Pontius Pilatus (2) Het begin

Caesarea Maritima

[Dit is het tweede van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Aankomst in Judea

In 26 na Chr. arriveerde Pontius Pilatus, wellicht met zijn echtgenote, in zijn nieuwe residentie in Judea: Caesarea Maritima. Vrijwel onmiddellijk begonnen de problemen: soldaten hadden voorwerpen naar Jeruzalem gebracht die een overtreding vormden van de regels. Over de aard van die voorwerpen lopen de bronnen uiteen, maar het was blijkbaar heel aanstootgevend. Er ging vervolgens van alles mis.

Over deze gebeurtenissen zijn drie bronnen. De oudste auteur is Filon van Alexandrië, die zijn informatie ontleent aan een brief die Herodes Agrippa I zou hebben gestuurd aan keizer Caligula.noot Filon, Gezantschap naar Caligula 299-305. De aanstootgevende objecten zouden schilden zijn geweest waarop de naam van de gouverneur en die van de keizer zouden hebben gestaan – een type inscriptie dat we goed kennen en dat in Caesarea zelfs is gedocumenteerd voor Pilatus. Er is niets onwaarschijnlijks aan Filons mededeling en het is moeilijk voorstelbaar dat een ere-inschrift aanstootgevend was. Ook het door Filon geschetste vervolg, dat prinsen uit de familie van koning Herodes bemiddelden, is volstrekt geloofwaardig.

Zoals Filon het presenteert vernam prins Herodes Agrippa dat keizer Caligula had bevolen dat zijn standbeeld in de Tempel in Jeruzalem moest komen staan. Dat zou een affront zijn, en daarom schreef Agrippa een brief, waarin hij de keizer herinnerde aan het incident ten tijde van Pontius Pilatus. Keizer Tiberius zou de gouverneur van Judea hebben teruggefloten toen die dus schilden had laten aanbrengen, en Agrippa opperde in zijn brief dat Caligula iets soortgelijks zou doen. Om Tiberius als voorbeeld te kunnen typeren, moest Agrippa echter Pilatus typeren als incompetent. Dat negatieve beeld van een gouverneur kwam Agrippa bovendien goed uit, want het zou helpen bewijzen dat een Joodse koning geschikter was om over Judea te heersen – Herodes Agrippa bijvoorbeeld. Kortom, we mogen Filons verwijzing naar Pontius Pilatus, teruggaand op een tendentieus document, niet zonder meer geloven.

De twee andere verslagen zijn geschreven door de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. Hij schreef zijn Joodse Oorlog in de late jaren zeventig van de eerste eeuwnoot Flavius Josephus, Joodse Oorlog 2.169-174. en herhaalde de stof nog eens in de vroege jaren negentig in zijn Joodse Oudheden.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 18.55-59. In zijn presentatie gaat het niet om schilden met inscripties, maar om veldtekens waaraan het portret van de keizer was bevestigd. Een jood zou zoiets inderdaad kunnen uitleggen als een overtreding van een van de Tien Geboden, namelijk het verbod op het maken van afbeeldingen. Josephus vertelt ook dat een deel van de bewoners naar Caesarea Maritima marcheerde, zich neerzette in de paardenracebaan (zie boven) en de nieuwe gouverneur smeekte om in te grijpen, wat deze ook deed.

Interpretatie

Er zijn nogal wat verschillen tussen deze twee verhalen. Beschreven schilden of veldtekens? Prinselijke bemiddeling of stedelijk protest? Het is mogelijk dat we te maken hebben met twee incidenten, maar het lijkt aannemelijker dat we twee visies hebben op dezelfde gebeurtenis. Filon kreeg zijn informatie van een prins, die de rol van zijn familie centraal stelde, terwijl Josephus zich baseert op mondelinge informatie.

En beide auteurs hebben één ding gemeen: ze vertellen het verhaal niet vanuit het standpunt van Pontius Pilatus. Ze vertellen een Joods verhaal, waarin de nadruk is gelegd op een tegenstelling tussen Joden en Romeinen. Die was er natuurlijk, maar je kunt er ook teveel in lezen. Josephus plaatst het incident aan het begin van Pilatus’ gouverneurschap en het is heel goed mogelijk dat we te maken hebben met nieuwe, in Italië gerekruteerde eenheden (Cohors II Italica Civium Romanorum en de Cohors I Augusta) die de plaatselijke gevoeligheden nog niet kenden. In elk geval zorgde Pilatus ervoor dat de schilden of standaards werden weggehaald. Keizer Tiberius lijkt zijn gouverneur de ongelukkige start niet kwalijk te hebben genomen, want hij handhaafde Pilatus nog tien jaar.

[Daarover volgende week meer]

#CaesareaMaritima #Caligula #FilonVanAlexandrië #FlaviusJosephus #HerodesAgrippaI #Jeruzalem #Judea #PontiusPilatus #Tiberius

Pontius Pilatus (1) Inleiding

Munt van Pontius Pilatus (Bibelhaus, Frankfurt a.M.)

Pontius Pilatus is vermoedelijk een van de allerberoemdste Romeinse bestuurders. Dat is niet onbegrijpelijk. Er is redelijk wat informatie over de man wiens bekendste wapenfeit het doodvonnis voor Jezus is. Er zijn echter twee problemen. Het eerste is dat onze informatie, zoals eigenlijk alle informatie uit antieke teksten, gekleurd is. Dat geldt om te beginnen voor de evangeliën, die zijn geschreven door mensen die wilden tonen dat het christendom geen staatsvijandige religie was, en die Pilatus presenteren als iemand die niet overtuigd was van Jezus’ schuld.

Ook de andere bronnen zijn echter gekleurd. Ze zijn geschreven door auteurs met redenen om Pontius Pilatus zwart te maken. Voor Flavius Josephus is bijvoorbeeld belangrijk dat zijn lezers begrepen dat Romeins wanbestuur had bijgedragen aan de Joodse Opstand van 66-70. De Joden moesten worden bestuurd door een Joodse vorst, zoals Josephus’ tijdgenoot Herodes Agrippa II. Dus kan Josephus’ beschrijving van gouverneur Pilatus niets anders zijn dan karaktermoord.

De vooringenomenheid van onze auteurs is een probleem dat iedere lezer begrijpt. Het tweede probleem is iets minder vertrouwd: het zal u verbazen hoe weinig we eigenlijk zeker weten over de context waarin Pilatus opereerde. Was Judea een provincie? Was hij wel gouverneur? Wat was zijn mandaat? Wat was de status van het proces tegen Jezus? Die vragen hangen nog met elkaar samen ook. Pas als we weten in welk jaar Jezus werd voorgeleid, kunnen we weten wat Pilatus’ speelruimte was. Ik ga u in zes blogjes meenemen langs het bewijsmateriaal om de problematiek te schetsen. De conclusie is, ondanks de problemen, vrij eenvoudig: Pontius Pilatus was een vrij normale gouverneur. (Ik zal hem maar gouverneur noemen.) Elke Romeinse bestuurder zou hetzelfde hebben gehandeld.

Mandaat

Het lijkt zo simpel: Judea was een Romeinse provincie en Pilatus was gouverneur. Maar dat weten we helemaal niet. Meestal nemen we aan dat de provincie is geformeerd na de afzetting van Herodes’ zoon Archelaos (in 6 na Chr.), maar de mannen die het gebied bestuurden, en dus ook Pontius Pilatus, hadden de rang van prefect, een militaire titel. Aan het hoofd van een provincie stond een proconsul of een legaat. Je zou uit de titel kunnen afleiden dat Judea bezet gebied was. Maar zeker weten doen we het niet, en zelfs als het waar zou zijn, weten we niet welke bevoegdheden een prefect had in het strafrecht en het civiel bestuur. En dat zijn zaken waarmee Pilatus zich zeker heeft ingelaten.

Het gebied werd van 41 tot 44 na Chr. tijdelijk bestuurd door koning Herodes Agrippa I – onthoud die naam – en kwam daarna onder gezag van procuratoren, financiële ambtenaren. Was dit dan het moment van de annexatie? Of werd Judea pas een provincie na de Joodse Oorlog, dus in 70? Het gekke is: we weten het niet.

Wat we wel weten, is dat de dichtstbijzijnde “echte” gouverneur verantwoordelijk was voor Syrië. Viel Pontius Pilatus, als militair, onder hem of viel hij rechtstreeks onder keizer Tiberius? Dat maakt nogal uit als we willen weten hoeveel speelruimte de man in Judea had. Extra complicatie één: juist in deze tijd was de gouverneur Lucius Aelius Lamia, een levendige grijsaard die in Rome verbleef en het werk delegeerde. Wat betekende dat voor Pilatus? Complicatie twee: Pontius Pilatus behoorde tot de tweede laag van de Romeinse elite, de ridderstand, die haar beschermheer Lucius Aelius Sejanus verloor in het jaar 31. Was de rechtszaak tegen Jezus in 30, dan genoot Pilatus steun van boven; was de rechtszaak in 33, dan had hij die niet, en stond hij vrij zwak als de menigte weer eens eisen stelde. (Andere jaartallen voor de rechtszaak tegen Jezus zijn niet mogelijk.)

Begin van de carrière

Dat Pontius Pilatus behoorde tot de ridderstand, is een feit. Ook staat vast dat zijn familie uit Samnium stamde, dat wil zeggen het gebied ten oosten van Napels. We mogen speculeren dat Pilatus zijn carrière als soldaat is begonnen, want dat was vrij normaal, en als prefect had hij zeker een militaire titel. Los daarvan: de Romeinen stelden enige militaire ervaring op prijs voordat ze iemand een bestuursfunctie gunden.

Pilatus bekleedde zijn functie tien jaar: van 26 tot 36 na Chr.: tien jaar, net als zijn voorganger, Valerius Gratus, die er al sinds 15 na Chr. was. Je krijgt de indruk dat keizer Tiberius streefde naar stabiel bestuur in Judea, en dat stond of viel met mensen die er langdurig het gezag uitoefende. Valerius Gratus ontsloeg drie hogepriesters, benoemde in 18 na Chr. Kajafas, en handhaafde hem. Pontius Pilatus zag geen reden de man te vervangen. Het duidt erop dat de prefect en de hogepriester begrepen hoe ze moesten samenwerken.

Er is wellicht bewijs dat Pontius Pilatus streefde naar samenwerking. Omdat er geen gouverneur was in Syrië die munten kon slaan, moest Pilatus dat zelf doen. Zijn munten tonen, zoals hierboven te zien, aan de ene zijde de gekrulde staf van een Romeinse ziener (een lituus) en aan de andere zijde de druiventros die het beeldmerk was van Judea. Pilatus combineerde dus een onaanstootgevend heidens en een onaanstootgevend joods symbool. Hij zou de Joden niet dwingen om hun voorouderlijke wegen te verlaten, lijkt de boodschap te zijn, maar nodigde hen uit de gelijken van Rome te zijn. Maar misschien lezen we er ook wel te veel in.

[wordt om 11:00 vervolgd]

#FlaviusJosephus #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesArchelaos #Judea #Kajafas #lituus #LuciusAeliusLamia #PontiusPilatus #prefect #Tiberius #ValeriusGratus

Romeins Judea (41-70 na Chr.)

Judaea Capta, “Judea is onderworpen” (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Tweede blogje over Romeins Judea; het eerste was hier.]

Het keerpunt

De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus beweert dat er vanaf de dood van Herodes de Grote een rode draad was van aanhoudend geweld, dat uiteindelijk culmineerde in de Joodse Opstand van 66-70 na Chr. alsmede het einde van de eredienst in de tempel in Jeruzalem. Josephus kan voor het eerste en langste deel van die periode echter geen voorbeelden noemen en zijn tijdgenoot en collega Tacitus is overtuigd van het tegendeel: sub Tiberio quies, ten tijde van keizer Tiberius heerste er rust.noot Tacitus, Historiën 5.9. In 36/37 was er voor het eerst een incident, toen een samaritaanse messias naar de wapens liet grijpen. Pontius Pilatus onderdrukte de revolte voor ze gevaarlijk werd.

Enkele jaren later, in de winter van 40/41 na Chr., wilde keizer Caligula zijn standbeeld hebben in de tempel in Jeruzalem. Dat leidde tot protesten en de eerste interventie van de legioenen. De dood van de keizer verhinderde een bloedbad, maar voortaan was het gedaan met de rust.

De nieuwe keizer, Claudius, zocht een alternatief voor het prefecten-bestuur en benoemde een kleinzoon van Herodes de Grote tot koning: Herodes Agrippa I. Deze regeerde van 41 tot 44 en kreeg niet alleen de gebieden in handen die ooit door Archelaos bestuurd waren geweest, maar ook die van Antipas en Filippos. Bovendien kreeg zijn broer, Herodes van Chalkis, het bestuur toegewezen van de Arabische Itureeërs in de Bekaavallei. Het Joodse koninkrijk was opnieuw intact en Agrippa lijkt zichzelf te hebben beschouwd als een soort messias, die Israël had hersteld. De auteur van de Handelingen van de apostelen, die een andere messias vereerde, vermeldt zijn onverwachte dood niet zonder leedvermaak.noot Handelingen 12.23.

De procuratoren

Na de dood van Herodes Agrippa kreeg Judea opnieuw een Romeinse bestuurder, alleen was het niet langer een militaire prefect maar een civiele procurator. De wereld van de apostel Paulus is daarmee een heel andere dan die van Jezus van Nazaret.

Deze procurator was verantwoordelijk voor Judea, Samaria, Galilea, Idumea en het gebied ten oosten van de Dode Zee. De religieuze taken die de prefect nog had uitgeoefend, zoals het aanwijzen van de hogepriester, kwamen in handen van Herodes van Chalkis en (na diens dood in 48 na Chr.) in handen van een zoon van Herodes Agrippa, Agrippa II.

Het bewind van de procuratoren was echter minder gelukkig dan dat van de prefecten. De belastingdruk was hoog en dat begon zich te doen voelen. Er heerste onvrede. Voor deze periode noemt Flavius Josephus wél gewapende opstanden. Het is onduidelijk waarom de procurators niet goed in staat waren deze problemen het hoofd te bieden, want keizers als Claudius en Nero waren zeker bereid belastingtarieven te verlagen als dat nodig was. Misschien speelt een rol dat de procuratoren meer bestuurlijke taken hadden dan de prefecten, maar minder bevoegdheden. Terwijl de samenleving onrustig was, hadden zij minder armslag.

In elk geval: de vlam sloeg in de pan, de Joden kwamen in opstand, de sadducese hogepriester Ananos II – ooit afgezet omdat hij Jezus’ broer Jakobus de Rechtvaardige zonder proces had laten executeren – zag zijn kans schoon en stichtte een provisorische regering, waarop keizer Nero de legioenen stuurde.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosII #Augustus #Bekaavallei #CaesareaMaritima #Caligula #Claudius #FlaviusJosephus #Galilea #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesVanChalkis #hogepriesterschap #Idumea #Itureeërs #JakobusDeRechtvaardige #Jeruzalem #JoodseOpstand #JudaeaCapta #Judea #messias #Nero #PontiusPilatus #procurator #RomeinsBestuur #Samaria #Tiberius

Lysanias van Abila

Een inscriptie die een Lysanias verneldt – maar welke?

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, schrijf ik op zondag vaak over de joods-Romeinse wereld van het Nieuwe Testament. Inmiddels zijn we beland in een kleine “sub-serie” over mensen die ook bekend zijn uit andere bronnen dan de Bijbel, en vandaag moet dat maar eens een Syriër zijn: Lysanias. Niet het bekendste personage. Hij heeft precies één vermelding:

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippos over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Ananos en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.noot Lukas 3.1-2; NBV21.

Tweemaal Lysanias

De evangelist Lukas doet zijn best het optreden van Johannes de Doper exact te dateren en geef en passant een schets van de Joodse wereld: Kajafas hogepriester, Ananos als de machtige patriarch van Kajafas’ familie, in het zuiden de Romeinse provincie Judea, en verder de herodiaanse vorsten Herodes Antipas en Filippos in de wat noorderlijker gebieden. En Lysanias was dus tetrarch in Abilene, dat wil zeggen in een stukje van het Antilibanon-gebergte aan weerszijden van de weg van de Bekaavallei naar Damascus. De titel van tetrarch werd gegeven aan heersers die regeerden over een gedeelte van een ouder, groter rijk. Later zou de tetrarchie van Abilene worden toegewezen aan Herodes Agrippa I.

En dit, beste lezers, is alles wat we over Lysanias weten. Hij was tetrarch van Abilene in het vijftiende regeringsjaar van Tiberius, zo rond 28 na Chr. We kunnen verder nog wat speculeren: een ruime halve eeuw eerder, rond 40 v.Chr., was een andere Lysanias hier aan de macht. Dat kan zijn opa of een oudoom zijn geweest.

Inscriptie

En dan is er nog de hierboven afgebeelde inscriptie. Die is in 1912 bestudeerd door de Franse archeoloog Raphaël Savignac en bleek letterlijk dezelfde tekst te bevatten als een eerder ontdekte inscriptie, die echter op dat moment al verloren was.

Voor het welzijn van Heren Augusti en hun gehele huis heeft Nymfaios, zoon van Abimmes, vrijgelatene van de tetrach Lysanias, de weg laten aanleggen, de tempel laten bouwen en de gehele beplanting verzorgd, op eigen kosten, voor heerser Kronos en zijn vaderland, uit vroomheid.noot Revue biblique 1912, 536; vertaling Gert Knepper.

Kronos is de Griekse naam van de oud-oosterse god El. Het vervelende is nu dat (voor zover ik weet) niemand de herontdekte inscriptie ooit nog heeft gezien; we hebben dus alleen deze afbeelding uit 1912. Savignac meende dat de inscriptie alleen kon slaan op “onze” Lysanias, omdat Abilene later was toegewezen aan Herodes Agrippa. De verwijzing naar de heren Augusti, meervoud, suggereert echter een veel latere datering, toen er meer dan één keizer was. Het is helemaal niet uitgesloten dat Nymfaios de vrijgelatene is geweest van een nog latere, derde Lysanias.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosI #Antilibanon #El #EvangelieVanLukas #FilipposHerodiaan_ #HerodesAgrippaI #HerodesAntipas #inscriptie #JohannesDeDoper #Kajafas #Kronos #LysaniasVanAbila #NieuweTestament #PontiusPilatus #RaphaëlSavignac #Syrië

Nieuwe Testament - Mainzer Beobachter

In 2019 ben ik begonnen met een (bijna) wekelijks blogje over het Nieuwe Testament. Dat lees ik zonder al te veel aandacht te besteden aan latere christelijke uitleg, maar met de nadruk op de joodse context. Die reeks kan nog jaren duren. Hier is een overzicht van de stukjes. Matteüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen … Meer lezen over Nieuwe Testament

Mainzer Beobachter

Berenike

Inscriptie van Berenike en Agrippa II uit Beiroet (klik=groot)

De Joodse prinses Berenike maakt in het Nieuwe Testament één keer haar opwachting en dat leidt tot zegge en schrijve drie vermeldingen. Dat is niet veel, maar we vangen desondanks een glimp op van een van de meest fenomenale vrouwen uit Romeinse geschiedenis. Ze was de dochter van de Joodse koning Herodes Agrippa I (r.37-44) en de zus van koning Herodes Agrippa II (r.43-100). Hier zijn de drie vermeldingen.

Paulus

Koning Agrippa en Berenike kwamen naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus.noot Handelingen 25.13-14; NBV21.

Die rechtszaak was al oud. Paulus was voorgeleid bij de vorige gouverneur, Felix, die de zaak had aangehouden en overgedragen aan zijn opvolger. Ik blogde er al eens over. Festus wilde de kwestie nu oplossen met de hoogste Joodse gezagdragers.

De volgende dag verschenen Agrippa en Berenike in vol ornaat. Samen met de legeraanvoerders en de voornaamste inwoners van de stad betraden ze de ontvangstzaal, waarna Paulus op bevel van Festus werd voorgeleid.noot Handelingen 25.23; NBV21.

We lezen hoe Festus uitlegt dat hij niet weet wat hij met de zaak aan moet en we lezen Paulus’ verdedigingsrede. Daarna stond koning Agrippa op,

evenals de procurator en Berenike en de anderen die de zitting hadden bijgewoond. Ze trokken zich terug en overlegden met elkaar.noot Handelingen 26.30-31a; NBV21.

Paulus wordt hierna feitelijk vrijgesproken, maar dat is waarom ik hierover blog. Het oordeel wordt dus gevormd door een Romeinse gouverneur, een Joodse koning, wat andere aanwezigen en Berenike. Het stond een gouverneur vrij van iedereen advies te vragen, maar dat er een vrouw bij aanwezig is, illustreert dat Berenike iemand was om rekening mee te houden. En dat was niet voor niets.

Driemaal getrouwd

Als je vader koning was en als je broer koning zou worden, wachtte je een prinsessenhuwelijk. En inderdaad: Berenike, dertien jaar oud, trouwde in 41 na Chr. met het hoofd van de Joodse gemeenschap in Alexandrië, Marcus Julius Alexander (een neef van de filosoof Filon van Alexandrië).noot Josephus, Joodse Oudheden 19.276-277.

Na de dood van haar echtgenoot trouwde Berenike voor de tweede keer, nu met een oom, koning Herodes van Chalkis, die heerste over de Bekaavallei. Ze lijkt een rol te hebben gespeeld bij de promotie van Tiberius Julius Alexander, de broer van haar eerste echtgenoot, tot gouverneur van Judea. Van Herodes had ze twee zonen, over wie we verder weinig weten.noot Josephus, Joodse Oudheden 19.277, 20.104.

Na Herodes’ dood in 48 droeg keizer Claudius diens koninkrijk over aan Agrippa. Berenike, koningin van Chalkis en op twintigjarige leeftijd tweemaal weduwe, verhuisde nu naar het hof van haar broer. Haar rang als koningin zal een deel van de verklaring zijn voor haar invloed.

Wat ook een rol gespeeld zal hebben, was de zichtbare genegenheid tussen haar en haar broer. Bovenstaande inscriptie uit Beiroet, EDCS-15300229, noemt de twee in één adem. (Om precies te zijn: ze noemt koningin Berenike vóór koning Agrippa.) De Babylonische Talmoed bewaart een onschuldige herinnering aan een discussie die de twee voerden over de kwaliteiten van geiten- en schaapsvlees.noot Babylonische Talmoed, Pesahim 57a. Er gingen echter ook geruchten over een incestueuze relatie; de Romeinse dichter Juvenalis verwijst ernaar.noot Juvenalis, Satiren 6.155-158.

Een derde huwelijk volgde – volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus om de geruchten te bezweren.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.145-146. Haar echtgenoot was koning Polemon van Cilicië, maar dit huwelijk eindigde al snel in een echtscheiding. Omdat ze terugkeerde naar het hof van Agrippa II kregen de geruchten weer een nieuw leven. Wat de lezers van de Handelingen van die geruchten hebben gedacht, zullen we wel nooit weten, maar ze zullen hebben geweten dat de twee onafscheidelijk waren. Vandaar dat de auteur van de Handelingen bekend kan veronderstellen wie Berenike was.

Titus

In 66, zes jaar na de besprekingen over Paulus, brak de Joodse Opstand uit. Agrippa was de loyale bondgenoot van de Romeinse generaal Vespasianus. In deze tijd ontmoette Berenike Vespasianus’ zoon Titus, met wie ze een relatie begon. Hoewel de Romeinen niet onbekend waren met de situatie in het Nabije Oosten, was een lokale adviseur natuurlijk welkom: Berenikes rol zal niet zo groot zijn geweest als die van een Barsine of een Doña Marina, maar ze moet haar geliefde zo nu en dan suggesties hebben gedaan.

Na de vernietiging van de Tempel in 70 ging ze met Titus mee naar Rome. De Romein schijnt een huwelijk overwogen te hebben, maar toen hij in 79 zelf keizer werd, stuurde hij haar naar huis. Invitus invitam, schrijft Suetonius, “tegen zijn zin, tegen haar zin”.noot Suetonius, Titus 7.2.

Ze zal zijn teruggekeerd naar het hof van haar broer, maar haar verdere lot is onbekend, al zal ze invloed op Agrippa hebben gehouden. We zien echter ook een andere werkelijkheid: een vrouw kon alleen formidabel worden dankzij haar vader, haar broer en haar echtgenoot. Uiteindelijk was de Romeinse wereld een mannenwereld.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#BabylonischeTalmoed #Berenike #CaesareaMaritima #Claudius #FilonVanAlexandrië #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesVanChalkis #MarcusAntoniusFelix #MarcusJuliusAlexander #NieuweTestament #Paulus #PolemonVanCilicië #PorciusFestus #Suetonius #TiberiusJuliusAlexander #Titus #Vespasianus