Adamclisi

Trajanus’ monument in Adamclisi

Een paar weken geleden maakte ik een rondreis door Bulgarije, waarbij we ook een bezoek brachten aan Adamclisi in Roemenië. Daar staat een veertig meter hoog, trofeevormig monument ter ere van de overwinning die keizer Trajanus daar in 106 behaalde op de Dacische koning Decebalus en zijn bondgenoten. Ik heb al eens geblogd over diens zelfmoord, gedocumenteerd in het grafschrift van de Romeinse ruiter die het hoofd afhakte en naar Trajanus bracht. Er is ook een beroemde afbeelding op de Zuil van Trajanus.

Museum en stad

Ik bezocht in Adamclisi twaalf jaar geleden, maar toen was het museum gesloten. Dit keer had ik meer geluk. Het gebouw bleek een mooie façade te hebben waarop in mozaïek de Daciërs en Romeinen samen stonden afgebeeld, alsof ze als gelijkwaardige partijen de grondslag hebben gelegd voor een romaanse cultuur die werd voortgezet in het Roemenië van Nicolae Ceaușescu. Propaganda, zeker, maar mooi gedaan.

Metope van een Romein, een Daciër (met falx-zwaard) en een Germaan (herkenbaar aan de broek en de knoop in zijn haar)

De aanname in dit geschiedbeeld is dat er een lijntje van het koninkrijk Dacië loopt naar de Roemeense onafhankelijkheid in de negentiende eeuw, en ik verklap geen geheim als ik u zeg dat Dacië slechts een deel vormde van het grondgebied van de huidige staat, en als ik u erop wijs dat historische continuïteiten makkelijker worden geclaimd dan wetenschappelijk bewezen. Waarbij ik ook weer aanteken dat als je Decebalus’ Dacië én zijn bondgenoten op de kaart tekent, er toch iets ontstaat dat lijkt op Roemenië, en dat de linguïstische continuïteit bepaald niet zonder betekenis is.

Het museum, feitelijk een grote en lichte hal, bood geen werkelijke verrassingen: hier staan de brokstukken van de antieke trofee, die zo’n vijftig jaar geleden is gereconstrueerd. Je kunt het herbouwde monument vanuit de museumhal op een heuvel in de verte zien staan. Die brokstukken zijn gevonden in de huizen van het dorp: het slopen van het Romeinse bouwmateriaal leverde fijn bouwmateriaal op. Lag een metope (vierkante reliëfsteen) met de afbeelding naar beneden in het zand, dan is de afbeelding scherp bewaard; anders zijn de reliëfs nogal versleten.

Pax Romana

In die hal staan ze allemaal, op twee rijen opgesteld, samen met andere stukken van de sculptuur van het oude monument. Er zijn ook enkele Thracische voorwerpen en wat vondsten uit de kleine Romeinse stad die Trajanus stichtte aan de voet van de heuvel. De ruïne trof me als opvallend mooi, wat ook kwam doordat het lente was en de site zich in mooi groen had gestoken. De hoofdstraat met riolering, drie basilieken, een stadsmuur met poorten: het is allemaal niet sensationeel, maar wie het monument bezoekt moet er wel even langs.

Het monument zelf

Het eigenlijke monument staat bekend als het Tropaeum Traiani, dus Trajanus’ overwinningsteken. Het is geïnspireerd door een soortgelijk monument dat zich verheft boven Monaco, in La Turbie: daar betrof het de onderwerping van de Alpenvolken door keizer Augustus. Het museum bij Adamclisi staat op een lage trap en bestaat eveneens uit een ronde basis, met een doorsnee van veertig meter, versierd met vierenvijftig metopen. Die zijn dus merendeels in het museum, al heb ik er ook eens eentje gezien in de Archeologische Musea van Istanbul. Het zijn mooie voorbeelden van Romeinse kunst die niet is gemaakt in de topateliers van Rome, maar aan de grenzen van het wereldrijk.

Gevangene en palmboom

Boven de metopen was een kroonlijst met zevenentwintig kantelen, onderbroken door afbeeldingen van gevangenen, vastgebonden aan een loofboom. Of een palmboom, wat curieus is, omdat er geen palmen zijn in dit deel van Roemenië (Dobrudja). Het is mogelijk een aanwijzing voor een beeldhouwer uit Griekenland of Turkije, en wordt wel gepresenteerd als aanwijzing dat Trajanus’ architect Apollodoros van Damascus bij het oprichten van de trofee in Adamclisi betrokken is geweest, maar ik vind dat vergezocht.

Boven de kroonlijst is een kegelvormig dak, bedekt met stenen platen, waarboven een zeshoekige toren verrijst waarop de eigenlijke trofee staat: een zuil waartegen scheenbeschermers waren geplaatst, met daaraan een vastgebonden man en twee zittende vrouwen, en daarboven de wapenrusting. Een inscriptie vermeldt dat het monument is gewijd aan Mars Ultor, de oorlogsgod in zijn hoedanigheid van wreker, en is voltooid in het jaar dat wij 109 na Chr. noemen. Een leuk detail: de scheenbeschermers zijn gemodelleerd op buitgemaakt wapentuig, met een Thracisch of Dacisch aandoende decoratie.

Deportatiescène

De reconstructie

Archeologen hebben tussen 1882 en 1894 de metopen en de andere architectonische stukken van de bewoners van Adamclisi weten te verwerven. Ze zijn jarenlang tentoongesteld geweest in een park in Boekarest maar gingen terug toen er, zoals men in Roemenië eufemistisch zegt, “een politieke partij aan de macht kwam die er geen belangstelling voor had”. In Adamclisi lagen ze onder glas, maar midden jaren zeventig kwam er dus een museum en werd ook het monument gereconstrueerd.

Uiteraard zit daar een element van speculatie in, want alleen de basis is over. Er zijn echter parallellen, zoals La Turbie, en er zijn munten met afbeeldingen van de eigenlijke trofee. Dat de hoogte gelijk is aan de doorsnede, veertig meter, is een plausibele aanname maar ook niet meer dan dat. De volgorde van de metopen – opmarcherend leger, infanteriegevecht, cavaleriegevecht, vreedzame onderworpenen levend in Pax Romana – is niet ondenkbaar, maar opnieuw speculatief.

Originele en gereconstrueerde metope

Er is werk van de reconstructie gemaakt. De metopen zijn zorgvuldig gekopieerd en tonen de afgesleten reliëfs niet mooier dan ze nu zijn en geven – zoals hierboven te zien – ook andere beschadigingen weer. Didactisch zit het eveneens slim in elkaar: het ziet er keurig uit, maar een stuk van de eigenlijke onderbouw is zichtbaar gelaten zodat de toeschouwer begrijpt dat het een in wezen modern bouwwerk is, terwijl één stenen plaat is vervangen door een stuk marmer, opdat we kunnen fantaseren hoe het er eigenlijk uitzag. Een reisgids kan dus een goed verhaal vertellen over onze omgang met monumenten. Bij het museum kan het mozaïek dienen voor uitleg over de politieke ideologie.

Reconstructie met marmerplaat en zicht op het origineel

In de omgeving zijn ook nog de grafheuvel van een Romeinse officier en een altaar waarop de namen van de gesneuvelde legionairs en hulptroepers te lezen zijn. Dat zijn er honderden. De stenen liggen in het museum; je kunt niet komen op de plek waar die muur heeft gestaan. De grafheuvel, het monument en het altaar vormen samen een gelijkzijdige driehoek, gericht op de plek waar medio september de zon opkomt. Dat kan een aanwijzing zijn voor de datering van de veldslag in 106, namelijk in september, maar het kan ook verwijzen naar de geboortedag van de keizer op 18 september. Maar ik zou niet teveel waarde hechten aan deze speculaties. Vaak is een driehoek gewoon een driehoek.

Adamclisi en Katwijk

Het is een bijzondere plek, niet ver van de monding van de Donau. En aangezien er vanaf de monding van die rivier dwars door Europa een reeks forten was die zich verder langs de Rijn uitstrekte tot in Katwijk, vraag ik me weleens af of daar niet ook een soortgelijk groot monument kan hebben gestaan. Er is wat visserslatijn over een Toren van Kalla die hier ooit zou zijn geweest. Daar moeten we vermoedelijk niet al te veel geloof aan hechten, maar een veertig meter hoge vuurtoren, ach, waarom niet, we mogen toch speculeren?

#Adamclisi #ApollodorosVanDamascus #BenedenDonauLimes #Dacië #Decebalus #Dobruja #Donau #metope #NicolaeCeaușescu #palmboom #PaxRomana #Trajanus

V Macedonica in Dacië

Trajanus’ monument in Adamclisi

De verdere geschiedenis van V Macedonica volgt die van de andere legioenen uit de regio. Manschappen namen deel aan de oostelijke campagne van keizer Lucius Verus, die tussen 162 en 165 de Parthen versloeg. Bij terugkeer werd het legioen gestationeerd in Potaissa, het huidige Turda in Roemenië. De overplaatsing was noodzakelijk omdat verschillende, zoals de Sarmaten en Quaden, onrustig waren geworden. Keizer Marcus Aurelius bracht bijna tien jaar van zijn regering door aan de Midden-Donau. Vroeg tijdens het bewind van keizer Commodus (r.180-192) voerden Pescennius Niger en Clodius Albinus (beide toekomstige keizers) het bevel over V Macedonië en XIII Gemina. Samen versloegen ze de Sarmaten.

Toen deze oorlog eenmaal tot een goed einde was gebracht, richtten de Romeinen hun aandacht op de Daciërs in het binnenland. Arbeiders van de goudmijnen waren in opstand gekomen en hadden huurlingen in dienst genomen. Toen V Macedonica die had verslagen, kende keizer Commodus het in 185 of 187 de titel Pia Constans (“trouw en betrouwbaar”) of Pia Fidelis (“trouw en loyaal”) toe.

In 193 marcheerde de gouverneur van Pannonia Superior, Lucius Septimius Severus, naar Rome om daar Didius Julianus te verdrijven, die keizer was geworden nadat boze soldaten de gerespecteerde keizer Publius Helvius Pertinax hadden gedood. De gouverneur van een van de Dacische gebieden was Severus’ broer Geta, en V Macedonië koos onmiddellijk de kant van de nieuwe heerser. Een gemengde onderafdeling van V Macedonië en XIII Gemina vergezelde Severus naar Rome, vervolgens tijdens zijn oorlog tegen zijn rivaal Pescennius Niger en daarna tegen de Parthen. Het zou interessant zijn om te weten wat de soldaten dachten van de volgende burgeroorlog, waarin Severus het opnam tegen Clodius Albinus, een voormalig officier van V Macedonica.

Het legioen zou nog lang in Dacië blijven. Er zijn verschillende monumenten gevonden, zoals een inscriptie uit 259. We weten ook dat V Macedonië en XIII Gemina in 244-245 de Carpi versloegen, een agressieve stam uit de Karpaten.

Crisis

Keizer Valerianus (r.253-260) verleende onze eenheid de titel Pia III Fidelis III (“driemaal trouw, driemaal loyaal”). Dit betekent dat het legioen al eens dubbel trouw en dubbel loyaal genoemd moet zijn, maar hiervan weten we niets. Tijdens het bewind van Valerianus’ zoon Gallienus (r.260-268) bereikte het legioen zelfs Pia VII Fidelis VII. Het is waarschijnlijk dat het Vijfde de eretitels IV, V en VI heeft ontvangen omdat het Gallienus had gesteund met een mobiele cavalerie-eenheid (een innovatie!) tegen de usurpatoren Ingenuus en Regalianus. Deze eenheid vocht later ook tegen het Gallische Keizerrijk.

Usurpatoren, ereblijken voor trouw die toch eigenlijk normaal was, een afgescheiden keizerrijk in Gallië: dit was een crisistijd. Keizer Aurelianus moest in 274 zelfs Dacië ontruimen. Het legioen keerde terug naar Oescus. Er waren echter ook andere forten: Cebro, Sucidava en Variniana boden eveneens onderdak aan soldaten van het Vijfde.

Late Oudheid

De door Gallienus gestichte cavalerie-eenheid werd door keizer Diocletianus (r.284-305) verzelfstandigd. Als onderdeel van het mobiele leger diende het op diverse plaatsen. Het moet hebben gevochten tegen de Sassanidische Perzen (die de Parthen hadden afgewisseld als oostelijke vijand) en diende in 293 in Egypte. De vaste basis was in Memfis. Na 400 bevond deze eenheid zich in Syrië, wat de laatste keer is dat we er iets van horen.

Het moederlegioen was in Moesia gebleven, waar het aan het begin van de vijfde eeuw nog steeds wordt vermeld. Beide eenheden moeten later zijn opgenomen in het Byzantijnse leger.

Het symbool van dit legioen was een stier, maar ook de adelaar werd gebruikt. Natuurlijk hadden alle legioenen veldtekens in de vorm van een adelaar, maar V Macedonica lijkt een speciale link te hebben gehad met Jupiters favoriete vogel.

#Aurelianus #BenedenDonauLimes #Carpi #ClodiusAlbinus #Commodus #CrisisVanDeDerdeEeuw #Dacië #DidiusJulianus #Diocletianus #Donau #Gallienus #GallischKeizerrijk #GetaSeptimiusSeverus #Ingenuus #Karpaten #legioen #LuciusVerus #MarcusAurelius #Memfis #Oescus #PescenniusNiger #Potaissa #PubliusHelviusPertinax #Quaden #Regalianus #RomeinsLeger #Sarmaten #Sassaniden #SeptimiusSeverus #usurpator #VMacedonica #Valerianus #XIIIGemina

De ruiters van de Donau

Een votiefgift voor de “ruiters van de Donau” uit Sirmium (Archeologisch museum, Zagreb)

Een tijdje geleden vroeg ik uw hulp bij het identificeren van de voorstelling op een loden schijfje. Ik kreeg leuke reacties, die wezen naar een Romeinse cultus die vooral bekend is uit Moesia, dat wil zeggen het gebied van de Beneden-Donau. En toen u mij eenmaal op dat spoor had gezet, herinnerde ik me ineens dat ik meer van zulke loden afbeeldingen had gezien.

De ruiters van de Donau

Het gaat bij deze ruiters van de Donau steeds om loden plaatjes, waarop altijd een feestmaal is te zien met vis op het menu. De meeste afbeeldingen zijn, zoals de bovenstaande, vierkant, maar er zijn ook een paar ronde schijven gevonden zoals die waarover ik uw hulp vroeg.

Op de vierkante plaatjes is het geheel omlijst met architectuurfragmenten: links en rechts pilaren, bovenaan een boog. Zo heeft het geheel de vorm van een nis, wat in de Oudheid een gebruikelijke manier was om de goddelijke aanwezigheid af te beelden – denk aan onze eigen Nehalennia’s. De afbeelding bestaat meestal uit vier registers, met bovenaan de zonnegod in zijn vierspan.

De “ruiters van de Donau” uit Dacië (Archeologisch museum, Cluj-Napoca)

In het tweede register komen van weerszijden twee ruiters aanrijden, naar een godin toe, die middenin staat. Op de Dacië-expositie in Tongeren stelde men die godin gelijk aan Hygeia, maar ik heb ook gelezen dat ze Nemesis, de Syrische godin Atargatis, Hekate, de Keltische Epona of de Maan voorstelt. De gelijkstelling van de twee ruiters aan de Indo-Europese goddelijke Tweelingen ligt voor de hand – en omdat er vaak ook sterren zijn afgebeeld, durf ik dat ook wel als zekerheid aan te nemen. Het is echter tevens mogelijk een verband te leggen met een oeroude cultus uit Thracië, waar al eeuwen vóór de aankomst van de Romeinse troepen een soortgelijke ruiter werd vereerd die bekendstaat als de Thracische Ruiter. Het een sluit het ander niet uit.

Het derde register toont de vismaaltijd, en in het onderste register staan wat losse voorwerpen afbeeld, zoals een haan, een leeuw, een slang en een beker. Helaas ontbreken inscripties, wat de interpretatie lastig maakt, maar die vier voorwerpen zouden kunnen corresponderen met de vier elementen: een haan in de lucht, de leeuw met zijn vurige temperament, de slang kruipt op aarde en de beker bevat water. Maar vaak is er ook nog een tafel afgebeeld, en ik weet niet of dat staat voor de ether, het kosmische vijfde element.

Een votiefgift voor de “ruiters van de Donau” uit Divos (Archeologisch museum, Zagreb)

Wat zou het zijn?

Vermoedelijk is dat te vergezocht. Het probleem is: wij weten simpelweg niet wat voor de aanhangers van deze cultus meteen duidelijk moet zijn geweest. Ik weet ook niet of de elementen die ik zojuist opsomde, de belangrijkste zijn. De drie bij dit blogje afgebeelde plaatjes tonen meer figuren, terwijl op het schijfje dat de aanleiding was om me erin te verdiepen, de zonnegod ontbreekt.

We moeten het doen met de afbeeldingen. Dat is niet heel anders dan met de reliëfs uit de Mithras-cultus, die vermoedelijk een astrologische betekenis hebben, al zijn er vanouds ook geleerden die er een mythe in herkennen. En misschien is onze aanname dat de loden plaatjes één betekenis hebben, wel onjuist, en hebben diverse mensen aan hetzelfde type afbeelding verschillende uitleg gegeven.

Ook al begrijpen we weinig van de afbeelding zelf, we weten toch wel iets meer. Het zijn vrijwel zeker votiefgiften geweest, dus geschenken aan de goden nadat die iemand evident ergens bij hadden geholpen. In elk geval dateren ze vrijwel allemaal uit de periode tussen pakweg 150 en 350 na Chr. De einddatum suggereert dat de cultus ten einde kwam door de opkomst van het christendom. Verder zijn de plaatjes vrijwel allemaal gevonden in Roemenië, Bulgarije, Servië en oostelijk Kroatië. Anders gezegd: aan de Donau-limes. Misschien was dit een militaire cultus, misschien een cultus van de cavaleristen. Tegelijk: de meeste plaatjes zijn in civiele nederzettingen gevonden.

Kortom, we weten het weer eens niet. Het blijft immers oudheidkunde, de wetenschap van de dataschaarste. En in dit specifieke geval valt toe te voegen dat geen enkele antieke cultus te begrijpen valt aan de hand van uitsluitend afbeeldingen – je hebt altijd teksten nodig.

#BenedenDonauLimes #Dacië #Moesia #nis #ruitersVanDeDonau #Thracië #ThracischeRuiter #TweelingenHalfgoden #vierElementen #votiefgift

Faits divers (35)

Uit het geplunderde museum in Soedan.

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer slecht en goed nieuws.

Roof

Eerst slecht nieuws: zoals bekend woedt in Soedan, het antieke Nubië, een burgeroorlog. Een paar dagen geleden heroverde het leger delen van Khartoum op de rebellen, en daarbij is het Nationaal Museum voor de tweede keer geplunderd. Het doet wat denken aan de plunderingen in de Egyptische stad Malawi en in het nationaal museum in Bagdad, waarvan bekend is dat kunsthandelaren in de stad aanwezig waren om zorg te dragen voor een snelle heling.

Maar er is over roof ook goed nieuws. Het museum van Bagdad kreeg vorige maand zo’n 27.000 voorwerpen terug. En in Nimrud, in 2014 aangevallen door de zogenaamd Islamitische Staat, zijn 35.000 voorwerpen terug. Ik weet niet precies wat de getallen betekenen, maar het is altijd beter dan dat het weg blijft.

Prehistorie

Een van de eerste metalen die de mensheid leerde gebruiken, is het koper. Andere metalen, zoals goud, volgden wat later. We noemen het millennium voor de Bronstijd ook wel het Chalcolithicum, wat letterlijk Kopersteentijd betekent maar ook wel wordt vertaald als de Kopertijd. Traditioneel gingen archeologen ervan uit dat de ontwikkeling van de landbouw, de vaste woonplaatsen en het aardewerk hand in hand gingen, en alledrie waren verondersteld voor de ontwikkeling van de metaaltechniek. Dat idee is al een tijd geleden opgegeven: in de Levant en noordelijk Mesopotamië heeft al vroeg landbouw bestaan zonder aardewerk en in Egypte waren boeren zonder boerderijen. We spreken nu meer van neolithiseringsprocessen dan van het ontstaan van “het” Neolithicum.

Als ik dit artikel over een opgraving in het Turkse deel van Mesopotamië goed begrijp, is zelfs neolithisering geen vereiste meer en hadden jagers en verzamelaars al belangstelling voor koperbewerking. Ik ben te weinig met het specialisme vertrouwd om het bericht te kunnen beoordelen, maar het verraste me.

Nu we toch zijn beland in onderzoek naar de aanloop naar de Oudheid, is ook dit berichtje leuk: er is DNA-materiaal gevonden dat toebehoorde aan de mensen die in de Sahara woonden voordat deze uitdroogde. Zeg maar de makers van de reliëfs aan de Wadi Mathendous en andere woestijnkunst.

Slechte journalistiek

Uit Israël, uiteraard. Het Bijbelboek Koningen vermeldt een ontmoeting, ergens rond 610 v.Chr., tussen koning Josia van Juda en farao Necho II.

Tijdens de regering van Josia trok farao Necho, de koning van Egypte, naar de Eufraat op om zich bij de koning van Assyrië te voegen. Koning Josia ging de farao tegemoet, maar toen ze elkaar in Megiddo troffen, werd hij door hem gedood.noot 2 Koningen 23.29; NBV21.

De auteur van 2 Kronieken, die drie eeuwen later het boek Koningen navertelt, voegt een complete veldslag toe.

Josia trok zich niet terug, maar verkleedde zich om met Necho slag te leveren. Hij … ging in de vlakte van Megiddo tot de aanval over. Hij werd door boogschutters geraakt en riep toen zijn dienaren toe: “Haal me hier weg, ik ben zwaargewond.” Zijn dienaren haalden hem van zijn strijdwagen, legden hem op zijn andere wagen en brachten hem naar Jeruzalem. Daar stierf hij, en hij werd bij zijn voorouders begraven.noot 2 Kronieken 35.22-24; NBV21.

Deze passage geldt als elimineerbaar: omdat Kronieken is afgeleid van Koningen, is de toegevoegde informatie afkomstig van een latere bewerker. De historiciteit van de veldslag is dus weliswaar niet helemáál uitgesloten, maar wel kwestieus. Evengoed hebben archeologen nu bewijs gevonden voor een hypothetische veldslag. Of het klopt, daarover valt een boom op te zetten, maar dat Megiddo wordt aangeduid met de apocalyptische naam Armageddon, is ronduit hysterisch. Dit is gewoon slechte journalistiek, maar ja, het is oudheidkunde.

Petitie

De instorting van de oudheidkundige instellingen, geïnitieerd in de jaren tachtig, gaat door. Dus maar weer eens een petitie, minder dan twee weken na de petitie voor oude geschiedenis in Cardiff, namelijk voor het behoud van het Grieks aan de Zwitserse gymnasia.

Eerdere petities waren er voor

Dit zijn dus alleen maar oudheidkundige instellingen waarvoor petities zijn opgesteld. Gelukkig helpen ze zo nu en dan. Grieks bleef als schoolvak behouden in Vlaanderen en ook het museum in Ermelo bestaat nog. Maar het zou natuurlijk fijn zijn als classici opkwamen voor archeologische instituten en archeologen voor het behoud van de klassieken. Zó moeilijk is het nou ook weer niet.

Meer faits divers

Tot slot nog vier dingen die niets met elkaar hebben te maken maar die ik nog even kwijt wil. Deze rubriek heet immers faits divers. Primo, Romeinse opgravingen: een mogelijk door de Goten verwoeste nederzetting aan de Beneden-Donau en een massagraf bij Wenen, dat een Romeinse nederlaag uit de eerste eeuw na Chr. documenteert.

Secondo, het enige geïllustreerde Ilias-manuscript uit de Oudheid.

Terzo, het Rijksmuseum van Oudheden is op donderdagavond geopend en er zijn leuke evenementen. Wat maar weer bewijst dat er voldoende publieke vraag is naar oudheidkundige informatie.

Quarto, een vraag die heel vaak – een kwart van de gevallen – wordt gesteld, gaat over “hoe weten wetenschappers wat ze weten?” Dat is een vraag waarop archeologische musea schandalig weinig antwoord geven, terwijl journalisten niet lijken te weten hoe groot deze belangstelling is. Over de mismatch tussen de publieke vraag en het museale/journalistieke aanbod spreek ik aanstaande woensdagavond in Deventer – meer informatie daar.

#2Koningen #Bagdad #BenedenDonauLimes #Chalcolithicum #eliminatie #FaitsDivers #Ilias #Israël #Josia #Khartoum #koper #Kronieken #Malawi #Megiddo #Mesopotamië #NationaalMuseumVanIrak #NationaalMuseumVanSoedan #NechoII #Neolithicum #neolithisering #Nimrud #petitie #RijksmuseumVanOudheden #Sahara #Soedan #Turkije #WadiMathendous #Wenen #woestijnkunst

Nubië - Mainzer Beobachter

Ik vermoed dat als Luuk de Blois en Bert van der Spek hun handboek anno 2021 zouden bewerken, ze meer aandacht zouden besteden aan Nubië.

Mainzer Beobachter