-Datenbank van oudheidkundige Manfred Clauss en de onlangs overleden IT-specialist Wolfgang Slaby. U vindt haar hier. Voor wie in inscripties is geïnteresseerd, is het een enorme verbetering. Vroeger moesten oudheidkundigen die een inscriptie wilden raadplegen, zich behelpen met het Corpus Inscriptionum Latinarum ofwel CIL. Dat was een boekenkast vol onhandelbaar logge, in wit kunstleer gebonden folianten, waarin alle bekende Latijnse inscripties stonden. Duizenden, tienduizenden. Soms met een tekeningetje erbij. Er zijn soortgelijke boekenreeksen voor het Grieks en de Semitische talen en voor kleine corpora als de Achaimenidische Koningsinscripties.

Het idee om de inscripties digitaal aan te bieden, is al meer dan een halve eeuw oud. In 1973, dus al twintig jaar voor “the thousand days that built the future” en vér voordat woorden als “internet” en “surfen” populair werden, opperde de Franse oudhistorica Mireille Corbier om alle Latijnse inscripties te digitaliseren. De EDCS is de implementatie van dat idee.

Er zijn momenteel ruim 550.000 inscripties in opgenomen: het oude CIL en allerlei andere, later ontdekte teksten. Er komen er nog zo’n 5000 per jaar bij. Mijn eigen, kleine bijdrage bestaat uit fotografie en een heel, heel enkele keer een nieuwe inscriptie. In het Algerijnse Sétif heeft een plaatselijke heerser in de negentiende eeuw bijvoorbeeld twee parken gedecoreerd met – ik meen – ruim tweehonderd Romeinse inscripties, en toen ik de foto’s daarvan opstuurde, bleken er allerlei nog onbekende tekstjes bij te zitten.

Elke inscriptie is in de EDCS beschreven met dateringen, een reeks trefwoorden en informatie over bijvoorbeeld het materiaal. Je kunt zoeken op provincie, op woonplaats, en uiteraard ook op woorden en woordcombinaties. Sinds 2021 worden ook Griekse inscripties toegevoegd, vooral uit de westelijke provincies van het Romeinse Rijk; voor de oostelijke provincies bestaan namelijk al Griekse databanken. De EDCS is bovendien gekoppeld aan een stuk of vijftig andere databases, waardoor het mogelijk is vakliteratuur en foto’s van andere websites te consulteren.

Een andere recente verbetering aan de EDCS betreft de spelling. De oude talen – en trouwens, ook de meeste moderne talen – kenden geen voorkeurspelling. De Afrikaanse steden die zichzelf in hun Latijnse inscripties Lepcis en Karthago noemden, heetten in Latijnse teksten uit Italië weleens Leptis en Carthago. Om alle vermeldingen voor een gebruiker in één keer vindbaar te maken, worden momenteel van alle inscripties versies gemaakt in zowel de eigenlijke als een gestandaardiseerde spelling.

Het aardige is dat elke toerist een bijdrage kan leveren, wat de EDCS tegelijk maakt tot een mooi voorbeeld van citizen science. Foto’s zijn heel welkom, want die bieden veel meer informatie dan de tekeningen van weleer.

Sommig onderzoek kan bliksemsnel. Ik heb eens in één avond de mortaliteitsstatistieken van de Mainz doorzocht. Zulk onderzoek zou iemand vroeger een paar dagen hebben gekost. Hartstikke leuk dus. Maar soms ontstaan misverstanden. Een kennis van me constateerde ooit een opmerkelijk taalfeitje en schreef daarover een stukje, om prompt een plagiaatbeschuldiging te krijgen van iemand die dat taalfeitje ook had ontdekt, er jaren aan had gewerkt en het had gepubliceerd in een proefschrift. Niet iedereen heeft al voldoende in de gaten hoe de digitalisering het onderzoek heeft veranderd.

Enfin. De inscriptietoeter ging in 2003, toen ik mijn eerste digitale camera had, voor het eerst af. Ik heb nog ruim duizend oude foto’s, die ik nooit eerder naar de EDCS heb opgestuurd. Die ben ik, op verloren momenten, een voor een aan het bekijken. Ik heb er inmiddels zeven gevonden die nog nooit eerder ergens zijn gepubliceerd, dus dit is geen betekenisloos werk. En je haalt, en passant, je mooiste vakantieherinneringen weer op.

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

#citizenScience #CorpusInscriptionumLatinarum #damnatioMemoriae #EDCS #epigrafie #ManfredClauss #MireilleCorbier #Sétif #WolfgangSlaby

Damnatio memoriae - Mainzer Beobachter

Een damnatio memoriae is het wegwerken van iemands portretten en namen uit de openbare ruimte.

Mainzer Beobachter