Witte Donderdag

Een vroegchristelijke muurschildering van een avondmaalscène (Callixtus-catacomben, Rome; late tweede eeuw)

Het is vandaag Witte Donderdag. Veel christenen herdenken vanavond het Laatste Avondmaal, morgen de executie van Jezus van Nazaret en zondag de opstanding. Wat daarvan de historische waarheid ook zij, het is na twee millennia nog altijd de meest-herdachte gebeurtenis uit de Oudheid en misschien wel uit de hele geschiedenis.

Het is daarom mijn gewoonte erover te bloggen maar de waarheid gebiedt te zeggen dat ik een beetje door mijn stof heen ben, al hoop ik zondag nog even iets over de Grafbasiliek te vertellen, waar de laatste jaren onderzoek is gedaan. U hoeft overigens niet te verwachten dat de resultaten van dat onderzoek nieuw licht op de gebeurtenissen zullen werpen.

Historische Jezus

Ik link vandaag naar wat ouder materiaal. Eerst maar even iets over wat we weten over de historische Jezus: u leest dat hier. Verder behandel ik wat misverstanden daar.

Jezus’ boodschap was dat God persoonlijk de wereld zou komen besturen. In de wereld die zou komen zouden de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten. Zoals te verwachten zaten de eersten niet op die boodschap te wachten: vandaar dat hogepriester Kajafas Jezus verhoorde en gouverneur Pilatus hem richting kruis stuurde. Of Jezus door Judas werd verraden, daarover valt meer te zeggen en dat doet Cor Hoogerwerf hier. (Hij schreef ook over enkele vertaalkwesties.)

U leest daar iets meer over Jezus’ utopie, daar iets over zijn halachische opvattingen, daar iets meer over zijn titel van gezalfde en daar iets over de problemen die hij onvermijdelijk kreeg met de autoriteiten na de tempelreiniging. Die vormden de aanleiding tot de gebeurtenissen op de laatste vrijdag van Jezus’ leven. Over de martelgang van Pilatus’ paleis naar de plek van Jezus’ executie schreef ik hier. Over de eigenlijke executie schreef ik daar. De graflegging was het onderwerp van dit stukje.

Betekenis

Valt er iets te zeggen over de betekenis van de gebeurtenissen? Voor gelovigen is er een heilshistorische interpretatie, waar een historicus professioneel niets mee kan en waartegen hij dus ook geen bezwaar heeft. De historicus kan wel kijken naar de evangeliën als getuigenis van gewone mensen – vissers, timmerlieden, bedienden en randfiguren – waarover antieke bronnen meestal zwijgen.

Ook valt iets te zeggen over iemand die trouw was aan zijn utopie tot het bittere einde. In een podcast die ik vorig jaar maakte met Max J. Molovich, de TV-correspondent van Sargasso, ging ik daarop in. De reeks podcasts heeft de gouden titel “Succes is voor losers”, heeft vaak een absurdistische inslag maar stond een serieus gesprek niet in de weg. U beluistert het hier en ik schrik zelf altijd weer van mijn eigen stem. Ik ben blij dat Molovich mijn aarzelende formuleringen niet heeft weggeretoucheerd, want over het verleden kunnen we alleen aarzelend spreken.

Kwakgeschiedenis

Dan is er rond Jezus altijd wat kwakgeschiedenis, zoals het boek van Reza Aslan, dat zoveel onzin bevat dat het hier niet valt samen te vatten, zodat ik u maar doorverwijs. Er zal de komende dagen wel iemand leuteren over de Lijkwade van Turijn en die slaat u met dit stukje om de oren. Voor een boek over de historische en dus joodse en dus halachische Jezus waarin de joodse religieuze bronnen door afwezigheid schitteren, kunt u hier terecht. O ja, Jezus was hemafrodiet want we hebben geen aanwijzingen voor het tegendeel.

Tot slot de these van Colin Humphreys dat de evangeliën teveel gebeurtenissen vermelden tussen het Laatste Avondmaal en de Kruisiging om in één etmaal te passen en dat de chronologie dus niet klopt. Jezus zou een andere kalender hebben gebruikt dan de tempelautoriteiten en Witte Donderdag zou op woensdag vallen. Ik leg hier uit wat eraan schort: Humphreys herhaalt daarmee wat Annie Jaubert al eerder beweerd. Er was een tijd dat kwakgeschiedenis in elk geval origineel was maar dat is ook niet meer zo.

#GoedeVrijdag #historischeJezus #JezusVanNazaret #LaatsteAvondmaal #MaxJMolovich #Pasen #WitteDonderdag

Het pro-actieve Paasstukje

De kruisiging van de historische Jezus was gruwelijker dan op deze middeleeuwse afbeelding (Keulen, St. Maria im Kapitol).

Binnenkort is het Pasen, journalisten willen daar dan iets mee doen en zoeken iets nieuws. Daar is niets mis mee, maar er zit kaf tussen het koren; zie onderaan deze pagina voor een overzicht van enkele paashoaxes. Wetenschappers staan er bovendien niet boven om journalisten voor hun karretje te spannen: toen Harvard door het stof moest voor een wetenschapsfraude, bracht de universiteit kort voor Pasen een misleidend persbericht naar buiten. Op deze pagina heb ik wat populaire misverstanden op een rijtje gezet.

1 Judea was politiek onrustig

Populair gemaakt door Jesus Christ Superstar en later Fik Meijer. Gebaseerd op kritiekloos gebruik van de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die een nogal aparte visie had op de aanloop naar de grote oorlog tussen Joden en Romeinen van 66-70. Volgens hem was de oorzaak gelegen in een “vierde filosofie” die “aan het Jodendom vreemd” was, waarmee hij de Sicariërs bedoelde. Deze streed aan het begin van de jaartelling tegen de Romeinen en speelde zestig jaar later opnieuw een kleine rol. Josephus claimt continuïteit en om die te bewijzen noemt hij allerlei opstandelingen, maar die dateren uit de tijd tussen 36 en 66. Over de daaraan voorafgaande periode, waarin Jezus leefde, weet hij domweg geen rebellen te noemen. Die continue onrust in Judea bewijst hij dus niet. De wetenschappelijke consensus komt overeen met de inschatting van de Romeinse schrijver Tacitus, die de situatie typeert met één woord: quies.

2 De historische Jezus was een zeloot

In Nederland verdedigd door Charles Vergeer en internationaal door Reza Aslan. Met “zeloot” bedoelen ze: iemand die met georganiseerd geweld tegen de Romeinen streed. Probleem is dat het woord gewoon “fanatiekeling” betekent en niet per se duidt op geweld. Er zijn wel gewelddadige eenlingen bekend – tijdens de Makkabeeënopstand bijvoorbeeld – maar als georganiseerde beweging zijn de zeloten niet bekend vóór de oorlog tegen de Romeinen, die uitbrak in 66 na Chr. Dat Jezus een Simon de Zeloot als leerling had, wil alleen zeggen dat de man fanatiek was.

3 De historische Jezus was als een lammetje zo vredelievend

Kleinchristelijke kitsch. Iemand die zijn tegenstanders toevoegt dat hun moeders seks hadden met een slang is geen koorknaap. Jezus’ boodschap was niet vredelievend: het naderende oordeel zou het begin zijn van een door God zelf geregeerde wereld waarin de rijken werden bestraft. De laatsten zouden de eersten zijn en de eersten de laatsten. De toenmalige autoriteiten apprecieerden dat niet en dat kostte Jezus het leven.

4 Judas heeft Jezus niet verraden

Ooit naar voren gebracht door een groep onderzoekers die bekendstaat als het Jesus Seminar. De simpele waarheid is dat de evangeliën en de Handelingen zeggen van wel en dat we niet méér informatie hebben. Als deze informatie onwaar is, gaat ze terug op een gerucht dat al snel na Jezus’ dood de ronde deed, want niet alleen is het in diverse onderling onafhankelijke bronnen te vinden, ook het criterium van de gêne is van toepassing. Dat Jezus is verraden door iemand uit eigen kring, was iets dat niet viel weg te moffelen.

Overigens heeft Judas Jezus niet zozeer verraden als wel uitgeleverd, wat wezenlijk anders is. Meer daarover hier.

5 De Joden hebben Christus gedood

Antisemitische gouwe ouwe. Als Jezus een Joodse wet had overtreden, zou hij zijn gegeseld of misschien gestenigd. (Het “misschien” is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de Tempelautoriteiten de doodstraf mochten opleggen, wat weer afhankelijk is van de vraag of Judaea een provincie was, wat weer een antwoord veronderstelt op de vraag wat het Latijnse provincia in de vroege eerste eeuw betekende.) Jezus is veroordeeld door de Romeinse prefect Pontius Pilatus op grond van een Romeins vergrijp: Jezus zou hebben geclaimd koning van de Joden te zijn – het opschrift op het kruis.

6 Pontius Pilatus was procurator

Broodje aap van Karel Deurloo en Nico ter Linden, die dachten dat Tacitus het beter wist dan Pilatus zelf. Tja.

7 Jezus stierf niet aan het kruis

Gaat terug op de gnosis, is overgenomen in de Koran en wordt nu nog verdedigd door mensen die aannemen dat een kruisiging in z’n werk ging zoals op moderne afbeeldingen. Misschien houd je dat inderdaad een paar uur vol, zoals de mensen die zich op de Filipijnen aan het kruis laten slaan. De in onze tijd gangbare afbeeldingen van een kruisiging gaan echter terug op een middeleeuwse traditie – zie het plaatje hierboven – en hebben weinig van doen met wat de Romeinen deden.

Ik ga u de details niet uitleggen om redenen die ik al eens heb toegelicht. Voor geweldsporno kunt u terecht bij Tom Holland. Neem van mij aan: een executie door middel van kruisiging was smeriger en gruwelijker dan de middeleeuwers zich konden voorstellen. En je overleefde het echt niet.

8 De “leerling die Jezus liefhad” was wel/niet Johannes

Zie Dan Brown c.s. De genoemde leerling, een ooggetuige bij de kruisiging en de auteur van het vierde evangelie, lijkt bekend te zijn geweest aan de lezers van dat evangelie. Dat is alles wat we weten. De identificatie van die leerling met Johannes is slechts een traditie. Dat de leerling Maria Magdalena zou zijn, is te vinden bij Dan Brown en niet zwakker of sterker dan de identificatie met Johannes.

Ik schreef in de vorige alinea dat de leerling in kwestie aan de lezers van het vierde evangelie bekend lijkt te zijn geweest. Die nuance hangt samen met een recente hype: het Johannes-evangelie zou “a forgery” zijn. Dat is het gehijg waarmee iemand eigenlijk alleen wil zeggen dat de auteur ten onrechte beweert een ooggetuigenverslag te leveren. Misschien zie ik iets over het hoofd, maar ik herken het probleem niet. De auteurs van antieke bronnen deden wel vaker alsof ze dingen hadden gezien die ze alleen van horen zeggen hadden; Herodotosverzinsels over Babylon en de eenhoorns van Julius Caesar zijn voorbeelden. De grens tussen feit en fictie lag destijds ergens anders en het wezen van de wetenschappelijke tekstuitleg is al een eeuw of twee dat we een route zoeken tussen de Skylla der goedgelovigheid en de Charybdis der hyperscepsis.

Oudheidkundigen nemen ooggetuigenclaims dus met een korreltje zout en proberen vooral de eigenlijke informatie te toetsen. Een kort voor Pasen naar buiten gebrachte hype verandert de interpretatie van het Johannesevangelie niet. Kortom: het is weer bellenblazerij, business as usual.

9 Jezus stond wel/niet op uit de dood

Het punt waar de wetenschappelijke criteria dienen te worden verbeterd. Ik behandelde de materie hier en daar.

10 De christenen namen het kruismotief over van anderen

En wel de Egyptische anch, maar on n’a pas besoin de cette hypothèse. Zeker sinds de Dode Zee-rollen bekend zijn, is duidelijk dat elk aspect van het vroege christendom perfect past in het voorrabbijnse jodendom. Er is dus, om de totstandkoming van een nieuwe halachische stroming te beschrijven, geen reden om ver weg in Egypte parallellen te zoeken terwijl in Judea, dichtbij huis, parallellen zijn die meer verklaren.

Andere paashoaxen:

  • Jezus was eigenlijk Mithras (weerlegd maar in Nederland nieuw leven ingeblazen door Trouw);
  • Jezus was eigenlijk Manu;
  • De Jordaanse loden fake-codex (in Nederland in het Algemeen Dagblad, in Historia en in Trouw);
  • Jezus heeft niet bestaan (Pasen viel in 2015 laat en misschien was dit bericht in Trouw iets te vroeg om een echte paashoax te zijn, maar Trouw vertikte het afdoende te rectificeren dus ik noem het toch even);
  • De radioactieve straling die de Lijkwade van Turijn maakte kwam vrij bij een aardbeving (Huffington PostPhys.org en Eurekalert);
  • Jezus was hermafrodiet;
  • Witte Donderdag en het Laatste Avondmaal waren op woensdag (Parool);
  • Het graf van de familie van Jezus zou zijn geïdentificeerd (weerlegging).
  • #historischeJezus #hyperscepsis #JesusChristSuperstar #JesusSeminar #JezusVanNazaret #kruisiging #LaatsteAvondmaal #Lijdensverhaal #Makkabeeënopstand #paashoax #Pasen #prebunking #sicariërs #zeloten

    Misverstand: Jezus de timmerman

    Schrijnwerker, niet per se Jezus (Musée Saint-Rémi, Reims)

    Het is een standaardscène in vrijwel elke film over Jezus: de flashback waarin iemand terugdenkt aan hoe het allemaal begon, met een jonge Jezus die in Nazareth nog tafels en andere meubels timmerde. In Jesus Christ Superstar (1973) herinnert Judas eraan dat “tables, chairs, and wooden chests would have suited Jesus best” en in The Passion of the Christ (2004) is de timmermanszoon uit Nazaret zelfs de uitvinder van een nieuw soort meubilair.

    Het maken van meubels was echter het werk van een schrijnwerker, terwijl Jezus (volgens Marcus 6.3 || Matteüs 13.55) van beroep timmerman was – of beter, een bouwkundig vakman, wat vermoedelijk de beste vertaling is van het Griekse tektôn.

    #historischeJezus #JesusChristSuperstar #JezusVanNazaret #NieuweTestament #tektôn #ThePassionOfTheChrist #timmerman

    De jongeling van Naïn

    Jezus en de jongeling van Naïn (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

    Ik heb het punt tot vervelens toe gemaakt – op deze blog, in boeken, in lezingen en Joost mag weten waar niet meer – en ik maak het nog eens: tekstuitleg zonder kennis van de archeologie is net zo zinloos als archeologie zonder begrip van de oude teksten. En om het punt ten overvloede te illustreren, is hier, op de dag van Allerzielen, het verhaal van de jongeling van Naïn:

    Jezus ging naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee. Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een vrouw die ook al weduwe was. Een groot aantal mensen vergezelde haar. Toen de heer haar zag, kreeg hij medelijden met haar en zei: “Weeklaag niet meer.”
    Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: “Jongeman, ik zeg je: sta op!”
    De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder. Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: “Een groot profeet is onder ons opgestaan,” en: “God heeft zich over zijn volk ontfermd!”
    Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.noot Lukas 7.11-17; NBV21.

    Is dit een waar gebeurd verhaal? Om zoiets vast te stellen, gebruiken oudheidkundigen een stuk of wat criteria, zoals het criterium van de gêne: informatie die geen goed licht werpt op de over te brengen boodschap was blijkbaar te algemeen bekend om te worden onderdrukt. Ook is er het criterium van de meervoudige attestatie: iets dat in meerdere bronnen staat, is plausibeler dan als het maar in één bron staat. Dit verhaal is maar één keer gedocumenteerd, alleen bij de evangelist Lukas, dus het heeft de schijn tegen. Gênant is het ook al niet, en ook aan de andere criteria voldoet het niet. Als we de tekst als tekst bekeken, zouden we concluderen dat we niet kunnen vaststellen dat dit verhaal echt is gebeurd.

    Sterker nog, het opwekken van de dode zonen van weduwen is een literair motief. De profeet Elia wekte bijvoorbeeld het kind op van een dame uit Sarefat, een pottenbakkersdorpje halverwege Tyrus en Sidon.noot 1 Koningen 17.22. Elia’s opvolger Elisa deed hetzelfde voor een weduwe in Sunem.noot 2 Koningen 4.32-37. Voor de lezer die nog niet in de gaten mocht hebben dat Lukas zijn portret van Jezus modelleert op de grote profeten, maakt de evangelist het in de conclusie expliciet: “Een groot profeet is onder ons opgestaan.”

    Kortom, een literaire compositie zonder veel historische betrouwbaarheid. Maar er is een detail dat een ander licht werpt op de zaak: de dode wordt bij de stadspoort naar buiten gedragen. Je leest er haast overheen, want het is gewoon logisch dat de doden buiten de bebouwde kom werden begraven. Het Romeins Recht schreef dat zelfs voor. Maar het leuke is: archeologen hebben die stadspoort opgegraven, ik meen ergens begin jaren tachtig. Het was zelfs een opvallend massief verdedigingswerk.

    En nu is het leuke: stadsmuren waren in Herodiaans en Romeins Judea niet gebruikelijk. Echt grote steden, zoals Jeruzalem, hadden ze natuurlijk wel. Maar Naïn was een vlek op de landkaart. Het is ook geen detail dat Lukas, die een halve eeuw en een Joodse Opstand na de gebeurtenissen schreef, en vermoedelijk schreef in een stad als Antiochië of Efese, kan hebben geweten. (Probeer als hedendaagse Amsterdammer of Antwerpenaar eens te weten of Sint-Andries een stadspoort heeft.)

    Kortom, dankzij de archeologie herkennen we een authentiek detail in Lukas’ verhaal. Dat wil niet zeggen dat dit echt is gebeurd. Zoiets valt niet te weten. Het wil alleen zeggen dat Lukas oudere informatie benutte. We mogen aannemen dat het verhaal al tijdens Jezus’ leven de ronde deed, en dat is, gegeven het weinige dat we over de oude wereld weten kunnen, eigenlijk al heel erg veel.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    #Allerzielen #criteriumVanDeGêne #Elia #Elisa #EvangelieVanLukas #historischeJezus #Judea #meervoudigeAttestatie #Naïn #NieuweTestament #stadspoort

    De Panter, de “vader” van Jezus

    Panter, de “vader” van Jezus (Römerhalle, Bad Kreuznach)

    Ik noemde vorige week dat het wat curieus is dat Jezus in het Marcus-evangelie als “zoon van Maria” wordt aangeduid, terwijl het Lukas-evangelie aangeeft dat Jezus’ vader Jozef nog in leven was toen Jezus twaalf was. Je zou daarom hebben verwacht dat Jezus ook door Marcus “zoon van Jozef” genoemd werd. Misschien hebben de twee auteurs verschillende informatie ontvangen en heeft Lukas, die het evangelie van Marcus kende, de strijdigheid tussen diens en zijn eigen informatie niet herkend. Ik weet het niet.

    Je kunt je voorstellen dat in het oude Judea, waar geruchten de gewoonste zaak van de wereld waren, ook allerlei lasterpraatjes circuleerden. En de vader van Jezus was daarvoor een goed doelwit. Waarom heette Jezus niet gewoon “zoon van Jozef”? Waarom beweerden zijn volgelingen dat Maria als maagd zwanger was geworden? En hoe liet die maagdelijkheid zich rijmen met het feit dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had? Was Maria, toen Jezus al twaalf was of ouder, nog eens hertrouwd en kreeg ze de andere kinderen van een andere echtgenoot? Het gezin van Jezus was, hoe dan ook, een punt waarop critici het christendom konden aanvallen.

    De Panter

    Fast forward naar het begin van de vorige eeuw. Archeologen ontdekken bij Bingen de bovenstaande grafsteen van een Romeinse soldaat, die ooit vocht in de hulptroepen.

    Tib(erius) Iul(ius) Abdes(mun) Pantera
    Sidonia ann(orum) LXII
    stipen(diorum) XXXX miles exs
    coh(orte) I sagittariorum
    h(ic) s(itus) e(st)noot EDCSEDCS-11001626.

    Tiberius Julius Abdesmun, de Panter, afkomstig uit Sidon, werd tweeënzestig jaar oud, diende veertig jaar als soldaat van het Eerste Cohort Boogschutters, en ligt hier begraven.

    Ik herinner mijn verbazing toen ik dit las in een van de folianten van het Corpus Inscriptionum Latinarum. Panter (het was gisteren Dierendag) is namelijk, volgens een rabbijns roddeltje, de naam die de vader van Jezus zou hebben gehad. En werkelijk alles klopt. De soldaat in Bingen kwam uit de regio, namelijk Sidon; hij leefde ten tijde van keizer Tiberius; hij behoorde bij een onderdeel dat óf in het jaar 6 na Chr. óf in het jaar 9 is overgeplaatst naar de Rijn. Het is niet helemáál ondenkbaar dat dit de man is die aanleiding is geweest tot het rabbijnse roddelpraatje. Dat maakt het echter nog niet waarschijnlijk, want zo ongebruikelijk is de bijnaam Panter nou ook weer niet.

    Rabbijnse polemiek

    Er is bovendien iets veel interessanters te zeggen. Namelijk dat het roddeltje zo prachtig de aard van de rabbijnse antichristelijke polemiek illustreert. We kennen uit de rabbijnse literatuur diverse soorten laster: Jezus zou dus een buitenechtelijk kind van een Romeinse soldaat zijn geweest, Jezus was een tovenaar, Jezus was een bedrieger die werd gestenigd, Jezus zat in de Onderwereld in de helse kookpotten. Anders gezegd, de rabbijnse critici zetten christelijke waarheden op hun kop: Jezus als kind van een maagd, Jezus als wonderdoener, de kruisdood als verzoening, de wederopstanding. En uiteraard is de culinaire bestraffing grappig als je doelwit een groep mensen is die waarde hecht aan gemeenschappelijke maaltijden.

    De rabbijnse polemiek, die bewijsbaar teruggaat tot de tweede eeuw, illustreert twee dingen. Om te beginnen: de auteurs van de rabbijnse literatuur kenden de christelijke ideeën goed genoeg om ze trefzeker en niet zonder humor op de kop te zetten. Bovendien: de omkering past in een joodse traditie. Als de koningen van Babylonië claimden dat ze alle volken van de wereld hadden onderworpen en dat daardoor bij de bouwput van de Etemenanki alle talen van de wereld werden gesproken, dan maakten vroege joodse auteurs daar de Babylonische spraakverwarring bij de Toren van Babel van. De rabbijnse literatuur zet deze traditie voort. We krijgen hier vat op de aard van de antieke polemiek. Ik voor mij vind zoiets waanzinnig interessant.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier. De rabbijnse polemiek is verzameld door Peter Schäfer, Jesus in the Talmud (2007).]

    #Bingen #CorpusInscriptionumLatinarum #historischeJezus #JezusVanNazaret #PeterSchäfer #Tiberius

    Q (1)

    De leeuw: het symbool van de evangelist Marcus én het wapen van Venetië. Gevelsteentje in Amsterdam (Stromarkt 7).

    Het onderzoek naar de historische Jezus is zoals vrijwel al het historische onderzoek: je moet het doen aan de hand van bronnen die eeuwen geleden zijn geschreven en niet met het doel jouw vragen te beantwoorden. De historische Jezus was een Joodse Jezus en de Joodse Jezus was de halachische Jezus – dat wil zeggen dat hij zich, zoals alle religieuze autoriteiten in zijn tijd, bezighield met de juiste uitleg van de Wet om de juiste levenswijze te vinden. De evangelisten, die onze voornaamste bronnen schreven, zijn echter geïnteresseerd in heel andere vragen, zoals wie Jezus was: messias, koning der Joden, zoon van God, pre-existent Woord van God.

    Omdat de evangeliën meer in de man dan in diens leer zijn geïnteresseerd, zijn ze te beschouwen als biografieën. Het grootste deel van het leven van de messias uit Nazaret blijft echter onbehandeld: in alle vier staat de laatste week van Jezus’ leven centraal en in alle vier wordt dat aangevuld met verhalen over wat er was gebeurd in de voorafgaande tijd. De evangeliën van Matteüs en Lukas kennen bovendien geboorteverhalen.

    Die spreken elkaar tegen: volgens Lukas is de messias rond 6 na Chr. geboren in Bethlehem toen zijn ouders, die afkomstig waren uit Nazaret, in de stad van David belastingaangifte gingen doen, terwijl het gezin volgens Matteüs altijd in Bethlehem had gewoond toen hun kind daar in 5 of 4 v.Chr. ter wereld kwam. Een andere, veel belangrijker tegenspraak, is dat Marcus vertelt dat Jezus zei dat een deel van de Wet niet langer geldig was, terwijl Matteüs juist beweert dat Jezus de Wet totaal wilde vervullen.

    Een historicus wordt van dit soort tegenspraken helemaal blij. Pas als hij een tegenspraak heeft, kan hij gaan nadenken over de vraag wie van de twee auteurs gelijk heeft. Hij herkent tenminste dat er een probleem is. Als hij maar één bron heeft, ziet hij zelfs dat niet: testis unus testis nullus, één bron is geen bron.

    In het geval van Jezus’ houding ten aanzien van de Wet lijkt het erop dat de passage bij Marcus een zogeheten “interpolatie” is: een toevoeging aan een tekst, gedaan door een vrome kopiist die een belangrijk punt wilde uitleggen. Dit was ingeburgerde praktijk. Antieke kopiisten en vertalers voelden zich vrij teksten te verbeteren en Interpolationenforschung is een respectabele (zij het wat ouderwetse) tak van oudheidkundig onderzoek. Duidelijkheid ging destijds nu eenmaal voor bronnentrouw.

    Hoewel de auteurs zich onmiskenbaar richten op een eigen publiek, waaronder niet-Joden voor wie de halacha van ondergeschikt belang was, ademen de evangeliën onmiskenbaar de sfeer uit van vóór de verwoesting van de tempel in 70. Het Lukasevangelie bevat gelijkenissen die de toenmalige schuldenproblematiek documenteren en het ritme van het evangelie van Johannes is dat van de feestdagen van de tempelcultus. Het zijn zaken die na 70 niet snel verzonnen zullen zijn, net zoals de nadrukkelijke presentatie van Jezus als iemand die geesten uitdreef: exorcisme paste slecht in de tijd van de evangelisten, toen het religieuze gezag steeds meer was gebaseerd op kennis van de gewijde literatuur. Het is vermoedelijk geen toeval dat in het jongste evangelie, dat van Johannes, geen geestuitdrijvingen meer staan vermeld.

    De evangeliën zijn een halve eeuw na Jezus’ optreden geschreven en dragen daar de sporen van, hoewel er ook oudere informatie in is opgenomen. Dit roept een dubbele vraag op: eerst willen we vaststellen wat jong en oud is, vervolgens willen we bepalen welke oude delen teruggaan op Jezus zelf.

    [Wordt vervolgd]

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #antiekeGeschiedschrijving #evangelie #gevelsteen #historischeJezus #NieuweTestament #QBron #TestisUnusTestisNullus #Tweebronnenhypothese

    De historische Jezus - Mainzer Beobachter

    De speurtocht naar de historische Jezus is een van de interessantste oudheidkundige vraagstukken van onze tijd.

    Mainzer Beobachter