Nikolaas van Myra, zielzorger

De dood van Nikolaas van Myra (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Het is vandaag 1689 of 1688 jaar geleden dat in het Lycische havenstadje Myra de bisschop overleed. Wat deze Nikolaas van Myra  overkwam tijdens zijn hemelvaart, is ronduit spectaculair, maar ik heb het al eens verteld. Vandaag wil ik het hebben over de christelijke gemeenschap die nu op zoek moest naar een nieuwe leider.

Verdeeld en vervolgd

Dat zal een kleine gemeenschap zijn geweest. In de derde eeuw, voordat keizer Constantijn de Grote de christenen tot eenheid dwong, was Christus op allerlei manieren vereerd geweest. Voor de meeste Romeinen – en dus ook voor de bewoners van Myra – was hij een van de vele goden die niet behoorden bij de officiële cultus, maar die je erbij kon nemen als dat je zo uitkwam.

Het staat verder vast dat er in de derde eeuw gelovigen waren die meenden dat als je Christus vereerde, je niet ook andere goden kon vereren. Deze exclusivisten worden in de vakliteratuur wel aangeduid als “proto-orthodox”; de minder radicale vereerders van Christus heten wel “demi-chrétiens”, wat veronderstelt dat alleen de proto-orthodoxen échte gelovigen waren. Dat is nodeloos normatief. Waar het om draait is dat er allerlei vormen van christendom bestonden en dat we niet kunnen weten of de proto-orthodoxe groep die later door de Romeinse overheid zou worden begunstigd, in de derde eeuw al de belangrijkste was. De eigen teksten van de andere groepen zijn immers niet overgeleverd.

Myra zou echter een vreemde havenstad zijn geweest als er niet diverse christelijke groepen waren geweest. Hier legden de Egyptische graanschepen aan – de graanpakhuizen zijn opgegraven – en het is ondenkbaar dat er geen Egyptische ideeën meekwamen: ideeën over een transcendente God die niet de Schepper was, afwijzing van lichamelijkheid, de ambitie godgelijk te worden, een ongemakkelijk gevoel bij de kruisiging van Christus… kortom, opvattingen die ook wel gnostisch zijn genoemd. Tegelijk lag Myra in Anatolië, waar het zogeheten montanisme bestond, een vorm van christendom die het accent legde op het martelaarschap. Voeg een groep toe die sympathiseerde met de joden in de (in 2009 opgegraven) synagoge van Myra, en we hebben, zonder dat we het bewijsmateriaal hebben laten buikspreken, al een stuk of wat soorten christendom.

Ruzies

De in 303 door keizer Diocletianus begonnen vervolging moet haar sporen hebben nagelaten. Er zullen doden zijn gevallen; menigeen zal hebben geofferd aan de oude goden. De verdeelde groepen werden kleiner, als ze al overleefden. In 311 maakte Diocletianus’ opvolger Galerius een einde aan de vervolging, en we kunnen ons de ressentimenten voorstellen tussen christenen die principieel waren geweest en degenen die eieren voor hun geld hadden gekozen. Documentatie voor Myra zelf ontbreekt, maar we weten uit andere delen van het Romeinse Rijk dat de herintegratie van afvalligen (lapsi) een probleem vormde.

Daar kwam het beleid van keizer Licinius nog bij, die na de dood van Galerius besloot de christenen te compenseren voor de vervolging (313). Ik heb al eens verteld hoe dat in Karthago leidde tot een conflict tussen twee bisschoppen die allebei meenden de echte bisschop te zijn en in aanmerking te komen voor het geld. Zoiets speelde niet in elke stad en er is geen aanleiding om ook voor Myra aan een kerkscheuring te denken, maar andere conflicten kunnen er wel zijn geweest. Degene die het geld moest verdelen, moest bijvoorbeeld kiezen tussen herstel van de kerkelijke bezittingen en ondersteuning van families. Je zult maar weduwe zijn geweest, zonder veel bestaanszekerheid, terwijl de bisschop een dure kopiist in dienst nam om een nieuw exemplaar van de Bijbel te maken.

De rol van Nikolaas van Myra

Tot zover de wereld waarin Nikolaas bisschop was. We mogen dan sinds kort een beredeneerd vermoeden hebben over zijn sterfjaar, we weten niet wanneer hij bisschop werd. Als hij lang bisschop is geweest, heeft hij deze problemen meteen na het einde van de vervolging moeten aanpakken; als hij later is gewijd, zal hij de nasleep ervan hebben meegemaakt. Dat zal hem heel wat hoofdbrekens hebben gekost. Hoe kon hij, behorend bij een van de christelijke groepen in Myra, mensen van de andere groepen bereiken en overtuigen?

Het door Constantijn de Grote belegde Concilie van Nikaia schiep duidelijkheid. De proto-orthodoxie werd nu erkend en werd de door de staat gesteunde opvatting. Minimaal vanaf dit moment zal Nikolaas deze opvattingen hebben gedeeld; als hij ervan zou zijn afgeweken, zou hij nooit als orthodoxe heilige zijn erkend. Hij stond na Nikaia ook sterker in de discussie met gnostici en montanisten.

Onze bronnen vermelden geen tegenstellingen binnen Nikolaas’ parochie. Evenmin geven ze aan dat de groep klein was, hoewel de feitelijke groei van het christendom pas net was begonnen. Het ontbreken van deze informatie is logisch. De bronnen zijn meest laat geschreven, toen de triomf van de orthodoxie al compleet was. Nikolaas’ rol als zielzorger interesseerde niemand meer. Maar voor de bisschoppen van zijn generatie moeten de aloude christelijke verdeeldheid en de recente wonden van de vervolging hebben behoord bij de dagelijkse pastorale zorg.

Wat we wel weten is dat de gelovigen bisschop Nikolaas, zoals te doen gebruikelijk, even buiten de stad begroeven. Een klein monumentje zal de plek hebben gemarkeerd. Daar is later de grafkerk gebouwd die tegenwoordig centraal staat in een toeristische mallemolen.

#bisschop #ConstantijnDeGrote #demiChrétiens #Diocletianus #EersteConcilieVanNikaia #exclusivistischeChristenen #Galerius #gnosis #lapsi #Licinius #Lycië #montanisme #Myra #NikolaasVanMyra

𝗣𝗮𝘂𝘀 𝗟𝗲𝗼 𝗱𝘄𝗶𝗻𝗴𝘁 𝗯𝗶𝘀𝘀𝗰𝗵𝗼𝗽 𝘁𝗼𝘁 𝗼𝗽𝘀𝘁𝗮𝗽𝗽𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻𝘄𝗲𝗴𝗲 𝘀𝗲𝗸𝘀𝘂𝗲𝗹𝗲 𝗿𝗲𝗹𝗮𝘁𝗶𝗲

Paus Leo XIV heeft de Franse bisschop Jean-Paul Gusching gedwongen ontslag te nemen. Dat zou hij hebben gedaan om Guschings 'seksuele relaties' Binnen de katholieke kerk zijn seksuele relaties streng verboden voor bisschoppen.

https://www.rtl.nl/nieuws/buitenland/artikel/5537632/paus-leo-xiv-heeft-de-franse-bisschop-jean-paul-gusching

#PausLeo #bisschop #opstappen

Paus Leo dwingt bisschop tot opstappen vanwege seksuele relatie

Paus Leo XIV heeft de Franse bisschop Jean-Paul Gusching gedwongen ontslag te nemen. Dat zou hij hebben gedaan om Guschings 'seksuele relaties' Binnen de katholieke kerk zijn seksuele relaties streng verboden voor bisschoppen.

RTL Nieuws

Augustinus’ olijfboom

Wat opvalt bij het lezen van Augustinus is dit: hij was rusteloos op zoek naar de waarheid. Hij bekeerde zich dus eerst (na de lectuur van Cicero’s Hortensius) tot de filosofie, bekeerde zich tot het manicheïsme, bekeerde zich tot het christendom, bekeerde zich daarbinnen weer tot de variant die we nu orthodox noemen en vond geen rust. De polemieken rond het pelagianisme zijn niet de teksten van een man die tevreden is met wat hij heeft gevonden of heeft bereikt.

Hij was bereid voor de waarheid een hoge prijs te betalen. Hij had, in de keizerlijke residentie Milaan, een voorname positie aan het hof, stond op het punt zich in te trouwen in een vooraanstaande familie en mocht vooruitzien naar lucratieve betrekkingen in het rijksbestuur, toen hij ineens een punt zette achter die loopbaan en zich terugtrok. Augustinus was maar een venditor verborum geweest, een kletsmajoor. Het is alsof iemand die op het punt staat de Nobelprijs voor de Letteren te krijgen, concludeert dat literatuur eigenlijk maar prietpraat is, de Zweedse Academie adviseert naar de pomp te lopen en besluit de waarheid buiten de literatuur na te jagen. Dat Augustinus zoiets deed, illustreert zijn gedrevenheid.

Anders dan zijn tijdgenoot Synesios, die bijvoorbeeld geloofde dat onbestrafte moordenaars na hun dood bleven spoken, is er bij Augustinus weinig kleingelovigs te vinden. Hij sneed grote thema’s aan. De aard van de tijd. Het ontwikkelende ego. De rol van de overheid. Het verschijnsel wil. De herkomst van het kwaad. Alleen mensen maken onderscheid tussen goed en kwaad. Het is een van de dingen die hen maakt tot mensen.

Omdat Augustinus leefde in de late vierde eeuw na Chr., drukte hij zijn ideeën uit in de toenmalige vormentaal van het neoplatonisme en van het christendom. Dat is voor ons wat lastig te doorgronden. Soortgelijke dingen zijn te zeggen over de andere filosofen uit die tijd. Ook zij worstelden met de vraag waarom mensen het kwade konden doen. Dat leidde dan tot discussies over de aard van de ziel – bestond die uit een deel dat naar het goede en een deel dat naar het slechte streefde? Of had een mens soms twee zielen? De hermeneutische exercitie bestaat eruit dat we de eigenlijke gedachten om te zetten in onze eigen vormentaal. Leefde Augustinus in onze tijd, hij zou het hebben gehad over het reptielenbrein.

***

Op weg naar M’daourouch, het antieke Madauros, zijn we woensdag door Souk Ahras gekomen: het Thagaste waar Augustinus is geboren. Een druk, levendig, modern stadje. De heuvel in het stadscentrum moet in de Oudheid gedomineerd zijn geweest door een tempel; tegenwoordig zijn daar een oud mausoleum en een verveloze mairie. In de achtertuin daarvan staat een olijfboom – zie de foto hierboven – met meerdere stammen. Die staat bekend als l’olivier de Saint Augustin. Een bijzondere band met de bisschop is er vanzelfsprekend niet. Dit soort associaties zijn normaal in de volkscultuur, vergelijk Stonehenge en de tovenaar Merlijn.

Een tijdje geleden heeft, zo vertelt men hier, een Amerikaans lab onderzocht hoe oud de boom was en hij bleek maar liefst negenentwintig eeuwen oud te zijn. Dat Augustinus de boom, toen al eeuwenoud, heeft gezien, is aannemelijk, want zijn heidense vader zal hem wel eens hebben meegenomen naar die tempel op de heuvel. Maar meer valt er niet van te maken.

***

Er is een bordje met uitleg, geschreven in het Tamazight ofwel Berber. Een mooi voorbeeld van culturele reappropriatie.

#Algerije #Augustinus #bisschop #cultureleToeEigening #Numidië #olijfboom #pelagianisme #reptielenbrein #SoukAhras #Thagaste #ziel

Het Rijk van Toledo (4)

Zomaar mooie decoratie (Archeologisch museum, Mérida)

[Laatste van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]

Nu ik in de vorige stukjes een schets heb gegeven van het zesde-eeuwse Rijk van Toledo, zou een vergelijking met de het Frankische rijk van de Merovingen zinvol zijn. Op het Iberische Schiereiland bleven de Romeinse bestuursstructuren grotendeels voortbestaan, terwijl er in Gallië andere vormen ontstonden, die ik niet ken in voldoende detail. Dat maakt het lastig verklaringen te noemen.

Ik wijs er wél op dat in de Frankische gebieden een bestuurlijke tegenstelling ontstond tussen stad en platteland, die zich in de Volle Middeleeuwen zou vertalen in stadsrechten die de poorters wel bezaten en de ommelanders niet. In het Rijk van Toledo bleven de aloude gemeentes bestaan, zonder juridische tegenstellingen tussen stad en land.

De zuidelijke handelsroute

Hoezeer op het Iberische Schiereiland delen van de economische structuur van het late Romeinse Rijk nog overeind stonden, wil ik aantonen met een laatste voorbeeld: de zuidelijke scheepvaartroute tussen Africa (het huidige Tunesië) en het Iberische Schiereiland bleef niet alleen bestaan, maar bloeide – afgaande op scheepswrakken en zo meer – vanaf de late vijfde eeuw zelfs op. Er waren schippers die grotere afstanden aflegden, want uit Alexandrië is een college van Σπανοδρόμοι, “Spanjevaarders”, bekend.

Een aardige illustratie is dat de bewoners van Andalusië in 711 de Arabische invasievloot aan zagen komen, maar geen alarm sloegen omdat ze meenden dat het een handelsvloot was. noot Ibn Abd al-Hakam, De verovering van Egypte, de Maghreb en Andalusië 19. Een andere aanwijzing is dat er altijd vluchtelingen uit Africa aanwezig waren in het Rijk van Toledo: soms op de vlucht voor de Vandaalse overheersers, later op de vlucht voor de Byzantijnse veroveraars, weer later op de vlucht voor de Arabieren. Bisschop en encyclopedist Isidorus van Sevilla is van hen de bekendste.

Een kunstgreep

Het was in de Spaanse geschiedschrijving in de twintigste eeuw lange tijd gebruikelijk te zeggen dat na de doop van koning Reccared de Visigoten en de Hispano-Romeinse bevolking fuseerden tot één geheel, en dat dit proces zijn definitieve vorm zou hebben gekregen hebben in het door Recceswinth ingevoerde Liber Iudiciorum. Dát er geen onderscheid was tussen de bevolkingsgroepen, is aannemelijk; het blijkt ook uit de laatste en meest ambitieuze Iberische rechtsoptekening, het Forum Iudicium uit de jaren 690, een uitbreiding van Recceswinths wetboek.

Maar het is eigenlijk niet nodig die fusie van twee elites te benadrukken, aangezien de nieuwkomers weliswaar vele generaties geleden Visigotische voorouders hadden gehad, maar allang geromaniseerd waren. Van begin af aan waren er weinig verschillen tussen de twee groepen.

Dat de Spaanse historici kozen voor deze kunstgreep, is deels doordat men in Spanje graag een continuïteit zag vanaf de christelijke vierde eeuw via Asturië naar het machtige Castilië en Aragon van de Late Middeleeuwen. Om dat beeld te scheppen, mocht deze niet worden verstoord door een Germaans intermezzo, en dus was het nodig een moment aan te wijzen waarop de Visigoten romaniseerden. Aangezien inmiddels toch wel algemeen bekend is – of zou moeten zijn – dat niet de “barbaren” met hun “grote volksverhuizingen” verantwoordelijk zijn voor de transformatie van de laatantieke samenleving, is deze interpretatie van het Liber Iudiciorum niet langer nodig.

Grafschrift van bisschop Lampadius van Córdoba (Archeologisch museum, Córdoba)

Een andere historische discussie gaat over de mate waarin het Rijk van Toledo, met één rechtstelsel en regelmatige Synodes, een eenheidstaat was. Het staat vast dat het méér een eenheid was dan het Merovingische Rijk, maar het benadrukken van de eenheid van Iberië past ook verdacht goed bij het negentiende-eeuwse nationalisme, dat ook in Frankrijk en Duitsland de nadruk op eenheid legde, en dat in Spanje tot in de dagen van Franco werd verlengd.

Ik ben niet bevoegd hierover een oordeel te geven. Liever ga ik verder naar de Arabische verovering – en daarover blog ik volgende week.

#bisschop #ForumIudicium #Franken #IbnAbdAlHakam #IsidorusVanSevilla #Leovigild #LiberIudiciorum #Merovingen #Reccared #Recceswinth #RijkVanToledo #scheepvaart #Spanje #Visigoten

Het Rijk van Toulouse (1)

In Toulouse geslagen munt van Valentinianus III (Residenzschloss, Dresden)

Achteraf geloof ik dat er, toen ik kort na 1990 een afstudeerscriptie schreef waarin ik de romanisering van het Iberisch Schiereiland vergeleek met de arabisering, iets gaande was dat je zou kunnen aanduiden als het ontstaan van een nieuwe visie op laatantiek Iberië. Je zou het zelfs een revolutie mogen noemen, als die term niet zo vaak werd misbruikt. Feit is dat een traditioneel beeld werd omgekeerd en dat daarbij twee boeken centraal stonden: Roger Collins’ Early Medieval Spain (1983) en zijn The Arab Conquest of Spain, 710-797 (1989).

Het waren geen volmaakte boeken. Collins had de neiging economische factoren te bagatelliseren, met de overigens overtuigende toelichting dat er over bijvoorbeeld de belastingheffing in het Rijk van Toledo weinig méér bekend was dan dat ze had bestaan. Toch heb ik de boeken met veel plezier gelezen, niet het minst omdat Collins lef toonde en alles op z’n kop zette. Eerdere auteurs hadden laatantiek Iberië getypeerd als een geïsoleerd gebied; Collins benadrukte het tegendeel. Eerdere auteurs hadden beweerd dat het Rijk van Toledo gescheiden rechtsstelsels voor Germanen en Romeinen had gehad, volgens Collins was het één rechtssysteem.

Anders gezegd: tegenover het rond 1990 al verouderde beeld dat het Romeinse Rijk ten onder was gegaan door aanvallen van Germanen en andere barbaren, waarna de Visigoten de macht hadden overgenomen in Spanje, kwam een nieuw beeld, dat de nadruk legde op de assimilatie van nieuwkomers. De etiketten die wij geven aan tijdvakken zijn zelden vrij van politieke connotaties (bijv. Sumerische Renaissance of Byzantijnse Rijk), maar we kunnen ze niet altijd meer vervangen, en zolang we ons bewust zijn van de connotaties, is het ook niet zo urgent. Maar de naam “Rijk van Toledo” is toch wel te verkiezen boven Hispania visigoda.

Het Rijk van Toulouse

Wat was eraan vooraf gegaan? Ik heb het al eens beschreven: in augustus 378 versloeg een leger van “barbaren”, gecommandeerd door Fritigern (r.376-380), het Romeinse leger van keizer Valens bij Adrianopel. Daarna zwierf dat leger over de Balkan, nu eens in dienst van de keizer, dan weer met een eigen agenda. Uiteindelijk kwam dit leger aan in Aquitanië, waar de soldaten land kregen. Het is gebruikelijk deze groep “Visigotisch” te noemen, hoewel er behalve Goten ook mensen bij waren met andere etnische achtergronden, en hoewel die naam pas later opduikt.

De hoofdstad van koning Theodorik I (r.418-451) was Toulouse en zijn volgelingen kregen landerijen. Het Romeinse kadaster kende diverse categorieën, variërend van luxe paleisvilla’s tot simpele hoeven, en de nieuwkomers kregen 2/3 van de landgoederen uit de beste categorie. Het hiervoor gebruikte eufemisme was hospitalitas. We hoeven geen medelijden te hebben met de onteigenden: grootgrondbezitters bezaten meestal diverse boerderijen, inclusief 100% van de iets minder goede landgoederen. Ze zullen bovendien hebben bedacht dat de nieuwkomers gevechtservaring hadden. Die barbaren konden nog eens nuttig zijn, zullen de superrijken hebben gedacht, als er eens een boerenopstand dreigde.

Sarcofaag uit de tijd van het Rijk van Toulouse (Musée Saint-Raymond, Toulouse)

De culturele tegenstellingen tussen de Gallo-Romeinse bevolking en de immigranten waren minder groot dan wel aangenomen is geweest. De Belgische historicus Henri Pirenne wees er al in 1922 op dat de zwerftocht van de Visigoten archeologisch niet valt te documenteren. De mantelspelden en gespen die men weleens aanduidt als Germaans, kunnen door iedereen zijn gedragen, en als Franse musea het hebben over wisigothique, is dat een tijdperk en geen etnische duiding. De nieuwkomers beheersten het Latijn. Ze waren ook christelijk. Misschien dat een bisschop mopperde dat die vermaledijde Germanen vervloekte arianen waren, en uit de veelal christelijke bronnen zou je afleiden dat dit een urgente kwestie was, maar dit is vooral bias.noot Overigens is interessant dat Rechiar, de leider van een andere “Germaanse” groep, de Sueben, al vóór 448 het Credo van Nikaia onderschreef.

Sidonius Apollinaris

Een van de belangrijkste bronnen voor het leven in het Rijk van Toulouse is de brievencollectie van Sidonius Apollinaris. Hij lijkt wel wat op Synesios van Kyrene: voorname afkomst, geverseerd in de letteren en uiteindelijk, na een civiele loopbaan, benoemd tot bisschop. Dat laatste betekent niet dat zulke mannen een geestelijke roeping hadden; het was een manier om verantwoordelijkheid voor de samenleving te nemen en het aanzien te behouden waarop men recht meende te hebben.

In Sidonius’ vroegste brieven vinden we nogal wat overdreven, stereotiepe opmerkingen over wilde barbaren. Later, als hij zijn bisschopsstad Clermont-Ferrand heeft verloren aan koning Eurik van Toulouse (r.466-484) en als hij enige tijd gedetineerd is geweest, blijkt hij echter een andere kijk te hebben op de vermeende woestelingen. Sidonius erkent dat Eurik en zijn hovelingen de feitelijke erfgenamen zijn van het keizerrijk. Deze koning, en zijn voorganger Theodorik II, hadden veel gedaan om zich als Romeins magistraat te presenteren, zoals het afkondigen van wetten in de (verloren) Codex Theodoricianus en de (als palimpsest gedeeltelijk bewaarde) Codex Euricianus.

Even iets over die codificaties. Terwijl eerdere onderzoekers opperden dat deze wetgeving alleen gold voor de Romeinen in de door Theodorik II en Eurik beheerste gebieden, heeft Collins aannemelijk weten te maken dat de regels golden voor alle ingezetenen. Daarmee bewaarden deze codificaties de algemeenheid van het Romeins Recht die in Europa pas terugkeerde met het Allgemeines Landesrecht in Pruisen (1794) en de Code Napoleon (1804).

Lepel uit Visigotisch Aquitanië met Latijnse inscriptie (Musée d’archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

Terug naar Sidonius. Misschien is hij het meest overtuigend als hij zijn eigen culturele standaard als norm neemt en schrijft dat de Visigoten zo goed Latijn spraken en zelfs bereid waren zich te scholen in de letteren.noot Sidonius Apollinaris, Brief 5.17.2 en Brief 8.2.2. Het is tekenend dat de bisschop een gedicht aan Eurik wijdt dat alleen begrijpelijk is als deze heel goed Latijn kon.noot Sidonius Apollinaris, Brief 8.9.

De Codex Theodoricianus en Codex Euricianus waren geschreven in het Latijn, niet in het Gotisch, wat betekent dat minimaal een deel van de Visigoten de bestuurstaal goed beheerste. Dit wil niet zeggen dat men die taal ook in het dagelijks verkeer benutte, maar het is opmerkelijk dat Sidonius nergens melding maakt van tolken en allerlei mensen met Germaanse namen aanschrijft in het Latijn.

[wordt vervolgd]

#arianisme #bisschop #ClermontFerrand #CodexEuricianus #CodexTheodoricianus #Eurik #Fritigern #Gallië #hospitalitas #Latijn #palimpsest #RijkVanToulouse #RogerCollins #RomeinsRecht #SidoniusApollinaris #SynesiosVanKyrene #TheodorikI #TheodorikII #Toulouse #Visigoten

1700 jaar Nikaia (5): de besluiten

Nikaia loste niet alle problemen op; er waren meer concilies nodig. In het Rila-klooster zijn ze allemaal afgebeeld.

Het is maar al te begrijpelijk dat de bisschoppen die aanwezig waren op het Concilie van Nikaia meenden dat de Heilige Geest hen in de juiste richting had geleid. Men was het vooraf oneens geweest over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon, over de autonomie van de bisschoppen, over de paasdatum en over nog andere thema’s. De bisschoppen communiceerden in het Grieks, maar we moeten niet onderschatten dat de aanhangers van de twee grote scholen van Bijbeluitleg, de Alexandrijnse en Antiocheense, niet zelden dachten in het Egyptisch (Koptisch) en het Syrisch (Aramees).

Persoonlijke ergernissen speelden een rol. Wellicht waren er mensen die zich stoorden aan de rol van de keizer. We beschikken over een door hem bij een andere gelegenheid gehouden toespraak waaruit blijkt dat hij de theologische finesses niet geheel beheerste. (De auteurs van onze bronnen, die Constantijn positief presenteren, maken overigens geen melding van irritaties over zijn rol.) Ondanks alle moeilijkheden eindigde de vergadering met consensus. De keizer had met de ruziënde bisschoppen een enorm risico genomen, maar kon tevreden beginnen aan het regeringsjubileum, de vicennalia, dat hij kort daarna zou vieren. Zoals gezegd heeft de Kerk de ingreep door het wereldlijk gezag geaccepteerd omdat de Heilige Geest zo evident aanwezig was geweest.

De drie grote kwesties

Wat werd er nu eigenlijk besloten? Om te beginnen was er de veroordeling van de opvattingen van Areios. De bisschoppen stemden in met de door Constantijn (of beter: een van zijn adviseurs) voorgestelde formulering dat Christus “één in wezen was met de Vader en uit het wezen van de Vader”. Dit was een compromis, waar voor het moment iedereen zijn eigen uitleg aan kon geven. Het werd vastgelegd door een in Jeruzalem gangbare geloofsbelijdenis uit te breiden met wat zinnetjes die aanhangers van Areios niet over de lippen zouden kunnen krijgen.

Verbranding van Areios’ boeken (negende-eeuws manuscript uit Vercelli)

In de praktijk was de kwestie echter doorgeagendeerd en in de tweede helft van de vierde eeuw was er nogal wat discussie over de vraag of de Vader en de Zoon wezensgelijk of wezensgelijkend waren. Daar zijn nog enkele andere concilies aan gewijd: dat van Constantinopel in 381, dat van Efese in 431 en tot slot dat van Chalkedon in 451. De kwestie is eigenlijk nooit helemaal opgelost. Er bestaan nog steeds nestorianen, wier teksten vooral in het Grieks en Aramees zijn gesteld, en monofysieten, wier literatuur vooral in het Koptisch en Armeens is geschreven.

Bij de tweede grote kwestie, de paasdatum, was de vraag of het feest gevierd moest worden op de kalenderdag (volgens de joodse kalender) of de weekdag (zondag). Dit laatste standpunt overheerste en de besluitenlijst stelt expliciet dat het concilie hier de Romeinse traditie volgde. Bisschop Sylvester mocht dan afwezig zijn geweest, Rome had wel invloed. Het probleem bleef overigens bestaan. Weliswaar was er een heldere definitie, maar er was geen consensus over de berekening van de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente. Niet iedereen gebruikte namelijk de negentienjarige Cyclus van Meton.

De derde kwestie was geen kwestie: het feit dat het concilie was samengekomen was al een ontkenning van het feit dat bisschoppen als Meletios van Lykopolis volledig autonoom waren. Dat dit een hamerstuk was, wilde niet zeggen dat er niets te regelen overbleef. In Nikaia werd ook de structuur van de kerk vastgelegd. Wat ons brengt bij zaken die verder ter tafel kwamen.

Andere besluiten

We weten van twintig andere tijdens het Concilie van Nikaia genomen beslissingen. Misschien stelde Constantijn ze aan de orde naar aanleiding van de klachten die vóór de vergadering waren geordend in de al genoemde libelli. Weliswaar had hij die laten verbranden, maar niemand zegt dat de keizerlijke kanselarij ook de onderliggende correspondentie heeft vernietigd.

Om te beginnen: de geestelijkheid. De aanwezigen uniformeerden de regels voor de bisschopskeuze en stelden een hiërarchie vast. Drie bisschoppen kregen extra rechten, namelijk die van Alexandrië, Antiochië en Rome. In deze volgorde, die in Latijnse manuscripten overigens andersom is. Later zouden deze drie bisschoppen titels krijgen als “patriarch”, terwijl de aanspreekvorm papa, “paus”, steeds meer voor deze leiders gereserveerd zou worden. Bij latere concilies kregen ook de bisschoppen van Constantinopel en Jeruzalem de rang van patriarch.

Er kwamen regels voor de geestelijkheid. Misdadigers en mannen die zichzelf vrijwillig hadden gecastreerd, waren uitgesloten van het priesterschap. Geestelijken mochten geld uitlenen als dat in het voordeel was van debiteuren, maar mochten zelf geen winst maken op die kredietverstrekking. Omdat ook geestelijken weleens vergissingen konden maken, en omdat ook vergaderingen van geestelijken die een dwalende collega gispten zich konden vergissen, kwamen er beroepsprocedures. Alleen over de seksuele betrekkingen van de geestelijkheid bleek consensus moeilijk. Dit mocht voortaan lokaal geregeld worden.

Bisschoppen die tijdens de vervolging door keizer Diocletianus afvallig waren geweest – lees: die met terugwerkende kracht niet hadden voldaan aan eisen die pas in Nikaia werden geformuleerd – werden uit hun ambt ontzet. Dit lijkt een handreiking te zijn geweest aan de donatisten, maar ze maakte geen einde aan deze kerkscheuring.

Ondanks het streven naar harmonie, eenheid en vrede, had het concilie ook nog wat rekeningen te vereffenen. Het werd bisschoppen verboden om mensen die in andere bisdommen een sanctie hadden gekregen, in dienst te nemen. Niet alleen was dit een verdere aantasting van de bisschoppelijke autonomie, het was bedoeld om mannen als de veroordeelde Areios het leven zo zuur mogelijk te maken. Areios’ aanhangers moesten penitentie doen.

Ook Constantijn stond niet boven ressentiment. Hij had in 324 een burgeroorlog gewonnen en zijn tegenstander Licinius, die in 312/313 de toenadering tot de christenen had geïnitieerd, werd met terugwerkende kracht als afvallige beschouwd. Zijn soldaten moesten eveneens penitentie doen.

Afrondende maatregelen

Mogelijk heeft Constantijn bisschop Makarios van Jeruzalem opdracht gegeven te zoeken op welke plaatsen in zijn stad Jezus was gekruisigd, begraven en opgestaan. Dit staat nergens in onze bronnen, maar het staat wel vast dat keizerin-moeder Helena een jaar later de Grafbasiliek heeft laten bouwen. In Betlehem verrees de Geboortekerk en in Rome liet Constantijn kerken bouwen boven de (veronderstelde) graven van Petrus en Paulus. Een van de keizerlijke paleizen, het Lateraan, deed Constantijn cadeau aan de bisschop van Rome.

Het concilie eindigde met de verslaglegging. Alle bisschoppen moesten de documenten tekenen. Daarna werden de beslissingen met de wereld gedeeld. We weten van een door het Concilie naar Egypte verstuurde brief over de drie grote kwesties en van twee keizerlijke brieven. De ene was gericht aan Alexandrië, waar Areios vandaan kwam, en de andere was een circulaire over de paasdatum die naar elk bisdom werd verstuurd.

Bij hun vertrek kregen de bisschoppen nog geschenken mee. Maar niet iedereen was zo gelukkig. Twintig bisschoppen hadden moeite met de beslissingen. Onder dreiging van ballingschap tekenden zestien van hen alsnog de notulen, maar de resterende vier moesten hun stad verlaten. Daar kwamen er later nog twee bij. Het Concilie van Nikaia had eenheid gebracht, maar zelfs met een gemanipuleerde gastenlijst waren sancties nodig.

[morgen meer]

#Areios #ballingschap #bisschop #christenvervolging #ConcilieVanNicea #ConstantijnDeGrote #CyclusVanMeton #Diocletianus #donatisme #donatisten #EersteConcilieVanNikaia #EusebiosVanCaesarea #Grafbasiliek #HelenaKeizerin_ #Licinius #MakariosVanJeruzalem #MeletiosVanLykopolis #paasdatum #SintJanVanLateranen #SylvesterI #Synodikon

1700 jaar Nikaia (3): het concilie begint

Constantijn (let op het embleem op de helm; Staatliche Münzsammlung, München)

Het is vandaag 1700 jaar geleden dat in Nikaia, het huidige İznik in Turkije, de grote kerkelijke vergadering begon die bekendstaat als het Eerste Oecumenische Concilie. Nu zou het zomaar eens kunnen zijn dat u nog nooit een oecumenisch concilie hebt bijgewoond, dus leek het me zinvol eens te vertellen wat er zoal gebeurde. Hoewel de handelingen (actae) verloren zijn gegaan en we dus geen primaire bron hebben, zijn er redelijk wat secundaire bronnen, waarover ik later nog zal bloggen.

Voorbereidingen

Uiteraard werden eerst uitnodigingen verstuurd. Toevallig is een zo’n uitnodiging overgeleverd in een in de vijfde eeuw door een Armeense geleerde aangelegde verzameling. Het was Constantijn (en niemand anders) die de bisschoppen uitnodigde, en uitlegde dat de locatie in Nikaia was gekozen omdat de stad voor Italische bisschoppen makkelijk bereikbaar was, omdat er een gunstig klimaat was en omdat hij zelf ook van plan was vanuit Constantinopel langs te komen. De genodigden – zoals gezegd: niet iedereen die zich christen noemde – ontvingen behalve reisvouchers ook de agenda. Die is verloren, maar Eusebios van Caesarea vermeldt dat er reden was om te overleggen over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon, over bisschoppen die (zoals Meletios van Lykopolis) hun autonomie wilden handhaven en over de kwestie van de paasdatum.

Vanuit het perspectief van de christenen, traditioneel geleid door autonome bisschoppen, was het, zoals gezegd, wat dubieus dat het concilie zich bevoegd achtte algemeen geldende regels op te stellen. De keizer had, als hoofd van de staatsgodsdienst, dit recht wel. Hij diende zichzelf echter niet aan als pontifex maximus, “hoogste priester”, zijn titel als hoofd van de staatsgodsdienst. In plaats daarvan benutte hij de meer christelijke titel episkopos. Dat woord betekent doorgaans bisschop, maar de oorspronkelijke betekenis was die van opzichter en het lijkt erop dat Constantijn dat heeft bedoeld. Dat hij zich echter met een voor christenen herkenbare titel presenteerde, suggereert een persoonlijke betrokkenheid.

Evengoed was het uniek dat de keizer ingreep in christelijke aangelegenheden. Om de pil te vergulden, werden christelijke aanwezigen herinnerd aan een precedent: de vergadering in Jeruzalem die staat genoemd in de Handelingen van de apostelen. De apostelen hadden daar hun beslissing genomen “in overeenstemming met de heilige Geest”,noot Handelingen 15.28. en dat zou ook in Nikaia gelden: het mocht dan een keizerlijke ingreep zijn, aangezien er consensus groeide, was evident dat Gods zegen er desondanks op rustte. De Oostenrijkse oudheidkundige Günter Stemberger heeft er overigens op gewezen dat de bevoegdheden van het Concilie van Nikaia feitelijk waren geïnspireerd door het joodse Sanhedrin.

20 mei 337

Op 20 mei begonnen in het paleis van Nikaia, zes eeuwen eerder gebouwd door koning Nikomedes I van Bithynië, de voorbereidende besprekingen. Er waren gasten uit de hele wereld, dus niet alleen het Romeinse Rijk: ook uit Mesopotamië en Armenië kwamen bisschoppen.We weten niet precies hoeveel aanwezigen er waren: Eusebios stelt dat het er “meer dan 250” waren, andere auteurs noemen 270, “bijna 300” en zelfs 318. De diverse handschriften van het Synodikon, de lijst van deelnemers, bevatten tussen de 200 en 220 namen.

De bisschop van Rome, Sylvester I, liet zich vertegenwoordigen door twee priesters. De verklaring is dat de paus al oud was, maar er speelt mogelijk meer: de bisschop van Rome claimde destijds al de eerste onder gelijke bisschoppen te zijn, en zou later het recht opeisen de beslissingen van elke kerkelijke vergadering te mogen bekrachtigen. Het kan zijn dat dit ook Sylvesters positie al was: hij liet anderen debatteren en zei dan na afloop ja of nee. Dataschaarste zijnde dataschaarste valt dit niet precies te weten. Overigens erkende het Concilie van Nikaia het gezag van de bisschop van Rome over alle Latijnse provincies – niet gering.

Constantijn in Nikaia

Drie dagen na het begin van de voorbesprekingen arriveerde Constantijn zelf – met alle op effect gerichte fanfare waarmee een antieke vorst zijn onderdanen kon overdonderen. Denk aan trompetgeschal en een presentatie die hem, aldus Eusebios, “deed lijken op hemelse gezant van God”. Het is wonderlijk dat de auteurs van onze bronnen deze epifanie opvatten als uiting van bescheidenheid. Het curieuze argument is dat een keizer traditioneel al op zijn troon zat als de gasten binnenkwamen, en dat het dit keer de bisschoppen waren die al zaten.

Nu is de keizerlijke aanwezigheid misschien aanleiding tot vragen. In christelijke bronnen staat Constantijns aanwezigheid ook vermeld voor de Synode van Arles (314), hoewel we weten dat hij feitelijk een campagne leidde tegen de Franken. Dat Constantijns aanwezigheid in Nikaia eveneens een vroom verzinsel is, is dus denkbaar, maar we weten uit de wettencollectie die bekendstaat als Codex Theodosianus dat de keizer in deze tijd te Nikaia regelgeving heeft uitgevaardigd. Hij was er zeker.

Het was óf Eusebios van Caesarea óf Eusthathios van Antiochië die de keizer welkom heette met een gebed voor ’s keizers gezondheid. Constantijn bedankte in het Latijn, de taal die de keizer altijd sprak aan het begin van een officiële plechtigheid. De eigenlijke beraadslagingen waren in het Grieks, de taal van het Nieuwe Testament, de moedertaal van de meeste aanwezigen en de taal waarin ook de Latijnse, Armeense en Aramese bisschoppen uit de voeten konden.

[wordt vervolgd]

#Aramees #bisschop #CodexTheodosianus #ConcilieVanNicea #ConstantijnDeGrote #dataschaarste #EersteConcilieVanNikaia #EusebiosVanCaesarea #EusthathiosVanAntiochië #GünterStemberger #GriekseTaal #Latijn #MeletiosVanLykopolis #NikomedesI #primaireBron #Sanhedrin #secundaireBron #SylvesterI #Synodikon

Nicaea (İznik) - Livius

1700 jaar Nikaia (2): de gastenlijst

Het Concilie van Nikaia (negende-eeuws manuscript uit Vercelli)

De Oudheid is per definitie de periode waarover we naast het archeologische materiaal ook geschreven bronnen hebben, maar niet voldoende om te komen tot werkelijke geschiedvorsing. Daardoor zijn er talloze onderwerpen waarover we niets weten. Zo staat vast dat Egypte in de tweede eeuw na Chr. een ware fabriek van nieuwe christelijke ideeën is geweest, maar hebben we geen idee, zelfs geen begin van een idee, hoe het christendom in Egypte is gekomen. Dat is maar één voorbeeld van het simpele feit dat we over de Oudheid eigenlijk altijd onvoldoende weten.

Gelukkig begrijpen we wel waarom we over bepaalde onderwerpen minder informatie hebben dan er moet zijn geweest. We weten dat er teksten zijn geweest van de mensen die Christus vereerden in combinatie met andere goden, maar de middeleeuwse kopiisten hebben die niet overgeschreven. Ook de teksten van degenen die later als ketters zouden komen gelden, zijn op deze wijze verloren gegaan.

Schaarse informatie is normaal en het is niet vreemd dat we alleen indirect zijn geïnformeerd over het Eerste Concilie van Nikaia, dat morgen 1700 jaar geleden is begonnen. We beschikken niet over de zogeheten actae, “handelingen”, die we over andere kerkelijke vergaderingen wel hebben. De wel overgeleverde deelnemerslijst, het Synodikon, is een latere reconstructie. Hoewel de in Nikaia genomen beslissingen bekend zijn, en we ook wel iets weten over het verloop van de discussies, missen we belangrijke stukken informatie. Het is bijvoorbeeld onbekend hoe de gastenlijst tot stand is gekomen.

Geweigerde bisschoppen

En dat is wel een gemis, want lang niet iedere bisschop was uitgenodigd. Zo ontbrak bisschop Donatus van Karthago. Die had weliswaar een discussie over de financiën van zijn kerk verloren en is de geschiedenis in gegaan als ketter, maar dat was pas later. Wie in 325 besloot hem niet uit te nodigen, en wel Donatus’ rivaal Caecilianus, had al een beslissing genomen over wat orthodox was en wat niet. Een misschien voorspelbare beslissing, aangezien Donatus in de westelijke provincies al een reputatie had als onruststoker, maar evengoed: niet iedere zich christen noemende bisschop was uitgenodigd. We weten niet wie de gastenlijst samenstelde, met welk recht en met welke criteria.

Een soortgelijke kwestie speelde in Boven-Egypte, waar bisschop Meletios van Lykopolis een conflict had met de bisschop van Alexandrië. Volgens de regels die in Nikaia afgesproken zouden worden, zat Meletios in dit conflict verkeerd, maar die regels waren er vanzelfsprekend nog niet toen iemand besloot Meletios niet uit te nodigen. Terwijl Meletios en ook Donatus als bisschoppen van hun steden een grote autonomie hadden en officieel niemand boven zich hadden staan die beslissingen over hen kon nemen, plaatsten de organisatoren van het concilie zich wel boven de bisschoppen.

Er kunnen meer van dit soort gevallen zijn geweest en we weten zeker dat er in Nikaia niemand is geweest die een niet-exclusivistische uitleg van het geloof voorstond. Terwijl Christus vereren in combinatie met andere goden, hoe ongebruikelijk wij dat ook vinden, destijds was wat elke weldenkende Romein zou hebben gedaan. Hoeveel Christusvereerders hadden de andere goden afgezworen? Hoeveel mensen combineerden de verering van Christus met de verering van andere goden? Hadden we maar meer informatie, maar het simpele feit is dat we over de exclusivisten wél informatie hebben en over de niet-exclusivisten niet. We kunnen niet vaststellen hoe representatief de genodigden in Nikaia zijn geweest voor de toenmalige verering van Christus.

Een proto-kerk?

Hoe dat ook zij: er was iemand die al beslissingen aan het nemen was voordat het Concilie van Nikaia begon, en die iemand had het oor van de keizer. Een mogelijke hypothese is dat er al iets bestond dat we gemakshalve “de proto-kerk” zullen noemen: een groep bisschoppen die weliswaar niet officieel was georganiseerd, maar zich op veel punten al kon presenteren als “de” vertegenwoordiger van de christelijke gemeenschap. Die groep was dan exclusivistisch van aard.

Hoewel de geschiedenis vaak zo wordt gepresenteerd, en er ook exclusivistische bronnen zijn over bisschoppen die met elkaar communiceren en discussiëren, is deze hypothese feitelijk ontoetsbaar omdat we, zoals gezegd, niet weten hoe representatief onze informatie is. Doordat de kopiisten teksten met sterk afwijkende meningen niet overschreven, hebben we over de eeuwen vóór Nikaia vooral informatie die in lijn is met de daar vastgestelde orthodoxie. Er is tekstselectie geweest, zoals altijd het geval is met informatie over de Oudheid.

Toch is er een aanwijzing voor het bestaan van een min of meer erkende kerk vóór 325. Die aanwijzing betreft een zekere Paulus van Samosata, die bisschop was in Antiochië en ideeën verkondigde die in 269 werden afgewezen door een vergadering van zo’n zeventig bisschoppen. Zij zetten hun collega af, waarop keizer Aurelianus in 272 een hoorzitting organiseerde. Hij liet zich daarbij adviseren door de bisschoppen in Italië en bevestigde de afzetting. In deze anekdote ligt besloten dat er op dat moment een min-of-meer officiële kerk was, waar zelfs een keizer naar luisterde.

Het probleem met deze anekdote is dat onze informatie vooral afkomstig is van Eusebios van Caesarea, een auteur die het bisschoppelijk gezag voortdurend benadrukt. Natuurlijk waren er rotte appels. Eusebios was een realist. Maar het college van bisschoppen corrigeerde dwalende bisschoppen als Paulus, en de gelovigen mochten hun herders vertrouwen. Aldus Eusebios. De anekdote past te goed bij de tendens van zijn werk om niet verdacht te zijn. Dat wil niet zeggen dat de bisschop van Caesarea snoeihard liegt, maar wel dat we zijn informatie niet kritiekloos mogen overnemen.

Nikaia: de gezagsvraag

Samenvattend: de gastenlijst van het Concilie van Nikaia is opgesteld door iemand die mensen uitsloot. Hier was iemand aan het werk die naar bepaalde conclusies toe wilde werken. In welke mate deze organisator een eerdere, min of meer erkende kerk vertegenwoordigde, en hoe representatief de vergadering was voor alle vereerders van Christus, valt niet langer uit te maken. We beschikken over te weinig data: het waren, zoals het cliché luidt, de overwinnaars die de geschiedenis schreven. Of, beter gezegd: het waren de orthodoxen die de bronnen kopieerden.

Waar het om draait: er zijn bisschoppen geweest die vasthielden aan hun aloude autonomie, die niet werden uitgenodigd en die, autonoom als ze waren, ook geen reden hadden om het gezag van het Concilie van Nikaia te erkennen. Nikaia schiep de eenheid die Constantijn wilde, maar feitelijk is de vraag met welk religieus gezag de verzamelde bisschoppen hun meningen oplegden aan de kerk.

[later meer over Nikaia]

#bisschop #Caecilianus #ConcilieVanNicea #ConstantijnDeGrote #dataschaarste #donatisme #Donatus #EersteConcilieVanNikaia #EusebiosVanCaesarea #exclusivistischeChristenen #kopiist #MeletiosVanLykopolis #nietExclusivistischeChristenen #PaulusVanSamosata #Synodikon #tekstselectie

Hak om, die boom

West-Europa, dus zeg maar onze cultuur, is ontstaan in de Frankische tijd. Zoals Jeroen Wijnendaele onlangs in zijn boek over koning Clovis benadrukte, ontstond in de Late Oudheid een politieke eenheid die niet primair op de Middellandse Zee was gericht. Onze taal (ons meest identiteitvormende erfgoed) stamt af van het Frankisch, de oudste laag in onze literatuur is Frankisch, het christendom verspreidde zich in de Frankische tijd. Maar hoe is de kerstening verlopen?

Er zijn allerlei vrome legendes, waarvan iedereen eigenlijk ook wel weet dat het alleen maar vrome legendes zijn. Elk mirakelverhaal veronderstelt immers dat de lieve god de natuurwetten opschortte ten behoeve van deze of gene patiënt, en zoiets hoeven we zelfs niet te overwegen. Tegelijk: op een zeker moment was het christendom aanwezig en het moet ergens vandaan zijn gekomen. En ook: sommige gebeurtenissen zijn voldoende gedocumenteerd om plausibel te zijn. Het lijdt bijvoorbeeld geen twijfel dat bewoners van Oostergo in 754 of 755 aan de Boorne een Frankisch leger hebben aangevallen en dat daarbij de stokoude aartsbisschop Bonifatius van Mainz om het leven kwam.

Vlaanderen

Waarmee ik een Nederlands voorbeeld geef van de problematiek: het ingeburgerde “755 Bonifatius bij Dokkum vermoord” is simpelweg onwaar. Soortgelijke correcties zijn vanzelfsprekend ook mogelijk voor andere regio’s en het is de verdienste van de Belgische historicus Geert Berings dat hij het in Hak om, die boom allemaal eens op een rijtje zet voor de vallei van de Schelde. Gewoon, historisch-kritisch onderzoek.

Berings is zeker niet de eerste die zich met de materie bezighoudt. In de loop der tijd is er echter een extra handschrift van het heiligenleven van Sint-Amandus bij gekomen, is de archeologie tot bloei gekomen en zijn tekstwetenschappers meer literaire parallellen gaan herkennen. Ook niet onbelangrijk: wat historici sinds de ontkerkelijking aan vertrouwdheid met het christendom hebben verloren, hebben ze aan kritische distantie gewonnen. Het Frankische christendom van vandaag is een ander dan dat van dertig jaar geleden.

De boom die moet worden omgehakt is dan ook niet alleen de aanslag op de laatantieke flora die de lezer op het omslag krijgt gepresenteerd. Berings schrijft dat hij met zijn boek ook enkele diepgewortelde ideeën over de kerstening wilde kappen, al erkent hij dat het eindresultaat meer een snoeibeurt is geweest. Het levert in elk geval een prettig boek op dat ik heb gelezen met plezier en met vrucht.

Een leeg landschap

Berings neemt een lange aanloop. In het eerste deel van zijn boek beschrijft hij de romanisering van de Scheldevallei en de laatantieke leegloop van het gebied. Ik leerde onder andere dat archeologen inmiddels aarzelen om de verwoestingen die, toen ik eind vorige eeuw De randen van de aarde schreef, nog werden toegeschreven aan een aanval van Germaanse piraten (de Chauken), met die gebeurtenis in verband te brengen.

Hoewel ik de eerste hoofdstukken dus met vrucht heb gelezen, begon het boek pas echt op blz.148, als Berings samenvat dat de noordelijke Scheldevallei was ontvolkt, dat de Gallo-Romeinse elite was vertrokken, en dat de schaarse bewoning bestond uit inheemse boeren en Germaanse immigranten. Zeg maar zoals in het onlangs onderzochte kustgebied bij Koksijde. Christenen waren er zeker nog niet op het moment dat Amandus er aankwam en twee kloosters stichtte aan de samenloop van Schelde en Leie – Gent.

Een leven van Amandus

Over de beroemde missionaris weten we weinig. In het tweede deel van Hak om, die boom bezoekt Berings de plaatsen waar de bisschop ooit moet zijn geweest. Die locaties kloppen wel – Amandus was van 648 tot 651 bisschop van Maastricht en stichtte onder andere het klooster van Nijvel – maar de verhalen die daar zijn gesitueerd, zijn vaak ongeloofwaardig. Berings wordt niet moe erop te wijzen dat veel informatie bestaat uit standaardmotieven die we ook aantreffen in andere Merovingische heiligenlevens, vooral dat van Martinus van Tours (“Sint-Maarten”).

De historische feiten lijken ongeveer te zijn dat Amandus kwam uit Aquitanië, een blauwe maandag woonde op het Île d’Yeu, zich enkele jaren liet inmetselen bij een kerk in Bourges, Rome bezocht, contacten had aan het hof van de Merovingische koning Dagobert (r.623-639), tot bisschop werd gewijd, begon aan de missionering van de Scheldevallei en een paar jaar bisschop was in Maastricht. Tussen de regels door herkennen we een man die zocht naar eenzaamheid.

De kerstening

Dat werpt een zeker licht op de stichting van de twee kloosters in wat nu de stad Gent is, maar toen een verlaten landschap. Het gaat om de Sint-Baafsabdij in het oosten van de stad en de Sint-Pietersabdij op de Blandijnberg in het zuiden. (Ik blogde er onlangs over.) Tegenwoordig loop je in een half uur van het ene naar het andere klooster, maar in de Frankische tijd waren het gescheiden werelden – en misschien herken je dat nog in het feit dat de twee religieuze vestigingen liggen bij twee spoorwegstations die toegang bieden tot totaal verschillende delen van Gent. Waar het Berings om gaat is dat het landschap leeg was en dat de kloosters waren bedoeld om in eenzaamheid te kunnen leven. Ze bestonden, net zoals de Ierse kloosters van die tijd en de laura’s uit het Nabije Oosten, vrijwel zeker uit een verzameling eenvoudige gebouwen. Grote abdijen werden het pas later.

Maar als de kloosters bedoeld waren om teruggetrokken te leven, als Amandus van de Germaanse boeren werd gescheiden door de taal, hoe is de regio dan gekerstend? In het derde deel van zijn boek behandelt Berings Amandus’ optreden, de kloosterstichtingen en de feitelijke kerstening, die zich voltrok vanuit de kerkjes en kapelletjes op de landgoederen. Dat klonk mij plausibel in de oren.

Tot slot

Uiteraard is er geen koe zo bont of er zit wel een vlekje aan. Zo is Berings’ presentatie van Constantijns keuze voor het christendom wel érg traditioneel. Daar was wel een boom om te hakken geweest. Het viel me ook op dat Berings, die gespitst is op de standaardmotieven in laatantieke en vroegmiddeleeuwse heiligenlevens, schrijft dat heilige bossen een belangrijke rol speelden in de religieuze beleving van de Germanen. Ik weet dat zo net nog niet: in het Grieks-Romeinse denken waren er aan de randen van de bewoonde wereld allerlei onherbergzame wouden, en als je die literaire obsessie weghaalt, blijft er weinig geboomte over in het oude Germanië.

Dat gezegd zijnde: Hak om, die boom is een fijn boek. Ik heb het, zoals gezegd, met veel plezier en met vrucht gelezen. Aanbevolen, van harte aanbevolen, aan eenieder die belangstelling heeft voor de geschiedenis van Vlaanderen, voor de kerstening en het ontstaan van de West-Europese cultuur.

#Amandus #België #bisschop #Bonifatius #DagobertI #Franken #GeertBerings #Gent #kerstening #Maastricht #MartinusVanTours #Merovingen #Nijvel #Schelde #SintMaarten #SintPietersabdij #Vlaanderen

De Franken - Mainzer Beobachter

De laatste Romeinse keizer die nog belang stelde in de gebieden ten noorden van de Alpen was Majorianus (r.457-461). Dat betekende dat hij het conflict aanging met de Franken, die inmiddels in het noorden van Gallië een staat aan het opbouwen waren. Ik blogde al eens over hun leider Childerik. De Romeinse auteur Sidonius Apollinaris … Meer lezen over De Franken

Mainzer Beobachter

𝗕𝗶𝘀𝘀𝗰𝗵𝗼𝗽 𝘀𝗽𝗿𝗲𝗲𝗸𝘁 𝗧𝗿𝘂𝗺𝗽 𝘁𝗼𝗲 𝗶𝗻 𝗸𝗲𝗿𝗸: 𝗼𝗻𝘁𝗳𝗲𝗿𝗺 𝘂 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗺𝗶𝗴𝗿𝗮𝗻𝘁𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝗹𝗵𝗯𝘁𝗶𝗾+'𝗲𝗿𝘀

Op zijn tweede dag als president van de Verenigde Staten, heeft Donald Trump letterlijk een preek gekregen. "Ontferm u over de mensen in dit land die bang zijn", zei bisschop Mariann Edgar Budde tijdens een gebedsdienst. "Er zijn kinderen die homo, lesbisch of transgender...

https://www.rtl.nl/nieuws/buitenland/artikel/5490623/bisschop-trump-kerk-migranten-gebedsdienst-toespraak-ontferm-u

#Bisschop #Trump #Migranten

Bisschop spreekt Trump toe in kerk: ontferm u over migranten en lhbtiq+'ers

Op zijn tweede dag als president van de Verenigde Staten, heeft Donald Trump letterlijk een preek gekregen. "Ontferm u over de mensen in dit land die bang zijn", zei bisschop Mariann Edgar Budde tijdens een gebedsdienst. "Er zijn kinderen die homo, lesbisch of transgender zijn en momenteel voor hun leven vrezen", zei ze.

RTL Nieuws