#Archäologie

Riesige #Bronzezeit-Stadt in der Steppe entdeckt

(3/n)
...
größeres Gebäude und zahlreiche Werkstätten zur #Bronzeherstellung. Ausmaß und Struktur dieser Steppenstadt
seien einzigartig für diese Zeit und Gegend, berichtet das Team.

Ungewöhnlich auch:
Die Gründer dieser Siedlung kamen aus einer #nomadischen Kultur.

Ob #Skythen, #Mongolen oder die #Jamnaja-Kultur: Die heute eher dünn besiedelten Steppen #Zentralasiens...

De Europese canon (1-5)

Tijdens keizer Septimius Severus, wiens ereboog u hier ziet, bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang

Een tijdje geleden stelde ik een Europese historische canon voor van tweeënveertig vensters en nodigde ik u uit toevoegingen te doen en verbeteringen te suggereren. Tussen vandaag en de Europese verkiezingen van 6 juni zal ik in elf blogjes de uitkomst aan u presenteren: steeds vijf vensters en daarnaast een stukje waarin ik de keuzes verantwoord. Bedenk wel: een canon een didactisch hulpmiddel, geen in steen gehouwen waarheid. Een canon heeft meer te doen met wetenschapscommunicatie dan met wetenschap. Wie liever een canon van de geschiedwetenschap leest, vindt die hier.

Ter zake nu.

Het Romeinse Rijk

Periode: Tot de zesde eeuw / tot 1453

In het krachtige en welvarende Romeinse Rijk, dat rond 202 na Chr. zijn grootste omvang bereikte, woonde ongeveer een derde van de wereldbevolking. Hoe vitaal de toenmalige cultuur was blijkt wel uit het feit dat het imperium bleef bestaan tot 1453 (later meer) terwijl de voornaamste Romeinse talen – het Grieks, het Latijn en het Aramees – nog springlevend zijn.

De voornaamste erfenis, en de reden waarom de Romeinen deel uitmaken van de Europese canon, is echter een andere: bescheidenheid. De Romeinen hadden er geen enkele moeite mee te erkennen dat ze hadden geleerd van andere beschavingen. Ze erkenden het wezenlijk andere. Die bescheidenheid gaven ze door aan het middeleeuwse christendom, dat erkende te staan op de schouders van reuzen, aan de Renaissance en aan het latere Europa. Met een woord van Rémi Brague is bescheidenheid Europa’s “Romeinse weg”.

De kerstening, gesymboliseerd door de doop (Ravenna)

De kerstening

Periode: 96-1000

Het christendom ontstond als joodse sekte, raakte van de andere joden afgesplitst, deed Grieks-Romeinse filosofische bagage op, werd van tijd tot tijd en van stad tot stad vervolgd, tot de keizers Licinius en Constantijn het begin vierde eeuw erkenden als toegestane godsdienst. Tegen het einde van die eeuw was de Romeinse elite, die wist uit welke hoek de wind waaide, overgegaan tot het christendom en langzaam verspreidde het geloof zich.

In de vijfde eeuw begon missionering buiten het Romeinse Rijk (Saint Patrick, Ierland), de post-Romeinse elite werkte samen met de kerk (Clovis, Gallië) en later namen de vorsten in de noordelijke en oostelijke periferie het geloof aan (Harald I van Denemarken rond 965, Vladimir I van Kyjiv 988, Stefanus I van Hongarije 1000).

Goudschat van de Avaren (Nationaal Museum, Boedapest)

De Avaren

Periode: 560-803

Alternatief: de Hunnen (433-469)

Al in de IJzertijd bestond er een geleidelijke migratie van nomadische veetelers vanuit het droge Manchurije en Mongolië over de Altai naar de vochtigere steppe van het huidige Oekraïne. De migrerende groepen zijn bekend onder allerlei namen: Kimmeriërs, Skythen, Sarmaten. Steeds als het klimaat verslechterde, kwamen migranten westwaarts. De golf die in de late vijfde eeuw kwam opzetten diende zich aan als de Hunnen en later als de Avaren.

De meeste van deze groepen desintegreerden al snel, maar het rijk van de Avaren bleef een kwart millennium bestaan. Hun aanwezigheid blokkeerde de landweg tussen het oostelijk en westelijk deel van de Laat-Romeinse wereld. West-Europa raakte gescheiden van het Byzantijnse Rijk.

Inscriptie over waterwerken in Córdoba (Archeologisch museum, Córdoba)

Het emiraat van Córdoba

Periode: 711-1039

De Arabische veroveringen begonnen rond 630 en al begin achtste eeuw viel het post-Romeinse Rijk van Toledo. Niet veel later staken de Arabieren de Pyreneeën over, waar ze een ander post-Romeins rijk, dat van de Merovingen, destabiliseerden. De Merovingische generaal Karel Martel versloeg een Arabisch leger bij Poitiers (732), wat zijn familie het prestige gaf om de macht benoorden de Pyreneeën over te nemen. Zo ontstond de dynastie van de Karolingen, met een ideologie dat zij het christelijke Europa belichaamde, kampend tegen de Saracenen.

Een Arabische burgeroorlog maakte niet veel later een einde aan de expansie en het Iberische Schiereiland scheidde zich af van het Kalifaat. Dit emiraat van Córdoba zou eeuwenlang een van de voornaamste contactpunten zijn tussen de Arabische en West-Europese cultuur.

Een kopiist aan het werk

De Karolingische Renaissance

Periode: Vanaf 795

In 795 dicteerde Karel de Grote de circulaire die bekend is komen staan als de Brief over het cultiveren der letteren. Hiermee organiseerde hij het onderwijs in zijn rijk. In dezelfde tijd begonnen klerken in abdijen op grote schaal antieke teksten te kopiëren. Zo stelden ze het Griekse en Romeinse literaire erfgoed, voor zover nog aanwezig, voor latere generaties veilig.

Het doel van dit cultureel reveille was het opvoeden van de bevolking in christelijke deugden, maar ook teksten van heidense schrijvers werden gekopieerd. Zonder de Karolingische Renaissance zouden wij de Romeinse wereld nauwelijks kunnen kennen.

De Europese canon…

… vervolgt met de verantwoording van de Europese canon, en wordt vervolgd met een blogje over de Volle Middeleeuwen. U blijft op de hoogte van deze reeks (en van alle blogjes) via het WhatsAppkanaal.

1-56-1011-1516-2021-2526-3031-3536-4041-4546-50 #Avaren #Clovis #ConstantijnDeGrote #emiraatVanCórdoba #EuropeseCanon #HaraldIVanDenemarken #Hunnen #IerseMonniken #KalifaatVanBagdad #KarelDeGrote #KarelMartel #KarolingischeRenaissance #kerstening #Kimmeriërs #Licinius #Merovingen #Oekraïne #RémiBrague #RijkVanToledo #Sarmaten #SintPatrick #Skythen #slagBijPoitiers #StefanusIVanHongarije #VladimirIVanKyjiv

Het koninkrijk Urartu

Erebuni, een van de hoofdsteden van Urartu (Yerevan)

Onlangs noemde ik Urartu, een ooit machtig koninkrijk in de regio van het huidige Armenië, Noordwest-Iran en Oost-Turkije. De eerste hoofdstad was de rotsvesting Tušpa, het huidige Van, en het land is voor te stellen als een grote rechthoek rond het Van-meer. Het Urmia-meer in Iran vormde de zuidoostelijke punt, het Sevan-meer in Armenië was de noordoostelijke punt en in het westen vormde de Boven-Eufraat de grens met de Frygische invloedssfeer. De Urarteeërs zelf noemden hun land Biainele; de naam Urartu komt uit het Assyrisch. In de Bijbel heet het koninkrijk Ararat, welbekend van de constatering dat de Ark van Noach aanmeerde op een van de plaatselijke bergen.

Urartu en Assyrië

De Urarteeërs waren beroemde metaalbewerkers, spraken een taal die verwant was aan het verder slecht bekende Hurritisch en schreven met een vereenvoudigd Assyrisch spijkerschrift. Daardoor zijn de meeste inscripties te lezen en te begrijpen: ze verwijzen vrijwel allemaal naar koninklijke bouwactiviteiten. Voor de reconstructie van de Urartese geschiedenis hebben we er daardoor betrekkelijk weinig aan.

Een van de koninklijke graven in Tušpa (Van)

We zijn afhankelijk van vooral Assyrische bronnen. Daaruit blijkt dat Urartu vanaf pakweg 880 v.Chr. werd bestuurd door één dynastie, die het koninkrijk naar het zuiden uitbreidde op het moment dat Assyrië zwak was en – iets later – vooral geïnteresseerd was in expansie naar het westen.

Assyrië herstelde zich echter. Koning Sargon II versloeg in 714 v. Chr. de Urartese vorst Rusa I en marcheerde vrijwel ongehinderd door het vijandelijke rijk. Tot de buit behoorde het beeld van de Urartese oppergod Haldi. Rusa kon deze vernedering niet aan en pleegde zelfmoord.

Urartese biervaten (Museum van Erebuni, Yerevan)

Interne expansie

Zijn opvolger Argište II koos voor iets dat we interne expansie zouden kunnen noemen. Boeren ontgonnen nieuwe gebieden langs de rivier de Araxes, zo valt af te leiden uit het nederzettingenpatroon. Archeologen zien daar veel meer zevende- dan achtste-eeuwse dorpjes. De handel bloeide op: via Trapezos waren er handelscontacten met de Grieken in het westen. Ik vertelde al dat weleens is geopperd dat de leeuwen in de Griekse kunst zijn gemaakt naar voorbeelden uit Urartu.

De ontginningen maakten Urartu tot een aantrekkelijk doelwit voor de nomaden benoorden de Kaukasus: de Kimmeriërs, de Skythen, de Sauromaten. Versterkte steden als Karmir Blur (in het huidige Yerevan) lijken rond 600 v.Chr. te zijn verwoest. Omdat hier pijlpunten zijn gevonden van een type dat we ook kennen uit Oekraïne, ligt het voor de hand dat de nomaden verantwoordelijk zijn, maar volledig bewezen is het daarnee niet. Onze onzekerheid hangt ermee samen dat juist in deze tijd de Assyrische bronnen opdrogen: de Babyloniërs en Meden veroverden en verwoestten Nineveh in 612 v. Chr.

Pijlpunten (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

Het onbegrepen einde

Na de verwoestingen rond 600 werd Erebuni (ook in Yerevan) een belangrijke residentie. Urartu had nu een makkelijk doelwit kunnen zijn voor de Babyloniërs, maar die schijnen geen belangstelling te hebben gehad. Het is waarschijnlijker dat Urartu in de komende decennia werd onderworpen aan de Meden. Opnieuw is het bewijs echter zwak. Het voornaamste argument is dat een Medisch leger in 585 v. Chr. slag leverde tegen de Lydiërs, die inmiddels de Frygiërs hadden afgelost als grootmacht in Anatolië. Dit gevecht vond plaats aan de rivier de Halys in Centraal-Anatolië. De Meden kunnen daar alleen zijn aangekomen als ze de weg door Urartu beheersten.

Urartese helm (Azerbaijan Museum, Tabriz)

Medische annexatie is dus een mogelijke verklaring voor het einde van Urartu en misschien was de veroveraar de ook uit andere bronnen bekende koning Kyaxares. Een andere mogelijkheid is dat Medische overheersing losjes en tijdelijk was en dat het einde van Urartu later moet worden geplaatst. Dan was het misschien de Perzische koning Cyrus de Grote die een einde maakte aan de Urartese onafhankelijkheid. Een stad als Çavustepe is niet alleen rond 600 verwoest, maar nog een tweede keer, door alleen door een niet geïdentificeerde vijand. Dit kan een Medisch of een Perzisch leger zijn geweest.

Wat ook de precieze omstandigheden van de val van Urartu zijn geweest, in de tweede helft van de zesde eeuw maakte Urartu deel uit van het Perzische Rijk. De satraap lijkt te hebben gewoond in Erebuni, waar een apadana (troonzaal) is geïdentificeerd. Vanaf nu zien we ook steeds meer aanwijzingen voor het Armeens dat, als Indo-Europese taal, wat dichter bij het Perzisch stond. Of het Armeens pas nu in de regio aankwam of altijd aanwezig is geweest en pas nu werd opgeschreven, is bij mijn weten niet bekend.

Urartese inscriptie uit Lchashen

Toerisme

Voor toeristen: enkele Urartese opgravingen zijn

  • Turkije: Adilșevaz, Altintepe, Anzaf, Astwadzashen, Çavustepe, Kayalidere, Patnos, Toprakkale, Van (het oude Tušpa)
  • Iran: Bastam, Hasanlu, Haftavan Tepe
  • Armenië: Erebuni en Karmir Blur; inscripties zijn gevonden in o.a. Garni, Lchashen, Zvarnots

In het Drents Museum is op dit moment de expositie In de ban van de Ararat. Daarin is ook aandacht voor de geschiedenis van Urartu. En voordat u afreist naar Assen: houd rekening met werkzaamheden op het spoor.

#Araxes #ArgišteII #Armenië #Azerbaijan #Çavustepe #Erebuni #Garni #Haldi #Hasanlu #Hurrieten #IJzertijd #Iran #KarmirBlur #Kaukasus #Kimmeriërs #RusaI #SargonII #Skythen #slagAanDeHalys #Turkije #Tušpa #Urartu #Yerevan

De Skythen (1)

Een Skythische boogschutter op een Griekse vaasschildering (Louvre, Parijs)

Het is pas op blz.311 in zijn vorig jaar verschenen boek The Scythians. Nomad Warriors of the Steppe dat de door mij bewonderde Britse oudheidkundige Barry Cunliffe het punt maakt waar ik op zat te wachten. Het is wat lyrisch geformuleerd maar belangrijk:

The wide expanse of steppe flowing through Eurasia, with its grey-green horizons receding in the distance and its shimmer as the wind rustles the grass, challenges everyone to be on the move. Like the sea, it is a world where nothing can stay still and, like the sea, it sweeps everything onward. For millennia people have progressed through the steppe, sometimes in repeating patterns of transhumance and sometimes with astonishing speed, crossing huge distances to seek out new pastures. The Scythians occupy only one small part of the grand narrative.

Skythen en andere nomaden

De golven van de zee zijn de perfecte metafoor. Ze bewegen op en neer, vormen samen een enorme stroming en verplaatsen grote watermassa’s over enorme afstanden. Steppenomaden bewegen met de jaargetijden van zomer- naar winterweiden, clusteren samen onder leiding van deze of gene charismatische leider – een Attila de Hun, een Djengis Khan, een Timoer Lenk – en vormen een volk, verplaatsen zich van het oosten naar het westen, vallen weer uiteen en herclusteren dan weer als er een nieuwe leider opstaat. Het geldt ook voor de Indo-Europeanen, voor de Kimmeriërs, voor de Skythen, voor de Sarmaten, voor de Kushana’s, voor de Alanen, voor de Hunnen, voor de Avaren, voor de Turken, voor de Bulgaren, voor de Khazaren, voor de Magyaren, voor de Tataren, Mongolen, Kozakken, Oezbeken. Seizoensmigratie van veetelers, krijgers te paard, steeds weer trekkend van de droge steppe van Manchurije naar het wat vochtiger Oekraïne, Roemenië en Hongarije. De Skythen vormden maar één hoofdstuk in het grote verhaal, één golf in een zee van migrerende steppenomaden.

Je verwacht dat Cunliffe er een prachtboek van kan maken. De Oxford-archeoloog heeft in het verleden immers prachtige syntheses geschreven over bijvoorbeeld de Kelten en charmante monografieën als die over Pytheas van Marseille. Maar dit keer werkt het niet. O zeker, het boek is prachtig vorm gegeven. De foto’s tonen talloze voorwerpen en opgravingen uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie die wij anders nooit zouden zien. Alleen al daarom is The Scythians geen miskoop. Ik had echter moeite om het boek uit te lezen. Het boeit niet voldoende.

Skythisch paardenbeslag in de vorm van een vis (Nationaal Museum, Boekarest)

Vaste punten in een nomadenlandschap

Het ligt niet aan de stof. De Skythen, zoals de “golf” heette die de Kimmeriërs vooruit joeg, vormen een fascinerend thema. Ze beheersten het gebied van Oezbekistan tot en met Oekraïne tussen pakweg 750 en 200 v.Chr. en werden ingehaald door de “golf” van de Sarmaten. De meeste mensen waren nomaden, maar dat ze hun kudden verweidden wil niet zeggen dat ze voortdurend onderweg waren. Tot de vaste punten in het landschap behoorden enorme handelsnederzettingen, waar ook ambachtslieden werkten. Ook waren er koninklijke graven, waar rituelen plaatsvonden en waar grote groepen arbeiders doorlopend aan het werk waren. Deze teams van bouwvakkers en grondwerkers waren zo goed als sedentair.

De Skythische koningsgraven zijn vanaf de negentiende eeuw onderzocht en in de twintigste eeuw gebeurde dat ook heel professioneel; de communistische archeologie was lange tijd de geavanceerdste die er was. We beschikken over menselijk materiaal (skeletten maar ook getatoeëerde huid), houten voorwerpen en textiel. Allemaal zaken die in het Mediterrane gebied zeldzaam zijn. De aandacht wordt echter vooral getrokken door het vele goud, dat echt schitterend is bewerkt. Denk aan afbeeldingen van griffioenen, ruiters, herten en krijgers. We weten voldoende van de samenleving om iets van de religie te kunnen reconstrueren, om de krijgskunst te begrijpen, om het nomadische jaarritme te doorgronden en om te weten dat de rollen van man en vrouw vloeiend waren. (De Grieken meenden dat de Amazones leefden bij de Skythen.)

Portret van een krijger (Nationaal Museum, Tasjkent)

Clusteren en herclusteren

Het idee dat er, ondanks golven van seizoensmigratie, hele volksverhuizingen plaatsvonden op de Euraziatische steppe, is sinds kort redelijk onderbouwd: DNA-onderzoek waarop een van de vaste lezers van deze blog me attendeerde, toont dat er in de periode tussen 750 en 200 v.Chr. een toename is van oostelijke haplogroepen. Dat sluit vanzelfsprekend niet uit dat nomaden die al door het gebied zwierven, zich met die immigranten hebben vermengd. Zo zijn de steppenomaden altijd geweest: groepen clusterden, vielen uiteen en herclusterden. Als modieuze onderwerpen als DNA en gender ook belangrijke en relevante onderwerpen zijn, zou een boek over de Skythen eindeloos boeiend moet zijn. Het lukt Cunliffe echter niet werkelijk.

[Wordt vervolgd]

#Alanen #Avaren #BarryCunliffe #gender #griffioen #Hunnen #Kazachstan #Khazaren #Kimmeriërs #Kozakken #Magyaren #Manchurije #Mongolen #nomadisme #Oekraïne #Oezbeken #Oezbekistan #Rusland #Sarmaten #Skythen #Tataren #transhumance #verweiding

De Kimmeriërs

Kimmerische of Skythische pijlpunten (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

De Kimmeriërs, die zijn interessant! En dat is natuurlijk omdat het bewijsmateriaal enerzijds gevarieerd is, zodat allerlei specialisten erbij komen kijken, maar anderzijds tekortschiet, zodat er geen consensus kan ontstaan. Kortom: een fijne puzzel.

Dode Kimmeriërs

Eerste bewijsmateriaal: Griekse poëzie. In de Odyssee vertelt Homeros dat Odysseus, ergens in het verre verre westen, de rand bereikt van de Okeanos, waar de stad en het land van de Kimmeriërs zich bevinden. De zon schijnt er niet, de gebieden zijn eeuwig gehuld in mist en nevel, en “steeds hangt de heilloze nacht om de diep ongelukkige mensen”.noot Homeros, Odyssee 11.14ff. Als dit u doet denken aan het dodenrijk, dan zit u goed, want niet veel later brengt Odysseus inderdaad een bezoek aan die naargeestige plek.

De Kimmeriërs zijn dus westelijke stedelingen en nogal dood, of iets dat erop lijkt. Dat is voor ons ietwat lastig, aangezien alle andere bewijs suggereert dat het gaat om noordelijke nomaden die nogal in leven zijn.

Nomaden in Anatolië

Het tweede bewijsmateriaal bestaat uit de teksten uit Mesopotamië. Diverse teksten uit Assyrië vermelden mobiele groepen die onrust veroorzaken in de noordelijke grensgebieden. Deze Kimmeriërs lijken in de achtste eeuw over de Kaukasus zuidwaarts te zijn getrokken, en bedreigden daar het koninkrijk Urartu (een oude naam voor Armenië). Koning Rusa I rukte tegen hen op, maar werd verslagen. Daarna trokken de Kimmeriërs Urartu binnen, dat ze plunderden tot aan het Urmia-meer.

Later trokken de Kimmeriërs – of een groep Kimmeriërs – westwaarts, waar ze in 710/709 Frygië bedreigden. Koning Mit-ta-a, die u vermoedelijk kent onder de naam Midas,noot Mogelijk is Midas een vorstelijke titel geweest. zag zich genoodzaakt bij de Assyrische koning Sargon II hulp te vragen, maar dat belette de Kimmerische inval niet. Mit-ta-a pleegde in 696 of 695 zelfmoord na een verloren veldslag. Over Frygië horen we daarna weinig meer; de nieuwe macht in Anatolië zou het meer westelijk gelegen Lydië zijn. Wellicht vestigden groepen Kimmeriërs zich op de Frygische hoogvlakte, waar nog altijd nomaden heen en weer trekken.

De Frygische hoogvlakte

Kimmeriërs in Mesopotamië

De Assyrische kronieken vermelden de Kimmeriërs nog vaker. In 679 werd een leider genaamd Teušpa samen met zijn mannen belegerd in een stad genaamd Hubušnu. Later lezen we over Kimmeriërs in de buurt van Ellipi, in Medië en in Elam, vér in het zuiden. De Assyriërs hadden blijkbaar veel tijd nodig om orde op zaken te stellen.

Er zijn speculaties, en ze zijn niet zonder aanwijzingen in de bronnen, dat ontevreden groepen in het Assyrische Rijk samenwerkten met de Kimmeriërs, of in hun aanwezigheid kansen zagen voor het bevorderen van hun eigen agenda. Omdat de Assyrische bronnen na het midden van de zevende eeuw schaarser worden, is op dit punt meer onduidelijkheid dan we zouden willen.

Het westen

Terug naar de groep of groepen in Anatolië. Frygië was ten einde gekomen, Lydië was ontstaan en kreeg te maken met Kimmerische strooptochten. De Lydische koning Gyges wist de eerste aanval af te slaan, maar sneuvelde in 644. Later plunderden de Kimmeriërs ook enkele Griekse steden in Klein-Azië. Uiteindelijk wist koning Alyattes, die u moet plaatsen tussen pakweg 600 en 560 v.Chr., een einde te maken aan deze dreiging.

Archeologie

Archeologen hebben weer ander bewijs. Zij associëren de Kimmeriërs met de zogeheten Chernogorovka-Novocherkassk-cultuur,noot Wie verzint toch zulke namen? die tussen 900 en 650 heeft bestaan op de vlakten tussen de rivieren Prut en Don. Dus zeg maar in Oekraïne, met uitlopers naar Bulgarije. Deze mensen werden vaak begraven met bogen, zwaard en speer, wat suggereert dat ze vochten als bereden boogschutters. Hun kostbaarste bezit bestond uit runderen, waarmee ze als nomaden zwierven over de vlakten.

En nu is het interessant dat Aristeas van Prokonessos – ik noemde hem al eens omdat hij voldoet aan het profiel van een sjamaan – vertelt dat de Skythen de Kimmeriërs hebben verdreven uit Oekraïne. Als dit waar is, zouden we kunnen vermoeden dat de Kimmeriërs op drift zijn geraakt, zuidwaarts over de Kaukasus zijn gegaan en daarvandaan naar Anatolië en Mesopotamië. Het probleem met deze theorie is dat er weinig voorwerpen van de Chernogorovka-Novocherkassk-cultuur zijn gevonden bezuiden de Kaukasus.

Maar ook dat is weer problematisch, want eigenlijk lijken al die steppenomaden nogal op elkaar. Ik zou althans niet goed weten wat het verschil is tussen een Kimmerische en een Skythische pijlpunt. Kortom, het tekstuele en archeologische bewijs is asymmetrisch. Zelf zou ik overigens sowieso liever denken aan “de steppenomaden”, zonder al te specifieke etnische etiketten te willen plakken.

En tot slot: er zijn theorieën dat de auteur van de Odyssee kennis had genomen van een vroeg verhaal over de Argonauten, dat dit verhaal al was gelokaliseerd in Kolchis (het huidige Georgië), en dat de beschrijving van het dodenrijk is geïnspireerd door een groep Kimmeriërs in die regio. Het onvermogen te accepteren dat we inconsistente en dus onvoldoende informatie hebben, lijkt de vader van deze vader van deze gedachte. On n’a pas besoin de cette hypothèse-là.

#Alyattes #AristeasVanProkonessos #ChernogorovkaNovocherkasskCultuur #dodenrijk #Frygië #Gyges #Homeros #Kaukasus #Kimmeriërs #Kolchis #Lydië #Medië #nomadisme #Oekraïne #RusaI #SargonII #Skythen #Turkije #Urartu

Sjamanisme

Detail van een kruikje uit de schat van Sânnicolau Mare; mogelijk een sjamaan in extase (Nationaal Museum, Boedapest)

Je begroef graankorrels in de aarde en in het voorjaar ontstonden daaruit grote halmen. De overstromende rivier bracht de dood over de uiterwaarden, maar in het voorjaar was de vallei vruchtbaar. Je gooide dode bladeren, maaisel, schillen en ander afval op de composthoop, en na verloop van tijd werden daaruit maden en wormen geboren. Moderne biologen denken er anders over, maar het was niet onlogisch dat men in de Oudheid dacht dat nieuw leven alleen kon ontstaan uit de dood en dat de twee onlosmakelijk met elkaar samenhingen.

Er waren feitelijk twee werelden: die van de levenden en die van de doden. Soms maakten ze contact: het is vooral mooi gedocumenteerd in de Keltische verhalen, maar alle volken hadden gedenkdagen waarin de doden even wat dichterbij waren. De Romeinen kenden bijvoorbeeld de Lemuria, waarbij ze rituelen uitvoerden om niet tot rust gekomen doden te verdrijven uit de woonhuizen. Daarnaast waren er religieus specialisten die de oversteek van de ene naar de andere wereld konden maken; onderzoekers noemen hen sjamanen.

Een universeel verschijnsel

Dat is een beetje een onhandig begrip. Het is in 1692 geïntroduceerd in het boek Noord en Oost Tartarye van Nicolaes Witsen: de geleerde Amsterdamse burgemeester die Peter de Grote naar Holland haalde en Cornelis de Bruijn naar Moskovië stuurde. Witsen beschrijft hoe het sjamanisme bestond in Siberië. Zo’n sjamaan werkte zich in trance, maakte zo contact met de andere wereld en kon daar antwoord krijgen op allerlei vragen: wanneer komt er een einde aan de regen? hoe kan ik genezen van mijn ziekte? kunnen de doden ons helpen bij de jacht door de dieren weg te leiden uit hun schuilplaatsen?

Witsens sjamaan

Aangezien opgewekte religieuze extase op veel plaatsen is gedocumenteerd, is wel geopperd dat het gaat om een vroeg, universeel stadium van religie. Het gevaar van overgeneralisering ligt echter op de loer. Er zijn naast overeenkomsten tussen de diverse rituelen immers ook verschillen, en daarom is sjamanisme, zoals gezegd, een wat onhandig begrip. Het helpt bovendien niet dat New Age-achtige stromingen zich de term hebben toegeëigend. Het is wellicht het beste het begrip te beperken tot Centraal-Eurazië en de daarvan afgeleide culturen, zoals de Yupik-cultuur in Alaska en andere culturen uit de Nieuwe Wereld. (Het precolumbiaanse sjamanisme wordt mooi uitgelegd in het Museum aan de Stroom in Antwerpen.)

Sjamanisme is niet – of niet alleen – een vroeg religieus stadium, want het bestaat nog steeds. Misschien heeft u twee jaar geleden de Mongoolse speelfilm City of Wind gezien. Die toont niet alleen een beginnende sjamaan, die gewoon naar school moet en een vriendinnetje krijgt, maar ook diens werkwijze: met behulp van muziek en het roken van hennep raakt hij in trance. In andere culturen betrad de sjamaan de andere wereld door te vasten en te braken, of juist door een dieet van hallucinogene planten en paddenstoelen. Sjamanen van de Peruviaanse Chavin-cultuur (pakweg 900 tot 400 v.Chr.) verwondden zichzelf. Sommige mensen zijn speciaal gevoelig; de protagonist van City of Wind vertelt last te hebben gehad van epileptische aanvallen.

Een in trance verkerende sjamaan offert zichzelf door zijn darmen uit te trekken (Museum aan de Stroom, Antwerpen)

Sjamanen hebben weleens (net als berserkers) het gevoel te zijn veranderd in dieren. Een vogel betreedt de bovenwereld immers wat makkelijker dan u en ik, terwijl vissen wat eenvoudiger kunnen duiken naar de benedenwereld.

Skythische sjamanen

Sjamanisme is vermoedelijk niet het eerste waaraan u denkt bij de antieke wereld, maar er zijn wel degelijk sporen. Het is bekend dat de oude Perzen sjamanistische rituelen hadden waarbij ze de roesdrank haoma dronken, gebaseerd op vliegenzwam. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos kent sjamanistische praktijken bij de Skythen,noot Herodotos, Historiën 4.74-75. die leefden in Oekraïne, zuidelijk Rusland en de Centraal-Aziatische gebieden waar de Perzen hun haoma vandaan haalden. De archeologen die de Pazyryk-grafheuvels opgroeven, vonden daar trommels. Hoewel de Griekse auteurs niet alles goed begrepen, en hoewel een trommel soms gewoon een muziekinstrument is, staat niet ter discussie dat we bij de Skythen en Perzen te maken hebben met sjamanisme.

Om die reden is de Animal Style van de steppenomaden wel uitgelegd als weergave van de sjamanistische transformatie naar een dierengedaante. Het motief van de rape in the sky zou, zo bezien, weleens een opstijgende sjamaan kunnen voorstellen. Zie het plaatje helemaal bovenaan. Ik zou overigens niet meteen mijn geld inzetten op deze herinterpretatie.

Grieks sjamanisme

In het oude Griekenland is te wijzen op het orfisme, dat was gebaseerd op het verhaal van Orfeus, die dankzij zijn muziek contact kon maken met de wereld van de doden. Bij Homeros lezen we over de waarzegger Melampous, die op zeker moment bezeten zou zijn geweest door een geest.noot Homeros, Odyssee 15.234. Persoonlijk vind ik dit niet zo’n sterk voorbeeld, maar we lezen ook over Hermotimos van Klazomenai, over wie Plinius de Oudere vertelt dat diens

ziel zijn lichaam placht te verlaten en rond te dolen en dan allerlei nieuwtjes, die alleen een ooggetuige kon weten, uit verre streken meebracht. Ondertussen lag zijn lichaam er levenloos bij tot zijn vijanden … het verbrandden en zijn ziel bij terugkomst als het ware van haar omhulsel beroofden.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.174.

Herodotos van Halikarnassos noemt Aristeas van Prokonessos, die ooit voor dood zou zijn neergevallen en later, toen hij weer bij zijn positieven was gekomen, zou hebben verteld dat hij zes jaar lang had gereisd. Het intrigerende is dat hij bij die reis de Issedonen zou hebben bezocht, die we voorbij de Skythen in Centraal-Azië moeten zoeken. Aristeas bezocht ook de Hyperboreërs, “zij die voorbij de noordenwind wonen”, in het dodenrijk.noot Herodotos, Historiën 4.14-15. Ook Plinius kent deze Aristeas en weet te melden dat degenen die hem voor dood hadden zien neervallen, hadden gezien dat zijn ziel in vogelgedaante was weggevlogen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.174.

Afbeelding van een Slavische sjamaan (Nationaal Historisch Museum, Sofia)

Er zijn meer voorbeelden uit de archaïsche periode, maar die laat ik wat ze zijn. Waar het op neerkomt is dat er sporen van sjamanisme lijken te zijn in de Griekse religie. Dat zal wel een erfenis uit de Proto-Indo-Europese tijd zijn, en het is een wonderlijke gedachte dat de Griekse cultuur via Centraal-Eurazië, Siberië en Alaska verbonden is met de Amerika’s. En om heel eerlijk te zijn: hoe fascinerend zo’n mogelijk contact ook is, en hoezeer we het ook moeten overwegen, we moeten oppassen voor overgeneralisatie en ik weet ook niet of het wel zo heel veel verheldert.

#AnimalStyle #archaïschePeriode #AristeasVanProkonessos #ChavinCultuur #CityOfWind #dodenrijk #epilepsie #haoma #hennep #HermotimosVanKlazomenai #HerodotosVanHalikarnassos #Hyperboreërs #Issedonen #Lemuria #Melampous #NicolaesWitsen #Orfeus #Orfiek #Pazyryk #PliniusDeOudere #RapeInTheSky #Siberië #sjamanisme #Skythen #wind #YupikCultuur

De gouden helm van Coțofenești

De gouden helm van Coțofenești

Eigenlijk wilde ik al een hele tijd een blogje schrijven over de gouden helm van Coțofenești, die onlangs is gestolen van de Dacië-expositie in het Drents Museum in Assen, samen met enkele armbanden waarover ik al eens blogde. Het kwam echter almaar niet van dat blogje. Maar overmorgen is hier een gastblogger die naar de diefstal zal verwijzen, dus nu kan ik het niet langer uitstellen. Zomaar wat vragen die bij mij opkwamen.

Vragen

Om te beginnen: waar komt het ding nou vandaan, hoe oud is het en is het wel afkomstig uit Dacië? De laatste weken lezen we dat de helm komt uit Coțofenești, maar toen die in 2019/2020 stond opgesteld in de Dacië-expositie in Tongeren, was hij nog afkomstig uit Vărbilău. En terwijl we nu lezen dat het voorwerp stamt uit het midden van de vijfde eeuw v.Chr., dateerde het in Tongeren nog uit 425 tot 375 v.Chr.

De vraag naar de herkomst is simpel te beantwoorden. Coțofenești maakt deel uit van de gemeente Vărbilău, zo’n negentig kilometer benoorden Boekarest. De vraag naar de ouderdom is lastiger. Er is namelijk nauwelijks archeologische context. De helm is door een kind gevonden – in 1926? in 1927? in 1929? – en archeoloog Ioan Andrieșescu heeft op diens aanwijzingen de vindplaats geïdentificeerd, maar vond er alleen aardewerkfragmenten van tegen het einde van de Hallstatt-periode. Als het nou een koningsgraf was geweest, dan lagen er bijvoorbeeld munten of geïmporteerd Grieks aardewerk. Dat zou dateerbaar zijn geweest.

Waarmee we komen bij de vraag of de helm wel Dacisch is. De Assense tentoonstelling heet Dacia. Rijk van goud en zilver, maar dat is een tikje misleidend. De regio was vanouds bewoond door de Thracische groep die we aanduiden als Geten. Daar kwamen vanaf de zesde eeuw v.Chr. Skythen bij en in de vierde eeuw v.Chr. Kelten. De Hallstatt-cultuur kun je opvatten als voor- of vroeg-Keltisch. Dus we hebben een gouden helm uit een cultureel pluriforme regio met voor-Keltische of vroeg-Keltische invloeden. Scherper krijgen we het niet; vandaar de wat wisselende datering. Vandaar de vraag of het wel Dacisch is, want de Daciërs verschijnen pas later op het toneel.

In de vroege tweede eeuw v.Chr. voltrok zich in Centraal-Roemenië een proces van staatsvorming. De Keltische elite verdwijnt en een nieuwe elite ontstaat. Nu duikt ook het woord “Daciërs” op, voor zover ik weet voor het eerst bij Pompeius Trogus, die de Daciërs presenteert als afstammelingen van de Geten.noot Pompeius Trogus, Geschiedenis 32.4. De vraag of je de gouden helm van Coțofenești als Dacisch mag aanduiden, is dus gerechtvaardigd. Het voorwerp behoort bij een eerdere cultuurfase.noot Het museum in Assen gebruikt in de online-uitleg en op het expositiebordje het woord Dacisch dan ook niet.

Wat is het?

De hamvraag is natuurlijk wat het is. Welke Hallstatter heeft z’n gouden helm laten liggen? Of beter: helm van electrum, want het is geen zuiver goud, maar een alliage van goud en zilver.

De afbeeldingen passen in de “animal style”, de gedeelde kunst van zo’n beetje alle antieke volken tussen de Hongaarse poesta en Manchurije. Van de Skythen tot de Avaren hebben edelsmeden roofdieren en dergelijke afgebeeld.

Sfinxen en gevleugelde griffioenen

Dat blijkt het duidelijkst op het achterhoofd van de gouden helm, waar we onderaan drie gevleugelde, paardachtige wezens zien, waarvan er twee een dierenpoot in de bek hebben. Daarboven zitten vier aapachtige, gevleugelde wezens. De onderste drie heten gewoonlijk griffioenen en de apen heten vier sfinxen, maar ik ben er niet zo zeker van of we met die namen de wezens niet te veel beschrijven met een Grieks vocabulaire en daardoor het eigene miskennen.

Het slachten van een ram

Op de wangen zijn twee mannen afgebeeld die op het punt staan met een dolk een ram te doden. Men vergelijkt ze wel met de stierendodersscènes (tauroktonieën) uit de mysteriën van Mithras, maar (a) een stier is geen ram, (b) er zit een half millennium tussen deze soorten afbeeldingen, en (c) wie een ram slacht, doet het sowieso in deze houding. Dat heb ik althans in Iran zo gezien. Kortom, mithraïsche parallellen lijken me vergezocht.

De gouden helm van Coțofenești

Op het voorhoofd van de helm zijn twee ogen afgebeeld. Zoiets geldt in de hele antieke Oudheid als kwaadafwerend: denk aan het oog op de boeg van een Fenicisch of Grieks schip, denk aan de turquoise amuletten van de Assyriërs, denk aan de blauwe kralen die je tegenwoordig in Griekenland en het Midden-Oosten ziet. Het kan natuurlijk ook zijn dat de drager van de helm wilde aangeven dat hij dubbel zo goed zag.

Boven de ogen zitten mooie noppen. De punt van de helm is verloren, zodat we niet weten of er nog iets bovenaan stond. Er zijn verder nog wat rozetten, driehoeken en spiralen: normale vlakvulling.

Eén ding is zeker: wie een kleine kilo goud op z’n hoofd kon dragen, was een voornaam persoon. Verder weten we niks. Het is een intrigerend voorwerp dat we wel kunnen beschrijven maar niet kunnen begrijpen. Was de drager een koning, een priester? Of iemand die als een ram gedood zou worden, waarna zijn ledematen voor de vogels werden geworpen? We hebben weer eens geen idee, het is immers oudheidkunde.

Vergunningen

Tot slot: ik las dat de directeur van het Nationaal Museum in Boekarest was ontslagen, omdat hij een bruikleencontract met het Drents Museum zou hebben gesloten zonder toestemming van de Roemeense regering.

Maar weet je: die helm is al jaren op weg. We hebben de helm van Coțofenești al in 2019/2020 in de Lage Landen gezien, in 2021 was het voorwerp in Madrid en vorig jaar in Rome. Ik sluit allerminst uit dat het Roemeense ministerie van Cultuur toestemming heeft verleend voor de reizende expositie, en dat men, nu het opportuun is een Barbertje op te hangen, vindt dat voor elke expositie apart een vergunning gevraagd had moeten zijn.

Tot hier en niet verder. Overmorgen nog een gestolen helm, en nog meer Balkan.

[Dit was het 482e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#AnimalStyle #Assen #Dacië #diefstal #DrentsMuseum #Geten #goudenHelmVanCoțofenești #griffioen #Hallstatt #helm #IoanAndrieșescu #Skythen #tauroktonie #Tongeren

Was haben die #GutenbergBibel und die amerikanische #Unabhängigkeitserklärung gemeinsam? Oder ein Wandteppich aus der #Wikingerzeit mit einem Schiff von #ChristopherKolumbus? Und was verbindet das vom griechischen Geschichtsschreiber #Herodot beschriebenen #Nomadenvolk der #Skythen mit einem göttlichen Auftrag an den Propheten #Moses?

+++ +++ Die Antwort auf all diese Fragen lautet: #Hanf. [#Cannabis] +++ +++

https://www.dw.com/de/eine-kleine-kulturgeschichte-des-hanfs/a-60500655

#Hanfgeschichten #Kulturgeschichten

Eine kleine Kulturgeschichte des Hanfs

Ob chinesischer Kaiser, Prophet Moses oder amerikanische Gründerväter: Jahrtausende lang gehörte die Hanfpflanze zum Alltag der Menschen - nicht nur als Rauschmittel.

Deutsche Welle

2x Animal Style

“Animal Style” uit Siberië (Musée Guimet, Parijs)

Wie begint op de Hongaarse poesta en de Donau volgt, komt bij de Zwarte Zee. Daar begint de Pontische vlakte. Die strekt zich uit naar het oosten, tot voorbij de Kaspische Zee, tot aan het Altaigebergte. Even verderop begint de Siberische steppe, die zich uitstrekt tot in Manchurije. Anders geformuleerd: er is een vrijwel onafgebroken, eindeloos lange zone van grasland dwars door Azië en oostelijk Europa.

Steppenomaden

In de Oudheid was dit het gebied van de steppenomaden. Als we het hebben over Centraal-Eurazië, heet dat “centraal” omdat de nomaden het centrum vormden van een wereld waarin de schrijvende volken de periferie vormen: China, Tibet, India, Perzië, Anatolië, Griekenland, het Romeinse Rijk. Steeds opnieuw ontstonden in dit centrum nieuwe groepen, die doorgaans van oost naar west trokken. De verklaring daarvoor is dat de regio van Manchurije en Mongolië erg droog is, en dat de weiden naar het westen toe steeds groener werden. De Altaj is de enige hindernis, en ik heb me laten vertellen dat de valleien groen en vruchtbaar zijn en makkelijk te passeren.

U zou verwachten dat in deze uitgestrekte zone, waar de mensen eindeloos heen en weer trokken en contact onderhielden over grote afstanden, ook culturele beïnvloeding mogelijk was. En in die verwachting wordt u niet teleurgesteld. Die volken hadden allerlei overeenkomsten en dat zie je ook in de zogeheten “Animal Style”: steeds zien we dezelfde dierenmotieven terug in bijvoorbeeld het edelsmeedwerk.

Animal Style

Zoiets weet je theoretisch, maar het muntje viel bij mij vandaag pas echt toen ik in Parijs in het Musée Guimet bovenstaand voorwerpje zag. Het was vastgemaakt aan de leidsels van een paard, dateert uit de zesde eeuw v.Chr. en is gevonden in Minoussinsk, even ten noorden van de Altai. Het komt vermoedelijk uit oostelijk Siberië.

En het lijkt als twee druppels water op onderstaand voorwerpje, eveneens afkomstig van de leidsels van een paard, eveneens uit de zesde eeuw v.Chr., maar gevonden in Tápiószentmárton, vlakbij Boedapest. Dit noemen we Skythisch.

“Animal Style” uit Hongarije (Nationaal Museum, Boedapest)

Het is denkbaar dat het tweede voorwerpje is meegenomen toen iemand van oost naar west reed; nomaden waren mobiel. Maar een reis van 5600 kilometer is misschien wel heel mobiel. Wellicht is het verhandeld. Of, nog waarschijnlijker, twee edelsmeden gebruikten hetzelfde motief. Hoe dat ook zij: ik begreep vandaag ineens iets van de Animal Style dat ik weliswaar wist uit boeken, maar dat je pas echt begrijpt als je het zelf hebt herkend in een museum.

[Dit was het 470e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Altaj #AnimalStyle #Donau #Hongarije #KaspischeZee #Manchurije #Mongolië #MuséeGuimet #Rusland #Siberië #Skythen
Der Goldschatz

Exponate von der Krim zurück in die Ukraine