𝗢𝗿𝗮𝗻𝗷𝗲 𝗼𝗲𝗳𝗲𝗻𝘁 𝘃𝗹𝗮𝗸 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗪𝗞 𝘁𝗲𝗴𝗲𝗻 𝗔𝗹𝗴𝗲𝗿𝗶𝗷𝗲

Het Nederlands elftal oefent vlak voor het WK tegen Algerije. Beide landen treffen elkaar op 3 juni voor de eerste keer in De Kuip, de thuishaven van Algerijns international Anis Hadj Moussa van Feyenoord.

https://www.rtl.nl/nieuws/sport/artikel/5573583/oranje-oefent-vlak-voor-wk-tegen-algerije

#Oranje #WK #Algerije

Oranje oefent vlak voor WK tegen Algerije

Het Nederlands elftal oefent vlak voor het WK tegen Algerije. Beide landen treffen elkaar op 3 juni voor de eerste keer in De Kuip, de thuishaven van Algerijns international Anis Hadj Moussa van Feyenoord.

RTL Nieuws

📰 Nederlands elftal oefent in aanloop naar WK tegen Algerije

https://nieuwsjunkies.nl/artikel/1y1z

🕟 16:22 | NOS Sport
🔸 #Twente #Oranje #Algerije #WK

Nederlands elftal oefent in aanloop naar WK tegen Algerije

Bij Algerije speelt Feyenoorder Aniss Hadj Moussa, die Oranje dus op vertrouwde bodem treft. Datzelfde geldt voor Ramiz Zerrouki, de Feyenoorder die op huurbasis bij FC Twente speelt.

𝗡𝗶𝗴𝗲𝗿𝗶𝗮 𝗸𝗹𝗼𝗽𝘁 𝗔𝗹𝗴𝗲𝗿𝗶𝗷𝗲 𝗲𝗻 𝗯𝗲𝗿𝗲𝗶𝗸𝘁 𝗵𝗮𝗹𝘃𝗲 𝗳𝗶𝗻𝗮𝗹𝗲 𝗔𝗳𝗿𝗶𝗸𝗮 𝗖𝘂𝗽

Nigeria heeft zich geplaatst voor de halve finales van de Afrika Cup. In Marrakesh versloegen de Super Eagles het Algerije van Ramiz Zerrouki en Anis Hadj Moussa met 2-0.

https://www.rtl.nl/nieuws/sport/artikel/5553176/nigeria-klopt-algerije-en-bereikt-halve-finale-afrika-cup

#Nigeria #Algerije #HalveFinale

Nigeria klopt Algerije en bereikt halve finale Afrika Cup

Nigeria heeft zich geplaatst voor de halve finales van de Afrika Cup. In Marrakesh versloegen de Super Eagles het Algerije van Ramiz Zerrouki en Anis Hadj Moussa met 2-0.

RTL Nieuws

𝗔𝗹𝗴𝗲𝗿𝗶𝗷𝗲 𝗺𝗲𝘁 𝗛𝗮𝗱𝗷 𝗠𝗼𝘂𝘀𝘀𝗮 𝗻𝗮𝗮𝗿 𝗸𝘄𝗮𝗿𝘁𝗳𝗶𝗻𝗮𝗹𝗲𝘀 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗔𝗳𝗿𝗶𝗸𝗮 𝗖𝘂𝗽

Feyenoord begint zondag zonder Anis Hadj Moussa aan de hervatting van de Eredivisie. De Algerijn plaatste zich dinsdagavond samen met Ramiz Zerrouki van FC Twente voor de kwartfinales van de Afrika Cup. Algerije won in Rabat na verlenging met 1-0 van de Democratische Republiek Congo en treft...

https://www.rtl.nl/nieuws/sport/artikel/5551639/algerije-met-hadj-moussa-naar-kwartfinales-van-de-afrika-cup

#Algerije #HadjMoussa #kwartfinales

Algerije met Hadj Moussa naar kwartfinales van de Afrika Cup

Feyenoord begint zondag zonder Anis Hadj Moussa aan de hervatting van de Eredivisie. De Algerijn plaatste zich dinsdagavond samen met Ramiz Zerrouki van FC Twente voor de kwartfinales van de Afrika Cup. Algerije won in Rabat na verlenging met 1-0 van de Democratische Republiek Congo en treft Nigeria in de strijd om een plek bij de laatste vier. Hadj Moussa mist dat duel door een schorsing.

RTL Nieuws

Een grafmozaïek uit Sétif

Een grafmozaïek uit Sétif (Archeologisch museum, Sétif)

De Algerijnse stad Sétif oogt opvallend modern. De trams zijn van hetzelfde type als in Rotterdam, er zijn wolkenkrabbers en er is een uitstekend archeologisch museum. Ik blogde al eens over mijn eerste bezoek. Tot de pronkstukken behoort een verzameling mozaïeken uit twee christelijke basilieken, die zijn opgegraven in 1959, dus midden tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962). De vloeren van deze godshuizen bestonden uit mozaïeken.

Dat was niet ongebruikelijk, maar deze mozaïeken gaven de plaatsen aan waar in de kerk mensen lagen begraven, en zulke “grafmozaïeken” – bestaat dit woord? – zijn zeldzamer. In de ene basiliek in Sétif waren er twintig, in de andere vijftig. Zulke mozaïeken bestaan altijd uit een mooie rand om wat geometrische figuren en een grafschrift. Een opvallende naam is Adeodatus, een naam waarover ik al eens blogde omdat het de Latijnse vertaling is van het oud-Fenicische Mattan-ba’al, “godsgeschenk”, Dieudonné.

Grafschrift van Maria Equitiola

Het standaardgrafschrift bestond strijk en zet uit de naam van de overledene, uit de datum van zijn/haar dood of van zijn/haar begrafenis (eigenlijk weten we niet wat is bedoeld), en vaak ook de leeftijd. Hier is een voorbeeld:

Memoria Mariae
Equitioliae quae et Sili-
qua vixit annis XX
VIIII, praecessit in pace
die pridieidus Ma-
rtias an[no] p[rovinciae] CCCLIIII

ofwel

Graf van Maria Equitiolia, ook bekend als Siliqua. Ze leefde 29 jaar, en ging naar de vrede op 14 maart in het provinciale jaar 354.

Ik licht deze inscriptie (EDCS-10702000) eruit omdat ze gebruik maakt van een provinciale jaartelling. Terwijl wij gewend zijn aan een vrijwel universele, van oorsprong christelijke jaartelling, kende men in de Oudheid een wildgroei aan jaartellingen. In de oostelijke provincies was dat vaak de Seleukidische jaartelling, die begon in het jaar 311 v.Chr. In Mauretanië telde men vanaf het jaar van de Romeinse annexatie, dat wij 39 na Chr. noemen. Dit graf dateert dus van 14 maart 393.

Wij zijn, zoals gezegd, gewend aan een eenheidskalender. Moderne joden en moslims hanteren doorgaans naast hun eigen religieuze jaartelling ook de gebruikelijke jaartelling. De wereld van de Romeinen heeft zo’n systeem nooit gehad; de jaartelling ab urbe condita, “sinds de stichting van de stad”, was maar één jaartelling onder vele, en heeft in de Oudheid nooit veel status gehad. De Romeinen hadden simpelweg nooit één kalender met één, algemeen erkend beginpunt nodig.

[Dit was het 515e voorwerp in mijn reeks museumstukken. Mocht het u boeien: ik organiseer in september een reis naar Algerije.]

#Adeodatus #Algerije #chronologie #grafschrift #jaarrekening #MauretaniaCaesariensis #mozaïek #Sétif

Sallustius, Caesars handlanger

Laatantiek portret van Sallustius (Museo archeologico nazionale, Florence)

Als ik u zeg dat het laat was in het jaar dat was begonnen toen Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel eind 45 v.Chr., dan weet de trouwe bezoeker van deze blog dat dit een aflevering zal zijn van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over hem. Het gaat over een van zijn paladijnen: Gaius Sallustius Crispus.

De vroege loopbaan van Sallustius

In 54, toen Caesar zich bezighield met het bestrijden van Ambiorix, bekleedde Sallustius de quaestuur. Uit deze tijd is een op zijn naam overgeleverde scheldredevoering tegen Cicero overgeleverd, maar die is vermoedelijk niet zijn eigen werk. In datzelfde jaar betrapte de volkstribuun Titus Annius Milo de quaestor in bed met zijn echtgenote Cornelia Fausta (een dochter van Sulla). Dat leverde Sallustius een pak slaag op. Toen Milo twee jaar later voor de rechter moest verschijnen, had Sallustius, inmiddels volkstribuun, een persoonlijke reden om zich te voegen bij de aanklagers.

Weer twee jaar later, toen de Tweede Burgeroorlog op het punt stond uit te breken, sloot Sallustius zich aan bij Caesar en stemde hij vóór een wet waarmee Caesar in absentia kandidaat voor het consulaat kon zijn. Dat was een van de aanleidingen tot de Tweede Burgeroorlog. Als gevolg van zijn keuze ontnamen aanhangers van Pompeius Sallustius zijn positie in de Senaat.

Toen de burgeroorlog eenmaal een feit was, plaatste Caesar Sallustius aan het hoofd van een legioen in Illyricum, maar hij streed er zonder veel succes. In het jaar daarop, 48 v.Chr., was hij echter opnieuw quaestor. Rond deze tijd trouwde hij met Terentia, de ex van Cicero. In het volgende jaar, 47 v.Chr., werd hij bijna gelyncht door muitende soldaten van het Tiende Legioen, die hij namens Caesar moest vertellen dat ze nog langer moesten wachten op hun betaling. Ik vertelde er al over. En toen, na deze reeks mislukkingen, nam Sallustius’ leven ineens een positieve wending.

Praetor en propraetor

Het begon met Caesars Afrikaanse campagne. Sallustius bekleedde inmiddels het ambt van praetor en commandeerde enkele schepen. Kort na Caesar landing bij Hadrumetum (het huidige Sousse) leidde Sallustius de al genoemde foeragecampagne naar de Kerkenna-eilanden, vlak voor de Tunesische kust, waar hij de hand legde op een grote hoeveelheid graan, dat Caesars troepen hard nodig hadden. Dit was meer dan verdienstelijk, want het was winter en dan is de Middellandse Zee onrustig.

Waar Sallustius zich in de volgende weken bevond, is onduidelijk, maar hij lijkt zich opnieuw nuttig te hebben gemaakt. Na de slag bij Thapsus had koning Juba I van Numidië weten te vluchten naar het noordwesten van het huidige Tunesië, waar hij het stadje Zama bedreigde. De bewoners vroegen Caesar om bescherming en deze ijlde er naartoe, dreef Juba de dood in en annexeerde een deel van diens koninkrijk. De nieuwe provincie heette Africa Nova en de eerste gouverneur was Gaius Sallustius Crispus.

Hij resideerde in Cirta, het huidige Constantine, en (met een woord van de Oost-Duitse classicus Peter Schmidt) “die Statthalterschaft erfüllte seine finanziellen Erwartungen”. Een van de zaken die hij ter hand nam, was de vestiging van veteranen in steden als Thugga.

Een luxe Romeins huis in Thugga

Proces

Eind 45 v.Chr. was Sallustius terug in Rome, en daar kwam het tot een rechtszaak. Dat is eigenlijk wel bijzonder. Aanklachten tegen provinciegouverneurs wegens corruptie waren niet ongebruikelijk, zeker als er Romeinse burgers woonden in de uitgebuite provincie. Dat die er ook in Cirta waren, staat vast, want ze lieten votiefstèles achter in het heiligdom van El-Hofra. Maar je zou van een pas onderworpen gebied hebben verwacht dat het zich wel driemaal zou bedenken voor het in Rome een klacht indiende: het zou niet voor het eerst of laatst zijn dat Rome bij wijze van antwoord de belastingsom verhoogde. En je verwacht zéker niet dat de aanklacht wordt ingediend tegen de beschermeling van een militaire potentaat die onlangs zijn laatste tegenstanders heeft verslagen.

Dat het desondanks kwam tot een rechtszaak, duidt op excessieve en onweerlegbare corruptie. Alleen door heel veel steekpenningen uit te delen en door de invloed van Julius Caesar zelf, ontkwam Sallustius aan een veroordeling.

Geschiedschrijver

Enkele maanden later was Caesar dood. Sallustius zou zich nuttig hebben kunnen maken voor een Marcus Antonius, voor een Lepidus, voor een Octavianus, of voor een andere generaal die claimde Caesar op te volgen. Maar hij bleef afzijdig. Het lijkt erop dat de rechtszaak zijn reputatie voorgoed had vernietigd. Hij trok zich terug uit de politiek en ging geschiedenisboeken schrijven. In 42 of 41, nadat de Driemannen de moordenaars van Caesar bij Filippoi hadden verslagen, publiceerde hij De samenzwering van Catilina en in het volgende jaar De oorlog tegen Jugurtha. Als oud-gouverneur van Numidië was hij over Jugurtha natuurlijk goed geïnformeerd. Later werkte hij aan zijn Historiën, waarvan alleen fragmenten over zijn die betrekking hebben op de jaren 78-67 v.Chr.

Sallustius bezat een park in het noorden van de stad, vlakbij de Via XX Settembre. Of beter: het was ooit een tuin van Caesar geweest, maar Sallustius verwierf het na de dood van de dictator. Een deel van de sculptuur is over: de Stervende Galliër in de Capitolijnse Musea, de Ludovisi-troon en een andere Stervende Galliër in de Palazzo Altemps, een Knielende Galliër in het Louvre, een beeld van een stervende Niobide in de Palazzo Massimo alle Terme en de obelisk die tegenwoordig staat bovenaan de Spaanse Trappen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Algerije #Cirta #CorneliaFausta #ElHofra #GaiusSallustiusCrispus #JubaI #JuliusCaesar #LuciusSergiusCatilina #Numidië #Terentia #Thugga #TitusAnniusMilo #Tunesië #XGemina

Asinus nica

Asinus Nica (Huis van de ezel, Djemila)

Het bovenstaande Romeinse mozaïek, dat dateert uit de late vierde of vroege vijfde eeuw na Chr., is te zien in het museum van Djemila in Algerije, de antieke stad Cuicul. Het opschriftnoot EDCS-23600210. combineert het Latijnse woord voor ezel, asinus, met de in Latijnse letters geschreven Griekse strijdkreet nika, “win!” Het woord kan ook verwijzen naar de personificatie van de overwinning. De ezel moet dus winnen, of heeft gewonnen, of zal winnen, of overwint – de strekking is duidelijk. De zegevierende ezel was duidelijk iets dat de eigenaar in wiens huis dit is gevonden, en dat de opgravers heel origineel “maison de l’âne” hebben genoemd, na aan het hart lag, want het motief is herhaald. Dus wat betekent het?

Zoals eigenlijk altijd weten we het niet, maar niets weerhoudt ons ervan beredeneerd te gokken. Het is antichristelijke polemiek.

Dat mag op het eerste gezicht wat boud klinken, en om eerlijk te zijn ben ik zelf niet ten diepste overtuigd, maar er valt wel iets voor te zeggen. Het sterkste argument is de zogeheten spotcrucifex die in Rome is gevonden op de helling tussen de Palatijn en het Circus Maximus. Daarop is een gekruisigde ezel te zien met een graffito dat een zekere Alexamenos zijn god aanbidt. De gangbare interpretatie is dat we daar te maken hebben met antichristelijke polemiek, al zijn er geleerden die zeggen dat niet zeker is of de graffito hoort bij de tekening, en dat de gekruisigde ezel misschien gewoon een gekruisigde ezel is.

Wellicht klopt die kritiek, maar we weten dat in de antijoodse polemiek zéker werd beweerd dat de ene god die de joden aanbaden, feitelijk een ezel was. Het lijkt mij alleszins mogelijk dat deze beschuldiging van de joden naar de christenen is doorgeplaatst. Dat pleit niet alleen voor de antichristelijke interpretatie van de spotcrucifex, maar ook voor een antichristelijke interpretatie van de zegevierende ezel.

Nog een overwinnende ezel uit hetzelfde huis

Er is nog iets om te overwegen. De ezel, ofschoon het liefste dier in de schepping, gold als het symbool van mensen – niet per se christenen – met verkeerde religieuze opvattingen. In Apuleius’ boek De gouden ezel, een van de leukste teksten uit de Oudheid, is de hoofdpersoon dankzij een betovering een ezel totdat hij het geloof in Isis aanvaardt.

Spotkruis, antijoodse polemiek en de ezel als symbool: al met al is het niet veel bewijs, maar helemaal verwaarloosbaar is het niet. Het wezenlijke probleem is dat deze interpretatie feitelijk bestaat uit twee hypothesen:

  • Men gebruikte destijds mozaïeken voor religieuze polemiek;
  • Deze ezel is antichristelijk bedoeld.

Als we voor het eerste nu volop bewijs zouden hebben, zou het tweede plausibeler zijn. Tot ik echter iets beters hoor, wil ik overwegen dat Asinus Nica antichristelijk is bedoeld. Maar ik denk dat er betere interpretaties zijn.

[Dit was het 514e voorwerp in mijn reeks museumstukken. Mocht het u boeien: ik organiseer in september een reis naar Algerije.]

#Algerije #Cuicul #Djemila #ezel #LucianusVanSamosata #mozaïek #Nikè

Naar de dokter

Bezoek aan de dokter (Musée national des antiquités, Algiers)

Zoals u wellicht heeft gemerkt, was ik onlangs in Algerije. Daarover later meer. Maar eerst eens een blogje over een mozaïek dat ik in Algiers zag in het Musée national des antiquités. Het is gevonden in een voorstad van Batna die Ouled Arif heet; in de Oudheid heette de plaats Lambiridi. Het mozaïek vormde de vloer van een familiegraf, waarin drie sarcofagen stonden. De voornaamste was van een zekere Cornelia Urbanilla, die hier rustte na “te zijn gered van een groot gevaar” en een leven van achtentwintig jaar, tien maanden twaalf dagen en negen uur. Dat is vreemd precies, want doorgaans wisten Romeinen niet zo goed hoe oud ze waren.

Het schijnt dat zulke nauwkeurige aanduidingen duiden op horoscoopgebruik, maar ook als dat zo is, is mij niet duidelijk aan welk gevaar Urbanilla is ontkomen. Misschien is het leven zelf wel het bedoelde gevaar. Daarvoor pleit dat links twee pauwen zijn afgebeeld, vogels die in de derde eeuw na Chr., toen dit mozaïek werd gemaakt, een symbool waren voor de wederopstanding en verlossing uit dit ondermaanse tranendal. Maar ja, dat verklaart dan weer niet waarom rechts twee eenden staan.

Cornelia Urbanilla is afgebeeld op het mozaïek, maar niet als portret, zoals we zouden verwachten, maar als lijk. Helemaal bovenaan zien we haar mummie, waaronder afgekort staat

MC Urbanillae
Memoriae Corneliae Urbanillae
Aandenken aan Cornelia Urbanilla

Dit is in Latijnse letters, net zoals het daaronder afgebeelde Griekse woord Euterpius, wat zoiets betekent als “veel blijdschap brengend”. Verder zien we vier slangpotige reuzen die een cirkelvormige afbeelding dragen van een arts die een mannelijke patiënt onderzoekt. De dokter draagt een Grieks kledingstuk, wat suggereert dat de mozaïeklegger een voorbeeldenboek gebruikte, en niet probeerde een arts af te beelden zoals je die in Romeins Numidië zou hebben kunnen ontmoeten.

Ook hier is een tekst, dit keer in het Grieks:

οὐκ ἤμην
ἐγενόμην
οὐκ εἰμί
οὐ μέλει μοι

Ik was niet
Ik was er
Ik ben niet
Het deert me niet

Je krijgt, ondanks de onbegrijpelijke eenden, de indruk dat Cornelia Urbanilla heeft willen zeggen blij te zijn dat ze is verlost van de ziekte die leven heet. Ik moest denken aan de woorden van de stervende Sokrates, geciteerd in de dialoog Faidon van Plato, dat zijn vrienden een offer verschuldigd waren aan de god van de geneeskunst. De interpretatie dat Sokrates dacht dat de dood zag als een soort genezing, staat al heel lang ter discussie omdat er niet zoveel bewijs is dat de Atheners het leven zagen als ziekte. (En bovendien, de proloog van de Faidon noemt iemand die moet genezen, en u zoekt zelf maar op aan wiens genezing de stervende Sokrates, althans volgens Plato, heeft gedacht.) Misschien hebben we met dit mozaïek echter toch een aanwijzing dat er in de Oudheid een traditie heeft bestaan dat het leven een ziekte was.

De kwaliteit van het mozaïek is overigens niet geweldig: het palet is nogal vlak, hoewel steentjes met allerlei kleuren in de omgeving van Batna betrekkelijk gemakkelijk te krijgen zijn. Het oogt als haastwerk en misschien moeten we het eindresultaat wel heel anders uitleggen: dit mozaïek is onnadenkend tot stand gekomen, er is geen diepere betekenis, het is gewoon een allegaartje.

[Dit was het 513e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Algerije #eend #Faidon #geneeskunde #horoscoop #mozaïek #mummie #Numidië #pauw #Plato #Sokrates #symboliek

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (2)

Lambaesis, basis van III Augusta

Ik noemde in het vorige stukje hoe III Augusta in Tunesië en Algerije was terechtgekomen en een basis had gebouwd in Lambaesis. Uit de tijd van keizer Hadrianus (r.117-138) komt een belangrijke inscriptie: een toespraak van de keizer tot de manschappen. Hij prijst ze, maar maakt ook duidelijk hoe scherp de hiërarchie is tussen soldaten en officieren.

Met een onderbreking die ik nog zal noemen, was en bleef Lambaesis de basis van III Augusta. Soms gingen onderafdelingen naar andere provincies.

  • In 115-117 deed een onderafdeling mee aan Trajanus’ oorlog tegen het Parthische Rijk. Er vielen veel slachtoffers III Augusta werd versterkt met Syrische rekruten. (Hun grafstenen zijn gevonden in Lambaesis.)
  • Tussen 132 en 136 diende een grote onderafdeling in de oorlog tegen de messiaanse pretendent Bar Kochba.
  • Weer dertig jaar later kwamen soldaten van III Augusta in actie in de Parthische oorlog van Lucius Verus.
  • In 175 namen legionairs van III Augusta deel aan de Marcomannencampagne van Marcus Aurelius, die de Afrikaanse soldaten naar Hongarije bracht. Velen van hen keerden nooit meer terug omdat ze werden toegevoegd aan II Adiutrix, dat tijdens deze oorlog zware verliezen had geleden.
  • Keizer Septimius Severus, afkomstig uit Africa Procularis, kende het legioen in 193 de titel Pia Vindex (“Trouwe wreker”) toe. Dit suggereert dat III Augusta een rol speelde in de burgeroorlog na de moord op keizer Publius Helvius Pertinax.
  • In 215-217 zette Caracalla tegen de Parthen een onderafdeling uit Lambaesis in.
Bu Njem

Forten

Septimius Severus gaf rond 200 opdracht tot de bouw van een reeks forten langs de woestijngrens, zoals Ghadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem. Dit is de Limes Tripolitanus. Net als Lambaesis zijn ze bewaard gebleven en hebben ze een architectonische eigenaardigheid: vijfhoekige torens bij de poorten. Ze zijn uniek voor gebouwen van III Augusta.

Opvallend is dat er langs de woestijn erg veel forten zijn en dat die werden bezet door legionairs. Het is denkbaar dat III Augusta meer mannen onder de wapens had dan de 5300 waarop onderzoekers de grootte van een legioen meestal schatten. Ik voor mij weet geen enkele reden te noemen waarom alle legioenen even groot zouden moeten zijn geweest.

Crisis

Het lijkt erop dat III Augusta tussen pakweg 215 en 220 grote verliezen leed tegen een van de proto-Berber-stammen in het binnenland. Het werd weer op sterkte gebracht met manschappen van III Gallica, dat was ontbonden door Heliogabalus. Opnieuw kwamen mensen uit Syrië richting Africa Proconsularis en Numidië.

Een soldaat van III Augusta in Keulen (Römisch-Germanisches Museum)

In 238 gebruikte de gouverneur van Africa Proconsularis III Augusta om de opstand van een zekere Gordianus I en Gordianus II te onderdrukken. Hij was succesvol, maar dat derde Gordianus won de burgeroorlog van dat jaar. Eenmaal alleenheerser ontbond hij het legioen dat verantwoordelijk was voor de dood van zijn vader en grootvader.

Vijftien jaar later herformeerde keizer Valerianus het legioen. Het kreeg de bijnaam Iterum Pia Iterum Vindex (“dubbel trouw, dubbel wreker”). Het voerde nu een lange en moeilijke oorlog tegen de “Vijf volkeren”: een federatie van Berberstammen. De strijd duurde tot ongeveer 260, toen commandant Gaius Macrinus Decianus een overwinningsmonument oprichtte bij Lambaesis.

Late Oudheid

Dat de situatie nog niet voldoende veilig was, kan echter worden afgeleid uit het feit dat de legioenbasis in de volgende jaren werd versterkt. In 289-297 werd de strijd hernieuwd en zag keizer Maximianus zich gedwongen persoonlijk het bevel over de Romeinse strijdkrachten in Africa Proconsularis en Numidië op zich te nemen.

Onmiddellijk na de overwinning verliet III Augusta Lambaesis, en hoewel het in de regio bleef, weten we niet waar. Misschien is het ook wel de verkeerde vraag. Het is heel goed mogelijk dat het legioen verspreid is geweest over diverse forten langs de lange zuidelijke grens van het Romeinse Rijk. Het legioen wordt in elk geval nog steeds genoemd in de late vierde of vroege vijfde eeuw en we weten van een christelijke soldaat die is begraven in Madauros.

Een christelijke legionair uit Madauros

We weten ook dat het platteland van Numidië rond 400 onveilig was door religieuze terroristen, de zogeheten Circumcelliones. Het suggereert dat het Derde Legioen Augusta bij de bewaking van de enorm lange zuidelijke grens van het Romeinse Rijk uiteindelijk heeft gefaald.

#AfricaProconsularis #Algerije #BarKochba #BuNjem #Caracalla #Circumcelliones #GaiusMacrinusDecianus #Ghadames #GheriatElGarbia #GordianusI #GordianusII #GordianusIII #Hadrianus #Heliogabalus #IIAdiutrix #IIIAugusta #IIIGallica #Lambaesis #legioen #LimesTripolitanus #LuciusVerus #Madauros #Marcomannen #MarcusAurelius #Numidië #PubliusHelviusPertinax #RomeinsLeger #SeptimiusSeverus #Trajanus #Tunesië #Valerianus

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)

De veldtekens van III Augusta (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De legioenen uit de vroege Keizertijd gaan terug op eenheden uit de late Republiek. Ze zijn vrijwel allemaal geformeerd door Julius Caesar of Octavianus. Het Derde Legioen, dat later de bijnaam Augusta zou krijgen, is een uitzondering. Het is in 43 v.Chr. in het veld gestuurd door consul Gaius Vibius Pansa. De nummers één tot en met vier waren toen, in de laatste jaren van de Republiek, gereserveerd voor de legers van de consuls. Pansa nam dus een eerste en een derde legioen mee toen hij oprukte naar Modena op de Povlakte om te strijden tegen Marcus Antonius. Een tweede en een vierde legioenen gingen mee, gecommandeerd door consul Aulus  Hirtius. Ook in het gezelschap: Octavianus, met een privéleger.

Het drievoudige leger won. Beide consuls kwamen echter om het leven. Octavianus was nu ineens meester van een heel groot leger, marcheerde op Rome en eiste de macht. Zo simpel.

Naar Africa Proconsularis

Het Derde Legioen bleef blij hem. Mogelijk was het aanwezig tijdens de dubbele slag bij Filippi (42), waarin Octavianus, inmiddels samenwerkend met Marcus Antonius, de moordenaars van Caesar versloeg. Later nam het Derde Legioen deel aan de oorlog om Sicilië, waar Octavianus afrekende met de laatste zoon van Pompeius, Sextus. Octavianus’ bondgenoot was het leger van Marcus Aemilius Lepidus, dat uit Tunesië was gekomen en na de overwinning zijn generaal in de steek liet. Octavianus nam dat leger over en stuurde het Derde Legioen naar Tunesië. En daar is het gebleven.

Inscriptie voor Gavius Macer van III Augusta (Lepcis Magna)

Het is niet helemaal duidelijk waar het legioen zich aanvankelijk bevond. Het gebied, dat Africa Proconsularis heette, was vrij rustig en misschien zette Octavianus de soldaten in bij de herbouw van Karthago. Dan zal de eerste basis wel in de buurt van die stad zijn geweest, maar bewijs ontbreekt. In elk geval documenteert een inscriptie uit 14 na Chr. soldaten die een weg aanleggen van Tacape (Gabès in zuidelijk Tunesië) naar hun basis. Die bevond zich wellicht in Theveste, vanuit Tunesië bezien nét over de grens met Algerije.

Tacfarinas

III Augusta bewaakte de 3000 kilometer lange grens van de Atlantische Oceaan tot en met Tripolitana. Dus Marokko, Algerije, Tunesië en half Libië. Hoewel dit een doorgaans rustig deel was van het Romeinse Rijk, kreeg III Augusta het hard te verduren in de jaren 17-24, toen het de strijd moest aanbinden tegen Tacfarinas, die een anti-Romeinse coalitie had gevormd uit Numidische en Mauretaanse stammen. Misschien vormde deze oorlog de aanleiding tot de overplaatsing van het legioen naar Ammaedara, het huidige Haïdra.

III Augusta, gecommandeerd door de gouverneur van Afrika, Marcus Furius Camillus, wist Tacfarinas in 17 in een geregelde veldslag te verslaan, maar deze begon een guerrilla: het soort oorlog waar de Romeinen het minst van begrepen. In 18 versloeg hij zo een onderafdeling van III Augusta. De nieuwe commandant, Lucius Apronius, strafte de legioensoldaten met decimatie, d.w.z. het doden van elke tiende soldaat. In 21 kreeg het Derde versterking van VIIII Hispana, maar de oorlog duurde nog voort. In 24 wist gouverneur Junius Blaesus de rebel te verslaan en mocht het Negende weer vertrekken, maar Tacfarinas keerde onmiddellijk terug. III Augusta was nu echter in staat hem te isoleren en tot zelfmoord te drijven.

Stempel van III Augusta (Annaba)

Senatorieel legioen

In deze tijd was het Derde het enige legioen dat onder bevel stond van een senator, namelijk de proconsul (gouverneur) van Africa Proconsularis. Eén van hen zou Velleius Paterculus geweest kunnen zijn, de auteur van een korte Romeinse Geschiedenis. Dit feitje is gebaseerd op de interpretatie van een inscriptie die echter ook anders te lezen is. Onmogelijk is het echter niet.

Keizer Caligula (r.37-41) vond het riskant om een ​​legioen in handen te laten van een senator, die immers voldoende waardigheid bezat om een gooi naar het keizerschap te doe. Hij koos ervoor zelf de commandant van III Augusta aan te wijzen – het was niet langer een senatorieel ambt. Caligula’s opvolgers Claudius en Nero zetten dit beleid doorgaans voort.

Het Vierkeizerjaar

Tijdens de verwarde laatste jaren van Nero kwam Lucius Clodius Macer in opstand tegen de tirannieke despoot. Hij formeerde in 68 een ander legioen, I Macriana Liberatrix, en steunde Sulpicius Galba, die vanuit Spanje naar Italië kwam en het keizerschap bekleedde. De nieuwe heerser wantrouwde Macer echter en beval een officier genaamd Trebonius Garutianus om de commandant van de twee legioenen te doden.

In januari 69 verloor Galba de controle over de situatie. Hij werd gedood en er brak een burgeroorlog uit tussen Otho en Vitellius, een voormalige gouverneur van Africa die inmiddels aan het hoofd stond van het Rijnleger. III Augusta koos de zijde van Vitellius, maar mengde zich niet in de strijd. Uiteindelijk wist weer een andere pretendent, Vespasianus, de macht te grijpen en een dynastie te stichten. Deze keizer was ook verantwoordelijk voor de overplaatsing van het legioen van Ammaedara terug naar Theveste (75).

Zes jaar later volgde een nieuwe overplaatsing, nu naar Lambaesis in Numidië. Veteranen vestigden zich in de omgeving: in Djemila (Cuicul), Sétif (Setifis) en Timgad (Thammugadi). De Romeinen ontgonnen en koloniseerden de Algerijnse Hautes Plaines werden in hoog tempo.

[Wordt vervolgd.]

#africaProconsularis #algerije #ammaedara #aulusHirtius #caligula #claudius #decimatie #djemila #gabes #gaiusVibiusPansa #galba #haidra #iMacrianaLiberatrix #iiiAugusta #juliusCaesar #juniusBlaesus #lambaesis #legioen #luciusApronius #luciusClodiusMacer #marcusAemiliusLepidus #marcusAntonius #marcusFuriusCamillusAfricanus #marcusVelleiusPaterculus #mauretanie #nero #numidie #otho #romeinsLeger #setif #sextusPompeius #slagBijFilippoi #tacape #tacfarinas #theveste #timgad #treboniusGarutianus #tunesie #vespasianus #vierkeizerjaar #viiiiHispana #vitellius