Het scheiden der wegen

Allegorie van de Wet en Genade (Schnütgenmuseum, Keulen)

Waarom zijn joden en christenen gescheiden wegen gegaan? Het bovenstaande glas-in-lood-raam, daterend uit de zestiende eeuw en te zien in het Schnütgen-museum in Keulen, helpt het doorgronden. Het documenteert het oude antwoord, dat ik zal proberen af te zetten tegen het nieuwe. Links ziet u hoe Adam en Eva eten van de verboden vrucht, vooraan ziet u hoe Adam, als symbool voor de gehele mensheid, de keuze krijgt tussen twee wegen: links de weg van de joodse hogepriester, die wordt gesymboliseerd door de Wet van Mozes (helemaal achteraan), en rechts de weg die wordt aangegeven door Johannes de Doper, wijzend naar het Lam (Christus). Een lijk links en de wederopstanding rechts maken duidelijk welke weg de betere is. Volgens de glazenier natuurlijk.

In zijn visie sloot God tweemaal een verbond met de mensheid. Eerst deed Hij dat door de mensen via Mozes de Wet te geven. Als de Joden zich daar maar aan hielden, lag de wereld die zou komen binnen hun bereik. Het leidde – nogmaals: ik geef een zestiende-eeuwse mening weer – tot een godsdienst waarin mensen zich onzeker voelden van hun redding, nerveus probeerden zich zo nauwgezet mogelijk aan de regels te houden en uiteindelijk allemaal nieuwe regels erbij verzonnen, die zijn vastgelegd in de Mishna en de Talmoed.

Gods tweede poging, het Nieuwe Verbond, bestond uit het zenden van zijn Zoon, die met zijn kruisdood de vloek van Adam had weggenomen. Mensen hoefden zich niet neurotisch te houden aan een onderdrukkende Wet, maar waren vrij. Christus had de mensheid getoond dat God genadig was. De mensheid was “gerechtvaardigd”: het wonderlijke woord wil zeggen dat christenen, als ze op het Laatste Oordeel zouden worden beoordeeld, in principe werden gerekend tot de rechtvaardigen.

Goede werken

De middeleeuwse christenen wisten heel goed dat ze het desondanks konden verprutsen en net als de joden hadden ze daarom een leerstuk van de goede werken. “Zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood,” staat in de Brief van Jakobus 2.26. U kent de voorbeelden, zoals het Hôtel Dieu dat de Bourgondische kanselier Nicolas Rolin aan de stad Beaune schonk. Door zo’n goed werk te doen, wiste een schuldige christen als het ware zijn zonden uit. Anderen deden, zoals wij het zouden noemen, vrijwilligerswerk, en omdat niet iedereen een geboren ziekenverzorger is is, accepteerde de kerk dat mensen via een betaling een echte verpleegkundige aan het werk zetten. De gelovige werd naar betaalkracht aangeslagen en verrichtte een goed werk, maar de kerk zorgde wel voor professionele handen aan het ziekbed.

Zulke betalingen heetten “aflaat” en waren menigeen een doorn in het oog, want het had er minimaal de schijn van dat de rijken zich een plaats in het Koninkrijk konden kopen. Dat de opbrengst ging naar een prestigeproject als de bouw van de Sint-Pieter of naar de oorlog tegen de Grote Turk, vormde ook al geen aanbeveling.

Luther

Het is tegen deze achtergrond dat Luther Paulus’ Brief aan de Galaten las. Daarin zit de cruciale passage:

Omdat we weten dat de mens niet wordt gerechtvaardigd door de werken der Wet maar door het geloof in Jezus Christus, hebben wij in hem geloofd, opdat wij zouden worden gerechtvaardigd uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der Wet. Door de werken der Wet zal immers geen mens worden gerechtvaardigd. (Galaten 2.16)

Luther stelde de “werken der Wet” gelijk aan de “goede werken”. De mensen konden door goede werken geen plaats in het Koninkrijk verwerven. Alleen het geloof in Christus bood redding. Christus was immers God, God was almachtig, en als mensen zelf invloed kregen op hun redding, was God niet almachtig. En trouwens, wie goede werken deed, belandde vroeg of laat bij aflatenhandel. Niet doen dus.

4QMMT

Luthers misvatting was dat de “werken der Wet” hetzelfde zouden zijn als “goede werken”. Dat zijn ze niet. Ik heb al vaker geblogd over de Dode Zee-rol 4QMMT, die dit heel duidelijk maakt. Wie de “werken der Wet” uitvoert, is niets anders dan iemand die valt onder de Wet van Mozes. Een Jood dus. Wat Paulus feitelijk bedoelt is dat men door een Joodse afstamming niet wordt gered, maar door geloof in Christus. Over de wenselijkheid van goede werken heeft hij zich niet uitgelaten, maar gegeven het feit dat hij in de Diaspora een collecte hield voor de gelovigen in Jeruzalem, neem ik aan dat Paulus geen bezwaar had tegen de formulering van Jakobus dat geloof zonder goede werken betekenisloos was.

Het is maar weinig overdreven om te zeggen dat de ontdekking van de Dode Zee-rollen het tapijt onder de Reformatie heeft weggetrokken. De Rooms-katholieke en de Lutherse kerk hebben de strijdbijl alweer een tijdje geleden begraven en bij de herdenking van vijf eeuwen Reformatie was de paus uitgenodigd. Hij beantwoordde de geste door in Rome een Piazza Martin Lutero in te richten. (Een reactionaire ambtenaar in het Romeinse stadhuis vond een humoristische manier om het initiatief belachelijk te maken.)

Wat doet het ertoe?

De inzet van dit alles is niet de interpretatie van een zinnetje uit de Brief aan de Galaten, het (on)gelijk van Luther of de verdienste van goede werken. Het gaat om een godsbeeld en dus om een mensbeeld. In de traditionele christelijke visie, zo mooi afgebeeld op het gebrandschilderde raam hierboven, is de God van het Oude Verbond een bonenteller en moeten de mensen punten scoren voor het hiernamaals, en is de God die zich via Christus openbaarde een God van genade.

Dit is een karikatuur van het jodendom. Een jood houdt zich immers niet aan de Wet omdat hij nog gered moet worden, maar houdt zich aan de Wet omdat hij al gered is. De oude weergave van het jodendom is misschien geen antisemitisme in de zin dat een volk als inferieur ras wordt weggezet, maar het schurkt er tegenaan. Wie Luthers anti-joodse polemieken afdoet als bijzaak, heeft domweg niet begrepen dat het de kern vormt van zijn denken.

Laatste punt: ik zal niet snel schrijven dat de oude wereld nog relevant is. Dat we ons er eindeloos mee bezig houden, is een artistieke keuze om er inspiratie aan te ontlenen, maar duidt niet op feitelijke invloed. De klassieke traditie – nooit gedemonstreerd, altijd aangenomen – is slechts de façade van een huis dat sindsdien grondig is verbouwd. Maar hier hebben we een punt waar de bestudering van een antieke tekst werkelijk betekenis heeft. De discussie die ik hier samenvat, is die over het zogenaamde Nieuwe Perspectief op Paulus en gaat dus echt ergens over.

#4QMMT #BriefAanDeGalaten #BriefVanJakobus #genade #goedeWerken #NieuwePerspectiefOpPaulus #Paulus #Schnütgenmuseum #theologie #WerkenDerWet #WetVanMozes

Saturnus Africanus (2)

Wijding aan Saturnus Africanus (Nationaal archeologisch museum, Algiers)

[Dit is het tweede van twee blogjes over Saturnus Africanus. Het eerste was hier.]

Het onderzoek naar de inscripties is al begonnen in de negentiende eeuw en de grote Algerije-kenner Stéphane Gsell vatte het allemaal samen. Daaraan voegde Marcel Le Glay in 1966 de resultaten van driekwart eeuw archeologisch onderzoek toe; u vindt de monografie hier. Daarna zijn er deelpublicaties geweest, maar ik ken geen andere synthese dan die van Le Glay. Die behandelt gelukkig wel een veelvoud aan aspecten, zoals de eigenlijke eredienst.

Verering

Er was, zo begrijp ik, onderscheid tussen de priesters (sacerdotes) en de ingewijde gelovigen (sacrati), die bij wijze van initiatie onder een juk moesten doorgaan. Een ander ritueel was het samen drinken van een honing-melk-drank. Ouders konden, zoals met de christelijke kinderdoop, baby’s al opdragen aan de bescherming van de god. De Saturnus-eredienst stond dus niet voor iedereen open; je moest een keuze maken voor toetreding, waarna er eisen aan je werden gesteld. Die doen zo oosters aan als je verwacht bij een godheid die minimaal ten dele uit Fenicië komt: je moest je schoenen uitdoen als je een heiligdom betrad en je mocht geen varkensvlees eten. En je moest je zoveel mogelijk onthouden van de verering van andere goden. Saturnus was niet zomaar een god, hij was simpelweg de heer, ba’al ofwel dominus.

Wijding aan Saturnus (Archeologisch museum, Guelma)

Gegeven het enorme aantal inscripties, was Saturnus meer dan zomaar een god. Hij was simpelweg dé god. Ter vergelijking: er zijn uit de genoemde regio 106 voor Hercules, 117 voor Minerva en 246 voor Mercurius. Dat Saturnus de Africaanse oppergod was, blijkt ook wel uit het feit dat de officiële oppergod, Jupiter dus, is vertegenwoordigd met slechts 46 inscripties. (Ik sluit niet uit dat ik verkeerd heb gezocht.)

De eretitels verraden een veelheid aan aspecten. Als Saturnus Balcaranensis is hij de god van de heilige berg Bou Karnine; hij heet Pater (vader), Genitor (schepper), Frugifer (vruchtvoortbrenger), Sanctus (heilig), Aeternus (eeuwig) en Deorum omnium princeps (eerste onder alle goden).

Het is interessant dat een godheid die weliswaar een Latijnse naam had maar toch vooral een NumidischFenicisch syncretisme belichaamt, zo belangrijk was. Le Glay oppert dat de populaire oosterse, door ingewijden als enige godheid te vereren oppergod in feite de wegbereider was voor de oosterse godheden die eveneens niet accepteerden dat hun ingewijden andere goden vereerden – Christus en Allah.

Saturnus Africanus in Tiddis

Intermezzo

Tot zo ver. Een actuele synthese heb ik niet kunnen vinden. Dat is wat verontrustend, en niet alleen omdat onderzoek begint te verouderen op het moment dat een manuscript wordt afgerond. Er is, als het gaat om antieke religie, een perspectiefwisseling geweest.

Kort door de bocht samengevat komt het erop neer dat antieke religie lang bekeken is geweest vanuit een christelijk perspectief. Zo interpreteerden oudhistorici het jodendom (althans tot het Nieuwe Perspectief op Paulus), grosso modo zoals christelijke theologen dat hadden gedaan. Ging het om het heidendom, dan namen oudheidkundigen laatantieke christelijke polemiek, zoals de bewering dat een taurobolium een doop in stierenbloed zou zijn, vrij kritiekloos over.

Uitgestorven zijn die vooroordelen bovendien niet. Op de expositie “Boven het maaiveld” wordt de christelijke laster dat heidenen religie slechts als transactie zagen (do ut des), zonder blikken of blozen herhaald. Het christendom behoudt zo zijn invloed, ook waar wetenschappers allang beter weten.

Wijding aan Saturnus Africanus (Archeologisch museum, Sétif)

Door een combinatie van factoren, zoals de ontkerkelijking en de ontsluiting van nieuwe (archeologische en tekstuele) data, kijken oudheidkundigen inmiddels anders naar antieke religie. Opnieuw kort door de bocht: we zien hoe onbruikbaar het concept is. De term is sowieso alleen in zéér algemene zin te definiëren en mede daardoor zijn vrijwel alle generalisaties zinledig. Zoals het christendom zich verhoudt tot de islam zoals rugby zich verhoudt tot tennis, zo moet de verering van Saturnus Africanus zich tot het christendom hebben verhouden zoals dammen tot schansspringen.

Nieuwe visies op religie, dezelfde Saturnus

En dan wordt de door Le Glay geboden reconstructie eigenlijk wat verdacht. Hij schetst een eredienst voor Saturnus die op nogal wat plekken gemodelleerd lijkt op het christendom, met inwijdingsrituelen en priesters en hiernamaalsgeloof en exclusivisme en eeuwigheid en schepping en voedselrituelen en baby-bescherming. Het enige dat ontbreekt is een heilig boek.

Ik trek Le Glays integriteit allerminst in twijfel, maar ik sluit niet uit dat hij in zijn betoog dingen heeft uitgelicht die aansloten bij zijn impliciete, op het christendom gebaseerde definitie van religie. Het kan bijvoorbeeld zijn dat hij Tertullianus’ opmerking dat Tiberius mensenoffers verbood, niet heeft herkend als een verzonnen heidense erkenning dat Jezus’ kruisdood het ultieme offer was geweest dat andere offers overbodig maakte.

Eigenlijk zou ik over Saturnus Africanus iets moderners willen lezen (zoals er over het jodendom, het christendom en de verering van Mithras volop boeken zijn die niet zijn geschreven met in het achterhoofd een beeld van het christendom), maar ik heb het niet kunnen vinden. Voor suggesties staat de commentaarsectie open.

#AfricaProconsularis #Algerije #BaälHammon #inscriptie #Kronos #MarcelLeGay #Marokko #MauretaniaCaesariensis #MauretaniaTingitana #Mithras #NieuwePerspectiefOpPaulus #Numidië #RomeinseReligie #Saturnus #SaturnusAfricanus #StéphaneGsell #syncretisme #taurobolium #Tiberius #Tunesië

Een nieuwe Paulus

In Damascus wordt deze stadspoort aangewezen als de plaats waar Paulus ooit over de muur wist te ontsnappen. Weererkers en mezekouwen zijn middeleeuwse uitvindingen en deze poort stond er niet in de eerste eeuw.

In twee eerdere stukjes heb ik uiteengezet dat de leer van de apostel Paulus de laatste jaren ter discussie is gesteld. De oorzaak is dat het traditionele beeld van het antieke jodendom, dat een starre, op de Wet gerichte godsdienst zou zijn geweest, onhoudbaar is gebleken. De oude visie dat christenen zich onderscheidden van de joden doordat in het nieuwe geloof Gods genade centraal stond en in het oude geloof de Wet, blijkt niet te kloppen. Zo komt de vraag op waar het verschil dan zit – of, iets preciezer gezegd, wat het verschil is volgens Paulus.

Ik beken dat ik op dit moment moeite heb met de materie, die betrekkelijk nieuw is voor me. Wat ik begrijp is dat in de diverse stromingen van het jodendom, waaronder de stroming die later bekend kwam te staan als het christendom, de goede werken waarmee de gelovige een zonde kan compenseren, mogelijk zijn doordat God deze weg in Zijn genade heeft getoond, en dat die genade niet door de werken wordt verworven. Anders gezegd, dat een jood goede werken kan doen, bewijst dat hij al is gered – hij maakt deel uit van het Verbond – en ze zijn voor die redding geen voorwaarde.

Omdat Gods genade – en niet: je houden aan de Wet – dus de kern van het jodendom was, kon Paulus geen stelling nemen tegen het legalisme. Toch polemiseert hij tegen de “werken der Wet”, zoals in deze passage uit de Brief aan de Galaten.

Omdat we weten dat de mens niet wordt gerechtvaardigd door de werken der Wet maar door het geloof in Jezus Christus, hebben wij in hem geloofd, opdat wij zouden worden gerechtvaardigd uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der Wet. Door de werken der Wet zal immers geen mens worden gerechtvaardigd. (Galaten 2.16)

Hier lijkt het geloof in Christus (en dus de genade van God) toch echt te worden geplaatst tegenover een jodendom waarin mensen zich redden door het doen van goede werken. Dat is althans de traditionele uitleg. De ontdekking van de Dode Zee-rollen maakte deze echter moeilijk houdbaar, omdat de uitdrukking “werken der Wet” daarin – zoals de Britse theoloog James Dunn in 1983 aantoonde – vaak verwijst naar de eigen gewoontes van de sekte die deze teksten vervaardigde. “Werken der Wet” is dus geen term uit de verlossingsleer, zoals lange tijd werd aangenomen, maar een sociologische term, die de gebruiken aanduidt waarmee de ene groep zich van de andere afbakende. In het geval van Paulus’ Galatenbrief is met “werken der Wet” dus niets anders bedoeld dan het jood-zijn, en we zouden de regel kunnen lezen als:

Omdat we weten dat joods-zijn ons slechts rechtvaardigt als we geloven in Jezus Christus, hebben wij in hem geloofd, opdat wij zouden worden gerechtvaardigd uit het geloof van Christus, en niet uit het joods-zijn. Daardoor zal immers geen mens worden gerechtvaardigd.

Paulus polemiseert dus niet tegen een jodendom dat alleen redding biedt door scrupuleus wettisch gedrag, maar tegen degenen die het heil willen beperken tot de joden. Een heiden die in Christus gelooft, mag dan buiten het Verbond staan, hij kan worden gered. Als ik de lezing van Dunn goed begrijp, althans.

Dit roept echter weer nieuwe vragen op. De belangrijkste daarvan is: is er in het denken van Paulus wel sprake van een breuk met het jodendom, zoals steeds weer wordt aangenomen? De breuk zit in elk geval niet in het idee dat God in Zijn genade een weg tot verzoening opent, want dat idee was standaard aanwezig in het jodendom. Niemand trekt deze interpretatie in twijfel.

Evenmin is de breuk gelegen in een afwijzing van het doen van goede werken, want Paulus heeft geen reden daartegen te polemiseren en doet het (althans volgens Dunn) ook niet. Tot slot kan de breuk ook niet hebben gelegen in het openstellen van het heil voor niet-joden, want de gedachte dat ook degenen die geen deel hadden aan het Verbond, mochten hopen op Gods genade, was bepaald niet nieuw. De tempel in Jeruzalem moest een huis zijn voor alle volken, had Jesaja al gezegd, en de opvatting dat je alleen joods kunt zijn met een joodse moeder, moest nog populair worden. (Dat dit gebeurde, zou wel eens een reactie kunnen zijn op het enthousiasme waarmee het christendom vreemdelingen accepteerde, maar dat terzijde.)

Wat bij Paulus wel nieuw lijkt te zijn, is een aanvulling op de traditionele opvattingen, namelijk het idee dat Jezus de messias was. Maar zulke aanvullingen waren niet ongebruikelijk. De farizeeën aanvaardden de opinies van de wetgeleerden als aanvulling op de Wet en sekte van de Dode Zee-rollen lijkt de Bijbel te hebben aangevuld met eigen geschriften. Kortom, waar de breuk tussen joden en christenen ook moge zijn ontstaan, in elk geval niet met Paulus (vergelijk ook dit stukje).

Uiteraard zijn er uitzonderingen. De tekst die bekendstaat als 4 Ezra lijkt in elk geval wél te veronderstellen dat joden alleen gered kunnen worden door zich stipt aan de Wet te houden, en de auteur is oprecht depressief dat dit te moeilijk is. Bovendien is het maar de vraag of Dunns interpretatie van “werken der Wet” de juiste is. Over deze discussie gaat Kent Yingers onlangs verschenen The New Perspective on Paul.

Het ligt niet aan Yinger dat ik niet het gevoel heb de stof echt te begrijpen: zijn boek is kristalhelder van opzet en ik begrijp elke stap. Toch komt de discussie voor mij niet tot leven, wat er heel goed mee kan samenhangen dat ik op dit moment wél ben geïnteresseerd in Paulus maar niet in zijn betekenis. Dat komt later. Voorlopig vind ik het interessant als Paulus de goede werken niet afwees en noteer ik dat er continuïteit is van het farizeïsme via de apostel naar de vroege kerk. Dat het voor moderne gelovigen actualiteit bezit, is voor het boek dat ik aan het schrijven ben, niet interessant. Relevantie is de vijand van de geschiedenis.

Yinger geeft kristalhelder aan dat de discussie over het verleden wordt beïnvloed doordat mensen bepaalde posities in het heden niet willen opgeven. Argumenten als zouden de verworvenheden van de Reformatie op het spel staan, of dat het nieuwe perspectief op Paulus wegen opent naar oecumene, zijn voor de historicus echter onbelangrijk. Yinger gaat wel in op de theologische argumenten, maar markeert ze als voor de historische analyse oneigenlijk, en dat siert hem.

Er is meer dat hem siert. Hij realiseert zich tenminste dat het accent moet liggen op Paulus’ brieven, en dat de auteur van de Handelingen van de apostelen niet per se Paulus’ eigen meningen weergeeft. Het doel van die tekst is immers aan te tonen hoe het heil van Jeruzalem, dat in 70 werd verwoest, al was verplaatst naar Rome, een perspectief dat de apostel zelf zeker niet zal hebben gehad. De Handelingen zijn een door vrijwel alle historici erkend dwaalspoor.

Yinger realiseert zich ook dat je niet zonder meer mag aannemen dat Paulus een consistente denker is geweest. Niemand kijkt ervan op als we van Aristoteles’ opvattingen over de ziel zeggen dat hij zichzelf tegenspreekt of dat er ontwikkeling in zit, dus waarom zou er in Paulus’ brieven géén ontwikkeling zijn te zien? Uiteindelijk meent Yinger dat die inconsistentie wel meevalt, maar hij overweegt het tenminste.

Kortom, ook al heb ik niet het gevoel de discussie werkelijk in de vingers te hebben gekregen, en al zal een professioneel “paulinist” wel wat aan te merken hebben op mijn drie stukjes, ik beschouw de uren met Kent Yingers The New Perspective on Paul als buitengewoon waardevol. Het is een prima boek, dat me in elk geval heeft gewezen op een hoop valkuilen.

PS

Een goede website over “de nieuwe Paulus” is daar.

#4QMMT #apostel #BriefAanDeGalaten #genade #goedeWerken #NieuwePerspectiefOpPaulus #NieuweTestament #Paulus #theologie #verzoeningTheologie_ #WerkenDerWet #WetVanMozes

Het joodse Nieuwe Testament

Twee keer het Joodse Nieuwe Testament

Ik zal niet snel zeggen dat de Oudheid belangrijk is. Misschien is ze dat, maar dat kunnen we maar zelden vaststellen. Weliswaar beweren oudheidkundigen regelmatig dat de toenmalige samenleving de onze beïnvloedt (een recent boek van de Belgische classicus Patrick De Rynck heeft bijvoorbeeld als ondertitel “Hoe de oude Grieken en Romeinen ons leven nog altijd bepalen”) maar zulke sociaalwetenschappelijke claims zijn doorgaans lastig te staven. Er zijn maar een stuk of wat uitzonderingen, en één daarvan is het christendom. Van die antieke religie is vormende werking uitgegaan op alle daarop volgende eeuwen en op velerlei terrein. Die agency, om de jargonterm te gebruiken, is wetenschappelijk en overtuigend bewijsbaar. Het antieke christendom heeft daarom niet alleen grote betekenis voor onze hedendaagse samenleving, want het vormde haar, maar heeft tevens wetenschappelijk belang, want dit is waar oudheidkunde haar belang toont.

Het antieke christendom is bovendien interessant omdat er veel misverstanden over bestaan. Allerlei verouderde visies blijven maar herhaald worden, ook door wetenschappers. Ze negeren het belang van de in 1994 gepubliceerde Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT. En dat is jammer. 4QMMT (“Enige werken der Wet”) plaatst het ontstaan van het christendom in een geheel nieuw licht.

Nieuw Perspectief

Om het te begrijpen, moeten we terug naar Luthers visie op een passage uit Paulus’ Brief aan de Galaten. Daarin schrijft de apostel dat niemand wordt gered door de “werken van de Wet”, wat Luther uitlegde als de “goede werken” waarmee volgens de katholieke kerk iemand invloed kan hebben op zijn plaats in het hiernamaals. Luther meende dat daartoe alleen het geloof in Christus relevant was. Feitelijk gaat het hier om Gods genade: Luther beweerde dat het jodendom, dat iemands plaats in de wereld die zou komen afhankelijk zou hebben gemaakt van het voldoen aan allerlei wetjes en regeltjes, niet de genade zou hebben gekend die het christendom wel bood. Luthers visie is natuurlijk een wonderlijke vertekening van de religie van mensen die geloven door God te zijn uitverkoren.

4QMMT bewees nu dat de “werken van de Wet” niet dezelfde waren als “goede werken”. Het bleek een manier te zijn om aan te geven dat iemand de Wet van Mozes volgde en dus Joods was. Paulus wilde zeggen dat een Joodse achtergrond geen betekenis had voor de redding van de gelovige op de Jongste Dag. Paulus breidde daarmee de definitie van het uitverkoren verbondsvolk uit. Deze herinterpretatie van Paulus staat bekend als het Nieuwe Perspectief op Paulus. Het maakt hem normaler, want dit was destijds geen ongebruikelijk Joods standpunt.

Een nog nieuwer perspectief

De discussie over het Nieuwe Perspectief ligt alweer een tijdje achter ons. Inmiddels gaat het over zaken als de plaats van Paulus binnen het jodendom. Wie bang was voor de Jongste Dag, hoefde, volgens Paulus, geen Jood te worden, want volgens de profetieën zouden Joden én andere volken gered worden. Zijn verzet tegen Wetsnaleving bij niet-Joodse christenen was dus geen breuk met het jodendom.

Dat Paulus staat binnen het jodendom, is nogal een omslag, zeker als je bedenkt dat hij lang gepresenteerd is geweest als feitelijk de eerste christen. Deze omslag is maar één van de vele voorbeelden van de wijze waarop de auteurs van het Nieuwe Testament binnen de sfeer van het jodendom bleven. Waar het op neerkomt, is dat het Nieuwe Testament niet alleen een christelijk boek is, maar ook een joods boek. De wegen gingen pas uiteen toen keizer Domitianus ongekend harde maatregelen nam om de Fiscus Judaicus (een Romeinse belasting) te innen, maatregelen die joodse en niet-joodse christenen anders troffen.

Het joodse Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament is een joods boek. Het christendom begon niet met Paulus. Die bleef joods. Domitianus deed de wegen uiteen gaan. Dat zijn, ietwat scherp geformuleerd, vier inzichten die er dertig jaar geleden nog niet waren. De term “wetenschappelijke revolutie” is voor minder gebruikt. We zouden kunnen zeggen dat christenen moeten ophouden zich het Nieuwe Testament toe te eigenen, want het is niet alleen van hen. De joods-christelijke relaties zijn de laatste jaren opnieuw geformuleerd en het veranderde perspectief werpt nieuw licht op een aspect van de oude wereld waarvan, zoals gezegd, vormende werking uitgaat op onze samenleving.

Ik schreef zojuist dat de op 4QMMT gefundeerde uitleg van de Brief aan de Galaten slechts één voorbeeld was. Voor andere voorbeelden kunt u daar terecht. Maar u kunt nog beter het anderhalve week geleden verschenen boek raadplegen dat ik al enkele keren noemde: het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen. Het is een vertaling van het commentaar dat in The Jewish Annotated New Testament was toegevoegd aan een Engelse vertaling, overgeheveld naar de NBV21-vertaling, geactualiseerd en voorzien van aanvullingen.

Eigenlijk zou iedereen met belangstelling voor de Oudheid (en de betekenis van de Oudheid voor ons) dit boek moeten raadplegen. U vindt er veel informatie die belangrijk maar onvoldoende bekend is. Simpel gezegd: zoals dit jaar Kerstmis samenvalt met Chanoeka, zo vallen christendom en jodendom veel meer samen dan wetenschappers tot voor kort dachten.

Ik houd er wel van de dingen af en toe scherp te zeggen om mensen wat te prikkelen. Maar ik overdrijf oprecht niet als ik zeg dat in ons taalgebied het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen de belangrijkste oudheidkundige publicatie is in jaren.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#agency #NBV21 #NieuwePerspectiefOpPaulus #NieuweTestament #Paulus #Tora #vormendeWerking