Paus Leo I en Attila de Hun (3)

Leo I (Archeologisch Museum, Sofia)

[Laatste van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Attila in Italië

Attila’s invasie van Italië bood hem wat hij nodig had: enerzijds goud om de leiders van de volken in zijn superfederatie tevreden te houden, anderzijds een duidelijk succes dat bewees dat nomadisme superieur was aan een boerenbestaan en dat de Hunnen superieur waren aan de andere volken in zijn coalitie. De eerste stad die viel, was Aquileia, dat de Hunnen grondig plunderden. Altinum, Padua, Vicenza, Verona en Bergamo volgden; de keizerlijke residentie Milaan vormde de kroon op het werk.

De route is interessant, want ze toont dat Attila zo dicht mogelijk bij de Alpen bleef en de vlakte van de Po vermeed. Evengoed kampten zijn soldaten met ziektes, en dat was vermoedelijk malaria. Bovendien was er gebrek aan voedingsmiddelen: ik noemde al dat misoogsten zijn gedocumenteerd in zowel Centraal-Europa als Italië. Nadat ook Pavia was geplunderd, kwam het bericht dat een door de oostelijke keizer Marcianus uitgestuurd leger inmiddels oprukte naar de Midden-Donau. Daar lag de poesta die de Hunnen beschouwden als thuisbasis. Aangezien Attila zijn vermoedelijke doelen had bereikt, kon hij beginnen aan de terugtocht. Een opmars naar Rome heeft hij, voor zover we kunnen reconstrueren, nooit overwogen.

Bij de rivier de Mincio, waardoor het water van het Gardameer naar Mantua en de Po stroomt, stuitte hij op een gezantschap dat de westelijke keizer Valentinianus III vanuit Ravenna naar hem had gestuurd. Hierbij was – ik kom nu bij het antwoord op de vraag die de aanleiding was tot deze drie blogjes – ook paus Leo I aanwezig.

Attila en Leo

Prosper Tiro, Leo’s secretaris, biedt een sober verslag, mogelijk een ooggetuigenverslag.

Van de diverse plannen die werden gemaakt om de vijand het hoofd te bieden, leek geen enkel aan de keizer, de Senaat en het Volk van Rome beter uitvoerbaar dan het zenden van gezanten om die bandeloze koning te smeken om vrede. Onze hooggeprezen paus Leo, die vertrouwde op de hulp van God, die de rechtvaardigen in hun beproevingen immers nooit in de steek laat, nam deze taak op zich. Hij was in het gezelschap van oud-consul Avienus en prefect Trygetius, en de uitkomst was zoals zijn geloof had voorzien. Toen de koning het gezantschap had ontvangen, was hij namelijk zó onder de indruk van de aanwezigheid van de hogepriester, dat hij zijn leger beval de strijd te staken, vrede toezegde en zich terugtrok over de Donau.noot Prosper Tiro, Kroniek, jaar 452.

Het enige dat hieraan opmerkelijk is, is dat Valentinianus zich niet bediende van de bisschop van Milaan, die een politieke rol had, of van zijn bisschop in Ravenna, maar zijn toevlucht nam tot de bisschop van Rome: ver weg en tot dan toe geen politiek figuur. Uit Leo’s eigen correspondentie weten we dat is gesproken over het uitwisselen van gevangenen. Het antwoord op de vraag “zou jij eens een blogpost kunnen wijden aan hoe paus Leo I nu eigenlijk de Hunnen wist tegen te houden?” is dus “dat deed ’ie helemaal niet!”, want Attila was al op de terugweg.

We weten misschien nog iets over de topconferentie bij Mantua. Een eeuw na de gebeurtenissen weet de chroniqueur Jordanes namelijk dat Attila eiste dat én Honoria én het hem rechtmatig toekomende deel van de keizerlijke goederen zouden worden overgedragen.noot Jordanes, Oorsprong en geschiedenis van de Goten 523-524. Als dit waar is, heeft Attila zijn claim op (delen van) het Romeinse Rijk niet opgegeven en was de situatie op dat moment veel minder eenduidig dan je weleens zou denken.

Zadel van een Hun (Palais Rohan, Straatsburg)

De legende

Leo’s bezoek aan het terugtrekkende leger van Attila kreeg echter legendarische proporties. Hier is wat Paulus de Diaken er in de achtste eeuw van maakt:

Men zegt dat Attila’s mensen na Leo’s vertrek aan hem vroegen waarom hij, anders dan hij gewoon was, zoveel eerbied had betoond aan de bisschop van Rome en vrijwel alle verzoeken had ingewilligd. De koning antwoordde dat hij geen eerbied had betoond aan de sterveling die hij had gezien, maar dat naast hem een andere eerbiedwaardige man in priesterdracht was verschenen, een rijzige grijsaard met een getrokken zwaard, die hem met een afschuwelijke dood bedreigde.noot Paulus de Diaken, Romeinse geschiedenis 14.12.

Paulus verwijst naar een eerdere bron (“men zegt”), en helemaal onmogelijk is het niet dat Attila zijn hovelingen iets langs deze lijnen heeft verteld. Veel steppevolken kennen één oppergod, de hemelgod Tengri, en het is niet ondenkbaar dat Valentinianus’ gezanten Attila hebben geattendeerd op het feit dat christenen ook één god hebben. Hoe dat ook zij: latere auteurs herkenden in de man met het zwaard de apostel Paulus, en voegden er, omdat Leo nou eenmaal uit Rome kwam en gold als opvolger van Petrus, nog maar eens een tweede grijsaard aan toe. Een later heiligenleven maakt het helemaal bont:

Terwijl Leo dit zei, keek Attila, diep in gedachten verzonken en zwijgend, naar Leo’s eerbiedwaardige gewaad en uiterlijk. En zie, plotseling verschenen de apostelen Petrus en Paulus, gekleed als bisschoppen, naast Leo, de een aan zijn rechterhand, de ander aan zijn linkerhand. Ze hielden zwaarden opgeheven boven hun hoofd en dreigden Attila met de dood indien hij Leo’s bevel niet zou gehoorzamen. Daardoor werd Attila, die als een dolleman tekeer was gegaan, gestild.

Hunnendiadeem (Neues Museum, Berlijn)

De Nibelungen

Als, zoals Jordanes suggereert, de uitlevering van Honoria en de overdracht van enkele gebieden de prijs was geweest voor Attila’s aftocht, hadden Honoria en het Romeinse Rijk het geluk dat Attila eerder overleed. Er kwam wél een bruiloft – maar niet met de zus van Valentinianus III. Attila trouwde met een zekere Hildico, en overleed in de huwelijksnacht.

De naam Hildico is Germaans, “kleine beschermer”, en we kennen een Germaanse koningin die met Attila trouwde: de Bourgondische Kriemhild uit het Nibelungenlied. Uiteraard staat niet vast dat Hildico Bourgondisch was, uiteraard is er tussen de vijfde en de twaalfde eeuw allerlei verdichting geweest en uiteraard is de enige overeenkomstig het element hild. Maar het is niet helemáál uitgesloten dat het personage van Kriemhild teruggaat op Hildico, en evenmin is uitgesloten dat Attila in zijn laatste maanden een huwelijksalliantie heeft gesloten met de Bourgondiërs en territoriale aanspraken heeft behouden op althans een deel van Gallië.

Overigens mis ik Attila the Stockbroker.

#Aquileia #Attila #Donau #Honoria #Hunnen #Ildico #Jordanes #Kriemhild #malaria #Marcianus #Milaan #Nibelungenlied #nomadisme #Paulus #PaulusDeDiaken #PausLeoI #Petrus #ProsperTiro #Ravenna #superfederatie #Tengri #ValentinianusIII #zwaard

Paus Leo I en Attila de Hun (2)

Honoria (Bode-Museum, Berlijn)

[Tweede van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Honoria

Het Romeinse Rijk had twee regeringen: een oostelijke in Constantinopel en een westelijke in Ravenna. In 449 regeerde in die stad Valentinianus III. Zijn zus Honoria was de dertig al gepasseerd en nog ongetrouwd. Dat had een zekere logica, want een zwager zou Valentinianus’ troon kunnen bedreigen. De oplossing was dat Honoria werd uitgehuwelijkt aan een heer die weliswaar van stand en van onbesproken gedrag was, maar politiek gevaarloos: Bassus Herculanus, “vermoedelijk een ouder iemand”, in de woorden van Adrian Goldsworthy, “en vast en zeker een doodsaaie man”.

Dat was niet naar Honoria’s zin en ze besloot zelf op zoek te gaan naar een man: Attila. Haar moeder, Galla Placidia, had ook een “barbaarse” echtgenoot gehad, dus een novum was dit niet. Honoria’s huwelijksaanzoek kwam precies op het moment waarop Attila overwoog zijn beleid aan te passen, en hij zal hebben gedacht dat als de grens tussen Romeins en Huns dan toch moest vervagen, een huwelijk met iemand uit het keizerlijk huis wel de allermakkelijkste manier was. Bescheiden vroeg hij bij wijze van bruidsschat om de helft van de gebieden waarover zijn aanstaande zwager de scepter zwaaide.

Om voor de hand liggende redenen verbood Valentinianus het huwelijk. Maar Honoria had Attila het voorwendsel gegeven dat hij nodig had. Of beter: moderne historici noemen het een voorwendsel, maar eerlijk gezegd sluit ik niet uit dat Attila werkelijk van zins was de twee politieke eenheden te verenigen. Zou hij met Honoria trouwen, dan zou hij het westelijke hof kunnen overnemen zo snel Valentinianus overleed, en kon hij aanspraken gaan stellen op de oostelijke gebieden als ook de kinderloze keizer Theodosius II overleed. Hoe groot de regering in Constantinopel dit risico inschatte, blijkt wel uit de snelheid waarmee Theodosius’ zus na diens dood in 450 trouwde met Marcianus.

Oorlog

In 451 stak Attila de Rijn over. Wat zijn doel was, weten we niet. Zoals zo vaak in de antieke krijgsgeschiedenis moeten we de doelen afleiden uit wat gebeurde, en weten we niet of de feitelijke operatie ook de beoogde operatie was. Feit is: Attila negeerde de Balkan, waar de nieuwe keizer Marcianus een te gevaarlijke tegenstander was, en viel in plaats daarvan Gallië binnen. Het staat vast dat het westelijke hof kampte met grote financiële problemen sinds in 439 Karthago in handen van de Vandalen was gevallen, en Valentinianus kon vanuit Italië geen troepen sturen. Attila had een slachtoffer uitgezocht dat klaarstond voor de slacht.

De Catalaunische Velden

Het Hunse leger was immens, maar wat Attila ermee wilde bereiken, is dus onduidelijk. Wilde hij het gebied bezetten? Wilde hij vooral – zoals de Hunnen zo vaak deden – eens flink plunderen omdat hij goud nodig had om zijn volgelingen te belonen? Wilde hij laten zien overal te kunnen toeslaan waar hij wilde? Was zijn meute, in deze tijd van hongersnood, gedwongen op zoek naar graan? Of wilde Attila vooral de duimschroeven aandraaien om alsnog het huwelijk met Honoria af te dwingen? We weten het niet. We weten alleen dat hij kostbare tijd verloor met de belegering van Orléans, en vervolgens door voedselgebrek was gedwongen terug te keren. Op de terugweg versloeg de Romeinse generaal Aetius, aan het hoofd van inderhaast samengesteld leger van vooral soldaten uit Gallië, de Hunnen op de Catalaunische Velden, ergens halverwege Châlons en Troyes.

In de winter van 451/452 viel Attila Thracië nog eens binnen, maar keizer Marcianus dreef de Hunnen terug. In het volgende jaar besloot Attila dus Italië binnen te vallen. Hij lijkt dringend een succes nodig te hebben gehad, want hij moest zijn superfederatie bij elkaar houden.

[Wordt vervolgd]

#AdrianGoldsworthy #Aetius #Attila #CatalaunischeVelden #Constantinopel #GallaPlacidia #Honoria #Hunnen #krijgsgeschiedenis #Marcianus #Orléans #Ravenna #superfederatie #TheodosiusII #ValentinianusIII

Paus Leo I en Attila de Hun (1)

Hunnendiadeem (National Museum, Boedapest)

U vraagt: “zou jij eens een blogpost kunnen wijden aan hoe paus Leo I nu eigenlijk de Hunnen wist tegen te houden?”

Wij antwoorden: “maar dat deed ’ie helemaal niet!” Het uitgebreidere antwoord is natuurlijk interessanter. Daarvoor moeten we eerst kijken wat Attila en de Hunnen überhaupt in Italië kwamen doen. En dat veronderstelt dan weer dat we bekijken wie die Hunnen eigenlijk waren.

Superfederatie

De Hunnen vormden een zogeheten superfederatie, waarover ik al eens eerder blogde: groepen merendeels nomadische volken die zich verzamelden onder een charismatische vorst (zoals Djengis Khan of Timoer Lenk) en onder zijn leiding successen boekten, maar weer uiteengingen als de successen ten einde kwamen. De geschiedenis van Centraal-Eurazië is te lezen als een proces van enerzijds clustering, desintegratie en herclustering en anderzijds (omdat de steppe naar het westen toe geschikter zijn voor veeteelt) een voortdurende westwaartse beweging. Omdat de volken die deel uitmaakten van zo’n nomadische cluster zelf veelal ook federaties waren, noemen we zo’n federatie van federaties een superfederatie.

Als we het hebben over de Hunnen, waren zij slechts één nomadisch volk binnen een meertalige coalitie waarvan ook Gotische, Gepidische, Skirische, Thuringse en Herulische groepen deel uitmaakten. Zij konden van huis uit nomaden zijn of boeren. Kortom: een moeilijk te grijpen en te begrijpen geheel. Wat we wél begrijpen: wie met de Hunse superfederatie te maken kreeg, had een probleem. In de eerste helft van de vijfde eeuw waren ze, net als de Avaren en de Mongolen, erg agressief en neutraliteit was onmogelijk. Omdat ze zo talrijk waren, waren ze bovendien vrijwel onverslaanbaar, zodat je maar twee opties had: vluchten en hopen dat je het Romeinse Rijk binnen mocht, of accepteren dat je werd opgeslokt. Resistance is futile. You will be assimilated.

Dit had, vanuit Huns perspectief, een simpel gevolg: er waren maar twee politieke eenheden, namelijk de Hunnen en de Romeinen. Niet alleen neutraliteit was onmogelijk, er was ook geen overlap. Nog een andere constante: de charismatische hoogste leider moest andere leiders tevreden houden met goud. Dat de Romein voor de Hunnen “de ander” was, wilde dan ook niet zeggen dat er geen handel mogelijk was. En als het goud niet vrijwillig werd afgestaan, kwamen de Hunnen het wel halen.

Attila in de problemen

Zoals wel meer Centraal-Euraziatische superfederaties hadden ook de Hunnen een dubbel koningschap, en in 434 traden Attila en Bleda aan. Ze zetten het gebruikelijke beleid voort: nu eens bedreigden ze het oostelijke Balkanschiereiland, en was daar de goudaanvoer eenmaal geregeld, dan trokken ze richting Perzië, en vervolgens was het westelijke Balkanschiereiland aan de beurt. In 447 overleed Bleda en vanaf dat moment regeerde Attila alleen.

Hij zag zich geplaatst voor een serieus probleem: steeds meer volken waren onderworpen, steeds meer daarvan waren sedentair, en dat betekende dat het aandeel boeren in de coalitie steeds groter werd. Anders gezegd, de Hunse kerngroep met zijn nomadische levenswijze werd relatief kleiner. Dat moet hebben geleid tot spanningen. Een volgend probleem was dat er eigenlijk niet zo veel meer te onderwerpen overbleef – afgezien dan van het bezetten van delen van het Romeinse Rijk, maar dat betekende dat de verhouding tussen de boeren en nomaden nog ongunstiger uitpakte voor de Hunse kerngroep. Derde probleem: in de zomer van 450 overleed in Constantinopel keizer Theodosius II en trad een nieuwe keizer aan, Marcianus. Die was uit een ander hout gesneden dan zijn voorganger, en Attila wist dat deze man gevaarlijk competent was. De Balkan plunderen zou lastiger worden, als er überhaupt nog iets te halen viel. Een paar jaar geleden is een vierde probleem geïdentificeerd: uit dendroklimatologisch onderzoek blijkt dat in Centraal-Europa enkele jaren achter elkaar de oogsten mislukten. Dat de oogsten in Italië slecht waren, was al bekend.

Marcianus (Bode-Museum, Berlijn)

Hoe deze problemen Attila’s besluitvorming bepaalden, weten we niet, maar in 450 veranderde hij het beleid. Hij besloot tot een invasie van het Romeinse Rijk. Niet om te plunderen, al draaide het daar uiteindelijk wel op uit, maar om het te behouden. Anders gezegd: er zou een overlap ontstaan tussen de twee politieke eenheden en de verhouding tussen nomaden en boeren zou voor de Hunse kern nog ongunstiger worden. Dit was een ingrijpende beleidswijziging, die aan Attila’s hof ongetwijfeld heeft geleid tot kritiek. De koning riskeerde het uiteenvallen van de superfederatie als hij de leiders van de diverse groepen niet heel goed zou kunnen belonen. Attila wist echter wat hij deed. Een fors deel van het Romeinse Rijk kwam hem namelijk rechtens toe.

Honoria op.

[Wordt vervolgd]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Mozes van Kreta

oktober 27, 2019
Kwakgeschiedenis: Tom Holland

maart 9, 2012
De Late Oudheid (1)

oktober 5, 2022 Deel dit: #Attila #dendroklimatologie #Gepiden #Goten #Hunnen #nomadisme #PausLeoI #superfederatie #TheodosiusII #Thuringers

Antieke migraties en migranten (1)

Een laatantieke ruiter keert terug (Sânnicolau Mare-schat, Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Migratie, dat mensen met een bepaalde identiteit elders gaan wonen bij mensen met een andere identiteit, is momenteel een belangrijk oudheidkundig thema. Eerlijk is eerlijk: dat is soms gemakzuchtig inhaken op de actualiteit. Migratie heeft immers problematische kanten die momenteel de aandacht trekken en er zijn oudheidkundigen die het belang van hun vak denken te kunnen tonen door erop te wijzen dat je ook in de Oudheid migratie had. Dan toon je je eigen irrelevantie want je loopt aan achter wat anderen belangrijk vinden in plaats van je eigen kwaliteiten te tonen. Het is zoiets als tijdens een pandemie beweren dat je ook in de Oudheid epidemieën had. Gelukkig is er ook een minder zelfdestructieve reden om je met migratie bezig te houden: de DNA-revolutie.

Door het onderzoek naar antiek DNA en het isotopenonderzoek wordt duidelijk dat de mensen vroeger buitengewoon mobiel waren, minimaal in sommige regio’s en tijdperken, wat betekent dat ideeën veel breder konden circuleren dan wel aangenomen is geweest. Wie een Latijnse tekst interpreteert, kan niet langer om Aramese parallellen heen, om het samen te vatten. Ons vak staat op de grondvesten te trillen en om die reden was “Van heinde en verre” in 2019 het thema van de Week van de Klassieken.

Maar migratie was al eerder een thema: in de negentiende eeuw. Omdat de toenmalige noties nog steeds circuleren, vandaag twee “Methode op Maandag”-stukjes over die materie.

Teksten

Wat wisten ze in de negentiende en vroege twintigste eeuw over migratie? In de eerste plaats: in teksten stond regelmatig te lezen dat een populus of een ethnos op drift was geraakt. Als voorbeeld noem ik de Langobarden, over wie Paulus de Diaken een geschiedwerk heeft geschreven. Ze woonden, zo lezen we, oorspronkelijk aan de randen van de aarde en bewogen in stappen vanaf de benedenloop van de Elbe naar het zuiden, zich uiteindelijk vestigend in Italië. Tijdens elke etappe van hun migratie klommen ze ook een trede op de beschavingsladder, want in het antieke wereldbeeld woonden op de randen van de aarde de grootste woestelingen en woonden de beschaafdste mensen in Italië en Griekenland. Dit sjabloon is eigenlijk steeds aanwezig en gaat in laatste instantie terug op Herodotos’ beschrijving van de Skythen.

Dat sjabloonmatige doet afbreuk aan de geloofwaardigheid. Paulus de Diaken wist alleen dat een groep die zich “Langobarden” noemde Italië had onderworpen. (Het is archeologisch ook bewezen.) Vervolgens construeerde Paulus een respectabele voorgeschiedenis, waarin hij voor die noordelijke herkomst weinig meer bewijs had dan wat verwijzingen in de Romeinse etnografische literatuur. De naam “Langobarden” heeft zich dus van noord naar zuid verplaatst, maar het zou te ver gaan te zeggen dat de nieuwe meesters van Italië de rechtstreekse afstammelingen waren van mensen die ooit woonden in het Elbegebied.

Superfederatie

In de negentiende en twintigste eeuw groeide de hoeveelheid informatie over wat bekendstaat als superfederaties. Het gaat hier om de groepen op de Centraal-Euraziatische vlakte, die in de loop der tijden ontstonden, onder een charismatische leider (Attila, Djengis Khan, Timoer Lenk…) successen hadden en uiteen vielen zo snel de successen ten einde kwamen.

Wie de Hunnen dus waren, we weten het in feite niet. Dat de naam “Attila” Germaans is, wil niet zeggen dat het Germanen waren; dat de Hunnen uit het oosten kwamen aanstormen wil niet zeggen dat het Mongolen waren. Of neem het hof van Timoer Lenk. Daar werd Turks en Mongools gesproken, maar ook Arabisch, Tibetaans, Aramees, Perzisch en Indisch. Religie was ook nauwelijks een verbindende factor in dit allegaartje. Het geldt zelfs voor de ogenschijnlijke uitzondering op die regel, de Arabische veroveringen. Het succes van de islam is ten dele te verklaren doordat het eerdere godsdiensten assimileerde.

Enfin, zo’n tijdelijke groepering heet een “superfederatie” . Dit is een van de manieren waarop oudheidkundigen tegen de migrerende groepen aankijken. Er zijn andere modellen om de antieke bronnen te interpreteren. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze afstamming niet centraal stellen. De Visigotische naam mag dan van de Weichsel via de Oekraïne en Roemenië richting Balkan, Italië, Aquitanië en Iberië zijn verplaatst, de koningen van Toledo stamden niet per se af van mensen aan de Oostzeekust.

De migratie van namen

Zo’n verplaatsende naam documenteert echter wél dat mensen met een bepaalde identiteit zijn gaan wonen tussen mensen met andere identiteiten. Die migranten claimden een andere voorgeschiedenis dan de bewoners van het land van aankomst. Voor ons relevant is of ze zich correct dingen herinnerden over hun eigen herkomst.

Weinig oudheidkundigen zullen aannemen dat in de mondelinge overlevering veel correcte informatie schuilt. Er zijn echter wel degelijk elementen goed onthouden. Dat de Goten claimden vóór de hierboven beschreven zwerftocht te hebben gewoond in Scandinavië, is een raar detail, eigenlijk overbodig. Een verblijf in Skythië zou voldoende zijn geweest om een barbaarse afkomst te documenteren. Dit wil niet zeggen dat de noordelijke herkomst waar is, maar wel dat het denkbeeld behoort tot wat in de Duitse literatuur, waar oudheidkundige zaken doorgaans het beste worden doordacht, een Traditionskern heet.

We moeten ervan uitgaan dat minimaal de elite van zo’n groep migranten een verhaal over de herkomst deelde. Wie, ongeacht de herkomst, tot die elite wilde horen, zou het moeten onderschrijven. Een Avaar was iemand die de levenswijze van de Avaren voerde en die door anderen als Avaar werd erkend – en daarvoor was noodzakelijk dat je de Traditionskern accepteerde en reproduceerde. In de Avaarse superfederatie waren ondertussen andere volken aanwezig.

[Wordt vervolgd]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Het Byzantijnse Rijk (1): Ontstaan

mei 27, 2023
Artemis van Efese

april 14, 2023
Historia Augusta (1): inleiding

augustus 17, 2012 Deel dit: #assimilatie #Avaren #Goten #GroteVolksverhuizingen #Hunnen #Langobarden #migratie #PaulusDeDiaken #superfederatie #Traditionskern #Visigoten