Wie was Julius Caesar? (1)

Wil de echte Julius Caesar opstaan?

Als ik zeg dat het 21 maart 2026 is, en als ik dat schrijf nadat ik de afgelopen dagen een reeks blogjes heb geschreven over Julius Caesar, dan weet u dat er een einde komt aan de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Het is tijd de balans op te maken.

Wie was Julius Caesar?

Wie was Julius Caesar? Het antwoord is simpel. Hij was een beroemde Romein, een senator, de tegenstander van Farnakes, een tafelgast, de schoonvader van Pompeius, een generaal, een toerist, een popularis, een patiënt, de minnaar van twee koninginnen, een opportunist, de tegenstander van de Senaat, een dictator, het slachtoffer van een moordaanslag, een ruiter, de veroveraar van Gallië, een consul, een kaalkop, een opdrachtgever tot genocide, een verwant van Marius, een bouwheer, een bestuurder, een schrijver, het voorwerp van verering, de vernietiger van de republiek, een oligarch, een sadist, een stadsstichter, een propagandist, een villa-eigenaar, een putschist, de echtgenoot van Calpurnia, de drager van een lauwerkrans, een grootmeester van de Latijnse taal, een hervormer, de veroveraar van Numidië, een hogepriester, een oorlogsmisdadiger, een cynicus, een organisator, een patronus, een vluchteling, een begenadiger van tegenstanders, een alleenheerser, een officier, een ijdeltuit, de vader van Julia en Caesarion, een reiziger, een plunderaar en het onderwerp van velerlei geruchten. Hij was ook de stichter van een autocratie en iemand die, anders dan keizer Augustus, de gelegenheid niet kreeg om de misdaden te laten vergeten waarmee hij zijn regime had gevestigd.

Maar hoe beoordeel je zo iemand? Een thema dat in de reeks steeds terugkwam, is dat Julius Caesar, toen hij de republiek eenmaal had overmeesterd, begreep dat hij haar ook moest besturen. Aanvankelijk was het één grote improvisatie, maar tegen het einde van zijn leven waren alle bestuursposten bemand. Dat het niet meteen na zijn dood kwam tot een burgeroorlog, was omdat het Romeinse bestuurssysteem op dat moment functioneerde.

Vrijwel alle bekende maatregelen waren gericht op stabilisering van wat we, afhankelijk van ons perspectief, moeten aanduiden als “de situatie” of “het regime”. Om te beginnen de Clementia Caesaris. Ook iemand die met een gewelddadige staatsgreep aan de macht is gekomen, heeft behoefte aan capabele medewerkers. Julius Caesar wist zich met zijn tegenstanders te verzoenen. Hij zag af van de beruchte proscripties. Hoewel sommige van de tegenstanders met wie hij zich had verzoend, zich aansloten bij de samenzweringen, waren er ook veel die hem trouw bleven.

In het verlengde daarvan: Caesar had oog voor talent. We zien in zijn omgeving verschillende jonge mensen met grote verantwoordelijkheden: Octavianus natuurlijk, maar ook Gaius Scribonius Curio en Publius Cornelius Dolabella.

Hervormingen

Caesar initieerde allerlei stabiliserend bedoelde wet- en regelgeving, waarvan de kalenderhervorming het bekendst is. Die verhinderde verdere manipulatie van de aflossingstermijnen op de op het Italische platteland hoog opgelopen schulden. Er waren ook andere nieuwe regels om de schuldenproblematiek te regelen, en verder waren er regels om verraders – uiteraard een rekbaar begrip – te verbannen en om geweldplegers te straffen. Tot de economische maatregelen behoorde bijvoorbeeld de Lex Rhodia de iactu, die bepalingen bevatte voor de compensatie van schippers die tijdens een storm hun koopwaar overboord hadden moeten werpen: een nuttige wet uit hellenistisch Griekenland, die nu gold voor de gehele Romeinse wereld.

Hij reorganiseerde het leger en de provincies in Gallië, Syrië, Anatolië, Africa en het Iberische Schiereiland. Om soldaten land te geven, (her)stichtte hij tal van steden: Arles, Fréjus, Karthago, Korinthe, Lyon, Narbonne, Nîmes, Orange, Sevilla en Vienne. Hieruit valt af te leiden dat hij een breed perspectief had op het Romeinse imperium: overal zouden mensen wonen met het Romeinse burgerrecht, niet alleen in Italië. Het Romeinse Rijk was niet langer Italië met wat wingewesten. Om er ook ’ns een gevleugeld woord tegenaan te gooien: Rome n’est plus dans Rome; elle est toute où je suis.

Dit moet ook de reden zijn waarom Caesar geen moeite had met de Lex Roscia, die de verspreiding van het burgerrecht naar mensen buiten Italië vereenvoudigde. Weliswaar was dit een oorlogsmaatregel, omdat hij zo aan meer soldaten kon komen, maar hij zette de stap in elk geval en daarmee zette hij de toon. Marcus Antonius en Octavianus gingen ermee verder. Er kwam ruimte voor bestuurders uit de provincie; het aantal magistraten werd vergroot; er kwamen daardoor meer oud-magistraten en daarom vergrootte Caesar de Senaat.

Niet dat Caesar Rome vergat. In Rome legde hij een nieuw forum aan en vernieuwde hij het terrein waar de Volksvergadering samenkwam (de Saepta Julia) en het Senaatsgebouw (de Curia Julia). Zijn vertrouwelingen namen andere nieuwbouwprojecten voor hun rekening. Zo herbouwde Lucius Munatius Plancus de tempel van Saturnus op het Forum Romanum. De graanvoorziening van de stad werd eveneens verbeterd.

[Wordt vervolgd]

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #clementiaCaesaris #dictator #ForumVanCaesar #hogepriesterschap #JuliusCaesar #LexRhodiaDeIactu #LexRoscia #MarcusAntonius #Octavianus #proscriptie #schuldenproblematiek #volksvergadering

Marcus Antonius in actie

Marcus Antonius (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Het was 16 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden, in een jaar dat was begonnen met Julius Caesar en Marcus Antonius als consuls, en dat sinds de moord op eerstgenoemde alleen nog laatstgenoemde had als consul.

Het proces waarmee antieke informatie tot ons is gekomen, is niet goed geweest voor de reputatie Marcus Antonius. Om te beginnen haalde Cicero hem door het slijk, vervolgens Octavianus. Die twee hebben nogal wat invloed gehad: eerst op de Romeinse en Griekse bronnen en via die teksten op de latere geschiedschrijving. Eeuwenlang hebben geschiedschrijvers dus nogal negatief over Marcus Antonius geoordeeld. Toen in de achttiende eeuw tragische liefdesverhalen in de mode kwamen, werd hij gereduceerd tot geliefde van Kleopatra. De simpele waarheid is echter dat hij een competente en meestal succesvolle generaal was en dat hij er in de weken na de moord op Caesar in slaagde een burgeroorlog te vermijden. Hij had uiteindelijk de pech dat Octavianus opdook – maar dat is een ander verhaal.

Onderhandelingen

Op die 16e maart vertegenwoordigde Marcus Antonius het wettelijk gezag, dat van alle kanten onder druk stond. Van de moordenaars op het Capitool, om te beginnen, en van Dolabella, die claimde consul te zijn. Verder waren er de veteranen, die wilden dat Caesars toezegging dat ze land zouden krijgen, zou worden nageleefd. Tot slot van Lepidus, die in de vroege ochtend op het Forum Romanum een toespraak hield waarin hij de moord veroordeelde.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.22. Cassius Dio is vernietigend in zijn oordeel.

Lepidus wilde zogenaamd Caesar wreken, maar was in werkelijkheid uit op burgeroorlog. En omdat hij enkele legioenen onder zich had, was hij ervan overtuigd Caesars machtspositie te kunnen overnemen en zo aan de macht te komen. Om dat te bereiken was hij bereid een oorlog te beginnen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.34; vert. Gé de Vries.

Lepidus stond inderdaad sterk. Hij behoorde tot Caesars inner circle – het diner op 14 maart was in zijn huis geweest – en hij had een goed netwerk, terwijl zijn leger Rome beheerste. Dat wil echter niet zeggen dat Marcus Antonius zwak stond. Er waren voldoende veteranen in de stad die wisten dat hij Caesar in Dyrrhachion had gered en die hem vertrouwden. Zeker niet allemaal, maar hij beschikte over eigen soldaten én de officiële ordediensten. En ook hij had een netwerk, waaronder bijvoorbeeld Aulus Hirtius was, door Caesar aangewezen als consul voor het jaar 43, en Lucius Cornelius Balbus, Caesars secretaris.

Bovendien had Marcus Antonius, als hoofd van de staat, wisselgeld te bieden. In ruil voor het hogepriesterschap, dat met de dood van Caesar was vrijgekomen, stemde Lepidus ermee in de wraak op de moordenaars nog even uit te stellen. Door Dolabella te erkennen als mede-consul, kon Marcus Antonius ook hem voor zich winnen. De consul moet ook overlegd hebben met Cicero. In de loop van die 16e maart wist hij consensus te scheppen over een compromis.

Brutus

De samenzweerders waren minder initiatiefrijk. Een maand na de gebeurtenissen herinnerde Cicero eraan wat ze hadden behoren te doen: een Senaatsvergadering beleggen in de tempel van Jupiter op het Capitool.noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.10. In plaats van zo het initiatief te grijpen, hadden de moordenaars het aan Marcus Antonius overgelaten. Wel kwam Marcus Junius Brutus die dag met een groep gladiatoren en bewapende slaven van het Capitool naar beneden. Ergens op de oostelijke helling hield hij een toespraak, die volgens Nikolaos van Damascus was bedoeld om de publieke opinie te testen. Werden ze gezien als bevrijders die een tirannie hadden beëindigd, of als moordenaars?

Er heerste een diepe stilte vanwege de ongewone aard van de situatie. De geesten van de mensen waren verward. Iedereen verwachtte dat iemand in deze crisis een stoutmoedige zet zou doen die richting zou gaan geven aan de revolutie. Terwijl het volk in afwachting was op wat zou gaan gebeuren, hield Brutus (die zijn hele leven geëerd was geweest vanwege zijn discretie, vanwege de roem van zijn voorouders en vanwege de hem toegeschreven eerlijkheid) een toespraak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 100.

Helaas breekt Nikolaos’ verslag, het oudste dat we hebben, juist op dit punt af, maar we weten dat het publiek niet enthousiast reageerde. Logisch: op het Forum lagen de troepen van Lepidus, die weliswaar zullen hebben gehoord dat ze hun wraak moesten uitstellen tot het hun commandant beter uitkwam, maar die daarom niet minder kwaad waren. Vermoedelijk was Brutus, als redenaar, die dag echter ook niet op z’n best. Dat weten we omdat hij enkele weken later aan Cicero vroeg om commentaar op zijn redevoering. Diens oordeel is overgeleverd.

Onze vriend Brutus heeft me de toespraak gestuurd die hij heeft gehouden in de vergadering op het Capitool, en hij vroeg me om die, zonder rekening te houden met zijn gevoelens, voor publicatie te corrigeren. Het is, mag ik wel zeggen, een toespraak die perfect aan de emoties appelleert en die in taalgebruik niet valt te overtreffen. Maar toch, als ik die zaak had moeten behandelen, had ik met meer vuur geschreven.noot Cicero, Brieven aan Atticus 15.1.

Het einde van de impasse

De zon was al ondergegaan toen aan de impasse een einde kwam. Marcus Antonius deed de eerste, stoutmoedige zet. Hij had in de voorgaande uren met Hirtius, Balbus, Lepidus, Dolabella en Cicero gesproken en liet de senatoren weten dat de Senaat de volgende dag zou vergaderen in de tempel van Tellus.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.22. Dit was toevallig vlakbij zijn eigen huis.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.126. Mocht u willen waar die tempel stond: bij het huidige metrostation Colosseo.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


De Spaanse triomf van Caesar

oktober 3, 2025
VIII Augusta op de Balkan

juli 6, 2024
De paleografie van 4QBéatitudes

juni 27, 2021 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AulusHirtius #Cicero #consul #hogepriesterschap #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCorneliusBalbusMaior #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #NikolaosVanDamascus #Octavianus #PubliusCorneliusDolabella

Judas Iskariot

Dertig Tyrische sjekels (Bibelhaus, Frankfurt)

Ik denk dat er, met de mogelijke uitzondering van Maria Magdalena, geen nieuwtestamentische bijrolspeler is die meer de aandacht heeft getrokken dan Judas Iskariot. Een deel van de verklaring is natuurlijk dat zo weinig over hem bekend is. Je kunt er van alles bij verzinnen.  En dat is in de afgelopen eeuwen dan ook gedaan. We weten echter weinig met voldoende zekerheid. Hij behoorde tot Jezus’ inner circle, De Twaalf. De evangelist Johannes weet dat Judas de gemeenschappelijke kas beheerde (12.6 en 13.29). Verder weten we dat Judas Jezus uitleverde aan de autoriteiten en dat hij kort na Jezus’ marteldood ook zelf dood was.

Iskariot

En o ja, zijn bijnaam was Iskariot. Maar we weten niet wat het betekent. Eén verklaring is in elk geval weinig plausibel: dat het zou zijn afgeleid van sicarius, “dolkdrager”. Er zijn namelijk maar heel weinig Latijnse leenwoorden in het Aramees en Hebreeuws. Je moet dan ook nog verklaren waarom de twee eerste letters zijn verwisseld. Zoiets komt wel voor maar is ongebruikelijk.

Ik hecht iets meer waarde aan de theorie dat Iskariot komt van een Semitische vorm als sgr, verwijzend naar iemand die een ander uitlevert: “Judas de Uitleveraar” dus. Voordeel van deze theorie is dat we er geen Latijn bij hoeven halen maar blijven in de sfeer van het Aramees. Ook hier is echter wat filologisch goochelwerk nodig.

Optie drie: het gaat om een plaatsaanduiding. Hij kwam uit het dorpje Keriot-Chesron dat wordt genoemd in Jozua 15.25. Het is niet onmogelijk maar het is onzeker of dit dorpje nog bestond. Er waren zeven eeuwen verstreken sinds de compositie van Jozua, eeuwen waarin de topografie veranderde door de Babylonische Ballingschap. Waar Chesron is gebleven, is weer een andere vraag.

Misschien het aantrekkelijkst is dat de naam is afgeleid van škr, wat Iskariot zoiets zou laten betekenen als “man van de leugen”. Het past goed bij de wijze waarop Joden elkaar destijds uitscholden. Ook in de Dode-Zee-rollen is sprake van een “man van de leugen” ofwel “leugenspuier”. Dit is dus aantrekkelijk, plausibel zelfs, maar bewezen is het echter allerminst.

Uitlevering

Waarom Judas zijn meester aangaf bij de tempelautoriteiten, we weten het niet.  Het Evangelie van Marcus kent geen motief. Pas als Judas het aanbod heeft gedaan, komen de beruchte dertig zilverlingen ter sprake (14.10-11). Matteüs draait de volgorde om als Judas zijn meester als bij opbod verkoopt (26.15). Hebzucht is een eigenschap die ook Johannes in Judas’ schoenen schuift. Lukas ziet het anders: zijn Judas is door de duivel bezeten (22.3).

Ik attendeer erop dat Judas zijn meester uitleverde. Hij was behulpzaam bij een arrestatie die de autoriteiten met het oog op de openbare orde noodzakelijk achtten. Uit niets valt op te maken dat Judas wilde dat Jezus zou worden gedood.

Dan nog even de prijs: dertig zilverstukken. Het Griekse woord is ἀργύρια, wat vrijwel zeker slaat op de Tyrische sjekels die in de Tempel gangbaar waren. Die hadden een waarde van vier drachme, wat de totale prijs dus brengt op 120 drachmen. Dat is ongeveer viermaal het maandloon van een soldaat of een geschoolde arbeider. Een fors bedrag, maar de tempelautoriteiten zullen het een kleine prijs hebben gevonden om te beletten dat Jezus zijn programma zou uitvoeren: een revolutionaire opstand waarin de laatsten de eersten zouden zijn.

Dood

Matteüs schrijft dat Judas, toen Jezus niet alleen was gearresteerd maar ook werd geëxecuteerd …

… zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug en zei: “Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.” Maar zij zeiden: “Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!” Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich. (27.3-5)

De Handelingen van de Apostelen vertellen iets anders.

Bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen. (1.8)

Het kan niet allebei waar zijn, maar in de middeleeuwse iconografie werden de twee tradities gecombineerd. Dat levert vrij gruwelijke plaatjes op van gehangenen wier darmen uit de buik barsten. Historische waarde hebben die vanzelfsprekend niet.

Speculaties

We zijn met die plaatjes beland in het rijk van de speculatie, waarop ik aan het begin van dit blogje al attendeerde. We hoeven het er niet lang over te hebben, maar ik noem er twee.

  • Dat Judas Jezus zou hebben aangegeven omdat de situatie uit de hand liep (zoals gesuggereerd in Jesus Christ Superstar) is natuurlijk vriendelijk: het is een aardiger motief dan geldzucht. Maar het bronnenmateriaal geeft geen aanleiding tot deze speculatie.
  • Dat Judas Jezus geheel niet zou hebben verraden, zoals ooit met veel fanfare naar buiten gebracht door het zogeheten Jesus Seminar, betekent eveneens dat je terzijde schuift wat in de bronnen staat.

Het enige wat we weten is dat de bronnen zeggen dat Judas Jezus uitleverde en dat jongere bronnen hebzucht noemen als motief. Dat is alles. Meer willen weten is, zoals de Fransen zeggen, hannibalisme.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


De Bergrede (14): Aalmoezen

januari 2, 2022
De Dode-Zee-rollen: een perfect boek

juli 31, 2013
Apollonios in Taxila

oktober 17, 2013 Deel dit: #apostel #EvangelieVanJohannes #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #HandelingenVanDeApostelen #hogepriesterschap #JesusChristSuperstar #JesusSeminar #JezusVanNazaret #JudasIskariot #NieuweTestament #zilverstuk

Romeins Judea (41-70 na Chr.)

Judaea Capta, “Judea is onderworpen” (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Tweede blogje over Romeins Judea; het eerste was hier.]

Het keerpunt

De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus beweert dat er vanaf de dood van Herodes de Grote een rode draad was van aanhoudend geweld, dat uiteindelijk culmineerde in de Joodse Opstand van 66-70 na Chr. alsmede het einde van de eredienst in de tempel in Jeruzalem. Josephus kan voor het eerste en langste deel van die periode echter geen voorbeelden noemen en zijn tijdgenoot en collega Tacitus is overtuigd van het tegendeel: sub Tiberio quies, ten tijde van keizer Tiberius heerste er rust.noot Tacitus, Historiën 5.9. In 36/37 was er voor het eerst een incident, toen een samaritaanse messias naar de wapens liet grijpen. Pontius Pilatus onderdrukte de revolte voor ze gevaarlijk werd.

Enkele jaren later, in de winter van 40/41 na Chr., wilde keizer Caligula zijn standbeeld hebben in de tempel in Jeruzalem. Dat leidde tot protesten en de eerste interventie van de legioenen. De dood van de keizer verhinderde een bloedbad, maar voortaan was het gedaan met de rust.

De nieuwe keizer, Claudius, zocht een alternatief voor het prefecten-bestuur en benoemde een kleinzoon van Herodes de Grote tot koning: Herodes Agrippa I. Deze regeerde van 41 tot 44 en kreeg niet alleen de gebieden in handen die ooit door Archelaos bestuurd waren geweest, maar ook die van Antipas en Filippos. Bovendien kreeg zijn broer, Herodes van Chalkis, het bestuur toegewezen van de Arabische Itureeërs in de Bekaavallei. Het Joodse koninkrijk was opnieuw intact en Agrippa lijkt zichzelf te hebben beschouwd als een soort messias, die Israël had hersteld. De auteur van de Handelingen van de apostelen, die een andere messias vereerde, vermeldt zijn onverwachte dood niet zonder leedvermaak.noot Handelingen 12.23.

De procuratoren

Na de dood van Herodes Agrippa kreeg Judea opnieuw een Romeinse bestuurder, alleen was het niet langer een militaire prefect maar een civiele procurator. De wereld van de apostel Paulus is daarmee een heel andere dan die van Jezus van Nazaret.

Deze procurator was verantwoordelijk voor Judea, Samaria, Galilea, Idumea en het gebied ten oosten van de Dode Zee. De religieuze taken die de prefect nog had uitgeoefend, zoals het aanwijzen van de hogepriester, kwamen in handen van Herodes van Chalkis en (na diens dood in 48 na Chr.) in handen van een zoon van Herodes Agrippa, Agrippa II.

Het bewind van de procuratoren was echter minder gelukkig dan dat van de prefecten. De belastingdruk was hoog en dat begon zich te doen voelen. Er heerste onvrede. Voor deze periode noemt Flavius Josephus wél gewapende opstanden. Het is onduidelijk waarom de procurators niet goed in staat waren deze problemen het hoofd te bieden, want keizers als Claudius en Nero waren zeker bereid belastingtarieven te verlagen als dat nodig was. Misschien speelt een rol dat de procuratoren meer bestuurlijke taken hadden dan de prefecten, maar minder bevoegdheden. Terwijl de samenleving onrustig was, hadden zij minder armslag.

In elk geval: de vlam sloeg in de pan, de Joden kwamen in opstand, de sadducese hogepriester Ananos II – ooit afgezet omdat hij Jezus’ broer Jakobus de Rechtvaardige zonder proces had laten executeren – zag zijn kans schoon en stichtte een provisorische regering, waarop keizer Nero de legioenen stuurde.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosII #Augustus #Bekaavallei #CaesareaMaritima #Caligula #Claudius #FlaviusJosephus #Galilea #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesVanChalkis #hogepriesterschap #Idumea #Itureeërs #JakobusDeRechtvaardige #Jeruzalem #JoodseOpstand #JudaeaCapta #Judea #messias #Nero #PontiusPilatus #procurator #RomeinsBestuur #Samaria #Tiberius

Het Forum van Caesar

Het Forum van Caesar in Rome

Als ik u zeg dat het de vroege ochtend van 25 of 26 september was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 25 of 26 juli 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat ik vandaag weer blog over de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden liep te doen.

De feestelijkheden van Caesars viervoudige triomf lagen nog vers in het geheugen toen de dictator-voor-tien-jaar een nieuw feest aankondigde: de opening van het naar hem genoemde marktplein. In 54 v.Chr., tijdens zijn Britse veldtocht, was een begin gemaakt met de aanleg. Om een voorstelling te maken van de symboliek van het Forum van Caesar, dat naast het Forum Romanum lag, moet u zich voorstellen dat iemand naast het Binnenhof in Den Haag een tweede, naar hem vernoemd Binnenhof laat aanleggen. Dit was feitelijk een theater voor de show van één man, te groot voor de republiek.

De financiering

De stedelijke bevolking was onder de indruk van de opzichtige geldsmijterij. Cicero, die namens Caesar de grond kocht, dichtte zichzelf een hoofdrol toe:

Caesars vrienden – mezelf bedoel ik en Oppius, je mag best stikken van jaloezie – hebben voor het project waarover je zo vaak de loftrompet hebt gestoken, dat we het Forum vergroten en uitbreiden tot aan de Vrijheidshal, het sommetje van zestig miljoen sestertiën uitgegeven. Voor minder viel met de particuliere eigenaren geen zaken te doen. We zullen echter iets prachtigs tot stand brengen.noot Cicero, Brieven aan Atticus 4.16.8.

Het werd een rechthoekig plein dat aan de lange zijden was begrensd door galerijen en aan een van de korte zijden door de tempel van Venus, de moeder van Caesars legendarische voorvader Aeneas. De generaal bekostigde het project door Britse en Belgische krijgsgevangenen te verkopen, maar sprak daar niet over om te vermijden dat de staat zijn aandeel in de winst zou opeisen. Daarom deed hij alsof hij het bekostigde uit de oorlogsbuit. Zodoende wist Plinius de Oudere zeker dat

in Brittannië parels groeien, want Julius Caesar wilde dat bekend werd dat het borstpantser dat hij wijdde aan Venus de Stammoeder in haar tempel, was vervaardigd uit Britse parels.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 9.116.

De tempel van Venus

Het idee van het Forum van Caesar mocht dan zijn ontstaan tijdens de noordelijke oorlogen, de tempel voor Venus bracht de slag bij Farsalos in herinnering. Aan de vooravond van dit gevecht had Caesar Venus aangeroepen. Niet uit persoonlijke overtuiging – hij mocht dan hogepriester zijn, hij was niet overdreven religieus – maar om zijn soldaten te inspireren.

Het heiligdom was voorzien van een ongebruikelijke opgang: de trappen lagen aan de zijkant, zodat de voorzijde viel te benutten als sprekerspodium. Aan de voet ervan stonden standbeelden en fonteinen. De hoogte van het eigenlijke heiligdom wordt tegenwoordig gesuggereerd door drie gereconstrueerde zuilen, maar hun antieke voorgangers waren gemaakt van wit marmer uit de door Caesar geopende groeve te Carrara.

De pilaren binnenin de tempel waren van geel marmer uit het door hem veroverde Numidië. Achterin stond het met parels beklede cultusbeeld van Venus de Stammoeder, dat was vervaardigd door Arkesilaos, een bekende kunstenaar uit die tijd. Er hingen hier ook schilderijen en er was een gouden standbeeld van Kleopatra.

Het ruiterstandbeeld

Midden op het symmetrische Forum van Caesar stond een ruiterstandbeeld van de dictator:

Caesar had een eigenaardig paard, waarvan de hoeven gespleten waren en als het ware in tenen uitliepen, zodat het wel mensenvoeten leken. Het was in zijn stal geboren en omdat de ingewandschouwers hem verzekerd hadden dat dit hem de wereldheerschappij voorspelde, liet hij het dier met grote zorg opfokken. Hij was de eerste die het besteeg; andere berijders duldde het niet. Later heeft hij zelfs een beeld van het dier laten opstellen voor de tempel van Venus de Stammoeder.noot Suetonius, Caesar 61; vert. Daan den Hengst.

Dit moet worden genuanceerd. Eigenlijk stelde dit beeld het paard van Alexander de Grote voor. De maker was Lysippos. Caesar zal het uit Alexandrië hebben meegenomen en het hoofd van de ruiter hebben laten vervangen door dat van hemzelf.

Elders op zijn forum stond een beeld van Caesar in pantserhemd. De sokkel zou nog eeuwen dienen als mededelingenbord voor officiële proclamaties.

Inwijding van het Forum van Caesar

Na zijn viervoudige triomftocht wijdde Caesar dit complex in. Er waren grootse spelen, waarbij de Romeinen voor het eerst een giraffe te zien kregen. Cassius Dio, die het Forum van Caesar mooier vond dan het Forum Romanum, vertelt:

Toen hij nu zijn Forum en de tempel van Venus, als stammoeder van zijn geslacht, had gebouwd, wijdde hij ze dadelijk in, en ter ere daarvan stelde hij allerlei wedstrijden in en hij bouwde van houten stellages een theater voor jachtshows. Dat wordt ook wel “amfitheater” genoemd, omdat het aan alle kanten in het rond zitplaatsen had en geen toneel. Voor dat theater en ter ere van zijn dochter organiseerde hij gevechten van wilde dieren en gladiatoren. Als iemand het aantal daarvan zou willen boekstaven, zou hij zich een hoop werk op de hals halen, maar de waarheid waarschijnlijk niet kunnen achterhalen. Want al dat soort dingen wordt altijd overdreven om erover op te scheppen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.22; vert. Simone Mooij.

In feite was het complex onvoltooid toen Caesar het openstelde. De echte oplevering vond pas in 29 v.Chr. plaats.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Arkesilaos #CassiusDio #Cicero #dictator #ForumVanCaesar #hogepriesterschap #JuliusCaesar #Keizerfora #KleopatraVIIFilopator #Lysippos #PliniusDeOudere #Venus #VenusGenetrix

Alexander de Grote in Jeruzalem

Alexander de Grote (Bode-Museum, Berlijn)

In onze reeks over Alexander de Grote komen we nu aan bij een weinig bekende scène: het bezoek aan de tempelstad Jeruzalem. Het was oktober of november 332 v.Chr. en de oorlog verkeerde in een impasse. Het eerste Macedonische krijgsdoel was, zoals gezegd, Egypte, maar het leger had in de voorafgaande maanden enorme verliezen geleden, eerst bij Tyrus en daarna bij Gaza. Alexanders rechterhand Parmenion was in Syrië om te verhinderen dat de Perzen Alexanders aanvoerlijnen zouden afsnijden, maar ook dat Syrische garnizoen moest worden versterkt. Alexander stuurde dus een gezant naar huis om extra manschappen te halen.

Zelf ging hij naar Jeruzalem. De gangbare bronnen vermelden dit niet, maar het is overgeleverd door de Joodse historicus Flavius Josephus (37-ca. 102). Zijn verhaal is echter deels legendarisch, en wordt daarom vaak genegeerd. Ik vermoed echter dat er wel degelijk een historische kern kan zijn.

De samaritaanse geloofsgemeenschap

Even terug naar de belegering van Tyrus. Die duurde vrij lang en Alexander had steun gezocht voor de intendance. De leider van de stad Samaria, Sanballat, had graan geleverd en troepen. Alexander had ook de hogepriester van Jeruzalem, Jaddua, gevraagd om graan. Volgens Josephus had deze steun geweigerd, en er is geen reden om aan die informatie te twijfelen. De Macedonische overwinning bij Issos was meer geluk dan wijsheid geweest, de belegering van Tyrus duurde eindeloos, de Perzische eindnederlaag was nog lang niet zeker, er was nog een Perzisch garnizoen in Gaza en vooral: als Samaria het een deed, zou Jeruzalem het tegengestelde doen. Rivaliteit tussen twee buursteden was in de antieke diplomatie een basisgegeven. Hoewel Josephus vertelt dat Alexander woedend was, zal hij niet verbaasd zijn geweest.

Hij wit hoe Samaria te belonen en Jeruzalem te straffen: hij gaf de bewoners van Samaria toestemming een nieuwe tempel te bouwen op de berg Gerizim. (De constructie is archeologisch bevestigd.) Dit was een belangwekkende ingreep. De Samarianen hadden een religie die leek op die van Jeruzalem, maar ze stonden wat meer open voor religieuze invloeden van buitenaf. De spanningen die dit soms veroorzaakte, waren kort voor Alexanders aankomst geëscaleerd toen een broer van Jaddua, Manasse, wegens een leerstellig geschil uit Jeruzalem naar Samaria was vertrokken. Manasse werd de eerste hogepriester in de nieuwe tempel, die voortaan hét cultuscentrum zou zijn voor wat bekendstaat als de samaritaanse geloofsgemeenschap. Alexanders optreden leidde zo tot het schisma tussen joden en samaritanen, dat voortduurt tot op de huidige dag.

Jeruzalem

Dit was de situatie toen Alexander Gaza belegerde. Zelfs als Josephus het niet zou hebben vermeld, zouden we aannemen dat een Macedonische strijdmacht Jeruzalem had aangedaan. Immers: hoewel het tempelstaatje geen groot leger bezat, konden de Macedoniërs het niet links laten liggen als ze wilden doorstoten naar Egypte. Er waren karavaanwegen door de woestijn en de Perzische koning Darius kon vanuit Mesopotamië troepen naar Jeruzalem sturen. Als die Gaza zouden heroveren, kon Alexander niet langer over land terugkeren naar Syrië. Om dat te vermijden, was het noodzakelijk de Perzen een pied-à-terre in de Levant te ontzeggen. Dat betekende dat Jeruzalem bezet moest worden.

Alexander had echter haast. Wilde hij naar Egypte, dan moest hij in november of december door de Sinaï trekken, want dan regende het en was er op sommige plaatsen water te vinden. Hij kon zich niet permitteren veel tijd in Jeruzalem te verliezen. Toen hij de stad naderde, was hij al uit op een diplomatieke oplossing. Van zijn kant was Jaddua na de val van Tyrus en Gaza gedwongen zijn loyaliteit aan Darius aan de kant te zetten en Alexander te ontvangen. Toen de Macedoniër Jeruzalem naderde, kwamen de bewoners hem als smekelingen tegemoet.

Josephus vertelt nu dat Alexander bij het zien van de hogepriester werd herinnerd aan een droom die hij zou hebben gehad. Daarin zou een oude man aan hem zijn verschenen en hem zijn steun hebben beloofd tijdens de oorlog tegen Perzië. Daarom zou de koning zijn woede hebben laten varen – iets waarvoor hij, zoals we zojuist zagen, ook praktische redenen had.

Hij reikte de hogepriester de hand en ging hij de stad binnen. De Joden liepen naast hem mee. Hij ging op naar de tempel en bracht daar een offer aan God volgens de aanwijzingen van de hogepriester. De hogepriester en de priesters bewees hij de hun verschuldigde eerbied.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 11.331; vert. Meijer/Wes.

Van zijn kant bood Jaddua de nieuwe heerser alle mogelijke blijken van trouw en loyaliteit – graan bijvoorbeeld en zelfs een klein regiment soldaten. Zoals altijd handhaafde Alexander de situatie zoals die had bestaan ten tijde van het Perzische rijk: de Joden mochten blijven leven volgens hun eigen wetten. Josephus vermeldt verder geen bijzondere gunsten die Alexander aan de Joden zou hebben bewezen, wat we wel zouden hebben verwacht als het verhaal over Alexanders bezoek aan Jeruzalem en de wonderbaarlijke droom geheel verzonnen zou zijn.

De waarheid zou kunnen zijn dat de Joden verbaasd waren dat ze er, ondanks Jaddua’s aanvankelijke diplomatieke vergissing, zo gemakkelijk van af waren gekomen. Wellicht vertelden ze elkaar dat ze hun leven dankten aan goddelijk ingrijpen in de vorm van een voorspellende droom. Hoe dat ook zij: de vroom verzonnen droom tast de geloofwaardigheid van de rest van Josephus’ verhaal over Alexanders bezoek aan Jeruzalem niet noemenswaardig aan.

[Een overzicht van blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #FlaviusJosephus #Gaza #Gerizim #hogepriesterschap #Jaddua #Jeruzalem #Parmenion #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #SanballatII

De kalenderhervorming van Julius Caesar

Zodiak uit de tijd van Caesar (Museo Nazionale, Rome)

Als ik u zeg dat het 1 december had moeten zijn in het jaar waarin Caesar met Lepidus het consulaat bekleedde, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

De dictator besloot dat het nog maar eens november moest wezen. Op de laatste dag van november volgde dus de eerste dag van de tweede november. En toen de tweede maand november was afgelopen, kwam er nog een derde. Pas daarna begon de maand december. De inhaalslag was noodzakelijk omdat de Romeinse kalender, waarin soms een extra maan werd geschrikkeld, ernstig uit de pas liep met de seizoenen. Als hogepriester moet Caesar zich dat bewust zijn geweest. Zijn biograaf Suetonius schrijft:

Caesar hervormde de kalender, die door de schuld van de priesters in het ongerede was geraakt, omdat zij naar willekeur schrikkelmanen invoegden. Het gevolg was dat de oogstfeesten niet meer in de zomer, en de wijnfeesten niet meer in de herfst vielen.noot Suetonius, Caesar 39; vert. Daan den Hengst.

Als Caesar het probleem niet bewust was geworden doordat mensen klaagden over de offers, dan wist hij het wel doordat hij tijdens zijn Afrikaanse campagne nogal eens te maken had gehad met winterstormen die plaatsvonden op het moment waarop er geen winterstormen meer hoorden te zijn.

Los daarvan was er een financieel probleem. Suetonius vergist zich als hij zegt dat er naar willekeur schrikkelmanen waren ingevoegd. Dat was nou net niet gebeurd, waardoor de afgelopen tijd de jaren steeds iets te kort waren geweest: een vileine truc waarmee crediteuren de aflossingstermijn van de leningen hadden bekort.

Kalendermozaïek van na de kalenderhervorming. Het jaar begint op deze kalender op de traditionele 1 maart (Archeologisch museum, Sousse)

De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio legt de nieuwe – feitelijk onze kalender – uit aan zijn lezers.

Deze verbetering heeft hij te danken aan zijn verblijf in Alexandrië, behalve dat de mensen daar elke maand dertig dagen laten duren en er daarna vijf dagen bij optellen, terwijl Caesar deze vijf dagen (samen met twee andere dagen die hij van één maand wegnam) verdeelde over zeven maanden. De resterende kwart dag haalde hij in door elk vierde jaar een schrikkeldag te introduceren, zodat de dagen slechts in de geringste mate afwijken van de jaargetijden. In 1461 jaar is slechts één extra schrikkeldag nodig.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.26.

Het is feitelijk eens in de 128 jaar, maar een kniesoor die erop let. Wat beide auteurs over de kalenderhervorming niet vertellen, is iets wat later gebeurde. In december 45 zou de Senaat bepalen dat de maand Quintilis een nieuwe naam zou krijgen: Julius, naar de dictator-voor-tien-jaar.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Caesar en Cicero

juli 11, 2023
Aelius Gallus in Jemen

maart 9, 2019
Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)

februari 22, 2016 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #hogepriesterschap #JuliusCaesar #kalender #kalenderhervorming #oogstfeest #Suetonius #TweedeBurgeroorlog

De Brief van Jakobus

Jakobus de Rechtvaardige (fresco uit de Mar Saba-kerk in Eddé)

Het christendom, zo beweerde men tot in de jaren tachtig, is ontstaan doordat Paulus het joodse geloof van Jezus verving door een geloof in Jezus, waardoor ook niet-joden op de naderende dag des oordeels konden worden gered. De publicatie van de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT en het Nieuwe Perspectief op Paulus weerlegden deze visie. We zoeken de oorzaak van het scheiden der wegen nu eerder bij Domitianus’ harde toepassing van de Fiscus Judaicus.

Feit blijft dat Paulus niet-joden uitnodigde bij het Verbondsvolk. Niet iedereen dacht daar zo over en ook hun stemmen klinken in het Nieuwe Testament, zoals in de Brief van Jakobus. Er is wel geopperd dat de auteur de broer van Jezus is geweest, de Jakobus de Rechtvaardige die in 62 in opdracht van hogepriester Ananos II is gestenigd. Als het waar is, hebben we meteen terminus ante quem voor de brief.

Allerlei bijbelwetenschappers denken echter dat het Grieks van de schrijver te goed is voor een timmermanskind uit Galilea. Het is uiteraard slechts een hypothese dat mensen op het platteland geen talen zouden kunnen leren, zoals het ook een hypothese is dat een Arameessprekende Jakobus zijn brief kan hebben laten redigeren door iemand die de Griekse taal op dit niveau beheerste. Ik zal u de discussie besparen en meteen verklappen wat de conclusie is: we weten niet zeker wie de Brief van Jakobus heeft geschreven.

De Wet

Wat we wel weten is dat de auteur een andere selectie uit de joodse geloofspraktijken maakte dan Paulus. Terwijl die het geloof in de messias belangrijker vond dan het offer in de tempel of de Wet van Mozes, benadrukt Jakobus de Wet juist wel.

Wie zich spiegelt in de volmaakte Wet, die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel, juist in wat hij doet. (1.25; NBV21)

Even verderop:

Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de Wet en veroordeelt de Wet. En als u de Wet veroordeelt, handelt u niet naar de Wet, maar treedt u op als rechter. (4.11)

Universaliteit

Als het gaat om het leven naar de Wet, gaat het Jakobus niet om specifieke halachische details, maar om de Wet als algemene basis voor moreel leven.

Wanneer u het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: “Heb uw naaste lief als uzelf”, dan handelt u juist. (2.8)

Het gaat erom dat je niet hebzuchtig bent, dat je gedisciplineerd leeft, dat je geen eden aflegt en dat je zo leeft dat je het Laatste Oordeel niet hoeft te vrezen.

Zorg ervoor dat uw spreken en uw handelen de toets kunnen doorstaan van de wet, die vrijheid brengt. Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel. (2.12-13)

Jakobus biedt ook algemene adviezen:

Ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden. (1.19)

Dit is het soort wijsheid dat we ook aantreffen in het Mishna-traktaat Abot (1.15, 5.11). Dat zal geen toeval zijn. Het gaat immers om een universele waarheid, die je ook bij de Griekse en Romeinse filosofen of in een Perzische koningsinscriptie kunt aantreffen.

Jakobus versus Paulus?

Waar Jezus zich nog verdiepte in allerlei halachische kwesties, zoals de vraag of je tienden moest afdragen over munt, dille en komijn (Matteüs 23.23), zien we dus dat de Wet voor Jakobus een meer algemene strekking heeft gekregen. Hij deelt met Paulus een gevoel van onbehagen over de halachische discussies van hun tijd.

Paulus lost dit dilemma op door niet de Wet maar de messias centraal te stellen; Jakobus koos ervoor de Wet algemener te lezen. Over het offer, dat voor de tempelautoriteiten de kern van het geloof vormde, spreken ze allebei niet veel.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosII #BriefVanJakobus #hogepriesterschap #JakobusDeRechtvaardige #NieuweTestament #Paulus #scheidenDerWegen #steniging #tienden #WetVanMozes

Sadduceeën (1)

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Een Jood behoorde tot het uitverkoren volk; in dank daarvoor hield hij zich aan de Wet van Mozes; om dat zo goed mogelijk te doen, bediscussieerden schriftgeleerden de details. We spreken van halacha. Zo ontstonden diverse stromingen, waarvan de farizeeën de bekendste zijn. Je hoort ook over zeloten, sicariërs, essenen. Daarnaast was er de sekte die bekend is van de Dode-Zee-rollen uit Grot 1 bij Qumran. Volgens verouderd onderzoek is die sekte dezelfde als die van de essenen, maar dat is bepaald niet onomstreden. We lezen verder over herodianen, die misschien ook al gelijk zijn aan de essenen. En dan zijn er nog sadduceeën. Daarover wil ik het vandaag hebben.

De sadduceeën worden vaak gepresenteerd als rijke, pro-Romeinse joden, met veel invloed op de tempelcultus. Dit laatste lijkt in eerste instantie te zijn gebaseerd op weinig meer dan een terloopse opmerking uit de Handelingen van de apostelen (5.17), waarin staat dat hogepriester Ananos I medestanders had onder de sadduceeën. Inhoudelijker is de typering van Flavius Josephus dat de sadduceeën naast de Wet geen normatieve boeken hadden. Daarin verschilden ze van de andere halachische stromingen. De lijst van normatieve boeken van de farizeeën was bijvoorbeeld veel langer: min of meer wat nog altijd de joodse Bijbel is. De sekte van de Dode-Zee-rollen erkende naast de Wet en enkele profeten ook eigen geschriften (zoals 4QMMT), maar lijkt bijvoorbeeld Ester niet te hebben erkend.

Het dwaalspoor Josephus

Flavius Josephus helpt ons traditiegetrouw van de wal in de sloot. Hij reduceert de halachische veelkleurigheid tot drie stromingen – farizeeën, sadduceeën en essenen – en alsof die kaalslag nog niet voldoende is, presenteert hij de stromingen zó dat een Griekse of Romeinse lezer er stoïcijnen, epicureeërs en pythagoreeërs in herkent. Voor de sadduceeën geldt dan de epicurese visie dat God weliswaar de wereld heeft geschapen, maar zich er verder niet mee bezighoudt, zodat noch Noodlot noch Voorzienigheid bestaan. Dat laat mensen de vrijheid hun leven in te richten volgens hun eigen noties van goed en kwaad. Omdat de ziel met het lichaam sterft, is er geen hiernamaals en zijn er geen helse straffen of hemelse beloningen.

Helemáál uit de lucht gegrepen is dit niet. Dat de sadduceeën niet geloofden in het leven na de dood, vinden we ook bij Marcus 12.18-27 en in Handelingen 23.8.

Toch biedt Josephus een misrepresentatie. Die dient om een vierde stroming te delegitimeren: de armen die vanaf het midden van de eerste eeuw in toenemende mate geweld kozen en van Josephus de schuld krijgen van de ondergang van Jeruzalem en het einde van de tempelcultus in 70. Deze vierde stroming zou volgens Josephus aan het jodendom vreemd zijn geweest. Anders gezegd, als de armen erin hadden berust dat de elite de Romeinse belastingdruk op hen afwentelde, dan was alles pais en vree gebleven.

Dit is evident vooringenomen. De misrepresentatie roept de vraag op wat de diverse stromingen dan wel waren. Wat waren de sadduceeën?

Namen

Misschien is de naam afgeleid van şaddûqîn, wat dan zou betekenen dat de sadduceeën zouden afstammen van Sadok, de hogepriester van de koningen David en Salomo. De profeet Ezechiël (40.46) had gezegd dat Sadoks nageslacht zou voorgaan in de tempel en het kan zijn dat de sadduceeën zich via hun naam associeerden met het hogepriesterschap en de cultus in het heiligdom. Een tweede mogelijkheid is echter dat de naam het Hebreeuwse woord voor “rechtvaardige” weergeeft en dat de sadduceeën zich dus aanduidden als “de rechtvaardigen”. Verder komen we niet.

Een andere benadering zou zijn te kijken wie sadducee wordt genoemd. En hier blijkt Josephus weer onontkoombaar. Hoe misleidend hij ook te werk gaat, hij is wel een voorname bron. En hij is de enige die met naam en toenaam mensen identificeert als farizee, esseen of sadducee.

Welnu, het totale aantal geïdentificeerde sadduceeën bedraagt precies één: de hogepriester Ananos II. Josephus vertelt in de Joodse Oudheden 20.197 dat deze in 62 na Chr. opdracht gaf tot de steniging van Jezus’ broer Jakobus de Rechtvaardige en prompt daarna zijn biezen kon pakken. Hij zou, zoals ik al eens vertelde, later leiding geven aan het verzet tegen de Romeinen, dus voorlopig wil ik even van niemand horen dat de sadduceeën pro-Romeins waren.

[Wordt vervolgd]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


Zware cavalerie

mei 22, 2020
Masada

augustus 8, 2015
M10 | Jonathan de Makkabeeër

december 21, 2022 Deel dit:

#ananosI #ananosIi #essenen #farizeeen #flaviusJosephus #halacha #herodianen #hogepriesterschap #jakobusDeRechtvaardige #nieuweTestament #priesterschap #qumran #sadduceeen #steniging