V Macedonica in Dacië

Trajanus’ monument in Adamclisi

De verdere geschiedenis van V Macedonica volgt die van de andere legioenen uit de regio. Manschappen namen deel aan de oostelijke campagne van keizer Lucius Verus, die tussen 162 en 165 de Parthen versloeg. Bij terugkeer werd het legioen gestationeerd in Potaissa, het huidige Turda in Roemenië. De overplaatsing was noodzakelijk omdat verschillende, zoals de Sarmaten en Quaden, onrustig waren geworden. Keizer Marcus Aurelius bracht bijna tien jaar van zijn regering door aan de Midden-Donau. Vroeg tijdens het bewind van keizer Commodus (r.180-192) voerden Pescennius Niger en Clodius Albinus (beide toekomstige keizers) het bevel over V Macedonië en XIII Gemina. Samen versloegen ze de Sarmaten.

Toen deze oorlog eenmaal tot een goed einde was gebracht, richtten de Romeinen hun aandacht op de Daciërs in het binnenland. Arbeiders van de goudmijnen waren in opstand gekomen en hadden huurlingen in dienst genomen. Toen V Macedonica die had verslagen, kende keizer Commodus het in 185 of 187 de titel Pia Constans (“trouw en betrouwbaar”) of Pia Fidelis (“trouw en loyaal”) toe.

In 193 marcheerde de gouverneur van Pannonia Superior, Lucius Septimius Severus, naar Rome om daar Didius Julianus te verdrijven, die keizer was geworden nadat boze soldaten de gerespecteerde keizer Publius Helvius Pertinax hadden gedood. De gouverneur van een van de Dacische gebieden was Severus’ broer Geta, en V Macedonië koos onmiddellijk de kant van de nieuwe heerser. Een gemengde onderafdeling van V Macedonië en XIII Gemina vergezelde Severus naar Rome, vervolgens tijdens zijn oorlog tegen zijn rivaal Pescennius Niger en daarna tegen de Parthen. Het zou interessant zijn om te weten wat de soldaten dachten van de volgende burgeroorlog, waarin Severus het opnam tegen Clodius Albinus, een voormalig officier van V Macedonica.

Het legioen zou nog lang in Dacië blijven. Er zijn verschillende monumenten gevonden, zoals een inscriptie uit 259. We weten ook dat V Macedonië en XIII Gemina in 244-245 de Carpi versloegen, een agressieve stam uit de Karpaten.

Crisis

Keizer Valerianus (r.253-260) verleende onze eenheid de titel Pia III Fidelis III (“driemaal trouw, driemaal loyaal”). Dit betekent dat het legioen al eens dubbel trouw en dubbel loyaal genoemd moet zijn, maar hiervan weten we niets. Tijdens het bewind van Valerianus’ zoon Gallienus (r.260-268) bereikte het legioen zelfs Pia VII Fidelis VII. Het is waarschijnlijk dat het Vijfde de eretitels IV, V en VI heeft ontvangen omdat het Gallienus had gesteund met een mobiele cavalerie-eenheid (een innovatie!) tegen de usurpatoren Ingenuus en Regalianus. Deze eenheid vocht later ook tegen het Gallische Keizerrijk.

Usurpatoren, ereblijken voor trouw die toch eigenlijk normaal was, een afgescheiden keizerrijk in Gallië: dit was een crisistijd. Keizer Aurelianus moest in 274 zelfs Dacië ontruimen. Het legioen keerde terug naar Oescus. Er waren echter ook andere forten: Cebro, Sucidava en Variniana boden eveneens onderdak aan soldaten van het Vijfde.

Late Oudheid

De door Gallienus gestichte cavalerie-eenheid werd door keizer Diocletianus (r.284-305) verzelfstandigd. Als onderdeel van het mobiele leger diende het op diverse plaatsen. Het moet hebben gevochten tegen de Sassanidische Perzen (die de Parthen hadden afgewisseld als oostelijke vijand) en diende in 293 in Egypte. De vaste basis was in Memfis. Na 400 bevond deze eenheid zich in Syrië, wat de laatste keer is dat we er iets van horen.

Het moederlegioen was in Moesia gebleven, waar het aan het begin van de vijfde eeuw nog steeds wordt vermeld. Beide eenheden moeten later zijn opgenomen in het Byzantijnse leger.

Het symbool van dit legioen was een stier, maar ook de adelaar werd gebruikt. Natuurlijk hadden alle legioenen veldtekens in de vorm van een adelaar, maar V Macedonica lijkt een speciale link te hebben gehad met Jupiters favoriete vogel.

#Aurelianus #BenedenDonauLimes #Carpi #ClodiusAlbinus #Commodus #CrisisVanDeDerdeEeuw #Dacië #DidiusJulianus #Diocletianus #Donau #Gallienus #GallischKeizerrijk #GetaSeptimiusSeverus #Ingenuus #Karpaten #legioen #LuciusVerus #MarcusAurelius #Memfis #Oescus #PescenniusNiger #Potaissa #PubliusHelviusPertinax #Quaden #Regalianus #RomeinsLeger #Sarmaten #Sassaniden #SeptimiusSeverus #usurpator #VMacedonica #Valerianus #XIIIGemina

Laat-antiek Thracië

Claudius II Gothicus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Dit is het voorlaatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Crisis

Zoals ik in het vorige blogje zei, markeerde de regering van een uit Thracië afkomstige keizer, Maximinus Thrax, het begin van wat bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. Het wezenlijkste punt was een geleidelijke klimaatverandering, die de landbouw bemoeilijkte, meer mensen dwong om op het platteland te gaan werken, leidde tot een verkleining van het aantal ambachtslieden en (daarmee samenhangend) een verkleining van de betekenis van de steden. De belastinginkomsten namen af en dus hadden de keizers minder armslag. Er was minder handel en er was een epidemie.

Maar het meest opvallend: vijandelijke volken waren succesvoller dan in de voorafgaande tijd. Dat dwong tot grotere legers, die inflatoir werden gefinancierd. En het hielp simpelweg niet. De Griekse en Romeinse auteurs haalden de naam “Geten” uit de kast om hun tegenstanders te beschrijven: een eeuwenoude term voor de bewoners van wat inmiddels Moesia Inferior heette. Zulk archaïsme was niet ongebruikelijk, maar de keuze kan ook zijn ingegeven doordat een van de groepen invallers zich aanduidde als “Goten”. We lezen ook over Carpi en Sarmaten. We lezen dat Plovdiv – niet langer Moesia maar in het Thracische binnenland – werd geplunderd en dat keizer Decius omkwam in de strijd. Een nog niet zo heel lang geleden ontdekte palimpsest documenteert deze gebeurtenis.

Sarcofaag van Herennius Etruscus, broer van Claudius II Gothicus (Museum Altemps, Rome)

Maar hoe erg was het feitelijk? Een gesneuvelde keizer is natuurlijk een aanwijzing dat het menens was, maar beschrijvingen van “barbaren” zijn sowieso stereotiep en mensen kunnen hun angst voor onoverzichtelijke problemen makkelijk omzetten in vijandsdenken. Deze of gene minderheid geldt dan als de boeman die de schuld krijgt voor een anders slecht benoembaar probleem. Zoals joden, christenen en astrologen nogal eens de schuld kregen, zo ook buitenlandse vijanden.

Dat er wel degelijk iets aan de hand was, blijkt uit muntschatten. In tijden van crisis begraven mensen hun geld, en de ruim 700 schatten uit Bulgarije zijn ongelijkmatig verdeeld: ruimtelijk bezien zijn er meer in het gebied langs de Donau dan in het zuiden, temporeel bezien is de helft te dateren tussen 235 en 270. Het laatste jaar correspondeert met een overwinning van keizer Claudius II Gothicus. (Zijn bijnaam hoef ik niet uit te leggen.) Er is meer bewijs dat de crisis serieus was: keizer Aurelianus (r.270-275) ontruimde de gebieden benoorden de Donau. Moesia was opnieuw een grensprovincie.

Herstel

De vierde eeuw zag herstel, dat meestal wordt geassocieerd met de regering van keizer Diocletianus (r.284-305), die inzag dat er meer dan één keizer moest zijn om op alle plaatsen tegelijk gezag te kunnen uitoefenen. De door hem ingezette hervormingen werden door zijn opvolgers voortgezet, waarvan Constantijn de Grote (r.306-337) de belangrijkste is. Zo werden de provincies opnieuw ingedeeld, waarbij de Thracische gebieden samenkwamen in één zogeheten diocees, dat ook Thracië heette.

Laatantieke keizer (Archeologisch museum, Veliko Tarnovo)

Het muntstelsel werd vernieuwd – in musea zie je dat goudstukken de zilverstukken overvleugelden – en het leger kreeg betere forten, die we kunnen typeren als kastelen. Waren dat aanvankelijk vooral grensforten, in de loop der tijden werden ook de (inmiddels kleinere) steden voorzien van indrukwekkende stadsmuren. Versterkte politieposten bewaakten de wegen, bruggen, mijnen, ateliers en andere strategisch belangrijke plekken.

Voor Thracië was speciaal belangrijk dat Diocletianus zijn residentie plaatste in de stad Nikomedeia aan de Zee van Marmara. Het graan dat nodig was om de stad te voeden, kwam uit de vallei van de Maritsa. Zijn opvolger Galerius nam Thessaloniki als residentie, en ook die stad leefde van Thracisch graan.

De baden van Sofia

Het christendom

Diocletianus beschouwde manicheeërs en christenen als on-Romeins en vervolgde hen jarenlang, maar Galerius maakte daaraan in 311 een einde. Hij deed dit toen hij een bezoek bracht aan de geneeskrachtige baden van Serdica, het huidige Sofia, waar het badhuis in kwestie is geïdentificeerd. Galerius’ opvolger Licinius besloot te gaan samenwerken met de christenen en de dynastie van Constantijn zette dat beleid na 324 voort.

En ook hij koos een residentie: Byzantion, dat later Constantinopel zou heten. Thracisch graan was opnieuw belangrijk. De Via Diagonalis die ik eerder noemde, werd belangrijker dan ooit: het was de weg naar de keizerlijke residentie. Ze heet tot op de dag van vandaag Тsarigradski pieti, de weg naar Tsarigrad, “keizerstad”. Het is geen toeval dat toen in 343 de christenen over hun christologische geschillen discussieerden, ze dat deden in een stad aan deze weg: de Synode van Serdica. Makkelijk bereikbaar over de weg vanuit Constantinopel en via de Donau vanuit het westen. Een van de aanwezigen was Sint-Servaas, de bisschop van Tongeren die in Maastricht zou worden begraven.

Het herstel van Thracië en Moesia Inferior, ingezet rond 270, kwam na een eeuw echter abrupt ten einde.

[Wordt later vandaag afgerond]

#Aurelianus #barbaren #Carpi #ClaudiusIIGothicus #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #CrisisVanDeDerdeEeuw #Decius #diocees #Diocletianus #Galerius #Goten #graan #Licinius #MaximinusThrax #Moesia #muntschat #Nikomedeia #Sarmaten #Serdica #SintServaas #Sofia #SynodeVanSerdica #Thracië #ViaDiagonalis

Toerist in Valencia (2)

Standbeeld van El Cid, Valencia

Het was toeval dat wij in Valencia waren op de feestdag van de Romeinse heilige Vincentius. Bij leven was hij in Zaragoza diaken, wat betekent dat hij verantwoordelijk was voor de uitdeling van aalmoezen en het beheer van kerkelijke goederen. In 304, tijdens de vervolging door keizer Diocletianus, werd hij gearresteerd en terechtgesteld in Valencia. Dat is eigenlijk alles wat met zekerheid bekend is, maar dat heeft vanzelfsprekend niet verhinderd dat er allerlei verhalen kwamen.

Vincentius

Een eeuw na zijn marteldood vertelde de Spaanse christelijke auteur Prudentius in zijn Kransrede welke martelingen Vincentius onderging. De arme diaken zou op de pijnbank zijn gelegd en met gloeiende haken zou zijn vlees van zijn botten gerukt. Hij was levend verbrand op een rooster, maar niet helemaal, want daarna was hij in een gevangeniscel gelegd op een bed van gebroken scherven. Daar gaf hij de geest. Zoals te doen gebruikelijk was de beul zó onder de indruk van de sereniteit waarmee de aspirant-heilige zijn martelingen verdroeg, dat hij zich bekeerde. De Kransrede is dus een voorspelbare, brave, kortom stomvervelende tekst.

Dat Prudentius drie verschillende doodsoorzaken noemt, suggereert evenveel tradities en betekent dat de christenen in zijn tijd ook al niet zeker wisten hoe een einde was gekomen aan het aardse bestaan van Vincentius. Die pijnbank had bovendien de vorm van het Andreaskruis waarmee hij wordt afgebeeld, terwijl het verhaal van de geroosterde geloofsheld eigenlijk ging over Sint-Laurentius van Rome, eveneens diaken. Wat we wel zeker weten is dat Vincentius rond 400 een bekende heilige was en dat Valencia in de Late Oudheid al een kerkje aan hem had gewijd. Ik noemde het gisteren.

Het beeld van Vincentius was gisteren nog niet met rozen versierd.

In de kathedraal bewaart men (afgezien van de zogenaamde Graal, een van Judas’ zilverlingen, een doorn van de doornenkroon en een pluk van de sluier die Maria verloor bij haar tenhemelopneming) ook een natuurlijk gemummificeerde arm, die vanzelfsprekend niet anders kon zijn dan de arm waarmee de heilige aalmoezen had uitgedeeld. Vandaag werd het beeld van de heilige in processie door de stad rondgedragen. Ik heb gelezen dat er laurierblaadjes worden gestrooid, maar ik heb alleen groene blaadjes (geen laurier) zien liggen op het plein voor de kathedraal. De draagbaar van het beeld was versierd met een scheepslading rode rozen, erg mooi.

Het wetenschapsmuseum

In het oosten van de stad is de kazerne waarvandaan generaal Jaime Milans del Bosch de stad bezette tijdens de mislukte staatsgreep van februari 1981. Het is moeilijk voor te stellen dat destijds tientallen tanks door Valencia hebben gereden. Dat was het oude Spanje. Even verderop ligt het nieuwe Spanje: de Ciudad de las Artes y las Ciencias, waar we een deel van de dag hebben doorgebracht.

Palau de Les Arts Reina Sofía

Het futuristisch ogende complex is ontworpen door de architect Santiago Calatrava, die ook de bruggen in de Haarlemmermeerpolder en het station van Luik ontwierp. Van noordwest naar zuidoost gaat het om een operagebouw dat nog het meest lijkt op een ruimteschip uit Star Trek, een brug, een Imax-bioscoop, een wetenschapsmuseum met daarnaast een botanische tuin, nog een brug, een multifunctionele hal en een verzameling aquaria. Wij bezochten het wetenschapsmuseum, maar om eerlijk te zijn vond ik het gebodene nogal voorspelbaar, en zo nu en dan zelfs verouderd. De nadruk op individuele geleerden (Leonardo da Vinci, Nobelprijswinnaars) vind ik zelfs onwetenschappelijk. Het Deutsches Museum in München is beter. Er is duidelijk geld aan het museum in Valencia gestoken, en gemakzuchtig is het heus niet, maar het kon inhoudelijk beter.

Sint-Nikolaas

Ik had vroeger de gewoonte om, als ik voor het eerst in een stad was, naar de stadsrand te wandelen. Zo krijg je, denk ik, een redelijk idee van het geheel. Dat deden we ook dit keer, en de stadsrand van Valencia is natuurlijk het strand. Het was een fijne wandeling.

De tenhemelopneming van Sint-Nikolaas (mooie legende hier)

We rondden de dag (en deze aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton) af met een bezoek aan de kerk van Sint-Nikolaas van Bari en  Sint-Petrus van Verona. Ze is bekend om de laat-zeventiende-eeuwse plafondschildering, die wel wordt vergeleken met de Sixtijnse Kapel in Rome. Dat is in zoverre correct dat in beide gebedsplaatsen veel toeristen zijn, maar verder zijn de kunstwerken onvergelijkbaar. Ik noteer nog dat de kerk teruggaat op een tempel uit de tweede eeuw na Chr., die hier stond aan een van de hoofdstraten van Valencia, en dat daar later een kerk kwam, die weer werd vervangen door een moskee, die in de dertiende eeuw weer in gebruik werd genomen als kerk. Een soort samenvatting van de Spaanse Oudheid en Middeleeuwen dus, eigenlijk.

Wij reizen nu door naar Alicante. Ik lees net dat jullie in Nederland moeten uitkijken voor ijzel. Dat maakt onze zonnige vakantie natuurlijk alleen maar beter.😉

#christenvervolging #Diocletianus #JaimeMilansDelBosch #Laurentius #Prudentius #SantiagoCalatrava #SintNikolaas #SintVincentius #Valencia

Nikolaas van Myra, zielzorger

De dood van Nikolaas van Myra (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Het is vandaag 1689 of 1688 jaar geleden dat in het Lycische havenstadje Myra de bisschop overleed. Wat deze Nikolaas van Myra  overkwam tijdens zijn hemelvaart, is ronduit spectaculair, maar ik heb het al eens verteld. Vandaag wil ik het hebben over de christelijke gemeenschap die nu op zoek moest naar een nieuwe leider.

Verdeeld en vervolgd

Dat zal een kleine gemeenschap zijn geweest. In de derde eeuw, voordat keizer Constantijn de Grote de christenen tot eenheid dwong, was Christus op allerlei manieren vereerd geweest. Voor de meeste Romeinen – en dus ook voor de bewoners van Myra – was hij een van de vele goden die niet behoorden bij de officiële cultus, maar die je erbij kon nemen als dat je zo uitkwam.

Het staat verder vast dat er in de derde eeuw gelovigen waren die meenden dat als je Christus vereerde, je niet ook andere goden kon vereren. Deze exclusivisten worden in de vakliteratuur wel aangeduid als “proto-orthodox”; de minder radicale vereerders van Christus heten wel “demi-chrétiens”, wat veronderstelt dat alleen de proto-orthodoxen échte gelovigen waren. Dat is nodeloos normatief. Waar het om draait is dat er allerlei vormen van christendom bestonden en dat we niet kunnen weten of de proto-orthodoxe groep die later door de Romeinse overheid zou worden begunstigd, in de derde eeuw al de belangrijkste was. De eigen teksten van de andere groepen zijn immers niet overgeleverd.

Myra zou echter een vreemde havenstad zijn geweest als er niet diverse christelijke groepen waren geweest. Hier legden de Egyptische graanschepen aan – de graanpakhuizen zijn opgegraven – en het is ondenkbaar dat er geen Egyptische ideeën meekwamen: ideeën over een transcendente God die niet de Schepper was, afwijzing van lichamelijkheid, de ambitie godgelijk te worden, een ongemakkelijk gevoel bij de kruisiging van Christus… kortom, opvattingen die ook wel gnostisch zijn genoemd. Tegelijk lag Myra in Anatolië, waar het zogeheten montanisme bestond, een vorm van christendom die het accent legde op het martelaarschap. Voeg een groep toe die sympathiseerde met de joden in de (in 2009 opgegraven) synagoge van Myra, en we hebben, zonder dat we het bewijsmateriaal hebben laten buikspreken, al een stuk of wat soorten christendom.

Ruzies

De in 303 door keizer Diocletianus begonnen vervolging moet haar sporen hebben nagelaten. Er zullen doden zijn gevallen; menigeen zal hebben geofferd aan de oude goden. De verdeelde groepen werden kleiner, als ze al overleefden. In 311 maakte Diocletianus’ opvolger Galerius een einde aan de vervolging, en we kunnen ons de ressentimenten voorstellen tussen christenen die principieel waren geweest en degenen die eieren voor hun geld hadden gekozen. Documentatie voor Myra zelf ontbreekt, maar we weten uit andere delen van het Romeinse Rijk dat de herintegratie van afvalligen (lapsi) een probleem vormde.

Daar kwam het beleid van keizer Licinius nog bij, die na de dood van Galerius besloot de christenen te compenseren voor de vervolging (313). Ik heb al eens verteld hoe dat in Karthago leidde tot een conflict tussen twee bisschoppen die allebei meenden de echte bisschop te zijn en in aanmerking te komen voor het geld. Zoiets speelde niet in elke stad en er is geen aanleiding om ook voor Myra aan een kerkscheuring te denken, maar andere conflicten kunnen er wel zijn geweest. Degene die het geld moest verdelen, moest bijvoorbeeld kiezen tussen herstel van de kerkelijke bezittingen en ondersteuning van families. Je zult maar weduwe zijn geweest, zonder veel bestaanszekerheid, terwijl de bisschop een dure kopiist in dienst nam om een nieuw exemplaar van de Bijbel te maken.

De rol van Nikolaas van Myra

Tot zover de wereld waarin Nikolaas bisschop was. We mogen dan sinds kort een beredeneerd vermoeden hebben over zijn sterfjaar, we weten niet wanneer hij bisschop werd. Als hij lang bisschop is geweest, heeft hij deze problemen meteen na het einde van de vervolging moeten aanpakken; als hij later is gewijd, zal hij de nasleep ervan hebben meegemaakt. Dat zal hem heel wat hoofdbrekens hebben gekost. Hoe kon hij, behorend bij een van de christelijke groepen in Myra, mensen van de andere groepen bereiken en overtuigen?

Het door Constantijn de Grote belegde Concilie van Nikaia schiep duidelijkheid. De proto-orthodoxie werd nu erkend en werd de door de staat gesteunde opvatting. Minimaal vanaf dit moment zal Nikolaas deze opvattingen hebben gedeeld; als hij ervan zou zijn afgeweken, zou hij nooit als orthodoxe heilige zijn erkend. Hij stond na Nikaia ook sterker in de discussie met gnostici en montanisten.

Onze bronnen vermelden geen tegenstellingen binnen Nikolaas’ parochie. Evenmin geven ze aan dat de groep klein was, hoewel de feitelijke groei van het christendom pas net was begonnen. Het ontbreken van deze informatie is logisch. De bronnen zijn meest laat geschreven, toen de triomf van de orthodoxie al compleet was. Nikolaas’ rol als zielzorger interesseerde niemand meer. Maar voor de bisschoppen van zijn generatie moeten de aloude christelijke verdeeldheid en de recente wonden van de vervolging hebben behoord bij de dagelijkse pastorale zorg.

Wat we wel weten is dat de gelovigen bisschop Nikolaas, zoals te doen gebruikelijk, even buiten de stad begroeven. Een klein monumentje zal de plek hebben gemarkeerd. Daar is later de grafkerk gebouwd die tegenwoordig centraal staat in een toeristische mallemolen.

#bisschop #ConstantijnDeGrote #demiChrétiens #Diocletianus #EersteConcilieVanNikaia #exclusivistischeChristenen #Galerius #gnosis #lapsi #Licinius #Lycië #montanisme #Myra #NikolaasVanMyra

Provinciale herindelingen

Africa (Musée des beaux-arts, Lyon)

Dit wordt een saai blogje. Ik schrijf het vooral voor mezelf, omdat ik even wat dingen op een rijtje wil hebben. Dus u moet het maar niet lezen, tenzij provinciale herindelingen uw hobby zijn.

Maar het zit dus zo. Als u in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. naar de Maghreb had gekeken, dan lag in het oosten, waar nu Tunesië ligt, het gebied waarover de stad Karthago de scepter zwaaide. Reisde u naar het westen, dan arriveerde u in Numidië, en dat bestond uit het gebied van twee groepen: in het oosten de Massyliërs en in het westen de Masaeisyliërs. De koning van de Numidische volken is op dat moment Massinissa; hij resideerde in Cirta, het huidige Constantine. Nog wat verder naar het westen, zeg maar in wat wij Marokko noemen, leefden de Mauri.

De Romeinse Republiek

Massinissa breidde zijn rijk gestaag uit naar het oosten, ten koste van Karthago. Rond 173 veroverde hij Dougga en kort voor 150 Bulla, dat sindsdien Bulla Regia heette, het “koninkijke Bulla”. Omdat de Romeinen voorzagen dat Massinissa’s volgende verovering Karthago zou zijn, wat betekende dat er opnieuw een supermacht was in de Maghreb, annexeerden ze het gebied in 146 zelf. Karthago werd verwoest en de hoofdstad van de provincie Africa was daarom het oeroude Utica.

Een eeuw later raakte Julius Caesar verwikkeld in een conflict met de Numidische koning Juba I, die aanvankelijk succes had, zich verbond met Caesars tegenstanders en in 46 v.Chr. met hen werd verslagen in de slag bij Thapsus. Van het westelijk deel van zijn koninkrijk, Masaesylië dus, maakte de Mauri-vorst Bochus II zich meester, de broer van Caesars bondgenoot Bogud, die zelf regeerde over de Mauri in het huidige Marokko.

Het oostelijk deel van het rijk van Juba, Massylië, werd nu Romeins. Een deel daarvan werd als Africa Nova toegevoegd aan Africa, terwijl het deel rond Cirta in handen viel van de Romeinse vrijbuiter Publius Sittius. Later werd ook dit geannexeerd, maar Cirta en drie andere steden behielden enige autonomie.

De Romeinse keizertijd

Na de burgeroorlogen die volgden op de moord op Caesar werden Africa en Africa Nova verenigd tot Africa Proconsularis, met als hoofdstad het inmiddels herbouwde Karthago. Binnen deze provincie behield Cirta dus enige autonomie, en verder was er een zone onder militair gezag die wordt aangeduid als Numidia. Hier had de commandant van het Derde Legioen Augusta het voor het zeggen.

Stand van zaken in de tijd van keizer Augustus en keizer Tiberius:

  • in het verre westen de Mauri in het huidige Marokko, geregeerd door Juba II;
  • middenin de Masaesyliërs, eveneens geregeerd door Juba II, met als voornaamste stad Iol Caesarea (Cherchell).
  • in het oosten de Romeinse provincie Africa Proconsularis, bestuurd vanuit Carthago,
    • met de semi-autonome steden rond Cirta;
    • met de militaire zone Numidia.

In het jaar 40 na Chr. annexeerde keizer Caligula Mauretanië, dat twee jaar later door zijn opvolger Claudius werd gesplitst in een westelijk Mauretania Tingitana en een oostelijk Mauretania Caesarea. Ondanks de naam Mauretania was dit gebied traditioneel dat van de Numidische Masaesyliërs.

Nog wat latere aanpassingen: keizer Septimius Severus maakte de militaire zone Numidië tot een zelfstandige provincie met als hoofdstad Lambaesis. Een eeuw later splitste Diocletianus Africa Proconsularis in drieën, die Africa Proconsularis, Byzacena en Tripolitana heetten, terwijl de vier autonome steden in het westen van Africa voortaan bekendstonden als Numidia Cirtensis. Deze vijf provincies en de twee Mauretanische provincies vormden samen het diocees Africa.

Ik zei toch dat dit een saai blogje zou zijn? En hoewel ik hier even op heb zitten puzzelen, ben ik nog steeds niet helemaal zeker van mijn zaak.

#AfricaProconsularis #Augustus #BochusII #Bogud #BullaRegia #Caligula #Cherchell #Cirta #Claudius #diocees #Diocletianus #Dougga #IolCaesarea #JubaI #JubaII #JuliusCaesar #Karthago #Lambaesis #Masaeisyliërs #Massinissa #Massyliërs #Mauri #Numidië #PubliusSittius #SeptimiusSeverus #Thapsus #Tiberius #Utica

Filumena

De ontdekking van het graf van Filumena

Ergens in de Catacombe van Priscilla – de exacte vindplaats is onbekend – werd in Rome in 1802 een eenvoudig wandgraf gevonden. De nis was afgedekt met drie kleine platen van gebakken klei, die, zoals gebruikelijk, vastgezet waren met een dikke cementrand. In die rand zat een glazen flesje vastgedrukt, met op de bodem nog een residu van de oorspronkelijk vloeistof. Op de terracottaplaten stond met rode verf een korte tekst geschilderd. Gerangschikt in de juiste volgorde kan men lezen:

PAX TECVM FILVMENA

Vrede (zij) met jou, Filumena.noot ICUR VIII 23243; EDB 35077; O. Marucchi, Epigrafia Cristiana 1910 p. 74 en Tav. VI.

De driedelige inscriptie van Filumena (Romeinse Katakomben, Valkenburg)

Ook staan er enkele afbeeldingen op de sluitplaten: pijlen, ankers, een bloem en een palmblad. Het palmblad werd rond 1800 nog beschouwd als het teken van martelaarschap en van zulke glazen flesjes nam men destijds nog aan dat ze gevuld waren geweest met martelaarsbloed. De conclusie was snel getrokken: dit was het graf van martelares Filumena. Omdat er in de katholieke wereld grote vraag was naar relieken van martelaren, werd het graf geopend. De stoffelijke resten werden samen met de terracottaplaten overgebracht naar een opslagplaats.

Naar Mugnano

Drie jaar later kwam pastoor Francesco de Lucia uit Mugnano del Cardinale, een dorp in de buurt van Napels, naar Rome om bij het Vaticaan om een reliek te vragen voor zijn kerk. Tot zijn blijdschap kreeg hij een kist mee met daarin de resten van Filumena.

Filumena liet meteen tijdens het transport al merken dat ze met eerbied behandeld wilde worden. Haar kist had namelijk een plaatsje gekregen in de bagageruimte van het rijtuig, maar door onophoudelijk geklop maakte ze duidelijk dat ze daar niet op haar plaats was. Toen de kist op een zitplaats in het rijtuig was neergezet, was ze blijkbaar tevreden, want verder geklop bleef uit.

Tijdens een tussenstop in Napels worden de botresten van Filumena gehuld in een mooi aangeklede pop van papier-maché en in een afsluitbare schrijn geplaatst. Zo legt Filumena, gedragen op een baar, het laatste traject af naar de kerk Santa Maria delle Grazie in Mugnano, waar zij voortaan huist.

In Napels waren al enkele zieken op wonderbaarlijke wijze genezen door contact met haar relieken; onderweg naar Mugnano hadden zich eveneens bijzondere wondertekenen voorgedaan. Eenmaal in Mugnano, waar zij enthousiast met “Viva la Santa!” wordt onthaald, zijn de wondergenezingen weldra niet meer te tellen. Pelgrims stromen toe. Berichten hierover bereiken ook het Vaticaan. Dat stemt er in 1827 in toe om ook de originele platen die haar graf in de catacomben in Rome bedekt hadden, naar Mugnano te sturen.noot Francesco de Lucia schrijft er bijna twintig jaar later een uitvoerig boek over: Relazione istorica della traslazione del sacro corpo di Santa Filomena Vergine e Martire da Roma a Mugnano del Cardinale (1824 Napoli). Later verschijnt een andere publicatie, waarin ook de biografie is opgenomen: Gaetano Navarro, Cenno storico sulla traslazione del sacro corpo di Santa Filumena, vergine e martire da Roma a Mugnano del Cardinale nel Regno di Napoli (1838).

Filumena

Wie was Filumena eigenlijk? Haar naam komt niet voor in middeleeuwse martelarenoverzichten. Er is geen biografie van haar overgeleverd, zoals wel het geval is bij Caecilia. Deze lacune heeft Filumena zelf opgevuld door haar levensverhaal in 1833 te vertellen tijdens verschijningen aan een Napolitaanse kloosterzuster. Ze onthulde aan de non dat haar vader een Griekse koning was. Haar moeder was ook van koninklijke komaf. Ze konden geen kinderen krijgen, maar dat veranderde toen ze zich tot het christendom bekeerd hadden. Toen werd zij, Filumena, geboren.

Op dertienjarige leeftijd was zij met haar ouders vanuit Griekenland naar Rome gekomen, omdat ze daar een conflict met keizer Diocletianus (r.284-305) wilden bijleggen. Diocletianus was, meteen toen hij het meisje zag, verliefd op haar geworden en stelde haar ouders voor om hun dochter aan hem ten huwelijk te geven. De ouders leek het wel een goed idee om zo weer in de gunst van de keizer te komen, maar Filumena was van zijn avances niet gediend: zij wilde haar leven wijden aan Christus.

Het martelaarschap van Filumena

Razend werd Diocletianus, beledigd als hij was door haar weigering. Hij sloot haar op en liet haar geselen, maar het gewenste effect bleef uit. Daarop besloot hij haar uit de weg te ruimen door haar, verzwaard met een anker dat hij met een touw om haar hals had laten binden, in de Tiber te smijten. Twee engelen kwamen haar echter te hulp en zetten haar terug op de oever. De keizer laat vervolgens pijlen op haar afschieten, maar door tussenkomst van engelen zijn de toegebrachte wonden de volgende dag al genezen. Een tweede poging mislukt eveneens, omdat de pijlen spontaan afbuigen. De derde keer worden de boogschutters zelf door de pijlen, die als een boemerang naar hen terugkeren, gedood. Uiteindelijk vindt Filumena de dood door onthoofding.

Publicatie van dit levensverhaal en de lange reeks wonderen vergroten de reputatie van Filumena zodanig dat de druk op de paus om Filumena heilig te verklaren steeds verder toeneemt.

Pauline Jaricot

De doorslag daarbij geeft de genezing van Pauline Jaricot. Deze Française, die zich haar hele leven beijverde voor de verbreiding van het katholieke geloof, werd op een gegeven moment ernstig ziek. Onderweg naar Mugnano in de hoop daar genezing te vinden bij Filumena, verblijft zij enige dagen in Rome, waar de paus bij haar ziekbed in een klooster op bezoek komt. Jaricot smeekt hem om Filumena als heilige te erkennen, indien zij haar zal genezen. De paus, die de indruk heeft dat de vrouw op sterven na dood is, wil dit wel toezeggen. Hij schijnt zelfs ter plekke gefluisterd te hebben tegen een aanwezige “Ze maakt het niet lang meer” – in het Italiaans, opdat de vrouw het niet verstond.

De vrouw komt in Mugnano aan, maar haar gebeden tot Filumena leveren dag na dag niet het gewenste resultaat op. Haar gezondheidstoestand holt achteruit. Daarop gaat de plaatselijke bevolking zich ermee bemoeien. Ze kloppen op de schrijn van Filumena en roepen:

Filumena, hier is een vrome edelvrouw die genezing zoekt. Waarom doet u niets? Als u blijft weigeren, zijn wij gedwongen om te stoppen met u te aanbidden. Dan willen we niets meer met u te maken hebben.

Die druk helpt: de volgende dag, 10 augustus, uitgerekend de verjaardag van Filumena’s martelaarschap, staat Jaricot volledig hersteld op van haar ziekbed. Ze wandelt de hele afstand naar Rome terug en verschijnt in levende lijve voor de paus. Daarna laat de officiële heiligverklaring van Filumena niet lang meer op zich wachten.

Verering

Haar verering verspreidt zich nu over de hele katholieke wereld. Meestal spelt men haar naam nu als Filomena of Philomena. Ook in Nederland verschijnen boeken over haar. Ze wordt hierin betiteld als “de mirakeldoenster van de negentiende eeuw en wrochtster der wonderen”. Op diverse plaatsen in de wereld worden kerken aan haar gewijd. Haar relieken zijn gewild. Het komt daarom goed uit dat de botresten in Mugnano wonderlijk genoeg niet afnemen, hoewel men er steeds kleine beetjes van weggeeft. In Italië verschijnen dikke boeken waarin al haar wonderen wrden beschreven.

Ruim een eeuw na de ontdekking van Filumena’s graf komt er schokkend nieuws. Orazio Marucchi, vooraanstaand catacombenonderzoeker in Rome – hij is ook zeer behulpzaam geweest bij de totstandkoming van Museum Romeinse Katakomben in Valkenburg – vertelt in 1906 in een uitgebreid artikel in een archeologisch tijdschrift een heel ander verhaal:noot O. Marucchi, “Studio archeologico sulla celebre iscrizione di Filumena scoperta nel Cimitero di Priscilla” in: Nuovo Bullettino di Archeologia Sacra 1906, 253-300. In een supplement uit 1907 probeert G. Bonavenia de kritiek van Marucchi te pareren. Filumena is geen martelares en, nog erger, de vereerde botresten zijn helemaal niet van Filumena.

Op de grafplaten staan, zo zegt hij, inderdaad ankers, pijlen, een bloem en een palmtak. De pijlen en ankers hebben echter niets te maken met martelingen: de pijlen (en de bloem) fungeren als scheidingstekens tussen woorden; het anker geldt in het vroege christendom als symbool van de hoop; de palmtak symboliseert de overwinning op de dood. Het glazen flesje bevatte geen martelaarsbloed, maar welriekende olie. Bovendien bewijst het feit dat de drie grafplaten niet in de juiste volgorde waren geplaatst op het graf in de catacomben, ook nog eens dat de platen hergebruikt zijn en eerder een ander graf hadden bedekt waarin wel een zekere Filumena begraven lag.

Het graf van Sint-Filumena (© Wikimedia Commons | gebruiker Jos-D.B1990)

Deze publicatie werd Marucchi, die toch een vroom man was, door velen niet in dank afgenomen. Pausen uit de negentiende eeuw die de verering van Filumena als heilige martelares hadden bevorderd, werden er postuum nog door in hun hemd gezet. Wanneer de opschudding is gaan liggen, gaat de verering van Filumena gewoon door en blijft men wonderen rapporteren.

In 1961 gaat het Vaticaan uiteindelijk toch overstag: Filumena wordt afgevoerd van de officiële lijst van heiligen, maar zelfs dit verhindert niet dat Filumena nog immer kan bogen op een flinke schare fans.noot Mark Miravalle, It’s time to meet St. Philomena (2007). In dit Amerikaanse boek wordt opgeroepen Philomena te blijven vereren. Uit onderzoek van de grafplaten zou blijken dat ze niet hergebruikt zijn. Ieder jaar nog in augustus loopt de hele bevolking van Mugnano del Cardinale mee in de processie van Santa Filomena.

[Een gastbijdrage van Peter van der Pasch. Dank je wel Peter!]

Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Theodor Mommsen

maart 1, 2020
Een geschiedenis van de Nederlandse archeologie

april 28, 2021
Vrijheid en filhellenisme

augustus 31, 2020 Deel dit:

#catacomben #Diocletianus #MugnanoDelCardinale #OrazioMarucchi #PaulineJaricot #Rome #RomeinseKatakomben

1700 jaar Nikaia (5): de besluiten

Nikaia loste niet alle problemen op; er waren meer concilies nodig. In het Rila-klooster zijn ze allemaal afgebeeld.

Het is maar al te begrijpelijk dat de bisschoppen die aanwezig waren op het Concilie van Nikaia meenden dat de Heilige Geest hen in de juiste richting had geleid. Men was het vooraf oneens geweest over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon, over de autonomie van de bisschoppen, over de paasdatum en over nog andere thema’s. De bisschoppen communiceerden in het Grieks, maar we moeten niet onderschatten dat de aanhangers van de twee grote scholen van Bijbeluitleg, de Alexandrijnse en Antiocheense, niet zelden dachten in het Egyptisch (Koptisch) en het Syrisch (Aramees).

Persoonlijke ergernissen speelden een rol. Wellicht waren er mensen die zich stoorden aan de rol van de keizer. We beschikken over een door hem bij een andere gelegenheid gehouden toespraak waaruit blijkt dat hij de theologische finesses niet geheel beheerste. (De auteurs van onze bronnen, die Constantijn positief presenteren, maken overigens geen melding van irritaties over zijn rol.) Ondanks alle moeilijkheden eindigde de vergadering met consensus. De keizer had met de ruziënde bisschoppen een enorm risico genomen, maar kon tevreden beginnen aan het regeringsjubileum, de vicennalia, dat hij kort daarna zou vieren. Zoals gezegd heeft de Kerk de ingreep door het wereldlijk gezag geaccepteerd omdat de Heilige Geest zo evident aanwezig was geweest.

De drie grote kwesties

Wat werd er nu eigenlijk besloten? Om te beginnen was er de veroordeling van de opvattingen van Areios. De bisschoppen stemden in met de door Constantijn (of beter: een van zijn adviseurs) voorgestelde formulering dat Christus “één in wezen was met de Vader en uit het wezen van de Vader”. Dit was een compromis, waar voor het moment iedereen zijn eigen uitleg aan kon geven. Het werd vastgelegd door een in Jeruzalem gangbare geloofsbelijdenis uit te breiden met wat zinnetjes die aanhangers van Areios niet over de lippen zouden kunnen krijgen.

Verbranding van Areios’ boeken (negende-eeuws manuscript uit Vercelli)

In de praktijk was de kwestie echter doorgeagendeerd en in de tweede helft van de vierde eeuw was er nogal wat discussie over de vraag of de Vader en de Zoon wezensgelijk of wezensgelijkend waren. Daar zijn nog enkele andere concilies aan gewijd: dat van Constantinopel in 381, dat van Efese in 431 en tot slot dat van Chalkedon in 451. De kwestie is eigenlijk nooit helemaal opgelost. Er bestaan nog steeds nestorianen, wier teksten vooral in het Grieks en Aramees zijn gesteld, en monofysieten, wier literatuur vooral in het Koptisch en Armeens is geschreven.

Bij de tweede grote kwestie, de paasdatum, was de vraag of het feest gevierd moest worden op de kalenderdag (volgens de joodse kalender) of de weekdag (zondag). Dit laatste standpunt overheerste en de besluitenlijst stelt expliciet dat het concilie hier de Romeinse traditie volgde. Bisschop Sylvester mocht dan afwezig zijn geweest, Rome had wel invloed. Het probleem bleef overigens bestaan. Weliswaar was er een heldere definitie, maar er was geen consensus over de berekening van de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente. Niet iedereen gebruikte namelijk de negentienjarige Cyclus van Meton.

De derde kwestie was geen kwestie: het feit dat het concilie was samengekomen was al een ontkenning van het feit dat bisschoppen als Meletios van Lykopolis volledig autonoom waren. Dat dit een hamerstuk was, wilde niet zeggen dat er niets te regelen overbleef. In Nikaia werd ook de structuur van de kerk vastgelegd. Wat ons brengt bij zaken die verder ter tafel kwamen.

Andere besluiten

We weten van twintig andere tijdens het Concilie van Nikaia genomen beslissingen. Misschien stelde Constantijn ze aan de orde naar aanleiding van de klachten die vóór de vergadering waren geordend in de al genoemde libelli. Weliswaar had hij die laten verbranden, maar niemand zegt dat de keizerlijke kanselarij ook de onderliggende correspondentie heeft vernietigd.

Om te beginnen: de geestelijkheid. De aanwezigen uniformeerden de regels voor de bisschopskeuze en stelden een hiërarchie vast. Drie bisschoppen kregen extra rechten, namelijk die van Alexandrië, Antiochië en Rome. In deze volgorde, die in Latijnse manuscripten overigens andersom is. Later zouden deze drie bisschoppen titels krijgen als “patriarch”, terwijl de aanspreekvorm papa, “paus”, steeds meer voor deze leiders gereserveerd zou worden. Bij latere concilies kregen ook de bisschoppen van Constantinopel en Jeruzalem de rang van patriarch.

Er kwamen regels voor de geestelijkheid. Misdadigers en mannen die zichzelf vrijwillig hadden gecastreerd, waren uitgesloten van het priesterschap. Geestelijken mochten geld uitlenen als dat in het voordeel was van debiteuren, maar mochten zelf geen winst maken op die kredietverstrekking. Omdat ook geestelijken weleens vergissingen konden maken, en omdat ook vergaderingen van geestelijken die een dwalende collega gispten zich konden vergissen, kwamen er beroepsprocedures. Alleen over de seksuele betrekkingen van de geestelijkheid bleek consensus moeilijk. Dit mocht voortaan lokaal geregeld worden.

Bisschoppen die tijdens de vervolging door keizer Diocletianus afvallig waren geweest – lees: die met terugwerkende kracht niet hadden voldaan aan eisen die pas in Nikaia werden geformuleerd – werden uit hun ambt ontzet. Dit lijkt een handreiking te zijn geweest aan de donatisten, maar ze maakte geen einde aan deze kerkscheuring.

Ondanks het streven naar harmonie, eenheid en vrede, had het concilie ook nog wat rekeningen te vereffenen. Het werd bisschoppen verboden om mensen die in andere bisdommen een sanctie hadden gekregen, in dienst te nemen. Niet alleen was dit een verdere aantasting van de bisschoppelijke autonomie, het was bedoeld om mannen als de veroordeelde Areios het leven zo zuur mogelijk te maken. Areios’ aanhangers moesten penitentie doen.

Ook Constantijn stond niet boven ressentiment. Hij had in 324 een burgeroorlog gewonnen en zijn tegenstander Licinius, die in 312/313 de toenadering tot de christenen had geïnitieerd, werd met terugwerkende kracht als afvallige beschouwd. Zijn soldaten moesten eveneens penitentie doen.

Afrondende maatregelen

Mogelijk heeft Constantijn bisschop Makarios van Jeruzalem opdracht gegeven te zoeken op welke plaatsen in zijn stad Jezus was gekruisigd, begraven en opgestaan. Dit staat nergens in onze bronnen, maar het staat wel vast dat keizerin-moeder Helena een jaar later de Grafbasiliek heeft laten bouwen. In Betlehem verrees de Geboortekerk en in Rome liet Constantijn kerken bouwen boven de (veronderstelde) graven van Petrus en Paulus. Een van de keizerlijke paleizen, het Lateraan, deed Constantijn cadeau aan de bisschop van Rome.

Het concilie eindigde met de verslaglegging. Alle bisschoppen moesten de documenten tekenen. Daarna werden de beslissingen met de wereld gedeeld. We weten van een door het Concilie naar Egypte verstuurde brief over de drie grote kwesties en van twee keizerlijke brieven. De ene was gericht aan Alexandrië, waar Areios vandaan kwam, en de andere was een circulaire over de paasdatum die naar elk bisdom werd verstuurd.

Bij hun vertrek kregen de bisschoppen nog geschenken mee. Maar niet iedereen was zo gelukkig. Twintig bisschoppen hadden moeite met de beslissingen. Onder dreiging van ballingschap tekenden zestien van hen alsnog de notulen, maar de resterende vier moesten hun stad verlaten. Daar kwamen er later nog twee bij. Het Concilie van Nikaia had eenheid gebracht, maar zelfs met een gemanipuleerde gastenlijst waren sancties nodig.

[morgen meer]

#Areios #ballingschap #bisschop #christenvervolging #ConcilieVanNicea #ConstantijnDeGrote #CyclusVanMeton #Diocletianus #donatisme #donatisten #EersteConcilieVanNikaia #EusebiosVanCaesarea #Grafbasiliek #HelenaKeizerin_ #Licinius #MakariosVanJeruzalem #MeletiosVanLykopolis #paasdatum #SintJanVanLateranen #SylvesterI #Synodikon

1700 jaar Nikaia (1): iets nieuws?

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Nikaia (325).

Aanstaande dinsdag is het 1700 jaar geleden dat in Nikaia, het huidige İznik in Turkije, een enorme vergadering begon van christelijke leiders: het Concilie van Nikaia. (Ook wel aangeduid als Nicea, maar ik wil niet invisibiliseren.) Onder toezicht van keizer Constantijn de Grote stelden de bisschoppen een formule vast waarmee ze de relatie tussen God de Vader en God de Zoon konden beschrijven; verder namen ze besluiten over de berekening van de paasdatum, de organisatie van de kerk en de levenswijze van de geestelijken.

Uit de baaierd aan christelijke vormen ontstond één christendom, dat nog steeds bestaat. De beslissingen zijn na al die eeuwen zó vanzelfsprekend, dat we niet langer herkennen hoe revolutionair ze ooit waren.

Innovaties

Het eerste punt is dat Constantijn alleen bepaalde leiders uitnodigde, namelijk bisschoppen die meenden dat wie Christus vereerde, niet ook andere goden mocht vereren. Dit exclusivisme was in de antieke wereld allerminst vanzelfsprekend en nog vér na het Concilie van Nikaia waren er volop christenen die ook naar synagogen of heidense tempels gingen. Volgens de conciliedeelnemers en de huidige kerken zouden dat geen christenen zijn, maar dat zagen zij zelf natuurlijk anders.

Een tweede revolutionaire innovatie was dat er voor de christenen maar één manier kon zijn om over het goddelijke te denken, de orthodoxe. Ook dit speelt nog altijd een rol in het christendom. Het onderscheid tussen de oosterse en westerse kerken gaat bijvoorbeeld terug op (na Nikaia geformuleerde) verschillende opvattingen over Christus.

Nikaia introduceerde ook de methode om de doctrine vast te stellen: door een vergadering. Alle bisschoppen waren officieel gelijk en in de zin dat ieders mening (althans officieel) het zwaarst woog, was de intellectuele discussie in Nikaia een democratie van experts. Als men het eens was, zo was de redenering, dan moest het zijn doordat de Heilige Geest de aanwezigen in de juiste richting leidde. (Zie het plaatje hierboven, waarin de Heilige Geest in de vorm van een duif neerdaalt.) Hiermee werd feitelijk gezegd dat niet alleen de heilige schrift, maar ook de consensus der bisschoppen geïnspireerd was en een bron van religieus gezag. Deze blog is niet de plek om uit te weiden over latere discussies over het leergezag, maar ik denk dat de aanwezigen in Nikaia vreemd zouden hebben opgekeken van het aforisme van paus Benedictus XVI dat waarheid niet democratisch wordt bepaald.

Een laatste innovatie uit 325 is inmiddels wat op de achtergrond geraakt, althans in Europa: dat de overheid een rol had bij het bepalen of handhaven van de christelijke rechtzinnigheid. Een Europese regeringsleider mag nu dan wel zeggen dat jeder mag nach seiner Façon selig werden, maar overheidsbetrokkenheid bij de orthodoxie is eeuwenlang een belangrijk aspect van de Europese cultuur geweest.

Kortom, in Nikaia ontstond het christendom zoals wij het kennen en het concilie heet met recht een belangrijke historische gebeurtenis. Bijzonder is bovendien dat we de invloed (vormende werking, agency…) van dit aspect van de antieke cultuur op onze cultuur kunnen onderbouwen met de relevante sociaalwetenschappelijke argumenten.

Was Nikaia wel zo innovatief?

Revoluties komen echter nooit zomaar. Niet alleen Constantijn, élke Romeinse magistraat voelde zich verantwoordelijk voor de goede relatie tussen zijn onderdanen en de goden (pax deorum). Dat dit zich vertaalde in orthodoxie, was slechts een beperkte innovatie. De relatie tussen God de Vader en God de Zoon oogt weliswaar als een nieuw, christelijk thema, maar feitelijk importeerden de theologen een oudere discussie over Plato’s Timaios – ik schreef er al eens over.

Ik noem ook de eed van trouw die keizer Decius in 249/250 eiste van al zijn onderdanen. Ze moesten verplicht offeren. Decius is de geschiedenis in gegaan als christenvervolger, maar de eed van trouw trof andere groepen even hard: denk aan pythagoreeërs, denk aan de groep rond het Corpus Hermeticum, denk aan neoplatonisten en denk aan anderen die moeite hadden met de antieke offerpraktijk. Het springende punt is dat Decius religie benutte om in een verdeeld imperium eenheid te scheppen. Een kwart eeuw later deed keizer Aurelianus hetzelfde door de verering van de zon voor te schrijven. Ook in dit opzicht bood Constantijn niets nieuws.

Keizer Diocletianus, die de verering van Jupiter en Hercules had benut om eenheid te scheppen, had andersdenkenden gewelddadig vervolgd: manicheeërs en christenen dus. En ook dit aspect is in Nikaia aanwezig. De betrouwbaarheid van de anekdote dat Nikolaas van Myra een opponent een klap zou hebben gegeven mag dan dubieus zijn, ze past bij het algemene karakter van de kerkvergadering. Er zijn namelijk meer anekdotes over verbaal en fysiek geweld. Constantijn stond niet boven intimidatie: de bisschoppen moesten eens lopen langs een erehaag van gardisten met getrokken zwaarden, en de keizer dwong de consensus over een compromisformule af met sancties.

Wat ik maar zeggen wil: Nikaia schiep een christendom, maar het was geen schepping uit het niets. Anderhalve eeuw geleden muntte Theodor Mommsen het aforisme dat vernieuwingen altijd tot uitdrukking worden gebracht middels bestaande vormen. Mommsens bekendste voorbeeld was het keizerschap van Augustus, dat weliswaar een revolutie was maar dat zich bediende van traditionele vormen. Hij zou ook het ontstaan van het christendom hebben kunnen noemen.

[morgen meer over het Concilie van Nikaia]

#agency #Augustus #Aurelianus #BenedictusXVI #christenvervolging #ConcilieVanNicea #ConstantijnDeGrote #CorpusHermeticum #Decius #Diocletianus #EersteConcilieVanNikaia #exclusivistischeChristenen #HeiligeGeest #historischeGebeurtenis #neoplatonisme #nietExclusivistischeChristenen #NikolaasVanMyra #offer #orthodoxie #pythagorisme #TheodorMommsen #vormendeWerking

Het manicheïsme

Illustratie uit een manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Vrijwel zeker kent u de Dode-Zee-rollen: een kleine duizend teksten die documenteren hoe veelkleurig het jodendom was. Iets minder bekend zijn de teksten uit Nag Hammadi, die varianten op het christendom documenteerden die vóór de ontdekking van deze boeken alleen bekend waren uit de polemische geschriften van orthodoxe auteurs. Nog iets minder bekend: bij de verkoolde boekrollen uit Herculaneum waren filosofische traktaten die licht wierpen op het epicurisme. En helemaal onbekend zijn de laatantieke, manichese teksten die zijn gevonden op verschillende plaatsen in Centraal-Azië. Daarover straks meer. Eerst iets over het manicheïsme zelf.

Ideeën

De manicheeërs geloofden dat de kosmos bestond uit twee conflicterende principes: het Rijk van het Licht staat tegenover dat van de Duisternis. Goed versus kwaad dus. Nu zegt dat op zich niet zo veel. De crux is het mensbeeld. De manicheeërs meenden dat mensen bestonden uit een lichtvonk, de ziel of geest, die gevangen was geraakt in de materie, de duisternis. Een gelovige probeerde de gevangen lichtvonk te bevrijden, wat betekende dat de geest krachtiger moest zijn dan het lichaam.

Manicheeërs ervoeren seksualiteit als problematisch. Er kwamen kinderen van en dat betekende dat opnieuw een ziel gevangen was gezet. Je kunt nu flauwe grappen maken dat de manicheeërs daarom zijn uitgestorven, maar dat heeft vermoedelijk andere redenen gehad, want in de Late Oudheid was het manicheïsme een grote godsdienst, met aanhangers in het Romeinse Rijk, in Sassanidisch Perzië en langs de Zijderoute tot in het China van de Sui- en Tang-dynastieën (581-907) aan toe.

Nu hebben alle levende wezens een ziel. De manicheeërs waren op dit punt consequent: wie een levend wezen doodde, zelfs als het ging om het plukken van vruchten, verwondde het Licht en verlengde zo de gevangenschap van het Licht in de Duisternis. Vegetarisme was dus aanbevolen, en zelfs het eten van planten gold als problematisch. Simpel gezegd: een manicheeër leefde uiterst ascetisch.

De eeuwigheid

Ik heb met opzet in het midden gelaten of het conflict tussen het Rijk van het Licht en dat van de Duisternis eeuwig is. Als ik het goed begrijp, is dat niet helemaal duidelijk. Het staat vast dat er manicheeërs waren die geloofden in een Laatste Oordeel, waarin Licht en Duisternis voorgoed zullen worden gescheiden. Omdat het Licht uiteindelijk triomfeert, is het manicheïsme zo bezien een verlossingsleer.

Tegelijk spreken teksten over een eeuwig conflict. Deze ambiguïteit, of niet goed doordachte doctrine, kennen we ook uit het Iraanse zoroastrisme en andere dualistische wereldbeelden. Misschien is de oplossing wel gelegen in een cyclisch wereldbeeld, waarin de kosmos zich hernieuwt, inclusief tijd, zodat er én een eindpunt kan zijn én eeuwigheid. Ik weet het niet.

Ahuramazda vertrapt Ahriman (Naqš-e Rustam)

Mani

Ik noemde het zoroastrisme niet zonder reden, want deze Iraanse godsdienst is een van de wortels van het manicheïsme. Zoroastriërs plaatsen de goede god Ahuramazda tegenover de slechte god Ahriman, en eisten dat mensen goed nadachten, de waarheid spraken en rechtvaardig handelden. Deze ideeën beïnvloedden de grondlegger van het manicheïsme, de profeet Mani.

Hij lijkt in 214 na Chr. te zijn geboren in Ktesifon, beschouwde zich als een apostel van Jezus Christus en begon rond 240 zijn onderricht. Het Sassanidische Rijk was pas net ontstaan en er was – althans aanvankelijk -ruimte voor nieuwe ideeën. Mani combineerde niet alleen christelijke en zoroastrische ideeën, maar verwees ook naar het boeddhisme, naar het platonisme en naar het Corpus Hermeticum.

In 242 verbleef Mani aan het hof van de Sassanidische koning Shapur I, aan wie hij een van zijn boeken opdroeg. De profeet reisde ook door Medië, Centraal-Azië en Gandara, terwijl zijn discipelen reisden naar Egypte, Syrië en Parthië. De nieuwe leer verspreidde zich, maar niet iedereen was ervan gecharmeerd. De zoroastrische priester Kartir vond vervolging gerechtvaardigd en koning Bahram I gelastte in 276 de arrestatie van Mani. Hij werd in Gunj-e Shapur doodgemarteld.

Manichees borduurwerk (Humboldtforum, Berlijn)

Expansie

Mani’s leerlingen hadden de weg naar het oosten en westen al gevonden; na de dood van hun meester vluchtten ze naar de gebieden langs de Zijderoute en naar het Romeinse Rijk. De vervolging droeg zo ongewild bij aan de verspreiding van de manichese leer. En vermoedelijk ook aan de variatie van ideeën, want wat in pakweg Xinjiang werd geschreven, zal niet altijd zijn doorgedrongen naar pakweg Egypte. Al moet je de mobiliteit van antieke mensen en ideeën nooit onderschatten – dat is de les van de DNA-revolutie.

In elk geval waren er binnen een eeuw dualistische gemeenschappen in een gebied dat zich uitstrekte van Karthago tot Centraal-Azië. Daar zou het manicheïsme zijn duurzaamste invloed hebben: rond het jaar 1000 was het daar nog steeds de belangrijkste religie.

In Romeins Afrika was het manicheïsme minder invloedrijk. We weten er wel wat van, want de christelijke auteur Augustinus was van 373 en 382 manicheeër. Later bekeerde hij zich tot het christendom en polemiseerde hij tegen het manicheïsme. Zijn geschriften, niet bepaald objectief, zijn lange tijd de belangrijkste bron van informatie geweest over het concurrerende geloof.

Bovendien is door het enorme gezag van de kerkvader in de Middeleeuwen elk dualistisch geloof getypeerd als manichees. Paulicianen, bogomielen, katharen en waldenzen zijn op verschillende momenten allemaal een keer beschreven als manicheeërs, wat de indruk wekt dat het allemaal een pot nat is. Dat is maar helemaal de vraag.

Manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Tekstvondsten

Ik beloofde iets over tekstvondsten. Lange tijd waren onze voornaamste bronnen van informatie de polemieken van Augustinus, Efrem de Syriër en Epifaneios van Salamis. Dat zijn christelijke bronnen. Verder weten we dat keizer Diocletianus de manicheeërs beschouwde als on-Romeins en ze, met hun geschriften, liet verbranden. Ook Romeinse bronnen zijn dus niet erg positief over het geloof van Mani en zijn volgelingen. Idemdito de islamitische auteurs.

In de twintigste eeuw is de situatie verbeterd doordat we inmiddels beschikken over allerlei originele manichese teksten. Ze zijn in 1902-1914 in het toenmalige Turkestan ontdekt en voor zover ik weet zijn ze nog altijd niet helemaal gepubliceerd. Andere originele geschriften zijn de Tebessa Codex (uit Algerije) en de Keulse Mani-Codex. Die laatste is een bijna ontroerend klein, slechts 3,5 x 4,5 cm metend, boekje, geschreven in uiterst fijne letters.

Een zeer grote bibliotheek, daterend uit ongeveer 400 na Chr., is gevonden in Medinet Madi. Die teksten zijn, als ik het wel heb, momenteel in Dublin, maar ik ben nooit in Ierland geweest, dus ik kan daar weinig over vertellen. En tot slot: uit Xinjiang is allerlei materiaal bekend. Dat heb ik in Berlijn gezien. De foto’s bij dit stukje komen daar vandaan.

#Ahriman #Ahuramazda #ascese #Augustinus #BahramI #boeddhisme #bogomielen #CorpusHermeticum #Diocletianus #dualisme #EfremDeSyriër #EpifaneiosVanSalamis #Kartir #katharen #LaatsteOordeel #lichtmetafoor #Mani #manicheïsme #paulicianen #seks #seksualiteit #ShapurI #TangDynastie #vegetarisme #Xinjiang #ziel #zoroastrisme

Vandaag blogt Han Borg op de #MainzerBeobachter over het paleis van oud-keizer #Diocletianus in Split (Kroatië).

https://mainzerbeobachter.com/2024/08/23/split-het-paleis-van-diocletianus/

Split: het paleis van Diocletianus - Mainzer Beobachter

De Kroatische havenstad Split, het antieke Spalatum, was het paleis waar emeritus-keizer Diocletianus zijn laatste dagen sleet.

Mainzer Beobachter