De begrafenis van Julius Caesar (1)

Marcus Antonius (Koninklijke bibliotheek van België, Brussel)

De reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden” nadert haar einde. Vandaag 2069 jaar geleden deed Caesar immers niets meer want hij was dood. De moordenaars hadden zich verscholen op het Capitool en hadden het initiatief gelaten aan de consul, Marcus Antonius, die een compromis had voorgesteld: amnestie voor de daders indien ze ermee akkoord gingen dat Caesars maatregelen van kracht blijven.

Daarmee waren de moordenaars akkoord gegaan – en zo verspeelden ze hun voornaamste troef: dat ze hadden gestreden voor de principes van de rechtsstaat. Marcus Junius Brutus had zijn best gedaan het doden van de dictator te presenteren als de executie van een crimineel en had de andere samenzweerders ervan overtuigd dat ze niet ook Marcus Antonius moesten doden. Dan zouden ze zich immers verlagen tot het principeloze niveau van de machtspolitiek. Door in te stemmen met het compromis, deden de moordenaars dat evengoed. Met wat goede wil kunnen we de Tweede Burgeroorlog nog interpreteren als een opstand van één man tegen het legitiem gezag, maar vanaf nu was het factie tegen factie. De Romeinse Republiek was in Munda strijdend ten onder gegaan, op 18 maart was ook de politieke fictie gestorven.

Voorbereidingen

Wat resteerde, was een reeks burgeroorlogen en het startschot viel op 20 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden. De aanhangers van Caesar begroeven hun generaal. Moordenaar Gaius Cassius Longinus herkende het probleem en probeerde nog te verhinderen dat Marcus Antonius de uitvaart zou leiden,noot Ploutarchos, Brutus 20. maar Brutus meende dat Caesars familie in haar recht stond toen ze de consul verzocht om de grafrede uit te spreken. Marcus Antonius zou dus spreken en daarmee was de uitvaart een politieke demonstratie.

Het oudst overgeleverde verslag van de begrafenis van Julius Caesar is dat van zijn biograaf Suetonius. Het volgende moet zijn gebeurd op 18 of op zijn laatst 19 maart. Op het Marsveld, buiten de stad …

… was een brandstapel opgericht en voor het Spreekgestoelte [op het Forum Romanum] plaatste men een verguld model van de tempel van Venus Genetrix. Daarbinnen werd een ivoren praalbed opgesteld, bekleed met goudbrokaat en purper, met aan het hoofdeinde een standaard met het gewaad waarin hij was vermoord. Omdat men wel inzag dat voor de stoet van mensen die geschenken wilden aanbieden één dag niet toereikend zou zijn, werd hun opdracht gegeven de stoet te ontbinden en de geschenken langs een zelfgekozen route naar het Marsveld te brengen.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Appianus beschrijft de stemming in de ochtend van 20 maart, toen Caesars

schoonvader Lucius Calpurnius Piso het lichaam naar het Forum bracht. Er verzamelde zich een zeer omvangrijke, bewapende menigte om hem te beschermen, en onder luide kreten werd het lichaam met veel pracht en praal op het spreekgestoelte opgebaard. Zeer lang klonken jammerklachten en klaagzangen, waarbij degenen die gewapend waren op hun schild sloegen, en langzamerhand kregen ze spijt van de amnestie.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.143; vert. John van Nagelkerken.

De uitvaart van Julius Caesar

De plechtigheid begon. Suetonius vertelt:

Tijdens de lijkspelen werden enkele verzen gedeclameerd, waarmee men beoogde medelijden met Caesar te wekken en haat jegens zijn moordenaars: uit Pacuvius’ Wapengericht de regel “Heb ik hen dan gered, opdat zij mij verdierven?” en enkele passages van gelijke strekking uit de Electra van Atilius.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Degenen die de declamaties deden, stonden niet op het Sprekersplatform, waar immers het lichaam lag opgebaard in een verguld model van de tempel van Venus Genetrix. Vrijwel zeker stonden de voordrachtskunstenaars met de rug naar het huis van de hogepriester, waar Caesar en Calpurnia woonden, ter hoogte van de tempel van Castor en Pollux. Toen de poëziedeclamatie was afgerond, nam Marcus Antonius het woord.

[Wordt om 10:00  vervolgd]

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #Calpurnia #GaiusAcilius #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusPiso #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #MarcusPacuvius #Ploutarchos #slagBijMunda #Suetonius #VenusGenetrix

Caesars erfgenaam: Octavianus

Een jonge Octavianus (Metropolitan Museum of Art, New York)

Ik schreef eerder dat we weinig wisten over Caesars echtgenote Calpurnia, die na de moordaanslag vrij snel uit beeld verdwijnt. Ze nam het lichaam van haar man nog in ontvangst en droeg diens archief over aan Marcus Antonius. Meer vernemen we niet.

Heel misschien hebben we echter een indirecte aanwijzing. Suetonius vertelt namelijk dat het testament van Julius Caesar op verzoek van diens schoonvader Lucius Calpurnius Piso werd geopend en voorgelezen in het huis van Marcus Antonius. Dat is wonderlijk, want zoiets intiems als het afhandelen van iemands laatste wil deed je liever in huiselijke kring. Bovendien woonde Caesar, als hogepriester, naast de tempel van de Vestaalse Maagden, die de akte hadden bewaard. Het zou veel logischer zijn geweest het testament bij Calpurnia thuis te openen, maar haar vader besloot anders. Het is denkbaar dat hij zijn dochter in de luwte wilde houden omdat zij, zoals je verwachten zou, compleet van de kaart was. Die vaderlijke liefde en die echtelijke genegenheid zijn ontroerende details in een geschiedverhaal waarin voor ontroering weinig plek is.

De aanwezigen verbraken de zegels van het testament op 18 maart 44 v.Chr., drie dagen nadat Caesar was vermoord, vandaag 2069 jaar geleden. Het was de dag waarop hij had zullen vertrekken naar de al een half jaar voorbereide oorlog tegen de Parthen. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio vertelt:

Vervolgens werd Caesars testament voorgelezen en zo kwam het volk te weten dat hij Octavianus als zoon had geadopteerd en Marcus Antonius, samen met Decimus Junius Brutus en enkele andere samenzweerders, tot voogd over hem had aangesteld, en tevens tot zijn erfgenamen had benoemd voor het geval Octavianus de erfenis niet zou kunnen aanvaarden. Verder bleek dat Caesar niet alleen iets had nagelaten aan een aantal privépersonen, maar dat hij ook zijn park aan de Tiber aan de stad had vermaakt. Toen bovendien bekend werd dat elke burger, volgens Octavianus’ memoires, 120 sestertiën kreeg, 300 volgens andere bronnen, leidde dit tot opstootjes.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.35; vert. Gé de Vries.

Het “park aan de Tiber” was de villa waar Kleopatra op dat moment woonde. Ze zal nog wel even in het complex hebben verbleven. Je zet niet zomaar een koningin uit haar paleis, ook als je het zojuist blijkt te hebben geërfd, ook als je de stad Rome bent. Ergens in april of mei, toen het vaarseizoen gunstig was, zal Kleopatra echter naar Alexandrië zijn teruggekeerd. In Rome had zij niets meer te zoeken nu haar beschermheer was overleden. Trouwens, haar zoon Caesarion was in die stad zijn leven niet zeker.

Interessanter dan een Egyptische koningin, die voor de Romeinse politici alweer nieuws-van-gisteren was, was de geadopteerde zoon van Julius Caesar. We kwamen hem vorig jaar al tegen tijdens Caesars Spaanse campagne. Octavianus heette eigenlijk Octavius maar heette voortaan, door adoptie, Gaius Julius Caesar. Een naam met magie, die er al snel voor zou zorgen dat hij de beschikking kreeg over een eigen leger, bestaand uit veteranen van Caesar Senior. Ik heb al vaker verteld dat Caesar Junior ofwel Octavianus ofwel keizer Augustus zichzelf nooit, geen dag zelfs, heeft aangeduid als “Gaius Julius Caesar Octavianus” ofwel “de Gaius Julius Caesar uit de familie Octavius”.

Dat gezegd zijnde: de jongeman, die in maart 44 v.Chr. nog in Apollonia (in het huidige Albanië) was bij het leger dat Julius Caesar vooruit had gestuurd voor de campagne tegen de Daciërs en de Parthen, had een grootse toekomst. Maar voor het moment was hij – althans voor Marcus Antonius – een quantité négligeable.

[Wordt overmorgen vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #ApolloniaBijEpidamnos #Calpurnia #CassiusDio #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCalpurniusPiso #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Octavianus #PtolemaiosXVCaesarion #Suetonius #VestaalseMaagden

De nacht na de moord op Julius Caesar

Lepidus, de adjudant van Julius Caesar (British Museum, Londen)

Het was de nacht van 15 op 16 maart 44 v.Chr., nu 2069 jaar geleden, en de situatie in Rome was nog steeds verward. De moordenaars van Julius Caesar hadden zich teruggetrokken op het Capitool, beschermd door een schare gladiatoren. Ze hadden op straat toejuichingen gehoord en verkeerden in de veronderstelling dat velen sympathie voor hen voelden. Dat ze met steekpenningen links en rechts extra steunbetuigingen hadden gekocht, zal hen zelf niet van de wijs hebben gebracht, maar sommige senatoren hadden dat niet door. Cassius Dio vertelt:

Diezelfde avond voegden zich nog meer prominenten bij hen. Zij hadden dan wel niet aan het complot deelgenomen maar wilden toch ook hun aandeel hebben in de te verwachten roem (én de verder te behalen voordelen), want ze hadden gezien hoe de samenzweerders werden toegejuicht. Het liep echter heel anders af dan ze verwacht hadden (en dat was hun verdiende loon): ze konden geen prestige ontlenen aan de aanslag omdat ze er op geen enkele manier aan hadden meegewerkt, maar ze liepen wél hetzelfde risico als de samenzweerders, alsof ze er persoonlijk aan hadden deelgenomen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21; vert. Gé de Vries.

Een enkele magistraat deed afstand van zijn waardigheid, omdat een dictator die aan hem had verleend. Een zo iemand was Lucius Cornelius Cinna, die demonstratief zijn ambtsgewaad uittrok en een scheldredevoering hield op Julius Caesar, die toch zijn weldoener was geweest. Zijn broer zou enkele dagen later de rekening gepresenteerd krijgen.

De consuls in actie

Op dat moment verscheen ook Publius Cornelius Dolabella, een jongeman uit een roemrijke familie, die door Caesar zelf was uitgekozen om de rest van het jaar consul te zijn zodra Caesar zelf uit de stad zou zijn vertrokken. Hij had de consulaire ambtskleding aangetrokken en zich bekleed met de andere onderscheidingstekenen van het ambt en was nu de tweede die de man beschimpte die hem dat alles geschonken had. Hij deed alsof hij behoorde tot degenen die tegen Caesar gecomplotteerd hadden en helaas alleen niet aan de actie had kunnen deelnemen (volgens sommigen heeft hij zelfs voorgesteld die dag uit te roepen tot de geboortedag van de staat).noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.122; vert. John Nagelkerken.

Marcus Antonius, de enige echte consul, had – zoals we zagen – die middag Gaius Cassius Longinus uitgenodigd voor een diner, terwijl Caesars adjudant Marcus Aemilius Lepidus het avondmaal zou nuttigen met Marcus Junius Brutus. Het wantrouwen was groot en de twee aanhangers van Julius Caesar hadden hun kinderen als gijzelaars naar het Capitool moeten sturen. De gesprekken verliepen in een ijzige sfeer.

En tijdens een gezamenlijk diner waarbij ze, zoals te verwachten valt bij zo’n gelegenheid, allerlei onderwerpen bespraken, vroeg Antonius aan Cassius: “Heb je zelfs op dit moment misschien een dolk onder je kleren?”

Cassius antwoordde: “Ja, en een hele grote ook, voor het geval jij je als tiran gaat gedragen!”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.34; vert. Gé de Vries.

De verdeelde stad

Ook elders in de stad heerste een gespannen sfeer. De kolonisten waarvan in onderstaand fragment sprake is, zijn veteranen uit het leger van Julius Caesar, aan wie land was toegezegd en die, nu de grote man dood was, bang waren dat ze hun pensioen mis liepen. Appianus schetst de sfeer.

Marcus Antonius gaf de magistraten opdracht de stad ’s nachts te laten bewaken door met vaste tussenruimtes bewakers te stationeren, zoals overdag; en overal in de stad brandden vuren, waardoor de vrienden van de moordenaars de hele nacht door zich naar de huizen van de senatoren konden reppen om hen aan te sporen zich te bekommeren om zichzelf en om het staatsbestel van hun voorouders. Maar ook de leiders van de kolonisten aan wie land was toegezegd gingen rond om dreigementen uit te spreken als men hun het voor hen beschikbare land, dat al was toegezegd of beloofd, niet garandeerde. Nu kregen ook de eerzamere burgers weer moed, omdat ze merkten dat de moordenaars maar een kleine groep vormden.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.125; vert. John Nagelkerken.

Zo verstreek de nacht. Onrustig, maar het kwam in elk geval niet tot geweldsuitbarstingen. Dat was mede doordat Lepidus de manschappen waarmee hij op 15 maart was uitgemarcheerd, rechtsomkeert had laten maken. Midden in de nacht bereikten ze Rome en maakten bivak op het Forum Romanum. Feitelijk was Rome nu een bezette stad – niet alleen de facto, maar ook de iure. Lepidus had namelijk geen mandaat. Hij was de adjudant geweest van de dictator, maar op het moment waarop Julius Caesar was vermoord, was dat mandaat ten einde gekomen. Maar Lepidus’ mannen gehoorzaamden hem – en dat was op dit moment het enige dat telde.

Calpurnia

Nog een laatste detail.

In diezelfde nacht werd ook het geld van Julius Caesar en zijn ambtsarchief overgebracht naar Antonius, omdat de vrouw van Caesar die vanuit het op dat moment onveilige huis over liet brengen naar het veiligere huis van Antonius, mogelijk omdat Antonius dat had opgedragen.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.125; vert. John Nagelkerken.

Suetonius zegt dat het gebeurde op verzoek van Calpurnia’s vader, Lucius Calpurnius Piso.noot Suetonius, Caesar 83. Wellicht wilde hij zijn dochter in de luwte houden. In elk geval nemen we op dit punt afscheid van Calpurnia.

[Morgenochtend meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #Calpurnia #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #PubliusCorneliusDolabella #Suetonius

Na de moord op Julius Caesar (1): familie

Portret van een Romeinse dame; Calpurnia zal zo’n kapsel hebben gehad (Museo Nazionale, Rome)

Het was 15 maart 44 v.Chr., Julius Caesar was dood en Marcus Antonius was de enige overlevende consul. En u wil weten wat Marcus Antonius vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was.

Dat was niet verheffend. Hij had zich door Gaius Trebonius aan de praat laten houden bij de ingang tot de zuilengalerij bij de Senaatszaal en was er dus niet bij geweest toen de samenzweerders Julius Caesar daar hadden doorgestoken. Omdat het niet onredelijk was aan te nemen dat hij zelf het volgende slachtoffer zou zijn, trok hij – althans volgens Ploutarchos – slavenkleding aan en verstopte hij zich.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14.

Paniek

Ondertussen heerste even verderop, in de Senaatszaal, enorme paniek. Ploutarchos vertelt verder:

Brutus trad naar voren om iets over de daad te zeggen, maar de senatoren hielden het niet langer uit. Ze snelden door de deur naar buiten en door hun vlucht sloeg bij het volk verwarring en radeloze angst toe. De mensen sloten hun huizen of lieten hun geldtafels en zaken in de steek. Ze renden naar de plaats des onheils om te zien wat er gebeurd was of juist weg daarvandaan, nadat ze het gezien hadden.noot Ploutarchos, Caesar 67; vert. Hetty van Rooijen.

Nikolaos van Damascus beschrijft de geruchtenstroom die, zoals te verwachten was, op dat moment losbarstte

Sommigen zeiden dat de gladiatoren bezig waren de Senaat af te slachten, anderen dat Caesar was vermoord en dat zijn manschappen waren begonnen met het plunderen van de stad. Sommigen hadden de ene indruk, anderen de andere. Niets was duidelijk, want er was een onophoudelijk tumult.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 93.

Het lichaam van Julius Caesar

Enorme chaos dus, daar in de Senaatszaal. Die na enkele minuten natuurlijk helemaal leeg was. Nikolaos van Damascus vertelt wat er gebeurde:

Het lichaam van Caesar lag precies waar het gevallen was, schandelijk bevlekt met bloed – een man die westwaarts was opgerukt tot aan Britannia en de Oceaan, en die van plan was oostwaarts op te rukken tegen de rijken van de Parthen en de Indiërs, opdat, als ook zij waren onderworpen, één rijk zou bestaan van alle land en alle zee onder het gezag van één enkele heerser. Daar lag hij echter. Niemand durfde te blijven om het lichaam te verwijderen. De vrienden die aanwezig waren geweest, waren op de vlucht geslagen, degenen die niet aanwezig waren geweest verborgen zich nu in hun huizen, of veranderden hun kleding en vluchtten naar het platteland.

Afgezien van Calvisius Sabinus en Censorinus was niet een van zijn vele vrienden bij hem – niet toen hij werd afgeslacht en niet daarna. En ook die twee moesten, hoewel ze zich verweerden toen Brutus en Cassius en hun volgelingen de aanval inzetten, vluchten voor de overmacht van tegenstanders. Alle anderen zorgden vooral voor zichzelf.

Even later legden drie slaven het lichaam in een draagstoel. Ze droegen het naar het Forum naar zijn huis. Omdat aan beide kanten de kap van de draagstoel naar achteren was gevallen, waren de slap afhangende handen en de wonden in het gezicht zichtbaar. Niemand kon bij het zien van de man die de laatste tijd als een soort god vereerd was geweest, de tranen nog bedwingen. Luid geween en geweeklaag vergezelde de slaven van alle kanten. Er stonden rouwenden op de daken, in de straten en in de portalen.

Toen ze Caesars huis naderden, hoorde ze nog luider gejammer, want zijn echtgenote Calpurnia snelde met enkele vrouwen en bedienden naar buiten, riep haar man aan en betreurde het ongeluk. Ze had hem tevergeefs aangeraden die dag niet uit te gaan en hem was een veel erger lot beschoren geweest dan ze ooit had verwacht.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 95-96.

Lijkbezorging

De drie slaven namen ook zijn papieren mee, en vonden de waarschuwing die Artemidoros van Knidos Caesar nog in de hand had gedrukt.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116. Eenmaal thuis zal men het lichaam hebben gewassen en door een arts laten onderzoeken. Ook werd een lijkmasker gemaakt.

Onder al die wonden werd er slechts één gevonden die naar het oordeel van de arts Antistius dodelijk was, de tweede, die hem was toegebracht in de borst.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Tot zover de gebeurtenissen van die middag, voor zover ze Caesars familie betreffen. Maar de moordenaars hadden ook nog dingen te doen. Daarover blog ik om 14:00.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Antistius #ArtemidorosVanKnidos #Calpurnia #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos

De moord op Julius Caesar (4): vertrek

Caesar droomde van een dexiosis, zoals deze van Mithridates I van Kommagene en Herakles (Arsameia)

Zoals ik al verschillende keren heb aangegeven, wist Julius Caesar van de samenzweringen die tegen hem waren beraamd. Hij had geprobeerd ze te pareren door te laten weten dat hij ervan op de hoogte was en door de mensen eraan te herinneren dat als hij dood zou zijn, de hel opnieuw zou losbarsten. En toch lijkt hij op de vroege ochtend van 15 maart 44 v.Chr. te hebben geaarzeld.

Dromen

Diverse bronnen vertellen dat Caesar en zijn echtgenote nare dromen hadden gehad. Hier is wat Caesars biograaf Suetonius vertelt:

In de laatste nacht voor de dag van de moord droomde Caesar eerst dat hij zweefde boven de wolken en daarna dat hij Jupiter de hand schudde. Zijn vrouw Calpurnia zag in een droom hoe de gevel van hun huis instortte en hoe haar echtgenoot in haar arm en doorstoken werd. En plotseling gingen de deuren van het slaapvertrek vanzelf open.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

Dit moeten wel verzinsels achteraf zijn. Caesars droom, waarin we het artistieke motief herkennen van de dexiosis, de hierboven afgebeelde handdruk, komt te precies overeen met zijn latere vergoddelijking. Wat Calpurnia droomde, past ook iets te netjes bij de latere gebeurtenissen. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt nog een andere, al even ongeloofwaardige droom:

Aan Caesars huis was bij Senaatsbesluit als sieraad en ereteken een gevelornament bevestigd … Calpurnia droomde dat ze dit in stukken zag vallen en dat ze daarom jammerde en huilde. In elk geval vroeg ze Caesar, toen het dag was geworden, om als het mogelijk was niet uit te gaan, maar de Senaatsvergadering uit te stellen of, als hij zich niets wilde aantrekken van haar dromen, door andere vormen van zienerskunst en offers de toekomst te onderzoeken. Ook Caesar zelf koesterde, naar het schijnt, een zekere argwaan en angst. Want hij had bij Calpurnia nooit eerder de bijgelovige angst waargenomen die vrouwen eigen is, maar hij zag dat zij daar nu hevig aan leed.noot Geciteerd door Ploutarchos, Caesar 63; vert. Hetty van Rooijen.

Nog meer voortekens

Vermoedelijk iets serieuzer is de in verschillende bronnen genoemde voorspelling van Spurinna:

De ingewandschouwer Spurinna waarschuwde hem, toen hij een offer bracht, op zijn hoede te zijn voor een gevaar dat niet langer dan tot de iden van maart zou wachten.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

Ingewandschouw gold als serieuze, officiële vorm van futurologie en de zieners hadden politieke netwerken. Niet de lever van een offerdier, maar Spurinna’s kennis van de situatie zal hem tot zijn waarschuwing hebben gebracht. Kortom, Caesar was een gewaarschuwd man. En hij handelde ernaar. Hij liet de Senaat weten dat hij niet goed in orde was – wat men een diplomatiek verkoudheidje noemt. Zijn mede-consul Marcus Antonius zou de honneurs waarnemen en de vergadering voorzitten.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.115.

Ten slotte ging hij toch omstreeks het vijfde uur [rond 11:00] op weg, omdat Decimus Brutus er bij hem op aandrong de talrijke senatoren, die al geruime tijd wachtten, niet teleur te stellen.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst; vgl. Appianus, Burgeroorlogen 2.115.

Decimus Junius Brutus was een van Caesars persoonlijke vrienden. Toen Caesar zijn testament maakte, stond Decimus bij de erfgenamen.

Waarschuwingen

Per draagstoelnoot Appianus, Burgeroorlogen 2.115. ging Caesar nu naar het Senaatsgebouw van Pompeius. Het was, als we aannemen dat Caesar vertrok van zijn ambtswoning als hogepriester op het Forum Romanum, een tochtje van een klein half uur.

In het voorbijgaan overhandigde iemand hem een schrijven waarin de aanslag werd verraden, maar hij legde het bij de andere stukken die hij in de linkerhand hield, om het later te lezen.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

We weten dat deze man Artemidoros van Knidos heette en een Griekse geleerde was.noot Ploutarchos, Caesar 65. Dat was niet de enige waarschuwing. Appianus kent nog een ander verhaal.

Caesar was al in de draagstoel onderweg naar de Senaat, toen een van zijn eigen mensen, die op de hoogte was gesteld van de aanslag, naar zijn huis rende om hem te vertellen wat hij te weten was gekomen. Toen hij daar Calpurnia tegenkwam, vertelde hij haar alleen dat hij Caesar wilde spreken over dringende aangelegenheden en bleef hij wachten tot Caesar terugkwam van de Senaat; hij was niet tot in details bekend met wat er gaande was.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116; vert. John Nagelkerken.

We zullen hierna nog twee keer horen over Caesars echtgenote: namelijk hoe ze het stoffelijk overschot in ontvangst nam en Caesars archief afstond. We zouden graag méér weten van haar gevoelens en wederwaardigheden. Ze was pas achtendertig. Ik neem aan dat haar vader Lucius Calpurnius Piso, die de komende dagen een cruciale rol zou spelen, voor bescherming gezorgd zal hebben. In de volgende jaren was Italië in handen van de aanhangers van Julius Caesar; ik neem aan dat ook die ervoor hebben gezorgd dat de echtgenote van hun god in leven bleef. Maar dit alles blijft speculatie. Calpurnia’s verdere leven blijft onbekend, ja zelfs het weinige dat we wél weten over haar leven – zoals haar droom in de nacht van 14 op 15 maart – riekt naar fictie.

Over een half uur meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #ArtemidorosVanKnidos #Calpurnia #DecimusJuniusBrutus #dexiosis #droom #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusPiso #Spurinna #Suetonius #TitusLivius