Paus Leo I en Attila de Hun (3)

Leo I (Archeologisch Museum, Sofia)

[Laatste van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Attila in Italië

Attila’s invasie van Italië bood hem wat hij nodig had: enerzijds goud om de leiders van de volken in zijn superfederatie tevreden te houden, anderzijds een duidelijk succes dat bewees dat nomadisme superieur was aan een boerenbestaan en dat de Hunnen superieur waren aan de andere volken in zijn coalitie. De eerste stad die viel, was Aquileia, dat de Hunnen grondig plunderden. Altinum, Padua, Vicenza, Verona en Bergamo volgden; de keizerlijke residentie Milaan vormde de kroon op het werk.

De route is interessant, want ze toont dat Attila zo dicht mogelijk bij de Alpen bleef en de vlakte van de Po vermeed. Evengoed kampten zijn soldaten met ziektes, en dat was vermoedelijk malaria. Bovendien was er gebrek aan voedingsmiddelen: ik noemde al dat misoogsten zijn gedocumenteerd in zowel Centraal-Europa als Italië. Nadat ook Pavia was geplunderd, kwam het bericht dat een door de oostelijke keizer Marcianus uitgestuurd leger inmiddels oprukte naar de Midden-Donau. Daar lag de poesta die de Hunnen beschouwden als thuisbasis. Aangezien Attila zijn vermoedelijke doelen had bereikt, kon hij beginnen aan de terugtocht. Een opmars naar Rome heeft hij, voor zover we kunnen reconstrueren, nooit overwogen.

Bij de rivier de Mincio, waardoor het water van het Gardameer naar Mantua en de Po stroomt, stuitte hij op een gezantschap dat de westelijke keizer Valentinianus III vanuit Ravenna naar hem had gestuurd. Hierbij was – ik kom nu bij het antwoord op de vraag die de aanleiding was tot deze drie blogjes – ook paus Leo I aanwezig.

Attila en Leo

Prosper Tiro, Leo’s secretaris, biedt een sober verslag, mogelijk een ooggetuigenverslag.

Van de diverse plannen die werden gemaakt om de vijand het hoofd te bieden, leek geen enkel aan de keizer, de Senaat en het Volk van Rome beter uitvoerbaar dan het zenden van gezanten om die bandeloze koning te smeken om vrede. Onze hooggeprezen paus Leo, die vertrouwde op de hulp van God, die de rechtvaardigen in hun beproevingen immers nooit in de steek laat, nam deze taak op zich. Hij was in het gezelschap van oud-consul Avienus en prefect Trygetius, en de uitkomst was zoals zijn geloof had voorzien. Toen de koning het gezantschap had ontvangen, was hij namelijk zó onder de indruk van de aanwezigheid van de hogepriester, dat hij zijn leger beval de strijd te staken, vrede toezegde en zich terugtrok over de Donau.noot Prosper Tiro, Kroniek, jaar 452.

Het enige dat hieraan opmerkelijk is, is dat Valentinianus zich niet bediende van de bisschop van Milaan, die een politieke rol had, of van zijn bisschop in Ravenna, maar zijn toevlucht nam tot de bisschop van Rome: ver weg en tot dan toe geen politiek figuur. Uit Leo’s eigen correspondentie weten we dat is gesproken over het uitwisselen van gevangenen. Het antwoord op de vraag “zou jij eens een blogpost kunnen wijden aan hoe paus Leo I nu eigenlijk de Hunnen wist tegen te houden?” is dus “dat deed ’ie helemaal niet!”, want Attila was al op de terugweg.

We weten misschien nog iets over de topconferentie bij Mantua. Een eeuw na de gebeurtenissen weet de chroniqueur Jordanes namelijk dat Attila eiste dat én Honoria én het hem rechtmatig toekomende deel van de keizerlijke goederen zouden worden overgedragen.noot Jordanes, Oorsprong en geschiedenis van de Goten 523-524. Als dit waar is, heeft Attila zijn claim op (delen van) het Romeinse Rijk niet opgegeven en was de situatie op dat moment veel minder eenduidig dan je weleens zou denken.

Zadel van een Hun (Palais Rohan, Straatsburg)

De legende

Leo’s bezoek aan het terugtrekkende leger van Attila kreeg echter legendarische proporties. Hier is wat Paulus de Diaken er in de achtste eeuw van maakt:

Men zegt dat Attila’s mensen na Leo’s vertrek aan hem vroegen waarom hij, anders dan hij gewoon was, zoveel eerbied had betoond aan de bisschop van Rome en vrijwel alle verzoeken had ingewilligd. De koning antwoordde dat hij geen eerbied had betoond aan de sterveling die hij had gezien, maar dat naast hem een andere eerbiedwaardige man in priesterdracht was verschenen, een rijzige grijsaard met een getrokken zwaard, die hem met een afschuwelijke dood bedreigde.noot Paulus de Diaken, Romeinse geschiedenis 14.12.

Paulus verwijst naar een eerdere bron (“men zegt”), en helemaal onmogelijk is het niet dat Attila zijn hovelingen iets langs deze lijnen heeft verteld. Veel steppevolken kennen één oppergod, de hemelgod Tengri, en het is niet ondenkbaar dat Valentinianus’ gezanten Attila hebben geattendeerd op het feit dat christenen ook één god hebben. Hoe dat ook zij: latere auteurs herkenden in de man met het zwaard de apostel Paulus, en voegden er, omdat Leo nou eenmaal uit Rome kwam en gold als opvolger van Petrus, nog maar eens een tweede grijsaard aan toe. Een later heiligenleven maakt het helemaal bont:

Terwijl Leo dit zei, keek Attila, diep in gedachten verzonken en zwijgend, naar Leo’s eerbiedwaardige gewaad en uiterlijk. En zie, plotseling verschenen de apostelen Petrus en Paulus, gekleed als bisschoppen, naast Leo, de een aan zijn rechterhand, de ander aan zijn linkerhand. Ze hielden zwaarden opgeheven boven hun hoofd en dreigden Attila met de dood indien hij Leo’s bevel niet zou gehoorzamen. Daardoor werd Attila, die als een dolleman tekeer was gegaan, gestild.

Hunnendiadeem (Neues Museum, Berlijn)

De Nibelungen

Als, zoals Jordanes suggereert, de uitlevering van Honoria en de overdracht van enkele gebieden de prijs was geweest voor Attila’s aftocht, hadden Honoria en het Romeinse Rijk het geluk dat Attila eerder overleed. Er kwam wél een bruiloft – maar niet met de zus van Valentinianus III. Attila trouwde met een zekere Hildico, en overleed in de huwelijksnacht.

De naam Hildico is Germaans, “kleine beschermer”, en we kennen een Germaanse koningin die met Attila trouwde: de Bourgondische Kriemhild uit het Nibelungenlied. Uiteraard staat niet vast dat Hildico Bourgondisch was, uiteraard is er tussen de vijfde en de twaalfde eeuw allerlei verdichting geweest en uiteraard is de enige overeenkomstig het element hild. Maar het is niet helemáál uitgesloten dat het personage van Kriemhild teruggaat op Hildico, en evenmin is uitgesloten dat Attila in zijn laatste maanden een huwelijksalliantie heeft gesloten met de Bourgondiërs en territoriale aanspraken heeft behouden op althans een deel van Gallië.

Overigens mis ik Attila the Stockbroker.

#Aquileia #Attila #Donau #Honoria #Hunnen #Ildico #Jordanes #Kriemhild #malaria #Marcianus #Milaan #Nibelungenlied #nomadisme #Paulus #PaulusDeDiaken #PausLeoI #Petrus #ProsperTiro #Ravenna #superfederatie #Tengri #ValentinianusIII #zwaard

Paus Leo I en Attila de Hun (1)

Hunnendiadeem (National Museum, Boedapest)

U vraagt: “zou jij eens een blogpost kunnen wijden aan hoe paus Leo I nu eigenlijk de Hunnen wist tegen te houden?”

Wij antwoorden: “maar dat deed ’ie helemaal niet!” Het uitgebreidere antwoord is natuurlijk interessanter. Daarvoor moeten we eerst kijken wat Attila en de Hunnen überhaupt in Italië kwamen doen. En dat veronderstelt dan weer dat we bekijken wie die Hunnen eigenlijk waren.

Superfederatie

De Hunnen vormden een zogeheten superfederatie, waarover ik al eens eerder blogde: groepen merendeels nomadische volken die zich verzamelden onder een charismatische vorst (zoals Djengis Khan of Timoer Lenk) en onder zijn leiding successen boekten, maar weer uiteengingen als de successen ten einde kwamen. De geschiedenis van Centraal-Eurazië is te lezen als een proces van enerzijds clustering, desintegratie en herclustering en anderzijds (omdat de steppe naar het westen toe geschikter zijn voor veeteelt) een voortdurende westwaartse beweging. Omdat de volken die deel uitmaakten van zo’n nomadische cluster zelf veelal ook federaties waren, noemen we zo’n federatie van federaties een superfederatie.

Als we het hebben over de Hunnen, waren zij slechts één nomadisch volk binnen een meertalige coalitie waarvan ook Gotische, Gepidische, Skirische, Thuringse en Herulische groepen deel uitmaakten. Zij konden van huis uit nomaden zijn of boeren. Kortom: een moeilijk te grijpen en te begrijpen geheel. Wat we wél begrijpen: wie met de Hunse superfederatie te maken kreeg, had een probleem. In de eerste helft van de vijfde eeuw waren ze, net als de Avaren en de Mongolen, erg agressief en neutraliteit was onmogelijk. Omdat ze zo talrijk waren, waren ze bovendien vrijwel onverslaanbaar, zodat je maar twee opties had: vluchten en hopen dat je het Romeinse Rijk binnen mocht, of accepteren dat je werd opgeslokt. Resistance is futile. You will be assimilated.

Dit had, vanuit Huns perspectief, een simpel gevolg: er waren maar twee politieke eenheden, namelijk de Hunnen en de Romeinen. Niet alleen neutraliteit was onmogelijk, er was ook geen overlap. Nog een andere constante: de charismatische hoogste leider moest andere leiders tevreden houden met goud. Dat de Romein voor de Hunnen “de ander” was, wilde dan ook niet zeggen dat er geen handel mogelijk was. En als het goud niet vrijwillig werd afgestaan, kwamen de Hunnen het wel halen.

Attila in de problemen

Zoals wel meer Centraal-Euraziatische superfederaties hadden ook de Hunnen een dubbel koningschap, en in 434 traden Attila en Bleda aan. Ze zetten het gebruikelijke beleid voort: nu eens bedreigden ze het oostelijke Balkanschiereiland, en was daar de goudaanvoer eenmaal geregeld, dan trokken ze richting Perzië, en vervolgens was het westelijke Balkanschiereiland aan de beurt. In 447 overleed Bleda en vanaf dat moment regeerde Attila alleen.

Hij zag zich geplaatst voor een serieus probleem: steeds meer volken waren onderworpen, steeds meer daarvan waren sedentair, en dat betekende dat het aandeel boeren in de coalitie steeds groter werd. Anders gezegd, de Hunse kerngroep met zijn nomadische levenswijze werd relatief kleiner. Dat moet hebben geleid tot spanningen. Een volgend probleem was dat er eigenlijk niet zo veel meer te onderwerpen overbleef – afgezien dan van het bezetten van delen van het Romeinse Rijk, maar dat betekende dat de verhouding tussen de boeren en nomaden nog ongunstiger uitpakte voor de Hunse kerngroep. Derde probleem: in de zomer van 450 overleed in Constantinopel keizer Theodosius II en trad een nieuwe keizer aan, Marcianus. Die was uit een ander hout gesneden dan zijn voorganger, en Attila wist dat deze man gevaarlijk competent was. De Balkan plunderen zou lastiger worden, als er überhaupt nog iets te halen viel. Een paar jaar geleden is een vierde probleem geïdentificeerd: uit dendroklimatologisch onderzoek blijkt dat in Centraal-Europa enkele jaren achter elkaar de oogsten mislukten. Dat de oogsten in Italië slecht waren, was al bekend.

Marcianus (Bode-Museum, Berlijn)

Hoe deze problemen Attila’s besluitvorming bepaalden, weten we niet, maar in 450 veranderde hij het beleid. Hij besloot tot een invasie van het Romeinse Rijk. Niet om te plunderen, al draaide het daar uiteindelijk wel op uit, maar om het te behouden. Anders gezegd: er zou een overlap ontstaan tussen de twee politieke eenheden en de verhouding tussen nomaden en boeren zou voor de Hunse kern nog ongunstiger worden. Dit was een ingrijpende beleidswijziging, die aan Attila’s hof ongetwijfeld heeft geleid tot kritiek. De koning riskeerde het uiteenvallen van de superfederatie als hij de leiders van de diverse groepen niet heel goed zou kunnen belonen. Attila wist echter wat hij deed. Een fors deel van het Romeinse Rijk kwam hem namelijk rechtens toe.

Honoria op.

[Wordt vervolgd]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Mozes van Kreta

oktober 27, 2019
Kwakgeschiedenis: Tom Holland

maart 9, 2012
De Late Oudheid (1)

oktober 5, 2022 Deel dit: #Attila #dendroklimatologie #Gepiden #Goten #Hunnen #nomadisme #PausLeoI #superfederatie #TheodosiusII #Thuringers

Sédentarité → Domination : la matrice historique commune

Sédentarité = naissance hiérarchies : stocks/propriété → principes supérieurs (Scott, Serres). Violence Scandinavie vs égalité Çatalhöyük. Récursivité systémique (Luhmann) enferme cités. Sortie : nomadisme moderne (Deleuze, Whitehead). #Sédentarité #Domination #Néolithique #Nomadisme Synthèse : Sédentarité comme origine structurelle de la domination Nous convergeons vers un diagnostic clair : sédentarité >…

https://homohortus31.wordpress.com/2026/03/02/sedentarite-%e2%86%92-domination-la-matrice-historique-commune/

Sédentarité → Domination : la matrice historique commune

Sédentarité = naissance hiérarchies : stocks/propriété → principes supérieurs (Scott, Serres). Violence Scandinavie vs égalité Çatalhöyük. Récursivité systémique (Luhmann) enferme cités. Sortie : n…

Homo Hortus

Voor-westerse geschiedenis (6) herders

Herders in de Zagros

Wie door het Midden-Oosten reist, stuit vroeg of laat onvermijdelijk op herders die hun kuddes verplaatsen van de zomer- naar de winterweiden en terug. Ze trekken daar wat meer de aandacht dan in Griekenland of Italië, hoewel ook daar nog altijd herders zijn die met geiten en runderen heen en weer trekken. In Spanje zijn de cañadas, de wegen waarlangs herders hun kuddes verweidden, niet meer wat ze zijn geweest, en dat geldt ook voor de drailles uit het zuiden van Frankrijk, maar de aloude levenswijze is niet verdwenen. Ik zag vorige maand ergens bij Murcia nog een verkeersbord dat automobilisten attendeerde op grote kuddes.

Ook in onze eigen contreien benutten boeren nog altijd winter- en zomerweides. Ik herinner me uit mijn Veluwse jeugd dat de koeien met vrachtwagens naar Friesland gingen. De winter- en zomerweiden hoeven overigens niet zo ver uit elkaar te liggen: in Zwitserland bestaat Almwirtschaft, waarbij de kuddes van het dal naar – je raadt het nooit – de alm worden verplaatst. En weer terug natuurlijk. Het moge duidelijk zijn: veeteelt beperkt zich niet tot ’n grasveldje met wat prikkeldraad erom.

De marginale herder

Het verplaatsen van kuddes is iets van alle tijden, maar oudheidkundigen hebben er lange tijd onvoldoende aandacht aan besteed. De jargonterm is transhumance, maar u mag ook gewoon verweiding zeggen. De betrekkelijk geringe belangstelling hangt ermee samen dat de echte herder – in tegenstelling tot de geïdealiseerde herder van de poëzie – vrijwel afwezig is in de antieke literatuur en bovendien archeologisch vrijwel niet is te vinden. De seizoensmigratie tussen de Scheldevallei en Drenthe is bijvoorbeeld bekend uit één terloopse vermelding in een laatantieke bron plus wat eenvoudig, in België opgegraven aardewerk, vervaardigd van Hunzeklei. Maar het documenteert de permanente onderstroom van kuddes, mensen en ideeën die er altijd is geweest.

Xavier De Cock, “De Meersstraat in Gent” (1862) (Museum voor Schone Kunsten, Gent)

Herders waren marginaal. Niet alleen omdat ze voor oudheidkundigen slecht zichtbaar zijn, maar ook omdat ze leefden in de marge van de oude wereld. Zelfs als ze hun kudden niet verplaatsten tussen zomer- en winterweiden, leefden ze ver buiten het dorp, op de braakliggende gronden en verder, op de heide of in de bergen. Ze leefden met hun trouwe honden in een deel van de wereld waar beren, leeuwen, zwijnen en andere wilde dieren voorkwamen – dieren die ze overigens succesvol bestreden. Ter illustratie noem  ik verhalen als dat van Herakles en de Nemeïsche Leeuw of dat van de Kalydonische Jacht.

Levend op de marginale gronden buiten de steden en dorpen, waren de herders ook sociaal marginaal. In het antieke wereldbeeld golden de stedelingen en de akkerbouwers als beschaafd en golden de zwervende veetelers als barbaars. Erger dan dat: omdat herders – als ze dorpelingen waren – de nacht niet thuis doorbrachten, konden ze hun echtgenotes en dochters niet beschermen en waren ze eerloos (net als karavaandrijvers en zeelieden). Herders golden zelfs als dieven, omdat ze hun kuddes weleens leidden over andermans land. Vanuit dit perspectief bezien had Kaïn gelijk toen hij Abel de kop insloeg. Ook Kaïns straf is gepast: God veroordeelt hem tot het zwerversbestaan waar elke landbouwer van gruwde.

Op een cañada (Plaza de España, Sevilla)

Seizoensmigratie en nomadisme

De herder mocht dan wel bij zijn kudde leven aan de marge van de gemeenschap, dorpelingen en stedelingen hadden zijn producten nodig: zuivel, wol, vlees, huiden. Omgekeerd kon de herder niet zonder brood, linnen, keramiek, wijn of muntgeld. De met het seizoen migrerende herder en de sedentaire akkerbouwer hadden dus complementaire levenswijzen. Feitelijk is er arbeidsdeling.

Dat geldt overigens niet voor alle migraties. De zojuist beschreven levenswijze is vooral goed gedocumenteerd aan de west-, noord, en oostzijde van de voor-westerse wereld, waar, zoals gezegd, bergen het landschap domineren. Aan de zuidelijke kant, waar het land meer open en, zoals gezegd, door de dominante winden heel erg droog is, bestaat een andere vorm van seizoensmigratie, waarbij geen arbeidsdeling bestaat en de hele samenleving heen en weer beweegt. Dat is nomadisme: mannen, vrouwen, kinderen, dromedarissen en kuddes bewegen dan over veel grotere afstanden. Nomadisme bestond en bestaat verder in Centraal-Eurazië, waar mensen nog steeds leven in yurts.

Deur van een Afghaanse yurt (Antropologisch Museum, Madrid)

De Franse historicus Fernand Braudel, wiens boek La Méditerranée me op weg helpt bij deze reeks, benadrukte dat het nomadisme dat we aantreffen tussen het Egyptische Alexandrië en het Tunesische Sfax, en dus ook in Centraal-Eurazië, een heel andere leefwijze is dan de verweiding uit Europa en Voor-Azië. Evengoed is het een oeroude levenswijze, die belangrijk is omdat niet alleen kuddes en mensen zich verplaatsten, maar ook ideeën. Oudheidkundigen houden inmiddels veel serieuzer dan vroeger rekening met denkbeelden die zijn gedocumenteerd in andere regio’s dan de door hen bestudeerde regio – dat is wat op het spel staat in de DNA-revolutie.

[Een overzicht van de blogjes in deze reeks groeit hier.]

#Almwirtschaft #cañada #dromedaris #eer #FernandBraudel #geit #Herakles #herders #KalydonischeJacht #MiddellandseZee #NabijeOosten #nomadisme #rund #schaap #seizoensmigratie #transhumance #verweiding #voorWesterseGeschiedenis

#gensduvoyage #rrom #égalitédesdroits #droitdevote #racisme #ethnophobie #habitatmobile #nomadisme #lille #municipales

"Femmes issues de la communauté des gens du voyage: «On nous refuse le droit de vote»

À l’approche des municipales 2026, des familles de gens du voyage se voient refuser l’inscription sur les listes électorales au motif de leur mode d’habitat. Une discrimination qui exclut des citoyens français du droit de vote, dénoncée par le collectif Da So Vas..."

https://www.politis.fr/articles/2026/02/femmes-issues-de-la-communaute-des-gens-du-voyage-on-nous-refuse-le-droit-de-vote/

Femmes issues de la communauté des gens du voyage : « On nous refuse le droit de vote »

Nous parlons depuis les marges de la République. Nous parlons depuis une place invisibilisée depuis trop longtemps. Mais nous parlons également depuis la dignité que nous voulons affirmer. Nous ? Des femmes issues de la communauté des gens du voyage, organisées au sein du collectif Da So Vas. Des femmes engagées pour transformer nos conditions d’existence. […]

POLITIS

Vragen rond de jaarwisseling (1)

Odysseus en Polyfemos (Eleusis)

Twee weken geleden, op 17 december, nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze te beantwoorden. Er waren betrekkelijk weinig vragen over het “klassieke” deel van de oude wereld, maar daarmee begin ik vandaag wel.

Wat vind je van de trailer van de verfilming van de Odyssee?

Historici hebben geen mening over kunst. Ik heb het n.a.v. de film Redbad al eens uitgelegd. We vragen filmmakers toch ook niet of ze een mening hebben over historische processen?

Fresco van een duiker (Paestum)

Is de beroemde schildering van de duiker uit Paestum, gemaakt rond 475 v.Chr., Grieks, Etruskisch of Graeco-Etruskisch?

Je kunt zeggen dat een scheppend kunstenaar autonoom is en uit de diverse tradities neemt wat hij nodig heeft, maar dat roept de vraag op welke tradities dat zijn. En of we die tradities eigenlijk wel kennen, want we kennen uit de Griekse wereld weinig dat hier op lijkt. Ik legde de vraag voor aan Ruurd Halbertsma, die voor het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie maakte over Paestum. Hij schreef:

De bekende ‘Tombe van de duiker’ blijft een Fremdkörper in de archeologie van Zuid-Italië. Het is tot nog toe de enige gedecoreerde graftombe uit de Griekse periode van Poseidonia/Paestum die we kennen. De twee lange wanden tonen vier ligbedden (klinai), waarop zes symposiasten zijn neergevleid, bezig met muziek, zang en liefkozingen. Een van de korte zijden laat de aankomst (of vertrek?) van de twee andere gasten zien, op de andere korte zijde is een jongen bezig met het uitschenken van de wijn. Op het deksel van de tombe is een naakte jongen afgebeeld, die vanaf een soort duiktoren een duik neemt in het water. Over de interpretatie is al veel inkt gevloeid. Het meest plausibel lijkt mij dat hier de geneugten van de jeugd worden gevierd. De duik als symbool van de overgang van leven naar dood wordt in de literatuur ook vaak genoemd, maar wordt op geen enkele manier gesteund door bijvoorbeeld literaire parallellen met een dergelijke beeldspraak als inhoud.

De beste parallel voor de afbeelding is te vinden in de necropool van Tarquinia, in de Tombe van de Jacht en Visserij, ca. 520-510 v.Chr. Tussen al het jagen en vissen duikt een jongen vanaf een rotspunt de zee in, ook in de Etruskische wandschilderkunst een unicum. Nu hadden de Grieken uit Poseidonia wel contacten met de Etrusken, maar dat waren de Campaanse Etrusken, die aan de overkant van de rivier de Sele woonden. Hun hoofdstad, die onder het huidige Pontecagnano ligt, werd door de Romeinen in de Derde Samnitische Oorlog verwoest. Of het beeld/imago van de duiker in Poseidonia beïnvloed is door een kunstuiting helemaal ten noorden van de Tiber lijkt mij onwaarschijnlijk. Er werd door Grieken én door Etrusken voor het plezier gezwommen en gedoken, zoals jongetjes rondom de Middellandse Zee dat nog steeds doen, zoveel is zeker. En dat plezier zien we terug in de graven, naast de jacht, de muziek, de zang, de wijn en de seks. Kortom, laten we de ‘Tombe van de duiker’ maar gewoon Grieks blijven noemen!

De Saalburg (even ten noorden van Frankfurt) is de moeder van alle limes-reconstructies.

Waren er overeenkomsten tussen Tamuda (in Marokko) als grensgebied en de limesstreek in Nederland?

Zoals zo vaak is het drievoudige antwoord: “ja” en “nee” en “we weten het niet”. Ja, want alle grensgebieden kennen dezelfde problematiek:

  • je moet niet ten onrechte welwillende bezoekers buitensluiten
  • je moet niet ten onrechte vijandelijke bezoekers toelaten.

Voor de Romeinse wereld geldt hierbij als bijzonderheid seizoenmigratie en nomadisme, thema’s die voor de Nederlandse limes wat onderschat en voor de Maghreb wat overschat lijken te zijn. Tot zo ver het “ja”.

Nee, want de limes langs de Rijn is langs een grote transportader door het vruchtbare vlakke land, terwijl in de Maghreb de vruchtbare gebieden in het voorland liggen, en er bergen zijn.

Tot slot “we weten het niet”. We weten niet of de Romeinen één visie hadden op strategie, die aan alle grenzen dezelfde was, of dat de rijksverdediging steeds werd aangepast aan de omstandigheden. Voor zover ik weet zijn er argumenten voor beide standpunten.

Codex Justinianus met Accursische glossen en in miniletters aanvullend commentaar (Limburgs Museum, Venlo)

In de Oudheid waren er allerlei, meest ongeschreven rechtssystemen in ons land. Later zijn stedelijk, gewestelijk en nationaal recht ontstaan. Sinds wanneer is er sprake van nationale rechtssystemen en lijkt de ontwikkeling in ons land op die in bijvoorbeeld Duitsland?

Voor zover mij bekend bestonden in het Romeinse Rijk inderdaad vooral ongeschreven rechtssystemen met daarnaast een geschreven traditie, waarvan we niet weten in welke mate die ook het leven reguleerde van gewone Bataven of Nerviërs. Dat geschreven rechtsstelsel is gecodificeerd in Beiroet en later, ten tijde van Justinianus, nog een tweede keer in Constantinopel. Deze Byzantijnse codificatie is rond 1200 in West-Europa ingevoerd en zou, samen met de standaardglossen van Accorso di Bagnolo de standaard zijn voor voor de nationale rechtssystemen.

Let wel: rond 1200 waren er nog geen nationale staten.noot Ik vertik het om dat nieuwe anglicisme “natie-staat” te gebruiken. In de zestiende eeuw streefden de overheden naar eenheid (bijv. de Pragmatieke Sanctie van 1549), maar het verzet van de gewesten tegen deze centralisatiepolitiek was fel. Ik denk dat we in West-Europa pas kunnen spreken van nationale rechtssystemen vanaf pakweg 1800.

Nederland en België waren rond 1830 wel zo’n beetje klaar, maar Duitsland werd pas in 1870 een eenheid, en ik meen te weten dat er pas in 1900 één rechtsstelsel was. In elk geval kon je in het Duitse Rijk tot 1899 een vonnis vragen volgens Romeinse regels.

Imerix en Servofredus; twee goed-Germaanse namen (Archeologisch museum, Zadar)

Wat weten we eigenlijk over Germaanse en Frankische naamgeving voor personen?

Daarover blogde ik hier. (De vragensteller had vervolgvragen die ik niet zo 1-2-3 kan beantwoorden, sorry.)

Allegorie op de wetenschap (Berliijn)

Waarom bestuderen we de Oudheid? … Waarom heb jij voor de Oudheid gekozen?

Waarom ik dit vak heb gekozen? Stom toeval. Ik had het verkeerde vakkenpakket om nog tropenarts te worden, en toen ik eenmaal was verlost van de militaire dienst, was de inschrijving voor Maatschappijgeschiedenis in Rotterdam al gesloten. Die van Geschiedenis aan de Vrije Universiteit was nog open.

Waartoe dient de wetenschappelijke bestudering? Eén reden is dat dingen in de Oudheid zijn ontstaan die nog steeds het geval zijn, zoals het idee dat je niet én joods én christelijk kunt zijn, en maximaal één godsdienst kunt hebben: dat gaat terug op de implementatie van de Fiscus Judaicus door keizer Domitianus. Als je eenmaal weet dat iets onder specifieke omstandigheden is ontstaan, kun je je er ook van distantiëren. Het staat u vrij tegelijk moslim en katholiek te zijn, daar gaat Domitianus niet langer over. In die zin is oudheidkunde een bevrijdend, emancipatoir vak.

Veel van die “ontstaan-claims” zijn overigens niet sociaalwetenschappelijk en overtuigend te bewijzen. En bovendien is het ontstaan van iets minder belangrijk dan het hedendaagse functioneren. Dus dit is geen heel sterke rechtvaardiging van de bestudering van het tijdperk.

Een tweede, hiermee verwante rechtvaardiging is dat we zo nu en dan antieke ideeën kunnen reconstrueren en spiegelen met de onze. Wat een Aristoteles beweerde over vrouwen, zou in onze tijd ondenkbaar zijn, en roept de vraag op waarom wij zo anders denken.

En dan is er nog het aspect waarop Rens Bod zo vaak attendeert: de modellen waarmee geesteswetenschappers hun onderzoek doen, beschrijven de werkelijkheid niet alleen maar vormen die ook. Ze hebben zélf agency. Ik adviseer iedereen om De vergeten wetenschappen te lezen. Oudheidkundig voorbeeld: de reconstructie van de Indo-Europese taalfamilie schiep het nationalisme in een voor ons herkenbare vorm.

Tot zover de officiële redenen, waarmee de subsidiëring valt te rechtvaardigen. De voornaamste reden is echter een andere: het contact met het verleden is gewoon leuk. Net zoals het bijwonen van het North Sea Jazz festival, een vakantie in Limburg, een bezoek aan Museum Arnhem of het lezen van een roman, behoeft een liefde voor de Oudheid voor het niet-gesubsidieerde deel der mensheid geen rechtvaardiging.

[Morgen meer]

PS

Ik deel altijd petities als oudheidkundige instellingen worden bedreigd, wat zo elke twee à drie maanden gebeurt. Soms pakt het gelukkig goed uit: de Vrije Universiteit in Amsterdam heeft aardwetenschappen (met een belangrijk isotopenlaboratorium) niet beëindigd.

#AccorsoDiBagnolo #agency #DerdeSamnitischeOorlog #Domitianus #FiscusJudaicus #Lucaniërs #nomadisme #Paestum #Redbad #RensBod #RomeinsRecht #schilderkunst #seizoensmigratie #speelfilm #Tamuda #vragenRondDeJaarwisseling

Adorno : le désir de nomadisme et la nostalgie bourgeoise de l’innocence perdue

Adorno voit, dans la fascination moderne pour le mouvement et la vie nomade, le symptôme d’un manque intérieur : le bourgeois sédentaire rêve d’un monde libre qu’il a lui-même rendu impossible. #Adorno #nomadisme #philosophie Dans une page saisissante, Adorno formule l’une des plus profondes intuitions de la modernité occidentale : le sédentaire, prisonnier de la routine et de la…

https://homohortus31.wordpress.com/2025/12/29/adorno-le-desir-de-nomadisme-et-la-nostalgie-bourgeoise-de-linnocence-perdue/

Adorno : le désir de nomadisme et la nostalgie bourgeoise de l’innocence perdue

Adorno voit, dans la fascination moderne pour le mouvement et la vie nomade, le symptôme d’un manque intérieur : le bourgeois sédentaire rêve d’un monde libre qu’il a lui-même rendu impossible. #Ad…

Homo Hortus

James C. Scott : la liberté contre l’État – vivre aux marges pour résister à la domestication

Dans Homo domesticus, James C. Scott montre que les marges – montagnes, forêts, zones humides – furent longtemps des espaces de liberté : les sociétés qui y vivaient fuyaient l’emprise de l’État pour préserver leur autonomie. #nomadisme #philosophie #Scott Dans Homo domesticus, James C. Scott renverse une fois encore le récit conventionnel du progrès. Contrairement à l’idée…

https://homohortus31.wordpress.com/2025/12/29/james-c-scott-la-liberte-contre-letat-vivre-aux-marges-pour-resister-a-la-domestication/

James C. Scott : la liberté contre l’État – vivre aux marges pour résister à la domestication

Dans Homo domesticus, James C. Scott montre que les marges – montagnes, forêts, zones humides – furent longtemps des espaces de liberté : les sociétés qui y vivaient fuyaient l’emprise de l’État po…

Homo Hortus
He Left Civilization to Build a Floating Self-Sustaining Island | by @7Asian

YouTube

Grande bifurcation : sédentarité, non l’agriculture

La vraie bifurcation ? Pas l’agriculture, mais la sédentarisation : fixation, stocks, hiérarchies. Chasseurs-cueilleurs égalitaires persistent chez Çatalhöyük ; violence ailleurs (Scandinavie). Whitehead/Fukuoka : rupture culturelle homme-nature. Lignes de fuite nomades pour bifurquer à nouveau. 🌍➡️🏚️ #GrandeBifurcation #Sédentarisation #Nomadisme #Whitehead #Fukuoka Il serait inexact de parler d’une séparation…

https://homohortus31.wordpress.com/2025/12/13/grande-bifurcation-sedentarite-non-lagriculture/

Grande bifurcation : sédentarité, non l’agriculture

La vraie bifurcation ? Pas l’agriculture, mais la sédentarisation : fixation, stocks, hiérarchies. Chasseurs-cueilleurs égalitaires persistent chez Çatalhöyük ; violence ailleurs (Scandinavie). Whi…

Homo Hortus