#FotoVorschlag: Dinge die mit "R" beginnen oder so aussehen // Things that start with "R" or resemble the letter "R"

Rosen in #Rom? (Das Foto stammt gefühlt auch aus dem Alten Rom) // Reflections of roses in #Rome? (The photo might be almost as old as #AncientRome itself)


#ruins #Ruinen #history #Römer #archaeology #Archäologie #Antike #antiquity #Geschichte #Romans #Roman #AltesRom #ClassicalArchaeology #AncientHistory #archaeological #Roma #Italien #Italy #Italia #ForumRomanum #RomanForum #HausDerVestalinnen #HouseOfTheVestalVirgins #CasaDelleVestali #AtriumVestae

Het Comitium in Rome

Opgraving onder het Comitium

Wie de Senaatszaal verliet, kwam op het Comitium. Na de renovatie door Julius Caesar en Augustus was van het oorspronkelijke plein, dat ten tijde van de Republiek ruimte had geboden aan de Volksvergadering, weinig over. Destijds hadden om het ronde terrein, dat een doorsnede had van vijfentwintig meter, lage tribunes gestaan en eretekens voor verdienstelijke mensen en de profetessen die Sibillen werden genoemd. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere stuitte op een vermelding van nog twee beelden:

Ik heb ontdekt dat aan weerszijden van het Comitium beelden van Pythagoras en Alkibiades hebben gestaan, omdat de Delfische Apollo ons tijdens de Samnitische Oorlog gelastte op een opvallende plaats standbeelden op te richten van de machtigste en de verstandigste onder de Grieken. Ze hebben er gestaan totdat de dictator Sulla het Senaatsgebouw vergrootte tot op die plaats. Het is overigens wonderlijk dat de vroede vaderen Pythagoras hoger aansloegen dan Sokrates, die door dezelfde god toch als meest verstandige is aangewezen, dat ze Alkibiades verdienstelijker vonden dan zoveel anderen, en dat ze iemand hoger achtten dan Themistokles, die machtig én verstandig was.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.26.

Aan een ander standbeeld was een bekend verhaal verbonden, dat de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius met smaak opdist:

Attus Navius, destijds een beroemd ziener, verklaarde dat er niets mocht worden veranderd en ook niets nieuws mocht worden ingesteld tenzij de vogels het gunstig hadden geduid. Hierover ontstak koning Tarquinius Priscus in woede en men zegt dat hij, spottend met de zienersgave, uitriep: “Vooruit dan, goddelijke ziener, raadpleeg de vlucht van de vogels en zeg dan of datgene waaraan ik op dit ogenblik denk, kan gebeuren!”

Toen Attus, na de voortekenen te hebben waargenomen, verklaarde dat het inderdaad zou gebeuren, zei de koning: “Nee maar! Waar ik aan zat te denken was dat jij met een scheermes een slijpsteen zou kloven. Hier, pak die dingen en zie voor elkaar te krijgen wat volgens de verkondiging van je vogels mogelijk is!”

Toen kloofde – zegt men – de priester zonder aarzelen de slijpsteen. Vroeger stond er een standbeeld van Attus, met bedekt hoofd, op de plaats waar dit is voorgevallen, op het Comitium, op de treden links van het Senaatsgebouw. Volgens de overlevering werd daar ook de slijpsteen geplaatst, om het nageslacht aan dit wonder te herinneren.noot Titus Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 1.36.3-5; vert. Katwijk-Knapp.

Na de nieuwbouw ten tijde van Augustus zijn enkele van deze oude standbeelden verplaatst naar het naar hem vernoemde forum, maar al snel kwamen er nieuwe voor in de plaats.

Volcanal

Een deel van het Comitium was vernoemd naar de vuurgod Vulcanus en heette Volcanal. In de keizertijd lag daar een afgebakende ruimte, geplaveid met zwart marmer en ommuurd door een hek van wit marmer. Om haar kleur heette de plek ook Lapis Niger, “Zwarte Steen”. Eronder lag een zeer oud heiligdom: archeologen troffen er een altaar aan uit de vierde eeuw v.Chr., de sokkel van een standbeeld en een stenen kubus met een inscriptie die aan de hand van de lettervormen is gedateerd tussen 650 en 600.

Inscriptie, in oeroud Latijn, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

Omdat in de Griekse wereld stadstichters een monument kregen op de markt van de door hen gestichte steden, schrijft de Grieks-Romeinse auteur Dionysios van Halikarnassos dit monument toe aan de stichter van Rome:

Romulus wijdde een bronzen vierspan aan Vulcanus en richtte daarnaast een beeld op van zichzelf met een inscriptie in Griekse letters waarin hij zijn eigen daden vermeldde.noot Dionysios van Halikarnassos, Romeinse Oudheden 2.54.2; vert. Simone Mooij.

Met “Griekse letters” bedoelt Dionysios waarschijnlijk het archaïsche schrift van de inscriptie, dat inderdaad lijkt op het alfabet van de in Italië gevestigde Grieken. Hoewel we de inscriptie dus kunnen lezen, is ze onbegrijpelijk. Daarvoor is het Latijn te oud. Een mogelijke interpretatie is dat degene die een heilige plaats schendt ter dood zal worden gebracht, dat de heraut van de koning iets afkondigt en de koning een reinigingsoffer moet brengen.

Ook al blijft de inscriptie een mysterie, het is duidelijk wat het monument onder de Zwarte Steen was: een cultusplaats voor Romulus, die volgens een oeroude traditie afstamde van een vuurgod.noot FGrH 817F1.

#Alkibiades #AttusNavius #Augustus #Comitium #DionysiosVanHalikarnassos #ForumRomanum #JuliusCaesar #LapisNiger #LuciusCorneliusSulla #Octavianus #PliniusDeOudere #Pythagoras #Rome #Romulus #Senaat #sibille #Sokrates #TarquiniusPriscus #Themistokles #TitusLivius #Volcanal #volksvergadering #Vulcanus

Het Senaatsgebouw in Rome (2)

De vloer van het Senaatsgebouw

Ten tijde van de Republiek werden in het Senaatsgebouw zaken gedaan, maar in de Keizertijd was dat afgelopen. Toch waren de zittingen belangrijk. Als de Senaat niet met reces was (bijvoorbeeld tijdens de wijnoogst), kon de keizer hier aan de rijkste Romeinen meedelen wat hij had besloten. Door hen als eersten op de hoogte te brengen, liet hij zijn waardering blijken. Zo werd steeds opnieuw de loyaliteit bewerkstelligd van het college dat nog altijd legitimiteit verleende.

Verder fungeerde de Senaat als rechtbank voor gouverneurs die van wanbeheer waren beschuldigd. Hoewel de meeste gouverneurs zelf senator waren, kwamen veroordelingen wel degelijk voor, zodat een rechtszaak vaak spannend was. Al in de eerste fase, waarin de precieze aanklacht werd geformuleerd, kon het er heet aan toegaan. Senator Plinius de Jongere beschrijft hoe een advocaat optrad in een afpersingszaak:

Daar hij een geroutineerd meester is in het wekken van tranen, zette hij alle zeilen van zijn retoriek bij en hij blies ze bol met een heuse storm van medelijden. Heftige discussies, heftige kreten van weerskanten: hier riepen ze dat de rechtspraak van de Senaat wettelijk was beperkt, daar dat die vrij en ongelimiteerd was en dat alles wat de verdachte had misdreven, moest worden berecht.noot Plinius de Jongere, Brief 2.11.3-4; vert. Ton Peters.

Andere bijeenkomsten waren minder rumoerig, om niet te zeggen saai. Het feit dat er zitruimte was voor de helft der senatoren zegt genoeg over de presentiecijfers. Veel tijd werd besteed aan het luisteren naar redevoeringen waarin met veel woorden weinig werd gezegd. Gelukkig werd de tijd van de spreker beperkt door een waterklok. Illustratief is de toespraak waarmee Plinius de Jongere keizer Trajanus bedankte voor het consulaat dat hij in het jaar 100 mocht bekleden: gedurende enkele uren uitte hij alleen obligate complimenten, die hij gelukkig boeiend wist te formuleren. Over een andere redevoering zei hij met de hem kenmerkende bescheidenheid:

De rede is wel lang, toch ben ik niet pessimistisch dat hij de charme van een heel korte kan evenaren. Want door de rijke materie, de ingenieuze indeling, de vele korte anekdotes en de afwisseling in stijl heeft hij iets verrassends.noot Plinius de Jongere, Brief 6.33.7-8; vert. Ton Peters.

Toch kon ook een getraind spreker zijn gehoor vervelen. Enkele maanden voordat hij de lofrede op Trajanus uitsprak, klaagde Plinius een oud-gouverneur aan, en werd onderbroken door de keizer, die hem tactvol vroeg het kort te houden:

Ik sprak ongeveer vijf uur, want aan de twaalf extra lange waterklokken die ik had gekregen, zijn er nog vier toegevoegd. … De keizer van zijn kant toonde tegenover mij zoveel aandacht en zo’n grote zorg (ongerustheid zou te veel gezegd zijn) dat hij mijn vrijgelatene, die achter me stond, verschillende malen waarschuwde dat ik om mijn stem en mijn longen moest denken.noot Plinius de Jongere, Brief 2.11.15; vert. Ton Peters.]

Mannelijkheid

Wie in het openbaar het woord nam, betoonde zich een echte man: niet zozeer omdat hij moest beschikken over een sonore basstem, maar vooral doordat hij toonde zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de gemeenschap. Bovendien had elke aanwezige een lange redenaarsopleiding achter de rug, zodat de spreker niet alleen werd beoordeeld op de inhoud van zijn toespraak maar ook op zijn beheersing van de kunst der welsprekendheid. Wie het woord nam, liep risico. In een cultuur waarin gezichtsverlies het ergste was wat iemand kon overkomen, moest een redenaar over minstens evenveel moed beschikken als een soldaat.

Senatoren (Vaticaanse Musea, Rome)

Onnodig te zeggen dat waar mannen toonden wie ze waren, haantjesgedrag aan de orde van de dag was. Iedereen wilde gelden als de beste spreker. Het geschiedwerk van Cassius Dio bevat een treffend voorbeeld:

Keizer Caligula vond altijd dat hij de beste redenaar van zijn tijd was, maar omdat hij wist dat [de door hem aangeklaagde senator] Gnaeus Domitius Afer een zeer gerenommeerd spreker was, deed hij zijn best hem op dat punt te verslaan. Hij zou Afer zeker ter dood hebben laten brengen als die ook maar enigszins geprobeerd had het tegen hem op te nemen in welsprekendheid. Maar Afer sprak hem juist níét tegen en verdedigde zich ook helemaal niet: hij deed alsof hij volkomen overdonderd was door Caligula’s indrukwekkende speech. Hij herhaalde de aanklacht punt voor punt en had er alle lof voor, alsof hij niet meer dan een toehoorder was en niet de verdachte. En toen hij formeel het woord kreeg, nam hij zijn toevlucht tot smeekbeden en klaagzangen. Tenslotte liet hij zich op de grond vallen, bleef daar als een smekeling liggen en beweerde dat hij banger was voor Caligula als redenaar dan als keizer. Toen Caligula hem zo zag en aanhoorde, verdween zijn boosheid als sneeuw voor de zon, want hij was ervan overtuigd dat zijn ingenieuze redevoering Afer had verpletterd.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 59.19.3-5; vert. Gé de Vries.

Verschillende auteurs meenden dat in de keizertijd de retorica in verval was geraakt omdat de Senaat geen politiek meer bedreef. Dat was overdreven. Er was nog alle gelegenheid voor gerechtsredevoeringen en feestredes. Maar toch, de politieke welsprekendheid was, samen met het debat in de Senaat, verstomd.

[Wordt vervolgd]

#Caligula #CassiusDio #Curia #ForumRomanum #GnaeusDomitiusAfer #Octavianus #PliniusDeJongere #Rome #RomeinsKeizerschap #Senaat #Trajanus #waterklok #welsprekendheid

De Rostra

De Rostra uit de Keizertijd

Rome heeft, om er eens een cliché tegenaan te gooien, nogal wat monumenten waar een geschiedenis aan zit. Eén van die plekken is het sprekersplatform op het Forum Romanum. Of beter, op dat deel van het Forum Romanum dat het Comitium heette en dat lag voor het Senaatsgebouw. Van het oorspronkelijke platform, de zogeheten Rostra, is niets over, afgezien van een kniehoge steen voor het huidige Senaatsgebouw.

Maar die kniehoge steen hè. Daar zitten verhalen aan vast. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos beschrijft hoe redenaars zich vanaf dit platform richtten tot hun toehoorders:

Wanneer ze het volk toespraken, bleef Tiberius Gracchus rustig op één plaats staan, maar Gaius was de eerste Romein die op het Sprekerspodium heen en weer liep en tijdens het spreken zijn toga van zijn schouder wierp … Bovendien intimideerde Gaius zijn gehoor met een spreekstijl die op het pathetische af hartstochtelijk was, maar hanteerde Tiberius een stijl die mild was en gericht op het wekken van mededogen. Tiberius’ woordkeuze was correct en goedverzorgd, die van Gaius meeslepend en briljant.noot Ploutarchos, Tiberius Gracchus 2.2-3; vert. F.J.A.M. Meijer en J.A. van Rossum.

Behalve de Gracchen hebben honderden anderen hier hun betogen afgestoken; hier werden gezantschappen verwelkomd; hier werden in de winter van 43/42 v.Chr. de hoofden tentoongesteld van de slachtoffers van Marcus Antonius, Lepidus en Octavianus:

Het hoofd en de hand van Cicero hingen lange tijd op het Forum aan het Sprekerspodium waar hij altijd tot het volk sprak. Er kwamen meer mensen daarop af dan er ooit naar hem waren komen luisteren.noot Appianus, Burgeroorlogen 4.20; vert. Simone Mooij.

Het platform was voorzien van scheepsstevens, die de Romeinen ooit, in de vierde eeuw v.Chr., hadden buitgemaakt. Daarom heette het podium ook de Rostra, “stevens”.

De nieuwe Rostra

Deze curieuze vorm bleef gehandhaafd toen keizer Augustus in 29 v.Chr. een nieuw Sprekerspodium liet bouwen. Het stond wat verder naar het zuiden en de stevens puntten niet langer naar het Comitium en het Senaatsgebouw, maar naar de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar. De vierentwintig meter brede nieuwe Rostra was opgetrokken uit rossige tufsteen en bekleed met marmer. Het metselwerk dat tegenwoordig is te zien, dateert uit de twintigste eeuw, maar het oorspronkelijke bouwmateriaal is nog te zien aan de noordzijde.

Bij het Sprekerspodium stond de Columna rostrata, de bestevende zuil. Dit ereteken was in 260 v.Chr. opgericht voor Gaius Duillius, de consul die bij Sicilië een Karthaagse vloot had verslagen en als eerste Romein een triomftocht mocht houden wegens een overwinning ter zee. Ik blogde al eens over het nep-archaïsche Latijn van de inscriptie. Iets verderop stond een identieke pilaar. Die was aan Octavianus gewijd nadat hij en Agrippa in 36 v.Chr. in de Siciliaanse wateren een zeeslag hadden gewonnen. Volgens Appianus lag dit monument de latere keizer na aan het hart:

Van de eerbewijzen die hem waren toegekend, aanvaardde hij een kleine triomftocht, een jaarlijks dankfeest op de dagen van zijn overwinning en een gouden beeld van hemzelf in de kleren waarmee hij Rome was binnengekomen op een met de scheepsstevens versierde zuil op het Forum. Dat beeld staat er nog altijd, met de volgende inscriptie: ‘De lang verstoorde vrede heeft hij hersteld te land en ter zee.’noot Appianus, Burgeroorlogen 5.130; vert. Simone Mooij.

Orgieën

Het Sprekerspodium was ook de plaats waar de laatste en merkwaardigste uiting plaatsvond van oppositie tegen Augustus. De generatie die was opgegroeid na de burgeroorlogen vond het morele reveil dat de alleenheerser predikte hypocriet. Zijn staatsgreep was immers geen wonder van hoogstaand gedrag geweest. De opposanten probeerden daarom de wetten waarmee Augustus probeerde de huwelijksmoraal te herstellen belachelijk te maken door ’s nachts orgiën te organiseren op het Forum. Cassius Dio beschrijft ze in enigszins verbloemende termen:

Dat ridders en vrouwen van aanzien op het toneel verschenen kon Augustus allemaal niet zoveel schelen maar dat veranderde toen hij er later achter kwam dat zijn eigen dochter Julia zich ’s nachts op het Forum, zelfs op het Sprekerspodium, helemaal liet gaan, aan de zwier was en ’m daar samen met vrienden goed wist te raken. Hij was woedend. Hij vermoedde al eerder dat ze een niet helemaal ordelijk leven leidde, maar wilde dat eigenlijk niet geloven. noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 55.10.12; vert. Gé de Vries.

Conform zijn eigen strenge huwelijkswetgeving verbande Augustus Julia en vier van haar minnaars, alsof het ging om ontucht. Er was echter meer aan de hand.

Het incident – waar Lauren van Zoonen al eens over blogde – vond plaats in 2 v.Chr., vlak nadat Augustus de titel “vader des vaderlands” aanvaardde, waarmee hij het onconstitutionele karakter van zijn alleenheerschappij had willen verdoezelen. Nu Julia in opspraak was gebracht, herinnerden de Romeinen zich dat Augustus steeds zijn rol als vader ondergeschikt had gemaakt aan zijn politieke ambities. Hij had het meisje als peuter al beloofd aan de zoon van Marcus Antonius en had haar later uitgehuwelijkt aan onder meer Agrippa en Tiberius. Het was een publiek geheim dat dit laatste huwelijk was mislukt.

De boodschap die de senatorenzonen met de orgie op het Sprekerspodium afgaven was: wee degenen die vallen onder de ouderlijke macht van deze man. Waarom Julia zich ervoor leende, wat ze voor haar vader voelde, in hoeverre ze initiatiefneemster of slachtoffer was, het is onbekend.

In de vierde eeuw is de Rostra nog eens vernieuwd. Het is afgebeeld op de Boog van Constantijn. Links en rechts zien we twee standbeelden, achteraan staan standbeeldjes op zuilen, en verder is het een drukte van belang. Middenin staat een keizer die zijn hoofd er niet helemaal bij heeft. De scheepsstevens lijken inmiddels verwijderd te zijn, maar het podium heette nog steeds Rostra.

De laatantieke Rostra

#Appianus #CassiusDio #Cicero #Comitium #ForumRomanum #GaiusDuillius #GaiusSemproniusGracchus #ItaliëInDeVierdeEeuwVChr_ #JuliaIII #MarcusVipsaniusAgrippa #Ploutarchos #Rome #Rostra #TiberiusSemproniusGracchus #TweedeDriemanschap

Het Forum Romanum

Er zijn maar een paar plekken op aarde die je écht, zonder marketing-hype, kunt aanduiden als werelderfgoed. Eén zo’n plek is het Forum Romanum in Rome. Hier – en hier in de omgeving – zijn dingen gebeurd die u en mij nog altijd raken en die ook betekenis hebben voor mensen in pakweg Rio de Janeiro, Manila of Nairobi. Niet per se positief, niet per se door iedereen benoembaar, maar wel reëel. Leuk is daarbij dat er volop onderzoek plaatsvindt. Of het nu gaat om de hoek achter de tempel van Vesta, waar in de jaren tachtig grote huizen uit de zesde eeuw v.Chr. zijn opgegraven, of om het huidige onderzoek voor het Senaatsgebouw, er is nog volop ruimte voor andere visies en nieuwe inzichten.

Stenen en stemmen

Onlangs publiceerden Guido Cuyt (wereldberoemd in Antwerpen) en Michiel Verweij hierover Het Forum Romanum. Stenen en stemmen. Simpel samengevat: een volledige en actuele beschrijving van een van de allerbelangrijkste archeologische sites in Italië. Ik zou liegen als ik zei dat het rijk geïllustreerd was, maar de illustraties zijn goed gekozen en gaan voor een deel terug op de maquette die Cuyt van het Forum Romanum heeft gemaakt.

Cuyts maquette

Het bevat verder een overzicht van de relevante geschreven bronnen en álle inscripties, alsmede een historisch overzicht van de geschiedenis van deze bijzondere plek in de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. De belangrijkste identificaties dateren van na de Italiaanse eenwording in 1870; de belangrijkste opgraver was Giacomo Boni (aan wie onlangs een expositie was gewijd); de huidige presentatie gaat terug op de jaren twintig, dertig en is feitelijk een etalage van het fascisme.

Het aardigste aan het boek is de vanzelfsprekendheid waarmee de auteurs de inscripties laten spreken via de stenen waarop ze zijn aangebracht. Het is principieel verkeerd een antieke tekst, in welke taal dan ook, te lezen zonder eerst aandacht te besteden aan het materiële aspect. Dat zal niemand betwijfelen als het gaat om bijvoorbeeld de Nag Hammadi-codices, waarvan de datering en dus de interpretatie volledig afhankelijk is van de vondstcontext, maar het geldt ook voor zoiets simpels als een inscriptie.

De tempel van Saturnus (achteraan)

Saturnus

Ik hoorde Cuyt onlangs in Antwerpen met merkbaar plezier uitleg geven over inscriptie EDCS-17301056.

Senatus populusque Romanus
incendio consumptum restituit

Geen moeilijke tekst: de Romeinse Senaat en het Volk hebben iets hersteld nadat het was verwoest door een brand. Het lijdend voorwerp ontbreekt. Het lijdend voorwerp is namelijk het gebouw waarop de inscriptie is aangebracht. In dit geval: de tempel van Saturnus.

Die is inderdaad afgebrand tijdens de regering van keizer Carinus, wat een redelijk scherpe datering oplevert rond 283-285. Zo staat het ook in de database van Clauss en Slaby.

Behalve dat het niet kloppen kan. Zo lang er keizers in Rome resideerden, waren zij degenen die zo’n inscriptie lieten aanbrengen. Dat het dit keer de Senaat was,  inclusief een dode-letter-verwijzing naar de Volksvergadering, suggereert dat het gebeurde in de vierde of vroege vijfde eeuw. Ook de kapitelen suggereren een laatantieke datering. Je kunt de tekst, hoe simpel ook, dus niet analyseren zonder eerst naar de archeologie te kijken.

Laatantiek kapiteel van de Saturnustempel

Mommsen

Ik ben het boek van Cuyt en Verweij momenteel aan het lezen. Ik verwacht nog meer leuke dingen te vinden en zal er vast op terugkomen. Het Forum Romanum. Stenen en stemmen is in elk geval een tof boek. ik had voor geen goud het detail willen missen dat de Italiaanse autoriteiten de grote Theodor Mommsen een gebiedsverbod oplegden.

#boek #Carinus #epigrafie #ForumRomanum #GuidoCuyt #Italië #MichielVerweij #Rome #Saturnus #TheodorMommsen

Het Senaatsgebouw in Rome (1)

Het door Julius Caesar gebouwde Senaatsgebouw

Een van de opvallendste gebouwen op het Forum Romanum, althans in de huidige staat, is het Senaatsgebouw, de Curia. Het ziet eruit als een grote bakstenen kubus. Daarvóór lag het Comitium, waar vertegenwoordigers van het volk zich bij officiële gelegenheden verzamelden.

Senaat en Volksvergadering

Volgens de staatsrechtelijke fictie die is verwoord in de formule Senatus PopulusQue Romanus (S.P.Q.R.), regeerden “Senaat en Volk van Rome” samen over het wereldrijk. Comitium en Senaatsgebouw vormden daarom hét bestuurscentrum van de Mediterrane wereld – althans in theorie. In de praktijk was het de keizer die het beleid bepaalde. Het échte hart van het imperium was dan ook het Auditorium op de Palatijn, waar de vorst overlegde met zijn adviseurs.

Ook al had de Senaat in de Keizertijd nog maar weinig invloed, toch deed de heerser er goed aan het college met respect te bejegenen. De zeshonderd multimiljonairs die er zitting in hadden, konden het ook iemand die dertig legioenen commandeerde immers knap lastig maken.

De Volksvergadering daarentegen was vanaf de regering van de eerste keizers – en eigenlijk al vanaf de laatste drie, vier jaar van Julius Caesar – echter monddood. Het is terug te zien in het ontwerp van dit deel van het Forum: het door Caesar gebouwde Senaatsgebouw stond deels over het Comitium, dat zo een stuk kleiner en overeenkomstig onbeduidender werd.

Ontstaan

De oudste vergaderzaal van de Senaat, de door koning Tullus Hostilius in legendarische tijden gebouwde Curia Hostilia, verrees op de plaats waar nu de SS. Luca e Martina staat, of beter: tien meter daaronder. Toen Sulla het aantal senatoren uitbreidde, liet hij ook die vergaderzaal vergroten. De nieuwbouw brandde echter af tijdens een rel in 52 v.Chr., wat Caesar de mogelijkheid bood zijn naam te verbinden aan de nieuwbouw: de Curia Julia. De vergaderzaal kreeg dezelfde oriëntatie als het Caesarforum en werd door Octavianus ingewijd in augustus 29 v.Chr., de maand waarin hij ook de tempel van de vergoddelijkte Caesar en een nieuw Sprekerspodium in gebruik nam.

Vóór de Curia stond een kleine zuilenhal, het Chalcidicum, die ruimte bood aan een standbeeld van de godin Minerva. Bezoekers van de Senaat, zelfs koningen, moesten hier even wachten voor ze werden binnengelaten. (Dat koningen moesten antichambreren, is een van de argumenten waarom Caesar vermoedelijk niet naar het koningschap verlangde: hij was daarvoor veel te verheven.) Het gebouw zelf was bekleed met wit marmer en beschilderd stucwerk, terwijl op de nok een gevleugelde Victoria leek neer te strijken. De twee godinnen symboliseerden de wijsheid van de senatoren en de kracht van het imperium.

De plaats waar de consuls (en de keizer) zaten

De inrichting

In de vergaderzaal zelf stonden driehonderd zetels, voldoende om de helft van de senatoren een plaats te geven. (Als er meer aanwezigen waren, vergaderde de Senaat in de tempel van de Eendracht.) De muren van de tegenwoordig nogal donkere ruimte waren in de Oudheid deels versierd met gekleurd marmer, mozaïeken en stucwerk, terwijl het houten dak schitterde van het goudbeslag. Achterin de zaal stonden de zetels van de consuls en de keizer en een ander beeld van Victoria. Vanuit de zaal gezien leek die godin neer te dalen op de keizer. Volgens de derde-eeuwse geschiedschrijver Herodianos vond keizer Heliogabalus, die tevens priester was van de Syrische zonnegod Elagabal, dat boven Victoria een afbeelding van een hogere godheid moest hangen:

Daarom liet hij een groot schilderstuk maken ten voeten uit zoals hij placht op te treden bij de vervulling van zijn priesterambt. Hij werd geschilderd terwijl hij offerde aan zijn god, die hij tevens op het schilderij liet afbeelden. Dit stuurde hij naar Rome met de opdracht het op te hangen in het midden van een wand van de Senaatszaal, heel hoog, boven het hoofd van Victoria, waarvoor de senatoren bij hun bijeenkomsten wierook offeren en wijn plengen.noot Herodianos, Geschiedenis 5.5.7.

Vanzelfsprekend viel dit niet in goede aarde. De senatoren konden ermee leven dat een oppergod stond boven Victoria, maar niet met het feit dat de keizer zich presenteerde op gelijke hoogte met het Opperwezen. Onnodig te zeggen dat het schilderij na de dood van de priester-keizer prompt werd verwijderd.

[Wordt vervolgd]

#Augustus #Comitium #Curia #Elagabal #ForumRomanum #Heliogabalus #Herodianos #JuliusCaesar #LuciusCorneliusSulla #Minerva #Octavianus #Rome #Senaat #TullusHostilius #Victoria #volksvergadering

Castor en Pollux in Rome (2)

De tempel van Castor en Pollux op de Forma Urbis (Nationaal Museum, Rome)

In het vorige stukje vertelde ik dat een generaal genaamd Postumius de tempel voor Castor en Pollux beloofde en dat zijn zoon die inwijdde. Archeologen hebben restanten teruggevonden van het heiligdom dat de Postumii bouwden. Ze hebben vastgesteld dat het podium waarop het heiligdom stond ongeveer even groot was als het enorme podium dat nu is te zien. Verder groeven ze een deel van de decoratie op, waarvan aannemelijk is dat het behoorde tot deze eerste bouwfase. Het moet voor Latijnse bezoekers, die ongetwijfeld vaak in Rome kwamen, pijnlijk zijn geweest te zien dat hun nederlaag met zo’n grandioos bouwwerk werd herdacht.

De bouwers gaven een vergelijkbaar politiek signaal af aan de Romeinse bevolking: dit was immers een cultus van aristocraten, die de massa’s duidelijk maakten dat zij sinds de val van de monarchie de macht in handen hadden. Het volk vergat het niet: de Postumii werden met dodelijke haat verafschuwd en we kennen anekdotes over generaals die werden gestenigd door hun manschappen. Het is maar een detail uit het conflict dat in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. woedde en bekendstaat als de Standenstrijd.

Castor en Pollux als beschermers van de ruiterij (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Latere verschijningen

Ruim drie eeuwen later deden Castor en Pollux opnieuw dienst als bode. Volgens Valerius Maximus, een verzamelaar van historische anekdotes, brachten ze in 168 v.Chr. het nieuws van de slag bij Pydna:

Tijdens de Macedonische Oorlog meende Publius Vatienus, een man uit het district van Rieti die ’s nachts op weg was naar Rome, dat twee goedgebouwde jongemannen op schimmels hem tegemoetkwamen en hem opdroegen te melden dat Lucius Aemilius Paullus de voorafgaande dag koning Perseus had gevangengenomen. Toen hij dit aan de Senaat had verteld, werd hij in de cel geworpen omdat hij met zijn ijdele praatjes de hoogheid en het aanzien van het college had geschonden. Toen echter uit Paullus’ rapport bleek dat hij die dag Perseus inderdaad gevangengenomen had, werd Vatienus uit het gevang bevrijd en werd hem bovendien land en een belastingvrijstelling geschonken.

Een beeldengroep, vervaardigd in de jaren zestig van de tweede eeuw v.Chr., lijkt te horen bij bouwwerkzaamheden van kort na de slag bij Pydna. De beelden zijn te zien in het Antiquarium van het Forum.

Castor en Pollux en hun paarden (Antiquarium Forense, Rome)

Florus, een geschiedschrijver uit de Keizertijd, vertelt dat de Tweelingen in 101 v.Chr. meldden dat Marius de Kimbren had verslagen:

Het Romeinse volk ontving het zo vreugdevolle en zo gelukkige nieuws dat Italië was bevrijd en het imperium gered niet, zoals gewoonlijk, uit mensenhanden, maar, zo moeten we geloven, van de goden zelf. Want op de dag waarop de veldslag plaatsvond, is gezien hoe jongelingen bij de tempel van Castor en Pollux het overwinningsbericht overhandigden aan de praetor.

Na een restauratie in 74 v.Chr. schonk Pompeius de tempel een schilderij van zijn maîtresse Flora. Erg dankbaar betoonden de Tweelingen zich niet, want toen ze in 48 v.Chr. weer verschenen, was het om Pompeius’ nederlaag (en Caesars overwinning) bij Farsalos te melden.

Keizertijd

In 9 v.Chr. brandde het gebouw af, zodat keizer Augustus het moest herbouwen. Dat deed hij graag, want hij wilde de ridderstand zijn militaire rol teruggeven. Het leek Augustus een aardig idee de tempel te laten inwijden door zijn kleinzoons Gaius en Lucius: de zonen van Julia waren, net als Castor en Pollux, onafscheidelijke broers. Helaas stierven de jongens voordat de nieuwbouw was voltooid. Daarom werd de cultusplaats in 6 na Chr. ingewijd door Augustus’ opvolger Tiberius, mede uit naam van diens broer Drusus. Menigeen zal vreemd hebben opgekeken, want Drusus was overleden na een val van zijn paard.

Het hoge platform dat momenteel is te zien, behoort bij deze bouwfase. Daarboven stond het heiligdom zelf, waarvan dus drie opvallende zuilen resteren. Aan de voorkant was een sprekerspodium dat, net als het podium bij het Senaatsgebouw, was versierd met scheepsstevens. De trappen lagen daarom aan de zijkant, tot keizer Septimius Severus de opgang verplaatste naar de voorkant en het sprekerspodium verwijderde.

Onder de tempel waren enkele vertrekken, die waarschijnlijk werden gebruikt door het Romeinse ijkbureau. Andere kamers dienden als kluis. Vóór de tempel stonden de beelden van Castor en Pollux. Volgens Cassius Dio brachten ze keizer Caligula op een idee:

Hij liet de tempel van de Tweelingen op het Forum Romanum in Rome in tweeën delen door er dwars doorheen een ingang naar zijn paleis te maken, midden tussen de twee standbeelden door. Op die manier, zei hij steeds, konden de Tweelingen als zijn poortwachters fungeren.

De bron van Juturna

Misschien nog interessant om te weten: in de omgeving van de tempel van Castor en Pollux bevinden zich de Bron van Juturna, waar de Tweelingen hun paarden steeds drenkten, het christelijke Oratorium van de Veertig Martelaren en de Santa Maria Antiqua. Ze zijn alle drie jarenlang niet te bezichtigen geweest, maar inmiddels wel. Ik heb ze twee jaar geleden voor het eerst gezien en het was het wachten waard: de fresco’s zijn adembenemend mooi.

#BronVanJuturna #Caligula #CassiusDio #CastorEnPollux #Drusus #ForumRomanum #GaiusCaesar #GaiusMarius #GnaeusPompeiusMagnus #JuliusCaesar #Kimbren #Latijnen #LuciusCaesar #PubliusAnniusFlorus #Pydna #Rome #SeptimiusSeverus #slagBijFarsalos #Standenstrijd #Teutonen #Tiberius #ValeriusMaximus

Heel oud Latijn

Inscriptie, in oeroud Latijn, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

Het Romeinse forum is een van de interessantste opgravingen die ik ken. De vondsten dateren vanuit de IJzertijd tot en met de huidige dag en de opgraver moet er rekening mee houden dat er – zoals overal natuurlijk – ook nog moedwillig dingen zijn weggehaald. Het Senaatsgebouw, dat er tegenwoordig uitziet als een bakstenen schoenendoos, had een eeuw geleden nog een decoratie van marmer en stucwerk die in opdracht van Mussolini is verwijderd: hij wilde een zakelijk gebouw, passend bij de geest van het fascisme.

Een andere complicatie is dat er allerlei teksten zijn, die enerzijds waardevolle informatie bieden, maar die we anderzijds niet kunnen evalueren. Aan het begin van de jaartelling wisten de Romeinen dat bepaalde huizen stonden op de plek waar ooit het koninklijke paleis had gestaan en archeologen hebben op die plek grote, oeroude woningen gevonden uit de Koningstijd (zevende tot en met zesde eeuw v.Chr.), maar we hebben geen idee of de herinnering een half millennium later correct was. Was dit een paleis? We weten het niet.

En dan zijn er nog vondsten die vooral puzzels zijn, zoals de inscriptie hierboven, in 1899 gevonden onder de zogeheten Zwarte Steen, niet ver van het Senaatsgebouw. Die zwarte steen zat in het uit de Keizertijd daterende plaveisel en markeerde vermoedelijk een heilige plaats, het Volcanal, waarvan de Romeinen al tijdens de Republiek niet goed meer wist wat die precies betekende. Men speculeerde dat het een graf was maar wist niet van wie.

Bij de opgravingen troffen de archeologen onder dat zwarte plaveisel een u-vormig altaar en een zuilbasis aan, samen met de oeroude inscriptie die u hierboven ziet. De steen is ongeveer een halve meter hoog en te zien in het Nationaal Museum in de Thermen van Diocletianus.

De tekst is bustrophedon geschreven, wat een jargonterm is om aan te geven dat de regels afwisselend van links naar rechts en van rechts naar links zijn geschreven. Dit is een heel oude manier van schrijven, maar veel preciezer kunnen we niet zijn: de tekst biedt weinig duidelijkheid en kan zeer oud en gewoon oud zijn. Het woord recei, “voor de koning”, kán betekenen dat de tekst stamt uit de Koningstijd (de zevende of de zesde eeuw v.Chr.), maar kan evengoed slaan op de republikeinse magistraat die bekendstaat als offerkoning. Dan stamt de tekst uit de vijfde of misschien wel vierde eeuw. De vondsten in de buurt van de inscriptie suggereren eerder een zesde- dan een vijfde-eeuwse datering, maar meer dan een suggestie is het niet.

Het Latijn vertoont oude trekken maar omdat dit een van de weinige voorbeelden is, en omdat de tekst vol gaten zit, konwn we niwt verder. Hier is de tekst. Puntjes geven aan wat niet te reconstrueren is.

  • QUOI HON…
  • … SAKROS ES-
  • SORD…
  • … A HAS
  • RECEI IO…
  • …EVAM
  • QUOS RE…
  • …M KALATO-
  • REM HAB…
  • …TOD IOUXMEN-
  • TA KAPIA DUO TAU…
  • AM ITER PE…
  • …M QUOI HA-
  • VELOD NEQ F…
  • …IOD OVESTOD
  • LOUQUIOD QO…
  • Veel valt er niet van te maken, maar interessant blijft het wel, dit moeilijk te begrijpen debuut van een wereldtaal.

    [De Lapis Niger was de 315e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

    #Comitium #ForumRomanum #LapisNiger #Latijn #Rome #Volcanal

    Het Forum Romanum

    Het Forum Romanum, gezien vanaf de Palatijn

    Ik ken maar weinig plaatsen waar zoveel lieux de mémoire bij elkaar zijn te vinden als op het Forum Romanum: het centrale plein van de stad Rome.

    De vorige zin is wat paradoxaal, want het woord forum betekent eigenlijk zoiets als “buiten” (vgl. ons woord forens) en verwijst dus allerminst naar iets middenin een stad. De verklaring is dat het alleroudste Rome lag op de heuvel Palatijn en dat het latere Forum Romanum inderdaad daar buiten lag. Het was de drassige vallei, die afwaterde naar de Tiber door het dal tussen Palatijn en Capitool. Archeoloog Giacomo Boni vond in dit dal allerlei archaïsche graven.

    Maquette van de begraafplaats op het forum (Anrtiquarium forense, Rome)

    Koningstijd

    Later clusterden de diverse heuvels rond de vallei samen tot één stad, zodat wat ooit buiten had gelegen het centrum werd. Rond 600 v.Chr. draineerden de Romeinen het moeras en maakten er een echt plein van. Dat was sindsdien het politieke, religieuze en zakelijke stadshart.

    In het westen waren het Comitium, waar de Volksvergadering samenkwam, en de Curia, de vergaderplaats van de Senaat, het adviescollege van de koning. Wat verderop diende het plein als markt. In het oosten verrezen de Regia (de residentie van de koning), de tempel van Vesta en het huis van haar priesteressen.

    Inscriptie, in oeroud Latijn, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

    Nog eeuwen wees men de cultusplaatsen uit de oudste tijd aan. Hier was de Zwarte Steen, daar een gewijde vijgenboom, even verderop een tweetal beelden ter ere van Venus Cloacina en het houten tempeltje van Janus. In later tijden wisten de Romeinen al niet meer waarom ze deze plaatsen vereerden.

    Republiek

    Toen Rome kort voor 500 v.Chr. een republiek werd, veranderde er weinig. Een deel van de Regia diende voortaan als heiligdom, andere delen werden toegewezen aan de opperpriester, de Saturnustempel werd voltooid, en na een overwinning op de Latijnen kwam er een tempel voor Castor en Pollux.

    De tempel van Saturnus

    Na pakweg 490 v.Chr. werd er een eeuw niets vermeldenswaardigs bijgebouwd. Het ging Rome in deze tijd bepaald niet voor de wind. Ook in de vierde eeuw werd maar sporadisch iets toegevoegd. Er verrees wel een tempel voor Concordia, het Sprekerspodium (rostra) werd voorzien van scheepsstevens (en een inscriptie in potjeslatijn) en aan de zuid- en noordzijde van het Forum kwamen galerijen die bekendstonden als Oude en Nieuwe Winkels. Daarboven waren balkons van waaruit mensen konden kijken naar processies, wedstrijden en gladiatorengevechten op het plein.

    Griekse bezoekers in de derde eeuw waren getroffen door het contrast tussen het sobere plein en de Romeinse macht. Toen Pyrrhos van Epirus een gezant naar Rome stuurde, keerde die terug met de constatering dat het karige Senaatsgebouw een vergaderplaats van koningen was. In de komedie Curculio van de toneelschrijver Plautus (ca. 250-184) is een beschrijving opgenomen van de gebouwen en mensen die te zien waren op het Forum. Tot die laatsten behoorden meinedigen, leugenaars, bluffers, geldverkwisters, hoeren, patsers, knapen, praatjesmakers, lasteraars, woekeraars en pooiers.

    Het sprekersplatform (rostra)

    Pas na 200 v.Chr. verrezen de openbare gebouwen die het Forum Romanum veranderden in het plein dat eeuwenlang op elke bezoeker een verpletterende indruk maakte. Succesvolle politici stichtten dan basilieken die ze financierden uit de buit van hun veldtocht. Het oudste voorbeeld is de Basilica Porcia, die Cato de Oudere in 184 v.Chr. bouwde naast het Senaatsgebouw. Die verving een van de winkelrijen. De andere winkelrij werd vijf jaar later vervangen door wat bekendstaat als de Basilica Aemilia. Tiberius Sempronius Gracchus, de vader van Tiberius en Gaius, bouwde daar in 169 de Basilica Sempronia tegenover: hier kwam de rechtbank samen. Lucius Opimius, de tegenstander van de Gracchen, kon na de dood van Gaius Gracchus in 121 niet achterblijven en bouwde de Basilica Opimia. Ironisch genoeg stond die naast de tempel van Concordia.

    Burgeroorlogen

    Rome was nu onmiskenbaar op weg de hoofdstad te worden van een wereldrijk. Het moet een drukte van belang zijn geweest. Sulla verving het oude Senaatsgebouw en uit deze tijd dateert ook de herbouw van de Basilica Aemilia.

    Het door Julius Caesar gebouwde Senaatsgebouw

    Het was echter vooral Julius Caesar die het oude plein renoveerde. De Basilica Sempronia werd vernieuwd en heet sindsdien Basilica Julia. Met de buit van de Gallische Oorlog bouwde hij een tweede forum naast het eerste, en toen hij Pompeius had verslagen, vernieuwde hij ook het Comitium en het Senaatsgebouw. Pas zijn adoptiefzoon Octavianus zou deze projecten afronden (in 29 v.Chr.). Hij wijdde ook de tempel in van de vergoddelijkte Caesar, een gebouw dat vóór de Regia was geplaatst en het Forum aanzienlijk verkleinde

    In deze tijd werd het plein opnieuw bestraat met het plaveisel dat ook nu nog is te zien. Tevens werd de herbouw van de Basilica Aemilia afgerond, zodat het Forum werd begrensd door twee monumentale hallen: deze basiliek in het noorden en de Basilica Julia in het zuiden. Het is tegenwoordig moeilijk voor te stellen hoe hoog deze gebouwen ooit zijn geweest, maar het Forum Romanum moet hebben geleken op de Brusselse Grote Markt: een groot plein dat klein lijkt doordat de omliggende gebouwen zo hoog zijn.

    Niet het meest opvallende monument: de fundering van wat traditioneel wordt beschouwd als de sokkel van het Ruiterstandbeeld van Domitianus. De inscriptie vermeldde zijn bezoek aan de splitsing van Rijn en Waal.

    Keizertijd

    Net als Caesar bouwde Augustus een eigen forum. Het nam enkele functies over van het Forum Romanum, dat daardoor sterk inboette aan betekenis. De luxe winkels die ooit in de galerijen gevestigd waren geweest, verhuisden naar het Forum van Caesar en het oude forum werd nu een toeristenstek, waar de bezoeker werd onderwezen in de zegeningen van het keizerlijk bestuur. Illustratief is het lot van de Concordiatempel, die in 10 na Chr. werd herdoopt tot tempel van de door de keizer verwezenlijkte Eendracht (Concordia Augusta). Om de amusementswaarde te vergroten werd hij ingericht als museum voor Griekse beeldhouwkunst. Kortom, het Forum was het domein van dagjesmensen en we mogen ons de overgebleven winkels voorstellen als souvenirstalletjes.

    De ereboog voor Septimius Severus

    Augustus’ opvolgers lieten het Forum Romanum zo veel mogelijk zoals het was en beperkten zich ertoe de bestaande gebouwen te restaureren. Tot het einde van de derde eeuw zijn slechts een paar bouwwerken toegevoegd, waarvan er maar drie echt opvallend zijn. Vespasianus en zijn zoon Titus kregen een tempel, Antoninus Pius en zijn vrouw Faustina eveneens, en bij het Senaatsgebouw verrees het eerste monument dat de bezoeker zag als hij het Capitool afdaalde: de ereboog van Septimius Severus. Het is wat ironisch dat dit monument, dat de eenheid van het Forum Romanum het meeste doorbrak, nu het opvallendste bouwwerk is.

    #AntoninusPius #Augustus #BasilicaAemilia #BasilicaJulia #CatoDeOudere #Comitium #Curia #FaustinaI #ForumRomanum #GaiusSemproniusGracchus #GiacomoBoni #JuliusCaesar #lieuDeMémoire #LuciusCorneliusSulla #LuciusOpimius #Octavianus #Palatijn #rechtbank #Regia #Rome #Rostra #TiberiusSemproniusGracchus #Titus #TitusMacciusPlautus #VenusCloacina #Vespasianus #Vesta

    Forum Romanum

    Alexander Smarius werkt als docent klassieke talen aan het Amsterdamse Vossiusgymnasium en is een van de vriendelijkste mensen die ik ken. Zo nu en dan lunchen we in de IJsbreker. Dat we allebei van mening zijn dat de Bijbel net zo goed als de meer seculiere Griekse en Romeinse teksten behoort tot het gedeelde erfgoed van de mensheid, schept natuurlijk een band.

    De laatste keer dat we lunchten, afgelopen donderdag, deed hij me een boekje cadeau dat hij net had geschreven: Het Forum Romanum. Het is een handig gidsje voor wie er voor het eerst komt. Zo iemand heeft zo’n gids ook nodig, want het Forum is geen makkelijke verzameling monumenten. Pompeii, Ostia en Herculaneum bieden een rechtstreekse kennismaking met het dagelijks leven, waar je meteen iets van begrijpt; het Forum is daarentegen een politieke symbool dat te verheven is voor zo’n direct contact. De grote bouwwerken in Palmyra, Baalbek, Petra of Luxor/Karnak zijn ook indrukwekkend zonder dat je weet wat ze voorstellen; het Forum is echter helemaal zo monumentaal niet. Bezoekers aan de Limes Tripolitanus of Persepolis hebben zich doorgaans grondig voorbereid, terwijl het Forum Romanum juist is ingericht op dagjesmensen. Gek genoeg is er, althans bij mijn weten, geen gids die je ter plekke kunt meenemen.

    Smarius weet goed waar hij mee bezig is. De meeste gidsen beginnen hun wandeling bij de ingang bij de tempel van Faustina of bij de trap vanaf het Capitool. Dat betekent dat je altijd begint met een monument uit de Volle Keizertijd, wat in feite betekent dat je aan het einde begint. Smarius vertrekt bij de tempel van Castor en Pollux en vertelt dat die is opgericht na de slag bij het Regillijnse Meer. Dat is een obscuur gevecht uit de vroege vijfde eeuw, waarin de Romeinen, die enkele jaren daarvoor een republiek waren geworden, verhinderden dat hun koning terugkeerde. De betekenis van het Forum, als het centrale plein van een stadsrepubliek die zéér gehecht was aan zijn anti-monarchisme, is zo meteen duidelijk.

    Smarius vermijdt de fout die we ook in Ancient History Magazine willen vermijden: het gebruik misbruik van Renaissance-etsen of classicistische schilderijen. Dat gebeurt in publicaties over de oude wereld helaas heel veel. Ik zou een rijk man zijn als ik elke keer een euro had gekregen wanneer het beroemde schilderij van Rembrandt is gebruikt om een verhaal over de Opstand van de Bataven te illustreren. De enige reden om dit soort afbeeldingen te gebruiken, is dat ze rechtenvrij zijn. Het straalt dan ook vooral goedkoopte uit en is didactisch catastrofaal: mensen plaatsen nu de Bataafse Opstand in de Gouden Eeuw.

    Niet dat oude afbeeldingen helemaal nutteloos zijn. Smarius neemt bijvoorbeeld een oude gravure op van de ereboog van Titus, omdat de lezer zo begrijpt dat wat tegenwoordig valt te zien, grotendeels een negentiende-eeuwse reconstructie is. Verder maakt hij veel gebruik van foto’s van de fraaie maquette die Guido Cuyt, de erevoorzitter van de AVRA, heeft gemaakt. De best-gekozen illustratie is een fragment uit het handschrift van de Einsiedeln Anonymus, een monnik die in de tijd van Karel de Grote (of iets later) Rome bezocht en enkele inscripties noteerde die er nu niet meer zijn. Smarius heeft gelijk dat mensen erop moeten worden gewezen hoe we aan onze informatie komen.

    Ik wil niet helemáál onkritisch zijn. Een gekleurde reconstructie van het interieur van de Basilica Julia zou handiger zijn geweest dan de huidige zwartwitprent. Uitgeverij Primavera had een tekenaar kunnen vragen die te maken. Ik zou er zelf ook niet voor hebben gekozen vragen in de tekst op te nemen. Smarius legt weliswaar uit dat die vragen er zijn als hulpmiddel om te leren kijken, maar ik denk dat veel mensen dit schools zullen vinden, en er zijn echt méér mensen geïnteresseerd in de Oudheid dan alleen de gymnasiumleerlingen voor wie dit boekje primair is bedoeld.

    Dit gezegd zijnde: Smarius helpt degenen die voor het eerst op het Forum staan, werkelijk op weg. Ik kan Het Forum Romanum echt aanraden. Het is namelijk, zoals ik al zei, geen makkelijke verzameling monumenten. Als je eerste bezoek plaatsvindt zonder goede gids, zal het gegarandeerd een afknapper zijn: een blakerend heet dal in een drukke stad, vol met oud puin. Met zo’n kennismaking is niemand gediend.

    #AlexanderSmarius #ForumRomanum #Italië #Rome #Romereis