Paus Leo I en Attila de Hun (3)

Leo I (Archeologisch Museum, Sofia)

[Laatste van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Attila in Italië

Attila’s invasie van Italië bood hem wat hij nodig had: enerzijds goud om de leiders van de volken in zijn superfederatie tevreden te houden, anderzijds een duidelijk succes dat bewees dat nomadisme superieur was aan een boerenbestaan en dat de Hunnen superieur waren aan de andere volken in zijn coalitie. De eerste stad die viel, was Aquileia, dat de Hunnen grondig plunderden. Altinum, Padua, Vicenza, Verona en Bergamo volgden; de keizerlijke residentie Milaan vormde de kroon op het werk.

De route is interessant, want ze toont dat Attila zo dicht mogelijk bij de Alpen bleef en de vlakte van de Po vermeed. Evengoed kampten zijn soldaten met ziektes, en dat was vermoedelijk malaria. Bovendien was er gebrek aan voedingsmiddelen: ik noemde al dat misoogsten zijn gedocumenteerd in zowel Centraal-Europa als Italië. Nadat ook Pavia was geplunderd, kwam het bericht dat een door de oostelijke keizer Marcianus uitgestuurd leger inmiddels oprukte naar de Midden-Donau. Daar lag de poesta die de Hunnen beschouwden als thuisbasis. Aangezien Attila zijn vermoedelijke doelen had bereikt, kon hij beginnen aan de terugtocht. Een opmars naar Rome heeft hij, voor zover we kunnen reconstrueren, nooit overwogen.

Bij de rivier de Mincio, waardoor het water van het Gardameer naar Mantua en de Po stroomt, stuitte hij op een gezantschap dat de westelijke keizer Valentinianus III vanuit Ravenna naar hem had gestuurd. Hierbij was – ik kom nu bij het antwoord op de vraag die de aanleiding was tot deze drie blogjes – ook paus Leo I aanwezig.

Attila en Leo

Prosper Tiro, Leo’s secretaris, biedt een sober verslag, mogelijk een ooggetuigenverslag.

Van de diverse plannen die werden gemaakt om de vijand het hoofd te bieden, leek geen enkel aan de keizer, de Senaat en het Volk van Rome beter uitvoerbaar dan het zenden van gezanten om die bandeloze koning te smeken om vrede. Onze hooggeprezen paus Leo, die vertrouwde op de hulp van God, die de rechtvaardigen in hun beproevingen immers nooit in de steek laat, nam deze taak op zich. Hij was in het gezelschap van oud-consul Avienus en prefect Trygetius, en de uitkomst was zoals zijn geloof had voorzien. Toen de koning het gezantschap had ontvangen, was hij namelijk zó onder de indruk van de aanwezigheid van de hogepriester, dat hij zijn leger beval de strijd te staken, vrede toezegde en zich terugtrok over de Donau.noot Prosper Tiro, Kroniek, jaar 452.

Het enige dat hieraan opmerkelijk is, is dat Valentinianus zich niet bediende van de bisschop van Milaan, die een politieke rol had, of van zijn bisschop in Ravenna, maar zijn toevlucht nam tot de bisschop van Rome: ver weg en tot dan toe geen politiek figuur. Uit Leo’s eigen correspondentie weten we dat is gesproken over het uitwisselen van gevangenen. Het antwoord op de vraag “zou jij eens een blogpost kunnen wijden aan hoe paus Leo I nu eigenlijk de Hunnen wist tegen te houden?” is dus “dat deed ’ie helemaal niet!”, want Attila was al op de terugweg.

We weten misschien nog iets over de topconferentie bij Mantua. Een eeuw na de gebeurtenissen weet de chroniqueur Jordanes namelijk dat Attila eiste dat én Honoria én het hem rechtmatig toekomende deel van de keizerlijke goederen zouden worden overgedragen.noot Jordanes, Oorsprong en geschiedenis van de Goten 523-524. Als dit waar is, heeft Attila zijn claim op (delen van) het Romeinse Rijk niet opgegeven en was de situatie op dat moment veel minder eenduidig dan je weleens zou denken.

Zadel van een Hun (Palais Rohan, Straatsburg)

De legende

Leo’s bezoek aan het terugtrekkende leger van Attila kreeg echter legendarische proporties. Hier is wat Paulus de Diaken er in de achtste eeuw van maakt:

Men zegt dat Attila’s mensen na Leo’s vertrek aan hem vroegen waarom hij, anders dan hij gewoon was, zoveel eerbied had betoond aan de bisschop van Rome en vrijwel alle verzoeken had ingewilligd. De koning antwoordde dat hij geen eerbied had betoond aan de sterveling die hij had gezien, maar dat naast hem een andere eerbiedwaardige man in priesterdracht was verschenen, een rijzige grijsaard met een getrokken zwaard, die hem met een afschuwelijke dood bedreigde.noot Paulus de Diaken, Romeinse geschiedenis 14.12.

Paulus verwijst naar een eerdere bron (“men zegt”), en helemaal onmogelijk is het niet dat Attila zijn hovelingen iets langs deze lijnen heeft verteld. Veel steppevolken kennen één oppergod, de hemelgod Tengri, en het is niet ondenkbaar dat Valentinianus’ gezanten Attila hebben geattendeerd op het feit dat christenen ook één god hebben. Hoe dat ook zij: latere auteurs herkenden in de man met het zwaard de apostel Paulus, en voegden er, omdat Leo nou eenmaal uit Rome kwam en gold als opvolger van Petrus, nog maar eens een tweede grijsaard aan toe. Een later heiligenleven maakt het helemaal bont:

Terwijl Leo dit zei, keek Attila, diep in gedachten verzonken en zwijgend, naar Leo’s eerbiedwaardige gewaad en uiterlijk. En zie, plotseling verschenen de apostelen Petrus en Paulus, gekleed als bisschoppen, naast Leo, de een aan zijn rechterhand, de ander aan zijn linkerhand. Ze hielden zwaarden opgeheven boven hun hoofd en dreigden Attila met de dood indien hij Leo’s bevel niet zou gehoorzamen. Daardoor werd Attila, die als een dolleman tekeer was gegaan, gestild.

Hunnendiadeem (Neues Museum, Berlijn)

De Nibelungen

Als, zoals Jordanes suggereert, de uitlevering van Honoria en de overdracht van enkele gebieden de prijs was geweest voor Attila’s aftocht, hadden Honoria en het Romeinse Rijk het geluk dat Attila eerder overleed. Er kwam wél een bruiloft – maar niet met de zus van Valentinianus III. Attila trouwde met een zekere Hildico, en overleed in de huwelijksnacht.

De naam Hildico is Germaans, “kleine beschermer”, en we kennen een Germaanse koningin die met Attila trouwde: de Bourgondische Kriemhild uit het Nibelungenlied. Uiteraard staat niet vast dat Hildico Bourgondisch was, uiteraard is er tussen de vijfde en de twaalfde eeuw allerlei verdichting geweest en uiteraard is de enige overeenkomstig het element hild. Maar het is niet helemáál uitgesloten dat het personage van Kriemhild teruggaat op Hildico, en evenmin is uitgesloten dat Attila in zijn laatste maanden een huwelijksalliantie heeft gesloten met de Bourgondiërs en territoriale aanspraken heeft behouden op althans een deel van Gallië.

Overigens mis ik Attila the Stockbroker.

#Aquileia #Attila #Donau #Honoria #Hunnen #Ildico #Jordanes #Kriemhild #malaria #Marcianus #Milaan #Nibelungenlied #nomadisme #Paulus #PaulusDeDiaken #PausLeoI #Petrus #ProsperTiro #Ravenna #superfederatie #Tengri #ValentinianusIII #zwaard

Paus Leo I en Attila de Hun (2)

Honoria (Bode-Museum, Berlijn)

[Tweede van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Honoria

Het Romeinse Rijk had twee regeringen: een oostelijke in Constantinopel en een westelijke in Ravenna. In 449 regeerde in die stad Valentinianus III. Zijn zus Honoria was de dertig al gepasseerd en nog ongetrouwd. Dat had een zekere logica, want een zwager zou Valentinianus’ troon kunnen bedreigen. De oplossing was dat Honoria werd uitgehuwelijkt aan een heer die weliswaar van stand en van onbesproken gedrag was, maar politiek gevaarloos: Bassus Herculanus, “vermoedelijk een ouder iemand”, in de woorden van Adrian Goldsworthy, “en vast en zeker een doodsaaie man”.

Dat was niet naar Honoria’s zin en ze besloot zelf op zoek te gaan naar een man: Attila. Haar moeder, Galla Placidia, had ook een “barbaarse” echtgenoot gehad, dus een novum was dit niet. Honoria’s huwelijksaanzoek kwam precies op het moment waarop Attila overwoog zijn beleid aan te passen, en hij zal hebben gedacht dat als de grens tussen Romeins en Huns dan toch moest vervagen, een huwelijk met iemand uit het keizerlijk huis wel de allermakkelijkste manier was. Bescheiden vroeg hij bij wijze van bruidsschat om de helft van de gebieden waarover zijn aanstaande zwager de scepter zwaaide.

Om voor de hand liggende redenen verbood Valentinianus het huwelijk. Maar Honoria had Attila het voorwendsel gegeven dat hij nodig had. Of beter: moderne historici noemen het een voorwendsel, maar eerlijk gezegd sluit ik niet uit dat Attila werkelijk van zins was de twee politieke eenheden te verenigen. Zou hij met Honoria trouwen, dan zou hij het westelijke hof kunnen overnemen zo snel Valentinianus overleed, en kon hij aanspraken gaan stellen op de oostelijke gebieden als ook de kinderloze keizer Theodosius II overleed. Hoe groot de regering in Constantinopel dit risico inschatte, blijkt wel uit de snelheid waarmee Theodosius’ zus na diens dood in 450 trouwde met Marcianus.

Oorlog

In 451 stak Attila de Rijn over. Wat zijn doel was, weten we niet. Zoals zo vaak in de antieke krijgsgeschiedenis moeten we de doelen afleiden uit wat gebeurde, en weten we niet of de feitelijke operatie ook de beoogde operatie was. Feit is: Attila negeerde de Balkan, waar de nieuwe keizer Marcianus een te gevaarlijke tegenstander was, en viel in plaats daarvan Gallië binnen. Het staat vast dat het westelijke hof kampte met grote financiële problemen sinds in 439 Karthago in handen van de Vandalen was gevallen, en Valentinianus kon vanuit Italië geen troepen sturen. Attila had een slachtoffer uitgezocht dat klaarstond voor de slacht.

De Catalaunische Velden

Het Hunse leger was immens, maar wat Attila ermee wilde bereiken, is dus onduidelijk. Wilde hij het gebied bezetten? Wilde hij vooral – zoals de Hunnen zo vaak deden – eens flink plunderen omdat hij goud nodig had om zijn volgelingen te belonen? Wilde hij laten zien overal te kunnen toeslaan waar hij wilde? Was zijn meute, in deze tijd van hongersnood, gedwongen op zoek naar graan? Of wilde Attila vooral de duimschroeven aandraaien om alsnog het huwelijk met Honoria af te dwingen? We weten het niet. We weten alleen dat hij kostbare tijd verloor met de belegering van Orléans, en vervolgens door voedselgebrek was gedwongen terug te keren. Op de terugweg versloeg de Romeinse generaal Aetius, aan het hoofd van inderhaast samengesteld leger van vooral soldaten uit Gallië, de Hunnen op de Catalaunische Velden, ergens halverwege Châlons en Troyes.

In de winter van 451/452 viel Attila Thracië nog eens binnen, maar keizer Marcianus dreef de Hunnen terug. In het volgende jaar besloot Attila dus Italië binnen te vallen. Hij lijkt dringend een succes nodig te hebben gehad, want hij moest zijn superfederatie bij elkaar houden.

[Wordt vervolgd]

#AdrianGoldsworthy #Aetius #Attila #CatalaunischeVelden #Constantinopel #GallaPlacidia #Honoria #Hunnen #krijgsgeschiedenis #Marcianus #Orléans #Ravenna #superfederatie #TheodosiusII #ValentinianusIII

De Maronitische Wereldkroniek (3) Theodosius II

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

[Dit is het derde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

Commentaar
De chroniqueur beschouwt de regering van keizer Theodosius II (r.408-450) als een christelijke bloeitijd. Hij behandelt deze tijd als één geheel, zonder veel aandacht voor chronologie.

Tijdens het bewind van Theodosius de Jongere verkeerden de kerken van de Romeinen in een onaantastbare positie. Onder de Perzen was er echter sprake van ernstige vervolging van de christenen, en vele heiligen zijn daar gekroond met de bekende smarten van het geloof.

729 SE. ≡ okt. 417/sept. 418

In deze periode, in het jaar 729, op 16 juni, vond een zonsverduistering plaats en heerste overdag rond het achtste uur grote duisternis.

Commentaar
Deze zonsverduistering vond feitelijk plaats op 19 juli 418. Hierna volgt een lange lacune in de tekst van de Maronitische Wereldkroniek.

……
Kyrillos, bisschop van Alexandrië, en Theodoretos, bisschop van Kyrrhos, behoorden tot de Griekse leraren, en in de Syrische taal was er de zalige Isaak de Leraar, en sinds deze periode groeide …… begon af te nemen in de kerken.
Tijdens diens regering werden velen heilig met verschillende soorten van eredienst. Ook de zalige Simeon, die als eerste woonde op een pilaar, leefde in deze tijd.
Aan het einde van de regering van Theodosius was er onrust in de kerken vanwege illegale handelingen … te Constantinopel, en ook betreffende Eusebios … en Leo en Dioskouros, en die afschuwelijke daad die destijds in Efese werd gepleegd omwille van Eutyches.

Commentaar
De passage is niet helemaal duidelijk, maar de personages zijn bekend en het gaat zeker over de discussie over de zogeheten monofysieten, die – naar het oordeel van de keizerlijke kerk – de goddelijkheid van Christus te sterk benadrukten. Zij hadden in 449 onder voorzitterschap van Dioskouros het Tweede Concilie van Efese belegd, dat later niet zou worden erkend als orthodox. Twee jaar later organiseerde Marcianus, de opvolger van Theodosius, het Concilie van Chalkedon.

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Chalkedon (451).

In de tijd van deze ketterij stierf Theodosius, de vrome keizer, na een regering die eenenveertig jaar had geduurd.
Zijn al genoemde zus Pulcheria regeerde daarna samen met Marcianus, die na Theodosius op de troon kwam. Zij was ijverig om de … te herstellen, die immers van de gerechtigheid was afgedwaald, en keizer Marcianus riep door zijn ijver het concilie bijeen dat in Chalcedon bijeenkwam, en hij schafte de slechte daden van de synode van Dioskouros af.

762 SE. ≡ okt. 450/sept. 451

Het jaar waarin dit Concilie bijeenkwam was 762. Tot die periode was de kerk in groei en bloei, en ook de kloosters werden tot dan toe gebouwd en hersteld, vooral in Jeruzalem en omgeving, door de heilige Euthymios de Gezegende, en Theodosius en Saba, zijn twee discipelen.
Ook de zalige Maron richtte zijn klooster in, en de veiligheid van de kloosters en kerken nam overal toe, en ook de vreugde over de heerschappij van de Romeinen neigde naar … op glorie.

Commentaar
Dat Sint-Maron nog rond 450 na Chr. in leven was, komt voor mij als een verrassing. Voor de datering van zijn leven hadden we eigenlijk alleen een in 407 geschreven briefje waarin Johannes Chrysostomos naar Marons gezondheid informeert. Theodoretos wijdde een korte biografie aan Sint-Maron, waarin hij diens dood vermeldt. Deze tekst zou dan, als de informatie uit de Maronitische Wereldkroniek klopt, zeven of acht later moeten worden gedateerd: niet rond 444 maar rond 452.

We weten verder dat keizer Marcianus in 452 een klooster schonk aan Marons leerlingen. Dat komt nu iets minder onverwacht: blijkbaar was dit in reactie op een initiatief van de oude Maron zelf. Maar nogmaals: dan moet de auteur van de Maronitische Wereldkroniek wel toegang hebben gehad tot betrouwbare informatie.

Tot slot: na het hierboven gegeven citaat is een lacune. Daarin moet sprake zijn geweest van onlusten in de kerk van Alexandrië, want later komt de chroniqueur terug op het conflict tussen patriarch Proterios (r.451-457) en zijn rivaal Timotheos II.

[Wordt vervolgd]

#AdrianPirtea #AlexHourani #Alexandrië #bronnenuitgave #ConcilieVanChalkedon #Eutyches #KyrillosIVanAlexandrië #LeoIPaus #Marcianus #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #Proterios #Pulcheria #SimeonDeStyliet #SintMaron #SintSaba #Theodoretos #TheodosiusII #TimotheosII #zonsverduistering

Maron, een laatantieke kluizenaar

Een moderne afbeelding van Maron

Effe een stukje over de Late Oudheid, over de christelijke kluizenaar Maron. Hij is op afbeeldingen herkenbaar aan een zwarte habijt en een stola, en hij heeft meestal een staf in de hand, waardoor hij te identificeren is als abt. Hij zou zelf hebben opgekeken van die typering, want een abt staat aan het hoofd van een klooster, dus een gemeenschap van monniken. Maron was daarentegen een alleen levende kluizenaar.

Het was in zijn tijd, zo rond het jaar 400 na Chr., niet ongebruikelijk dat mensen in het lijden van Christus wilden delen door in eenzaamheid een sober leven te leiden, liefst in een ontoegankelijk gebied. Zo ook Maron, die leefde bij een verlaten heidense tempel in de buurt van de Syrische stad Kyrrhos. Dat zijn hele bezit bestond uit een leren tent, was voor die tijd opvallend sober: meestal leefden kluizenaars en monniken in grotten of simpele huisjes. Blijkbaar trok Marons nog radicalere versterving de aandacht, want hij had nogal wat volgelingen, die in de omgeving kwamen wonen. Die zullen Marons gezag hebben erkend en op zondag zijn samengekomen voor de eredienst, maar hadden verder weinig gemeenschappelijk. Helemaal alleen waren ze dus niet, een georganiseerd klooster waren ze evenmin; men noemt deze tussenvorm weleens een laura.

Het bovenstaande is eigenlijk alles wat we weten over Maron. Ik ontleen het aan de frustrerend korte biografische schets die een bisschop van datzelfde Kyrrhos, Theodoretos, een kwart eeuw na Marons dood opnam in een collectie monnikenlevens. Het zijn er in totaal dertig, en diverse gebiografeerden waren leerlingen van Maron.

Monnikenorde

Die leerlingen leefden niet altijd meer in tenten: een van hen, Jakobus de Eenzame, gaf zelfs dat comfort op en leefde in de open lucht. Domnica organiseerde een vrouwengemeenschap. Abraham trok naar het Libanongebergte en woonde in een grot bij Afqa, bij de bron van de rivier de Adonis. (Die heet sindsdien Nahr Ibrahim, “Abrahamrivier”.) Een andere volgeling van Maron die zich als kluizenaar vestigde in Libanon, was Simeon, die woonde in de Qadishavallei.

Kortom, Maron was de stichter van een religieuze beweging, en hoewel hij zelf een tent wel voldoende vond, schonk keizer Marcianus in 452 een groep vroege maronieten een oude vluchtburcht bij de bron van de rivier de Orontes. Het bouwsel was hoog in de rotsen uitgehouwen en het houdt het midden tussen een verzameling kunstmatige grotten en een klooster. De tiende-eeuwse Arabische auteur Al-Masudi (ik citeerde hem al eens) meende dat in dit aan Sint-Maron gewijde klooster wel driehonderd monniken woonden.

Het klooster bij de bron van de Orontes

Bronnen

Terug naar Maron zelf. Het is wonderlijk dat Theodoretos, die toch bisschop was in de stad waar Maron had geleefd, over zijn leerlingen vrij veel heeft te vertellen, maar over hun meester eigenlijk niets weet. De vier korte paragrafen waar het om draait, bieden allerlei stichtelijks, maar weinig inhoudelijks.

De gedachte komt dan al snel bij je op dat Maron misschien niet heeft bestaan. Dat is geen hyperscepsis. Anderhalve eeuw later leefde namelijk Johannes Maron, die voor de maronieten even belangrijk was. Daarover zo meteen meer. Het zou niet vreemd zijn als er een persoonsverwisseling is geweest – of beter, een persoonsverdubbeling. Maar zo is het toch niet. We beschikken namelijk over een in 407 geschreven briefje waarin de kerkleraar Johannes Chrysostomos hoffelijk informeert naar Marons gezondheid.

Gezagscrisis

In de vroege zevende eeuw veroverden de Sassanidische Perzen de Levant. De patriarch van Antiochië vluchtte naar Constantinopel. Hij had daarna feitelijk geen gezag meer in de oorlogszone. Dit maakte de maronitische kloosters belangrijker dan ze ooit eerder waren geweest, ook toen keizer Herakleios in 628 het Byzantijnse gezag herstelde. Zes jaar later arriveerden immers de Arabische veroveraars, die de door de eerdere oorlog uitgeputte regio in minder dan geen tijd onderwierpen.

Inmiddels hadden de maronieten – op dit moment dus feitelijk een kloosterorde met veel aanhang bij de bevolking – een ietwat ongebruikelijke geloofsopvatting: ze hingen het monotheletisme aan, een door Herakleios voorgesteld compromis om de diverse soorten christenen te herenigen. Het wilde zeggen dat Christus weliswaar twee naturen had gehad, maar slechts één wil. De theologen en bisschoppen van het Byzantijnse Rijk typeerden het op het Derde Concilie van Constantinopel (680/681) als onorthodox.

Het kerkje in Yanouh

Maar daar trokken de maronieten zich weinig van aan. Zij woonden al bijna een halve eeuw in het Kalifaat en hielden vast aan hun eigen opvattingen. Om dat te onderstrepen, wezen ze ook een eigen patriarch aan, de zojuist genoemde Johannes Maron. Hij resideerde in een klooster te Kfarhay bij het havenstadje Batroun. Later verplaatste de residentie zich naar een klooster bij Yanouh, hoog in de bergen.

Maronieten

De maronieten moesten zich eeuwenlang voortdurend te weer stellen tegen moslims én Byzantijnse christenen. En omdat de vijand van mijn vijand mijn vriend is, werden ze tijdens de Kruistochten de bondgenoot van de Kruisridders. Het verleden moest wel worden herschreven: de maronieten presenteerden zich voortaan als een buitenpost van het Latijnse christendom. En dat doen ze nog steeds.

Wat me brengt bij de dag van vandaag. Libanezen hebben op deze planeet de meeste vrije dagen, want de feestdagen van alle confessies zijn voor iedereen een vrije dag. En dat nemen ze serieus. Omdat Sint-Maron dit jaar valt op zondag (namelijk vandaag), zou er eigenlijk geen extra vrije dag zijn. Dus die is nu, zo begrijp ik, verplaatst naar aanstaande maandag.

#Afqa #AlMasudi #DerdeConcilieVanConstantinopel #JohannesChrysostomos #JohannesMaron #Kyrrhos #Marcianus #maronieten #Qadishavallei #SintMaron