De Maronitische Wereldkroniek (3) Theodosius II

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

[Dit is het derde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

Commentaar
De chroniqueur beschouwt de regering van keizer Theodosius II (r.408-450) als een christelijke bloeitijd. Hij behandelt deze tijd als één geheel, zonder veel aandacht voor chronologie.

Tijdens het bewind van Theodosius de Jongere verkeerden de kerken van de Romeinen in een onaantastbare positie. Onder de Perzen was er echter sprake van ernstige vervolging van de christenen, en vele heiligen zijn daar gekroond met de bekende smarten van het geloof.

729 SE. ≡ okt. 417/sept. 418

In deze periode, in het jaar 729, op 16 juni, vond een zonsverduistering plaats en heerste overdag rond het achtste uur grote duisternis.

Commentaar
Deze zonsverduistering vond feitelijk plaats op 19 juli 418. Hierna volgt een lange lacune in de tekst van de Maronitische Wereldkroniek.

……
Kyrillos, bisschop van Alexandrië, en Theodoretos, bisschop van Kyrrhos, behoorden tot de Griekse leraren, en in de Syrische taal was er de zalige Isaak de Leraar, en sinds deze periode groeide …… begon af te nemen in de kerken.
Tijdens diens regering werden velen heilig met verschillende soorten van eredienst. Ook de zalige Simeon, die als eerste woonde op een pilaar, leefde in deze tijd.
Aan het einde van de regering van Theodosius was er onrust in de kerken vanwege illegale handelingen … te Constantinopel, en ook betreffende Eusebios … en Leo en Dioskouros, en die afschuwelijke daad die destijds in Efese werd gepleegd omwille van Eutyches.

Commentaar
De passage is niet helemaal duidelijk, maar de personages zijn bekend en het gaat zeker over de discussie over de zogeheten monofysieten, die – naar het oordeel van de keizerlijke kerk – de goddelijkheid van Christus te sterk benadrukten. Zij hadden in 449 onder voorzitterschap van Dioskouros het Tweede Concilie van Efese belegd, dat later niet zou worden erkend als orthodox. Twee jaar later organiseerde Marcianus, de opvolger van Theodosius, het Concilie van Chalkedon.

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Chalkedon (451).

In de tijd van deze ketterij stierf Theodosius, de vrome keizer, na een regering die eenenveertig jaar had geduurd.
Zijn al genoemde zus Pulcheria regeerde daarna samen met Marcianus, die na Theodosius op de troon kwam. Zij was ijverig om de … te herstellen, die immers van de gerechtigheid was afgedwaald, en keizer Marcianus riep door zijn ijver het concilie bijeen dat in Chalcedon bijeenkwam, en hij schafte de slechte daden van de synode van Dioskouros af.

762 SE. ≡ okt. 450/sept. 451

Het jaar waarin dit Concilie bijeenkwam was 762. Tot die periode was de kerk in groei en bloei, en ook de kloosters werden tot dan toe gebouwd en hersteld, vooral in Jeruzalem en omgeving, door de heilige Euthymios de Gezegende, en Theodosius en Saba, zijn twee discipelen.
Ook de zalige Maron richtte zijn klooster in, en de veiligheid van de kloosters en kerken nam overal toe, en ook de vreugde over de heerschappij van de Romeinen neigde naar … op glorie.

Commentaar
Dat Sint-Maron nog rond 450 na Chr. in leven was, komt voor mij als een verrassing. Voor de datering van zijn leven hadden we eigenlijk alleen een in 407 geschreven briefje waarin Johannes Chrysostomos naar Marons gezondheid informeert. Theodoretos wijdde een korte biografie aan Sint-Maron, waarin hij diens dood vermeldt. Deze tekst zou dan, als de informatie uit de Maronitische Wereldkroniek klopt, zeven of acht later moeten worden gedateerd: niet rond 444 maar rond 452.

We weten verder dat keizer Marcianus in 452 een klooster schonk aan Marons leerlingen. Dat komt nu iets minder onverwacht: blijkbaar was dit in reactie op een initiatief van de oude Maron zelf. Maar nogmaals: dan moet de auteur van de Maronitische Wereldkroniek wel toegang hebben gehad tot betrouwbare informatie.

Tot slot: na het hierboven gegeven citaat is een lacune. Daarin moet sprake zijn geweest van onlusten in de kerk van Alexandrië, want later komt de chroniqueur terug op het conflict tussen patriarch Proterios (r.451-457) en zijn rivaal Timotheos II.

[Wordt vervolgd]

#AdrianPirtea #AlexHourani #Alexandrië #bronnenuitgave #ConcilieVanChalkedon #Eutyches #KyrillosIVanAlexandrië #LeoIPaus #Marcianus #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #Proterios #Pulcheria #SimeonDeStyliet #SintMaron #SintSaba #Theodoretos #TheodosiusII #TimotheosII #zonsverduistering

Het Rijk van Toledo (2)

Halssnoer uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]

In 586 besteeg Leovigilds zoon Reccared de troon en omdat zijn vader had gefaald in het apaiseren van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, besloot de nieuwe koning zich maar bij hen aan te sluiten. Daarmee aanvaardde het Rijk van Toledo het christendom zoals het ook in het Byzantijnse Rijk bestond.

De kerk profiteerde ervan. Opgravingen (zoals deze recente) documenteren dat de kerkgebouwen bepaald geen nederige stulpjes waren. Tegelijk werd de kerk nu meer dan ooit een bestuursinstrument. Tot 704 vonden in Toledo achttien synodes plaats, die zijn te beschouwen als zowel kerkelijke als bestuurlijke landdagen. De vergaderingen hadden vérgaande wetgevende taken en de hier vastgestelde wetten lijken ook merendeels te zijn uitgevoerd. Ze beschrijven dus meestal reële situaties.

Tiende-eeuwse afbeelding van een Synode van Toledo

Checks and balances

Zo werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het bezit van de koning als privépersoon en als vertegenwoordiger van de overheid. Deze laatste categorie, de kroondomeinen dus, was extreem belangrijk. De koning van Toledo beheerde niet alleen de domeinen die de Romeinse keizer Theodosius I al had bezeten, maar confisqueerde ook nog het een en ander, zodat de pachtopbrengsten een forse bijdrage vormden aan de staatsschatkist. Tegelijk had de vorst minder mogelijkheden om belasting op te leggen dan de keizer had gehad. Grootgrondbezitters ontsprongen sowieso de dans. Om het anders te zeggen: de grote omvang van de domeinen maakte dat de belastingen in het Rijk van Toledo lager konden zijn dan in de Romeinse wereld. Of om het nog anders te zeggen: doordat de rijken niet belast konden worden, moest de koning grote domeinen aanhouden.

Belangrijk is verder dat de koningen van Toledo weliswaar golden als bron van recht, maar niet boven de wet stonden. Net als bij het onderscheid tussen kroondomeinen en ’s konings privébezit, kun je zeggen dat de Synodes de macht van de koning inperkten. Je zou de relatie tussen Synodes en vorst misschien, met een anachronisme, kunnen aanduiden als checks and balances.

Kruis uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

Antisemitisme

Ik schreef dat de meeste wetten ook werden uitgevoerd. Het voornaamste terrein waarop dat niet het geval was, was de bestrijding van judaïserende christenen. Er waren op het Iberische Schiereiland veel joden; dat onlangs van een vierde-eeuwse kerk in Jaén werd vastgesteld dat het feitelijk een synagoge was, suggereert dat de joodse aanwezigheid nog wordt onderschat. Christenen hadden dagelijks contact met de joden, die daardoor aanzienlijke invloed hadden op hun stads- en dorpsgenoten. Een voorbeeld is het vasthouden de joodse paasdatum, een praktijk die is gedocumenteerd in diverse herderlijke brieven. Het cruciale punt is nu niet dat allerlei christenen niet zuiver waren in wat de geestelijkheid beschouwde als de enige juiste leer, maar dat de gelovigen zich konden beroepen op passages uit de Wet van Mozes. Ze bezaten dus boeken en deze mensen waren dus geen dagloners of slaven die niet beter wisten, maar rijke mensen. Dat maakte judaïsering een voor de kerk belangrijke kwestie.

De Synodes van Toledo kondigden allerlei anti-joodse decreten af. De eerste aanzet was via het Breviarum Alaricianum geïmporteerd uit de Byzantijnse Codex Theodosianus, maar met het oog op de rijkseenheid bekrachtigden de Synodes deze maatregelen steeds opnieuw. De herhaling bewijst echter dat de maatregelen niet werden uitgevoerd. De decreten worden na 650 steeds feller en scherper, de straffen op ontduiking werden steeds inhumaner (o.a. scalperen als straf voor besnijden), en waar de wetgevende Synode zich ooit alleen maar had geërgerd aan de joodse religie, werden de decreten uiteindelijk ronduit racistisch.

Laatantiek grafschrift van iemand die aan het hoofd stond van twee synagogen (Archeologisch museum, Mérida)

In 654 vaardigde koning Recceswinth (r.649-672) het Liber Iudiciorum uit, dat was gebaseerd op de Codex Justinianus en, net als deze, verdeeld in twaalf boeken. Het laatste was geheel gewijd aan de bestrijding van jodendom, en er werd uiteindelijk bepaald dat alle joden een afschrift op zak dienden te hebben – wat overigens een aanwijzing is voor de graad van geletterdheid. Uiteindelijk werden door de Zeventiende Synode van Toledo (694) alle joden tot staatsslaaf verklaard. Opmerkelijk is overigens dat een elders gangbare anti-joodse wet, namelijk het verbod land te bezitten, in het Rijk van Toledo nooit is uitgevaardigd.

[wordt vervolgd]

#antisemitisme #arianisme #belastingen #BreviariumAlaricianum #CodexJustinianus #ConcilieVanChalkedon #Jaén #Latijn #LiberIudiciorum #paasdatum #Reccared #Recceswinth #RijkVanToledo #SynodesVanToledo #Visigoten

Het Rijk van Toledo (1)

Decoratie uit Mérida

Als we zouden afgaan op de bronnen, was de opvolgerstaat van het Rijk van Toulouse, het Rijk van Toledo, verdeeld over de vraag welk christendom het ware was: het ariaanse of dat van de keizer, zoals vastgelegd tijdens het Concilie van Chalkedon. Ik heb al verteld dat dit meer zegt over de aard van onze bronnen dan over wat er werkelijk speelde.

Voor zover de kwestie betekenis heeft, is het omdat vroegere onderzoekers meenden dat de Hispano-Romeinse bevolking het keizerlijke christendom volgde, terwijl de Visigoten ariaans zouden zijn geweest. Als dit waar was, zou het inderdaad een belangrijk thema zijn, maar er zijn voldoende uitzonderingen bekend om te concluderen dat de religieuze en etnische grenzen niet parallel liepen. Waarbij ik in dan nog maar in het midden laat wat met “etnisch” bedoeld kan zijn, want lang niet alle mensen die op last van de Visigotische koningen naar Iberië trokken, hadden Germaanse voorouders. Waarbij we óók in het midden moeten laten wat Germanen dan eigenlijk zijn.

De grenzen van het Rijk van Toledo

De grenzen van het Rijk van Toledo lagen min of meer vast. In het noorden vormden de Pyreneeën de grens met het rijk van de Franken, waarbij Narbonne een Visigotische exclave was in de Languedoc. In het noordwesten, in Galicië, regeerde een dynastie die we doorgaans Suebisch noemen. De rest van Iberië werd bestuurd vanuit Toledo, met één uitzondering: rond het midden van de zesde eeuw wisten de Byzantijnen, profiterend van een Visigotische opvolgingsconflict, de havensteden aan de zuidkust te veroveren.

Het Byzantijnse gezag zou echter gestaag afbrokkelen; het laatste Byzantijnse leger is kort voor 700 geattesteerd. Maar zolang het er was, had het Rijk van Toledo een eenvoudig contact met Italië, de Maghreb en Constantinopel. We lezen ook over pelgrims naar Jeruzalem, over Spaanse bisschoppen bij kerkelijke vergaderingen, over kooplieden, over internationale huwelijken en over ballingen: allemaal personenverkeer dat documenteert dat het Rijk van Toledo volop was geïntegreerd in de Mediterrane wereld.

Leovigild

In 568 herstelde koning Leovigild het centrale gezag én het internationaal aanzien. Via zijn nichten Brunhilde en Galswintha, getrouwd met de Frankische vorsten Sigebert I en Chilperik I, was hij verzekerd van rust in het noorden. Hij richtte zich tegen zijn tegenstanders op het Iberische Schiereiland: hij begon met de annexatie van de Byzantijnse havensteden in Andalusië en wist in 585 de Sueben te onderwerpen.

Leovigild (Staatliche Münzsammlung, München)

Meer dan eerdere vorsten presenteerde hij zich als soeverein heerser, onder meer door het gebruik van keizerlijke regalia. Toch was het Rijk van Toledo geen klein Romeins Rijk. Het bestuur was vereenvoudigd en voor een deel zelfs uitbesteed: de gemeentelijke administratie kwam steeds meer in handen van de geestelijkheid.

We lezen ook weer ’ns over de ariaanse kwestie. Om de eenheid van het Rijk van Toledo te versterken trachtte Leovigild zijn onderdanen te overtuigen van een gematigd arianisme. Soortgelijke compromissen hingen in de Late Oudheid ook elders in de lucht: er is hier al eens geblogd over het monotheletisme dat in het Byzantijnse Rijk werd voorgesteld als voor iedereen aanvaardbaar compromis. Dat strandde op weerstand van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, en zoiets gebeurde ook in het Rijk van Toledo. De Chalkedoniërs uit het rijk van de Vandalen in Africa hadden zich met succes verzet tegen hun overheid, en dat maakte dat ook de Chalkedoniërs in Iberië geen duimbreed toegaven.

[wordt vervolgd]

#arianisme #BreviariumAlaricianum #Brunhilde #ChilperikI #ConcilieVanChalkedon #Galswintha #hospitalitas #Languedoc #Latijn #Leovigild #monotheletisme #Narbonne #RijkVanToledo #SigebertI #Sueben #Visigoten