Filumena
De ontdekking van het graf van Filumena
Ergens in de Catacombe van Priscilla – de exacte vindplaats is onbekend – werd in Rome in 1802 een eenvoudig wandgraf gevonden. De nis was afgedekt met drie kleine platen van gebakken klei, die, zoals gebruikelijk, vastgezet waren met een dikke cementrand. In die rand zat een glazen flesje vastgedrukt, met op de bodem nog een residu van de oorspronkelijk vloeistof. Op de terracottaplaten stond met rode verf een korte tekst geschilderd. Gerangschikt in de juiste volgorde kan men lezen:
PAX TECVM FILVMENA
Vrede (zij) met jou, Filumena.noot ICUR VIII 23243; EDB 35077; O. Marucchi, Epigrafia Cristiana 1910 p. 74 en Tav. VI.
De driedelige inscriptie van Filumena (Romeinse Katakomben, Valkenburg)
Ook staan er enkele afbeeldingen op de sluitplaten: pijlen, ankers, een bloem en een palmblad. Het palmblad werd rond 1800 nog beschouwd als het teken van martelaarschap en van zulke glazen flesjes nam men destijds nog aan dat ze gevuld waren geweest met martelaarsbloed. De conclusie was snel getrokken: dit was het graf van martelares Filumena. Omdat er in de katholieke wereld grote vraag was naar relieken van martelaren, werd het graf geopend. De stoffelijke resten werden samen met de terracottaplaten overgebracht naar een opslagplaats.
Naar Mugnano
Drie jaar later kwam pastoor Francesco de Lucia uit Mugnano del Cardinale, een dorp in de buurt van Napels, naar Rome om bij het Vaticaan om een reliek te vragen voor zijn kerk. Tot zijn blijdschap kreeg hij een kist mee met daarin de resten van Filumena.
Filumena liet meteen tijdens het transport al merken dat ze met eerbied behandeld wilde worden. Haar kist had namelijk een plaatsje gekregen in de bagageruimte van het rijtuig, maar door onophoudelijk geklop maakte ze duidelijk dat ze daar niet op haar plaats was. Toen de kist op een zitplaats in het rijtuig was neergezet, was ze blijkbaar tevreden, want verder geklop bleef uit.
Tijdens een tussenstop in Napels worden de botresten van Filumena gehuld in een mooi aangeklede pop van papier-maché en in een afsluitbare schrijn geplaatst. Zo legt Filumena, gedragen op een baar, het laatste traject af naar de kerk Santa Maria delle Grazie in Mugnano, waar zij voortaan huist.
In Napels waren al enkele zieken op wonderbaarlijke wijze genezen door contact met haar relieken; onderweg naar Mugnano hadden zich eveneens bijzondere wondertekenen voorgedaan. Eenmaal in Mugnano, waar zij enthousiast met “Viva la Santa!” wordt onthaald, zijn de wondergenezingen weldra niet meer te tellen. Pelgrims stromen toe. Berichten hierover bereiken ook het Vaticaan. Dat stemt er in 1827 in toe om ook de originele platen die haar graf in de catacomben in Rome bedekt hadden, naar Mugnano te sturen.noot Francesco de Lucia schrijft er bijna twintig jaar later een uitvoerig boek over: Relazione istorica della traslazione del sacro corpo di Santa Filomena Vergine e Martire da Roma a Mugnano del Cardinale (1824 Napoli). Later verschijnt een andere publicatie, waarin ook de biografie is opgenomen: Gaetano Navarro, Cenno storico sulla traslazione del sacro corpo di Santa Filumena, vergine e martire da Roma a Mugnano del Cardinale nel Regno di Napoli (1838).
Filumena
Wie was Filumena eigenlijk? Haar naam komt niet voor in middeleeuwse martelarenoverzichten. Er is geen biografie van haar overgeleverd, zoals wel het geval is bij Caecilia. Deze lacune heeft Filumena zelf opgevuld door haar levensverhaal in 1833 te vertellen tijdens verschijningen aan een Napolitaanse kloosterzuster. Ze onthulde aan de non dat haar vader een Griekse koning was. Haar moeder was ook van koninklijke komaf. Ze konden geen kinderen krijgen, maar dat veranderde toen ze zich tot het christendom bekeerd hadden. Toen werd zij, Filumena, geboren.
Op dertienjarige leeftijd was zij met haar ouders vanuit Griekenland naar Rome gekomen, omdat ze daar een conflict met keizer Diocletianus (r.284-305) wilden bijleggen. Diocletianus was, meteen toen hij het meisje zag, verliefd op haar geworden en stelde haar ouders voor om hun dochter aan hem ten huwelijk te geven. De ouders leek het wel een goed idee om zo weer in de gunst van de keizer te komen, maar Filumena was van zijn avances niet gediend: zij wilde haar leven wijden aan Christus.
Het martelaarschap van Filumena
Razend werd Diocletianus, beledigd als hij was door haar weigering. Hij sloot haar op en liet haar geselen, maar het gewenste effect bleef uit. Daarop besloot hij haar uit de weg te ruimen door haar, verzwaard met een anker dat hij met een touw om haar hals had laten binden, in de Tiber te smijten. Twee engelen kwamen haar echter te hulp en zetten haar terug op de oever. De keizer laat vervolgens pijlen op haar afschieten, maar door tussenkomst van engelen zijn de toegebrachte wonden de volgende dag al genezen. Een tweede poging mislukt eveneens, omdat de pijlen spontaan afbuigen. De derde keer worden de boogschutters zelf door de pijlen, die als een boemerang naar hen terugkeren, gedood. Uiteindelijk vindt Filumena de dood door onthoofding.
Publicatie van dit levensverhaal en de lange reeks wonderen vergroten de reputatie van Filumena zodanig dat de druk op de paus om Filumena heilig te verklaren steeds verder toeneemt.
Pauline Jaricot
De doorslag daarbij geeft de genezing van Pauline Jaricot. Deze Française, die zich haar hele leven beijverde voor de verbreiding van het katholieke geloof, werd op een gegeven moment ernstig ziek. Onderweg naar Mugnano in de hoop daar genezing te vinden bij Filumena, verblijft zij enige dagen in Rome, waar de paus bij haar ziekbed in een klooster op bezoek komt. Jaricot smeekt hem om Filumena als heilige te erkennen, indien zij haar zal genezen. De paus, die de indruk heeft dat de vrouw op sterven na dood is, wil dit wel toezeggen. Hij schijnt zelfs ter plekke gefluisterd te hebben tegen een aanwezige “Ze maakt het niet lang meer” – in het Italiaans, opdat de vrouw het niet verstond.
De vrouw komt in Mugnano aan, maar haar gebeden tot Filumena leveren dag na dag niet het gewenste resultaat op. Haar gezondheidstoestand holt achteruit. Daarop gaat de plaatselijke bevolking zich ermee bemoeien. Ze kloppen op de schrijn van Filumena en roepen:
Filumena, hier is een vrome edelvrouw die genezing zoekt. Waarom doet u niets? Als u blijft weigeren, zijn wij gedwongen om te stoppen met u te aanbidden. Dan willen we niets meer met u te maken hebben.
Die druk helpt: de volgende dag, 10 augustus, uitgerekend de verjaardag van Filumena’s martelaarschap, staat Jaricot volledig hersteld op van haar ziekbed. Ze wandelt de hele afstand naar Rome terug en verschijnt in levende lijve voor de paus. Daarna laat de officiële heiligverklaring van Filumena niet lang meer op zich wachten.
Verering
Haar verering verspreidt zich nu over de hele katholieke wereld. Meestal spelt men haar naam nu als Filomena of Philomena. Ook in Nederland verschijnen boeken over haar. Ze wordt hierin betiteld als “de mirakeldoenster van de negentiende eeuw en wrochtster der wonderen”. Op diverse plaatsen in de wereld worden kerken aan haar gewijd. Haar relieken zijn gewild. Het komt daarom goed uit dat de botresten in Mugnano wonderlijk genoeg niet afnemen, hoewel men er steeds kleine beetjes van weggeeft. In Italië verschijnen dikke boeken waarin al haar wonderen wrden beschreven.
Ruim een eeuw na de ontdekking van Filumena’s graf komt er schokkend nieuws. Orazio Marucchi, vooraanstaand catacombenonderzoeker in Rome – hij is ook zeer behulpzaam geweest bij de totstandkoming van Museum Romeinse Katakomben in Valkenburg – vertelt in 1906 in een uitgebreid artikel in een archeologisch tijdschrift een heel ander verhaal:noot O. Marucchi, “Studio archeologico sulla celebre iscrizione di Filumena scoperta nel Cimitero di Priscilla” in: Nuovo Bullettino di Archeologia Sacra 1906, 253-300. In een supplement uit 1907 probeert G. Bonavenia de kritiek van Marucchi te pareren. Filumena is geen martelares en, nog erger, de vereerde botresten zijn helemaal niet van Filumena.
Op de grafplaten staan, zo zegt hij, inderdaad ankers, pijlen, een bloem en een palmtak. De pijlen en ankers hebben echter niets te maken met martelingen: de pijlen (en de bloem) fungeren als scheidingstekens tussen woorden; het anker geldt in het vroege christendom als symbool van de hoop; de palmtak symboliseert de overwinning op de dood. Het glazen flesje bevatte geen martelaarsbloed, maar welriekende olie. Bovendien bewijst het feit dat de drie grafplaten niet in de juiste volgorde waren geplaatst op het graf in de catacomben, ook nog eens dat de platen hergebruikt zijn en eerder een ander graf hadden bedekt waarin wel een zekere Filumena begraven lag.
Het graf van Sint-Filumena (© Wikimedia Commons | gebruiker Jos-D.B1990)
Deze publicatie werd Marucchi, die toch een vroom man was, door velen niet in dank afgenomen. Pausen uit de negentiende eeuw die de verering van Filumena als heilige martelares hadden bevorderd, werden er postuum nog door in hun hemd gezet. Wanneer de opschudding is gaan liggen, gaat de verering van Filumena gewoon door en blijft men wonderen rapporteren.
In 1961 gaat het Vaticaan uiteindelijk toch overstag: Filumena wordt afgevoerd van de officiële lijst van heiligen, maar zelfs dit verhindert niet dat Filumena nog immer kan bogen op een flinke schare fans.noot Mark Miravalle, It’s time to meet St. Philomena (2007). In dit Amerikaanse boek wordt opgeroepen Philomena te blijven vereren. Uit onderzoek van de grafplaten zou blijken dat ze niet hergebruikt zijn. Ieder jaar nog in augustus loopt de hele bevolking van Mugnano del Cardinale mee in de processie van Santa Filomena.
[Een gastbijdrage van Peter van der Pasch. Dank je wel Peter!]
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Theodor Mommsenmaart 1, 2020
Een geschiedenis van de Nederlandse archeologieapril 28, 2021
Vrijheid en filhellenismeaugustus 31, 2020 Deel dit:
#catacomben #Diocletianus #MugnanoDelCardinale #OrazioMarucchi #PaulineJaricot #Rome #RomeinseKatakomben