V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder nduidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Macedonië

Misschien heeft het even V Scythica geheten, wat suggereert dat het heeft gestreden tegen de nomaden van de Pontische steppe, die zo nu en dan de Donau overstaken. Wellicht heeft het Vijfde, samen met het Vierde, deze stammen verslagen, maar we kunnen deze overwinning niet dateren. Een mogelijke kandidaat is de oorlog van 29-27 v.Chr., waarin de Romeinse commandant Marcus Licinius Crassus (een kleinzoon van de beroemde Crassus) eigenhandig een vijandelijke leider doodde. Het legioen was vrijwel zeker betrokken bij de campagne van Tiberius, de toekomstige keizer, naar het Parthische Rijk die in 20 v.Chr. een diplomatiek einde kreeg.

Vechten was vanzelfsprekend niet de enige bezigheid van de legionairs. Verschillende inscripties documenteren de aanleg van wegen en andere kunstwerken in het Donaugebied. Het nieuw veroverde land, Moesia, moest nog worden ontwikkeld. Het is goed denkbaar dat een van de officieren in deze jaren Velleius Paterculus was, die schrijft dat hij de delta van de Donau heeft gezien.noot Velleius Paterculus, Romeinse geschiedenis 2.101.

Moesia en Armenië

In 6 na Chr. werd V Macedonica overgeplaatst naar Oescus (het huidige Gigen) in Moesia, waar het zou blijven tot 61. Op dit punt bewaakte het de weg langs de zijrivier de Olt naar het zuiden tegen invallen vanuit het koninkrijk Dacië. Het vocht ook aan een ander front: het Vijfde was actief toen keizer Claudius in 45/46 besloot Thracië aan het Romeinse Rijk toe te voegen. De details van deze annexatie zijn vrijwel onbekend.

In 62 werd het Vijfde overgeplaatst naar het oosten, waar het gestationeerd was in Pontus, ten zuiden van de Zwarte Zee. Nero’s generaal Lucius Caesennius Paetus, de gouverneur van Cappadocië, had XII Fulminata en IIII Scythica (dat eerder was overgeplaatst) en een onderafdeling van V Macedonica een rampzalige campagne gevoerd in Armenië. Bij Rhandeia was dit leger gedwongen geweest zich over te geven en het was aan de gouverneur van Syrië, Gnaeus Domitius Corbulo, om een ​​vergeldingscampagne te lanceren met de legioenen III Gallica, VI Ferrata en X Fretensis. Corbulo lijkt V Macedonica aan zijn hoofdmacht te hebben toegevoegd en wist een compromisvrede te bereiken. Ik blogde er al eerder over.

Joodse Opstand

V Macedonica was waarschijnlijk nog in het oosten toen in 66 de Joden in opstand kwamen. Het legioen kwam nu onder bevel van Titus Flavius ​​Vespasianus (de toekomstige keizer). Samen met X Fretensis en XV Apollinaris was het actief in Galilea, waar Sepforis in 67 werd bevrijd. In de daaropvolgende jaren trokken de Romeinen langzaam naar het zuiden. Een van de meest heldendaden van het Vijfde was de bestorming van de berg Gerizim, het belangrijkste heiligdom van de samaritaanse geloofsgemeenschap.

In 68 werd de oorlog onderbroken omdat keizer Nero zelfmoord had gepleegd en de opvolging onduidelijk was. Het legioen bleef enige tijd wachten, met een kamp in Emmaüs. De aanwezigheid van verschillende grafstenen duidt op zware gevechten.

Tijdens de volgende zomer werd Vespasianus tot keizer uitgeroepen en ging hij naar Alexandrië, waar hij de graanaanvoer van Rome afsneed en waarvandaan hij leiding gaf aan de oorlog in Italië. Toen het “vierkeizerjaar” 69 voorbij was, wees Vespasianus zijn zoon Titus aan om de oorlog af te ronden met de inname van Jeruzalem. Na de Romeinse overwinning escorteerde het Vijfde Titus naar Alexandrië. Vervolgens keerde het terug naar Moesia, naar Oescus. Het was bijna tien jaar van huis geweest.

Een inscriptie in de Capitolijnse Musea in Rome

Opnieuw Moesia

Halverwege de jaren tachtig reorganiseerde keizer Domitianus de grenzen van de Rijn en de Donau. Moesia werd verdeeld in twee provincies: Moesia Superior en Moesia Inferior. V Macedonica behoorde met I Italica en XI Claudia tot de laatstgenoemde provincie. Het was een moeilijke tijd, want aan de overzijde van de Donau was het koninkrijk Dacië steeds agressiever. De door Domitianus aangewezen commandanten waren redelijk succesvol, maar de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus, in 89 belette volledig succes. Een van de officieren in deze tijd was de toekomstige keizer Hadrianus.

Het was pas later dat de Romeinen afrekende met de Daciërs: in twee grote oorlogen tussen 101 en 106 annexeerde keizer Trajanus het gebied benoorden de Donau. Na gedane arbeid werd V Macedonica overgeplaatst naar het noordoosten, naar Troesmis (het huidige Iglita), vlakbij de delta van de Donau. Hier held het legioen de Roxolani in de gaten, een stam die soms onrustig was (onder andere in 118). Het staat vast dat Trajanus ook soldaten van V Macedonica meenam op zijn onsuccesvolle campagne tegen het Parthische Rijk (115-117). De onderdrukking van de opstand van de messiaanse leider Bar Kochba volgde vijftien jaar later. Dit was een van de zwaarste oorlogen die Rome ooit heeft moeten voeren.

Er is het een en ander bekend over de niet-militaire taken die de legionairs van V Macedonica in deze jaren uitvoerden. Sommigen dienden in het hoofdkwartier van de gouverneur van Moesia Inferior, in Tomis aan de Zwarte Zee (het huidige Constanța). Met de mannen van XI Claudia bouwden ze het fort van Draschna in het zuidoosten van de Karpaten. Van tijd tot tijd dienden soldaten van V Macedonica op de Krim, waar enkele Griekse steden moesten worden beschermd tegen de nomaden van de Pontische Vlakte. De legioenen van Moesia Inferior waren om beurten verantwoordelijk voor deze buitenpost. Behalve V Macedonica, dienden hier dus ook onderafdelingen van I Italica en XI Claudia.

[Wordt vervolgd]

#BarKochba #Claudius #Constanța #Dacië #Emmaüs #GaiusVibiusPansa #Gerizim #GnaeusDomitiusCorbulo #Hadrianus #IItalica #IIIGallica #IIIIScythica #Jeruzalem #JoodseOpstand #Krim #legioen #LuciusAntoniusSaturninus #LuciusCaesenniusPaetus #Moesia #Nero #Oescus #ParthischeRijk #RomeinsLeger #RomeinsParthischeOorlog #Roxolani #samaritaanseGeloofsgemeenschap #samaritanen #Sepforis #slagBijRhandeia #Tiberius #Titus #Tomis #Trajanus #Troesmis #VMacedonica #Vespasianus #VIFerrata #Vierkeizerjaar #VIIIAugusta #XFretensis #XIClaudia #XIIFulminata #XVApollinaris

Romeins Judea (41-70 na Chr.)

Judaea Capta, “Judea is onderworpen” (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Tweede blogje over Romeins Judea; het eerste was hier.]

Het keerpunt

De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus beweert dat er vanaf de dood van Herodes de Grote een rode draad was van aanhoudend geweld, dat uiteindelijk culmineerde in de Joodse Opstand van 66-70 na Chr. alsmede het einde van de eredienst in de tempel in Jeruzalem. Josephus kan voor het eerste en langste deel van die periode echter geen voorbeelden noemen en zijn tijdgenoot en collega Tacitus is overtuigd van het tegendeel: sub Tiberio quies, ten tijde van keizer Tiberius heerste er rust.noot Tacitus, Historiën 5.9. In 36/37 was er voor het eerst een incident, toen een samaritaanse messias naar de wapens liet grijpen. Pontius Pilatus onderdrukte de revolte voor ze gevaarlijk werd.

Enkele jaren later, in de winter van 40/41 na Chr., wilde keizer Caligula zijn standbeeld hebben in de tempel in Jeruzalem. Dat leidde tot protesten en de eerste interventie van de legioenen. De dood van de keizer verhinderde een bloedbad, maar voortaan was het gedaan met de rust.

De nieuwe keizer, Claudius, zocht een alternatief voor het prefecten-bestuur en benoemde een kleinzoon van Herodes de Grote tot koning: Herodes Agrippa I. Deze regeerde van 41 tot 44 en kreeg niet alleen de gebieden in handen die ooit door Archelaos bestuurd waren geweest, maar ook die van Antipas en Filippos. Bovendien kreeg zijn broer, Herodes van Chalkis, het bestuur toegewezen van de Arabische Itureeërs in de Bekaavallei. Het Joodse koninkrijk was opnieuw intact en Agrippa lijkt zichzelf te hebben beschouwd als een soort messias, die Israël had hersteld. De auteur van de Handelingen van de apostelen, die een andere messias vereerde, vermeldt zijn onverwachte dood niet zonder leedvermaak.noot Handelingen 12.23.

De procuratoren

Na de dood van Herodes Agrippa kreeg Judea opnieuw een Romeinse bestuurder, alleen was het niet langer een militaire prefect maar een civiele procurator. De wereld van de apostel Paulus is daarmee een heel andere dan die van Jezus van Nazaret.

Deze procurator was verantwoordelijk voor Judea, Samaria, Galilea, Idumea en het gebied ten oosten van de Dode Zee. De religieuze taken die de prefect nog had uitgeoefend, zoals het aanwijzen van de hogepriester, kwamen in handen van Herodes van Chalkis en (na diens dood in 48 na Chr.) in handen van een zoon van Herodes Agrippa, Agrippa II.

Het bewind van de procuratoren was echter minder gelukkig dan dat van de prefecten. De belastingdruk was hoog en dat begon zich te doen voelen. Er heerste onvrede. Voor deze periode noemt Flavius Josephus wél gewapende opstanden. Het is onduidelijk waarom de procurators niet goed in staat waren deze problemen het hoofd te bieden, want keizers als Claudius en Nero waren zeker bereid belastingtarieven te verlagen als dat nodig was. Misschien speelt een rol dat de procuratoren meer bestuurlijke taken hadden dan de prefecten, maar minder bevoegdheden. Terwijl de samenleving onrustig was, hadden zij minder armslag.

In elk geval: de vlam sloeg in de pan, de Joden kwamen in opstand, de sadducese hogepriester Ananos II – ooit afgezet omdat hij Jezus’ broer Jakobus de Rechtvaardige zonder proces had laten executeren – zag zijn kans schoon en stichtte een provisorische regering, waarop keizer Nero de legioenen stuurde.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosII #Augustus #Bekaavallei #CaesareaMaritima #Caligula #Claudius #FlaviusJosephus #Galilea #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesVanChalkis #hogepriesterschap #Idumea #Itureeërs #JakobusDeRechtvaardige #Jeruzalem #JoodseOpstand #JudaeaCapta #Judea #messias #Nero #PontiusPilatus #procurator #RomeinsBestuur #Samaria #Tiberius

De Joodse Opstand (1)

Nero, wiens belastingen de Joodse Opstand uitlokten (Glyptothek, Munchen)

Ik blogde al eens over de brand in Rome. Keizer Nero, die weliswaar liever muzikant was geweest maar als het erop aankwam een competent keizer kon zijn, nam meteen maatregelen. De pyromanen werden al snel geïdentificeerd: het zouden Joden zijn, allochtonen die woonden tegenover de plek waar de brand was uitgebroken. Preciezer nog: het waren Joden die de leer volgden van de charismaticus Jezus de Nazareeër.

De brandstichters werden levend verbrand en anderen werden voor de honden geworpen. Dat was een dramatische reconstructie van de bestraffing van Aktaion, een jager die zich in mythologische tijden had vergrepen aan de moeder van Dionysos, de god die destijds werd beschouwd als de Griekse tegenhanger van de god der Joden. Nero presenteerde zich dus als beschermer van het ware Jodendom tegen verkrachting door de christenen.

De herbouw van de stad was kostbaar, een verhoging van de belastingen onvermijdelijk. Dat leidde weer tot relletjes. In Jeruzalem gingen grappenmakers met de pet rond om aalmoezen op te halen voor hun arme gouverneur. Die kon om deze grap niet lachen en liet willekeurige voorbijgangers aan het kruis slaan  – tactloos en wreed, maar het zou niet tot erger hebben hoeven leiden als er niet méér had gespeeld.

De Judese samenleving was sterk verarmd. Ooit had koning Herodes hoge belastingen geheven en die geïnvesteerd in grote bouwprojecten, waar mensen konden bijverdienen. Sinds de Romeinen het gebied hadden geannexeerd, vloeide de opbrengst echter in de schatkist in Rome en waren de Joden nauwelijks in staat het geld te verdienen om hun belastingen te betalen. Gouverneur Antonius Felix (r.52-60) werd door velen beschouwd als extreem gierig, hoewel hij vermoedelijk de gewone, te hoge belastingen inde. De vele verhalen over schuldenaren en schuldeisers in de evangeliën en de Talmoed getuigen van de problematiek.

De voornaamste geschreven bron voor het conflict dat in 66 uitbrak is De Joodse oorlog van de Joodse aristocraat Josef ben Matityahu, ook wel bekend als Flavius Josephus. Hij stamde uit een priesterlijke familie en was bovendien buitengewoon rijk. Zijn dédain voor het gewone volk was huizenhoog en hij had geen goed woord over voor de arme mensen die de Romeinen van hun ellende de schuld gaven, meenden dat alles beter zou worden als de Joden God gaven wat God toekwam, en de opvatting huldigden dat geweld geenszins was uitgesloten.

De afkeer van Rome zat diep. Archeologen hebben erop gewezen dat in de Joodse plattelandshuishoudens Romeins aardewerk ontbreekt, wat veel zegt over de sentimenten. De tempelautoriteiten konden weinig doen om de boeren op andere ideeën te brengen. Ze werden op het platteland beschouwd als corrupt en misten het morele gezag. De boeren waren ook niet de enigen die er zo over dachten. De farizese geleerde Simeon ben Gamaliël protesteerde luidkeels toen tortelduiven, het traditionele reinigingsoffer, in Jeruzalem een goudstuk bleken te kosten, een maandloon.

Tegen deze achtergrond kon het tactloze optreden van de gouverneur niet anders zijn dan de vonk in het kruitvat. Ook de bevolking van Jeruzalem keerde zich nu tegen de Romeinen en op 3 september 66 vielen ze de hulptroepen in de burcht Antonia aan. Die waren totaal niet voorbereid en werden al na twee dagen overmeesterd. De Joodse Opstand was begonnen. Vanaf dit moment was oorlog onvermijdelijk. Rome kon niet anders dan deze opstandigheid smoren in bloed.

[Wordt vervolgd]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


Geld, cultuur en welzijn (4)

december 6, 2021
Apollonios van Tyana (1)

oktober 27, 2013
Een fonteinleeuw uit Wallonië

maart 19, 2024 Deel dit:

#aktaion #brandVanRome #jeruzalem #joodseOorlog #joodseOpstand #marcusAntoniusFelix #nero #simeonBenGamaliel