De Iberiërs (3)

Iberisch grafmonument (Archeologisch museum, Madrid)

[Laatste van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Rijk en arm

Een van de manieren waarop de rijke Iberiërs zich van hun arme landgenoten onderscheidden, was de monumentale grafsculptuur. Vanaf het begin, dus zeg maar vanaf pakweg 550 v.Chr., toonden voorname families hun welvaart met opvallende gedenktekens langs de toegangswegen tot de Iberische steden. Ze hadden allerlei vormen en zijn opgegraven in alle delen van de huidige regio’s Valencia en Murcia. Gaandeweg ontstonden ware dodensteden, keurig geordend, alsof het de steden waren van de levenden. Er was dan een hoofdstraat voor de graven van de voornaamste mensen, met haaks daarop zijstraten voor de bijzettingen van minder vermogende stedelingen.

De voornaamste graven – te zien in bijvoorbeeld de musea van Madrid en Elche – zijn werkelijk fantastisch. Er zijn torens en pilaren, er zijn afbeeldingen van wilde dieren en mythologische figuren. Misschien moesten die tevens tonen hoe de mensheid de natuur had overmeesterd en was gaan beheren. Zeker is dat niet, maar ik noem het omdat het ook een mogelijke interpretatie is van oudere stèles, waarover ik binnenkort eens zal bloggen.

Beeld van een godin, afgebeeld als Astarte (Alcudia)

Religie

De meest welvarende Iberiërs maakten ook het meest deel uit van de internationale cultuur die we aanduiden als hellenisme. Ze maten zich bijvoorbeeld nieuwe soorten kleding aan. Dat geldt ook voor broches, mantelspelden en kralenkettingen: de Dame van Elche is een voorbeeld. Deze veranderingen zijn tevens gedocumenteerd in de steeds internationalere wijze waarop de traditionele godheden werden afgebeeld. De goden zélf bleven echter dezelfde.

Helaas begrijpen we die niet heel goed, aangezien we geen begrijpelijke geschreven religieuze teksten hebben. Ik zou u graag wat Iberische mythen vertellen, maar die kennen we dus gewoon niet.

Wat we wel weten is dat we steeds vaker afbeeldingen vinden van vrouwen, dat militaire afbeeldingen het goed blijven doen (wat de verering van een oorlogsgod suggereert) en dat de afbeeldingen steeds Grieks-Romeinser aandoen. We zien dus een op Ceres lijkende godin, waarvan we aannemen dat het dan wel een graan-, vegetatie- of vruchtbaarheidsgodin zal zijn geweest. Lijkt een godheid op Jupiter? Dan zal het de oppergod of de dondergod zijn. Is het Venus? Dan zal ze gelijkgesteld zijn geweest aan de Fenicische godin Astarte of de Karthaagse Tanit. Niets bijzonders, zulke gelijkstellingen; elke oude cultuur deed eraan mee; het verschijnsel heet syncretisme. Maar we weten dus maar weinig over de eigenlijke Iberische goden, mythen en eredienst.

Wierookbrander (Archeologisch museum, Alicante)

Romanisering

Na de Tweede Punische Oorlog namen de Romeinen de macht over in Iberië. Zoals te verwachten was, zien we in de tweede en eerste eeuw meer en meer importen uit Italië, en ook voorwerpen die lijken te zijn geproduceerd in de Romeinse stad Italica (bij Sevilla). Het kan gaan om verschillende soorten aardewerk, olielampjes, edelsmeedwerk en ook wijnamforen – blijkbaar gold Italiaanse wijn als een delicatesse. Het Saguntum waar Julius Caesar eind 46 v.Chr. aan land ging, was door alle veranderingen een totaal andere stad dan de stad die een rol had gespeeld aan het begin van de Tweede Punische Oorlog.

Een belangrijke aanpassing was de overname van het Romeinse alfabet, dat begon in de stedelijke administratie en daarna zijn weg vond naar de huishoudens van de rijke, schrijvende elite. Vrijwel zeker hield de latinisering van het schrift gelijke pas met de vervanging van de Iberische taal (of talen) door de taal der Romeinen. Vanaf het laatste kwart van de eerste eeuw v.Chr., dus ten tijde van keizer Augustus, kwamen er bovendien steeds meer immigranten: oud-legionairs die na militaire dienst in Cantabrië bij wijze van pensioen een boerderij kregen in een al deels geromaniseerde regio. Afgezwaaide officieren namen Italiaanse frescoschilders en mozaïekleggers in dienst om Italiaans ogende huizen te bouwen.

Daarmee zette de romanisering van het zuidoosten van het Iberische Schiereiland zich definitief door. En zo begon een nieuwe fase in de geschiedenis: de door de legioenen gegarandeerde pax romana. Maar dat is een ander verhaal.

[Iberiërs zijn zó interessant dat ik volgend jaar een reis naar de regio organiseer, lees maar hier.]

#alfabet #Astarte #DameVanElche #grafmonument #IberischeTalen #Latijn #Murcia #romanisering #Saguntum #syncretisme #Tanit #Valencia

Saturnus Africanus (2)

Wijding aan Saturnus Africanus (Nationaal archeologisch museum, Algiers)

[Dit is het tweede van twee blogjes over Saturnus Africanus. Het eerste was hier.]

Het onderzoek naar de inscripties is al begonnen in de negentiende eeuw en de grote Algerije-kenner Stéphane Gsell vatte het allemaal samen. Daaraan voegde Marcel Le Glay in 1966 de resultaten van driekwart eeuw archeologisch onderzoek toe; u vindt de monografie hier. Daarna zijn er deelpublicaties geweest, maar ik ken geen andere synthese dan die van Le Glay. Die behandelt gelukkig wel een veelvoud aan aspecten, zoals de eigenlijke eredienst.

Verering

Er was, zo begrijp ik, onderscheid tussen de priesters (sacerdotes) en de ingewijde gelovigen (sacrati), die bij wijze van initiatie onder een juk moesten doorgaan. Een ander ritueel was het samen drinken van een honing-melk-drank. Ouders konden, zoals met de christelijke kinderdoop, baby’s al opdragen aan de bescherming van de god. De Saturnus-eredienst stond dus niet voor iedereen open; je moest een keuze maken voor toetreding, waarna er eisen aan je werden gesteld. Die doen zo oosters aan als je verwacht bij een godheid die minimaal ten dele uit Fenicië komt: je moest je schoenen uitdoen als je een heiligdom betrad en je mocht geen varkensvlees eten. En je moest je zoveel mogelijk onthouden van de verering van andere goden. Saturnus was niet zomaar een god, hij was simpelweg de heer, ba’al ofwel dominus.

Wijding aan Saturnus (Archeologisch museum, Guelma)

Gegeven het enorme aantal inscripties, was Saturnus meer dan zomaar een god. Hij was simpelweg dé god. Ter vergelijking: er zijn uit de genoemde regio 106 voor Hercules, 117 voor Minerva en 246 voor Mercurius. Dat Saturnus de Africaanse oppergod was, blijkt ook wel uit het feit dat de officiële oppergod, Jupiter dus, is vertegenwoordigd met slechts 46 inscripties. (Ik sluit niet uit dat ik verkeerd heb gezocht.)

De eretitels verraden een veelheid aan aspecten. Als Saturnus Balcaranensis is hij de god van de heilige berg Bou Karnine; hij heet Pater (vader), Genitor (schepper), Frugifer (vruchtvoortbrenger), Sanctus (heilig), Aeternus (eeuwig) en Deorum omnium princeps (eerste onder alle goden).

Het is interessant dat een godheid die weliswaar een Latijnse naam had maar toch vooral een NumidischFenicisch syncretisme belichaamt, zo belangrijk was. Le Glay oppert dat de populaire oosterse, door ingewijden als enige godheid te vereren oppergod in feite de wegbereider was voor de oosterse godheden die eveneens niet accepteerden dat hun ingewijden andere goden vereerden – Christus en Allah.

Saturnus Africanus in Tiddis

Intermezzo

Tot zo ver. Een actuele synthese heb ik niet kunnen vinden. Dat is wat verontrustend, en niet alleen omdat onderzoek begint te verouderen op het moment dat een manuscript wordt afgerond. Er is, als het gaat om antieke religie, een perspectiefwisseling geweest.

Kort door de bocht samengevat komt het erop neer dat antieke religie lang bekeken is geweest vanuit een christelijk perspectief. Zo interpreteerden oudhistorici het jodendom (althans tot het Nieuwe Perspectief op Paulus), grosso modo zoals christelijke theologen dat hadden gedaan. Ging het om het heidendom, dan namen oudheidkundigen laatantieke christelijke polemiek, zoals de bewering dat een taurobolium een doop in stierenbloed zou zijn, vrij kritiekloos over.

Uitgestorven zijn die vooroordelen bovendien niet. Op de expositie “Boven het maaiveld” wordt de christelijke laster dat heidenen religie slechts als transactie zagen (do ut des), zonder blikken of blozen herhaald. Het christendom behoudt zo zijn invloed, ook waar wetenschappers allang beter weten.

Wijding aan Saturnus Africanus (Archeologisch museum, Sétif)

Door een combinatie van factoren, zoals de ontkerkelijking en de ontsluiting van nieuwe (archeologische en tekstuele) data, kijken oudheidkundigen inmiddels anders naar antieke religie. Opnieuw kort door de bocht: we zien hoe onbruikbaar het concept is. De term is sowieso alleen in zéér algemene zin te definiëren en mede daardoor zijn vrijwel alle generalisaties zinledig. Zoals het christendom zich verhoudt tot de islam zoals rugby zich verhoudt tot tennis, zo moet de verering van Saturnus Africanus zich tot het christendom hebben verhouden zoals dammen tot schansspringen.

Nieuwe visies op religie, dezelfde Saturnus

En dan wordt de door Le Glay geboden reconstructie eigenlijk wat verdacht. Hij schetst een eredienst voor Saturnus die op nogal wat plekken gemodelleerd lijkt op het christendom, met inwijdingsrituelen en priesters en hiernamaalsgeloof en exclusivisme en eeuwigheid en schepping en voedselrituelen en baby-bescherming. Het enige dat ontbreekt is een heilig boek.

Ik trek Le Glays integriteit allerminst in twijfel, maar ik sluit niet uit dat hij in zijn betoog dingen heeft uitgelicht die aansloten bij zijn impliciete, op het christendom gebaseerde definitie van religie. Het kan bijvoorbeeld zijn dat hij Tertullianus’ opmerking dat Tiberius mensenoffers verbood, niet heeft herkend als een verzonnen heidense erkenning dat Jezus’ kruisdood het ultieme offer was geweest dat andere offers overbodig maakte.

Eigenlijk zou ik over Saturnus Africanus iets moderners willen lezen (zoals er over het jodendom, het christendom en de verering van Mithras volop boeken zijn die niet zijn geschreven met in het achterhoofd een beeld van het christendom), maar ik heb het niet kunnen vinden. Voor suggesties staat de commentaarsectie open.

#AfricaProconsularis #Algerije #BaälHammon #inscriptie #Kronos #MarcelLeGay #Marokko #MauretaniaCaesariensis #MauretaniaTingitana #Mithras #NieuwePerspectiefOpPaulus #Numidië #RomeinseReligie #Saturnus #SaturnusAfricanus #StéphaneGsell #syncretisme #taurobolium #Tiberius #Tunesië

Saturnus Africanus (1)

Saturnus Africanus (Musée du Bardo, Tunis)

Je hoeft geen Latijn te kennen om te begrijpen dat “Saturnus Africanus” de godheid Saturnus is zoals die werd vereerd met Afrikaanse rituelen. Wie Tunesië, Algerije of Marokko bezoekt, kan niet om deze Romeinse godheid heen, al was het maar omdat hij staat vermeld in bijna 2500 gepubliceerde Latijnse inscripties, gevonden van Karthago in het oosten tot Volubilis in het westen. Vaak staat hij op die inscripties ook afgebeeld; er zijn verder honderden afbeeldingen zonder tekst. Ook zijn 200 cultusplaatsen bekend. Het bovenstaande reliëf was tien jaar geleden een van de pronkstukken op de Karthago-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden; als u het daar niet zag, zult ervoor Tunis moeten, naar het Bardo-museum.

Van boven naar beneden herkent u de god, gezeten op een troon, met een scepter en een snoeimes in de hand, met vóór hem het hoofd van óf zijn echtgenote Venus Caelestis óf de zon. Onder hem ziet u degene die deze stèle heeft opgericht. Hij staat op het punt een lam te offeren. De vlammen laaien al op van het altaar. Er zijn honderden van dit soort afbeeldingen. De baardige godheid draagt vaak een kleed over het hoofd en gaat niet zelden vergezeld van de goddelijke Tweelingen of de Zon en Maan.

Hammon, Ba’al, Kronos, Saturnus

De Maghrebijnse Saturnus is een meervoudige godheid. Voor zover te reconstrueren was er eerst een Fenicische godheid, meegenomen door de Fenicische kolonisten aan de kust, en gecombineerd met een lokale godheid die we niet kennen. Deze Ba’al Hammon werd de stadsgod van Karthago, en had Tanit als echtgenote. Of zij een Fenicische of een plaatselijke godin is, is onbekend. De Grieken stelden de Karthaagse Ba’al Hammon gelijk aan hun Kronos, wat opmerkelijk is, aangezien ze in Fenicië de god El gelijkstelden aan hun Kronos. Toen de Romeinen de Maghreb overnamen, stelden ze de lokale Hammon ≡ de Fenicische Ba’al ≡ de hellenistische Kronos gelijk aan hun Saturnus, en omdat de inscripties zijn gesteld in het Latijn, is hij onder die naam het beste bekend.

Tanit werd voortaan aangeduid als Venus Caelestis, “hemelgodin”, wat ook al wonderlijk is, omdat de hemelgod meestal mannelijk is. Bovendien wordt Tanit ook gelijkgesteld aan Juno.

Saturnus Africanus met de goddelijke Tweelingen (Archeologisch museum, Sétif)

Wiens syncretisme?

Wat dit alles betekent? In elk geval dat de Grieken en Romeinen de lokale ideeën niet zomaar naar hun hand konden zetten. Ze konden zelf dan wel denken dat de hemel mannelijk was, maar konden er in de Maghreb niet omheen dat men het daar anders zag. En in de klassieke teksten mocht Kronos dan de Griekse naam zijn van de oosterse El, in Africa was Kronos/Saturnus gelijk aan Ba’al Hammon. De Romeinen hadden het maar te accepteren.

Dat de gelijkstelling niet plaatsvond op Romeinse maar inheemse voorwaarden, wordt bevestigd door het feit dat er geen Saturnus-inscripties bekend zijn uit Tripolitana, hoewel die regio in het noordoosten van het huidige Libië wél behoorde tot de provincie Africa Proconsularis. Als de Romeinen het syncretisme hadden verzonnen, zou de godheid overal Saturnus hebben geheten, maar de bewoners van Tripolitana bepaalden anders. Hier vinden we dus de verering van Jupiter Ammon.

Saturnus Africanus had ook geen Italisch takenpakket. Daar was Saturnus een vrij onbeduidende graangod. In de Maghreb was Saturnus een schepper, zorgde voor regen, beschermde behalve het graan ook andere gewassen, regelde de vruchtbaarheid van de dieren en mensen, liet de zon en maan opkomen, was aanwezig op grafvelden, garandeerde een eeuwig leven en beschermde de koning (bijvoorbeeld Juba II) en de keizer. Ook de verstedelijking ressorteerde onder Saturnus. Wat we dus zien is niet de romanisering van een Maghrebijnse godheid, maar de maghrebisering van een Italische god.

Evengoed waren er Romeinse invloeden, zoals de afbeeldingen met guirlandes en de geleidelijke vervanging van cultusplaatsen in het open veld of op heuveltoppen door meer klassieke tempels. Tertullianus, een christelijke auteur die uit Africa stamde en er dus met z’n neus bovenop zat, kent een andere Romeinse invloed: hij vertelt dat de kinderoffers die ooit aan de oude god werden gebracht, ten tijde van keizer Tiberius waren verboden. Op afbeeldingen zien we dat in plaats van een kind een schaap werd geofferd.

Een heuveltop met een tempel van Saturnus Africanus (Thuburbo Maius)

Uiteindelijk maakte de verering van de Maghrebijnse Saturnus plaats voor de overal in de Romeinse wereld steeds populairdere Christus. De inscripties en afbeeldingen worden zeldzamer naarmate het christendom populairder wordt. De laatste precies dateerbare Saturnus-inscriptie is uit 272, maar er zijn nog afbeeldingen uit de vierde eeuw en munten uit de tijd van de tijd van Theodosius I (r.378-395). De tempel van Venus Caelestis in Karthago functioneerde nog in het eerste kwart van de vijfde eeuw.

[wordt vervolgd]

#AfricaProconsularis #Algerije #BaälHammon #El #inscriptie #JubaII #Karthago #Kronos #Marokko #MauretaniaCaesariensis #MauretaniaTingitana #mensenoffer #Numidië #RomeinseReligie #Saturnus #SaturnusAfricanus #schaap #syncretisme #Tanit #Tertullianus #TheodosiusI #Tiberius #Tunesië #TweelingenHalfgoden_ #VenusPlaneet_ #VenusCaelestis #Volubilis

Hercules Magusanus

Hercules Magusanus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Hercules Magusanus geldt als een van de belangrijkste goden van de Bataven. Dat zegt althans iedereen, maar er zijn haken en ogen. Dat iets goed is gedocumenteerd, wil vanzelfsprekend niet zeggen dat het belangrijk was. Maar na deze en nog wat andere kentheoretische slagen om de arm, moeten we maar denken dat Hercules Magusanus een belangrijke Bataafse godheid is geweest.

Hercules Magusanus

Toen ik u in december uitnodigde voor de oudejaarsvragen, kreeg ik voor het eerst de vraag voorgelegd waar Magusa lag. De normale lezing van “Hercules Magusanus” is immers dat het de halfgod Hercules was, zoals die werd vereerd met de rituelen van Magusa. De vraag verbaasde me omdat ik niet beter wist dan dat Hercules Magusanus een zogeheten syncretisme was: twee goden die aan elkaar werden gelijkgesteld, zoals Apollo Grannus en Mars Lenus. Dat ik niet beter wist, betekent natuurlijk niet dat Hercules Magusanus ook werkelijk een syncretisme was. Er zijn volop goden die een plaatsnaam hebben als bijnaam. Zo is Hercules Deusoniensis de Hercules van Deuso. Kortom, het was een goede vraag.

Ik wist het antwoord niet en de twijfel was gaan knagen. In mei las ik op de website van het Rijksmuseum van Oudheden…

Hercules Magusanus was de belangrijkste god van de inheemse stam der Bataven. Door de Romeinen werd hij gelijkgesteld met Hercules.

… en mijn eerste vraag was hoe het museum zo zeker wist dat Hercules Magusanus een syncretisme was. De geciteerde uitleg was overigens die bij onderstaande inscriptie uit Ruimel, die ik online raadpleegde omdat ik net de mooie replica had gezien in het museum in Halder.

Magusanus Hercules op de inscriptie uit Ruimel (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Vervolgens attendeerde een bevriende archeologe me op precies hetzelfde probleem en daarna las ik dat van dat syncretisme ook nog eens in de komende synthese over de Romeinse Lage Landen van Robert Nouwen. Bepaald niet de geringste autoriteit.

Ik informeerde bij Nouwen en bij enkele andere deskundigen, die wat literatuur achter de betaalmuren vandaan haalden – dank! – en ik leerde van alles. Bijvoorbeeld dat Magusanus een belangrijke rol speelde bij de Bataafse identiteitsvorming. Ik ga nog eens op deze stof terugkomen, want ik heb inmiddels genoeg bijgeleerd voor wel tien blogjes. Maar een antwoord vond ik niet: Hercules Magusanus kan de Hercules van Magusa zijn en een syncretisme.

Keltische of Germaanse god?

De geleerden die denken aan syncretisme, hebben geprobeerd de tweede naam van een betekenis te voorzien, en die kan Keltisch zijn of Germaans. Ik kende de theorie van keltoloog Lauran Toorians, die attendeert op een inscriptie waarop de godheid Magusenus heet, dus met een /e/, wat hij herleidt tot een combinatie van de Keltische woorden *magus, “jong”, en *senos, “oud”. Je zou kunnen zeggen dat het zoiets betekent als “wijze oude man met de kracht van een jongeman”. Of misschien wel “de oude man wordt weer jong”, wat stomtoevallig ook de betekenis is van Gilgameš.noot Om kwakgeschiedenis proactief de pas af te snijden: de Bataven waren geen Sumeriërs.

De aanname is hierbij dat de Bataven, die een Germaanse taal spraken, een godheid met een Keltische naam zijn gaan vereren. Dat kan natuurlijk. Er zijn heden ten dage monotheïsten in Nederland die een god vereren met een Semitische naam. Toch zou je, als Magusanus een rol speelde bij de identiteitsvorming, misschien een stamgod hebben verwacht met een Germaanse naam, meegenomen uit het Overrijnse stamland.

Op Taaldacht wijst Olivier van Renswoude op Germaanse afleidingen, waarvan ik *Magusnaz, “de krachtige”, mooi vind klinken, al attendeert Van Renswoude op bezwaren. Zelf oppert hij het mooi tweestammige *Magu-sanaz, wat zoiets als “jeugdige krijger” kan betekenen. Wie dus aanneemt dat Hercules Magusanus een syncretisme is, kan op die hypothese een hypothetische voor-Romeinse naam stapelen.

[De andere mogelijkheid, Hercules van Magusa, behandel ik in het volgende blogje.]

#Bataven #Bonn #GermaanseTalen #HerculesMagusanus #KeltischeTalen #LauranToorians #OlivierVanRenswoude #RobertNouwen #Ruimel #syncretisme #tweestammigheid

평양 City Rockers #308 – Suspicion, Syncrétisme Et Trompette (27-09-2023)

Auditrices, auditeurs, couréennes, couréens, caisseuses, caisseux, la Courée du Nord est à la croisée des chemins : la pollution atteint un tel niveau, l’atmosphère est chargée de tant de gaz…

Pyongyang City Rockers